A6 Problemen Nettariefstelsel (GEANONIMISEERD)
Tekst van het document
12) Tariefbesluiten ACM 2024, ter voorbeeld van Alliander. 13) Berenschot, De energierekening in 2023 en 2035 vergeleken. 14) Aangeleverde informatie Netbeheer Nederland
21
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Opbouw elektriciteitsrekening 2030 in relatie tot een alternatief nettarief De elektriciteitsrekening bestaat uit drie componenten: y kosten vanuit de Rijksoverheid zoals energiebelasting, btw en voorheen opslag duurzame energie (ODE) y kosten vanuit de energieleveranciers voor de verbruikte stroom (per kWh) en vastrecht y kosten vanuit de netbeheerder voor het faciliteren van een verbinding met het elektriciteitsnet. De kosten voor de netbeheerder beslaan in 2023 circa een derde van de totale elektriciteitsrekening15). Hiervan bestaat het grootste deel uit transportkosten, die in het huidige tariefstelsel worden ingevuld door het capaciteitstarief. Deze kosten reflecteren het onderhouden en uitbreiden van de elektriciteitsnetten door de netbeheerders. Daarnaast worden er een aansluitvergoeding en een meettarief in rekening gebracht.
In het voorgestelde tijdgebonden kWh-tarief bestaat een deel van de transportkosten uit een vaste basislast. Het overige deel bestaat uit een variabele component die afhangt van het elektriciteitsverbruik in de tijd. Hoewel de transportkosten per huishouden hierdoor veranderen, zullen de gemiddelde transportkosten die netbeheerders in rekening brengen gelijk blijven of – in het geval dat de resulterende gedragsverandering tot een afname van investeringskosten leidt – dalen.
Jaarlijkse elektriciteitskosten 2030, gemiddelde woning Rijksoverheid
Leverancier
In het huidige tariefstelsel voor kleinverbruikers betaalt men een vast bedrag voor de grootte van de fysieke aansluiting. Vrijwel alle huishoudens betalen voor hun aansluiting (3x25 ampère of kleiner) hetzelfde bedrag. Vanwege de toenemende transportkosten die netbeheerders maken ten behoeve van netverzwaringen en -uitbreidingen, stijgt dit capaciteitstarief met 82% richting 2030 tot een bedrag van €638,07.16)
Netbeheerder
Meettarief Aansluitvergoeding
€ 638
Capaciteitstarief transport
50%
Basislast
€558
Tijdsgebonden component
87%
Hoogte kan gevarieerd worden
€186 €372
67%
Figuur 4 Schematische weergave van de jaarlijkse elektriciteitskosten van een gemiddelde woning in 2030.
15) Berenschot, De energierekening in 2023 en 2035 vergeleken. 16) Aangeleverde informatie Netbeheer Nederland.
22
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Netwerkkosten dalen relatief voor ongeveer twee derde van de huishoudens in
Een grote meerderheid van de huishoudens met een laag inkomen
2030 met een nieuw nettarief; grote, geëlektrificeerde woningen betalen meer.
gaat erop vooruit ten opzichte van netwerkkosten 2030 onder huidige
De overstap van een verbruiks- (kW) naar volumetarief (kWh) zorgt in de regel al voor een andere kostenverdeling. Aangeslotenen met een hoog elektriciteitsverbruik gaan meer betalen voor de elektriciteitsnetwerkkosten (zie figuur 4) dan aangeslotenen met een laag verbruik. Dit vertaalt zich in een kostenverdeling naar type woningen: appartementbewoners gaan in het algemeen lagere netwerkkosten betalen dan bewoners van een vrijstaand huis, vanwege het vaak lagere elektriciteitsverbruik van appartementen17). De modellering suggereert dat bij de huidige uitwerking van het nieuwe tariefstelsel gemiddeld 66%18) van de huishoudens minder betaalt dan de €557,98 per jaar die ze onder het huidige stelsel in 2030 zouden betalen. Voor 46% van de huishoudens loopt dit verschil zelfs op tot meer dan € 100,- per jaar. Voor 34% van de huishoudens zullen de netwerkkosten echter stijgen door het nieuwe tariefstelsel. Omdat de totale netwerkkosten ongeveer gelijk zullen blijven, stijgt voor deze groep het nettarief sterk.
stelsel; hoge inkomens gaan er relatief vaker op achteruit.
Dit betreft voornamelijk bewoners van vrijstaande woningen, 2-onder-1-kapwoningen en hoekwoningen. Voor 18% van de huishoudens stijgt de rekening met meer dan € 200,extra per jaar, bovenop het gemiddelde niveau. Aangezien de totale inkomsten voor de netbeheerder constant moeten blijven, compenseren deze grote kleinverbruikers voor de lagere netkosten van de kleine kleinverbruikers. Wanneer huishoudens in heel Nederland meer dan verwacht zullen reageren op de prijsprikkel of wanneer de adoptie van elektrische apparaten versnelt, zal de kostenverdeling een andere spreiding kennen. Naar verwachting blijft de vorm soortgelijk, alleen verandert de mate waarin huishoudens erop voor- en achteruit gaan ten opzichte van het huidige stelsel. Door het reageren van huishoudens kan het gemiddelde tarief voor alle huishoudens dalen, als gevolg van vermeden/uitgestelde netinvesteringen.
17) Dit betreft het algemene beeld over de verdeling van elektriciteitsverbruik per woningtype. Een appartement met een hoog elektriciteitsverbruik (bijvoorbeeld door een warmtepomp, veel elektrische apparatuur) kan meer gaan betalen onder het nieuwe stelsel. 18) Deze cijfers betreffen een eerste inschatting op basis van de aannames, zie Bijlage 2.
Invoering van een alternatief tariefstelsel heeft als voordeel de kostenreflectiviteit te verbeteren, maar het heeft daarmee impact op de vaste lasten van huishoudens. Met name huishoudens met een laag inkomen vormen een kwetsbare groep, omdat zij vaak niet over de buffer beschikken om aan een onverwacht hoge rekening te kunnen voldoen. Daarom is het relevant om in beeld te brengen wat een tijdgebonden kWh-tarief betekent in de herverdeling van de netwerkkosten (lees: transporttarief) ten aanzien van inkomensgroepen, zodat hier zo nodig compenserende maatregelen voor kunnen worden getroffen. Onderstaande analyse is uitgevoerd op basis van een CBS dataset met verbruikscijfers van inkomensgroepen en aannames over de adoptie van elektrische apparatuur (zie Bijlage 2). Hieruit volgt dat de invoering van een alternatief nettarief al snel honderden euro’s op jaarbasis verschil kan maken voor de rekening van huishoudens. Bovendien blijkt dat huishoudens met een laag inkomen (< € 35.000,- per jaar) er het vaakst en het meest op vooruit gaan ten opzichte van de netwerkkosten in 2030 onder het huidige systeem. Naar schatting gaat 79% er relatief op vooruit, waarvan 61% met meer dan € 100,- per jaar19). Toch is er ook nog een groep van 10% die er meer dan € 200,- per jaar op achteruit gaat.
Het betreft in dergelijke gevallen bijvoorbeeld bewoners van slecht-geïsoleerde woningen, die desondanks zijn uitgerust met een warmtepomp. Bij invoering van een alternatief tariefstelsel is het van belang om juist deze kwetsbare groep goed in beeld te hebben en hier passend beleid voor te ontwikkelen.
19) Let op, dit is relatief ten opzichte van het huidige nettariefstelsel in 2030. De netwerkkosten zullen in 2030 gemiddeld aanzienlijk hoger zijn dan momenteel het geval is. Het kan dus nog steeds zo zijn dat deze huishoudens in 2030 meer betalen dan momenteel het geval is.
23
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Reflectie op een (tijdsgebonden) piekvermogentarief
Verdeling van nieuwe netkosten 2030 (€) over huishoudens Verdeling per woningtype, en inkomensgroep
€ 557,98
2030, huidig stelsel
66% 34%
Aantal huishoudens (#)(x 1000)
1.200
Gaat erop vooruit 26%
Gaat erop achteruit
19% 20% 8%
> €200 €100-200 €0-100 €0-100
1.000
9%
18%
€100-200 > €200
Appartementen Tussenwoning Hoekwoning 2-onder-1 kap Vrijstaande woning
800 600 400 200 0 €0
€ 200
€ 400
€ 600
€ 800
€ 1.000
€ 1.200
€ 1.400
Netkosten (€ per huishouden) Lage inkomens
37%
24% 17% 6%
5%
10%
= 100% van de lage inkomens
Midden inkomens
28%
20% 20% 8%
8%
16%
= 100% van de midden inkomens
Hoge inkomens
17%
16% 23% 10%
10%
25%
= 100% van de hoge inkomens
(<35k besteedbaar inkomen/jaar)
(35-52k besteedbaar inkomen/jaar)
(>52k besteedbaar inkomen/jaar)
Figuur 5
Verdeling van de netwerkkosten onder het nieuwe tariefstelsel, ten opzichte van het capaciteitstarief bij een ongewijzigd stelsel (€ 557,98). Uitgelicht per woningtype en per inkomensgroep (laag, midden, hoog).20)
20) De verdeling van energieverbruik per woningtype en corresponderende aantallen huishoudens en inkomens is gebaseerd op openbare CBS-data. Deze dataset geeft een eerste beeld van de impact. Gezien deze data geaggregeerd zijn op buurtniveau zal de spreiding in werkelijkheid groter zijn. Tevens betreft dit een eerste analyse en is het effect afhankelijk van de mate waarin daadwerkelijk gedragsverandering optreedt.
Ook een (tijdsgebonden) piekvermogentarief leidt waarschijnlijk tot een kostenrechtvaardigere en soortgelijke nieuwe kostenverdeling: kleine kleinverbruikers gaan erop vooruit, grote kleinverbruikers erop achteruit (ten opzichte van de netwerkkosten in 2030 onder het huidige systeem). Wellicht zullen er iets minder extreme uitschieters in tarieven voorkomen bij grote kleinverbruikers, aangezien de piekvraag ondanks hoger verbruik niet extreem zal toenemen. Kleine kleinverbruikers zullen er dan dus ook iets minder op vooruit gaan. Wel is er een iets groter risico op incidenteel hoge rekeningen door bijvoorbeeld een moment van zeer hoog verbruik. Dit brengt vooral voor huishoudens met een laag inkomen risico’s met zich mee.
4.1.2
Situatieschets individuele huishoudens
Een wijziging van het tariefstelsel heeft als doel een financiële prikkel te bieden en daarmee gedragsverandering ten behoeve van efficiënt netgebruik te bewerkstelligen voor aangeslotenen. Als zodanig heeft het zowel financiële gevolgen voor alle aangeslotenen als effect op hun verbruikspatronen. Daarnaast moet worden voorkomen dat een kostenverzwaring ten aanzien van elektrificatie resulteert in een rem op de energietransitie. Om deze verschillende effecten van het tijdgebonden kWh-tarief te kunnen adresseren, lichten we op basis van de casuïstiek van verschillende huishoudens toe hoe het tariefstelsel uitwerkt op de elektriciteitsrekening van consumenten en wat de gevolgen zijn voor de businesscase van enkele (duurzame) technologieën. In grote lijnen zien we dat kleine verbruikers er relatief op vooruit gaan ten opzichte van de netwerkkosten in 2030 onder het huidige stelsel. Zij hebben echter ook een beperkt handelingsperspectief om hun netwerkkosten te beïnvloeden. Grote kleinverbruikers en huishoudens met vergaande elektrificatie gaan doorgaans meer betalen, maar hebben ook de mogelijkheid om hun rekening aanzienlijk te beïnvloeden door op de tariefprikkel te reageren. Voor enkele kwetsbare groepen die vanwege bijvoorbeeld medische apparatuur hun elektriciteitsverbruik niet goed kunnen aanpassen, zal moeten worden nagedacht over flankerend beleid.
Wat betreft verduurzaming van de warmtevoorziening, zal het gebruik van een (hybride) warmtepomp in totale kosten over de levensduur iets duurder worden bij een
24
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
alternatief nettarief. Toch blijft het als verduurzamingsoplossing voor een gemiddelde woning nog steeds goedkoper dan een cv-ketel. Bovendien gaat een gemiddeld huishouden na aanschaf van een hybride warmtepomp nog steeds minder betalen aan de netwerkkosten dan ze zouden doen onder het huidige tariefstelsel. Woningen met een warmtenetaansluiting zullen in de regel lagere nettarieven voor elektriciteit gaan betalen en er daarmee op vooruit gaan. Om op de lange termijn echt handelingsperspectief te bieden, is de ontwikkeling van slimme sturingsapparatuur essentieel. Dit kan versneld ontsloten worden door nu duidelijkheid te bieden over een voornemen tot stelselwijziging en aanvullend na te denken over normering of standaardisering ten aanzien van slimme sturingsapparatuur en -software (zie ook hoofdstuk 7). Modale huishoudens gaan er relatief op vooruit; stapeling van elektrificatie hoeft niet te leiden tot hogere netwerkkosten, mits er slim gestuurd wordt
Van huishoudens wordt verwacht en wordt in sommige gevallen verplicht te verduurzamen. Ook komt het voor dat huishoudens geconfronteerd worden met verduurzamingsmaatregelen, bijvoorbeeld vanuit een woningcorporatie. De vraag is hoe dergelijke elektrificerende ingrepen in de woning de netwerkkosten in het geval van een tijdgebonden kWh-tarief zullen beïnvloeden. Daarom beschouwen we de gevolgen voor de netkosten bij een modaal huishouden dat stapsgewijs elektrificeert. Stap 0. Modaal huishouden in 2030. Een gemiddeld huishouden van twee personen (wonend in een rijtjeshuis, bouwjaar 1946-1965, energielabel B*, elektriciteitsverbruik van 2801 kWh/jaar) en zonder elektrificerende maatregelen, zal bij invoering van een tijdgebonden kWh-tarief ongeveer € 285,-/jaar kwijt zijn aan netkosten, wat een daling van € 273 (-49%) inhoudt ten opzichte van het huidige tariefstelsel21). Omdat het elektriciteitsverbruik van een dergelijk huishouden grotendeels voortkomt uit nietverplaatsbaar verbruik (zoals keukenapparatuur en verlichting), zijn de mogelijkheden om de netkosten verder terug te brengen zeer beperkt (ongeveer € 3,-). 21) Het huidige capaciteitstarief voor een woning in 2030 bedraagt € 522,40/ jaar. Dit is dus exclusief de overige componenten van de netwerkkosten, zoals het meettarief en de aansluitvergoeding, zie Tariefvoorstellen ACM 2024.
Stap 1. Verduurzaming verwarming met hybride warmtepomp. Door aanschaf van een hybride warmtepomp neemt het elektriciteitsverbruik van de woning toe en stijgen de netwerkkosten voor elektriciteit tot € 452,-/jaar (+59% ten opzichte van de vorige stap). Dit bedrag ligt nog altijd lager dan de € 557,98/jaar die het huishouden in 2030 onder het huidige stelsel zou betalen. Bij slimme aansturing van de hybride warmtepomp kunnen de netwerkkosten beperkt worden tot € 435,-/jaar. Deze afname van de netwerkkosten is nog steeds beperkt, vooral omdat het verplaatsen van verbruik voor ruimteverwarming slechts beperkt mogelijk is vanwege comforteisen. Ter vergelijking, de overstap naar een all-electric warmtepomp leidt tot toename van de netwerkkosten naar € 562,-/jaar (zonder sturing) of € 513,-/jaar (met slimme sturing). In dit geval kan tevens de gasaansluiting opgeheven worden, wat tot een vermindering van de nettarieven voor gas leidt van -€ 180,-/jaar22). Aangezien hybride warmtepompen mogelijk worden genormeerd23), gaan de vervolgstappen uit van een hybride warmtepomp. Stap 2. Aanschaf van een elektrische auto. Steeds meer huishoudens hebben richting 2030 naar verwachting een elektrische auto. Wanneer deze auto wordt opgeladen bij een privé-laadpaal bij het huis, telt dit verbruik ook mee voor de netkosten van de aansluiting.
Bij normaal laadgedrag zullen veel laadsessies in de duurdere uren plaatsvinden. Hierdoor nemen de netwerkkosten toe tot € 655,-/jaar in 2030: ruim boven de waarde die dit huishouden in het huidige stelsel zou betalen. Als dit huishouden een deel van het verbruik verplaatst naar goedkopere uren, dan dalen de netwerkkosten naar € 549,-/jaar (-16,2%). Uit deze sterke daling valt op te maken dat elektrisch vervoer bij uitstek geschikt is om flexibel in te zetten om netkosten en -belasting te verminderen. Stap 3. Aanschaffen van een set zonnepanelen. Ook het aantal zonnepanelen in de gebouwde omgeving neemt sterk toe. Wanneer dit huishouden acht zonnepanelen laat installeren, zal het voor een deel van zijn verbruik in de middag zelfvoorzienend worden. 22) Berenschot, De energierekening in 2023 en 2035 vergeleken. 23) Deze normering (Kamerbrief over reikwijdte normering verwarmingsinstallaties (Rijksoverheid)) zal mogelijk geen doorgang meer vinden, zoals aangekondigd in het hoofdlijnenakkoord 2024-2028.
25
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Het is met andere woorden ook voor een gemiddeld huishouden mogelijk om vergaande verduurzamingsstappen te zetten zonder daarbij hogere netwerkkosten te hoeven betalen, mits het huishouden zijn verbruikspatroon aanpast aan het nieuwe tariefstelsel. Hoewel handmatige sturing in theorie mogelijk is, is voor de effectiviteit een geautomatiseerde sturing van apparatuur een belangrijke succesfactor. Het veilig geautomatiseerd aanstuurbaar maken van apparaten vraagt dan ook aandacht om enerzijds een lock-in te voorkomen van apparaten die geïnstalleerd worden zonder dat ze aanstuurbaar zijn en anderzijds om risico’s omtrent veiligheid zoveel mogelijk af te vangen.
Bij een nieuw nettarief, zonder en met gedragsverandering
Stappen in verduurzaming warmte
Stap 4. Aanschaffen van een thuisbatterij en overstap naar een dynamisch leverancierscontract. Tot slot gaat het onderzochte scenario ervan uit dat het aandeel van thuisbatterijen richting 2030 landelijk zal toenemen tot zo’n 7,5% van de huishoudens. Bij aanschaf van een wat grotere thuisbatterij (10 kWh) die puur stuurt op de dayaheadprijzen25) binnen een dynamisch contract zullen de netwerkkosten van dit huishouden toenemen tot € 662,-/jaar. Interessant genoeg kan dit huishouden, door zijn batterij slim te sturen op een combinatie van de day-aheadprijs en het tijdgebonden kWh-tarief, de netwerkkosten terugbrengen tot € 514,-/jaar (-22,4%). Dit bedrag ligt zelfs onder de netwerkkosten die het huishouden zou betalen zonder thuisbatterij, en ook onder de kosten die het zou betalen in het huidige tariefstelsel.
Stapsgewijze verduurzaming van een modaal huishouden
Nieuwe nettarief (€/jaar) zonder en met gedragsverandering
Hierdoor dalen de netwerkkosten naar € 636,-/jaar (-3%). Door apparatuur slim te sturen naar de goedkopere én zonnige uren in de middag dalen de netwerkkosten verder tot € 529,-/jaar24). Benutting van zon-opwek loont hiermee extra.
Figuur 6
24) In de modellering wordt uitgegaan van een afschaffing van de salderingsregeling, zie Bijlage 2. 25) Het huidige beeld is dat vooralsnog veel batterijen sturen op onbalansmarkten, in een vervolganalyse dient het effect hiervan op de netwerkkosten te worden verdiept.
Stap 0.
Stap 1.
Modaal huishouden
+ hybride warmtepomp
€285
€452 -0,9% €282
of full-electric warmtepomp
€562
+59%
-3,7%
€435 +54%
€513
Stap 2.
Stap 3.
Stap 4.
+ elektrische auto
+ zonnepanelen
+ thuisbatterij
€655
€636
€662
+45%
-16,2% -3%
-16,8% +4%
-22,4%
€549
€529
€514
+26%
-4%
-3%
€558 Tarief 2030 Onder huidig systeem
Stapsgewijze verduurzaming van een modaal huishouden. Tarieven getoond ten op zichtte van het capaciteitstarief in 2030 onder het huidige stelsel. Lichtbruin zonder gedragsverandering en donkerbruin met.
26
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Huishoudens met hoog energieverbruik voor bijvoorbeeld medische apparatuur vormen een kwetsbare groep bij wijziging van het tariefstelsel
Hoewel een gemiddeld huishouden erop vooruit zal gaan ten opzichte van de netwerkkosten in 2030 onder het huidige systeem, bestaan er ook uitzonderingen. Met name huishoudens met een hoog basisverbruik waarin maar zeer beperkt gestuurd kan worden, zoals huishoudens die in sterke mate afhankelijk zijn van bijvoorbeeld medische apparatuur, vormen hierin een risicogroep. Deze huishoudens zijn afhankelijk van bijvoorbeeld beademingsapparaten met een groot energiegebruik, moeten omwille van medische klachten de temperatuur in huis vaak hoger instellen dan gebruikelijk en hebben ook in huis regelmatig ondersteunende apparatuur die altijd aan moet staan (te denken valt aan automatische deuren, trapliften et cetera). Hierdoor is hun basisverbruik gedurende het hele jaar hoog en niet-flexibel. Wanneer we doorrekenen wat dit betekent voor het doorgerekende voorbeeldhuishouden met een basisverbruik van 6.589 kWh, zien we dat een dergelijk huishouden onder het tijdgebonden kWh-tarief al snel € 774,-/jaar kwijt zal zijn aan netwerkkosten. Hoewel hierin wellicht een kleine winst te behalen valt voor deze casus door vraagsturing (tot € 707,-/jaar), blijven de netwerkkosten hoger dan dat ze onder het huidige stelsel in 2030 zouden zijn geweest.
Hoewel juist, zoals eerder geïllustreerd, de meeste kwetsbare huishoudens (op basis van inkomen) erop vooruit gaan, zal dat niet voor iedereen zo zijn. Deze uitzonderingsgroep behoeft daarom extra aandacht en het is aan te raden flankerend beleid te formuleren om hen te beschermen tegen oplopende kosten. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de dertigduizend huishoudens (zie paragraaf 4.3.3 voor een toelichting op de schattingen van groepsgroottes). Tijdgebonden kWh-tarief gunstig voor huishoudens met een warmtenetaansluiting en/of publieke laadpaal
Huishoudens die voor hun warmtevoorziening al de verduurzamingsstap gemaakt hebben naar een warmtenet, betalen in het huidige tariefstelsel ook mee aan de verduurzaming van andermans warmtevoorziening. Hetzelfde geldt voor eigenaren van een elektrisch voertuig dat opgeladen wordt bij een publieke laadpaal: zij betalen netkosten voor de publieke laadpaal en betalen via het huidige tariefstelsel mee aan de netkosten van andermans elektrische voertuig. Bij invoering van een tijdgebonden kWh-tarief gaat een
appartementbewoner met aansluiting op een warmtenet én EV geladen via een publieke laadpaal slechts € 250,-/jaar betalen. Netkosten van grote huishoudens stijgen licht
Grote huishoudens hebben over het algemeen een hoger elektriciteitsverbruik, ook zonder aanvullende elektrificatie zoals een hybride warmtepomp of EV. Een huishouden van twee volwassen en vier kinderen kan op jaarbasis al snel zo’n 5722 kWh verbruiken. Bij invoering van een tijdgebonden kWh-tarief gaat een dergelijk huishouden € 630,-/jaar betalen. Het huishouden kan dit bij gedragsverandering terugbrengen tot € 615,-/jaar. De netkosten van grote huishoudens zullen dus zonder aanvullende elektrificatie licht stijgen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat hun kosten vooral zullen afhangen van de specifieke verbruikssituatie. Deze kosten zijn gebaseerd op een gezin dat veel verbruik heeft in de dure avonduren. De netkosten van een huishouden dat zijn verbruik over de dag verspreidt, kunnen aanzienlijk lager uitvallen. Huishoudens met aanzienlijke elektrificatie gaan meer betalen, maar deze stijging kan beperkt blijven door te reageren op de tariefprikkel
Zoals al bleek uit de analyse van het modale huishouden, nemen de netwerkkosten over het algemeen toe wanneer huishoudens vergaande stappen zetten richting elektrificatie. Een 2-onder-1-kapwoning met een hybride warmtepomp en een elektrische auto gaat (ondanks acht zonnepanelen) met een tijdgebonden kWh-tarief inderdaad aanzienlijk meer betalen. Bij een gelijkblijvend verbruiksprofiel stijgen de netwerkkosten tot € 874,-/ jaar. Tegelijkertijd heeft een dergelijk huishouden veel meer apparatuur tot zijn beschikking waarvan het verbruik naar andere momenten verplaatst kan worden. Indien dit huishouden zou reageren op de prijsprikkel, zouden zijn netwerkkosten aanzienlijk kunnen worden gereduceerd tot € 687,-/jaar. Het loont voor deze huishoudens, die het net zwaar belasten, dus om hun gedrag aan te passen.
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
De netkosten van maximaal geëlektrificeerde woningen verdubbelen, maar deze huishoudens kunnen hun rekening sterk beïnvloeden
Hoewel maximale elektrificatie voor het overgrote deel van de huishoudens in 2030 nog zeer onwaarschijnlijk is, bekijken we ook het extreme geval waarin een huishouden volledig elektrificeert. De netwerkkosten van een vrijstaande woning met warmtepomp, twee elektrische auto’s, twintig zonnepanelen en een thuisbatterij (10 kWh) verdubbelen tot € 1149,-/jaar. Wanneer een dergelijk huishouden zijn verbruik- en laad/ontlaadgedrag aanpast op het tijdgebonden kWh-tarief, dalen de netwerkkosten met meer dan 30% tot een bedrag van € 782,-/jaar. Hoewel dit nog steeds aanzienlijk meer is dan het verwachte nettarief van €557,98/jaar, verbruikt dit huishouden met 9.647 kWh/jaar drie tot vier keer meer elektriciteit dan een gemiddeld huishouden en belast het huishouden het elektriciteitsnet daarmee ook aanzienlijk meer. Daarnaast heeft een volledig geëlektrificeerd huishouden geen aansluiting meer nodig op het gasnet.
27
28
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Zes voorbeeldhuishoudens Bij het huidige nettarief, en het nieuw nettarief zonder en met gedragsverandering
Elektrische apparatuur
WP-ruimte
Hybride WP-ruimte
EV thuis
Kwetsbaar huishouden
Appartementeigenaar
Modaal huishouden
Een huishouden met een relatief hoog elektriciteitsverbruik, maar met beperkte mogelijkheden om gedrag te veranderen. Hoge elektriciteitskosten door medische apparatuur, een hybride warmtepomp en een kleine EV.
Een eenpersoons huishouden in een appartement. Het huishouden is aangesloten op een warmtenet. De appartement eigenaar heeft een EV, maar laat deze op aan een publieke laadpaal voor hun huis.
Een modaal huishouden in rijwoning uit de jaren 70. Het huishouden heeft een HR-ketel voor verwarming.
Jaarverbruik 6.589 kWh
Jaarverbruik 2.623 kWh
Jaarverbruik 2.801 kWh
Huidig tarief
Nieuw tarief € 774
€ 558
Gedragsverandering
€ 707
€ 558
€ 558 € 250
~ 30k
€ 285
€ 248
200-550k
€ 282
2 – 3,4 mln
Een huis vol
Duurzaamheidsambitie
Maximale elektrificatie
Een gezin van vier kinderen in een typische eengezinswoning uit de jaren 80. Het huishouden maakt gebruik van een HR-ketel voor verwarming.
Een gezin wonend in een 2-onder-1 kap nieuwbouwwoning, met al vergaande stappen in verduurzaming. Met een hybride warmtepomp, een EV en een set van 8 zonnepanelen.
Een vrijstaande woning met een zeer hoog elektriciteitsverbruik. Een vrijstaande woningen met een full-electric warmtepomp, twee EVs, 20 zonnepanelen en een thuisbatterij.
5.722 kWh
7.819 kWh
9.647 kWh (-)
Zelfverbruik PV (-) € 558
220-410k Figuur 7
WP-water
€ 630
€ 615
€ 1.149
(-)
Op- en ontladen
€ 874 € 558
90-260k
Zes voorbeeldwoningen met netwerkkosten onder het huidige tarief, het nieuwe tarief en met en zonder gedragsverandering. Tevens is het jaarlijkse elektriciteitsverbruik getoond, met een onderverdeling per apparaat (zie legenda rechtsboven).
€ 687
€ 782
€ 558
90-180k
29
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
De totale kosten van warmtenetaansluiting verbeteren aanzienlijk, de elektriciteitsnetkosten voor een (hybride) warmtepomp veranderen beperkt ten opzichte van de klassieke cv-ketel
We onderzoeken het effect van het tijdgebonden kWh-tarief op de businesscase van verschillende duurzame verwarmingsinstallaties. Hiervoor kijken we naar de kosten over de levensduur van de verwarmingsinstallaties. Hierin worden afschrijving, financieringslasten, onderhoud, jaarlijkse variabele energiekosten en meerkosten voor vastrecht onder het huidige en het nieuwe stelsel meegenomen. De overstap van gas naar een warmtenet verandert de netwerkkosten voor elektriciteit en zodoende de businesscase niet. Wel lieten de voorbeeldhuishoudens zien dat warmtenetwoningen (vaak appartementen of stads woningen) door laag elektriciteitsverbruik er op de totale netwerkkosten veelal sterk op vooruit gaan. Doordat de (hybride) warmtepomp elektriciteit in plaats van gas verbruikt, gaat de businesscase er met het nieuwe nettarief iets op achteruit; voor het uitgelichte rijtjeshuis hieronder met respectievelijk 9,8 en 8,2%. Slim sturen kan de stijging wat dempen met respectievelijk 0,8% en 1,2%. Deze veranderingen zijn relatief klein en veranderen de businesscase in vergelijking met de referentie van een cv-ketel slechts beperkt. Voor dit type woning lijkt een hybride warmtepomp de meest voordelige keuze26).
Vergelijking van businesscases bij overstap naar duurzame warmtevoorziening Totale kosten over levensduur (TCO), 2030 Voor vastrecht zijn de meerkosten t.o.v. gasreferentie en van huidig naar nieuw systeem getoond
+8,2% -1,2%
Rijwoning, bouwjaar 1946-1965 Energielabel B* € 4.000
+33,1% € 3.000 €2.405 € 2.000
Voor de meeste warmtenetwoningen dalen de totale netwerkkosten (zie voorbeeldhuishoudens)
€3.388
€3.665
€3.620
+9,8% -0,8%
€2.667 €2.667
€1.806
€1.712
€1.879
Gasreferentie
€1.865
€ 1.000
€0
Geen vastrechtgas meer en geen verhoging vastrecht elektriciteit “Huidig systeem”
-€ 1.000 2023
2030
Huidig Nieuw systeem systeem
Huidig Nieuw Nieuw systeem systeem systeem (met sturing)
Huidig Nieuw Nieuw systeem systeem systeem (met sturing)
Warmtenet
Hybride warmtepomp
All-electric warmtepomp
Gasreferentie CV-ketel Afschrijving Financieringslasten Figuur 8
26) Voor elk woningtype, bouwjaar en energielabel geldt een andere businesscase. Zo is de businesscase voor een warmtenet bij appartementen doorgaans beter dan voor rijtjeshuizen. Het doel van dit figuur is de impact van de netwerkkosten op de businesscase uit te lichten.
Meerkosten vastrecht Onderhoud
Jaarlijkse energiekosten variabel
Vergelijking van de businesscase over de totale levensduur van een verwarmingsinstallatie, onder het huidige netwerktarief en het nieuwe. Hierin zijn de afschrijving, financieringslasten, de meerkosten vastrecht (het verschil in netwerkkosten onder het huidige en nieuwe systeem), onderhoud en jaarlijkse variabele energiekosten meegenomen. De businesscase is afgezet tegen de gasreferentie in 2030.
30
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Reflectie op een (tijdsgebonden) piekvermogentarief Naar verwachting leidt een piekvermogentarief tot een soortgelijke verdeling van kosten over gebruikers. Er is geen reden om aan te nemen dat deze significant anders zal zijn dan in de bovenstaande analyse.
4.1.3
Begrijpelijkheid en risico’s van tijdgebonden kWh-tarief
De begrijpelijkheid van een alternatief is altijd lager dan die van het huidige tariefstelsel
De elektriciteitsrekening is in het algemeen voor de meeste consumenten moeilijk te doorgronden. De meerderheid van de consumenten is zich er bijvoorbeeld mogelijk niet van bewust wat hun nettarief behelst. Omdat het momenteel een vast bedrag betreft, is het nettarief weinig complex en leven er daarom wellicht beperkt vragen over. Dit zal zeer waarschijnlijk veranderen wanneer het nettarief aangepast wordt naar een variabel bedrag gedurende de dag. Elk alternatief nettarief, zo ook een tijdgebonden kWh-tarief, zal een hogere complexiteit met zich meebrengen voor de consument27).
Op basis van ervaringen uit deze landen en de literatuur28) blijkt dat in de uitleg aan de consument drie zaken zeer helder dienen te worden gemaakt: waarom het stelsel wordt ingevoerd, hoe het werkt, en hoe erop geacteerd kan worden. Bij motivering voeren zaken als (toekomstige) betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet, duurzaamheid en een rechtvaardige kostenverdeling de boventoon. De werking van het stelsel kan worden geduid met infographics, heldere energienota’s en simulatie- of educatieapps. Ook kan gebruik worden gemaakt van versimpelde gedragsregels zoals ‘laad je auto als het even kan op in de nacht of rond het middaguur’ of ‘stel je was uit tot lunch- of bedtijd’. Voor handelingsperspectief van de consument is het van belang dat er in de aanloop van de invoering voldoende flexibiliteit is ontsloten, bijvoorbeeld door (slimme) stuurbaarheid van groot verbruikende elektrische apparaten (EVs, warmtepompen) te normeren.
Communicatie richting de consument moet gericht zijn op de motivering, de werking en het handelingsperspectief
Om een nieuw prijsstelsel succesvol te introduceren, is het belangrijk dat het goed uit te leggen is aan het bredere publiek om zo draagvlak te creëren, voldoende respons op de prijsprikkel te bewerkstelligen en ervoor te zorgen dat iedereen erop kan acteren. De nettariefstelsels in het buitenland laten zien dat consumenten tijdgebonden tarieven kunnen accepteren. Figuur 9 laat zien dat Nederland een uitzondering vormt in Europa.
27) Zie Hoofdstuk 5 voor de kwestie over hoe en door wie (voornamelijk) een nieuw stelsel uitgelegd zal moeten worden aan de consument.
28) Berenschot heeft in een (voor)onderzoek meerdere experts geïnterviewd, waaronder netbeheerders en toezichthouders uit andere Europese landen. Deze deelden ervaringen van hun eigen tariefstelsel en wijzigingen daarin. Tevens is er een literatuurstudie gedaan naar de gedragsverandering en demand response-programma’s.
31
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Netwerktarieven in andere, veelal Europese landen
Automatisering bevordert gemak en begrip van een nieuw stelsel
Figuur uit onderzoek Fluvius
Ook kan automatisering een grote bijdrage leveren aan het gemak van acteren op een tijdgebonden kWh-tarief. Hoewel automatische aansturing momenteel nog beperkt is, worden vooral de grote energievragers, zoals (hybride) warmtepompen, steeds vaker uitgerust met de mogelijkheid om ze te programmeren. De invoering van een alternatief nettarief zal een extra stimulans geven aan de markt om aanstuurbaarheid van apparatuur verder te ontwikkelen.
ToU intraday
ToU blok
Geen TOU
dag/nacht, seizoen, ...
kW (*) Huidig model
kWh
Aanvullend kan dit versneld ontsloten worden door te sturen op standaardisering en normering. Dergelijke automatische aansturing maakt het voor een consument aanzienlijk makkelijker om in te spelen op variabele nettarieven. Geëlektrificeerde huishoudens lopen een groter risico op een hoge rekening en verdienen dus extra aandacht
Tijdsgebonden kWh
kW & kWh In de meerderheid van de Westerse landen geldt momenteel al een tijdgebonden time-of-use-tarief (ToU) dat tarifeert op kWh (& kW). Nederland vormt hierin een uitzondering. ToU: Time-of-use, betreft tijdsgebonden nettarieven Intraday: Uurtarieven, elk uur een andere prijs Figuur 9
Figuur aangepast vanuit het onderzoek van het Belgische Fluvius29) naar de nettarieven in andere, veelal Europese landen. Binnen hun categorisering zou Nederland verschuiven naar een ToU-tarief op basis van kWh.
29) Onderzoek naar Time-of-Use tarieven en injectie – december 2023 (Fluvius).
Wanneer het nieuwe nettarief niet goed begrepen wordt, kan dit leiden tot een hogere elektriciteitsrekening dan wanneer het nieuwe nettarief wel begrepen wordt én erop geacteerd wordt. Voor het merendeel van de huishoudens zal dit echter een beperkt verschil betreffen. Bovendien valt voor hen de energierekening vaak lager uit dan met het huidige stelsel het geval zou zijn. Zoals de casuïstiek laat zien in figuur 7, zijn het vooral de ver-geëlektrificeerde huishoudens waar de rekening hoog kan uitvallen in het geval er niet geacteerd wordt. Deze groep, eigenaren van woningen uitgerust met (hybride) warmtepompen en EV, zullen dus extra aandacht moeten krijgen in termen van educatie en voorlichting. De voorspelbaarheid van netwerkkosten neemt af en brengt met name voor huishoudens met een laag inkomen risico’s met zich mee
Door de netwerkkosten afhankelijk te maken van verbruik neemt de voorspelbaarheid van de kosten af. In een koude winter zullen huishoudens met hogere netwerkkosten eerder geconfronteerd worden dan in een warme winter. Hoewel de netwerkkosten voor de meeste huishoudens afnemen (en met name voor lage inkomens) ten opzichte van de netwerkkosten in 2030 onder het huidige stelsel, vormt deze onvoorspelbaarheid toch een risico voor met name huishoudens met een laag inkomen. Dit risico is momenteel ook al
32
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
aanwezig in de component van de leveringstarieven. Verbruik is altijd een onzekere factor en wordt door veel energieleveranciers afhankelijk van historisch verbruik en type woning vooraf ingeschat en vaak gemiddeld over het jaar. Een soortgelijke aanpak kan helpen om de risico’s van fluctuerend verbruik en daarmee gepaard gaande onvoorspelbare kosten te mitigeren.
Reflectie op een (tijdsgebonden) piekvermogentarief Piekvermogentarief: naar verwachting scoort een piekvermogentarief, met een gemiddelde maandpiek, soortgelijk op complexiteit voor kleinverbruikers. Aan de ene kant kan afrekenen op een vermogen (kW) iets complexer zijn dan afrekenen op een verbruik (kWh), omdat er dan twee grootheden op de energierekening zullen verschijnen (zowel kWh als kW). Anderzijds rekent dit tariefstelsel, in tegenstelling tot het tijdgebonden kWh-tarief, maar met één tarief (€/kW) en bestaan er dus niet meerdere tarieven over een dag. Ook voor deze variant zou gebruik van communicatiemiddelen (apps, voorlichtingscampagnes, versimpelde nota’s etc.) van groot belang zijn voor het creëren van begrip bij de consument. Bovendien zorgt automatisering en slimme apparatuur voor meer (passief) handelingsperspectief. Tijdgebonden piekvermogentarief: een tijdgebonden piekvermogentarief, met een gewogen gemiddelde maandpiek, combineert twee sturingsprincipes (tijd en piekvermogen). Hierdoor wordt het tarief intrinsiek complexer dan een ‘pure’ tariefvariant zoals het tijdgebonden kWh-tarief of het piekvermogentarief. Dit wordt geïllustreerd door een voorbeeld uit Spanje, waar recentelijk een combinatievariant is ingevoerd. Daar blijkt dat men het stelsel beperkt begrijpt.
Vooral twee prijzen, de ene voor levering op volume (kWh) en de ander voor netwerk op vermogen (kW) die ook nog eens variëren in de tijd, blijkt erg complex. Het is te verwachten dat dit voor een tijdgebonden piekvermogentarief ook het geval zou zijn.
4.2 Impact op de businesscase publieke laadpalen Het voorgestelde tariefstelsel zou niet alleen gaan gelden voor huishoudens, maar voor alle aansluitingen kleiner dan 3x80 ampère. Hieronder vallen ook publieke laadpalen. We onderzochten hoe de businesscase van publieke laadpalen verandert tussen het huidige en het nieuwe tariefstelsel, zonder en met slim laden. Er is gekeken naar 25 individuele publieke laadpaalprofielen over een jaar, met twee oplaadpunten per laadpaal30). Door het tariferen van verbruik (kWh) in de netwerkkosten verbetert de businesscase van weinig-gebruikte publieke laadpalen aanzienlijk. De businesscase voor veelgebruikte (reeds renderende) laadpalen verslechtert echter. Tot slot kunnen kostenbesparingen worden gerealiseerd door een slim laden-functionaliteit te richten op de netwerktarieven; ook binnen het beperktere aantal uren aan de lader ten opzichte van thuisladers.
4.2.1 De businesscase van publieke laadpalen wordt voor exploitatiebeheerders sterk afhankelijk van de mate van gebruik Onder het nieuwe tariefstelsel is de impact op publieke laadpalen sterk afhankelijk van de mate van gebruik. De netwerkkosten zijn nu immers naast tijds- ook volume-afhankelijk (per kWh). Hierdoor is een grote spreiding te zien in de netwerkkosten tussen de individuele doorrekenende laadpaalprofielen, variërend tussen de € 289,- en tot € 1.505,- per jaar (bij twee laadpunten per paal). Gemiddeld gezien stijgen de netwerkkosten (zonder slim laden gericht op de netwerktarieven) met 7,3%. Voor weinig-gebruikte laadpalen is het gunstig dat er geen vast netwerktarief wordt gerekend, omdat daarmee de vaste component van het huidige tarief afneemt. Dit verbetert het perspectief voor het faciliteren van laadinfrastructuur in dunbevolkte gebieden. Voor veelgebruikte laadpalen stijgen echter de netwerkkosten. Daarentegen renderen deze laadpalen überhaupt al beter. Nieuw tariefstelsel maakt het aanbieden van slim laden financieel aantrekkelijker
Tevens is er gekeken naar het effect van slim laden voor publieke laadpalen. Voor deze modellering is een beperktere ruimte voor verbruiksverschuiving verondersteld dan voor 30) Deze profielen zijn gegenereerd door middel van de profielengenerator van ElaadNL.
33
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
thuislaadpalen. Zo wordt er in de publieke laadpaalprofielen van ElaadNL bijvoorbeeld vaker overdag (en minder ’s nachts) geladen en zijn de oplaadcycli waarbinnen kan worden geschoven doorgaans korter. Desondanks kunnen slimme publieke laadpalen een deel van het verbruik schuiven naar de goedkopere uren van de middag. Dit resulteert in een gemiddelde kostenreductie van 18%.
Netwerkkosten publieke laadpalen
Reflectie op piekvermogentarief Een (tijdsgebonden) piekvermogentarief is bij een publieke laadpaal lastig door te rekenen aan een specifieke klant. Wanneer een andere klant eerder die maand al op een hoog vermogen heeft opgeladen, is de nieuwe piek niet meer aan de nieuwe klant toe te rekenen. Dit resulteert er waarschijnlijk in dat de hogere kosten verdeeld zullen worden over alle klanten en er dus geen prikkel meer bestaat om op laag vermogen/ slim te laden. Wellicht zijn er mogelijkheden vanuit de aanbieder richting de klant om dit te verhelpen (bijvoorbeeld korting bij slim laden-functionaliteit met begrenzing).
2 charging points, 2030 o.b.v. 25 laadpaal profielen van Elaad € 1.505 € 600
€ 557,98
€ 598,73
4.3 Impact op niet-huishoudelijke kleinverbruikers € 1.313
€ 520,53 € 400
€ 200
€ 289
€ 202
€Originele kosten Figuur 10
Regulier laden
Slim laden
De netwerkkosten voor een exploitant van publieke laadpalen onder het huidige stelsel in 2030, en onder het nieuwe stelsel, zonder en met slimme sturing. Gebaseerd op 25 profielen van ElaadNL31, met twee oplaadpunten per laadpaal.
Een alternatief tariefstelsel voor kleinverbruik zou gaan gelden voor alle aansluitingen met een aansluitwaarde tot en met 3x80 ampère. De meeste huishoudens maken gebruik van aansluitingen tot 3x25 ampère en vormen met 90% de grote meerderheid van alle aansluitingen binnen het segment kleinverbruikers. De overige niet-huishoudelijke aansluitingen zijn veelal in gebruik door het midden- en kleinbedrijf (mkb), maar ook door overheidspartijen, onderwijs-, sport- en cultuurinstellingen (zie Bijlage 4). Omdat het daarbij vaker om grotere aansluitingen gaat dan die van huishoudens, vertegenwoordigen zij toch nog zo’n 15% van het totale elektriciteitsverbruik van alle kleinverbruikers. Daarom zou het goed zijn om ook voor het niet-huishoudelijke aansluitingen in beeld te hebben wat het effect van een alternatief nettarief zou zijn. Dit wordt echter bemoeilijkt door 1) de grote variëteit aan en 2) een gebrek aan inzicht in casuïstiek ten aanzien van elektriciteitsverbruik en -profielen binnen deze groep. Om toch een inschatting te kunnen maken van de impact voor niet-huishoudelijke aansluitingen hebben we een analyse gedaan op het type verbruikers waaruit deze groep bestaat, door hen in te delen op basis van typisch verbruiksmomenten (zie Bijlage 4).
Op basis van deze indeling hebben we vijf verbruiksprofielen gesimuleerd, voor welke we doorrekenen wat de financiële consequenties zijn van de voorgestelde tariefrichting.
34
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
4.3.1
Casuïstiek voor niet-huishoudelijke aansluitingen
De voorgestelde tariefrichting pakt zeer verschillend uit voor typen niet-huishoudelijke aansluitingen. De omslag van een vermogens- (kW) naar verbruikstarief (kWh) bevoordeeld inherent relatief klein verbruik binnen hun aansluiting. Vooral niet-huishoudelijke klanten met (moeilijk verschuifbare) avondpieken ondervinden negatieve financiële effecten. Ochtend- en middagpiekende bedrijven profiteren juist van de daluren. Gesimuleerde profielen laten zien hoe het nieuwe tarief positief kan uitpakken voor ochtend- en overdagpiekende aansluitingen, maar voor vlakke profielen, nachtpieken en met name avondpieken negatief
Om ondanks de grote variëteit aan niet-huishoudelijke aansluitinge, toch inzicht te kunnen bieden in de impact van het tijdgebonden kWh-tarief op deze groep, hebben we een verdeling gemaakt naar vijf typen verbruiksprofielen. Deze gesimuleerde profielen variëren met een ‘ochtendpiek’, ‘overdagpiek’, ‘avondpiek’, ‘nachtpiek’ of een ‘vlak profiel’ (Figuur 11, bovenste paneel). Bijlage 3 toont op basis van sbi-codes een inschatting van de verdeling niet-huishoudelijke aansluitingen over deze vijf typen verbruiksprofielen.
Verbruiksprofielen, netwerkkosten en typische bedrijfstakken Voor de gegenereerde profielen Verbruiksprofiel, over een gemiddelde dag in 2030, jaarverbruik 25.000 kWh
5,0
Het gehanteerde prijsprofiel beprijst de doorgaans hoge netbelasting van huishoudens in met name de avond en stimuleert verbruik in de middag en diep in de nacht. Het alternatieve nettarief is zodoende naar verwachting voordeliger voor klein-zakelijke aansluitingen met verbruik in de daluren. Dit komt overeen met onze analyse waarin verbruiksprofielen met
Nachtpiek Vlakprofiel
4,0 3,0 2,0 1,0 0
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19 20 21 22 23
Uren (van de dag)
Jaarlijkse transportkosten, bij 25.000-40.000 kWh/jaar, 3x50A aansluiting, 2030
€ 8.000 € 6.000 € 5.000 € 4.000
Voor aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25 ampère hanteren we hetzelfde prijsprofiel, maar een grotere waarde voor de basislast (een vertaling van het tijdgebonden kWh-tarief naar aansluitingen met een grotere doorlaatwaarde staat beschreven in Bijlage 4). Figuur 11 toont in het middelste paneel hoe deze profielen zich vertalen naar transportdienstkosten onder het tijdgebonden kWh-tarief. Hierbij worden in het staafdiagram voor elk profiel een gemiddeld en een hoog verbruiksscenario getoond (verbruik van 25.000 kWh en 40.000 kWh per jaar bij een aansluiting van 3x50 ampère en bijbehorende basislast). De rode lijn toont het tarief dat voor deze aansluiting zou worden betaald bij het huidige tariefstelsel. Tot slot toont Figuur 11 een aantal typische bedrijfstakken die een dergelijk verbruiksprofiel hebben (onderste paneel).
Ochtendpiek Overdagpiek Avondpiek
6,0 kW
€ 3.000 € 2.000 € 1.000 €0
Basislast 40.000 kWh
25.000 kWh Oude tarief
€ 7.389
€ 3.755 € 4.408 €1.081
€2.198 € 4.015
€ 3.328
€933
€ 5.191
€ 5.289
€ 5.132 €1.352
€ 3.082
€ 3.780
€1.411
€ 3.878
€1.801
€1.555
€3.664
€2.253
€2.352
€1.527
€1.527
€1.527
€1.527
€1.527
Ochtendpiek
Overdagpiek
Avondpiek
Nachtpiek
Vlakprofiel
Typische bedrijfstakken, SBI-codes 2008
Figuur 11
20% ~150k
48% ~350k
13% ~90k
4% ~30k
15% ~110k
F Bouwnijverheid A Landbouw, … H Vervoer I Horeca …
K Financiële dienstverlening O Openbaar bestuur …. P Onderwijs …. J Informatie en communicatie …
I Horeca R Cultuur, sport … S Overige dienstverlening ….
I Horeca R Cultuur, sport … S Overige dienstverlening …..
C Industrie D Energievoorziening E Water en afvalbeheer Q Gezondheids-, welzijn.. …
Verbruiksprofielen, transporttarieven en typische bedrijfstakken van een vijftal gegenereerde profielen van klein-zakelijke aansluitingen. Voor vijf gesimuleerde profielen is berekend hoe het tijdgebonden kWh-tarief uitpakt bij twee verschillende jaarverbruiken (25.000 kWh en 40.000 kWh). Het onderste paneel geeft een inschatting van typische bedrijfstakken die onder de vijf typen verbruiksprofielen zouden passen.
35
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
een ochtend- en overdagpiek er bij een gemiddeld verbruik op vooruit gaan. Bij een hoog verbruik gaan zij meer betalen. Deze twee categorieën omvatten gezamenlijk het grootste deel van de niet-huishoudelijke aansluitingen: ±500k klein-zakelijke aansluitingen en ±68% van het totaal (zie figuur 11). Hierbij kan gedacht worden aan bouwbedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en kantoorbanen zoals zakelijke dienstverlening, ICT en communicatie. ‘s Nachts piekende en vlakke verbruiksprofielen blijven bij gemiddeld verbruik ongeveer hetzelfde betalen als bij het huidige tariefstelsel in 2030 het geval zou zijn. Bij hoger dan gemiddeld verbruik gaan zij er echter al snel op achteruit, waarbij de grootte van dit effect afhankelijk is van het jaarverbruik. Deze twee verbruiksprofielen representeren naar schatting ±140k klein-zakelijke aansluitingen en 19% van het totaal. Het betreft typisch (kleine) industrie en maakbedrijven, energievoorzieningsbedrijven, water- en afvalbeheer en gezondheidszorg. Profielen met een sterke avondpiek zullen echter vrijwel zeker een negatief financieel effect ondervinden van het nieuwe nettarief, doordat zij met name verbruiken tijdens de duurste uren. Dit kan, afhankelijk van het verbruik, tot aanzienlijk hogere transportkosten leiden. Bij hoog verbruik kan dit oplopen tot een verdubbeling van de transportdienstkosten.
Het gaat binnen deze groep naar schatting om ±90k klein-zakelijke aansluitingen en 13% van het totaal. Typische avondverbruikers zijn bijvoorbeeld horeca, sportverenigingen en de kunst- en cultuursector. In hoeverre gedragsverandering mogelijk is of wat voor verlichting oplossingen als opslag(batterijen) kunnen bieden om verbruik te verplaatsen is niet onderzocht.
4.3.2 Wat betekent dit voor niet-huishoudelijke aansluitingen? De diversiteit en het gebrek aan informatie over klein-zakelijke aansluitingen bemoeilijkt het duiden van de impact. In de detailuitwerking dient meer aandacht te worden besteed aan de effecten van een alternatief nettarief voor niet-huishoudelijke aansluitingen. Dit is van belang voor zowel het ontwerpen van de tariefrichting, als voor het mogelijk bijsturen van onredelijke effecten.
De impact van het voorgestelde nettarief op niet-huishoudelijke huishoudens varieert sterk per bedrijfstak
Uit bovenstaande analyse blijkt de heterogeniteit van de groep klein-zakelijke aansluitingen, in tegenstelling tot de relatief homogene groep huishoudens. Hierdoor is de impact van de voorgestelde tariefrichting dan ook zeer uiteenlopend en afhankelijk van sectorspecifieke factoren zoals omvang van verbruik, moment van afname, huidige aansluiting en potentie voor verbruiksverschuiving. Dit bemoeilijkt een algemene duiding van de impact voor deze groep. Onze verwachting is dat de impact op specifieke bedrijfstakken hoog kan zijn, omdat zij bijvoorbeeld op dure momenten typisch een hoog verbruik hebben dat bovendien een lagere flexibiliteit kent dan bij huishoudens: een restaurant kan avondverbruik waarschijnlijk beperkter verschuiven dan een huishouden dat een auto thuis laadt. In de uitwerking van de tariefrichting zouden daarom in meer detail gekeken moeten worden naar de sectoren die een grotere kans lopen op grote impact van deze tariefrichting. Hierbij kan bijvoorbeeld gericht onderzocht worden wat de impact en het handelingsperspectief is voor groepen met een typisch ‘avondpiek’-profiel. Impact waarschijnlijk overwegend positief voor meerderheid kleinzakelijke klanten; impact voor bedrijven met avondpiek nadelig
De impactanalyse laat zien dat de financiële impact van het voorliggende nettarief voor bedrijven met een gemiddeld verbruik en een ‘ochtend’ en ‘overdag’-piek gunstig zal uitvallen en voor bedrijven met een ‘vlak’ en ‘nacht’-profiel neutraal. Tegelijkertijd zullen binnen deze groepen de bedrijven met een gemiddeld hoog verbruik juist in het algemeen meer gaan betalen. Dit is in die zin in lijn met de wens om het nieuwe nettariefstelsel kostenreflectiever te maken. Gezamenlijk vormen deze bedrijven een ruime meerderheid van de klein-zakelijke aansluitingen (±87%). De impact zal dus waarschijnlijk overwegend positief zijn. Een uitzonderingsgroep wordt gevormd door de bedrijven met een typische ‘avond’-piek: deze bedrijven zullen hun netwerkkosten naar alle waarschijnlijkheid flink zien stijgen. Omdat hun bedrijfsvoering typisch in de avonduren plaatsvindt, is het naar alle waarschijnlijkheid slechts in beperkte mate mogelijk om vraag te verschuiven. Zodoende zal voor deze groep bedrijven (±13%) de impact van het voorliggende nettarief financieel ongunstig uitpakken.
36
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Er is onvoldoende informatie beschikbaar over klein-zakelijke aansluitingen
Casuïstiek van daadwerkelijke (geanonimiseerde) verbruiksprofielen kan meer inzicht bieden in de impact op specifieke klein-zakelijke aansluitingen. Verbruiksprofielen voor kleinzakelijke klanten zijn echter nauwelijks voorhanden (zie Bijlage 4 voor enkele voorbeelden). Ook de regionale netbeheerders hebben hier weinig tot geen inzicht in, wat het inschatten van de impact van een alternatief nettarief bemoeilijkt. Deze analyse is dan ook een eerste inschatting. We adviseren de netbeheerders om na te denken over het ontsluiten van data van kleinverbruikers voor onderzoeksdoeleinden zoals bijvoorbeeld van klant-specifieke verbruiksprofielen op laagspanningsniveau. In de detailuitwerking dient meer aandacht te worden besteed aan het verkrijgen van daadwerkelijke (geanonimiseerde) verbruiksprofielen bijvoorbeeld door deze uit te vragen. Wanneer profielen niet beschikbaar zijn dan is het van belang het verkrijgen van deze te agenderen.
4.3.3 Aanbevelingen Beschouw in de detailtuitwerking de verschillende methodes voor het bepalen van de prijsreeksen
In bovenstaande analyse is voortgebouwd op de prijsreeksen die zijn gehanteerd voor huishoudens. Omdat deze groep zowel in aantallen als in verbruik de meerderheid van alle kleinverbruiksaansluitingen behelst, en daarmee ook voor een groot deel de kosten draagt, vormt dit voor een eerste impactanalyse een logische keuze. Om binnen elke aansluitcategorie dezelfde kosten te verdelen als onder het huidige stelsel is daarom, zoals toegelicht in Bijlage 4, de basislast voor de hogere aansluitcategorieën opgehoogd. Vanuit het oogpunt van regulering, is dit echter niet de meest logische keuze, omdat de rationale achter deze ophoging niet makkelijk te formuleren is. In de detailuitwerking zijn hiervoor ook andere routes mogelijk, zoals: y Het opstellen van één en hetzelfde prijsprofiel voor alle aansluitingen onder 3x80 ampère, waarbij er geen differentiatie meer gemaakt wordt op basis van de aansluitcategorie (3x25 ampère, 3x35 ampère, etc.). Kort gezegd worden dan alle kleinverbruikinkomsten verdeeld over alle aansluitingen. Dit leidt tot een herverdeling van kosten onder de kleinverbruikers: naar verwachting zullen de kosten voor grotere kleinverbruikaansluitingen afnemen en die voor kleinere kleinverbruikaansluitingen toenemen.
Dit heeft als nadeel dat, met het vervallen van de differentiatie tussen aansluitcategorieën in het transporttarief, ook de prikkel vermindert om voor een kleinere aansluiting te kiezen. y Het opstellen van een eigen prijsprofiel per aansluitcategorie. Hierbij kunnen zowel vorm als hoogte van het profiel worden afgestemd op de netbelasting van de verschillende categorieën en daarmee mogelijk een nauwkeurigere prikkel geven. Deze optie resulteert echter in verschillende prijzen per kWh voor verschillende aansluitcategorieën. Dit is vanuit het oogpunt van regulering moeilijk te beargumenteren. Bovendien gaat het introduceren van verschillende profielen waarschijnlijk ten koste van de begrijpelijkheid voor de consument.
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Deze routes kennen hun eigen voor- en nadelen, die daarom in een detailuitwerking overwogen moeten worden. Onderzoek flankerend beleid om onwenselijke effecten te mitigeren
De intentie van het voorliggende nettarief is het aanmoedigen van vraagverschuiving naar momenten van lage netbelasting. Hierdoor ontstaat bovendien een evenredigere verdeling van kosten op basis van daadwerkelijke netbelasting. Dit heeft als gevolg dat sommige kleinverbruikers meer zullen gaan betalen en andere minder. Het is mogelijk dat er maatschappelijk ongewenste effecten optreden als gevolg van het alternatieve nettarief, zoals bijvoorbeeld in het geval van medische noodzaak. Daarom adviseren wij om te verdiepen op welke effecten als ongewenst beschouwd kunnen worden en om hier mitigerend beleid op in te richten. Ook in de detailuitwerking van het nettarief zijn hier mogelijkheden in, zoals het aanpassen van een eventuele basislast.
Reflectie op (tijdsgebonden) piekvermogentarief Naar verwachting kan een (tijdsgebonden) piekvermogentarief (kW) wezenlijk anders uitpakken dan het tijdgebonden kWh-tarief voor verschillende bedrijven met een kleinverbruikaansluiting. De vermogens- en verbruiksprofielen van niet-huishoudelijke aansluitingenzijn veel heterogener dan bij huishoudens. Relatief grote verbruikers binnen hun aansluitingscategorie met een vlak verbruiksprofiel, zoals volcontinue processen op laag vermogen, betalen aanzienlijk minder onder een piekvermogentarief dan kleinverbruikende bedrijven met een incidentele piekvraag en vice versa.
37
38
HOOFDSTUK 5
Implicaties voor uitvoerders, de toezichthouder en de politiek
39
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
In- en uitvoering van een nieuw tariefstelsel vraagt wat van de betrokken stakeholders. Energieleveranciers verwachten meerkosten, met uiteenlopende schattingen medeafhankelijk van hun klantenbestand, klantenservice en IT-infrastructuur. Ook uiten zij zorgen over het kunnen blijven voldoen aan hun rol binnen het leveranciersmodel. Vanuit de politiek zijn aanpassingen nodig in het wetgevend kader rondom privacy en slimme meter-data. De netbeheerders dienen onder andere IT- en communicatie-infrastructuur uit te breiden en de inkomstenzekerheid neemt af, waar ook de toezichthouder rekening mee moet houden. De invoering van een nieuw stelsel duurt daarom al snel vier tot zes jaar om voor te bereiden en om te komen tot (markt)afspraken.
Leveranciers verwachten meerkosten voor het inen uitvoeren van het nieuwe tariefstelsel
5.1 Leveranciers zullen als mede-uitvoerder additionele kosten maken
Door de invoering van het Nieuwe Marktmodel (MM) verviel het netbeheerdersmodel en werd het leveranciersmodel landelijk doorgevoerd. Een belangrijk doel was het eenvoudiger maken van de energierekening voor de consument. Sindsdien ontvangt de consument slechts één nota en is de leverancier het belangrijkste aanspreekpunt. Ook is de leverancier verantwoordelijk voor het debiteuren risico en het afhandelen van de meterstanden. Netbeheerkosten worden periodiek afgedragen aan de netbeheerders.
De meeste energieleveranciers verwachten meerkosten voor het in- en uitvoeren van een tijdgebonden kWh-tarief. Zij zijn door het leveranciersmodel (zie kader bij paragraaf 5.2) verantwoordelijk voor communicatie met en facturatie aan de klant. Hun inschatting van de meerkosten van een alternatief nettarief lopen uiteen per leverancier en zijn medeafhankelijk van het klantenbestand en de al aanwezige IT-infrastructuur. Veel leveranciers maken zich zorgen over het kunnen voldoen aan hun verplichtingen onder een tijdgebonden kWh-tarief vanwege de beperkte inzage in de meetgegevens van klanten, waardoor zij eventuele vragen niet kunnen beantwoorden. Door de verhoogde complexiteit en beperkte mogelijkheden voor leveranciers om klanten inzicht te bieden zou dit gepaard kunnen gaan met een afbreukrisico voor leveranciers. Leveranciers verwachten dan ook een toename in klantvragen, klachten en geschillen.
Sinds de invoering van het leveranciersmodel (zie kader bij paragraaf 5.2), zijn leveranciers het aangewezen aanspreekpunt voor de consument en zijn zij verantwoordelijk voor de facturatie van de gehele energierekening, inclusief alle energiekosten vanuit de overheid, leverancier en netbeheerder. Een nieuw tariefstelsel verandert en verbreedt mogelijk hun activiteiten binnen deze rol. Leveranciers verwachten meerwerk en hogere kosten door een toename in klantencommunicatie en -service, noodzaak tot meer afstemming en berichtenverkeer met netbeheerders en het moeten aanpassen van IT-systemen en opschalen van dataopslag.
Het Nieuwe Marktmodel (NMM) voor de energiemarkt, sinds augustus 2013
Om dit te verwezenlijken is tevens een capaciteitstariefcode (CAPTAR) en Centraal Aansluitingen Register (C-AR) opgezet. Door de CAPTAR heeft elke aansluiting een code op basis van de aansluitingscapaciteit. De leverancier kan de netbeheerkosten voor elk huishouden berekenen door het dagtarief van de code te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat het huishouden bij hen klant is geweest in het afgelopen jaar. Het C-AR slaat centraal (stam)gegevens op van aansluitingen (zoals persoonsgegevens, contracten, verbruik) waar o.a. netbeheerders en leveranciers in verschillende mate toegang toe hebben. Door het C-AR wordt voor elke aansluiting centraal opgeslagen welke leveranciers deze belevert om discrepanties te voorkomen.
40
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Inschatting meerkosten lopen uiteen tussen leveranciers Aan een representatie van leveranciers is gevraagd een eerste, grove inschatting te maken van de verwachte meerkosten31). Deze inschattingen lopen sterk uiteen per leverancier. Zo geven sommigen aan reeds over de benodigde IT-infrastructuur te beschikken en hun klantenservice te hebben ingericht op dynamische leveringstarieven. Dergelijke leveranciers verwachten dan ook (zeer) beperkte meerkosten. Andere leveranciers, die veelal bredere klantenprofielen bedienen, voorzien grotere meerkosten. Over de breedte is duidelijk dat de structurele uitvoeringskosten groter zijn dan de invoeringskosten. Voor de invoering van het tijdgebonden kWh-tarief wordt aan eenmalige meerkosten voor de energieleveranciers gemiddeld € 0,92 per klant verwacht32), voor bijvoorbeeld het opzetten van IT-systemen en het komen tot (markt)processen. Dit vertaalt zich naar circa € 8,3 miljoen euro voor alle huishoudens33). Gemiddeld gezien verwachten leveranciers binnen iets minder dan een jaar het stelsel te kunnen invoeren, met risico’s op uitloop, medeafhankelijk van ontwerp- en inrichtingskeuzes.