CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A3 Politiek op Inhoud over Investering nieuwbouw Blink

Gemeenteraad 26 november 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Behandeling ingekomen stukken en mededelingen zoals vermeld op de bij deze agenda behorende lijst5.353 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemert, 10 oktober 2024

Geachte griffies van de deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling Blink,

Bijgevoegd stuur ik u voor uw gemeenteraad de volgende stukken: • • •

Antwoord deel I vragen Politiek op Inhoud investering 11,5 miljoen euro nieuwbouw Blink Vervolgvragen investering nieuwbouw Blink Ambtelijke bijstand Politiek op Inhoud investeringsvoorstel nieuwbouw Blink

Vriendelijk verzoek deze informatie te delen met u raad/toe te voegen aan de postlijst. Een service bericht aan uw raad over het plaatsen van onze brief / raadsvraag op uw postlijst wordt erg gewaardeerd evenals een kennisgeving van ontvangst.

Dank voor uw inzet op voorhand, Met Vriendelijke groet, Jan Vroomans

Betreft:

Raadsvraag investering nieuwbouw Blink II

Bijlage:

Ambtelijke bijstand Politiek op Inhoud investeringsvoorstel nieuwbouw Blink

CC:

Gemeenteraden deelnemers GR Blink

Gemert, 10 oktober 2024 Geacht college, Op 11 september heeft Politiek op Inhoud een serie vragen aan het college gesteld over een beoogde investering van 11,5 miljoen euro voor nieuwbouw Blink. Een deel van de vragen heeft u als college zelf kunnen beantwoorden en voor een deel van de beantwoording heeft u de vraag doorgezet naar GR blink. Op de vraag of de investering van 11,5 miljoen euro tot een begrotingswijziging leidt antwoord het college dat dit voor 2024/2025 niet het geval is. Zie onderstaand ook uw antwoord van 1 oktober jl. Deelt u de mening van Politiek op Inhoud dat de beoogde grondaankoop van 2,8 miljoen effect heeft op de begroting 2024 of 2025 en daarmee per definitie een begrotingswijziging tot gevolg heeft? Antwoord: Deze begrotingswijziging heeft geen effect op de begroting 2024 of 2025. Volgens artikel 32, lid 7, van de Gemeenschappelijke regeling Blink 2022 (en vanaf 1 januari 2025 volgens artikel 28, lid 8, van de Gemeenschappelijke regeling Blink 2025) kan een begrotingswijziging die niet leidt tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen direct worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Politiek op Inhoud heeft n.a.v. bovenstaand antwoord een verzoek om ambtelijk bijstand gedaan en deze hebben wij ook snel en vakkundig gekregen.

Met de financieel specialist van onze gemeente hebben wij het investeringsvoorstel nieuwbouw Blink en het besluit langs alle kanten bekeken en geanalyseerd.

Inmiddels hebben wij op basis van ons gesprek en verdere analyse vanuit de ambtelijke organisatie een ambtelijk stuk ontvangen. De inhoud ervan is ook juridisch getoetst en geeft een duidelijk beeld van deze business case. In bijlage delen wij graag met het college het document Ambtelijke bijstand Politiek op Inhoud investeringsvoorstel nieuwbouw Blink aan en verzoeken u hiervan kennis te nemen. Allereerst willen wij via deze weg onze dank uitspreken over de wijze waarop de ambtelijke bijstand is opgepakt en uitgevoerd. Er is veel tijd in het stuk gestoken en de analyse is diepgaand en zorgvuldig. Wij denken dat de inzichten die in dit stuk staan ook zeer relevant is voor het college bij de besluitvorming van investeringsvraagstukken bij gemeenschappelijke regelingen en in dit concreet geval ook bij het investeringsvoorstel nieuwbouw Blink van 11,5 miljoen euro. Belangrijke highlights die wij uit dit stuk opmaken: -

-

-

-

-

-

-

Heel de analyse ademt uit dat bij een investering van 11,5 miljoen euro het gepast en gewenst zou zijn dat een begrotingswijziging bij het voorstel zou zijn bijgevoegd. Wijzigingen van de begroting vragen om een zienswijze. In artikel 35 lid 6 van de Wgr is opgenomen dat gemeenschappelijke regeling zelf in hun GR kan bepalen bij welke categorieën begrotingswijzigingen van deze procedure kan worden afgeweken Begrotingswijzigingen die niet leiden tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen, kunnen direct zonder zienswijze worden vastgesteld door het algemeen bestuur. Een aparte procedure voor aanpassingen van meerjarenramingen staat niet beschreven in het BBV of de notities zoals uitgegeven door de commissie BBV. De Wgr biedt nu ook ruimte voor zienswijzen voor andere besluiten te regelen, zoals besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. Blink heeft geen bepalingen in de GR opgenomen dat ook voor besluiten van aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes zienswijzen opgevraagd dienen te worden. Investeringen hebben gezien hun karakter vaak geen effect op het begrotingsjaar zelf maar vooral op de meerjarenraming. Dit vanwege de tijd die investeringen vragen in voorbereiding en realisatie.

De wijze waarop GR Blink nu juridisch is vormgegeven zouden we kunnen concluderen dat het algemeen bestuur Blink een besluit kan nemen over een investering van 11,5 miljoen euro zonder de gemeenteraden middels een zienswijze hierin te betrekken.

Hoewel het algemeen bestuur het investeringsvoorstel niet rijp voor besluitvorming vond, was het dagelijks bestuur wel degelijk voornemens dit geitenpadje te willen bewandelen. Het college stelt in reactie op vragen van Politiek op Inhoud dat de investering van 11,5 miljoen euro geen effect heeft op de begroting 2024-2025. Zelfs als op voorhand al duidelijk is dat de begrote huisvestingskosten in 2026 zal stijgen van 220.000 euro naar 710.000 euro en uit het voorstel niet duidelijk wordt of deze stijging gedekt wordt binnen de huidige structurele inkomsten c.q. niet duidelijk wordt gemaakt of dit een wijziging in de deelnemersbijdrage Blink zal betekenen. Voorts wordt in het investeringsvoorstel met geen woord gesproken over de rentekosten en indirecte kosten lopende het project en of deze geactiveerd worden. -

Het BBV bepaalt in artikel 63 lid 3 dat in de vervaardingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.

-

Wordt de rente niet geactiveerd dan is bijstelling van de Begroting 2025 en mogelijk 2024 noodzakelijk. Het algemeen bestuur bepaald vervolgens zelf op welk moment in 2024 of 2025 zij de begroting bijstellen

Activering van deze kosten kan alleen als dit in het investeringsvoorstel expliciet is benoemd. Dat is in dit concrete geval niet gebeurd en dus is Politiek op Inhoud van mening dat deze kosten in het begrotingsjaar 2024 c.q. 2025 genomen dient te worden. Politiek op Inhoud constateert dat in het investeringsvoorstel deze kosten niet ook niet inzichtelijk zijn gemaakt. Daarmee kan op basis van het huidige investeringsvoorstel op geen enkele wijze de conclusie worden getrokken dat de investering van 11,5 miljoen euro geen effect heeft op de begroting 2024 en/of 2025. -

-

-

Deelt u de mening van Politiek op Inhoud dat in het investeringsvoorstel geen overzicht is gegeven van de rentekosten c.q. de indirecte kosten die voortvloeien uit de investering van 11,5 miljoen euro nieuwbouw Blink? Deelt u de mening van Politiek op Inhoud dat in het investeringsvoorstel de rentekosten en indirecte kosten voor de nieuwbouw Blink niet worden geactiveerd? Indien ja op beide vragen, op basis van welke informatie uit het investeringsvoorstel blijkt / kan het college de conclusie dan trekken dat de investering geen effect heeft op de begrotingsjaren 2024 – 2025?

Naast het feit dat het investeringsvoorstel juridisch / financieel belabberd slecht in elkaar zit om het voorgestelde geitenpaadje van het dagelijks bestuur te kunnen bewandelen om zo de 9 gemeenteraden buiten spel te zetten bij deze investering van 11,5 miljoen euro, willen wij duidelijkheid van het college hoe zij hierin staan. -

Bent u voornemens in het AB Blink te stemmen met het voorstel nieuwbouw Blink en de investering van 11,5 miljoen euro zonder dat dit voorstel door het DB van Blink voor zienswijze aan de gemeenteraad van Gemert-Bakel wordt aangeboden?

Grondaankoop nieuwbouwlocatie Blink De benodigde grond voor nieuwbouw Blink is in eigendom van de gemeente Helmond. U heeft op onze vraag hierover geantwoord dat de locatie in het voorstel niet benoemd kan worden als belangen van derden geschaad kunnen worden. -

Nu duidelijk is dat de gemeente Helmond eigenaar van de grond is, deelt u de mening van Politiek op Inhoud dat er geen belang is om de locatie in het voorstel niet te benoemen?

Graag onze vragen vraag voor vraag beantwoorden. Daar waar een gesloten vraag gesteld wordt, verzoeken wij uw antwoord van een duidelijke toelichting te voorzien. Wij zullen het ambtelijk stuk, onze vervolgvragen en uw eerste antwoord op vragenronde I ook met de andere gemeenteraden delen zodat iedere gemeenteraad goed geïnformeerd is. Met vriendelijke groet,

Jan Vroomans Raadslid Politiek op Inhoud

Betreft:

Raadsvraag investeringsvoorstel nieuwbouw Blink 11,5 miljoen

Bijlage:

3a Investeringsvoorstel nieuwbouw locatie Blink 3b Besluit investering nieuwbouw Blink

Gemert, 11 september 2024 Geacht college, 11 september heeft het AB van GR Blink vergaderd. Agendapunt 3 betrof het voorgenomen besluit voor nieuwbouw Blink locatie. Zie de bijlagen 3a en 3b. • Bijlage 3a Investeringsvoorstel nieuwbouw locatie Blink • Bijlage 3b Besluit investering nieuwbouw Blink. In het investeringsvoorstel van 22 juli 2024 (bijlage 3a) stelt de controller van Blink en een projectmanager van Royal HaskoningDHV aan het dagelijks bestuur van Blink voor om een Investeringsvoorstel nieuwbouw kantoor, parkeerplaats voor materieel en personeel, zoutloods en werkplaats aan het algemeen bestuur van Blink voor akkoord voor te leggen. Voorgestelde beslispunten in het investeringsvoorstel controller Blink / Royal HaskoningDHV: a) een perceel te Helmond van De Gemeente Helmond te kopen voor de realisatie van de benodigde huisvesting voor GR Blink; b) hiervoor een uitvoeringskrediet van € 11.500.000,- beschikbaar te stellen; c) de bijbehorende (kapitaal)lasten te verwerken in de conceptbegroting 20262029

Het officiële voorstel ter besluitvorming voor het algemeen bestuur betrof bijlage 3b: Besluit investering nieuwbouw Blink -

Gelet op de memo bijlage 3a, waarin uitgelegd wordt welke stappen er gezet moeten worden;

• •

De investeringsbegroting vast te stellen Zo snel als mogelijk een begroting op te stellen waarin de effecten worden getoond vanaf 2026 en deze voor een zienswijze aan de gemeenteraden aan te bieden. Gelet op de enorme tijdsdruk zullen eventuele zienswijzen achteraf worden meegenomen, bij de aanpassing van de investeringsbegroting

•

De leden van het algemeen bestuur hebben besloten om het voorgesteld besluit aan te houden omdat men het voorstel onvoldoende onderbouwd vond. Bijzonder opmerkelijk vonden wij dat ook de voorzitter van het AB/DB mevrouw van Lierop zich ook op deze manier uitsprak, terwijl de wethouder als lid van het DB het voorstel “Besluit investering nieuwbouw Blink” zelf ter besluitvorming aan het algemeen bestuur heeft voorgelegd. De leden van het AB spraken uit dat zij in het voorstel onvoldoende handvatten zagen om dit investeringsvoorstel bij de raad te verdedigen. Ondanks de twijfels die een wethouder over de planning uitsprak “ga maar gerust uit van een vertraging van 1 jaar” stelde de heer Lemmen overtuigd te zijn dat de nieuwbouw in december 2025 opgeleverd zou kunnen worden. Na het lezen van het investeringsvoorstel, het besluit en de beraadslagingen gehoord te hebben spreekt Politiek op Inhoud zijn grote zorgen uit hoe op dit moment het proces loopt om per 1 januari 2026 tot een nieuwe locatie voor de huisvesting van GR Blink te komen. Een wethouder maakte de terechte opmerking of nieuwbouw in deze fase van de ontwikkeling van GR Blink op dit moment wel de juiste keuze is.

…“Waar staan wij over 5 of 10 jaar?”… Het AB heeft gevraagd om een duidelijke onderbouwing voor het investeringsvoorstel voor de nieuwbouw huisvesting GR Blink en daaraan gekoppeld een visie dat nieuwbouw rechtvaardigt. Volgens ons zou die toekomstvisie vanuit het algemeen bestuur van Blink moeten komen en zou het DB op basis van deze visie met een voorstel moeten komen. Het gevoel wat wij zagen ontstaan gedurende de vergadering binnen AB leden onderstreept naar onze mening dat de strategische heroriëntatie GR Blink niet verder is gekomen dan een operationeel plan om tot een ontvlechting te komen met PreZero.

Nu er een beoogde investering van 11,5 miljoen euro voor huisvesting voor de aankomende 20-30 jaar gedaan moet worden, komen de werkelijke strategische vragen naar boven zoals waar staan wij over 5 tot 10 jaar en past deze investering in dat plaatje. Planning Al meer dan 1 jaar weet GR Blink dat de huisvesting op locatie bij PreZero per 1/1/2026 zal eindigen. Er is in het afgelopen jaar geen onderzoek met verschillende scenario’s aan het AB Blink voorgelegd. Anders dan een mondelinge toelichting van de kwartiermaker, de heer Lemmen dat er eigenlijk maar 1 optie was en dat was nieuwbouw op een grondpositie dat in het bezit is van de gemeente Helmond. Onderstaande tabel uit het investeringsvoorstel dateert van 22 juli 2024. Voor ons werd duidelijk dat er allerlei activiteiten gepland staan c.q. reeds zijn uitgevoerd terwijl het algemeen bestuur van Blink hierin niet is betrokken en het AB ook nog geen besluit over nieuwbouw heeft genomen.

Grondaankoop 2,8 miljoen euro zonder locatie te noemen Ook vinden wij het bijzonder opmerkelijk dat er een besluit van 11,5 miljoen euro aan het AB van Blink wordt voorgelegd met een investering van 2,8 miljoen euro voor de aankoop van de grond zonder dat in het voorstel de locatie bekend wordt gemaakt. Ook reeds gemaakte schetsontwerpen van de nieuwbouw door Royal HaskoningDHV wordt in het voorstel niet gedeeld omdat de vergadering openbaar toegankelijk was. De aan te werven grond is in eigendom van de gemeente Helmond. Noodzaak tot vertrouwelijkheid is er niet. -

Deelt u de mening van Politiek op Inhoud dat de locatie benoemd dient te worden in het investeringsvoorstel? Antwoord: Ja, tenzij er belangen zijn van derden die geschaad kunnen worden bij het vroegtijdig openbaren van de informatie.

Afstemming ambtelijke organisatie Het AB maakte een terechte opmerking dat bij een investeringsvoorstel van 11,5 miljoen euro ook de ambtelijke organisatie afdeling financiën van de gemeenten betrokken dient te worden. Dit is niet gebeurd. -

Deelt u de mening van Politiek op Inhoud dat een voorstel van een investering van 11,5 miljoen euro zonder dat uw ambtelijke organisatie hiervan kennis heeft kunnen nemen niet zorgvuldig is? Antwoord: Ja, het had in het kader van zorgvuldigheid in de rede gelegen om de ambtelijke organisatie in dit traject te betrekken.

Aanbestedingsstrategie In het investeringsvoorstel schrijft het DB het volgende: “Om voor een kwalitatief hoogwaardig ontwerp voldoende tijd te hebben zal in het 3e kwartaal van 2024 in de inkoopafweging in overweging genomen worden om met aanbestedingen op basis van 2-fasen overeenkomsten de aannemers te contracteren. Hiermee wordt samen met de adviseurs en aannemers een bouwteam gevormd waarmee samen het uitvoeringsontwerp nader gedetailleerd uitgewerkt wordt.” Politiek op Inhoud is van mening dat op basis van de stichtingskosten +8 miljoen euro de nieuwbouw Europees aanbesteed dient te worden. Uit bovenstaand procesvoorstel trekken wij de conclusie dat het DB niet van zins is om deze route te volgen. -

Deelt u de mening van Politiek op Inhoud dat bij nieuwbouw met een beoogde investering van rond de 8 miljoen euro de Europese aanbestedingsgrens ruim gehaald wordt en dat dit nieuwbouwplan Europees aanbesteed dient te worden? Antwoord: Ja, dit nieuwbouwplan dient Europees aanbesteed te worden.

Wij vragen ons ook af wat de rol en de werkzaamheden van Royal HaskoningDHV is in dit project en of de daaruit voortvloeiende kosten ook de Europese aanbestedingsgrens van diensten overschrijdt. -

Welke kosten zijn er tot nu toe gemaakt bij Royal HaskoningDHV en wat zijn nog de te verwachte kosten? Antwoord: Het college heeft deze vraag neergelegd bij GR Blink. Zodra een reactie wordt ontvangen wordt de raad hiervan op de hoogte gesteld.

-

Overschrijdt het totaalbedrag de EU aanbestedingsgrens? Antwoord: Het college heeft deze vraag neergelegd bij GR Blink. Zodra een reactie wordt ontvangen wordt de raad hiervan op de hoogte gesteld.

Noodplan Uitgaande dat er begin 2025 gestart kan worden met de bouwactiviteiten gaat het dagelijks bestuur bij woordvoering van de heer Lemmen ervan uit dat voor december 2025 de nieuwbouw voor Blink opgeleverd kan worden. Politiek op Inhoud plaatst daar grote vraagtekens bij deze zeer optimistische c.q. onrealistische planning. Ervan uitgaande dat de huisvesting op de huidige locatie van PreZero per 1/1/2026 eindigt, doen wij een dringend verzoek aan het college om in het eerstvolgende AB overleg GR Blink erop aan te dringen dat er een noodplan gemaakt wordt voor de huisvesting na 1/1/2026. De heer Lemmen gaf in het AB overleg aan dat PreZero met name alle kantoorruimte nodig heeft. Wellicht zou er na 1/1/2026 nog wel een mogelijkheid bestaan om het wagenpark nog langer te huisvesten en elders kantoorruimte te zoeken voor het kantoorpersoneel. -

Deelt u qua planning de zorgen van Politiek op Inhoud en bent u bereid om aan te dringen dat er een noodplan ontwikkeld wordt voor huisvesting na 1/1/2026? Antwoord: Het college deelt de zorgen en vraagt Blink een noodplan op te stellen.

Rol gemeenteraden In het aangehouden voorstel stond als 3e beslispunt: “Gelet op de enorme tijdsdruk zullen eventuele zienswijzen achteraf worden meegenomen, bij de aanpassing van de investeringsbegroting” De heer Lemmen motiveerde dit beslispunt als volgt. Het besluit heeft geen effect op de begroting 2025 daarom kan er eventuele zienswijzen achteraf worden meegenomen. Hiermee verwoordde (naar onze mening) de kwartiermaker wel op een heel bijzondere maar ook heel duidelijke wijze de denkwijze van het dagelijks bestuur over hoe zij zien hoe gemeenteraden bij dit soort majeure projecten naar hun mening betrokken dienen te worden. Daarnaast klopt naar onze mening per definitie de analyse van de heer Lemmen niet. De investering van 2,8 miljoen euro voor de grondaankoop zal of eind 2024 of in 2025 gedaan worden en deze kapitaalslasten zal dan in 2024 of ieder geval in 2025 extra op de begroting drukken.

Deelt u de mening van Politiek op Inhoud dat de beoogde grondaankoop van 2,8 miljoen effect heeft op de begroting 2024 of 2025 en daarmee per definitie een begrotingswijziging tot gevolg heeft? Antwoord: Deze begrotingswijziging heeft geen effect op de begroting 2024 of 2025. Volgens artikel 32, lid 7, van de Gemeenschappelijke regeling Blink 2022 (en vanaf 1 januari 2025 volgens artikel 28, lid 8, van de Gemeenschappelijke regeling Blink 2025) kan een begrotingswijziging die niet leidt tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen direct worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. -

Indien ja, deelt u de mening van Politiek op Inhoud dat het DB van Blink dan op basis van artikel 28 lid 3 van de gemeenschappelijke regeling een begrotingswijziging voor zienswijzen aan de gemeenteraden dient te sturen. Antwoord: Zie vorig antwoord. Daarbij een termijn van minimaal 12 weken in acht te nemen voordat deze wordt aangeboden aan het algemeen bestuur van Blink? Antwoord: Zie vorig antwoord.

-

Indien ja, Kan het AB Blink voordat de gemeenteraden hun zienswijzen op een begrotingswijziging hebben ingediend, positief besluiten over een investeringsvoorstel dat een begrotingswijziging tot gevolg heeft? Antwoord: Zie vorig antwoord.

Zelfs al zou het investeringsplan geen begrotingswijziging voor 2025 opleveren, maar pas in 2026 (wat wel het geval is). Met de keuze van nieuwbouw stijgen de kosten voor huisvesting van 220.000 euro (locatie PreZero) naar 710.000 euro in 2026. Een stijging van meer dan 500.000 euro of 322%. Zonder dat er een goed en gedegen afweging is gemaakt van allerlei alternatieven en als het aan het DB had gelegen, zonder inspraak van de deelnemende gemeenteraden.

Hoe compleet is het Investeringsvoorstel? Wij missen in het investeringsvoorstel de kosten voor de kantoorinrichting en bijvoorbeeld de ICT inrichting. -

Zijn bovengenoemde kosten meegenomen in het investeringsvoorstel? Indien nee, is het college bereid te toetsen over het investeringsvoorstel compleet is? Antwoord: Het college heeft deze vraag neergelegd bij GR Blink. Zodra een reactie wordt ontvangen wordt de raad hiervan op de hoogte gesteld.

Het voorstel is van 22 juli 2024. De planning in het voorstel is lang en breed achterhaald. Het plan straalt haastwerk uit en rammelt qua planning en onderbouwing aan alle kanten Locatie – bestemmingsplan De eventuele moeilijkheden of stappen met de omgevingsvergunning kunnen wij niet beoordelen zonder kennis te hebben van de locatie en geldende bestemmingsplan. -

Er wordt in het investeringsvoorstel veel nadruk op de flora en fauna gelegd, waarom is dat? Wij denken ook nog aan bodem en een merbeoordeling bijvoorbeeld. Antwoord: Het college heeft deze vraag neergelegd bij GR Blink. Zodra een reactie wordt ontvangen wordt de raad hiervan op de hoogte gesteld.

-

Graag ontvangen wij het geldend bestemmingsplan waarbinnen de beoogde nieuwbouw gesitueerd is en wij wensen duidelijkheid / het adres van de beoogde nieuwbouwlocatie GR Blink. Antwoord: Het college heeft deze vraag neergelegd bij GR Blink. Zodra een reactie wordt ontvangen wordt de raad hiervan op de hoogte gesteld.

Het AB heeft zelf aangegeven dat het investeringsvoorstel nieuwbouw GR Blink niet rijp voor besluitvorming was tijdens het AB overleg van 11 september. Als raadslid van Gemert-Bakel willen wij ook vanuit onze rol dit signaal bij uw college neerleggen.

Maar onze constatering gaat verder: -

De onderbouwing in het voorstel ontbreekt aan alle kanten; Ernstig te constateren dat uit bovenstaande observering duidelijk wordt dat het dagelijks bestuur het algemeen bestuur totaal niet heeft meegenomen in dit proces; De voorzitter van het DB spreekt in de vergadering uit zelf ook nog vragen te hebben. Is dit een investeringsvoorstel van het DB of van de kwartiermaker? De wijze waarop het dagelijks bestuur de rol van de gemeenteraden ziet is bijzonder verontrustend en onderstreept nogmaals dat de gemeenteraden nauwer betrokken moeten worden bij de besluitvorming (adviescommissie) De beoogde koers van aanbesteden is naar onze mening wederom in strijd met de aanbestedingsrichtlijnen Een voor ons onbeantwoorde vraag of nieuwbouw met 11,5 miljoen euro aan investering de beste keuze is

Politiek op Inhoud heeft al eens eerder ingegrepen toen het DB dacht zonder een door het AB goedgekeurd investeringsplan het wagenpark van PreZero over te kunnen nemen. Doordat wij vragen gingen stellen en wij het college erop wezen dat niet het DB maar het AB de investeringen dienen goed te keuren gebeurde dit alsnog. Het DB slaat wederom op hol. Geen onderbouwing en het DB was voornemens de raad niet te betrekken (Gelet op de enorme tijdsdruk zullen eventuele zienswijzen achteraf worden meegenomen, bij de aanpassing van de investeringsbegroting). Graag onze vragen vraag voor vraag beantwoorden. Daar waar een gesloten vraag gesteld wordt, verzoeken wij uw antwoord van een duidelijke toelichting te voorzien. Met vriendelijke groet,

Jan Vroomans Raadslid Politiek op Inhoud

Ambtelijke bijstand Politiek op Inhoud investeringsvoorstel nieuwbouw Blink Algemeen De wetgever is zich ervan bewust dat bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling gemeenteraden onmiskenbaar meer op afstand komen te staan. De nieuwe wet GR is bedoeld om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden te versterken. Dat gebeurt door meer ruimte te geven voor keuzes omtrent de werking van een gemeenschappelijke regeling, bijvoorbeeld door het gebruik van zienswijzen door gemeenteraden. Zienswijzen De zienswijzeprocedure is zo vormgegeven dat de leden van het algemeen bestuur, de gemeentelijke vertegenwoordigers in het samenwerkingsverband, op de hoogte zijn van de opvattingen van de deelnemende gemeenteraden over een voorgenomen besluit en de manier waarop het dagelijks bestuur van de regeling daarnaar kijkt. Het is vervolgens aan het algemeen bestuur om het besluit te nemen. Daarbij mag in het algemeen bestuur afgeweken worden van ingebrachte zienswijzen. De verplichting om een zienswijze te vragen aan de raden ging voorheen alleen op voor de begrotingsprocedure. De Wgr biedt nu ook ruimte dit ook voor andere besluiten te regelen, zoals besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes.

De wetgever heeft er evenwel voor gekozen om dit niet dwingend voor te schrijven voor welke besluiten een zienswijze aan de raden moet worden gevraagd, maar dit over te laten aan de deelnemers en de raden. Bovenstaande blijkt uit de memorie van toelichting op de nieuwe Wgr welke in 2022 in werking is gegaan. Blink heeft geen bepalingen in de GR opgenomen dat ook voor besluiten van aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes zienswijzen opgevraagd dienen te worden. Een zienswijze voor dergelijke besluiten vragen mag te allen tijde maar is dus niet verplicht op basis van de Wgr en GR Blink. Wijzigingen van de begroting vragen om een zienswijze. In artikel 35 lid 6 van de Wgr is opgenomen dat gemeenschappelijke regeling zelf in hun GR kan bepalen bij welke categorieën begrotingswijzigingen van deze procedure kan worden afgeweken. Dat heeft GR Blink ook gedaan. Begrotingswijzigingen die niet leiden tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen, kunnen direct zonder zienswijze worden vastgesteld door het algemeen bestuur. De mogelijkheid van een zienswijze achteraf kent de Wgr niet.

Begroting en meerjarenraming De gemeentewet heeft het in artikel 186 lid 1 over een begroting en een meerjarenraming als twee te onderscheiden financiële stukken. Daarbij heeft de begroting het karakter van autorisatie van budgetten in het komende jaar en de meerjarenraming als uiteenzetting van de financiële positie. De begroting dient te worden vastgesteld door het hoogste orgaan, bij een meerjarenraming hoeft dat niet. In de special “Meerjarig financieel inzicht voor de raad” geeft de commissie BBV aan dat de kern van de meerjarenraming is dat de consequenties van het beleid, dat in de begroting is opgenomen en wordt vastgesteld, wordt doorgerekend. Het gaat daarbij om zowel het beleid dat al voor de begrotingsbehandeling is aanvaard, als om het nieuwe beleid dat met het vaststellen van de begroting wordt goedgekeurd. In de gemeentewet wordt verder gesproken over een begrotingswijziging. De term meerjarenramingwijziging of iets dergelijks komt niet voor in de gemeentewet. Begrotingswijziging in het BBV De commissie BBV beschrijft in hun “Notitie materiele vaste activa” het proces als in de loop van het begrotingsjaar investeringsbudgetten noodzakelijk zijn die niet bij de vaststelling van de begroting voorzien waren. Aan het algemeen bestuur moet dan een voorstel ter besluitvorming worden voorgelegd.

Een dergelijk voorstel moet vergezeld gaan van een structureel en reëel sluitende begrotingswijziging, waarin de baten en de lasten, waaronder de kapitaallasten voortvloeiende uit de investering, zijn opgenomen. In deze notitie werkt de commissie daarnaast een voorbeeld uit. Daarin schrijven ze: “Uiteraard wordt een voorstel ingediend waarin de lasten voortvloeiend uit de investering (rente, afschrijving en overige exploitatielasten) vanaf het geplande moment van ingebruikneming zijn opgenomen in de jaarschijven van de meerjarenraming inclusief de wijze waarop de structurele lasten gedekt zullen worden”. In de special “Meerjarig financieel inzicht voor de raad” schrijft de commissie dat het behalve bij de begroting en meerjarenraming het ook van belang is dat tussentijds bij de aan het algemeen bestuur voorgelegde voorstellen consequent de financiële effecten van een voorstel worden vermeld. Dit betreft niet alleen het effect op de financiële positie op korte (eenmalig effect) of lange (structureel effect) termijn maar ook het effect op de begrotingsruimte in de komende jaren. Overigens hebben investeringen gezien hun karakter vaak geen effect op het begrotingsjaar zelf maar vooral op de meerjarenraming. Dit vanwege de tijd die investeringen vragen in voorbereiding en realisatie.

Notities en specials van de commissie BBV zijn echter niet bindend, ondanks bijvoorbeeld het gebruik van het woord “moet”. Enkel de stellige uitspraken uit een notitie of special van de commissie dient een gemeente toe te passen. Bovenstaande passages zijn geen stellige uitspraken en daarmee niet voorgeschreven. Een aparte procedure voor aanpassingen van meerjarenramingen staat niet beschreven in het BBV of de notities zoals uitgegeven door de commissie BBV. Begrotingswijzigingen in de GR Blink In de (thans geldende) financiële verordening Blink zijn twee bepalingen opgenomen over begrotingswijzigingen. Deze zijn: •

Het algemeen bestuur geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van de productgroep, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. Een begrotingswijziging wordt in ieder geval opgesteld als deze leidt tot een gewijzigde bijdrage voor de deelnemers (artikel 5 lid 3).

•

Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het dagelijks bestuur voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan het algemeen bestuur. In het voorstel wordt ook uiteengezet wat het effect van de investering op de schuldpositie is. (artikel 5 lid 5).

De GR stelt dus niet verplicht om bij investeringsvoorstellen ook een begrotingswijziging te voegen. Het ligt echter wel in de rede om onverplicht een investeringsvoorstel te voorzien van een begrotingswijziging. Daarmee wordt dan voor alle betrokkenen de financiële gevolgen inzichtelijk gemaakt, zowel voor het begrotingsjaar als voor de meerjarenraming. Rente tijdens bouw In de aanloop naar het in gebruik nemen van het gebouw worden kosten gemaakt door Blink. Dit betreft onder meer rentekosten. Blink heeft geen eigen middelen dus zal de GR voor financiering van de aanloopkosten de markt op moeten. Het BBV bepaalt in artikel 63 lid 3 dat in de vervaardingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. In de financiële verordening van Blink zijn over rentetoerekening geen bepalingen vastgelegd. Wordt deze last genomen in de jaarlijkse exploitatiebegroting of toegerekend aan het actief. Blink heeft geen nota activering activa. Dat is verklaarbaar omdat tot op heden Blink geen activa in bezit had. In het investeringsvoorstel van Blink is niet vermeld waar de rente aan de bouw wordt toegerekend, begroting of investering. Als de rente wordt

toegerekend aan de investering (geactiveerd) dient volgens het BBV dit in het voorstel vermeld te worden. Wordt de rente niet geactiveerd dan is bijstelling van de Begroting 2025 en mogelijk 2024 noodzakelijk. Het algemeen bestuur bepaald vervolgens zelf op welk moment in 2024 of 2025 zij de begroting bijstellen. Start afschrijvingslasten Een gemeente heeft keuzevrijheid in het vaststellen van het afschrijvingsbeleid. Zowel in de afschrijvingsmethoden, afschrijvingsduur als het moment van starten afschrijvingen. In de “Notitie materiele vaste activa” doet de commissie BBV de aanbeveling om in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, een nota investeringen of de financiële verordening. In geen van de dergelijke documenten heeft GR Blink vastgesteld wanneer afschrijvingen starten. Dat kan bijvoorbeeld in het jaar van realisatie van de investering (in dit geval 2025) of het jaar na realisatie (in dit geval 2026). In het investeringsvoorstel gaat Blink uit van start afschrijvingslasten het jaar na ingebruikname. Dat gekozen wordt voor start afschrijving 2026 is voorstelbaar omdat anders Blink in 2025 dubbele huisvestingslasten heeft (huur en afschrijvingen). In het investeringsvoorstel is het jaar van starten investering niet als beslispunt opgenomen. Dit is wel aan te bevelen.

In de “Notitie materiele vaste activa” is toegelicht dat bij het moment van beginnen met afschrijven slechts voor één mogelijkheid kan worden gekozen. Deze mogelijkheid geld vervolgens voor alle toekomstige investeringen. Businesscase, Begroting 2024 of 2025 Blink heeft gemeenten laten weten dat het investeringsvoorstel past binnen de meerjarenraming van Blink. In het investeringsvoorstel maakt Blink een vergelijking met de Begroting 2024 (zoals vastgesteld in 2023) en de businesscase van Blink. De lopende begroting is nu 2024 en inmiddels is de Begroting 2025 Blink werkelijkheid geworden op 11 september 2024. Deze laatste begroting is door alle deelnemende gemeenten in hun eigen gemeentelijke begrotingen 2025 verwerkt en is basis voor de afvalstoffenheffing. Het is onduidelijk hoe het investeringsvoorstel zich verhoudt tot de Begroting 2025 Blink. Een (niet verplichte) begrotingswijziging zou helderheid daarin kunnen verschaffen.

Conclusie Wet- en GR technisch gezien is een begrotingswijziging en aanpassing meerjarenraming bij het investeringsvoorstel niet verplicht. Het ligt echter wel in de rede om onverplicht het investeringsvoorstel te voorzien van een begrotingswijziging. Daarmee wordt dan voor alle betrokkenen de financiële gevolgen inzichtelijk gemaakt, zowel voor het begrotingsjaar als voor de meerjarenraming. De commissie BBV schrijft het niet voor maar vindt een begrotingswijziging inclusief aanpassing meerjarenraming in dergelijke gevallen vanzelfsprekend. Een extra argument voor de begrotingswijziging is dat Blink zich in een proces van ontvlechting bevindt. De begroting van Blink is de afgelopen jaren daarom aan wijzigingen onderhevig geweest. Een begrotingswijziging maakt concreet wat de gevolgen zijn voor de laatst vastgestelde begroting en meerjarenraming. Het algemeen bestuur kan op basis van de begrotingswijziging vervolgens afwegen of een zienswijzeprocedure nodig c.q. wenselijk is. De wijze van verwerken van rente tijdens bouw blijkt niet uit het voorstel. Het BBV schrijft voor dat als de rente wordt geactiveerd (toegevoegd aan investeringsbedrag) dit in het voorstel vermeld dient te worden. Dat is nu niet vermeld. Komt deze rente tijdens bouw in 2024 en 2025 ten laste van de begroting dan is een wijziging van de begroting op (enig moment) noodzakelijk.

Voor het moment van afschrijven is nu geen beleid vastgesteld in de GR. In de toelichting op het voorstel staat dat de afschrijvingen starten in het jaar na realisatie. Het is aanbevelingswaardig dat als beslispunt vast te leggen omdat de keuze nu volgens het BBV bestendig beleid wordt voor alle toekomstige investeringen. Gemert, 9 oktober 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14632838/1