CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A3 Aanbiedingsbrief TNO-Jaarrapportage Meetnet Luchtkwaliteit (GEANONIMISEERD)

Gemeenteraad 9 januari 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname22.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.2

Aanbevelingen De resultaten van de analyses uit 2022 bouwen grotendeels voort op de eerste inzichten opgedaan in 2021. De aanbevelingen voor verdere inbedding van het meetnet in de regio Zuidoost-Brabant zijn daarmee in grote mate gelijkend aan de aanbevelingen gedaan in de eerste jaarrapportage. Er is op een aantal vlakken behoefte aan meer informatie om betere duiding van de meetgegevens mogelijk te maken: dit gaat bijvoorbeeld over informatie over verkeersintensiteit, verkeerssamenstelling, aantallen vluchten, staltypes en aantallen dieren. Daarmee kunnen verbanden in tijd en ruimte tussen luchtkwaliteit en mogelijke bronnen onderzocht worden. Ook kan gedacht worden aan aanvullende metingen om bijvoorbeeld de invloed van houtstook op de luchtkwaliteit in het stedelijk domein beter te kunnen kwantificeren. Daarnaast is de suggestie om de UFP sensoren die nu in het luchthavengebied worden gebruikt aanvullend in te zetten langs (snel)wegen. Daarmee kan naast de UFP

TNO Intern

57/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

deeltjesaantallen in het luchthavengebied ook de deeltjesaantallen rond wegen in de regio inzichtelijk worden gemaakt. Het behalen van de meeste gezondheidswinst gerelateerd aan de luchtkwaliteit hoeft niet alleen te gaan over het verminderen van concentraties (ultra)fijnstof en NO2 in de atmosfeer: niet overal heeft luchtvervuiling dezelfde impact. Dit hangt bijvoorbeeld ook samen met waar en wanneer mensen daadwerkelijk worden blootgesteld aan slechte lucht. Zie bijvoorbeeld de rapportage van de GGD over blootstelling in Brabant hoe dit op jaargemiddelde basis in kaart kan worden gebracht (Denissen, 2022). En de schadelijkheid van fijnstof is mede afhankelijk van de deeltjesgrootte en chemische samenstelling wat weer verband houdt met het type bron. Een gezondheidsgerichte aanpak rond luchtkwaliteit richt zich daarmee naast het verlagen van heersende concentraties van luchtvervuilende stoffen op het verminderen van blootstelling en het identificeren van bronnen met de meeste gezondheidsimpact. Uit de analyse van de meetgegevens van 2022 komen een aantal aandachtspunten als het gaat om de luchtkwaliteit voor de onderzoeksgebieden stedelijk gebied, luchthavengebied en buitengebied: •

•

•

•

•

TNO Intern

Het onderzoeken van mogelijkheden om in de wintermaanden emissies van fijnstof gerelateerd aan verbrandingsprocessen te reduceren is aanbevolen. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van efficiënte verwarmingsbronnen te stimuleren en het optimaliseren van voorlichting over houtstook (zoals gebruik van stookwijzer). Ook kan aanvullend onderzoek naar de bronnen van deze toename van de PM2.5 fractie in de winter helpen om tot gerichte maatregelen te komen. Binnen het stedelijk gebied is verkeer, volgens verwachting, een belangrijke bron voor de lokaal heersende luchtkwaliteit. Uit de analyse blijkt dat de stadsachtergrondlocaties de laagste waarden van PM en NO2 registreren in het stedelijk gebied. Vergroening binnen de stad, waar mogelijk, en daarmee deels ook het weghalen van bronnen op bepaalde locaties zal zorgen voor een verbetering van de luchtkwaliteit. De milieuzone lijkt een licht positief effect te hebben op de luchtkwaliteit binnen de Ring. Een milieuzone, waarbij de schadelijkste voertuigen worden geweerd, danwel het weghalen van emissiebronnen is met name relevant op plekken waar veel mensen samenkomen. Vliegverkeer zorgt voor verhogingen van UFP in het luchthavengebied. Wat nog niet kan worden vastgesteld is hoe ver deze invloed reikt in de regio.

Voor een eerste indicatie van deze verspreiding is het gebruik van verspreidingsmodellen een optie, met name om te zien of er substantiële verhogingen in UFP te verwachten zijn in woon- en werkgebieden rond de luchthaven. Ook zichtbaar in de metingen is dat er een bijdrage is van UFP uit wegverkeer. Het is daarmee aanbevolen ook metingen te gaan verrichten aan drukke wegen waar veel mensen komen. In het buitengebied worden op een aantal meetlocaties op regelmatige basis PM10 concentratiepieken gemeten welke mogelijk samenhangen met veehouderij in de nabijheid van die meetlocaties. Op andere meetlocaties waar ook veehouderijen in de nabijheid staan is dit niet het geval. Het is daarom van belang om vast te gaan stellen of 1) deze concentratiepieken inderdaad direct te relateren zijn aan veehouderij in de nabijheid van de meetlocatie, 2) welke type veehouderij, activiteiten, en omstandigheden deze concentratiepieken veroorzaken en 3) of er mogelijkheden zijn deze concentratiepieken te reduceren. In 2022 lijkt het zo dat nabijgelegen (weg)werkzaamheden kunnen leiden tot een duidelijk waarneembare stijging van PM en daarmee een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het is daarmee aan te raden (weg)werkzaamheden waar mogelijk te beperken en stofbeperkende maatregelen te nemen. Ook kan er advies gegeven worden

58/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

bepaalde plekken op het moment van de werkzaamheden te vermijden. Voor personeel dat werkzaamheden uitvoert waarbij veel stof ontstaat is het, indien nog niet van toepassing, aan te raden beschermmiddelen te gebruiken om de blootstelling zoveel mogelijk te beperken.

TNO Intern

59/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

6

Referenties Air Quality Expert Group (2018). Air Pollution from Agriculture. https://ukair.defra.gov.uk/assets/documents/reports/aqeg/2800829_Agricultural_emissions_vfinal2.pd f (bezocht op 7 juli 2022) Bloemen H.J.T., Mooibroek D., Cassee F.R., van Putten E.M. (2008). Composition and sources of fine particulate matter (PM2.5) in the Netherlands. RIVM rapport 863001007/2008. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/863001007.pdf (bezocht op 7 juli 2022) Faber, P., Drewnick, F., & Borrmann, S. (2015). Aerosol particle and trace gas emissions from earthworks, road construction, and asphalt paving in Germany: Emission factors and influence on local air quality. Atmospheric Environment, 122, 662-671. Fattoruso G., Nocerino M., Toscano D., Pariota L., Sorrentino G., Manna V., Vito S. De, Cartenì A., Fabbricino M., Francia G. Di. (2020). Site suitability analysis for low cost sensor networks for urban spatially dense air pollution monitoring. Atmosphere, 11(11). 10.3390/atmos11111215 Fischer P.H., Marra M., Ameling C.B. (2015). Air Pollution and Mortality in Seven Million Adults: The Dutch Environmental Longitudinal Study (DUELS). Environ Health Perspect 123(7):697704 doi:10.1289/ehp.1408254 Denissen, S. (2022). Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant. GGD WestBrabant / GGD Hart voor Brabant / GGD Brabant-Zuidoost, mei 2022.

Goudriaan, R., Zhang, J., Tokaya, J., Hensen, A., van Dinther, D., Kaandorp, S., Blom, M., Plomp, A. (2022). Regionaal Meetnet ILM2 in Zuidoost-Brabant: Jaarrapportage 2021. TNORapport R12396. Hagenaars T., Hoeksma P., de Roda-Husman A.M., Swart A., Wouters I. (2017). Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies). Analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen, Bilthoven, RIVM, RIVM rapport nr 2017-0062, 69 p. Lelieveld J., Evans J.S., Fnais M., Giannadaki D., Pozzer A. (2015). The contribution of outdoor air pollution sources to premature mortality on a global scale. Nature, 525: 367-371. Maas R.J.M., Hoekstra J., Huitema M., de Vries W., Ruyssenaars P.G. (2022). Inventarisatie van benodigde maatregelen om WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit in 2030 te realiseren. RIVM-briefrapport 2022-0094. Maassen K., Smit L., Wouters I., van Duijkeren E., Janse I., Hagenaars, T., IJzermans J., van der Hoek W., Heederik D. (2016). Veehouderij en gezondheid omwonenden, Bilthoven, RIVM, RIVM rapport 2016-0058, 136 p.

TNO Intern

60/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

Morawska L., Thai P. K., Liu X., Asumadu-Sakyi A., Ayoko G., Bartonova A., Bedini A., Chai F., Christensen B., Dunbabin M., Gao J., Hagler G. S. W., Jayaratne R., Kumar P., Lau A. K. H., Louie P. K. K., Mazaheri M., Ning Z., Motta N., Williams R. (2018). Applications of low-cost sensing technologies for air quality monitoring and exposure assessment: How far have they gone? Environment International, 116(April), 286 299. Nowack P., Konstantinovskiy L., Gardiner H., Cant J. (2021). Machine learning calibration of low-cost NO2 and PM10 sensoren: Non-linear algorithms and their impact on site transferability. Atmospheric Measurement Techniques, 14(8), 5637 5655. https://doi.org/10.5194/AMT-14-5637-2021 Nowak D., Heisler G.M. (2010). Air Quality Effects of Urban Trees and Parks. In National Recreation and Park Association Research Series. https://www.nrpa.org/uploadedFiles/nrpa.org/Publications_and_Research/Research/Papers/N owak-Heisler-Research-Paper.pdf?msclkid=411eb6e8ba7d11ec98e090c4aac95b32 Otjes R.P. (2014). Notitie Afronding ILM Fase 1 exclusief NO2 sensoren, ECN, 8 Dec 2014. Otjes R.P. (2015). Notitie Afronding ILM Fase 1: NO2 sensoren, ECN, 15 Sept 2015. Pan L., Jianming X., Xuexi T., Mao X., Gao W., Chang L. (2019). Long-term measurements of planetary boundary layer height and interactions with PM2.5 in Shanghai, China.

Atmospheric Pollution Research, Volume 10, Issue 3, May 2019, Pages 989-996. Perez I.A., Artuso F., Mahmud M., Kulshrestha U., Luisa Sánchez M., Ángeles García M. (2015). Application of Air Mass Trajectories. Advances in Meteorology, 2015 (284213). Tromp P.C., van Dinther D., de Bie S.E., Duyzer J., Lollinga J.P., Moerman M.M., Henke S.J. (2021). Verkennend onderzoek ultrafijnstof op het Schiphol terrein met behulp van mobiele metingen. TNO 2021 R11745, pp 66, https://nieuws.schiphol.nl/download/1093199/tnorapportr11745ufp-schiphol.pdf. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) RIVM, Bilthoven, januari 2013. https://www.rivm.nl/sites/default/files/201811/Dossier%20fijn%20stof.pdf

Versie 1 ©

Van Dinther D., Weijers E., Otjes R., Klymko T. (2017). Metingen met sensoren in het Innovatief Lucht Meetnet in Eindhoven resultaten en interpretatie. Maart 2017, ECN-E--17015 https://publicaties.ecn.nl/EEE/0/ECN-E--17-015 Van Dinther D., Plomp A.J. (2019). CAIREBoxmetingen fijnstof en stikstofdioxide in Sliedrecht van 15 juni 2018 tot 1 augustus 2019. TNO 2019 R11447 http://resolver.tudelft.nl/uuid:e54b0ac4-5547-4c2e-b389-84f2a0e7944f Van Dinther D., Blom M.J., van den Bulk W.C.M., Kos G.P.A., Voogt M. (2019). Metingen van aantallen ultrafijnstofdeeltjes rond Schiphol gedurende ruim één jaar. Met medewerking van GGD Amsterdam, Leefomgeving team Luchtkwaliteit. TNO Rapport 10591. Van Dinther D., Moerman M.M., Lollinga J.P., van Doorn L.B., Korstanje T.J. (2022). Concentraties ultrafijnstof op het platform van Eindhoven Airport. TNO Rapport 11315.

TNO Intern

61/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

Van Ratingen S., Vonk J., Blokhuis C., Wesseling J., Tielemans E., Weijers E. (2021). Seasonal influence on the performance of low-cost NO2 sensor calibrations. Sensoren, 21(23). https://doi.org/10.3390/s21237919 Van Zoest V.M., Osei F.B., Stein A., Hoek G. (2019). Calibration of low-cost NO2 sensoren in an urban air quality network. Atmospheric Environment, 210(2), 66 75. https://doi.org/10.1016/j.atmosenv.2019.04.048 Voogt M., Zandveld P., Wesseling J., Janssen N. (2019). Metingen en berekeningen van ultrafijn stof van vliegverkeer rond Schiphol: voor onderzoek naar de gezondheid van omwonenden. RIVM Rapport 2019-0074. Voogt M., Zandveld P., Erbrink H., van Dinther D., van den Bulk P., Kos G., Blom M., de Jonge D., Helmink H., Meydam J., Visser J., Middel J., Hoek G., van Ratingen S., Wesseling J., Janssen N.A.H. (2023). Assesement of the applicability of a model for aviation-related ultrafine particle concentration for use in epidemiological studies. Atmospheric Environment, 309, https://doi.org/10.1016/j.atmosenv.2023.119884. (2018). Emissies van endotoxinen uit de veehouderij: eindrapport endotoxine. Livestock Research Rapport 1092. Wouters I.M., Schothorst I.J. van, Scherpenisse P., Spithoven J., Hoek, G. Heederik, D. (2019).

Monitoring van luchtkwaliteit in een veehouderijrijke omgeving in de provincie Limburg : inzicht in verschillen en overeenkomsten tussen componenten. Rapportage van metingen op meerdere locaties.

TNO Intern

62/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

7

Ondertekening Naam en adres van de opdrachtgever: AiREAS B.V. Klaverhoekseweg 12B 5681 PX Best In naam van het consortium Regionaal Meetnet Zuidoost Brabant

Namen van de projectmedewerkers: Daniëlle van Dinther, Ruben Goudriaan, Gerrit Jan de Bruin, Jun Zhang, Janot Tokaya, Sjaak Kaandorp, Marcus Blom

Tijdsbestek waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden: Januari

December 2022

Autorisatie vrijgave

P.J. Petiet, MSc. Plv. Research Manager

TNO Intern

63/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

Bijlage A

Bijlage A

Meetlocaties ILM2 In totaal is er in 2022 op 49 meetlocaties gemeten. Dit is inclusief 2 tijdelijke meetlocaties geïnstalleerd in Nuenen. In deze bijlage staan de meetlocaties gepresenteerd met toelichting.

Stad en luchthaven Eindhoven: In 2022 waren 24 meetlocaties actief in het Eindhoven, in totaal zijn er 25 permanente meetlocaties voorzien. Deze meetlocaties zijn, in afstemming met de gemeente Eindhoven, geïdentificeerd door TNO, RIVM en UU-IRAS. Binnenstad: Op basis van voorziene grootschalige ruimtelijke verdichtingen (tot 2040 naar verwachting 35.000 woningen extra binnen De Ring) en rondom het station (zowel aan de zuidzijde als aan de noordzijde 10.000-12.000 woningen erbij in woontorens in 2025) zijn diverse meetlocaties binnen de ring ingericht. Dit zijn relatief drukke locaties waarbij naar verwachting soms een overschrijding van NO2 te zien zal zijn. Meetlocatie I09 I11 I12 I24 I29 I36 I39

Locatie EH Stationsweg EH prof dr. Dorgelolaan EH Mathildelaan EH Fellenoord EH Wal EH Vestdijk EH Willemstraat

Plaatsing 11-12-2020 21-12-2020 11-12-2020 21-12-2020 16-12-2020 14-10-2020 12-10-2020

Verkeersintensief: Als resultaat van de verwachte ontwikkeling van een autoluw en emissievrij stadscentrum zal het autoverkeer (deels) uit het stadscentrum naar buiten worden gedrukt. Het kan dus op de Ring drukker gaan worden waardoor de emissies naar lucht en het geluid mogelijk zullen toenemen. De Genovevalaan is een relatief drukke weg noordelijk van de ring. Hier heeft TNO een meetrek tot haar beschikking naast een referentie station van het LML. Aan dit meetrek kunnen meerdere CAIREBoxen parallel worden geplaatst, zowel ter referentie als reserve. Meetlocatie I08 I30 I37 I40

Locatie EH Beukenlaan EH Botenlaan EH Genovevalaan EH Kennedylaan

Plaatsing 25-1-2021 7-1-2021 8-10-2020 12-10-2020

Luchthaven: Langs de luchthaven zijn 3 meetlocaties ingericht waar in juli 2021 een NanoTracer UFP-sensor is toegevoegd. UFP-metingen zijn een belangrijk onderdeel in het vaststellen van luchtkwaliteit rond vliegvelden. Dit wordt bevestigd in recente onderzoeken rond Schiphol (Tromp et al., 2021; Voogt et al., 2019; van Dinther et al., 2019). Op dit moment wordt verondersteld dat de NO2 emissies vanuit vliegtuigen relatief laag zijn in

TNO Intern

64/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

Bijlage A

vergelijking met de emissies vanuit stadsverkeer; dit kan mede onderzocht worden via deze metingen. Meetlocatie I02 I25 I14

Locatie EH Scherpenering EH Luchthavenweg EH Landardseweg

Plaatsing 8-10-2020 9-10-2020 20-1-2021

Industrie: Daarnaast zijn een aantal meetlocaties ingericht om bepaalde puntbronnen te bemeten. Aan de Kanaaldijk is een meetlocatie geplaatst benedenwinds van de DAF-fabriek. Op het Klokgebouw (dit is de enige meetlocatie in het meetnet op hoogte) is een meetlocatie ingericht tegenover de biomassacentrale op Strijp-T. Meetlocatie I19 I28

Locatie EH Kanaaldijk EH Klokgebouw

Plaatsing 6-1-2021 4-2-2021

Stadsachtergrond: Op de achtergrondlocaties in de stad wordt weinig invloed van lokale bronnen, zoals verkeer, verwacht. Daardoor kan het verschil met meer drukke locaties, zoals in het centrum of bij de ring, worden onderzocht. Er zijn twee stadsachtergrond locaties in parken geselecteerd. Daarnaast zijn er twee meetlocaties met te verwachten lage concentraties uit het ILM1 netwerk opnieuw ingericht. Meetlocatie I04 I07 I17 I32

Locatie EH Finistérelaan EH Oirschotsedijk EH Genneperweg EH Maaseikstraat

Plaatsing 7-1-2021 11-1-2021 11-1-2021 16-12-2020

Snelweg: Een onderzoeksdoel is om de impact en de reikwijdte van de invloed van de snelwegen rond Eindhoven te onderzoeken: daarbij wordt gemeten op meetlocaties loodrecht op de rijbaan (beneden- en bovenwinds) van de A67. De gemeente Eindhoven houdt er daarnaast rekening mee dat in de toekomst de luchtvaart opnieuw zou kunnen gaan groeien. Lucht- en landzijdige bereikbaarheid zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Meer/minder vliegverkeer betekent meer/minder autoverkeer. De invloed van het wegverkeer van en naar de luchthaven wordt op twee locaties gemonitord. Meetlocatie I01 I06 I23 I22

Locatie EH High Tech Campus EH A67 Zuid EH Anthony Fokkerweg EH Meerhovendreef

Plaatsing 07-06-2022 04-11-2022 25-1-2021 11-1-2021

Meetlocaties in de regio: In 2022 waren er 15 meetlocaties actief in de regio. Voor het selecteren van deze locaties is gebruik gemaakt van de GCN-kaart voor fijnstof afkomstig van veehouderij van het jaar 2019 (beschikbaar gesteld door RIVM). De te verwachten bijdrage aan PM10 concentraties vanuit veehouderijen was leidend in de locatiekeuze. Er is daarnaast gekeken naar de ruimtelijke verdeling over het gebied en over de deelnemende gemeentes. Ook zijn er meetlocaties die binnen bovenstaande voorwaarden invloed van verkeersstromen in beeld kunnen brengen.

TNO Intern

65/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

Bijlage A

Hoge bijdrage (> 5 µg/m3): Deze meetlocaties staan op plekken waar een hoge bijdrage aan concentraties PM10 vanuit emissies gerelateerd aan veehouderij wordt verwacht op basis van de GCN kaart. De locatie in Someren kon in 2022 nog niet worden geplaatst in afwachting van deelname van de gemeente aan het ILM2. Meetlocatie I44 I54 I50 NTB

Locatie Heeze-Leende Ronde Bleek Deurne - Paardekopweg Asten Meijelseweg Someren - Gezandebaan

Plaatsing 7-6-2021 20-10-2021 19-01-2022 -

Middelhoge bijdrage (1-5 µg/m3): Daarnaast zijn er meerdere meetlocaties geselecteerd met een naar verwachting middelhoge bijdrage van veehouderij in de nabije omgeving. Bij de meetlocatie in Son en Breugel kan mogelijk ook de invloed van de nabijgelegen snelweg in beeld worden gebracht. Meetlocatie I03 I10 I33 I42 I43 I45

Locatie Best Kapelweg Reusel Mierdseweg Son - Sonniuswijk Gemert-Bakel Keizersven Oirschot Krukkerd Meijerijstad Zonveldstraat

Plaatsing 10-3-2021 17-3-2021 15-3-2021 7-6-2021 20-10-2021 28-5-2021

Lage bijdrage (< 1 µg/m3): Als contrast zijn meetlocaties ingericht op locaties waar een lage bijdrage aan PM10 vanuit stallen wordt verwacht (<1 µg/m3). Deze locaties fungeren als regionale achtergrondlocaties en geven inzicht in de heersende luchtkwaliteit zonder, momenteel bekende, uitgesproken lokale bronnen. De meetlocatie in Valkenswaard kent mogelijk invloed van verkeer over de N69. Meetlocatie I05 I13 I16 I18 I41 I55

Locatie Eersel Zandoerleseweg Nuenen Soeterbeekseweg Bergeijk Dorpsstraat Boxtel Mijlstaat Geldrop Mierlo Voortje Valkenwaard Bergeijkse Dijk

Plaatsing 17-3-2021 7-6-2021 19-3-2021 28-5-2021 16-3-2021 25-11-2021

Extra meetlocaties: Binnen het ILM2 zijn er 8 extra meetlocaties aangevraagd door deelnemende gemeentes. Deze meetlocaties worden door de betreffende gemeentes zelf gefinancierd. De meetlocaties zijn geselecteerd op mogelijke lokale vraagstukken danwel verder ondersteunend aan dit onderzoek naar de regionale luchtkwaliteit. Deze 8 meetlocaties staan beneden opgesomd. De locaties in Helmond en Best staan opgesteld langs (doorgaande) wegen. De extra locaties in Oirschot en Reusel betreffen locaties waar waarschijnlijk vooral de regionale achtergrond gemeten wordt. Meetlocatie I46 I47

TNO Intern

Locatie Best Ringweg Oirschot - Neereindsweg

Plaatsing 6-8-2021 6-8-2021

66/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

I48 I49 I51 I52 I56 I58

Bijlage A

Helmond Vossenbeemd Helmond Kanaaldijk Helmond Mierloseweg Helmond Kasteeltraverse Reusel Beekakkersweg Best - Looierstraat

8-6-2021 8-6-2021 8-6-2021 8-6-2021 5-8-2021 6-8-2021

Tijdelijke meetlocaties: Binnen het ILM2 zijn er zes mobiele meetboxen beschikbaar voor meetcampagnes om vraagstukken van individuele gemeentes te onderzoeken. In 2022 zijn er twee mobiele meetboxen ingezet in de gemeente Nuenen voor een vraagstuk rond luchtvervuiling gerelateerd aan verkeersdrukte. Meetlocatie I53 I57

TNO Intern

Locatie Nuenen Nuenen

Zandsche Put Geldropse Dijk

Plaatsing 19-5-2022 12-4-2022

67/71

TNO Intern TNO 2023 R11852

Bijlage B

Bijlage B

Data beschikbaarheid In de tabel staat weergegeven op welke meetlocaties in 2022 meetgegevens verloren zijn gegaan en waardoor dit kwam. Downtime Meetlocatie Van Tot Reden [dagen] 2-210-2I11 EH Dorgelolaan Firmware update 9 2022 2022 14-221-2I50 Asten Gezandebaan Acculader 8 2022 2022 22-314-4I40 EH JF Kennedylaan Acculader 24 2022 2022 EH 30-38-4I22 Acculader 10 Meerhovensedreef 2022 2022 Deurne 5-431-12I54 Vandalisme 271 Ommezwanksedijk 2022 2022 9-421-4I46 Best Oirschotseweg Acculader 13 2022 2022 26-515-6I16 Bergeijk Dorpsstraat Acculader 21 2022 2022 9-64-7I12 EH Mathildalaan Uitval verlichting 26 2022 2022 26-717-8I02 EH Scherpenering Acculader 23 2022 2022 26-821-9I39 EH Willemstraat Uitval verlichting 27 2022 2022 EH 12-923-9I22 Acculader 12 Meerhovensedreef 2022 2022 17-931-12I08 EH Beukenlaan Aangereden 106 2022 2022 EH 19-1010-11I22 Acculader 23 Meerhovensedreef 2022 2022 4-1118-11I04 EH Finisterelaan Acculader 15 2022 2022 1-1131-12I25 EH Luchthavenweg Uitval verlichting 36 2022 2022 13-1223-12I12 EH Mathildalaan Acculader 11 2022 2022 Helmond Kasteel19-1231-12I52 Acculader 13 Traverse 2022 2022 25-1231-12I04 EH Finisterelaan Acculader 7 2022 2022

TNO Intern

6871

TNO Intern TNO 2023 R11852

Bijlage C

Bijlage C

Data selectie NO2 Zoals genoemd in Sectie 3.2.1, is er een sterk vermoeden dat de kwaliteit van de NO2metingen in de CAIREBoxen terugloopt bij (1) een verhoogde ozonconcentratie en (2) een verlaagde relatieve luchtvochtigheid. Deze omstandigheden vinden vooral in de zomermaanden plaats. Een sterke correlatie (zowel negatief als positief) duidt erop dat de CAIREBox primair de ozonconcentraties of de luchtvochtigheid volgt, terwijl de NO 2concentratie in de atmosfeer gevolgd dient te worden. We hebben de volgende drie stappen gevolgd om te komen tot een onderbouwde selectie van NO2 meetgegevens voor analyse. Allereerst hebben we onderzocht of er andere redenen kunnen zijn waardoor een sterke correlatie op kan treden tussen NO2-concentratie enerzijds en de ozonconcentratie en relatieve luchtvochtigheid anderzijds. In figuur 43 laten we de correlatie tussen de NO2concentratie en ozonconcentratie zien, beide zoals gemeten op verschillende LML-locaties in omgeving Eindhoven. We observeren voornamelijk een sterk negatieve correlatie voor de meeste maanden en geen correlatie gedurende enkele zomermaanden. Een negatieve correlatie valt te verwachten, omdat NOx onder invloed van zon wordt omgezet in O3. We concluderen hieruit dat wanneer een positieve correlatie zichtbaar is tussen NO 2 en ozon de sensor kruisgevoelig is voor ozon.

In figuur 44 laten we de correlatie tussen de NO 2concentratie en de relatieve luchtvochtigheid (zoals gemeten door KNMI-station te Eindhoven) met de LML stations zien. We zien hier een overwegend positieve correlatie. Het vermoeden is dat de kwaliteit van de NO2-metingen vooral bij een verlaagde luchtvochtigheid afneemt, en dat de metingen dan overwegend te hoog zijn. Een negatieve correlatie kan dus duiden op een slechte datakwaliteit door kruisgevoeligheid van de sensor met vocht. Ten tweede, hebben we onderzocht per week wat de daadwerkelijke correlatie is tussen enerzijds de NO2-concentratie en anderzijds de ozonconcentratie en relatieve luchtvochtigheid. In figuur 45 is de correlatie van NO2-concentratie met de ozonconcentratie te zien voor alle sensoren binnen het ILM2 netwerk. We zien dat vooral in de zomermaanden een sterk positieve correlatie op veel CAIREBoxen te zien is met ozon. Dit toont aan dat de sensoren inderdaad een kruigevoeligheid lijken te hebben met ozon. We zien dat enkele CAIREBoxen gedurende de hele meetperiode een negatieve correlatie laten zien (I07 en I09) en dus geen kruisgevoeligheid voor ozon lijken te hebben. In figuur 46 is de correlatie van NO2-concentratie met de relatieve luchtvochtigheid te zien, waar voor sommige periodes een negatieve correlatie zichtbaar is (met name in het voorjaar).

Dit toont aan dat er momenten zijn waar de sensoren kruisgevoelig voor vocht zijn. We zien duidelijk dat na een onderhoudsmoment de negatieve correlatie over het algemeen verdwijnt. We zien verder dat de correlatie overwegend negatief is, terwijl de LML-locaties een positieve correlatie laten zien. Ten derde, hebben we gezocht wat de beste drempelwaarde van correlaties zijn om NO2 data van de sensoren af te keuren. Na handmatige inspectie van de meetresultaten zijn de volgende drempelwaardes voor correlatie gekozen: • Ozon correlatie boven 0.5 wordt afgekeurd • Relatieve luchtvochtigheid onder de -0.5 wordt afgekeurd

TNO Intern

69

TNO Intern TNO 2023 R11852

Bijlage C

Correlaties zijn berekend op weekbasis. Hieruit volgt de selectie van NO 2-meetwaarden zoals weergegeven in H3.2.1 (zie figuur 8).

Figuur 43: Correlatie LML NO2-concentratie en ozonconcentratie.

TNO Intern

70

TNO Intern TNO 2023 R11852

Bijlage C

Figuur 44 Correlatie LML NO2-concentratie met de luchtvochtigheid zoals gemeten door KNMI in Eindhoven.

TNO Intern

71

TNO Intern TNO 2023 R11852

Bijlage C

Figuur 45 Correlatie ILM NO2-concentratie met LML-ozonconcentratie.

Figuur 46 Correlatie NO2-concentratie met relatieve luchtvochtigheid, beide gemeten in de CAIREbox.

TNO Intern

72

Energy & Materials Transition Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht www.tno.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13567628/1