A2 Dhr. Boonstra tips i.v.m. het houtrookprobleem
Tekst van het document
Amersfoort wil al langer iets doen tegen houtrook, maar tot nu toe bleken maatregelen juridisch steeds niet haalbaar. Deze nieuwe maatregel is dat volgens wethouder Astrid Janssen (Duurzaamheid) wél. ,,Eindelijk is er voor onze inwoners en handhavers de mogelijkheid om op te treden bij overlast van houtrook‘’, zei GroenLinks-fractieleider Dillian Hos.
De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op In 2016 werd de Omgevingswet aangenomen. Nadat de datum van inwerkingtreding vele malen werd opgeschoven, ging op 14 maart 2023 dan toch eindelijk de kogel door de kerk: de Eerste Kamer gaf groen licht, zodat de wet op 1 januari 2024 daadwerkelijk in werking treedt. Onder deze wet regelen gemeenten alles wat met de omgeving (dus: het milieu) te maken heeft, of, zoals N.J. Aalberts uitlegt in zijn afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet; biedt de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden in de aanpak van houtstook overlast? (2022):
Op landelijk niveau wordt het Bouwbesluit 2012 vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De eisen aan een rookgasinstallatie blijven gelijk, maar de gemeente krijgt wel de mogelijkheid om middels een maatwerkvoorschrift de eisen voor bestaande bouw aan te scherpen naar de eisen van nieuwbouw. De Wet milieubeheer blijft ook na invoering van de Omgevingswet van kracht. 3
Dit onderzoek is (nog) niet beschikbaar op internet; het is wel op te vragen bij het Kenniscentrum Houtrookoverlast.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
22/34
Met de Omgevingswet worden 26 wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving gebundeld in één nieuwe wet. De nieuwe Omgevingswet is zowel een bundeling als een modernisering van de oude wetgeving. De Omgevingswet gaat uit van het subsidiariteitsbeginsel. Dit houdt in dat de taken en bevoegdheden in principe door de decentrale overheden (gemeenten) worden uitgevoerd. Hiermee staan de gemeenten aan de basis voor de algemene zorg voor de fysieke leefomgeving. Het Bbl is voor het onderwerp houtstook relevant. Het Bbl vervangt namelijk onder andere het Bouwbesluit 2012. [...] Het Bbl is uitputtend geregeld. Dit houdt in dat er alleen kan worden afgeweken met maatwerk als het Bbl hiervoor ruimte biedt. Voor houtstook kan dit met een maatwerkvoorschrift. Een maatwerkvoorschrift is een aanvullende regel die de gemeente kan opnemen in een apart maatwerkbesluit. Artikel 3.7 van het Bbl biedt de mogelijkheid voor de gemeente om maatwerkvoorschriften te stellen aan bestaande bouw. Een maatwerkvoorschrift voor bestaande bouw mag enkel de kwaliteit verhogen. Tot maximaal het niveau van nieuwbouw (hoofdstuk 4 Bbl). Dit houdt in dat de eisen voor een verbrandingsinstallatie bij bestaande bouw van artikel 3.74 t/m 3.78 Bbl aangescherpt kunnen worden tot maximaal de eisen bij nieuwbouw.
[...] Gemeenten kunnen regels stellen die het Bbl aanvullen in het omgevingsplan als het oogmerk van deze regel verschilt van het oogmerk van het Bbl. Bij regels voor houtstook is dit mogelijk omdat de regels in het omgevingsplan gericht zijn op de fysieke leefomgeving en de luchtkwaliteit terwijl het Bbl zich in de eerste plaats richt op de gezondheid van de gebruiker van de betreffende woning. Voor het onderwerp houtstook zijn artikel 22.18 en 22.20 (bruidsschat) van het tijdelijk deel van het omgevingsplan relevant. Deze artikelen regelen namelijk dat houtstook niet mag leiden tot overlast bij buurtbewoners. Gebruikers van een bouwwerk (22.18), open erf of terrein (22.20) dienen alle redelijke maatregelen te nemen om overlast of hinder van onder andere rook, walm, roet en stof te voorkomen. Beide artikelen vervangen artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 zoals onderzocht in paragraaf 2.2. Zoals hierboven al vermeld heeft de gemeente de bevoegdheid deze artikelen aan te passen. Hiermee kan de gemeente de zorgplicht verduidelijken. Ook kan de gemeente de zorgplicht verder aanvullen met toetsings- en handhavingscriteria voor overlast. In de gemeentelijke omgevingsvisie kan de gemeente ambities rondom houtstook opnemen. De gemeente kan zich bijvoorbeeld voornemen om overlast van houtstook te beperken of om houtkachels bij nieuwbouwwoningen te ontmoedigen.
Deze ambities kan de gemeente vervolgens uitwerken in een programma (paragraaf 4.6) of bindende regels in een omgevingsplan (paragraaf 4.7). De gemeente kan ervoor kiezen een programma te maken voor houtstook. Voorbeelden voor onderwerpen in een programma zijn: • een laagdrempelig loket voor het melden van overlastsituaties openen; • het inzetten van bemiddeling bij overlast; • een actie met schoorsteenvegen; • het financieel stimuleren van de uitfasering van de meest vervuilende type kachels; • bewoners voorlichten over de nadelige gevolgen van houtstook. Het omgevingsplan bevat de regels voor de fysieke leefomgeving. De gemeente kan per gebied aangeven welke activiteiten er wel en niet toegestaan zijn (bijvoorbeeld wonen, recreatie en verkoop). Ook worden er regels gesteld voor activiteiten, houtstook kan zo’n activiteit zijn.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
23/34
De gemeente kan middels omgevingswaarden vastleggen welke kwaliteit een grondgebied moet hebben. Een omgevingswaarde is een instrument dat de gemeente in het omgevingsplan zet waarmee de gemeente het beleid van de omgevingsvisie kan uitvoeren. Hiermee kan de gemeente de kwaliteit vastleggen die zij voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is de luchtkwaliteit. De gemeente mag alleen omgevingswaarden vaststellen op terreinen waar het rijk of de provincie nog niks hebben vastgesteld. Een uitzondering hierop is de luchtkwaliteit. Daarin mag de gemeente aanvullende (zoals roet) en afwijkende (strengere) omgevingswaarden stellen. De gemeente kan in het omgevingsplan regels stellen voor houtstook, als milieubelastende activiteit. Het doel hiervan is het beperken van negatieve effecten in de leefomgeving. De gemeente kan dit doen voor een kachel of open haard, maar ook voor vuurkorven en buitenhaarden die in de tuin worden gebruikt.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft de volgende voorbeeldregels voor in het omgevingsplan aangedragen: • Bij mist of windstil weer een stookverbod wat gekoppeld kan worden aan de Stookwijzer of het Stookalert; • De schoorsteen wordt minimaal jaarlijks geveegd; • Alleen droog, schoon en ongeverfd hout mag als brandstof worden gebruikt; • De uitlaat van de schoorsteen bevindt zich minimaal 0,5m boven de nok; • Een houtkachel die wordt geïnstalleerd dient aan de toepasselijke EN-norm te voldoen. Hiermee wordt installatie van tweedehands kachels die hier niet aan voldoen voorkomen. De gemeente kan regels stellen voor de frequentie, tijdstip en duur van houtstook. Dit is alleen succesvol bij gebruikers die naast een houtkachel nog een andere bron van verwarming hebben. De gemeente kan ook immissie eisen voor geur of stoffen opnemen in het omgevingsplan. Immissie betekent de belasting. Dit is bij houtstook de belasting van geur of stoffen op de gevels andere woningen in de buurt. Hiermee wordt er een harde grens gesteld en ligt de verantwoordelijkheid bij de gebruiker om deze eis te halen. Zo zou het materieel of het stookgedrag mogelijk aangepast dienen te worden. Dit kan worden gemeten met de methoden genoemd in paragraaf 2.5.
4.8 De omgevingsvergunning Artikel 4.4 van de Omgevingswet biedt de gemeente de mogelijkheid om activiteiten vergunning of melding plichtig te maken. Deze melding of vergunningplicht kan de gemeente opnemen in haar omgevingsplan. Dit blijkt uit artikel 4.1, lid 1 en artikel 4.4, lid 2 van de Omgevingswet. Als de gemeente besluit om houtstook als activiteit vergunning plichtig te maken dan is er sprake van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Een vergunningsaanvraag die voldoet aan de gestelde eisen is een binnenplanse omgevingsactiviteit en een vergunningsaanvraag die hier niet aan voldoet is een buitenplanse omgevingsactiviteit. Voor de vergunningplicht neemt de gemeente beoordelingsregels op in haar omgevingsplan om de vergunningaanvraag aan te toetsen. Deze beoordelingsregels kunnen bijvoorbeeld eisen stellen aan de hoogte van de kachelpijp (zie paragraaf 4.7) of de technische eisen van het Bbl (zie paragraaf 4.3). Verder kan de gemeente opnemen dat de vergunning wordt ingetrokken als de bepalingen omtrent houtstook (zie paragraaf 4.7) of de vergunningvoorschriften niet worden nageleefd. Deze vergunningvoorschriften kan de gemeente opnemen bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Dit is weer onder te verdelen in doelvoorschriften en middelvoorschriften. Doelvoorschriften drukken het te bereiken doel uit in objectieve termen.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
24/34
Voor houtstook kan dit een maximale geurimmissiewaarde zijn (zie paragraaf 4.7 en 2.5). De stoker bepaalt dan zelf hoe aan dit voorschrift wordt voldaan. Als er niet aan het doelvoorschrift wordt voldaan is het aan de gemeente om dit aan te tonen. Een middelvoorschrift geeft vooraf een middel hoe de stoker aan het voorschrift moet voldoen. Dit kan bijvoorbeeld het maximaal toegestane stookuren per dag begrenzen of voorschriften voor de brandstof (zie paragraaf 4.7).50 Een minder vergaande mogelijkheid is het instellen van een meldingsplicht. De gemeente kan dit doen op grond van artikel 4.4, lid 1 van de Omgevingswet. Het moet hierbij wel gaan om een milieubelastende activiteit. Bij houtstook komt er co2 en fijnstof vrij, dus dat kan als zodanig worden aangemerkt. Het doel van de meldingsplicht is om voor de gemeente in kaart te brengen waar er hout wordt gestookt. Het is voor de gemeente niet mogelijk om de activiteit naar aanleiding van de melding te verbieden. De gemeente heeft wel de mogelijkheid om op basis van de melding een controle uit te voeren. In hoofdstuk 5 ("Regelgeving en werkwijze van de gemeente Zutphen") van zijn afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet geeft N.J. Aalberts een inschatting van hoe effectief en handhaafbaar de verschillende mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, in Zutphen zouden zijn.
Dit hoofdstuk omvat 8 pagina's, dus is hier kortheidshalve weggelaten. Wie het wil ontvangen, kan Martin van Raay een mailtje sturen (mhvanraay@live.nl), dan wordt het volledige onderzoek aan u opgestuurd. Op de webpagina Drieslag houtstook: Sarina, Marjolein en Marloes (over het Schone Lucht Akkoord) legt Marloes Jongeneel (Rijkswaterstaat) uit:
Met de Omgevingswet krijgen decentrale overheden meer regie over de leefomgeving. Ook voor houtstook kunnen gemeenten dan eenvoudiger zelf beleid en regels maken. Zo kunnen ze in het omgevingsplan lokale regels vastleggen voor het gebruik van bijvoorbeeld open haarden, houtkachels en vuurkorven. We leggen dit verder uit op de website van het Informatiepunt Leefomgeving. Decentrale overheden kunnen hun vragen hierover ook stellen via de helpdesk van het InformatiePunt; grote kans dat ik degene ben die de vraag dan zal (proberen te) beantwoorden. Het Informatiepunt Leefomgeving legt op zijn webpagina Regels voor houtstook vanuit woningen uit welke mogelijkheden gemeenten hebben om het houtstookprobleem aan te pakken:
Gemeenten kunnen beleid maken en regels opstellen voor het gebruik van houtkachels en open haarden. Ook zijn lokale regels mogelijk voor houtstook buitenshuis, zoals vuurkorven en buitenhaarden. Daarnaast gelden landelijke regels. In het omgevingsplan van gemeenten kunnen lokale regels voor houtstook staan. Gemeenten kunnen de aanwezigheid van houtkachels niet verbieden. [...] Ook is er nauwelijks ruimte voor gemeenten om lokale regels te stellen voor het rookgaskanaal (schoorsteen), omdat het Bbl daarover al regels stelt. Wél kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels opnemen over het gebruik van houtkachels. Zodat er minder schadelijke rook in de omgeving terechtkomt. Het oogmerk is dan het beschermen van de gezondheid van omwonenden (en van het milieu).
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
25/34
Daarnaast kunnen gemeenten in de omgevingsvisie beleid voor houtstook opstellen en in een programma maatregelen vastleggen. Ook kunnen gemeenten lokale omgevingswaarden voor luchtkwaliteit opstellen. Houtstook en de omgevingsvisie De gemeente is verplicht om een omgevingsvisie te maken. In de gemeentelijke omgevingsvisie kan de gemeente ambities rondom houtstook opnemen. Deze ambities kan de gemeente vervolgens uitwerken in een programma en/of bindende regels in het omgevingsplan. Uitgangspunten in de omgevingsvisie kunnen bijvoorbeeld zijn: • overlast houtstook beperken • ontmoedigen van houtkachels in nieuwe woningen Ook als de omgevingsvisie geen specifieke ambitie voor houtstook bevat, kan de gemeente maatregelen in een programma of het omgevingsplan opnemen. Houtstook in een programma De gemeente of provincie kan er voor kiezen om een programma te maken voor houtstook. In een programma staan maatregelen om het gewenste doel te bereiken. Overheden kunnen daarbij beleidsregels en financiële instrumenten gebruiken. Maar ook communicatieve maatregelen, afspraken met organisaties en uitvoering van projecten kunnen onderdeel zijn van een programma. Voor houtstook zijn bijvoorbeeld de volgende maatregelen denkbaar: • Bewoners bewustmaken van luchtvervuiling en mogelijke overlast (voorlichting).
• Een laagdrempelig loket voor het melden van overlastsituaties openen en een passende (re)actie op klachten voorbereiden. • Professionele bemiddeling inzetten bij overlastsituaties. • Schonere alternatieven stimuleren (voorlichting, financiële regeling). • Uitfasering van de meest vervuilende (oude) kachels stimuleren (financiële regeling). • Wijkgericht schoorsteenvegen. Regels voor houtstook in het omgevingsplan De gemeente kan in het omgevingsplan regels stellen voor het stoken van hout aan huis, als milieubelastende activiteit. Met als doel om negatieve effecten op de leefomgeving te beperken. Het kan daarbij gaan om het gebruik van een kachel of open haard binnenshuis. Maar gemeenten kunnen ook regels stellen voor bijvoorbeeld vuurkorven en buitenhaarden in de tuin of op het terras. Als de gemeente geen regels stelt in het omgevingsplan, dan geldt ook voor burgers de zorgplicht uit artikel 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. Een particulier die hout stookt, moet ervoor zorgen dat nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Een gemeente kan voor houtstook ook de specifieke zorgplicht uit de bruidsschat overnemen en verder invullen in het omgevingsplan. Voorbeelden van regels in het omgevingsplan De regels moeten gaan over de fysieke leefomgeving.
Ze kunnen zich richten op het beperken van de luchtvervuiling en het voorkómen of verminderen van overlast voor omwonenden. Gemeenten kunnen regels opstellen voor specifieke gebieden of gebiedstypen, als ze daarvoor een goede onderbouwing hebben. De handhaafbaarheid van de regels is een belangrijk aandachtspunt. Ook moet er capaciteit zijn voor het toezicht op de regels. Voorbeeldregels van de VNG Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
26/34
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft voor houtstook aan huis 5 voorbeeldregels opgenomen in de staalkaart Bestaande woonwijk. Deze voorbeeldregels zijn vooral bedoeld voor gedachtevorming. Ze zijn verder niet uitgewerkt. 1. Als brandstof wordt alleen droog, schoon en ongeverfd hout gebruikt (overigens is het stoken van geverfd hout al verboden via de Wet milieubeheer). 2. De uitlaat van de schoorsteen bevindt zich minimaal 0,5 m boven de nok (zie voor toelichting de pagina Technische bouwregels voor houtkachels). 3. De schoorsteen wordt minimaal eenmaal per jaar geveegd. 4. Bij mist of windstil weer wordt niet gestookt (mogelijk te koppelen aan de stookwijzer of het stookalert). 5. Een houtkachel die wordt geïnstalleerd voldoet aan de toepasselijke EN-norm (doel: geen installatie van tweedehandskachels, die nog niet voldoen aan de toepasselijke EN-norm). Naast de VNG-voorbeeldregels, zijn meer lokale houtstookregels denkbaar. Hierna volgen nog enkele voorbeelden. Frequentie, tijdstip en duur van houtstook Hoe vaak, wanneer en hoe lang mogen mensen hun open haard, houtkachel, vuurkorf of buitenhaard gebruiken? Regels daarvoor zijn vooral geschikt voor sfeerverwarming (open haarden, buitenvuren). Gebruikers van moderne (pellet)kachels of pelletketels voor hoofdverwarming hebben vaak geen alternatieve verwarmingsbron.
Immissie-eisen voor het gebruik van houtkachels Gemeenten kunnen voor bepaalde wijken immissie-eisen voor houtrookgerelateerde geur of stoffen opnemen in het omgevingsplan. Zodat de omgeving beter beschermd kan worden tegen houtrook. Dat kan betekenen dat gebruikers hun stookgedrag en zo nodig hun materieel (zoals type kachel, filter of schoorsteenkap) moeten aanpassen, om aan deze eisen te kunnen voldoen. De rijksoverheid onderzoekt mogelijkheden voor een meet- of beoordelingsmethode. Want de uitvoering en handhaafbaarheid van een immissie-eis kan complex zijn. Zo’n beoordelingsmethode kunnen gemeenten ook gebruiken bij overlastsituaties. Vergunningplicht, meldingsplicht of informatieplicht Gemeenten kunnen eventueel een vergunningplicht instellen voor de activiteit het stoken van hout door huishoudens of een specifieke deelactiviteit. Dit is dan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Daarbij moet de gemeente dan beoordelingsregels opstellen. Een meldingsplicht of een informatieplicht is een minder vergaande mogelijkheid. Specifieke zorgplicht in de bruidsschat: geen overlast Houtstook mag niet leiden tot overlast bij buurtbewoners. Gebruikers van een bouwwerk, open erf of terrein moeten alle redelijke maatregelen nemen om overlast of hinder van onder andere rook, roet, walm en stof te voorkomen of te stoppen.
Deze specifieke zorgplicht staat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, in de bruidsschat. Het gaat om artikel 22.18 (bouwwerken) en 22.20 (open erven en terreinen) van deze bruidsschat. Beide artikelen vervangen het overlastartikel 7.22 uit het Bouwbesluit. Gemeenten kunnen deze specifieke zorgplicht verduidelijken of verder invullen in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld door toetsings- en handhavingscriteria op te stellen voor het Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
27/34
beoordelen van overlast. Zo kan de gemeente overlast op een zelfde manier beoordelen en eventuele handhaving onderbouwen. Zoals hierboven beschreven, kan de gemeente ook specifieke stookregels opnemen in het omgevingsplan, waarop ze direct kan handhaven. Beoordelen houtrookoverlast De rijksoverheid werkt aan een uniforme meet- of beoordelingsmethode. Op dit moment kunnen gemeenten gebruikmaken van het kennisdocument Gezondheids- en hindereffecten door houtkachels van particulieren van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB) uit 2019. Dit uitgebreide kennisdocument geeft handvatten voor de beoordeling van houtrookoverlast. De rechtbank gaat in uitspraak SHE 18/596, 12 juli 2019 (Helmond) uitgebreid in op deze handvatten en noemt ook eerdere jurisprudentie over het beoordelen van houtrookoverlast. Omgevingswaarden luchtkwaliteit Omgevingswaarden leggen de kwaliteit vast die het Rijk, de provincie of de gemeente wil bereiken. Houtstook zorgt onder andere voor uitstoot van fijnstof. De gemeente zorgt ervoor dat de rijksomgevingswaarden voor fijnstof niet worden overschreden. Lokale omgevingswaarden Gemeenten en provincies mogen ook aanvullende en afwijkende (strengere) omgevingswaarden stellen voor luchtkwaliteit. Ze leggen deze vast in het omgevingsplan of de omgevingsverordening.
De gemeente kan bijvoorbeeld een omgevingswaarde vastleggen voor roet of een omgevingswaarde voor piekconcentraties fijnstof. Maatregelen nemen Zo’n lokale omgevingswaarde heeft alleen zin als de gemeente zelf maatregelen kan nemen om de norm te halen. Bijvoorbeeld via specifieke regels in het omgevingsplan en handhaving daarvan. Zo kan de gemeente in het omgevingsplan een regel opnemen, dat nieuwe milieubelastende activiteiten worden getoetst aan deze omgevingswaarden. Ook via voorlichting aan bewoners of subsidies kunnen gemeenten het stookgedrag beïnvloeden, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Stelt de gemeente een lokale omgevingswaarde vast? Dan moet ze deze zelf monitoren. En een programma opstellen als de omgevingswaarde wordt overschreden. Of als een overschrijding dreigt in de toekomst. En op zijn webpagina Lucht en omgevingswaarde zegt het Informatiepunt Leefomgeving duidelijk:
Lokale omgevingswaarden De provincie en de gemeente kunnen lokale omgevingswaarden [*] voor de buitenlucht in de omgevingsverordening en het omgevingsplan [*] opnemen. Dit kan een strengere omgevingswaarde zijn dan de rijksomgevingswaarde. Hiervan zijn drie varianten: • een scherpere norm, bijvoorbeeld voor fijnstof • een resultaatsverplichting voor een rijksomgevingswaarde waar in het Bkl een inspanningsplicht voor geldt • voor de lokale omgevingswaarde geldt dezelfde getalswaarde op locaties waar de rijksomgevingswaarde niet geldt Ook aanvullende omgevingswaarde mogelijk
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
28/34
Behalve een strengere omgevingswaarde is ook een aanvullende omgevingswaarde mogelijk. Bijvoorbeeld een omgevingswaarde voor roet. Gemeenten en provincies krijgen daarmee extra ruimte om vorm te geven aan lokaal of regionaal beleid voor een gezonde leefomgeving. Voorbeeld: omgevingswaarde roet in omgevingsplan Voor roet staat in het Bkl geen omgevingswaarde. Een gemeente kan bijvoorbeeld vanuit gezondheidsperspectief een bepaald niveau stellen aan de roetconcentratie. Dit kan een gemeente doen door een lokale omgevingswaarde voor roet in het omgevingsplan op te nemen. Kortom: gemeenten krijgen met de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de Omgevingsverordening krachtige instrumenten in handen om houtrookoverlast te beëindigen. Maak hier gebruik van en uw gemeente zal een prettiger gemeente worden om in te leven.
Stel een registratie- en vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens In het rapport "Beleidsverkenning aanvullende maatregelen om de emissies van particuliere houtstook te beperken"(2022) noemt Royal HaskoningDHV als mogelijke uitbreidingen van de bestaande weten regelgeving:
• een registratieplicht voor alle bestaande en nieuwe toestellen; • een verplichte periodieke keuring van alle toestellen; In hun rapport Handreiking Gezonde leefomgeving in het omgevingsplan schrijft de GGD GHOR Nederland:
4.2.9 Houtstook: omgevingsvergunning Volgens het Ministere van I en W (2020) kan de gemeente een vergunningplicht instellen voor de activiteit ‘het stoken van hout door huishoudens’ of een specifieke deelactiviteit. Dit is dan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Daarbij moet de gemeente beoordelingsregels opstellen. Het document waarnaar verwezen wordt, is de brief Antwoorden op vragen over tiende rapportage Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, waarin, op 2020-02-26, minister Stientje van Veldhoven - Van der Meer antwoordt op vragen van het CDA:
Vraag 3 De PvdA-fractieleden gaan ervan uit dat de in het Akkoord opgenomen normen minimumnormen betreffen waarvan door gemeenten, provincies en Rijk naar boven kan worden afgeweken. Kunt u dit (nogmaals) bevestigen? Antwoord 3 en 4 [...] Het stelsel Omgevingswet biedt een aantal mogelijkheden voor decentrale overheden om een afwijkende of een aanvullende omgevingswaarde voor het eigen grondgebied vast te stellen. [...] Lokale overheden kunnen onder de Omgevingswet alleen verdergaande gezondheidsambities vastleggen voor het lokaal realiseren van schonere lucht. Lokaal toestaan van vuilere lucht mag niet. Vraag 5 Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
29/34
Is het mogelijk om in de nabije toekomst bijvoorbeeld een wettelijke landelijke norm voor de uitstoot door houtstook van particulieren op te leggen naast, of aanvullend op, het Akkoord? Antwoord 5 [...] [Het is], in principe, mogelijk om lokaal eisen te stellen aan de uitstoot van houtrook (zie ook antwoord op vraag 6). Vraag 6 Kan een gemeente dergelijke dwingende normen opleggen als voorwaarde voor het afgeven van een vergunning voor de aanleg van houtgestookte kachels en haarden? Vraag 7 Geeft de nieuwe Omgevingswet gemeenten de ruimte om de aanleg van houtgestookte kachels en haarden vergunningplichtig te maken? Antwoord 6 en 7 [...] Om regels te stellen aan de uitstoot van houtrook kunnen gemeenten in een Algemene plaatselijke verordening, en straks ook onder de Omgevingswet (in het Omgevingsplan), wel immissie-eisen stellen aan het gebruik van kachels en haarden. Dit betreft eisen aan de buitenlucht, niet aan de kachel zelf. Hier dient dan een zorgvuldige afweging van belangen aan ten grondslag te liggen. Het kunnen hier regels betreffen voor een specifieke locatie, weersomstandigheden of voor een specifieke periode om overlast van houtrook tegen te gaan. De gemeente kan voor dit gebruik desgewenst ook een algemeen verbod of een verbod behoudens vergunning instellen.
Dit betekent dat een gemeente lokaal strengere regels kan vaststellen voor de luchtkwaliteit dan de landelijke wetgeving, dat een gemeente een stookverbod onder bepaalde voorwaarden kan afkondigen én dat een gemeente het stoken van hout vergunningplichtig kan maken. Of "een specifieke locatie" kan betekenen "binnen de bebouwde kom" is momenteel nog niet duidelijk, maar de brief van de minister zegt in ieder geval niet expliciet dat dit niét kan. Dit komt overeen met wat het Informatiepunt Leefomgeving schrijft op zijn webpagina Regels voor houtstook vanuit woningen:
Vergunningplicht, meldingsplicht of informatieplicht Gemeenten kunnen eventueel een vergunningplicht instellen voor de activiteit het stoken van hout door huishoudens of een specifieke deelactiviteit. Dit is dan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Daarbij moet de gemeente dan beoordelingsregels opstellen. Een meldingsplicht of een informatieplicht is een minder vergaande mogelijkheid. Via de beoordelingsregels kan een gemeente de vuilste apparaten uitbannen of, als de regels streng genoeg zijn, houtstook onmogelijk maken.
Neem in de APV een milieubelasting voor houtstokers op Wie elektriciteit en aardgas verbruikt, ziet op de factuur ook • REB (Regulerende Energie Belasting) en • ODE (Opslag Duurzame Energie) staan. De REB is (als prijsverhoging) bedoeld om het verbruik van fossiele brandstoffen minder aantrekkelijk te maken. Het geld van de ODE wordt gebruikt om de productie van duurzame energie te stimuleren (bron: Essent). Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
30/34
Op hout zit geen REB en ook geen ODE. Om een eind te maken aan deze vorm van belastingontduiking kunt u in de gemeenteraad een motie indienen om een houtstookbelasting in te voeren, analoog aan de hondenbelasting: de vervuiler betaalt. Met de inkomsten uit die belasting zou u een slooppremie voor houtkachels kunnen financieren. De bevoegdheid tot het opleggen van gemeentelijke belastingen is vastgelegd in de Gemeentewet:
Hoofdstuk XV. De gemeentelijke belastingen § 1. Algemene bepalingen Artikel 216 De raad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Artikel 217 Een belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is.
Pas de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) toe In 2006 trad de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) in werking. De Wbmgp biedt gemeenten de mogelijkheid om in kwetsbare gebieden, waar de leefbaarheid en veiligheid onder druk staan, bijzondere maatregelen in te zetten, zoals het selectief toewijzen van huurwoningen. In de praktijk betekent dit dat gemeenten de leefbaarheid en veiligheid kunnen verbeteren door de instroom van huurders met een geschiedenis van overlastgevende (en/of criminele) gedragingen te beperken. In het rapport Selectieve woningtoewijzing; Landelijke evaluatie van artikel 8, 9 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, in 2021 geschreven in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, leest u alles over de Wbmgp en de ervaring van diverse gemeenten met deze wet.
Voer de Urgenda-uitspraak uit Op 24 juni 2015 oordeelde de rechtbank Den Haag in de door de stichting Urgenda tegen de Staat aangespannen bodemprocedure dat
de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. De Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. Tevens oordeelde de rechtbank:
De Staat moet meer doen om het dreigende gevaar veroorzaakt door de klimaatverandering te keren, gegeven ook zijn zorgplicht voor de bescherming en verbetering van het leefmilieu.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
31/34
Omdat de Staat zich niet aan deze uitspraak stoorde, spande Urgenda in 2018 opnieuw een rechtszaak aan en in deze zaak bekrachtigde de rechtbank Den Haag (in zijn uitspraak van 9 oktober 2018) de uitspraak van 24 juni 2015. Dit betekent dat de Staat er echt niet onderuit kan om de uitstoot van broeikasgassen sterk te verminderen. “De Staat”, dat is niet alleen de regering in Den Haag, dat is ook elke provincie en dat is ook elke gemeente. Dus ook voor elke gemeente geldt dat die meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen en ervoor zorg moet dragen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. En ook voor elke gemeente geldt dat hij een zorgplicht heeft tegenover zijn inwoners en dat hij het leefmilieu moet beschermen en verbeteren. Een heel gemakkelijke manier om aan deze verplichtingen te voldoen, is: een einde maken aan houtstook: • leg inwoners die door het verbranden van hout overlast/hinder veroorzaken een stookverbod op; • voer een slooppremie in voor houtkachels; • maak uw gemeente houtstookvrij. Hierdoor valt de door houtverbranding veroorzaakte CO2-uitstoot weg. Alternatieve verwarmingsvormen stoten voor dezelfde hoeveelheid warmte minder CO2 uit dan houtstook.
Zonne- en windenergie en aardwarmte stoten geen CO2 uit (alleen bij de bouw van de installaties komt CO2 vrij), maar zelfs elektriciteit die opgewekt is in een kolencentrale stoot voor 1 kWh 15% minder CO2 uit dan een houtcentrale (bron: Trouw: Waarom biomassa een grotere klimaatkiller is dan steenkool). U kunt dus een motie indienen dat uw gemeente de Urgenda-uitspraak uitvoert en actief de CO2uitstoot verlaagt door een eind te maken aan houtstook.
Profiteer van het werk van uw partijgenoten - en andersom Bent u een lokale afdeling van een landelijke partij? Profiteer dan van het werk van uw partijgenoten! Vraag aan het hoofdkantoor of ergens anders al eens een fractie raadsvragen over houtstook gesteld heeft of een motie ingediend heeft. Als dat zo is: neem die vragen/motie over. En neem contact op met die afdeling om samen na te denken over volgende stappen. Dit geldt ook voor de twee andere bestuurslagen die we in Nederland hebben: ga na of er door uw partij in Provinciale Staten of in de Tweede Kamer al eens aandacht besteed is aan het probleem. En dit werkt ook andersom: als u met raadsvragen of een motie succes boekt, laat uw partijgenoten elders daar dan van profiteren: geef de vragen en de motie via het landelijk hoofdkantoor door aan al uw plaatselijke collega's.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
32/34
Overzicht van de belangrijkste updates van dit document: 2024-02-12 2024-02-10 2024-01-20 2023-10-04 2023-07-25 2023-05-12 2023-05-08
2023-03-28 2023-03-16 2022-07-26 2022-07-21 2022-07-14
2022-05-25 2022-05-24 2022-04-03
2022-03-28
2022-02-25 2022-02-23 2022-02-21
Aan “Handhaaf de bestaande wetgeving” toegevoegd: “Breng de stoker in contact met het Tijdelijk Noodfonds Energie” en “Breng de stoker in contact met Geldfit”. Aan “Handhaaf de bestaande wetgeving” toegevoegd: “Breng de stoker in contact met Schuldhulpverlening”. Onder “Neem in de APV een criterium (norm) op voor hinder/overlast” drie suggesties voor criteria/normen toegevoegd. “Verbiedt open vuur (o.a. vuurkorven) in de tuin” toegevoegd. “Het effect van voorliching aan stokers is beperkt” toegevoegd, inclusief de tip om voorafgaand aan een voorlichtingscampagne een nulmeting uit te voeren. “Subsidieer de aanschaf van LED-haarden” toegevoegd. “Ga via het Interventiekompas in gesprek met stokers” toegevoegd. Onder “De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op” de definitieve datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet toegevoegd. Onder “Sluit uw gemeente aan bij het Schone Lucht Akkoord” de projecten toegevoegd die in 2021 en 2022 subsidie ontvingen. Onder “Slooppremie voor houtkachels” toegevoegd dat er een landelijke subsidie komt op het verwijderen van het rookkanaal. Onder “Handhaaf de bestaande wetgeving” toegevoegd dat de gemeente de stoker een waarschuwende brief kan sturen. Op diverse plaatsen citaten uit het rapport "Beleidsverkenning aanvullende maatregelen om de emissies van particuliere houtstook te beperken" (Royal HaskoningDHV) toegevoegd.
Onder "Stel raadsvragen" voorbeeldvragen toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" de motie uit Utrecht toegevoegd die voorkomt dat de ene houtkachel vervangen wordt door de andere. Onder "Slooppremie voor houtkachels" informatie toegevoegd over de tegenvallende effectiviteit van filters en katalysatoren (uit het rapport van Buro Blauw). Onder "Geef voorlichting aan gedupeerden" informatie toegevoegd over de tegenvallende effectiviteit van voorlichting aan stokers (uit het rapport van Buro Blauw en uit een Australisch onderzoek). Onder "Slooppremie voor houtkachels" het voorbeeld uit Noordwijk toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" de motie uit Almelo toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" het voorbeeld uit Utrecht toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" het voorbeeld uit Nijmegen toegevoegd. Onder "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" informatie uit het afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet; biedt de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden in de aanpak van houtstook overlast? (2022) van N.J. Aalberts toegevoegd. "Wet Ruimtelijke Ordening (WRO)" toegevoegd. Onder "Stookalert = stookverbod" informatie uit het afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet; biedt de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden in de aanpak van houtstook overlast? (2022) van N.J. Aalberts toegevoegd.
Aan "Stel een vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens" citaten uit de ministeriële brief van 2020-02-26 toegevoegd. Onder "Stookalert = stookverbod" toegevoegd dat in Amersfoort de Stookwijzer de status van tijdelijk stookverbod gekregen heeft. "Stel een vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens" toegevoegd. Onder "Stookalert = stookverbod" naast het RIVM twee andere stookalerts toegevoegd.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
33/34
2022-01-03 2021-12-31 2021-12-29 2021-12-28 2021-12-17 2021-10-23 2021-10-22 2021-10-14 2021-10-08 2021-08-25 2021-07-15: 2021-07-01: 2021-05-25:
In "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" de aktuele geplande invoerdatum van de Omgevingswet toegevoegd. Aan "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" een citaat over lokale en aanvullende omgevingswaarden toegevoegd. "Stel geurregels op" toegevoegd. Aan “Roep houtrookvrije wijken uit of maak de hele gemeente houtrookvrij” een verwijzing naar de APV van Koggenland toegevoegd. "Aansluiting bij het Schone Lucht Akkoord" toegevoegd. Informatie over het automatisch doorsturen van meldingen op Stookwijzer toegevoegd. Van "Slooppremie voor houtkachels" een apart hoofdstuk gemaakt. Informatie van Marloes Jongeneel (Rijkswaterstaat) over de Omgevingswet toegevoegd aan "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op". Citaten uit de Gemeentewet toegevoegd aan diverse hoofdstukken. Datum waarop de Omgevingswet in werking moet treden toegevoegd. "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" toegevoegd. “Voer de Urgenda-uitspraak uit” toegevoegd. “Neem in de APV een milieubelasting voor houtstokers op” toegevoegd. In “Roep houtrookvrije wijken uit of maak de hele gemeente houtrookvrij” een verwijzing naar de APV van Venray opgenomen. “Neem in de APV een criterium op voor hinder/overlast” toegevoegd.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
34/34