CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A2 Brief Vakvereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (GEANONIMISEERD)

Gemeenteraad 11 april 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname2.293 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Prangende vraag!

Waarom willen veel raadsleden van lokale partijen dat hun belangen behartigd worden door landelijke politieke partijen? Het gevolg is dat zij in het voorontwerp Wet op de politieke partijen (Wpp) gelijk gesteld worden aan de afdelingen van de landelijke partijen. Wat is dan het verschil bij gemeenteraadsverkiezingen?

Brief aan Willem-Alexander der Nederlanden (2018) Onze Koning eindigde zijn kersttoespraak 2017 als volgt: “Voetje voor voetje. Zo komen verbeteringen tot stand. Zo kan een groter wij ontstaan. Niet alleen in de wereld en in ons land, maar ook heel dichtbij in de eigen buurt”.

Naar aanleiding van zijn gehele toespraak heb ik zijne majesteit, namens het bestuur van de VPPG, de bijgevoegde brief gestuurd. Daarin de bereidheid getoond voor een gesprek waarbij de VPPG ideeën zal aandragen ter versterking van het wij-gevoel in de gemeente en de buurten. In opdracht van Z. M. de Koning heeft de Directeur van het Kabinet van de Koning de behandeling van de brief overgedragen aan minister Ollongren van BZK. Deze heeft mevr. J. Schipper-Spanninga, directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, gemandateerd om de brief van de VPPG aan de Koning te beantwoorden (brief ook bijgevoegd). Ik beveel u aan om beide brieven te lezen. Het antwoord van de minister eindigt: “Opvattingen als de uwe zullen in dit proces worden meegenomen. Dat is dan ook de reden dat ik u hartelijk wil bedanken voor de moeite die u hebt genomen uw standpunten kenbaar te maken”. Nu zijn we 6 jaar verder. In al die jaren geen enkele aandacht voor onze opvattingen zoals beloofd. De Haagse stolp bleef potdicht. En nu is, zoals al decennia te verwachten was, de kabinetsformatie gestrand op het ontbreken van het rechtstatelijk besef bij de Eerste en Tweede Kamerleden.

Doctrine: grondbeginsel van een leer De traditionele doctrine benadrukt dat de verschillende bestuurslagen (en dus ook de volksvertegenwoordigingen) in een nevengeschikte relatie ten opzichte van elkaar staan. Geen van de volksvertegenwoordigingen is zo bezien dus de belangrijkste, aldus de minister van BZK. Die Haagse doctrine ontstond rond 1900 met de komst van politieke landelijke partijen. Die partijen vervullen volgens de centralistische traditionele doctrine nog altijd een cruciale rol als intermediair tussen de samenleving en de staat. Zij brengen wensen en belangen in de samenleving bijeen, brengen deze onder woorden, zoeken daarvoor steun en betrekken burgers zo bij de politiek, zij rekruteren en selecteren kandidaten voor verkiezingen en voeren campagne voor een goede uitslag. Politieke partijen vertegenwoordigen daarmee een publiek belang, aldus de kopstukken van de politieke landelijke partijen. Vooral minister Remkens van BZK hield vast aan deze doctrine tijdens de behandeling van de Wspp in 2005. Een motie om de lokale partijen ook te subsidiëren of ondersteuning te geven via de VPPG, werd door hem afgeraden. Minister Plasterk had zelfs geen enkel goed woord over voor het bestaan van lokale partijen.

Deze leer, deze indoctrinatie is in strijd met de grondbeginselen van onze democratische rechtstaat. Gemeenten, gemeenschappen bestonden al eeuwen voordat deze werden veroverd door machtigen. Thorbecke heeft nog getracht het tij te keren met zijn Grondwet uit 1848. Helaas is dat rond 1900 mislukt en werd de macht gretig omarmt via landelijke politieke partijen. De gemeenteraden werden aan het centralistisch denken opgeofferd. De landelijke machthebbers zorgden ervoor dat hun leden als burgemeesters benoemd werden om toezicht te houden op het functioneren van het lokale bestuur. Maar de technologische ontwikkelingen gaan sneller dan de Haagse stolp kan bevatten. Een bestuurlijk drama als gevolg. voorzitter

Gemeentewet 2024 Raads- en commissieleden die bij de VPPG de workshop staatsinrichting volgden, kregen ‘De Gemeentewet in eenvoudig Nederlands’ van Els Boers en Douwe Brongers. Mevr. Boers is griffier en strijd al jaren voor een eenvoudige en leesbare Gemeentewet. Hard nodig gelet op de veranderingen.

Per 1 januari is elke raad verplicht een rekenkamer in te stellen. (Artikel 81a). In afwijking van artikel 81a kan de raad met de raad of de raden van een of meer andere gemeenten of met provinciale staten van één of meer provincies, al dan niet met de raad of de raden van een of meer andere gemeenten tezamen een gemeenschappelijke rekenkamer instellen (artikel 81l).

Hoofdstuk Va. Geheimhouding Artikel 25 is vervallen. Daarvoor in de plaats is een nieuw Hoofdstuk Va ingevoerd. De raad, het college, de burgemeester en een commissie kunnen op grond van een belang een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust (Artikel 87). Is dit geen ondermijning van de positie van de gemeenteraad?

Voor reacties en meer informatie info@vppg.nl of aanmelding als lid via www.vppg.nl In de volgende brief: Voortgang kabinetsformatie.

PS: Wij stellen het zeer op prijs indien deze brief en bijbehorende stukken zullen worden toegevoegd aan de lijst ingekomen stukken van de gemeenteraad.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

SGC

czw www.rijksoverheid.nl

Kenmerk 2018-0000197680

Uw kenmerk

Datum

16 april 2018

Betreft

Uw brief van 8 januari 2018

Geachte heer Zinken, In opdracht van Z.M.de Koning heeft de Directeur van het Kabinet van de Koning de behandeling van uw brief van 8 januari jl. op 22 januari jl. aan mij overgedragen. In uw brief onderscheid ik een drietal hoofdzaken: Allereerst uw stelling dat ons bestuurlijk systeem van politieke partijen in strijd is met de Grondwet. Dit zou o.a. volgen uit een rechterlijke uitspraak uit 2017 aangaande de SP in de gemeente Noordoostpolder. U trekt hieruit de conclusie dat er geen plaats is voor oppositie en coalitie binnen de volksvertegenwoordiging. Ten tweede uw opmerking dat de gemeenteraad, volgens u de belangrijkste volksvertegenwoordiging in een democratie, al decennia ernstig verwaarloosd wordt. Ten derde uw mening dat de huidige Wet financiering politieke partijen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en artikel 4 van de Grondwet, omdat de wet nationale politieke partijen zou bevoordelen boven lokale partijen. Voor wat betreft het eerste punt kan ik u het volgende melden. Politieke partijen worden niet genoemd in onze Grondwet. Wel genoemd in de Grondwet is gebod om zonder last te stemmen waaraan u refereert (art. 67 lid 3; vgl. ook art. 27 Gemeentewet). In combinatie met de vertegenwoordigingsopdracht van de Staten-Generaal in art.

50 Grondwet, komt hieruit naar voren dat Kamerleden niet door politieke partijen of fracties kunnen worden gedwongen om een bepaald standpunt in te nemen. Dit wil echter niet zeggen dat politieke partijen als zodanig ongrondwettig zijn. Uiteindelijk vormen de genoemde bepalingen vooral de grenzen van een systeem waarbinnen politieke partijen dienen te opereren. Een dergelijke grens wordt gesteld in de door u genoemde SP-uitspraak. De rechter spreekt in deze zaak echter niet uit dat politieke partijen als zodanig strijdig zijn met het vrije mandaat.

Pagina 1 van 2

SGC CZW

Voor wat betreft het tweede het volgende. Dat de gemeenteraad de belangrijkste volksvertegenwoordiging in een democratie vormt, is een waardeoordeel. Het recht bevat een dergelijke rangorde echter niet. De traditionele doctrine benadrukt dat de verschillende bestuurslagen (en dus ook de volksvertegenwoordigingen) in een nevengeschikte relatie ten opzichte van elkaar staan. Geen van de volksvertegenwoordigingen is zo bezien dus de belangrijkste.

Kenmerk

2018-0000197680

Wat betreft het door u gestelde verschil in behandeling tussen landelijke en regionale en lokale partijen kan worden gewezen op de volgende ontwikkeling. Hieraan is aandacht besteed door een commissie die de Wet op de financiering van politieke partijen (Wfpp) heeft geëvalueerd. Een van de aanbevelingen van de commissie in haar rapport is om subsidie voortaan toe te kennen aan alle deelnemers aan de verkiezingen voor de gemeenteraden die ten minste één zetel halen, dus ongeacht of een deelnemer onderdeel is van een nationale of subnationale politieke partij. Deze aanbeveling wordt op dit moment bestudeerd binnen het ministerie van BZK ten behoeve van het uiteindelijke kabinetsstandpunt. Het rapport van de commissie kunt u vinden via de publicaties op de-website van de rijksoverheid (m.n. de pagina httRS: //www.riiksoverheid.nl/documenten/raRROrten/2018/02/01/raRROrt-hetRUbi ieke-belanq-van-Rolitieke-Rartiien). Opvattingen als de uwe zullen in dit proces worden meegenomen. Dat is dan ook de reden dat ik u hartelijk wil bedanken voor de moeite die u hebt genomen uw standpunten kenbaar te maken. Hoogachtend,

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, namens deze, Directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving

Pagina 2 van 2

Aan

Zijne Majesteit de Koning p/a Kabinet van de Koning Postbus 20016 2500 EA Den Haag

Echt, 8 januari 2018 Majesteit, Als voorzitter van de beroepsvereniging voor raadsleden heb ik met zeer veel interesse naar uw kersttoespraak geluisterd. Ik zal niet in detail ingaan op de prachtige kernachtige teksten. Mijn leven lang heb ik mij ingezet voor een samenleving zoals u schetst. Ik deel uw zorgen. Maar er is ook een keerpunt mogelijk. Daarom deze brief. Het levensideaal bezongen wij als verkenners (scouts) met het lied ‘hoort zegt het voort’. Hier de tekst waarbij het ‘wij’ en ‘ons’ gevoel leidend is: “Hoort, zegt het voort; Dat nu jong Nederland; Niet meer teert op de kracht; Van een roemrijk geslacht; Maar aan 't werk gaat met eigen hand; Werk maakt ons sterk; Helpt ons in 't leven voort; Wij rusten niet uit; Want wij willen vooruit; Daar de toekomst aan ons behoort”. Het tweede couplet eindigt met de kreet “wij zijn bereid!”. Bij al mijn activiteiten, zowel in mijn dagelijkse werk als in het vele vrijwilligerswerk, stond het ‘wij en ons’ voorop. Ook tijdens de bijna 11 jaar als statenlid voor de Partij Nieuw Limburg. Toen heb ik ervaren dat de zogenaamde democratische volksvertegenwoordiging geen voorbeeld is voor het gewenste ‘wij’-gevoel. In uw toespraak zegt u het volgende: ”Dat zoeken naar een groter wij is altijd een drijvende kracht geweest in de geschiedenis van ons land en onze democratie. Eenvoudig is het niet.

Het gaat vaak met horten en stoten en het vereist volhouders die doorgaan tegen de verdrukking in”. Tot die volhouders behoren de bestuursleden van de vakvereniging VPPG. Ons bestuurlijk systeem met politieke verenigingen is in strijd met de Grondwet. Dat heeft de rechter onlangs nog eens duidelijk gemaakt in de uitspraak tegen de SP1. De rechtbank stelt dat de overheid niet mag meewerken aan het bewerkstelligen van een afhankelijkheidsrelatie tussen ambtsdrager en partij. Die afhankelijkheid is in strijd met het uitgangspunt in het Nederlandse staatsrecht dat de individuele volksvertegenwoordiger een individueel mandaat bezit en zonder last moet kunnen functioneren. De conclusie is duidelijk. Individuele verantwoordelijkheid op basis van het mandaat van de kiezer. Er is geen plaats voor oppositie en coalitie binnen de volksvertegenwoordiging. De politieke vereniging als machtsfactor leidt onvermijdelijk tot tweespalt in de samenleving, tot belangenverstrengeling, tot corruptie, tot centralisme van de macht en versterking van het 1

ECLI:NL:RBMNE:2017:843; Uitspraak rechter in de zaak tegen de SP.

eigenbelang. Vooral de landelijke partijen houden hun deuren het liefst dicht en nemen alleen nog kennis van ideeën die hun groepsgevoel en mening bevestigen. In verenigingen ontstaat door het bevredigen van de persoonlijke belangen van de leden, een niet te onderschatten clubliefde2 en kunnen wij het representatieve van onze democratie wel vergeten3. Door het deelnemen van de centralistisch gestuurde landelijke partijen is de gemeenteraad, als belangrijkste volksvertegenwoordiging in een democratie, al decennia ernstig verwaarloosd. Dat blijkt ook uit het rapport van de Tilburgse universiteit die, in opdracht van ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK), onderzoek heeft verricht naar de achtergronden en de betekenis van het stemgedrag bij de gemeenteraadsverkiezingen van 20104. De beroepsvereniging VPPG strijdt al 30 jaar voor herstel van de grondwettelijke democratische rechtstaat. Daarbij heeft het raadslid een zeer belangrijke onafhankelijke vertegenwoordigende functie tussen de inwoners en de uitvoerende macht. Bij elke beslissing dient het raadslid naar eigen overtuiging te handelen. Dat wil zeggen dat een andere persoon of een andere instantie hem geen rechtens bindende instructies kan opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het zoeken naar een groter wij begint naar onze overtuiging bij de raadsleden. Als dienaar van het volk heb je specifieke vaardigheden nodig.

Niet alleen weten wat er leeft in jouw gemeente maar ook uitleggen aan de bevolking waarom beleidsbeslissingen genomen zijn of worden. Ook beslissingen van overheden landelijk en Europees. Voor het faciliteren van die lokale dienaren van het volk, heeft de VPPG zich tevergeefs sterk gemaakt voor het invoeren het gelijkheidsbeginsel bij de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). In strijd met artikel 4 van de Grondwet bevoordelen landelijke politieke partijen zich met een jaarlijkse subsidie van € 16,5 miljoen voor onder andere het voeren van campagnes, het opleiden van (kandidaat)raadsleden enz. U, tevens voorzitter van de RvS, stelt: “Voetje voor voetje. Zo komen verbeteringen tot stand. Zo kan een groter wij ontstaan. Niet alleen in de wereld en in ons land, maar ook heel dichtbij in de eigen buurt.” Het bestuur is graag bereid voor een gesprek waarbij wij ideeën aandragen om voetje voor voetje vooruit te komen in plaats van verder achteruit.

Hoogachtend,

voorzitter voorzitter@vppg.nl

2

Zolang iemand een ander voordeel bezorgt, wordt hij in ere gehouden. “De politieke partij is niet meer dan een netwerk van mensen die elkaar kennen en ondersteunen. Van democratie is geen sprake”. Bart Tromp, Universiteit van Leiden. 4 Rapport ‘Lokale kiezers: lokale keuzes?’; Dr. Marcel Boogers en Dr. Julien van Ostaaijen. 3

Aan

Zijne Majesteit de Koning p/a Kabinet van de Koning Postbus 20016 2500 EA Den Haag

Echt, 12 april 2018

Majesteit, Op 8 januari 2018 heeft ondergetekende een brief gestuurd als reactie op uw goede kersttoespraak. Daarbij is aangegeven dat het bestuur graag bereid is voor een gesprek ter verbetering van het wij-gevoel als basis van burgerparticipatie. Gelet op de ministeriele verantwoordelijkheid heeft u die brief voor behandeling overgedragen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. U gaf aan dat dit ministerie de brief zal beantwoorden. Tot op heden heeft het bestuur van de beroepsvereniging VPPG geen enkele reactie mogen ontvangen.

Hoogachtend, voorzitter voorzitter@vppg.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13882575/1