CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A17 SGW Vislood, gemeente en Sportvisserij Nederland

Gemeenteraad 7 december 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname28.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit ligt iets lager dan de door RIVM gehanteerde corrosiesnelheid van 13 mg/cm2/jr, maar zou hoger kunnen liggen als het water iets meer doorstroomsnelheid zou hebben. Hieruit zou de emissie van opgelost lood via jaarlijks visloodverlies vanuit sportvisserij in de juiste orde van grootte kunnen liggen, volgens de rekenmethode zoals Deltares 13 gebruikt met de meest recente schatting van verloren lood per jaar door CVO 14. Door de sterke bindingsconstante van lood aan organisch materiaal blijft onbekend hoeveel van totale emissie alsnog bindt aan sediment en hoeveel daadwerkelijk in oplossing komt, maar dit zal zeker een fractie van het totaal zijn, en afhankelijk van de dimensies van de waterstroom (zoals verhouding waterkolom/bodemoppervlak, stroomsnelheid, gehalte zwevend materiaal).

3.4.2

Risico van opgelost lood uit vislood voor het aquatische ecosysteem

In het huidige blootstellingsexperiment met 2 soorten waterslakken zijn geen eenduidige effecten waargenomen. In het huidige experiment zijn volwassen slakjes gebruikt die niet in eerdere studies met loodblootstelling zijn getoetst. Potamopyrgus antipodarum werd in januari 2022 op een veldlocatie buiten de campus van de WUR verzameld. De slakken zijn geacclimatiseerd aan laboratoriumcondities zoals dat in andere experimenten ook gebruikelijk is en daarna ingezet in de test. Helaas hebben ze zich, in tegenstelling tot eerdere testen, hier niet goed tijdens het blootstellingsexperiment kunnen ontwikkelen. Physella acuta kwam uit een zich constant voortplantende cultuur in een aquarium, en bleek zich ook tijdens het huidige experiment voort te planten. De twee belangrijkste resultaten waren dat (i) de controle sterfte van Potamopyrgus antipodarum ruim hoger was dan 50%, waardoor geen effecten van opgelost lood konden worden bepaald, en dat in de serie met Physella acuta in sediment de controle een statistisch significant hogere groei van de slakjes liet zien dan in de serie met alleen water, en (ii) dat op basis van het drooggewicht van de Physella het er op lijkt dat alle geteste loodconcentraties een negatief effect hebben. Het was interessant dat er geen effect op overleving gevonden werd, maar wel op drooggewicht.

Klaarblijkelijk, is er geen directe mortaliteit maar grijpen opgeloste loodconcentraties eerst aan op andere

44 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu

processen in de slak. Om dit effect van opgeloste loodconcentraties zichtbaar te maken, moet er dus een bepaalde groei optreden. Daar de groei van de slakjes op de behandelingen met sediment hoger was dan in de behandelingen met alleen water, kon dit effect alleen in de sediment behandelingen waargenomen worden. De gepubliceerde studies naar de impact van opgelost lood zijn uitgevoerd met de poelslakken Lymnaea stagnalis en Lymnaea palustris en zijn allemaal uitgevoerd met gesynchroniseerde juvenielen van <24 uur oud die 28 of 56 dagen werden blootgesteld. De juvenielen zullen in veelvoud van de beginfase in gewicht en lengte toenemen, en als juveniel ook wellicht in een gevoeligere groeifase zijn dan adulte slakken. Het gebruik van sub-adulte slakken die maar relatief beperkt in lengte doorgroeien in 28 dagen, is waarschijnlijk niet optimaal geweest om mogelijke sub-lethale effecten van lood op waterslakken op te pikken.

3.4.3

Toekomstige ontwikkelingen voor risico’s van zware metalen in het aquatisch milieu afkomstig van sportvisserij

Met de waarschijnlijke komst van een algeheel EU verbod op gebruik van lood in sportvisserij binnen enkele jaren (https://echa.europa.eu/nl/-/lead-in-outdoor-shooting-and-fishing), kan verwacht worden dat alle betrokken instanties dit stricter zullen handhaven dan momenteel in veel regio’s gebeurd bij het afgeven van visvergunningen en organiseren van hengelsport evenementen. Ook kan verwacht worden dat een grotere verscheidenheid aan minder milieuschadelijke visgewichten de emissie van vislood beperkt. IJzer, steen, glas of beton als “Best Beschikbare Technieken” verminderen het gebruik en verlies van lood als Zeer Zorgwekkende Stof. In logboek rapportages van ongeveer 1.500 recreatieve hengelaars wordt aangegeven dat 96,4% in 2020 nog met lood vist. Een recente enquête uit maart 2021 onder 50.000 hengelsporters laat zien dat tot 45% van de ondervraagden in enkele vistrips loodvervangers gebruikt, maar 20% bij meer dan 10 vistrips loodvervangers gebruikt 14. Het is hierbij goed om te realiseren dat alternatieven voor lood op basis van zink en koper zelfs een veel groter risico kunnen vormen voor sommige aquatische organismen,28, 29 alhoewel vermindering van risico op ingestie van lood door watervogels, en loodcontact via huid door mensen wordt voorkomen.

Andere zware metalen zoals bismut/wolfraam (‘tungsten’) kunnen worden gebruikt, waar mogelijk nog minder over bekend is qua risico’s voor aquatisch milieu. Voor veel alternatieven voor loodtuig zal moeten gelden dat er eerst een verkenning wordt gedaan op mogelijke milieuschade, voordat geclaimd wordt dat elke loodvervanger beter is voor het milieu.

Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 45

46 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu

4

Conclusies

Concentraties van opgelost lood in het Nederlandse oppervlaktewater Concentraties van opgelost lood in 2021 zijn in 2.7% van de meetlocaties in het Nederlandse oppervlaktewater boven de wettelijke norm, in concentraties waarbij effecten op waterorganismen zijn aangetoond. Lood is aangemerkt als Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS) maar komt vanuit verschillende bronnen terecht in Nederlands oppervlaktewateren, bijvoorbeeld via luchtvervuiling in regenwater, afspoeling vanuit stedelijk gebied, industriële processen, en (historisch) gebruik van lood in jacht en sportvisserij. De bijdrage van de verschillende bronnen aan loodconcentraties in water is meestal onbekend, en loodconcentraties kunnen zowel ruimtelijk als tijdelijk sterk verschillen. Opgelost lood bindt sterk aan in de waterkolom zwevende deeltjes. Het opgeloste lood komt verder in meerdere vormen voor afhankelijk van de eigenschappen van het water, zoals zuurtegraad en hardheid. Deze verschillende vormen van lood kunnen de giftigheid van opgelost lood sterk beïnvloeden, en daarmee het risico voor waterorganismen. Een belangrijk onderscheid wordt daarom ook gemaakt in de rapportage van loodconcentraties zonder filtratiestap (totaalgehalte inclusief lood gebonden aan zwevende deeltjes), en de loodconcentratie na filtratie, en tussen zoetwater en zoutwater.

Een evaluatie van gerapporteerde loodconcentraties sinds 2005 in meerdere Rijkswaterstaat zoetwaterlocaties geeft aan dat de gefilterde waterconcentratie van lood zelden hoger is dan de jaargemiddelde milieukwaliteitseis (JG-MKE) van 1,2 µg/L. De instroomconcentratie van lood in grote rivieren in Nederland zijn in de Rijn lager (alles <0,2 µg/L) dan die in de Maas (< 0,7 µg/L) en in de Schelde (< 1,2 µg/L). Via het waterkwaliteitsportaal zijn loodconcentraties van alle meetpunten in 2021 in Nederland geëvalueerd. In 28 van de 1033 locaties overschrijdt de gemiddelde loodconcentratie over het hele jaar de JG-MKE, en vormt dus een acuut milieurisico voor 2,7% van de locaties. De hoogst gemeten opgeloste loodconcentratie (na filtratie) is 12 µg/L, dus in alle meetpunten is de concentratie onder de wettelijk maximale milieukwaliteitseis (MAC-MKE) van 14 µg/L. De waterorganismen waar de laagste effectconcentraties voor zijn bepaald na langdurige blootstelling aan opgelost lood zijn waterslakken, waarbij de groei van juvenielen en productie van ei-pakket massa al bij 3 µg/L nadelig worden beïnvloed. Loodvervuiling is dus in een beperkt deel van Nederlandse zoetwaterlocaties een direct milieuprobleem voor de waterkwaliteit. Vislood als bron van opgelost lood.

De emissie van opgelost lood uit visloodjes tot boven de JG-MKE is experimenteel aangetoond in een experiment met vier 3 mm diameter splitloodjes in stilstaand water binnen 56 dagen, zowel in potten met alleen water als in potten waarin visloodjes op een sedimentoppervlak lagen. Deze getoetste loodkorrel dichtheid per m2 ligt echter nog ruim hoger ligt dan gerapporteerde loodhoeveelheden op vislocaties in andere landen. De loodemissie is gemeten in testsystemen met beluchting (worst case want zuurstofrijk water verhoogt corrosiesnelheid), zonder waterverversing (worst case want concentratie bouwt op), bij water met zuurgraad in het pH bereik van 7,5-8,7 (niet worst case want lager pH kan tot hoger emissie leiden), en fijnkorrelig sediment waar het vislood deels bovenuit bleef steken (deels worst case, want bij een sediment waar lood in wegzakt zou het lood in zuurstofloze omgeving waarschijnlijk vrijwel geen loodemissie naar bovenliggend water geven). De gemeten loodemissie was hoger bij toenemende aantal splitloodjes per pot, dus bij een groter oppervlak lood blootgesteld aan zuurstofrijk water. Een langere blootstellingsduur gaf ook een toenemende loodconcentratie, dus een continu loodemissie proces zonder snel evenwicht te bereiken in de stagnante systemen.

De emissie van opgelost lood uit vast splitlood, zonder de aanwezigheid van sediment, zorgt bij 4 splitloodjes in 1 liter water na 28 dagen voor concentraties van 8 µg/L (boven de JG-MKE van 1,2 µg/L), en na 56 dagen voor concentraties van 19 µg/L (boven de MAC-MKE van 14 µg/L). In stagnant water boven een laagje sediment, waar alle splitloodjes zeker voor helft van het oppervlak nog in contact staan met de waterkolom, zijn na 56 dagen de opgeloste concentraties meer dan een factor 2 lager dan in een waterkolom met evenveel splitlood zonder sediment. In alle replica’s met 20 splitloodjes per pot steeg de gefilterde waterconcentratie in 56 dagen tot 1,5-32 µg/L, allemaal ruim boven de JG-MKE. In de testsystemen met sediment is de aan sediment gebonden fractie de belangrijkst finale sink van de emissie – 100 keer meer dan Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 47

de hoeveelheid lood in het water boven het sediment. De laagst geteste looddichtheid van 4 splitloodjes per pot komt overeen met 509 splitloodjes/m2. Deze looddichtheid ligt ruim boven de verwachte dichtheid van loodobjecten aan het sedimentoppervlak op vislocaties met een maximum van 105 visloodjes/m2 nabij een visplatform in Groot-Brittannië. Risico van loodemissie uit vislood voor waterslakken De waterslaksoort Puntige blaashoorn (Physella acuta) vertoonde in het blootstellingsexperiment een snellere groei van subadulte individuen in controles (zonder lood) met sediment dan in controle (zonder lood) met alleen water. Het huidige experiment kon geen eenduidige toxiciteit afkomstig vanuit vislood aantonen op groei van subadulte waterslakjes. Na de eerste periode van 4 weken van de emissie-studie zijn aan alle testsystemen waterslakjes van 2 soorten toegevoegd, om effecten van lood op groei te bepalen na 4 weken blootstelling. De controle overleving voor de modderslak Potamopyrgus antipodarum was echter onvoldoende om een effect van lood op deze slakkensoort te bepalen. De controle overleving voor de slak Puntige blaashoorn (Physella acuta), en ook overleving in behandelingen met verschillende hoeveelheden vislood, was in beide testseries boven de 90% na 28 dagen.

Voor de serie met slakken blootgesteld in alleen water, is er geen effect van het uit vislood vrijgekomen opgeloste lood waarneembaar, op basis van gemeten groei bij gefilterde waterconcentraties van 8-150 µg/L, terwijl literatuur een beperking van groei aantoonde van juvenielen van de waterslak Lymnaea stagnalis bij 3 µg/L. Voor de series met slakken blootgesteld in aanwezigheid van sediment, is groei op basis van gewicht significant lager in de blootstellingen met 4 en 20 loodjes per pot dan in de controle, maar niet bij 100 loodjes per pot met sediment. Zowel de gemiddeld groei in lengte als drooggewicht aan het eind van de 28 dagen blootstelling was een factor 2 hoger voor slakken in de controles met sediment dan in controles met alleen water. De aanwezigheid van sediment lijkt het effect van opgelost lood op groei van de slakken uit te vergroten, omdat de controleslakjes zich sneller ontwikkelen. In test systemen met en zonder sediment leek reproductie niet beïnvloedt door aanwezigheid van hoge dichtheden van splitlood, maar dit is op basis van de beperkte kwalitatieve waarnemingen van ei-pakketten en juvenielen niet mogelijk om verder statistisch uit te werken. Risico van vislood voor aquatische ecosystemen Het effect van deze opgeloste loodconcentraties lijkt vooral zichtbaar bij waterslakken die zich snel ontwikkelen qua groei van Physella acuta.

Dit komt overeen met eerdere toxiciteitsstudies met juvenielen van de poelslak Lymnaea stagnalis blootgesteld aan opgelost lood, die effectconcentraties van 1-10 µg/L voor groei aangeven. De aangetoonde verstoring van de groei van waterslakken door emissie van opgelost lood uit vislood kan een effect hebben op ontwikkelingen op populatieniveau, als deze emissies leiden tot constante verhoogde waterconcentraties. Gezien de ecologische rol van waterslakken in bijvoorbeeld begrazing van waterplanten, en voedselbron voor andere waterdieren, kan dit de ecologisch conditie van het aquatische ecosysteem nadelig beïnvloeden. Er zijn echter geen lagere looddichtheden getest dan 4 loodjes per liter aquatisch testsysteem, en het is nog niet duidelijk in welke mate deze looddichtheid en testcondities representatief zijn voor typische vislocaties in Nederland. Met de waarschijnlijke komst van een algeheel EU verbod op gebruik van lood in sportvisserij binnen enkele jaren kan verwacht worden dat alle betrokken instanties dit zullen handhaven bij het afgeven van visvergunningen en organiseren van hengelsport evenementen. De aanwezigheid van vast lood in Nederlandse watersystemen zal dan in ieder geval niet meer toenemen.

Hoewel de anoxische condities in sediment de emissie vanuit vislood in dat compartiment sterk reduceren, is het risico van de aanwezigheid van een hoge dichtheid aan loodobjecten in sediment voor organismen levend in sediment nog niet onderzocht. Tevens kan achtergebleven loodobjecten in zoetwatersystemen via mogelijke ingestie door verschillende waterdieren een langdurig milieurisico blijven vormen.

48 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu

Referenties 1. Lloret, J.; Garrote, A.; Balasch, N.; Font, T., Estimating recreational fishing tackle loss in Mediterranean coastal areas: Potential impacts on wildlife. Aquatic Ecosystem Health & Management 2014, 17, (2), 179-185. 2. Grade, T.; Campbell, P.; Cooley, T.; Kneeland, M.; Leslie, E.; MacDonald, B.; Melotti, J.; Okoniewski, J.; Parmley, E. J.; Perry, C.; Vogel, H.; Pokras, M., Lead poisoning from ingestion of fishing gear: A review. Ambio 2019, 48, (9), 1023-1038. 3. NAS National Academies of Sciences Engineering and Medicine. Investigative Strategies for Lead-Source Attribution at Superfund Sites Associated with Mining Activities, Investigative Strategies for Lead-Source Attribution at Superfund Sites Associated with Mining Activities. Chapter 3, Environmental Dispersal of Lead; 2017. 4. RIVM Stofgegevens Lood. https://rvszoeksysteem.rivm.nl/stof/detail/877. 5. Overheid Regeling - Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 - BWBR0027061. https://wetten.overheid.nl/BWBR0027061/2017-01-01#BijlageI. 6. Overheid Regeling - Drinkwaterbesluit - BWBR0030111. https://wetten.overheid.nl/BWBR0030111/201807-01#Opschrift. 7. UNEP/AEWA Literature review: effects of the use of lead fishing weights on waterbirds and wetlands; AEWA/MOP Inf. 5.2; 2011. 8. ECHA ANNEX to the ANNEX XV RESTRICTION REPORT-Lead in outdoor shooting and fishing; 2021. 9.

CBS, P., RIVM, WUR Belasting van het oppervlaktewater door consumenten, 1990-2017 (indicator 0139, versie 20, 1 oktober 2019). https://www.clo.nl/indicatoren/nl013920-belasting-oppervlaktewater-enemissies-naar-water-door-huishoudens. 10. RIONED, S. S. Database kwaliteit afstromend hemelwater; ISBN/EAN 978.90.5773.884.5; 2020. 11. CBS, P., RIVM, WUR Zware metalen in zoet oppervlaktewater, 1985-2001 (indicator 0250, versie 05, 14 september 2004). (https://www.clo.nl/indicatoren/nl025005-zware-metalen-in-zoet-oppervlaktewater) 12. Klein, J.; Vink, J. Emissie van lood naar de Nederlandse zoete en zoute wateren door verlies van vislood in de sportvisserij; 2013. 13. Deltares Emissie van lood door de sportvisserij in zoete en zoute wateren.; 2015. 14. CVO Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij: Analyses van de 2018-2019 en 2020-2021 Logboek Survey en de 2017-2021 Screening Surveys; CVO rapport: 21.025; 2021. 15. Duerr, A. E. Abundance of lost and discarded fishing tackle and implications for waterbird populations in the United States. Univ. of Arizona., Tucson, AZ, USA, 1999. 16. Binkowski, Ł. J., The influence of environmental conditions on lead transfer from spent gunshot to sediments and water: Other routes for Pb poisoning. Chemosphere 2017, 187, 330-337. 17. Jacks, G.; Bystrom, M.; Johansson, L., Lead Emissions from Lost Fishing Sinkers.

Boreal Environment Research 2001, 6, (3), 231-236. 18. Wang, Z.; Meador, J. P.; Leung, K. M. Y., Metal toxicity to freshwater organisms as a function of pH: A meta-analysis. Chemosphere 2016, 144, 1544-1552. 19. Xin, Z.; Wenchao, Z.; Zhenguang, Y.; Yiguo, H.; Zhengtao, L.; Xianliang, Y.; Xiaonan, W.; Tingting, L.; Liming, Z., Species sensitivity analysis of heavy metals to freshwater organisms. Ecotoxicology 2015, 24, (7-8), 1621-1631. 20. Mager, E. M.; Esbaugh, A. J.; Brix, K. V.; Ryan, A. C.; Grosell, M., Influences of water chemistry on the acute toxicity of lead to Pimephales promelas and Ceriodaphnia dubia. Comparative Biochemistry and Physiology - C Toxicology and Pharmacology 2011, 153, (1), 82-90. 21. Mager, E. M.; Brix, K. V.; Gerdes, R. M.; Ryan, A. C.; Grosell, M., Effects of water chemistry on the chronic toxicity of lead to the cladoceran, Ceriodaphnia dubia. Ecotoxicology and Environmental Safety 2011, 74, (3), 238-243. 22. Grosell, M.; Gerdes, R.; Brix, K., Chronic toxicity of lead to three freshwater invertebrates-Brachionus calyciflorus, Chironomus tentans, and Lymnaea stagnalis. Environ. Toxicol. Chem. 2006, 25, 97-104. 23. Stouthart, A. J. H. X.; Spanings, F. A. T.; Lock, R. A. C.; Wendelaar-Bonga, S. E., Effects of low water pH on lead toxicity to early life stages of the common carp (Cyprinus carpio). Aquat. Toxicol. 1994, 30, (1), 137-151.

Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 49

24. Munley, K. M.; Brix, K. V.; Panlilio, J.; Deforest, D. K.; Grosell, M., Growth inhibition in early life-stage tests predicts full life-cycle toxicity effects of lead in the freshwater pulmonate snail, Lymnaea stagnalis. Aquatic Toxicology 2013, 128–129, 60– 66. 25. Wang, N.; Ingersoll, C. G.; Ivey, C. D.; Hardesty, D. K.; May, T. W.; Augspurger, T.; Roberts, A. D.; Van Genderen, E.; Barnhart, C., Sensitivity of early life stages of freshwater mussels (Unionidae) to acute and chronic toxicity of lead, cadmium, and zinc in water. Environmental Toxicology and Chemistry 2010, 29, (9), 2053–2063. 26. Brix, K. V.; Esbaugh, A. J.; Munley, K. M.; Grosell, M., Investigations into the mechanism of lead toxicity to the freshwater pulmonate snail, Lymnaea stagnalis. Aquatic Toxicology 2012, 106–107, 147–156. 27. ECHA ANNEX XV Restriction report Proposal for a restriction - Lead; 2021. 28. Fäth, J.; Göttlein, A., Assessing the leaching behavior of different gunshot materials in natural spring waters. Environmental Sciences Europe 2019, 31, (1). 29. Fäth, J.; Feiner, M.; Beggel, S.; Geist, J.; Göttlein, A., Leaching behavior and ecotoxicological effects of different game shot materials in freshwater. Knowledge & Management of Aquatic Ecosystems 2018, 419, 24. 30. Kanstrup, N.; Fox, A. D.; Skovbjerg Balsby, T.

J., Toxic lead gunshot persists accessible to waterbirds after a 33-year ban on their use. Science of The Total Environment 2020, 714.

50 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu

Bijlage 1

Kamerstuk 33 118, Nr 41, vraag 77

«Vraag 77 Bij het stellen van de regels is waar mogelijk volstaan met het stellen van algemene rijksregels. Voor de potentieel minst bezwaarlijke lozingen is alleen gekozen voor de specifieke zorgplicht. Voor het aanwijzen van vergunningplichten is uitgegaan van de systematiek «algemene regels, tenzij». Hierdoor is het gedogen beëindigd van lozingen die niet vanuit uitstroomvoorzieningen plaatsvinden, zoals het gebruik van vislood of het schoonmaken van pleziervaartuigen in het water.» Betekent dit concreet dat de eigenaar van een pleziervaartuig nu verplicht een vergunning moet aanvragen voor het schoonmaken van dit vaartuig in het water waar het ligt of vaart? Hoe ziet een dergelijke vergunning er uit en in welke gevallen moet de eigenaar deze aanvragen? Antwoord 77 Voor het afvalwater van het schoonmaken van het dek van een pleziervaartuig in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk geldt de specifieke zorgplicht uit artikel 6.5, of die uit artikel 7.5 als het de Noordzee betreft. Er geldt geen vergunningplicht, want deze lozing vindt niet plaats via een uitstroomvoorziening. Net als het gebruiken van vislood is het schoonmaken van het dek van pleziervaartuigen in oppervlaktewater een voorbeeld van een lozing die in het huidige recht vergunningplichtig is, maar waarvan in de praktijk wordt gedoogd dat er geen vergunningen voor worden aangevraagd.

Aan deze gedoogsituatie maakt het kabinet een einde, doordat straks een specifieke zorgplicht geldt. Uit de specifieke zorgplicht volgt dat bij het schoonmaken van het dek van een pleziervaartuig in het oppervlaktewater onder meer alle passende preventieve maatregelen getroffen worden. Dat betekent bijvoorbeeld dat degene die deze activiteit verricht moet kiezen voor het gebruik van schoonmaakmiddelen die geen of zo weinig mogelijk schadelijke gevolgen voor het watermilieu hebben.»

Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel

| 51

52 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu

Wageningen University & Research

De missie van Wageningen University & Research is ‘To explore the potential of

Wetenschapswinkel

nature to improve the quality of life’. Binnen Wageningen University & Research

Postbus 9101

bundelen Wageningen University en gespecialiseerde onderzoeksinstituten van

6700 HB Wageningen

Stichting Wageningen Research hun krachten om bij te dragen aan de oplossing

T 0317 48 39 08

van belangrijke vragen in het domein van gezonde voeding en leefomgeving.

E wetenschapswinkel@wur.nl

Met ongeveer 30 vestigingen, 7.200 medewerkers (6.400 fte) en 13.200 studenten

wur.nl/wetenschapswinkel

en ruim 150.000 Leven Lang Leren-deelnemers behoort Wageningen University & Research wereldwijd tot de aansprekende kennisinstellingen binnen haar domein. De integrale benadering van de vraagstukken en de samenwerking tussen verschillende disciplines vormen het hart van de unieke Wageningen aanpak.

Stichting Wageningen Research Centrum voor Visserijonderzoek (CVO)

Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij: Analyses van de 2017-2021 Screening Surveys

J.J.M. School & T. van der Hammen

CVO rapport: 23.003

Opdrachtgever: Dhr. J. Cotte Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit Postbus 20401 2500 EK Den Haag

Projectnummer:

4311216011

BAS code:

WOT-05-001-009

Publicatiedatum:

27/01/2023

Stichting Wageningen Research Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) Postbus 68 1970 AB IJmuiden Tel. 0317-487418

Bezoekadres: Haringkade 1 1976 CP IJmuiden

Dit onderzoek is uitgevoerd onder het wettelijke taken programma Visserijonderzoek en gesubsidieerd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. DOI: https://doi.org/10.18174/586061

© 2023 CVO De Stichting Wageningen Research -

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever

Centrum voor Visserijonderzoek is

hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Alle rechten

geregistreerd in het Handelsregister

voorbehouden. Niets uit dit rapport mag weergegeven en/of

Gelderland nr. 09098104,

gepubliceerd worden, gefotokopieerd of op enige andere manier

BTW nr. NL 8089.32.184.B01

gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

CVO rapport NL V12

2 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave .......................................................................................................... 3 Samenvatting ............................................................................................................ 4 1

Inleiding .......................................................................................................... 5 1.1

Kwaliteitszorg .................................................................................................. 5

1.2

Inhoud ........................................................................................................... 5

2

Methode .......................................................................................................... 6

3

Resultaten ....................................................................................................... 7 3.1

Aantal hengelaars in Nederland ......................................................................... 7

3.2

Gebruik van loodvervangers .............................................................................. 8

3.3

Vistrips ........................................................................................................... 9

3.4

Opinie over loodalternatieven ...........................................................................10

3.5

Gebruik Loodvervangers in relatie tot verschillende demografische eigenschappen ..11

3.6

Gebruik loodvervangers in verschillende wateren ................................................12

4

Conclusie ....................................................................................................... 13

5

Referenties .................................................................................................... 14

Verantwoording ....................................................................................................... 15

Rapportnummer CVO 23.003

3 van 15

Samenvatting Vanuit de Green Deal-aanpak is een programma opgestart met als doel het gebruik van loodgewichten door hengelaars te verminderen met de ambitie om in de periode tot 2027 het gebruik van lood binnen de sportvisserij volledig af te bouwen en het gebruik van loodvervangers te stimuleren. Het recreatievevisserijonderzoek, bestaande uit een Screening Survey en een Logboek Survey, uitgevoerd door Wageningen Marine Research in het kader van de Wettelijke taken Visserijonderzoeken, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt gebruikt om inzicht te verkrijgen in het loodgebruik bij hengelaars. In deze rapportage worden de resultaten uit het recreatievevisserijonderzoek beschreven van de Screening Surveys. De resultaten laten zien dat in 2021 meer hengelaars (23%) een loodalternatief gebruikten dan in 2017 (10%). Ook is het percentage vistrips waarbij een loodalternatief gebruikt is gestegen. In 2017 gebruikte 17% van de hengelaars die een keer een loodvervanger gebruikten voor meer dan 10 vistrips een loodalternatief. In 2021 was dit percentage gestegen naar 24%.Ten opzicht van alle andere jaren was het jaar 2020 een afwijkend jaar doordat er door de eerste COVID-19 lockdownperiode meer Nederlanders zijn gaan vissen. Deze stijgende trend heeft zich voortgezet in 2021.

In dit rapport is ook gekeken of er een relatie is tussen het gebruik van loodalternatieven en demografische eigenschappen, zoals inkomen, geslacht en leeftijd. Het inkomen en het geslacht van de hengelaar hadden nauwelijks invloed op het gebruik van loodalternatieven onder hengelaars. De leeftijd van de hengelaar had daarentegen een kleine invloed op het gebruik van een loodalternatief. Hengelaars onder de 20 jaar hebben minder vaak een keer een loodalternatief gebruikt (minder dan 20%) dan hengelaars ouder dan 20 jaar (tussen de 20 en 30%). Nieuw in de survey van 2021 is de vraag hoe hengelaars tegen loodalternatieven aankijken. Hieruit blijkt dat 38% van alle hengelaars niet bekend is met of geen mening heeft over loodalternatieven. Daarnaast vinden hengelaars loodalternatieven heel belangrijk voor milieu en gezondheid (29%). Een groep hengelaars (16%) geeft daarnaast aan dat loodalternatieven niet belangrijk voor ze zijn, omdat ze weinig vissen. Om het gebruik van lood binnen de sportvisserij helemaal af te bouwen, is het belangrijk om deze laatste groep te informeren waarom loodalternatieven voor hun groep ook belangrijk is. Dit jaar is daarnaast voor het eerst de vraag gesteld, of hengelaars volgend jaar (2022) van plan zijn om een keer met loodalternatieven te vissen.

Een kleine meerderheid (51%) van de ondervraagde hengelaars wil in 2022 met loodalternatieven gaan vissen, wat meer is dan de hengelaars die in 2021 een keer met loodalternatieven gevist hebben (23%). Deze stijgende lijn zou een goede stap zijn om de uiteindelijk doelen van de Green Deal te behalen.

4 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

1

Inleiding

1.1

Kwaliteitszorg CVO beschikt over een ISO 9001:2015 gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem (certificaat nummer: 268632-2018-AQ-NLD-RvA). Dit certificaat is geldig tot 15 december 2024. De certificering is uitgevoerd door DNV Business Assurance B.V.

1.2

Inhoud In de recreatieve visserij gebruiken hengelaars loodgewichten als verzwaring van de lijn. Loodgewichten kunnen worden verloren, waarmee schade aan het ecosysteem kan worden aangericht (Klein & Vink 2013). Het gebruik en verlies van lood kan verminderd worden door loodvervangers zoals ijzer, steen, glas of beton te gebruiken. Met de Green Deal-aanpak wil de overheid vernieuwende, duurzame initiatieven uit de samenleving de ruimte geven. Vanuit deze aanpak is een programma opgestart met als doel het gebruik van loodgewichten door hengelaars te verminderen. De Green Deal Sportvisserij Loodvrij (deal GD222) is een overeenkomst tussen de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), van Infrastructuur en Waterstaat en van Volksgezondheid, Welzijn en sport, de Unie van Waterschappen, Natuurmonumenten, Dibevo en Sportvisserij Nederland en heeft als ambitie om in de periode tot 2027 het gebruik van lood binnen de sportvisserij volledig af te bouwen en het gebruik van alternatieven voor een loodgewicht te stimuleren. Om deze ambitie te bereiken hebben de partijen zich ingezet om met een gezamenlijke aanpak op grond van deze Green Deal een reductie van het loodgebruik in de sportvisserij te realiseren.

Gedurende de looptijd van deze Green Deal wordt het recreatieve-visserijonderzoek, uitgevoerd door Wageningen Marine Research (WMR) binnen de Wettelijke taken visserijonderzoek, in opdracht van LNV, gebruikt om inzicht te verkrijgen in het loodgebruik bij hengelaars. Het recreatieve-visserijonderzoek loopt sinds 2009 en bestaat uit 2 delen: a) de Screening Survey en b) de Logboek Survey, welke beide tweejaarlijks worden uitgevoerd door WMR en marktonderzoeksbureau Kantar. In dit rapport zal alleen de Screening Survey behandeld worden, omdat de logboek survey nog loopt tot voorjaar 2023. Meer informatie over de logboeken kan gelezen worden in het rapport van Van der Hammen (2021). In dit kader worden in deze korte rapportage de volgende vragen behandeld: -

Is er een toename in het gebruik van loodalternatieven tussen de Screening Survey in 2017 en die van 2021?

-

Welke motieven hebben hengelaars om wel of niet loodalternatieven te gebruiken?

-

Hebben demografische eigenschappen (leeftijd, geslacht, inkomen) invloed op het gebruik van loodalternatieven?

-

Welk percentage van de hengelaars is van plan om volgend jaar (weer) met loodalternatieven te gaan vissen?

Dit rapport is een vervolg op de eerdere rapportages: “Gebruik van alternatieven voor loodgewichten onder hengelaars: Analyses van de 2017 en 2019 Screening Survey” (CVO rapport 20.017), “Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij (2018-2019)” (CVO rapport: 19.016A) en “Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij: Analyses van de 2018-2019 en 2020-2021 Logboek Survey en de 2017-2021 Screening Surveys” (CVO rapport 21.025).

Rapportnummer CVO 23.003

5 van 15

2

Methode In samenwerking met het marktbureau Kantar voert WMR om het jaar in december een online screening uit onder ongeveer 95.000 personen (~50.000 huishoudens), waarbij gevraagd wordt naar de recreatieve visserijactiviteiten van het afgelopen jaar. In totaal hebben 3900 van de 95000 personen het recreatieve visserijactiviteiten onderdeel van de enquête in 2021 ingevuld in. Kantar beschikt over een database met huishoudens die voldoen aan de zogenaamde ‘gouden standaard’. Dit houdt in dat de database zo veel mogelijk representatief is voor de Nederlandse bevolking met betrekking tot demografie (leeftijd, geslacht, inkomen, etc.) en met betrekking tot woonplaats, en waar dat niet zo is dit door middel van weging kan worden gecorrigeerd. Het hoofddoel van de Screening Survey is om een schatting te maken van het aantal hengelaars in Nederland. Een tweede doel van de Screening Survey is het gebruik van loodalternatieven onder hengelaars te onderzoeken door de jaren heen. Dit is de eerste rapportage van de rapportageserie ‘Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij’ waarin de demografische eigenschappen (leeftijd, geslacht, inkomen) en het type water waarin gevist wordt (zoet, zout, beide wateren), vergeleken worden met het gebruik van loodalternatieven onder hengelaars.

Voor de Screening Survey van december 2021 zijn drie nieuwe vragen in opgenomen, waarbij geïnformeerd werd naar de mening van hengelaars over loodalternatieven. De vraag over het type loodvervanger dat gebruikt is (glas, steen, een ander metaal etc.) is bij deze survey eruit gehaald en kan in detail teruggelezen worden in het rapport van Van der Hammen (2021). De eerste nieuwe vraag kon beantwoord worden met ‘ja’, ‘nee’ of ‘weet ik niet’: 1.

Heeft u in 2021 wel eens gebruik gemaakt van een alternatief voor een loodgewicht?

De tweede nieuwe vraag was een meerkeuzevraag, waarbij meerdere antwoorden mogelijk waren: 2. • • • • • • • • •

Wat vindt u van de alternatieven voor vislood? Heel belangrijk om te gebruiken voor het milieu en de gezondheid Deze zijn net zo goed als loodgewichten Deze zijn minder goed dan vislood Voor mij niet belangrijk omdat ik te weinig vis Ik vind ze te duur Ze zijn niet beschikbaar in mijn viswinkel Voor mijn type visserij zijn er geen bruikbare loodalternatieven Anders Weet ik niet/ik ken ze niet

Als de hengelaar koos voor ‘weet ik niet/ik ken ze niet’, was het niet mogelijk om andere antwoorden in te vullen. De laatste nieuwe vraag kon alleen met ja of nee beantwoord worden: 3.

Bent u van plan om volgend jaar, in 2022, (weer) met een loodalternatief te gaan vissen?

Omdat er vragen worden gesteld in de Screening Surveys die tot een jaar geleden hebben plaatsgevonden, zal er sprake zijn van een zogenaamde ‘Recall Bias’ (Tarrant et al., 1993). Deelnemers kunnen zich niet alles herinneren, en over het algemeen is men geneigd om gebeurtenissen te overschatten die meer dan een paar maanden geleden gebeurd zijn. Omdat dit voor alle jaren geldt, zijn de resultaten onderling goed te vergelijken. De Screening Survey uit maart 2021 ging over de periode maart 2020 tot en met februari 2021. Omdat dit grotendeels over de activiteiten in 2020 ging, wordt in deze rapportage deze Screening Survey daarom de ‘2020’ survey genoemd. De screenings van maart 2021 en december 2021 overlappen gedeeltelijk (de maanden januari en februari), echter worden deze als apart jaar behandeld omdat het grootste gedeelte van de maanden niet overlapt. Daarnaast zijn de maanden die overlappen niet de maanden met de meeste visactiviteit.

6 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

3

Resultaten

3.1

Aantal hengelaars in Nederland Aan de hand van de Screening Survey is het totaal aantal hengelaars geschat. In de laatste survey (2021) is de schatting van het aantal zoetwaterhengelaars 1,27 miljoen en het aantal zoutwaterhengelaars is 568 duizend (Tabel 3-1). Dit is een stijging ten opzichte van alle voorgaande jaren voor zowel zoet water als zout water (Tabel 3-1; Figuur 3-1). De toename gedurende de COVID-19 lockdownperiode is tevens waargenomen door Sportvisserij Nederland, die onafhankelijk een eigen onderzoek door Kantar heeft laten uitvoeren in oktober 2020, waarbij gevraagd werd naar de sportvisserijactiviteiten in 2020. Zij vonden een nog grotere toename in het aantal sportvissers dan de Screening Survey die was uitgevoerd in opdracht van WMR, namelijk 10% in zoet water (7.0% in 2020 in deze studie) en 3.1% in zout water (2.8% in 2020 in deze studie). De methodiek is echter niet hetzelfde: Zo neemt Sportvisserij Nederland ook hengelaars mee die nog van plan waren te gaan vissen na oktober, terwijl WMR alleen de hengelaars meeneemt die daadwerkelijk hebben gevist. De geschatte aantallen hengelaars voor 2017 en 2019 die in een eerder rapport (van der Hammen, 2020) zijn berekend, zijn iets aangepast door een correctie in de weging.

Tabel 3-1 Geschatte aantal hengelaars in zoet en zout water en totaal aantal hengelaars in Nederland op basis van de Screening Survey in 2017, 2019, 2020 en 2021. De Screening Survey in 2017 wordt gebruikt voor de opwerking van de 2018 logboek gegevens en de 2020 Screening Survey (i.p.v. de 2019 Screening Survey) wordt gebruikt voor de opwerking van de 2020 logboek gegevens. Aantal hengelaars in Nederland Percentage van de bevolking 2017

2019

2020*

2021

Aantal (x1000)

Zout

3.5%

564

Zoet

6.4%

1,030

Totaal

7.2%

1,161

Zout

2.0%

323

Zoet

4.5%

737

Totaal

5.3%

862

Zout

2.8%

457

Zoet

7.0%

1,143

Totaal

7.4%

1,209

Zout

3.5%

568

Zoet

7.7%

1,269

Totaal

8.2%

1,350

Leeftijd Selectie vanaf 6 jaar

vanaf 6 jaar

vanaf 6 jaar

vanaf 6 jaar

* De 2020 survey liep van maart 2020 tot en met februari 2021.

Rapportnummer CVO 23.003

7 van 15

Figuur 3-1. Aantal hengelaars in Nederlands (x 1000) vanaf 2017. Kleuren weergeven het type water waarin de hengelaar vist: groen is in zoetwater, blauw is in zoutwater en rood is het totaal aantal hengelaars. Voor 2018 is er geen data beschikbaar, omdat toen geen screening survey heeft plaatsgevonden. 3.2

Gebruik van loodvervangers Tussen 2017 en 2021 is het percentage hengelaars dat in de Screening Survey heeft aangegeven dat ze wel eens van een loodvervanger gebruik hebben gemaakt, gestegen van 10% naar 23% (Tabel 3-2). De stijging is zowel te zien bij hengelaars met een lage jaarlijkse visfrequentie als hengelaars met een hoge visfrequentie. Bij een visfrequentie van 1-5 jaarlijkse vistrips is het percentage gestegen van 5% in 2017 tot 12% in 2021, bij een visfrequentie van 6-10 vistrips per jaar is het gestegen van 9% naar 23% en bij een visfrequentie van meer dan 10 vistrips per jaar is het percentage gestegen van 19% naar 41% (Figuur 3-2). Wanneer de percentages vermenigvuldigd worden met het berekende totaal aantal hengelaars in Nederland (Tabel 3-1) is het aantal hengelaars dat met een loodvervanger heeft gevist gestegen van 116 duizend in 2017, naar 147 duizend in 2019 en 311 duizend in 2021. Tabel 3-2 Percentage hengelaars die aangegeven hebben een loodvervanger te hebben gebruikt in 2017 2019, 2020* of 2021 met verdeling over de visfrequentiecategorieën. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. Jaarlijkse visfrequentie % hengelaars dat een

1-5

6-10

>10

Loodvervanger heeft

Alle hengelaars

gebruikt 2017 (n=5481)

5% (144)

9% (106)

19% (307)

10% (557)

2019 (n=4375)

11% (241)

17% (158)

29% (353)

17% (752)

2020* (n=4051)

10% (239)

17% (133)

30% (330)

17% (702)

2021 (n=3900)

12% (241)

23% (184)

41% (460)

23% (885)

* De 2020 survey liep van maart 2020 tot maart 2021

8 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

Figuur 3-2. Percentage hengelaars die hebben aangegeven minimaal één keer een loodalternatief gebruikt te hebben over de jaren heen. Kleuren weergeven de verschillende visfrequentiecategorieën, waarbij paars de kleur is van alle hengelaars samen. 3.3

Vistrips Hoeveel hengelaars minstens eenmaal per jaar een loodvervanger gebruiken, geeft weinig informatie over hoeveel vistrips er met loodvervangers plaatsvinden. Sommige hengelaars zullen dit bij één vistrip hebben gedaan, terwijl anderen dit bij meerdere doen. In de Screening Survey is ook gevraagd naar het aantal vistrips waarbij een loodvervanger is gebruikt. Dit laat zien dat in 2021, net als in 2017, 2019 en 2020, een groot gedeelte van de hengelaars die aangeven wel eens een loodvervanger te hebben gebruikt dat bij 1-3 vistrips in een jaar doen. Dit percentage is echter verlaagd van 48% naar 42% tussen 2017 en 2019 en weer verhoogd naar 45% in 2020, waarna het in 2021 weer gedaald is naar 38% ( Tabel 3-3). Het percentage hengelaars dat aangegeven heeft bij 4-10 vistrips of bij > 10 vistrips een loodvervanger te hebben gebruikt, is tussen 2017 naar 2021 licht gestegen van 35% naar 38% (4-10 vistrips) en van 17% naar 24% (>10 vistrips) (Tabel 3-3; Figuur 3-3). Tabel 3-3 Percentage hengelaars dat aangeeft bij 1-3, 4-10 of > 10 vistrips gebruikt te hebben gemaakt van een loodvervanger. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. % hengelaars

Aantal vistrips met loodvervanger 1-3

4-10

>10

2017 (n=5481)

48% (265)

35% (197)

17% (95)

2019 (n=4375)

42% (316)

38% (287)

20% (149)

2020* (n=4051)

45% (319)

36% (250)

19% (133)

2021 (n=3900)

38% (339)

38% (336)

24% (210)

* De 2020 survey liep van maart 2020 tot maart 2021

Rapportnummer CVO 23.003

9 van 15

Figuur 3-3. Aantal vistrips met loodvervangers per hengelaar over de jaren heen. Hengelaars die geen loodalternatieven gebruikt hebben worden niet meegenomen. Kleuren geven de categorieën van aantal vistrips met loodvervanger weer. Voor 2018 is er geen data beschikbaar, omdat in dat jaar geen screening survey heeft plaatsgevonden. 3.4

Opinie over loodalternatieven In de Screening Survey van 2021 werd voor het eerst gevraagd naar de mening van hengelaars over loodalternatieven. Van de hengelaars die loodalternatieven een keer gebruikt hebben, gaf een meerderheid (61%) aan dat ze loodalternatieven belangrijk vonden voor het milieu en gezondheid (Tabel 3-4). Daarnaast vond 42% van de hengelaars die een keer loodalternatieven gebruikt hebben loodalternatieven net zo goed als loodgewichten. Van de hengelaars die geen loodalternatieven gebruikten was een ongeveer de helft (49%) niet bekend met loodalternatieven of heeft geen mening over loodalternatieven (Tabel 3-4). Een deel van de hengelaars die geen loodalternatieven gebruikten, vond loodalternatieven belangrijk voor milieu en gezondheid (20%). De derde meest gekozen mening van hengelaars die geen loodalternatieven gebruikten was: ‘loodalternatieven zijn niet belangrijk voor mij, omdat ik te weinig vis’ (18%) (Tabel 3-4). Van alle hengelaars was iets meer dan de helft van plan om het jaar erop met een loodalternatief te vissen (51%). Een grote meerderheid van de hengelaars die een keer eerder een loodalternatief gebruikt hebben, is van plan er weer mee te vissen in 2022 (91%). Van de hengelaars die geen loodalternatieven in 2021 gebruikt hebben, was 39% van plan om in 2022 een keer een loodalternatief te gebruiken (Tabel 3-5).

10 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

Tabel 3-4 Percentage van alle hengelaars met een bepaald antwoord op de vraag: ‘wat vindt u van de alternatieven voor vislood’. Meerdere antwoorden konden gegeven worden, behalve als ‘weet ik niet/ ik ken ze niet’ werd aangevinkt. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars het antwoord aangegeven hebben. Opinie loodalternatieven

Wel

Geen

Alle hengelaars

loodalternatief

loodalternatief

gebruikt

gebruikt

2021

2021

2021

Heel belangrijk voor milieu en gezondheid

61% (538)

20% (603)

29% (1141)

Net zo goed als loodgewichten

42% (370)

12% (356)

19% (726)

Minder goed dan vislood

13% (114)

4% (133)

6% (247)

Voor mij niet belangrijk omdat ik te

9% (80)

18% (541)

16% (621)

Te duur

12% (108)

5% (163)

7% (271)

Niet beschikbaar in mijn viswinkel

3% (25)

1% (35)

2% (60)

Voor mijn type visserij zijn geen

3% (24)

2% (65)

2% (89)

weinig vis

loodalternatieven Anders

3% (26)

2% (47)

2% (73)

Weet ik niet / ik ken ze niet

4% (35)

49% (1465)

38% (1500)

Tabel 3-5 Percentage hengelaars dat loodvervangers het volgende jaar wil gaan gebruiken. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven (n=3900).

3.5

Plan om volgend jaar met een

Wel

Geen

Alle hengelaars

loodalternatief te vissen

loodalternatief

loodalternatief

gebruikt

gebruikt

2021

2021

2021

Ja

91% (804)

39% (1170)

51% (1974)

Nee

9% (81)

61% (1845)

49% (1926)

Gebruik Loodvervangers in relatie tot verschillende demografische eigenschappen Voor het eerst in de rapportageserie ‘loodverliezen en het gebruik van loodalternatieven’, is het gebruik van loodalternatieven in relatie tot verschillende demografische eigenschappen (inkomen, geslacht en leeftijd) vergeleken. Gekeken naar het inkomen, hebben hengelaars met een minimuminkomen het meest van alle inkomensgroepen minimaal één keer gevist met een loodalternatief (30%). De groep waarvan het inkomen onbekend is, heeft het minst vaak een keer met een loodalternatief gevist (19%), echter zijn er tussen de inkomens geen grote verschillen te zien (Tabel 3-6). Ook is er vergeleken tussen de geslachten en het gebruik van loodalternatieven. Mannen (24%) hebben iets vaker voor een loodalternatief gekozen dan vrouwen (21%) (Tabel 3-7). De leeftijd van de hengelaar is de laatste demografische eigenschap die onderzocht is. De twee jongste leeftijdsklassen 0-10 (13%) en 10-20 jaar (16%) kiezen minder snel voor loodalternatieven dan de oudere leeftijdsklassen. Voor de oudere leeftijdsklassen schommelt het gebruik van loodalternatieven tussen de 20% en 30% (Tabel 3-8).

Rapportnummer CVO 23.003

11 van 15

Tabel 3-6 Percentage hengelaars dat loodvervangers gebruikt heeft per inkomensklasse. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven (n=3900). %

Inkomen

hengelaars Minimum

0.5x

Modaal

Modaal 2021

30% (28)

26%

25% (150)

(99)

1-2x

2x

Modaal

Modaal

Modaal

23%

21% (69)

24%

(253)

> 2x

Onbekend 19% (154)

(132)

Tabel 3-7 Percentage hengelaars dat loodvervangers gebruikt heeft per geslacht. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven (n=3900). % hengelaars dat een

Geslacht

loodvervanger heeft gebruikt 2021

Man

Vrouw

24% (596)

21% (289)

Tabel 3-8 Percentage hengelaars dat loodvervangers gebruikt heeft per leeftijdsklasse. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. Leeftijdsklasse (jaren)

% hengelaars dat een loodvervanger heeft gebruikt 2021 (n=3900)

3.6

6-10

13% (71)

10-20

16% (96)

20-30

30% (43)

30-40

29% (140)

40-50

23% (136)

50-60

27% (146)

60-70

25% (161)

> 70

25% (92)

Gebruik loodvervangers in verschillende wateren Gekeken naar het type water waarin hengelaars vissen, worden loodalternatieven iets meer gebruikt door hengelaars die alleen in zoete wateren vissen (16%) dan door hengelaars die alleen in zoute wateren vissen (13%). Hengelaars die in beide type wateren vissen, hebben het vaakst een loodvervanger een keer gebruikt (37%) (Tabel 3-9). Tabel 3-9 Percentage hengelaars die loodvervangers gebruikt hebben met verdeling over de type wateren waarin de hengelaars gevist hebben. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. % hengelaars dat een

Type water waarin gevist is

loodvervanger heeft gebruikt Zoet

Zout

Zoet en zout water

2021 (n=3900)

12 van 15

16% (379)

13% (29)

37% (477)

Rapportnummer CVO 23.003

4

Conclusie De Screening Survey van december 2021 laat een stijgende trend zien van hengelaars die in Nederland gevist hebben, voor zowel zoet als zout water. Deze stijgende trend is begonnen in 2020 waarin de eerste COVID-19 lockdown was. Ook het aandeel hengelaars dat in een jaar wel een keer met een loodvervanger gevist heeft, is gestegen van 10% in 2017 naar 23% in 2021. Door de stijging van het aantal vissers en het aandeel hengelaars dat met een loodvervanger vist, is in absolute zin het aantal sportvissers dat in een jaar minstens een keer met een loodvervanger vist behoorlijk gestegen: van 116 duizend sportvissers in 2017 naar 311 duizend in 2021. Daarnaast is een stijging te zien van de aantallen vistrips met loodalternatieven onder de hengelaars die minimaal een keer een loodalternatief gebruikten. Waar in 2017 nog maar 17% van deze hengelaars vaker dan 10 keer een loodalternatieven gebruikten, was dit in 2021 opgelopen naar 24%. Dit geeft weer dat niet alleen de aantallen hengelaars die lood alternatieven gebruiken gestegen is, maar ook het aantal vistrips met een loodvervanger per hengelaar. Van de vissers die met loodvervangers gevist hebben, is milieu en gezondheid de belangrijkste reden om met loodalternatieven te vissen (61%).

De grootste groep hengelaars die geen loodalternatieven gebruikten gaven aan dat ze loodalternatieven niet kennen of geen mening erover hebben (49%). Dat loodalternatieven minder goed (4%) duurder zouden zijn (5%), is voor een kleine groep hengelaars een reden om niet met loodalternatieven te vissen. Een andere groep hengelaars vindt dat loodalternatieven niet belangrijk, omdat zij weinig vissen (16%). Deze mening is ook terug te zien in de resultaten, waar vissers die meer dan 10 keer per jaar vissen vaker een loodalternatief gebruikt hebben (41%) dan vissers die 5 of minder keer per jaar vissen (12%). Het kan daarom van belang zijn om hengelaars goed te informeren over het belang van loodalternatieven en hengelaars die weinig vissen duidelijk te informeren dat ook zij een verschil kunnen maken. Gekeken naar de demografische eigenschappen kan er geconcludeerd worden dat geslacht noch inkomen een grote invloed hebben op het gebruik van loodalternatieven. De leeftijd van de hengelaars heeft wel invloed: hengelaars onder de 20 jaar hebben minder vaak een keer loodalternatieven gebruikt dan hengelaars ouder dan 20 jaar. Verschil tussen de andere leeftijden (20 jaar en ouder) is er nauwelijks.

De categorie onder de 20 jaar hebben waarschijnlijk minder voorgeschiedenis materiaalkeuze en zijn wellicht minder op de hoogte van de keuze uit verschillende materialen met “oud/ongewenst” lood en de nieuwe loodvrije alternatieven. Daarnaast zal de jongste categorie wellicht ook de verzwaring van één van de ouders krijgen, zonder materiaalkennis. Ten laatste kan geconcludeerd worden dat ongeveer de helft van de hengelaars positief zijn tegenover loodalternatieven: 51% van de hengelaars is van plan om in 2022 gebruik te maken van loodalternatieven, waarbij vooral hengelaars die eerder loodalternatieven een keer gebruikt hebben, aangeven deze in 2022 weer willen gebruiken (91%). Deze stijgende lijn zou een goede stap zijn om de uiteindelijk doelen van de Green Deal te behalen.

Rapportnummer CVO 23.003

13 van 15

5

Referenties Klein, J. & Vink, J. 2013. Emissie van lood naar de Nederlandse zoete en zoute wateren door verlies van vislood in de sportvisserij. Deltares rapport (1208176-000) Tarrant, M. A., Manfredo, M. J., Bayley, P. B., and Hess, R. 1993. Effects of recall bias and nonresponse bias on self-report estimates of angling participation. North American Journal of Fisheries Management, 13: 217 –222 Van der Hammen, T. (2019). Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij (2018-2019) CVO report: 19.016A Van der Hammen, T. (2020). Gebruik van alternatieven voor loodgewichten onder hengelaars: Analyses van de 2017 en 2019 Screening Survey”. CVO rapport 20.017 Van der Hammen, T. (2021). Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij: Analyses van de 2018-2019 en 2020-2021 Logboek Survey en de 2017-2021 Screening surveys CVO report: 21.025

14 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

Verantwoording

Rapport CVO 23.003 Projectnummer: 4311216011

Dit rapport is met grote zorgvuldigheid tot stand gekomen. De kwaliteit is intern getoetst door een collega-onderzoeker en hoofd CVO.

Akkoord:

L. van de Pol Onderzoeker

Handtekening: Datum:

27/01/2023

Akkoord:

Ing. S.W. Verver Hoofd Centrum voor Visserijonderzoek

Handtekening:

Datum:

Rapportnummer CVO 23.003

27/01/2023

15 van 15

Hoe effectief is een verbod voor vislood in het visrecht? Eind oktober heeft SGW alle gemeenten in Nederland gevraagd een verbod voor het gebruik van vislood door te voeren. Sportvisserij Nederland heeft hierover bericht dat dat niet via een lokaal verbod kan worden geregeld maar Europees. Waarom dit verzoek van SGW? • Al vanaf 1988 (Kamervragen) geven sportvisserijorganisaties aan het vislood probleem snel op te zullen lossen. Maar het ene uitstel volgt het ander. Zoals de Green Deal Sportvisserij Loodvrij (inzet 30 % reductie loodverlies in drie jaar, effect 20 % toename). Gevolgd door de Samenwerkingsovereenkomst zonder enige doelstelling voor reductie van het loodverlies. • Een Europees verbod is onzeker en duurt nog jaren. Ook dat moet worden gehandhaafd. • Lood is een Zeer Zorgwekkende Stof waarvoor vanaf 2016 geldt; niet gebruiken, vervangen en verontreiniging er mee saneren. Dit geldt ook voor uw gemeente (ZZS decentraal). • De meervoudige kamer bestuursrecht spreekt in juli 2023 uit dat sportvissers die vislood gebruiken en sportvisserijorganisaties die viswedstrijden organiseren zonder een verbod voor lood in het wedstrijdreglement, overtreders zijn. En dat het niet melden van achtergelaten lood en het niet opruimen daarvan ook overtredingen zijn. • Gemeenten zowel in 2020 als in 2021 is gevraagd het vislood probleem aan te pakken.

• Een WUR onderzoek toont dat vislood schade geeft aan rode lijst soorten zoals de poelslak in het water. Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu — Research@WUR • Er steeds meer organisaties zijn met een lokaal verbod voor vislood, zoals pas Amersfoort. • Het verbod voor vislood in het visrecht door Waterschap Limburg al in 2017 in de Green Deal Sportvisserij Loodvrij is ingebracht. • In Denemarken is sinds 2005 een verbod voor de verkoop van vislood, in Engeland is een verbod voor het vissen met lood onder de 28 gram (vergiftiging vogels). Wat is het verzoek? Gevraagd is om een verbod voor het vissen met lood in het visrecht en de visrechthebbende dit zelf te laten handhaven. Voor de gemeente blijft het toezicht op deze handhaving. Met teststaafjes die schilders gebruiken om lood in oude verflagen te detecteren, is controle op vislood erg eenvoudig. Waarom is dit effectief? 1. Er komt geen lood meer in het water. Er wordt geen bagger meer met lood belast. 2. Sportvisserijorganisaties hebben honderden BOA’s en controleurs die de vissers en visgewichten kennen en nu ook al controleren. 3. Er wordt geen vislood meer zelf gegoten. Geen verontreiniging door loodrook die kinderen en moeders belast, geen illegale afvoer van loodslak Het informele visloodcircuit stopt. 4. De werk voor gemeenten is beperkt, het verbod invoeren is een eenmalige actie. 5.

In hengelsportwinkels zullen, anders dan nu, visgewichten zonder lood worden verkocht. 6. Het imago van de sportvisserij als “Caretaker for Nature” verbetert zonder vislood. Kortom Als iedereen een verbod voor het vissen met lood invoert in 2024 en ook Sportvisserij Nederland dit uitdraagt en ondersteunt, is er snel een oplossing voor het onnodige verlies van ZZS vislood in Nederland en geen enkel versnippering. Aan Stichting Gezond Water zal het niet liggen. Wat doet uw gemeente aan voorkomen van deze onnodige ZZS emissie van sportvissers?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13504889/1