CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A16 Resultaten Bestuurlijke Overleggen 6 november 2024

Gemeenteraad 26 november 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Behandeling ingekomen stukken en mededelingen zoals vermeld op de bij deze agenda behorende lijst48.463 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Beste raads- en collegeleden, Op 6 november 2024 waren zowel het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) als het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) voor Landsdeel Zuid. Het BOL is normaal gesproken in het voorjaar, maar is dit jaar vanwege de kabinetsvorming verplaatst naar het najaar. Vervolgens is besloten om beide overleggen op één dag te doen, zodat zaken in onderlinge samenhang aan bod kunnen komen. De afgelopen maanden hebben we met de 21 gemeenten van onze MRE hard gewerkt aan de voorbereiding. En we kunnen na de overleggen tevreden terugkijken naar de uitkomsten van de BO’s op 6 november jl. Hiermee bouwen we voort op de afspraken die Rijk en regio op 28 maart 2024 hebben gemaakt in het convenant “Investeringen in ondernemingsklimaat microchipsector” (hierna: Beethovenconvenant) en eerder in het BO MIRT 2022 (hierna: Brainportdeal). We kunnen nu de nodige vervolgstappen zetten om de ambitieuze doelstellingen uit de Beethovendeal te realiseren. De partijen uit het Beethovenconvenant zetten zich ieder vanuit de eigen taak en rol in om de gevolgen van de economische groei in de regio op het gebied van woningbouw, mobiliteit, bedrijventerreinen en voorzieningen op een goede manier te laten plaatsvinden. Waarbij nu de focus ligt op realisatie en uitvoering.

Met als uiteindelijke doel een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid in de regio voor al onze inwoners, nu en in de toekomst. Hierbij sturen we u de informatiebrief met de belangrijkste uitkomsten uit beide overleggen voor de Metropoolregio Eindhoven. Alle afspraken zijn ook terug te vinden in de kamerstukken de Statenmededeling. Deze vindt u in de bijlage bij de brief.

Aan colleges en gemeenteraden van 21 gemeenten.

uw kenmerk

uw brief van

onderwerp Uitkomsten BO MIRT en BO Leefomgeving Zuid Nederland 2024

ons kenmerk

datum 13 november 2024

e-mailadres

Geachte colleges en raden, Op 6 november 2024 waren zowel het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) als het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) voor Landsdeel Zuid. Beide overleggen vormen samen het jaarlijks gesprek tussen Rijk en regio (provincies, gemeenten, waterschappen) om afspraken te maken over bereikbaarheid, veiligheid en de ruimtelijke inrichting van Nederland. Aanwezig zijn een bestuurlijke afvaardiging van onze regio, leden van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en bewindspersonen van de betreffende ministeries. Het BOL is normaal gesproken in het voorjaar, maar is dit jaar vanwege de kabinetsvorming verplaatst naar het najaar. Vervolgens is besloten om beide overleggen op één dag te doen, zodat zaken in onderlinge samenhang aan bod kunnen komen. De afgelopen maanden hebben we met de 21 gemeenten van onze MRE hard gewerkt aan de voorbereiding. En we kunnen na de overleggen tevreden terugkijken naar de uitkomsten van de BO’s op 6 november jl. Hiermee bouwen we voort op de afspraken die Rijk en regio op 28 maart 2024 hebben gemaakt in het convenant “Investeringen in ondernemingsklimaat microchipsector” (hierna: Beethovenconvenant) en eerder in het BO MIRT 2022 (hierna: Brainportdeal). We kunnen nu de nodige vervolgstappen zetten om de ambitieuze doelstellingen uit de Beethovendeal te realiseren.

De partijen uit het Beethovenconvenant zetten zich ieder vanuit de eigen taak en rol in om de gevolgen van de economische groei in de regio op het gebied van woningbouw, mobiliteit, bedrijventerreinen en voorzieningen op een goede manier te laten plaatsvinden. Waarbij nu de focus ligt op realisatie en uitvoering. Met als uiteindelijke doel een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid in de regio voor al onze inwoners, nu en in de toekomst. Hieronder gaan we nader in op de belangrijkste uitkomsten uit beide overleggen voor de Metropoolregio Eindhoven. Alle afspraken zijn terug te vinden in de kamerstukken zie bijlage. Deze stukken worden besproken met de Tweede Kamer op 25 november a.s. Ook is Statennotitie met de informatie vanuit de provincie toegevoegd als bijlage bij deze brief.

BO-MIRT: mobiliteit Rijk en regio hebben tijdens dit BO een financiële en risicoverdeling afgesproken voor de mobiliteitsonderdelen uit het Beethovenconvenant. Daarmee kunnen we met het Rijk komen tot (project)overeenkomsten en binnen de regio ook de onderlinge bijdragen tussen gemeenten, provincie en Brainportpartners vastleggen. De verdeling Rijk-regio is als volgt: Project Multimodale Knoop (MMK) Eindhoven HOV4 HWN/OWN A2/N2 inclusief Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting Multimodaal Pakket MRE 2024 (‘Korte Termijn Maatregelenpakket 2’) Totaal mobiliteit (mln. €)

Totaal 198 157 503

Bijdrage Rijk 145 87 415

Bijdrage regio 53 70 88

200

71

129

1.058

718

340

Geconstateerd is dat alle afspraken uit het Beethovenconvenant uitwerking hebben gekregen en op schema liggen. Multimodaal Pakket MRE Het Multimodaal Pakket MRE 2024 (hierna: KTM2) is een uitbreiding en verbreding naar de gehele regio van het Korte Termijn Maatregel pakket A2 Randweg Eindhoven (hierna: KTM1) uit het Brainportconvenant. Beide pakketten bestaan uit mobiliteitshubs, fiets- en openbaar vervoermaatregelen en een meerjarige werkgevers- en gedragsaanpak. Door beide KTM-pakketten verbetert de bereikbaarheid van de regio, wordt het autohoofdwegennet minder belast en gaan onze inwoners zich duurzamer en gezonder verplaatsen. Rijk, provincie, gemeenten en bedrijven hebben in het Beethovenconvenant samen een bedrag van € 200 miljoen beschikbaar gesteld voor KTM2. Het Rijk heeft nu in het BO MIRT 2024 toegezegd €71 miljoen bij te dragen aan KTM2, oftewel een bijdrage van ruim 1/3e aan de regionale investeringen in mobiliteit door de MRE-gemeenten. De regiopartners (provincie, gemeenten en bedrijfsleven) financieren het overige 2/3e deel. De Rijksbijdrage in het KTM2pakket is fors hoger dan in het KTM1-pakket. Komend jaar werken Rijk en regio verder uit aan welke concrete projecten de investeringen worden besteed.

Overige relevante besluiten BO MIRT Het Rijk heeft in heel Nederland de restbudgetten voor gepauzeerde projecten op het hoofdwegennet samengevoegd om tot centrale herverdeling te komen. Voor onze regio betreft dit het budget van de gepauzeerde verbreding A67 Leenderheide-Geldrop. We hebben, mede gelet op de afspraken in Beethoven, van het Rijk de mogelijkheid gekregen om een voorstel te doen voor alternatieve en mitigerende maatregelen, met een maximale hoogte van het restbudget A67. Deze maatregelen worden komend jaar uitgewerkt en besproken met het Rijk. Dan wordt ook inzichtelijk hoe we de verwachte wederkerige regionale bijdrage aan deze maatregelen invullen. Verder is de scope van de MIRT-verkenning HWN/OWN A2/N2, Brainportlijn en noordwestelijke ontsluiting vastgelegd. Ook is de actualisatie van het MIRT-onderzoek verstedelijking en bereikbaarheid Brainport begonnen. Daarnaast zijn er besluiten genomen over de MIRTverkenning Multimodale Knoop Eindhoven en over HOV4.

pagina 2 van 4

Tot slot is de Multimodale Mobiliteitsagenda (MMA) vastgesteld als gezamenlijk uitgangspunt van Rijk en regio voor het vinden van bereikbaarheidsoplossingen in samenhang met de ruimtelijke strategie in Zuid-Nederland. De eerder dit jaar vastgestelde Regionale Mobiliteitsvisie MRE en het Meerjarige Multimodale Mobiliteitspakket (MMMP) dat wij samen met uw gemeenten en de provincie op dit moment opstellen, bepalen onze inzet voor de MMA. Wij verwachten vanaf 2025 hierover concrete afspraken te kunnen maken met het Rijk.

BOL: verstedelijking Woningbouwversnelling Beethoven Rijk en regio hebben op dit BO tussentijdse afspraken gemaakt over hoe gezamenlijk met het bedrijfsleven een bedrag van €245 miljoen ingezet kan worden om 17.000 woningen en 2.280 onzelfstandige studenteneenheden versneld te realiseren. De komende periode wordt gebruikt om hiervoor proposities in de gehele regio te ontwikkelen. Daarvoor wordt een ondersteuningsteam ingezet. Op basis van de concrete proposities wordt een uiteindelijke financiële regeling vastgesteld. Voor de proposities is al afgesproken dat alle projecten uiterlijk 31-12-2030 gestart dienen te zijn met de bouw, minimaal voor 2/3e uit betaalbare woningen moeten bestaan en dat de middelen kunnen worden ingezet voor een publiek tekort in de gebiedsontwikkeling (grondexploitatie) of het haalbaar maken van de vastgoedontwikkeling. Verder hebben Rijk en regio een gezamenlijke verkenning naar de sociaal-maatschappelijke opgave afgesproken. Op te leveren voor het einde van 2024. De verkenning heeft tot doel om in beeld te krijgen wat deze opgave zowel fysiek als financieel betekent en welke fasering mogelijk is. Door middel van een Quick Scan wordt dit jaar gekeken naar het instrumentarium en de systematiek tot bekostiging/financiering, waaronder de mogelijkheden van het Gemeentefonds.

Dit wordt afgerond in het eerste kwartaal van 2025 en vormt vervolgens een basiskader om tot meerjarige financieringsafspraken te komen. Het streven is om voor de zomer in 2025 hierover tot eerste concrete afspraken te komen. Op basis hiervan kan een uitvoeringsplan worden gemaakt waarin de financiële kaders staan in een nader te bepalen aanpak/regeling. Uitvoeringsagenda Novex Stedelijk Brabant Rijk, provincie, waterschappen en de Brabantse regio's (waaronder de MRE) hebben ingestemd met een uitvoeringsagenda Novex Stedelijk Brabant. Voor onze regio is dit aanvullend aan de afspraken in Beethovenconvenant en Brainportdeal. Deze afspraken zijn vooral beleidsmatig of agendasettend op gebied van ruimte en verstedelijking. Speerpunten zijn onder meer de inzet op het revitaliseren van naoorlogse woonwijken, (de ontwikkeling van) OV-knooppunten en het accommoderen van groei in de Brabantse Stedenrij en de Brainportregio. Daarnaast is het belangrijk om de kernen van de kleinere steden en dorpen aantrekkelijk te houden. Mobiliteit, leefbaarheid, groen, water en bodem zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden voor wonen en woningbouw in het NOVEX-gebied (geheel Brabant). NOVEX De Peel Rijk, de beide provincies, waterschappen en de 4 regio’s (waaronder de MRE) hebben ingestemd met de eerste Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda (RUIA) NOVEX De Peel.

Met deze 1e RUIA zetten wij een belangrijke stap in de ontwikkeling naar een ondernemende, leefbare en natuurlijke Peel aansluitend op het NOVEX ontwikkelperspectief voor de Peel dat in 2023 is gepresenteerd en waarover wij u eerder hebben geïnformeerd. In de RUIA zijn afspraken gemaakt over onder meer 15 sleutelprojecten voor het Novex gebied De Peel en over de verdere samenwerking, uitvoering en financiering. De sleutelprojecten worden de komende maanden

pagina 3 van 4

verder uitgewerkt. De Metropoolregio Eindhoven is daarbij direct betrokken, in nauwe samenspraak met de gemeenten. Tot slot Dit resultaat is van en voor de gehele regio Zuidoost-Brabant, en is tot stand gekomen door de goede samenwerking met onze 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven, het Rijk en de provincie Noord-Brabant. Deze mijlpaal is een belangrijke stap in de uitwerking en realisatie van tientallen projecten in onze regio en uw gemeente om de bereikbaarheid, veiligheid, ruimtelijke inrichting en kwaliteit van leven te vergroten. De afspraken die in beide BO's zijn gemaakt zijn op diverse onderdelen onder voorbehoud van goedkeuring van gemeenteraden, Staten en Tweede Kamer en de private partijen die een bijdrage zullen leveren. We houden u graag op de hoogte van de voortgang. Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de secretaris,

de voorzitter,

G.A.G.H. Wouters.

J.R.V.A. Dijsselbloem.

Bijlagen: • MIRT brief najaar 2024 van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat • Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 6 en 7 november 2024 • Uitkomsten Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 6 en 7 november 2024 • Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 6 en 7 november 2024 • Statenmededeling BOL en BO MIRT van Provincie Noord-Brabant • En website van de provincie met resultaten van de 2 Bestuurlijke overleggen.

pagina 4 van 4

Statenmededeling

Datum Onderwerp

12 november 2024

Terugkoppeling BO Leefomgeving en BO MIRT 2024

Documentnummer

6016382 Programma

Wonen, Werken en

Aan Provinciale Staten van Noord-Brabant,

Leefomgeving Mobiliteit

Kennisnemen van De uitkomsten van het BO Leefomgeving (BOL) en het BO MIRT van 6 november 2024. Aanleiding Op 6 november jl. hebben het BOL en BO MIRT Zuid plaatsgevonden. Normaliter vindt het BOL in het voorjaar plaats en kent daarmee ook een volgtijdelijke relatie met het BO MIRT, dat in het najaar plaatsvindt. Vanwege de kabinetsformatie is het BOL voorjaar 2024 uitgesteld en heeft dit nu direct voorafgaand aan het BO MIRT plaatsgevonden. De minister van VRO respectievelijk de bewindslieden van IenW hebben de Tweede Kamer op 12 november jl. schriftelijk geïnformeerd over de uitkomsten van dit BOL en BO MIRT. Conform afspraak en gebruik worden Provinciale Staten ook zoveel mogelijk gelijktijdig geïnformeerd. Bevoegdheid Gedeputeerde Staten handelen in het BOL en BO MIRT binnen de door Provinciale Staten gestelde kaders. Rollen en belangen Rijk en regio (provincie, gemeenten en waterschappen) maken in het BOL en BO MIRT gezamenlijk afspraken over de aanpak van fysieke opgaven en projecten. Kernboodschap

1. Op het BOL en BO MIRT zijn veel afspraken gemaakt De belangrijkste zijn hieronder toegelicht. Voor een compleet overzicht verwijzen wij naar de brief van de minister van VRO over het BOL en de BO MIRT-brief van de bewindslieden van IenW.

BOL

1. Voortgang Nota Ruimte besproken. De ambitie van het kabinet is om, onder regie van de minister van VRO, voor de zomer van 2025 een Ontwerp Nota Ruimte te publiceren. Met het ruimtelijk voorstel en de twee ontwikkelperspectieven (NOVEX Stedelijk Brabant en NOVEX de Peel) hebben we stevige bouwstenen reeds hiervoor aangeleverd. Ten opzichte van het voorontwerp nota ruimte verwacht men vooral aanpassingen op het vlak van Landbouw en Voedsel en Water en Bodem. Over Defensie is gesproken gezien de wisselwerking met andere (nationale) opgaven en de grote potentiële ruimtebehoefte die zij in Brabant heeft neergelegd. Dit vraagt keuzes. Defensie erkent dit en is druk bezig met het trechteringsproces. Info hierover komt binnenkort op onze Brabantsite.

2. Het Rijk is opgeroepen om haar verantwoordelijkheid te nemen bij Powerport Moerdijk en een nationaal besluit te nemen. Een eerste ruimtelijke verkenning heeft laten zien dat de ruimtebehoefte vanuit energie-infrastructuur, circulaire energie en goederenvervoer het aanbod binnen de hekken van het Haven- en Industrieterrein (Moerdijk) en het Amergebied (Geertruidenberg) ver overstijgt. Daarom is de verkenning verbreed naar het vinden van ruimte “buiten de hekken” op drie schaalniveaus. Op basis van de uitkomsten van deze verkenning werken Rijk en regio in het eerste kwartaal van 2025 toe naar een besluit over het globaal beoogde programma voor een houdbaar toekomstperspectief voor Powerport regio Moerdijk. Na dit besluit werken Rijk en regio gezamenlijk aan een integraal gebiedsgericht ontwikkelperspectief. Wij hebben benadrukt dat het Rijk de nationale opgaven op gebied van energie en circulaire economie beter en in samenhang moet duiden en een rijksbesluit moet nemen. Het Rijk heeft de uitnodiging voor een werkbezoek aangenomen.

3. Het belang en urgentie van een integrale aanpak van energie- en goederenstromen in relatie tot leefbare steden is benadrukt. Een integrale aanpak voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, door intensieve samenwerking tussen de ministeries van IenW (Basisnet), KGG/EZ (klimaatplannen en buisleidingen) en VRO (woningbouw) is essentieel, gelet op de groei van het goederenvervoer, de ruimtelijk-economische regie op vestigingsplaatsen voor industrie en de inpassing daarvan in stad en land. Goederenvervoer is ook een belangrijke pijler in het MMA (zie BO MIRT) en de nationale Mobiliteitsvisie 2050. We hebben het Rijk gewezen op de behoefte aan een lange termijn perspectief en de noodzaak om richtinggevende keuzes te maken. Rijk en regio hebben afgesproken om op korte termijn een interdepartementaal gesprek aan te gaan over de implicaties op het gebied van ruimte, economie, verstedelijking, modaliteiten, leefbaarheid en externe veiligheid, zodat er in BOL 2025 aanvullende afspraken gemaakt kunnen worden. Wij hebben ingebracht om deze resultaten ook input te laten zijn voor de (ontwerp) Nota Ruimte.

2/6

Datum

12 november 2024 Documentnummer

6016382

4. De Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant versie 1.0 is vastgesteld De Uitvoeringsagenda bouwt voort op de sturende principes uit het Ontwikkelperspectief (2023) waarover wij u eerder hebben geïnformeerd. Het document bevat Brabantbrede acties en acties per stedelijke regio. Speerpunten zijn onder meer het revitaliseren van naoorlogse woonwijken, (de ontwikkeling van) OV-knooppunten en het accommoderen van groei in de Brabantse Stedenrij en de Brainportregio. Daarnaast is het belangrijk om de kernen van de kleinere steden en dorpen aantrekkelijk te houden. Mobiliteit, leefbaarheid, groen, water en bodem zijn belangrijke randvoorwaarden voor wonen en woningbouw in het NOVEX-gebied. Het Rijk heeft vanuit het regeerakkoord middelen beschikbaar voor de versnelling van woningbouw en de bereikbaarheid hiervan. Wij hebben het Rijk voorgesteld om samen met het Rijk, via de tafels van NOVEX Stedelijk Brabant en de woondeals, aan deze versnelling te werken en concrete uitvoeringsmaatregelingen en investeringen in beeld te brengen richting BOL en MIRT 2025. In het BO MIRT/BOL 2024 zijn afspraken gemaakt t.a.v. de potentiële nieuwe grootschalige woningbouwlocaties Oss, Helmond en Roosendaal en de verdere uitwerking van de Brainport- en Beethovendeal (zie onder punt 9).

Gezamenlijke inzet wordt verder besproken in de stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant en tijdens BO Woondeals (begin 2025) zodat er in het BOL en in BO MIRT 2025 afspraken gemaakt kunnen worden.

5. De eerste Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda (RUIA) NOVEX De Peel met het ‘Zich Ontwikkelend Perspectief 2050 voor de Peel’ is vastgesteld. Met deze 1e RUIA zetten wij een belangrijke stap in de ontwikkeling naar een ondernemende, leefbare en natuurlijke Peel aansluitend op het NOVEXontwikkelperspectief voor de Peel Meerkleurige toekomst in de Peel dat in 2023 is gepresenteerd en waarover wij u eerder hebben geïnformeerd. De RUIA zal de komende tijd verder uitgewerkt worden (inhoudelijk, financieel, anderszins) vanuit de drie ontwikkellijnen – ondernemend, leefbaar, natuurlijk – met de sleutelprojecten die hier concreet aan bijdragen.

6. Maatregelen woningbouw Beethovendeal De uitwerking van het Beethovenconvenant omvat diverse maatregelen gericht op woningbouw. We hebben met het Rijk gesproken over de gebiedsontwikkeling in Fellenoord en over participatie van het Rijk in de Ontwikkelingsmaatschappij Fellenoord BV. Daarnaast wordt ingezet op het zoveel mogelijk versnellen van processen en procedures om het tempo van de woningbouw in Fellenoord maximaal te houden. Om versneld de bouw van betaalbare woningen te stimuleren in de hele regio is er een financiële regeling door Rijk, regio en bedrijfsleven, ‘versnelling woningbouw’ in ontwikkeling (245 miljoen euro). De gemeente Helmond werkt aan een ontwikkelperspectief Helmond Centrum+ dat wij samen met de regio in een later BOL of BO MIRT zullen agenderen. Verder hebben Rijk en Regio een gezamenlijke verkenning naar de sociaal-maatschappelijke opgave afgesproken op te leveren voor het einde van 2024.

3/6

Datum

12 november 2024 Documentnummer

6016382

BO MIRT

7. De Multimodale Mobiliteitsagenda (MMA) is vastgesteld als gezamenlijk uitgangspunt van Rijk en regio voor het vinden van bereikbaarheidsoplossingen in samenhang met de ruimtelijke strategie in Zuid-Nederland.

Datum

12 november 2024

De MMA is opgesteld onder de vlag van SmartwayZ.nl. Zowel het Beleidskader Koers Mobiliteit 2040 als de Meerjarige Multimodale Mobiliteitspakketten (MMMP) die wij op dit moment opstellen samen met de stedelijke regio’s bepalen onze inzet voor de MMA. Wij verwachten vanaf 2025 concrete afspraken te kunnen gaan maken met het Rijk. Het Rijk heeft in een separate brief de Tweede Kamer geïnformeerd over de trajecten waar ook overdag 130 km/u gereden kan worden. Daar zitten geen trajecten in Brabant bij. Op 24 mei 2024 is door gedeputeerde Smeulders aan Uw Staten toegezegd om u hierover te informeren. Hier hebben wij nu invulling aan gegeven.

8. Restbudgetten A2 Deil-Vught, A58 (diverse) en A67 We hebben bij het Rijk benadrukt dat Brabant hard geraakt is door het pauzeren van een aantal grote wegenprojecten. We hebben de hoop uitgesproken dat de gepauzeerde projecten zo snel als mogelijk weer opgestart gaan worden. Hiermee geven wij ook invulling aan de motie van PS (M47a2024). Het Rijk heeft € 23 miljoen beschikbaar gesteld uit het restbudget van diverse projecten A58 voor een mitigerend pakket om de effecten van het pauzeren van deze projecten op te vangen. Het Rijk heeft € 54 miljoen beschikbaar gesteld voor een soortgelijk pakket ronde de A2 Deil-Vught. De regio draagt in beide gevallen hetzelfde bedrag bij. Voor de A67 is afgesproken dat de Brainportregio de mogelijkheid krijgt om, gezien de Beethoven-deal, een voorstel voor alternatieve en mitigerende maatregelen in te dienen met een maximale rijksbijdrage van € 21 miljoen. Definitieve besluitvorming zal uiterlijk in het BO MIRT 2025 plaatsvinden. Het Rijk wil de resterende restbudgetten inzetten voor herstart van één MIRT-project en voor kleine maatregelen, gericht op het verbeteren van het autonetwerk en hierover in de voorjaarsnota 2025 beslissen. 9. De Brainport- en Beethovendeal zijn verder uitgewerkt De financiële verdeling tussen Rijk en regio is verder uitgewerkt. Voor de beschikbare € 200 miljoen is een Korte Termijnpakket 2 (KTM2) vastgesteld.

Er zijn besluiten genomen over de MIRT-verkenning Multimodale Knoop Eindhoven (MMK), over HOV4, de MIRT verkenning HWN/OWN A2/N2, Brainportlijn en noordwestelijke ontsluiting en over de actualisatie van het MIRT-onderzoek verstedelijking en bereikbaarheid Brainport.

10. Eerste stappen voor de realisatie van de BRT Breda-Utrecht in zicht Het Rijk zal haar verantwoordelijkheid nemen rond het ontwerp van een op- en afrit naar de Hub Sleeuwijk De Tol. Dit is een kleine maar belangrijke stap op weg naar een volwaardige BRT Breda-Utrecht.

11. OV knoop ’s-Hertogenbosch Centraal Rijk en regio hebben afgesproken begin 2025 tot een voorkeursalternatief inclusief een sluitende financieringsstrategie te komen. De huidige varianten 4/6

Documentnummer

6016382

kunnen niet binnen budget worden gerealiseerd. Er zal onder andere gekeken worden naar een bijdrage uit de restbudgetten van de A2 Deil-Vught, de € 2,5 miljard voor woningbouw en mobiliteit (door extra woningen te realiseren) en extra regionale bijdrage.

Datum

12 november 2024 Documentnummer

12. Quick scan Oss Centraal en onderzoek naar emplacement Roosendaal

6016382

In Oss zal een quick scan worden uitgevoerd voor een aanpak van de spoorbarrière binnen de integrale opgave voor verstedelijking, economische ontwikkeling, woningbouw en mobiliteitstransitie voor Oss Centraal. In Roosendaal zal een haalbaarheidsonderzoek worden uitgevoerd naar (gedeeltelijke) uitplaatsing van functies op het spooremplacement in Roosendaal voor de verstedelijking.

13. Wilhelminakanaal en Sluis II De Minister van IenW heeft de MIRT-3 projectbeslissing genomen voor het project “Wilhelminakanaal Sluis II” waardoor de realisatiefase kan worden gestart. Hierdoor kan aansluitend de Optimalisatie WHK Kraaiven-Loven eveneens een vervolg krijgen. Begin 2025 worden hierover bestuursovereenkomsten gesloten.

14. Bijdragen voor snelfietsroutes De provincie Noord-Brabant ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. BTW van het Rijk voor de doorfietsroute Helmond-Deurne en (onder voorwaarden) eenzelfde bedrag voor de doorfietsroute Eindhoven-Gemert.

15. BO MIRT Goederenvervoercorridors Gelijktijdig met het BO MIRT is ook het BO MIRT Goederenvervoercorridors gehouden. Voor Brabant ging het met name om besluiten over enkele spoorse projecten rond het haventerrein van Moerdijk, truckparkings en digitaliseringsprojecten. Consequenties

1. We hebben de Brabantse belangen en de onderlinge rollen en verantwoordelijkheden benadrukt. Het Rijk verwacht van de provincie een stevigere regierol in de ruimtelijke ordening. Omgekeerd zijn er diverse majeure opgaven waar het Rijk haar verantwoordelijkheid moet nemen en keuzes moet maken. Op diverse momenten en manieren hebben we dat afgelopen jaar richting het rijk en het nieuwe kabinet reeds duidelijk gemaakt en de urgentie ervan onderstreept, vanuit de grote vraagstukken waar we in Brabant voor staan. In het BOL en BO MIRT hebben GS samen met de vertegenwoordigers vanuit onze Brabantse partners dit signaal naar de nieuwe bewindspersonen nogmaals onderstreept.

2. We hebben concrete afspraken gemaakt over de inzet van middelen en capaciteit en bijdragen en inzet van het Rijk hierop. Rondom diverse dossiers zijn concrete afspraken gemaakt over de inzet vanuit provincie i.s.m. onze Brabantse partners en de inzet vanuit het Rijk hierop. Op een aantal dossiers hebben we het Rijk vooral op snelheid aangesproken. 5/6

Europese en internationale zaken N.v.t. Datum

Communicatie De minister van VRO en de bewindslieden van IenW zijn primair verantwoordelijk voor de communicatie over de gemaakte afspraken tijdens het BOL en BO MIRT. Zij hebben de Tweede Kamer hierover op 11 november jl. schriftelijk geïnformeerd. Conform afspraak en gebruik worden Provinciale Staten ook zoveel mogelijk gelijktijdig geïnformeerd. Tijdens dit BOL zijn ook de Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant en de Regionale Investerings- en Uitvoeringsagenda NOVEX de Peel vastgesteld. Normaliter zou PS daarover via twee aparte statenmededelingen worden geïnformeerd. Voor deze terugkoppeling van het BOL (en BO MIRT) heeft GS gekozen voor een statenmededeling om u zodoende ook direct compleet over deze twee besluiten te informeren. Tevens hebben wij in overleg met onze Brabantse partners een persbericht opgesteld. Het persbericht wordt gepubliceerd op brabant.nl en gedeeld met de Brabantse partners t.b.v. eventuele eigen (gezamenlijke) communicatie richting raden en anderen. Vervolg PS zullen over de diverse vervolgstappen in de diverse dossiers worden geïnformeerd. Uw Staten zullen over de vervolgstappen via de verschillende inhoudelijke dossiers worden geïnformeerd. De financiële dekking van de provinciale bijdragen aan de gemaakte afspraken zijn gereserveerd binnen de beschikbare middelen in de reserves van Mobiliteit.

Uw Staten zijn op hoofdlijnen hierover geïnformeerd via de programmering mobiliteit 2024-2043. Wij zullen u binnenkort zoals gebruikelijk via een separate Statenmededeling nader informeren over het expliciete dekkingsvoorstel van de gemaakte afspraken. De begrotingswijziging zullen we formeel aan uw Staten voorleggen bij een volgend S&V-moment, zijnde de 1e bestuursrapportage 2025. Bijlagen 1. 1e Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda NOVEX De Peel 2. Kaart met de Brabantse resultaten van BOL en BO MIRT 2024

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter,

de secretaris,

mr. I.R. Adema

drs. G.H.E. Derks MPA

6/6

12 november 2024 Documentnummer

6016382

> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Postbus 20011 2500 EA Den Haag Nederland www.rijksoverheid.nl Onze referentie 2024-0000820011 Uw referentie

Datum Betreft

12 november 2024 Uitkomsten Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 2024

Op 6 en 7 november heb ik samen met de bewindspersonen van Infrastructuur en Waterstaat de jaarlijkse landsdelige Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving (BO’s Leefomgeving) en Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO’s MIRT) gevoerd. De staatssecretaris Herstel Groningen nam deel aan het BO Leefomgeving voor landsdeel Noord. De BO’s Leefomgeving vinden normaliter in het voorjaar plaats, maar vanwege de kabinetswissel zijn deze eenmalig in het najaar gehouden. Tijdens de BO’s Leefomgeving hebben mijn collega-bewindspersonen en ik gesproken met vertegenwoordigers van de verschillende regio’s over de voortgang van NOVEX en de woningbouwopgave. Met deze brief wil ik u graag informeren over de uitkomsten van de BO’s Leefomgeving. De minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, namens wie ik deze brief mede stuur, informeren uw Kamer separaat over de uitkomsten van de BO’s MIRT in relatie tot de MIRT-projecten en programma’s. Positionering van de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving Bij het vormgeven van de ruimtelijke inrichting van Nederland en de realisatie van de ruimtelijke opgaven is samenwerking tussen Rijk en medeoverheden cruciaal.

Tijdens de BO’s Leefomgeving voeren Rijk en medeoverheden (provincies, gemeenten en waterschappen) daarom jaarlijks het gesprek over de ruimtelijke vraagstukken met als doel het uitvoeren van de Nationale Omgevingsvisie (en straks de Nota Ruimte) door: • Ruimtelijke vraagstukken inhoudelijk verder te brengen en voortgang te bewaken (inclusief monitoring); • Te komen tot bestuurlijke afspraken over de opgaven in de leefomgeving waar gezamenlijke inzet voor nodig is (werken als één overheid); • Te zorgen voor bijbehorende investeringsstrategieën en de relatie te leggen met besluitvormingstrajecten over investeringsmiddelen (zoals de BO’s MIRT voor het Mobiliteitsfonds) en andere bekostigingsmogelijkheden, zodat afspraken ook daadwerkelijk tot uitvoering kunnen komen. Ik licht de uitkomsten hieronder toe. Schaarse ruimte goed ordenen Ruimte is een schaars en waardevol goed. Uiteenlopende maatschappelijke opgaven hebben ruimtelijke consequenties. Zonder keuzes hebben we meer ruimte nodig dan er in Nederland beschikbaar is. Als we keuzes maken, slim combineren en een integrale aanpak hanteren, kunnen we een balans vinden Pagina 1 van 10

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

tussen het beschermen van een veilige en gezonde leefomgeving en het optimaal benutten van de ruimte om ontwikkeling mogelijk te maken. Zo creëren we een fijne leefomgeving waar het prettig wonen en werken is.

Datum 12 november 2024 Onze referentie 2024-0000820011

Het streven is om voor de zomer van 2025 de ontwerp-Nota Ruimte aan uw Kamer te sturen. De Nota Ruimte geeft een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De nieuwe Nota Ruimte bevat de ruimtelijke keuzes die daarvoor nodig zijn voor nu (2030), straks (2050) en later (2100). Zo worden hierin nieuwe locaties voor grootschalige woningbouw aangewezen. En staan er afspraken in over verstedelijking, bereikbaarheid van werk en voorzieningen, recreatieplekken en energievoorziening van gebieden, landbouw, natuur en ruimte voor defensie. Het voorontwerp van de Nota Ruimte, dat voor de zomer van 2024 aan de Tweede Kamer is gestuurd1, geeft een overzicht van de grote ruimtelijke opgaven van ons land. Er staat ook al een aantal oplossingsrichtingen in voor de korte en langere termijn. De Ontwerp-Nota Ruimte zal hierop voortbouwen, maar op onderdelen zal het kabinet kiezen voor een andere koers in lijn met het regeerprogramma. Zo legt dit kabinet sterker de nadruk op wat wel kan, bijvoorbeeld door slim combineren en innoveren. Daarnaast werkt het kabinet aan de bescherming van hoogwaardige landbouwgrond en gaan woningen boven windmolens als er sprake is van concurrentie om grond. De nieuwe Nota Ruimte zal vergezeld worden van een Uitvoeringsagenda en een planMER en kent een participatieproces.

Zodoende gaat het kabinet verder met het hernemen van de regie in de ruimtelijke ordening. De Nota Ruimte is een zelfbindend Rijkskader. Om te zorgen voor doorwerking naar provincies, gemeenten en waterschappen werken alle overheden binnen NOVEX samen aan de ruimtelijke inrichting van Nederland. NOVEX kent twee samenhangende sporen: regie per provincies en gebiedsgerichte regie in 16 NOVEX-gebieden. In het spoor regie per provincie willen Rijk en provincies aan de voorkant afspraken maken in zogenaamde ruimtelijke arrangementen om nationaal en provinciaal omgevingsbeleid op elkaar af te stemmen en sneller tot uitvoering van ruimtelijke opgaven in een provincie te komen. Dit op basis van ruimtelijke voorstellen die provincies begin dit jaar hebben aangeboden, nationale programma’s en de Nota Ruimte die in voorbereiding is. In de NOVEX-gebieden werken Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en het bedrijfsleven samen aan een gebiedsgerichte ordening, prioritering en uitvoering van de ruimtelijke opgaven aan de hand van een gemeenschappelijk toekomstbeeld voor het gebied; een ontwikkelperspectief. In een uitvoeringsagenda per NOVEX-gebied worden afspraken gemaakt om de doelen en ambities uit het ontwikkelperspectief gezamenlijk te realiseren met daarbij een regionale investeringsagenda.

Het Rijk en de medeoverheden zijn in gesprek om de inhoudelijke richtingen in de Ontwerp-Nota Ruimte te toetsen en ambities te verbinden. De resultaten van beide NOVEX-sporen zijn belangrijke bouwstenen voor de Nota Ruimte en de bijbehorende uitvoeringsagenda.

1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, Kamerstuk 29 435, nr. 267 Pagina 2 van 10

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Datum 12 november 2024

1. Voortgang NOVEX

Onze referentie 2024-0000820011

Opmaat naar ruimtelijke arrangementen per provincie Begin dit jaar hebben provincies hun ruimtelijke voorstellen aangeboden aan het Rijk. Hierin hebben zij de nationale opgaven en doelen uit het Startpakket Fysieke Leefomgeving2 zo goed mogelijk geordend en verbonden met decentrale opgaven. Uit de ruimtelijke voorstellen blijkt dat Rijkskeuzes in samenhang met provinciale keuzes nodig zijn, omdat de ruimte schaars is en het daardoor niet lukt om sommige nationale opgaven in te passen. Een brede hoog-ambtelijke vertegenwoordiging van het Rijk is dit voorjaar met elk van de provincies in gesprek gegaan over de voorstellen. In deze gesprekken zijn de ruimtelijke samenhangende vraagstukken besproken die in ieder geval afspraken behoeven in de ruimtelijke arrangementen. Het ruimtelijke arrangement tussen Rijk en provincie bevat wederkerige afspraken over de afstemming, doorwerking en realisatie van omgevingsbeleid. Vaststelling van de eerste ruimtelijke arrangementen is voorzien tijdens de BO’s Leefomgeving in juni 2025 parallel aan de ontwerp-Nota Ruimte. Afspraken worden jaarlijks tijdens de BO’s Leefomgeving gemonitord en waar nodig bijgesteld om zo tegemoet te komen aan de noodzaak om in te spelen op nieuwe kansen en ontwikkelingen en om rekening te houden met onzekerheden. De ruimtelijke arrangementen zijn dan ook een cyclisch instrument.

Waar in 2023 de gesprekken tijdens de BO’s Leefomgeving nog gericht waren op het agenderen van ruimtelijke vraagstukken en de samenhang van nationale en decentrale keuzes, gingen de gesprekken in de BO’s Leefomgeving dit jaar over de verbanden tussen de vraagstukken. Zo werd duidelijk dat de beschikbaarheid van (zoet)water en energie steeds meer bepalend is voor waar welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Daarnaast werd er gesproken over het belang van een evenwichtige balans tussen wonen en werken en nabijheid van voorzieningen, ook om extra vraag naar mobiliteit te beperken. Het belang van een gezonde en groene leefomgeving voor het bereiken dan wel in standhouden van deze balans werd nog eens benadrukt. Hieronder wordt thematisch geschetst hoe de grote ruimtelijke vraagstukken tijdens de BO’s Leefomgeving in samenhang aan de orde zijn gekomen. De specifieke afspraken die per provincie zijn gemaakt, zijn opgenomen in de bijgevoegde afsprakenlijst. Water Dat er in bepaalde periodes minder water is en de vraag naar water alleen maar toe zal nemen, is bekend. Daarom is er in verschillende landsdelen gesproken over zoetwater in relatie tot landbouw, natuur, energievoorzieningen, economie en verstedelijking.

2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022-2023, 34 682, nr. 107 Pagina 3 van 10

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Watervraagstukken overstijgen provinciegrenzen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de afhankelijkheid van Noord-Nederland van zoetwater uit het IJsselmeergebied. De provincies Fryslân, Groningen en Drenthe hebben daarom met het Rijk afgesproken het vraagstuk rond vraag en aanbod van zoetwater nader uit te werken.

Datum 12 november 2024 Onze referentie 2024-0000820011

Tijdens de gesprekken met Zeeland en Zuid-Holland werd nog eens duidelijk dat deze provincies voor zoetwater ten behoeve van de industrie en de drinkwaterbehoefte afhankelijk zijn van aanvoer van andere provincies. De provincies Zeeland en Zuid-Holland hebben net als de provincies Utrecht, NoordHolland en de overige provincies te maken met enerzijds een beperktere zoetwaterbeschikbaarheid en anderzijds een toenemende vraag ook vanuit bijvoorbeeld de energietransitie en landbouw. In Overijssel raakt het belang van zoetwaterbeschikbaarheid nu al aan de woningbouwopgave en de verstedelijkingsstrategie in Twente. Zoetwaterbeschikbaarheid is ook in Gelderland een belangrijke opgave. Noord-Brabant stelt toekomstscenario’s op voor een deel van het zeekleigebied van de Zuidwestelijke Delta, de Naad van Brabant en het Groene Woud om meer grip te krijgen op gevolgen van de potentiële zoetwatervraag en het zoetwateraanbod voor ruimtelijke opgaven. De komende jaren werken we keuzes uit om de watervraag te beperken en het aanbod te verhogen. De nieuwe inzichten over waterbeschikbaarheid3 vormen de basis voor de herijking van de Deltabeslissingen in 2026 en de besluitvorming daarover in het Nationaal Waterprogramma 2028-2033. De herijking van het Deltaprogramma Zoetwater wordt momenteel door Rijk en regio gezamenlijk voorbereid.

De vraagstukken rondom water en bodem in relatie tot de andere ruimtelijke opgaven krijgen een plek in de nieuwe Nota Ruimte. De gesprekken in de BO’s Leefomgeving laten zien dat keuzes in de ruimtelijke ordening die rekening houden met water en bodem van belang zijn voor toekomstige welvaart en veiligheid. Rekening houden met water en bodem doen we bijvoorbeeld bij het bouwen van huizen, door te voorkomen dat nieuwe huizen op termijn gaan verzakken of een groot risico kennen op wateroverlast en schade (zoals aan funderingen). Daar is niemand bij gebaat. Op 22 oktober jl. heeft de minister van IenW, mede namens de minister van VRO, een brief over de visie op water en bodem naar uw Kamer gestuurd. Hierin wordt de term ‘rekening houden met water en bodem’ nader geduid. Het accent komt te liggen op wat er wél kan, gebaseerd op de kennis die we hebben van ons water- en bodemsysteem in een veranderend klimaat. Tegelijkertijd betekent ‘rekening houden met’ ook dat we meebewegen met water en bodem. ‘Rekening houden met’ werkt dus twee kanten op. We moeten creatief zijn en slimme keuzes maken met goede technische oplossingen, daar waar mogelijk, houdbaar en betaalbaar. Oplossingen die de verschillende belangen 3

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 27 625, nr. 669 Pagina 4 van 10

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

verenigen in plaats van scheiden, door bijvoorbeeld zoveel mogelijk multifunctioneel ruimtegebruik. Daarom hanteert het Rijk nu de term ‘rekening houden met’. Dat doet recht aan wat ermee bedoeld is: we houden aan de voorkant rekening met water en bodem bij de te maken afwegingen voor een robuuste ruimtelijke ordening en inrichting. Water en bodem zijn immers letterlijk de basis; dan is er veel mogelijk.

Datum 12 november 2024 Onze referentie 2024-0000820011

Energie Naast water is de beschikbaarheid van energie steeds meer bepalend voor andere ruimtelijke opgaven, bijvoorbeeld bij de aanleg van nieuwe grootschalige woningbouwlocaties en voor welke economische ontwikkeling op welk moment mogelijk is. Daarnaast is er spanning tussen urgentie van het oplossen van de netcongestie in het heden en het voor de toekomst zorgvuldig ordenen en inpassen van deze energievoorzieningen in het kwetsbare open cultuurlandschap en in (wereld)erfgoed. Hierover is in de BO’s Leefomgeving Noord en Noordwest gesproken. In het gesprek met de provincies Flevoland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg werd nog eens duidelijk hoe belemmerend netcongestie op dit moment al is voor gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Met de provincies Utrecht en Noord-Holland is gesproken over de mogelijkheden van een integrale benadering bij de inpassing van energie-infrastructuur. Fryslân, Groningen en Drenthe spelen een belangrijke rol in de Nederlandse energievoorziening en -transitie. Rijk en regio streven naar een goede inpassing in de leefomgeving met oog voor lokale en regionale meerwaarde. Zuidoost-Drenthe heeft te maken met een transformerende industrie en sociaaleconomische problematiek. Aantakking op energie infrastructuren en gezamenlijk onderzoek naar veiligheid en mogelijkheden voor opslag van waterstof waren onderwerp van gesprek.

In de BO’s Leefomgeving Zuid en Zuidwest is gesproken over knooppunten waar nationale opgaven een groot (milieu)ruimtebeslag met zich meebrengen en woningbouwopgaven maar ook leefbaarheid en omgevingskwaliteit onder druk zetten. Zo heeft er een gesprek plaatsgevonden over de gebiedsgerichte uitwerking van Powerport regio Moerdijk. Er spelen veel ruimtelijke opgaven zoals de energietransitie, goederenvervoer, woningbouw en de leefbaarheid in het dorp Moerdijk en meerdere omliggende dorpen. Dit vraagt om een integrale afweging. Daarom werkt het Rijk samen met de regio toe naar een besluit over een houdbaar toekomstperspectief voor de Powerport regio Moerdijk en omgeving. De Limburgse energieknooppunten Maasbracht en Chemelot/Graetheide spelen nu en in de toekomst een cruciale rol in de (inter)nationale en regionale energie- en grondstoffentransitie. De komende jaren komen er vele urgente ontwikkelingen op dit gebied af. Rijk en provincie hebben indringend gesproken over een gebiedsgerichte aanpak voor deze knooppunten met respect voor

Pagina 5 van 10

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

omgevingskwaliteit en leefbaarheid en met toekomstperspectief voor de inwoners en ondernemers. Daarbij zijn de opgaven leidend voor het te volgen proces. Samenhangend met de ontwikkeling van de nationale energie- en industrieclusters is met Brabant en Limburg gesproken over de relatie tussen enkele belangrijke goederencorridors door stedelijke regio’s in Noord-Brabant en Limburg. Rijk en provincies hebben erkend dat in dit ruimtelijke vraagstuk een goede balans tussen economische ontwikkeling, bereikbaarheid, verstedelijking, leefbaarheid en veiligheid van belang is.

Datum 12 november 2024 Onze referentie 2024-0000820011

Wonen en werken in balans in een gezonde, groene en aantrekkelijke leefomgeving De opgave van het vinden en behouden van een balans tussen wonen en werken in een gezonde en groene leefomgeving is in iedere provincie net even anders. De provincies Overijssel en Gelderland zijn zich ervan bewust dat het toevoegen van woningen in de Stedendriehoek en in Twente in balans met groei van de werkgelegenheid moeten plaatsvinden om extra vraag naar mobiliteit te voorkomen. Ook de provincie Limburg is zich ervan bewust dat wonen en werken met elkaar in balans moeten zijn. En dat ontwikkelingen op dit vlak hand in hand gaan met opgaven op het vlak van groenblauwe dooradering, klimaatadaptatie, netcongestie en mobiliteit. Voor Noord- en Midden-Limburg geldt dat de verstedelijkingspotentie mede wordt beïnvloed door de verdere groei van de Brainport Eindhoven. Zuid-Limburg ontwikkelt zich meer op basis van een eigen onderscheidend ruimtelijk economisch profiel en binnen de landsgrensoverschrijdende context. Met de provincie Flevoland is gesproken over de ambitie om een vitale samenleving te bouwen. De werkgelegenheid in Flevoland blijft achter. Er zijn afspraken gemaakt over het opbouwen van een passende (kennis)economie, binnenstedelijke herstructurering als vervolg op recent onderzoek naar de opgaven van new towns (groeikernen) en de aanpak van overgangsgebieden stadland.

Utrecht profiteert van een grote aantrekkingskracht door de centrale positie van de provincie. De opgave is om tussen wonen en werken en leefbaarheid een gezonde balans te vinden. In dat kader is gesproken over het opstellen van een investeringsagenda voor de Utrechtse gezondheidsmetropool en het belang van recreatief groen en vloeiende stad-landverbindingen. Ook de provincie Noord-Holland kent als gevolg van haar economisch profiel een enorme aantrekkingskracht. In de provincie liggen belangrijke nationale functies zoals de aanlanding van wind op zee, Schiphol en grootschalige industrie in het Noordzeekanaalgebied. Deze nationale functies leggen druk op een reeds dichtbevolkt gebied waarin (wereld)erfgoed en belangrijke natuurgebieden zijn gesitueerd en landbouw wordt bedreven. Dat maakt het een uitdaging om voor iedereen een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving te blijven bieden. Rijk en

Pagina 6 van 10

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

provincie zijn voornemens om zoveel mogelijk gezamenlijk op te trekken in de lopende onderzoeken naar 1. de ruimtelijke impact en milieu-impact van circulaire economische ontwikkelingen en 2. de economie van de toekomst. Het ministerie van OCW zal waar nodig vroegtijdig betrokken worden bij de vraagstukken gerelateerd aan erfgoed binnen de provincie Noord-Holland.

Datum 12 november 2024 Onze referentie 2024-0000820011

In de Zuidelijke Randstad is er de laatste jaren veel ingezet op het voorzien in woningen in combinatie met noodzakelijke verbeteringen in het HOV-netwerk. Ook de komende jaren worden nog grote aantallen woningen toegevoegd. Maar uit onderzoeken naar leefbaarheid en de economie blijkt dat op deze aspecten nog grote opgaven liggen in deze regio. Het gesprek in het BO Leefomgeving Zuidwest met de provincies Zeeland en Zuid-Holland ging vooral over de wijze waarop Rijk en provincie hierin gezamenlijk kunnen optrekken. Het voornemen is om het gezamenlijk instrumentarium te verkennen dat bijdraagt aan het vergroten van de omgevingskwaliteit, gezondheid, klimaatbestendigheid en veiligheid voor een toekomstbestendige leef- en werkomgeving. Dan wordt gekeken naar inzet van (bestaande) middelen, aanpassen van wet- en regelgeving (o.a. gericht op kwaliteitsversterking) en heldere afspraken over onderlinge bevoegdheden die bijdragen aan het vergroten van uitvoeringskracht. Met de provincies Fryslân, Groningen en Drenthe is gesproken over het beter benutten en verbeteren van de bestaande woningvoorraad. Rijk en provincies zijn voornemens om tot een nadere uitwerking van dit vraagstuk te komen en streven ernaar om hierover afspraken te maken in het ruimtelijk arrangement.

Startsein Rijk-Regio Verstedelijkingsstrategie Stedendriehoek, Twente en Limburg Centraal Rijk en regio hebben afgesproken om voor de regio’s Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen), Twente, en Limburg Centraal gezamenlijk integrale verstedelijkingsstrategieën op te stellen. Deze drie regio’s bieden kansen voor een brede schaalsprong op verstedelijking (wonen, werken, voorzieningen) die moet aansluiten op een te maken regionale economische ontwikkeling. Rijk en regio werken hier een gedeeld beeld over uit met urgentie, aard, omvang, onderbouwing en aanpak. De inzichten die Rijk en regio in dit proces gezamenlijk ophalen, benutten we als input voor de ontwerp-Nota Ruimte. Waar mogelijk en nodig wordt de verstedelijkingsstrategie in samenhang uitgewerkt met relevante gebiedsgerichte programma’s. De op te stellen verstedelijkingsstrategie is van belang voor het vormgeven van de toekomstige samenwerking tussen Rijk en regio. De komende tijd wordt bezien of er –in aanvulling op de huidige zeven NOVEX-verstedelijkingsgebieden– nog nieuwe verstedelijkingsgebieden worden aangewezen. Ruimte voor Defensie Als gevolg van toenemende internationale dreigingen zoekt Defensie ruimte voor uitbreiding van activiteiten. Dit gebeurt in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD).

Eind mei is de Nota van Antwoord in reactie op de zienswijzen bij de Notitie Reikwijdte en Detailniveau gepubliceerd. In oktober is een eerste ronde Bestuurlijke Overleggen met alle provincies en meest betrokken gemeenten gehouden. Ruimte voor Defensie is ook tijdens de BO’s Leefomgeving besproken

Pagina 7 van 10

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

in samenhang met de andere ruimtelijke vraagstukken per provincie. De staatssecretaris van Defensie informeert separaat de direct betrokkenen, andere overheden en de Tweede Kamer over welke locatie-alternatieven in het vervolg wel en niet verder worden onderzocht op basis van de planMER-resultaten en na afronding van de eerste ronde Bestuurlijke Overleggen.

Datum 12 november 2024 Onze referentie 2024-0000820011

Het kabinet zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 de voorkeurslocaties bekend maken, waarbij uiteraard ook rekening gehouden wordt met de andere ruimtelijke opgaven zoals woningbouw, landbouw, economie, energie en dergelijke. De voorkeurslocaties worden gepresenteerd in het ontwerp van de Nationale Beleidsvisie Ruimte voor Defensie. De uiteindelijke ruimtelijke keuzes over de voorkeurslocaties die nu worden uitgewerkt in het NPRD landen ook in de Nota Ruimte. Uitvoeringsagenda’s 1.0 per NOVEX-gebied In de 16 NOVEX-gebieden spelen gebiedsontwikkelingen waar opgaven van het Rijk, provincie(s), gemeente(n) en waterschap(pen) in het fysieke domein dusdanig stapelen dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van opgaven noodzakelijk is. De 16 NOVEX-gebieden zijn op de hoofdopgaven verdeeld in drie clusters, te weten haven-/industrie-, landelijke en verstedelijkingsgebieden. Alle overheden werken van meet af aan samen in een NOVEX-gebied aan programmering, planning en financiering ten behoeve van de uitvoering van de opgaven tussen nu en de komende 10 à 15 jaar. Hierbij worden stakeholders uit de regio tijdig betrokken. Dat maakt gebiedsgericht werken krachtig: maatwerk voor het gebied, afdoende draagvlak en voortgang richting uitvoering zijn daar de resultaten van.

Van de 16 NOVEX-gebieden hebben 14 gebieden inmiddels een ontwikkelperspectief bestuurlijk vastgesteld. In het ontwikkelperspectief is een gezamenlijk toekomstbeeld voor het gebied beschreven, dat de basis vormt voor strategische besluiten en uitvoeringsafspraken. Het ontwikkelperspectief is onderdeel van het ruimtelijke voorstel van de betreffende provincie. Het opstellen van het ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Groningen – Masterplan Zeehavens loopt samen op met Nij Begun en volgt daardoor in het tweede kwartaal van 2025. Het ontwikkelperspectief Lelylijn was in afwachting van de uitkomsten van het MIRT-onderzoek en is inmiddels vastgesteld. Tijdens het BO Leefomgeving Zuid is het ontwikkelperspectief Zuid-Limburg ‘Voorbij Grenzen’ vastgesteld. Momenteel werken Rijk en regionale partijen per NOVEX-gebied aan het opstellen van een uitvoeringsagenda met afspraken om de doelen en ambities uit het ontwikkelperspectief gezamenlijk te realiseren. De NOVEXverstedelijkingsgebieden Utrecht-Amersfoort, Zuidelijke Randstad, Stedelijk Brabant en de landelijke NOVEX-gebieden Groene Hart, Arnhem Nijmegen Foodvalley en De Peel hebben tijdens de BO’s Leefomgeving uitvoeringsagenda’s versie 1.0 aangeboden. In de NOVEX-verstedelijkingsgebieden werken Rijk en regionale partijen samen aan verstedelijking. Daarbij worden de opgaven integraal in beeld gebracht en

Pagina 8 van 10

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

gewogen. Wonen, banen en bereikbaarheid moeten goed in balans zijn. In de uitvoeringsagenda’s 1.0 worden de eerder gemaakte afspraken over woningbouw en mobiliteit herbevestigd en worden er aanvullende afspraken gemaakt over het verbeteren van recreatiemogelijkheden in en rondom de stad, ruimtelijke economie en leefbaarheid. Zo worden er bijvoorbeeld afspraken gemaakt om de kosten en baten van regionale groeninvesteringen in beeld te brengen en over het revitaliseren van bestaande woonwijken.

Datum 12 november 2024 Onze referentie 2024-0000820011

Via de uitvoeringsagenda brengen Rijk en regio naast binnenstedelijk bouwen ook buitenstedelijk bouwen voor diverse NOVEX-verstedelijkingsgebieden in beeld. Daarmee wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie van het lid Minhas4, die verzoekt om in samenspraak met provincies, gemeenten en waterschappen binnen het programma NOVEX naast binnenstedelijk bouwen ook de focus te leggen op buitenstedelijk bouwen om de uitvoering van het ruimtelijke beleid te versnellen. In de uitvoeringsagenda’s voor de landelijke NOVEX-gebieden worden afspraken gemaakt over het realiseren van een toekomstbestendige leefomgeving, met expliciete aandacht voor landbouw- en natuuropgaven. Bijvoorbeeld door middel van sleutelprojecten met ruimtelijke opgaven, waar meervoudig doelbereik van toepassing is en die bijdragen aan de ontwikkeling van het gebied. De sleutelprojecten richten zich op het uitvoeren van vastgestelde ontwikkeldoelen voor de gebieden en bevinden zich nu in de ontwikkelfase. In de regionale investeringsagenda versie 1.0 koppelen alle overheden en mogelijk derde partijen financiële middelen aan de opgaven uit de uitvoeringsagenda versie 1.0. Hiermee worden de opgaven in alle NOVEXgebieden van papier naar uitvoering gebracht. Dit proces zal zich herhalen in de komende jaren totdat alle opgaven gerealiseerd zijn.

De specifieke afspraken die tijdens de BO’s Leefomgeving per NOVEX-gebied zijn gemaakt, zijn opgenomen in de afsprakenlijst (bijlage bij deze brief). 2. Woningbouw en mobiliteit We gaan in heel Nederland aan de slag om de woningbouwproductie zo snel mogelijk te verhogen naar 100.000 woningen per jaar erbij. Om deze bouw te ondersteunen, stelt het kabinet verschillende middelen beschikbaar. Voor het stimuleren van de woningbouw heeft het kabinet € 5 miljard vrijgemaakt. Een deel van deze middelen is voor een zogeheten realisatiestimulans. Aanvullend op de realisatiestimulans zet het Rijk met een gebiedsgerichte aanpak in op locatie specifieke uitdagingen, onder andere met het voortzetten van de woningbouwimpuls en het gebiedsbudget. Om de nieuwe woningen te ontsluiten wordt door het kabinet € 2,5 miljard toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. De komende periode werken VRO en IenW de investeringsrichtingen, uitgangspunten en criteria voor de inzet van de vanuit het Regeerprogramma extra beschikbare middelen verder uit. Het is de bedoeling om de uitgangspunten op de Woontop in december 2024 te delen tussen Rijk, regio en andere bij de 4

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022-2023, 29 383, nr. 378 Pagina 9 van 10

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

woningbouw en infrastructuur betrokken partijen. Uw Kamer wordt per brief over de Woontop geïnformeerd. De verwachting is om komend voorjaar de eerste concrete beslissingen te nemen over de inzet van de gebiedsgerichte middelen voor de ‘reguliere’ woningbouwlocaties. Parallel voert het Rijk het gesprek met de bestaande grootschalige woningbouwlocaties. Het kabinet wijst in de Nota Ruimte (ontwerpNota Ruimte verwacht voor de zomer van 2025) door heel Nederland nieuwe locaties voor grootschalige woningbouw aan. Investeringsbeslissingen voor de bestaande en nieuwe grootschalige woningbouwlocaties zullen worden genomen bij de BO’s MIRT 2025.

Datum 12 november 2024 Onze referentie 2024-0000820011

De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Mona Keijzer

Pagina 10 van 10

> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T F

070-456 0000 070-456 1111

Kenmerk IENW/BSK-2024/322815

Datum Betreft

12 november 2024 MIRT-brief najaar 2024

Bijlage(n) 7

Geachte voorzitter, Goede mobiliteit en bereikbaarheid zijn van cruciaal belang voor onze samenleving. Voor onze welvaart, onze economie en ons welzijn. Met een groeiende bevolking en groeiende economie groeit ook de behoefte aan mobiliteit. Ook de eisen die daaraan worden gesteld nemen toe, bijvoorbeeld als gevolg van het veranderende klimaat of op het terrein van cyberveiligheid. De veiligheid, betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de infrastructuur en het gebruik ervan moeten op orde zijn en blijven. Dit kabinet doet veel op het gebied van bereikbaarheid, zowel op instandhouding als op aanleg. Ook heeft het kabinet € 2,5 mld. beschikbaar gesteld voor investeringen in het infrastructuurnetwerk en ontsluiting van woningbouw. Dit in aanvulling op de middelen die het vorige kabinet beschikbaar heeft gesteld. Door een combinatie van verschillende ontwikkelingen (onder andere beschikbaarheid van vakmensen en vergunningen voor stikstofruimte) staat de uitvoering van plannen van het Mobiliteitsfonds (MF) wel in toenemende mate onder druk en daarmee ook de bereikbaarheid en mobiliteit van Nederland. Daarnaast is de aankomende decennia sprake van groeiende opgaven op het gebied van instandhouding, waardoor een groter deel van de beschikbare middelen en vakmensen hiervoor nodig is en dus niet kan worden ingezet om de netwerken verder te ontwikkelen.

Ook kunnen prijsontwikkelingen van de Grond-, Weg- en Waterbouwsector in de praktijk tot toekomstige budgettaire knelpunten op het MF leiden, zoals in de eerder verzonden Kamerbrief over de prijsbijstellingssystematiek is aangegeven.1 Alles bij elkaar is het in toenemende mate merkbaar dat niet alles tegelijk mogelijk is. De ruimte om nieuwe projecten te starten is schaars. Dit geldt voor de vergunningsruimte, financiële middelen en de beschikbaarheid van vakmensen bij uitvoeringsorganisaties en de markt. Het vorige kabinet werd geconfronteerd met de gevolgen van bovenstaande ontwikkelingen. Dit heeft in 2023 geleid tot de herprioritering van het MF waarbij belangrijke projecten zijn gepauzeerd.2 Een groot deel van het budget bij de projecten die gepauzeerd zijn, is ingezet voor het dekken van tekorten op in uitvoering zijnde projecten en instandhouding. Dit alles om – met datgene wat wel 1

Kamerstuk 36410-XII, nr. 50

2 Kamerstuk 29 385, nr. 119

Pagina 1 van 31

kan – Nederland veilig, bereikbaar en leefbaar te houden. Deze projecten zijn behouden in het MIRT-overzicht, omdat de onderliggende opgaven niet zijn verdwenen. Deze projecten blijven belangrijk. Zoals in het Regeerprogramma is vermeld (en met de Kamer tijdens de begrotingsbehandeling is besproken), is het de ambitie om binnen deze context op infrastructuurterrein toch het maximale te doen binnen de kaders van het Regeerprogramma en het Hoofdlijnenakkoord. Daarbij gaat het zowel om de instandhouding, het naar behoren uitvoeren van gestarte investeringen in de afgelopen jaren én de ontwikkeling van de netwerken. De Kamer is eerder geïnformeerd over de adviezen en aanbevelingen uit twee rapporten (validatierapport Rebel Group en rapport Kohsiek), die het belang onderstrepen van de huidige focus op instandhouding gelet op de forse opgave en daarmee het vergroten van de maakbaarheid.3 Daarom gaat het jaarlijkse onderhoudsbudget voor Rijkswaterstaat (RWS) omhoog van € 2 mld. naar € 3 mld. in de periode tot 2030. Ook is extra budget vrijgemaakt voor instandhouding van het spoor waardoor het jaarlijks onderhoudsbudget voor spoor stijgt naar ongeveer € 2,3 mld. per jaar. Voor zowel de RWS-netwerken als het spoor is het basiskwaliteitsniveau (BKN) vastgesteld.

Dat geeft aan waar een weg, vaarweg, waterwerk of een spoorweg in de basis aan moet voldoen om gebruikers goed te kunnen blijven bedienen. Het vormt de basis van de instandhoudingsopgave. Door daarop te richten en binnen de gehele keten van beleid, uitvoering en marktpartijen goed samen te werken, kan toch zo veel mogelijk gedaan worden met de beschikbare mensen en middelen.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14806010/1