A10 Informatiebrief en voortgangsrapportage RES GEANNONIMISEERD
Tekst van het document
energieregiomre.nl
24
3.4 Thema Warmte Bestuurlijk trekker: Ambtelijk trekker(s):
Rik Thijs (Eindhoven) Bas Driessen (Eindhoven)
Duurzame Warmte is één van de drie pijlers van de RES 1.0. De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed aan bovenlokale warmtebronnen. Er is bijvoorbeeld geen grote industriële sector die veel restwarmte produceert. Ook heeft een gedeelte van de regio grondwaterbeschermingszones, waardoor er voorzichtig moet worden omgegaan met de bodem en het gebruiken van aardwarmte. Daarnaast staat de duurzaamheid van biomassaverbranding ter discussie. Vanwege deze redenen is het van belang dat de 21 gemeenten, de provincie en de 2 waterschappen samenwerken om te komen tot keuzes voor de regio met een optimale inzet en verdeling van de bovenlokale bronnen die er wél zijn. Daarom hebben we als regio in 2021 gezamenlijk een ‘Regionale Structuur Warmte’ opgesteld, als onderdeel van de RES 1.0.
De werkgroep Warmte zorgt voor de uitwerking van de regionale projecten (Regionale Structuur Warmte (RSW) online platform, afwegingskader en scenario’s). Ook zorgt de werkgroep Warmte voor de afstemming met en tussen de verschillende coalities, organiseert en faciliteert voor de verschillende coalities de kennisdeling en monitort de voortgang. Voor elke coalitie is een team samengesteld vanuit de betrokken gemeenten en stakeholders en is een trekker benoemd/gezocht.
Regionale Structuur Warmte (RSW) Online platform In samenwerking met de provincie is een testversie van het online informatieplatform voor de Regionale Structuur Warmte online. Feedback daarover is opgehaald bij werkgroep en klankbordgroep. Op dit moment wordt die verwerkt. Daarna zal het platform met content gevuld worden, in samenwerking met de werkgroep en coalities. De verwachting is dat het platform Q3 2023 live kan gaan. Groen: alles op schema en zichtbaar resultaat
Afwegingskader en scenario’s Doel is te komen tot een afwegingskader waarmee afgewogen kan worden hoe bovenlokale warmtebronnen optimaal benut en verdeeld kunnen worden. Dit is volop in ontwikkeling, maar we zijn nog steeds vooral zoekende. Er wordt een groep samengesteld van gemeenten, provincie en Enexis onder begeleiding van de universiteiten van Eindhoven en Nijmegen, die gaat werken aan de definitie en uitwerking van een instrument dat helpt te bepalen hoe en waar bovenlokale warmtebronnen het beste kunnen worden ingezet. Scenario's zijn er al wel, maar nog hoog over. Deze zijn weer relevant in relatie tot de Expert Team Warmte
energieregiomre.nl
25
(ETW) Bronnenstrategie. Om het vraagstuk inzichtelijk en beleefbaar te maken heeft de werkgroep, samen met Generation Energy en Machiel Bakx, een ‘warmtegame’ gemaakt. De warmtegame is in september 2022 gepresenteerd aan de bestuurders en 1 maart 2023 gespeeld met de Raadstafel21. Het is wellicht raadzaam deze Warmtegame te herhalen. Geel: achter op schema, nog weinig resultaat
Kennis- en Leeragenda Warmte Dit is geen zelfstandig product. De provincie was tot december 2022 opdrachtgever voor het Expert Team Warmte. Deze adviseurs hebben de afgelopen jaren de gemeenten en regio’s ondersteund in de warmtetransitie. Een productcatalogus met alle samengebrachte resultaten is gedeeld via de Energiewerkplaats. In 2022 is de provincie gestart met het traject ‘GOGO’: Gemeentelijke Ondersteuning Gebouwde Omgeving. De werkgroeptrekkers Warmte en Besparing van de RES MRE hebben hierin meegedacht in het regieteam en de klankbordgroep. Doel was om tot een advies te komen aan Gedeputeerde Staten hoe in de toekomst gemeenten ondersteund kunnen worden. Conclusie is dat de opgetuigde overlegstructuur met regio’s en gemeenten waardevol is om gezamenlijk de opgave van verduurzaming van de gebouwde omgeving vorm te geven. Dit moet in de tweede helft van 2023 leiden tot besluitvorming over een samenwerkingsovereenkomst en een samenwerkingsplan. Mogelijke vervolgprojecten zijn kennisdeling, een expertpool, ondersteuning met data-tools, tot het gezamenlijk ontwikkelen van warmte-infrastructuur. In het kader van deze ontwikkeling staat GOGO vanaf heden voor: Gezamenlijke Opgave Gebouwde Omgeving. Rood: GOGO ligt stil, minimaal resultaat Advies: Deelname aan GOGO bekrachtigen in tweede helft 2023, en eventueel koppelen aan de NPLW-aanvraag als regio.
Biogas/groen gas uit mestvergisting Een coalitie van gemeenten (Heeze-Leende, Deurne en Gemert-Bakel) en Provincie is in 2022 met ondersteuning van de RES MRE gestart met een onderzoek naar de mogelijkheden van groengas. Netbeheerder Enexis is ook betrokken. Adviesbureau RHDHV heeft opdracht om in de eerste fase in beeld te brengen welke energiepotentie er is vanuit verschillende organische stromen en technieken. In de tweede fase van het project wordt een position paper geschreven. Die dient als basis om als regio richting te geven en kaders te stellen aan de ontwikkeling van groengas, o.a. in de context van het Nationaal Programma Groengas (met bijmengverplichting voor energieleveranciers) en het provinciaal mest-, mineralen en stikstofbeleid. Er vindt afstemming plaats met het PoHo Vitaal Landelijk Gebied. Groen: alles op schema en zichtbaar resultaat
Aquathermie Een aantal gemeenten onderzoekt de mogelijkheden van aquathermie. • Helmond en Laarbeek: het effluent van de rioolwaterzuivering benutten voor een warmtenet. • Ennatuurlijk: warmte uit de Zuid-Willemsvaart voor verduurzaming van het stadswarmtenet van Rijpelberg en Brouwhuis. • Eindhoven, Generalenbuurt: Proeftuin Aardgasvrije Wijk (PAW) met effluent van de rioolwaterzuivering. • Gemeenten Oirschot, Best, Eindhoven, Son en Breugel en Laarbeek: gezamenlijke haalbaarheidsstudie naar aquathermie uit het Wilhelminakanaal. De waterschappen zijn gedeelde partner en zorgen voor kennisinbreng en -overdracht, o.a. vanuit STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer). Groen: alles op schema en zichtbaar resultaat
energieregiomre.nl
26
Geothermie In 2016 zijn twee Green Deals gestart voor de ontwikkeling van geothermie-projecten in Noord-Brabant. MREgemeenten Helmond en Someren en Provincie Noord-Brabant hebben hieraan deelgenomen. Er is veel kennis opgedaan, onderzoeken ge(co)financierd en richtlijnen voor veilig boren ontwikkeld. Het is echter niet tot projecten gekomen, o.a. vanwege onduidelijkheid over breuklijnen. Provincie en Energie Beheer Nederland (EBN) hebben nu gezamenlijk een Actieplan versnelling geothermie opgesteld. De RES-regio’s en gemeenten zijn daarbij een belangrijk partner en doelgroep. Op 5 april heeft de Stuurgroep RES MRE ingestemd met deelname. Daarnaast wordt met commerciële partijen en investerende partijen (o.a. energiebedrijven en glastuinbouwsector) gewerkt aan financieringsmogelijkheden. De gemeenten Helmond, Someren en Eindhoven hebben samen met Provincie, EBN en een aantal marktpartijen de intentie bekrachtigd om samen de ontwikkeling van aardwarmte of geothermie te versnellen middels een samenwerkingsovereenkomst op 14 april 2023. EBN voert in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat het SCAN-programma uit. Doel is meer informatie te verzamelen over de opbouw en fysieke samenstelling van de ondergrond. Hiervoor zijn drie onderzoeksboringen gepland in de MRE-regio: in Deurne, in of rondom Eindhoven, en in de Kempen.
De komende tijd gaat EBN op zoek naar geschikte locaties. De betreffende raden zijn of worden hierover geïnformeerd. Groen: alles op schema en zichtbaar resultaat
energieregiomre.nl
27
3.5 Thema Energiesysteem
Bestuurlijk trekker: Ambtelijk trekker(s):
Peet van de Loo (Waalre) Jorrit Viseé (Son & Breugel)
Met het afronden van de RES 1.0 zijn we een nieuwe fase ingegaan en hebben we een transitie gemaakt waarbij de kernactiviteiten die onderdeel uitmaakten van de werkgroep “Grootschalige Opwek” zijn uitgebreid naar het bredere “energiesysteem”. We willen een (eind)beeld creëren van ons energiesysteem en bepalen welke richtingen we kunnen volgen om daar te komen en welke keuzes daarbij passen. De werkgroep Energiesysteem heeft tot doel een (eind)beeld te creëren van ons energiesysteem en bepalen welke richtingen we kunnen volgen om daar te komen. Momenteel is de onderliggende energie-infrastructuur niet ingesteld op de ambities van de MRE c.q. de Brainport regio. We voorzien knelpunten op de korte, middellange en lange termijn. Dit vraagt om keuzes. Om deze keuzes onderbouwd en in gezamenlijkheid te kunnen maken, lopen verschillende sporen: A. Realiseren en versnellen van netuitbreidingen. Dit proces werken we de komende tijd verder uit in het Uitvoeringsprogramma Toekomstbestendig Energiesysteem Brainport (UTEB). B. Realiseren van slimme (tijdelijke) oplossingen om meer ruimte in de bestaande infrastructuur te creëren. Hier wordt op verschillende niveaus aan gewerkt. a. In het kader van het UTEB maken we inzichtelijk welke slimme oplossingen al beschikbaar zijn en hoe we deze in de regio het meest efficiënt kunnen laten landen.
Een voorbeeld is de lopende pilot voor de energiehub op het Kempisch Bedrijvenpark. b. In het kader van o.a. de Landelijke Aanpak Netcongestie (LAN) worden de mogelijkheden voor slimme oplossingen verruimd en komen meer opties beschikbaar. C. Terugbrengen van de groei van de vraag. Dit proces werken we met Brianport Development en Enexis de komende tijd ook verder uit in het UTEB. D. Integraal programmeren (Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat pMIEK). Richting de zomer van 2023 zullen we met de verschillende betrokken partijen bezien of de nieuwe inzichten leiden tot andere keuzes in de ruimtelijk-economische ontwikkelingen en/of de benodigde energie infrastructuur. Onderstaand figuur verduidelijkt hoe de verschillende sporen zich tot elkaar verhouden en wat hun doel is. UTEB richt zich vooral op de periode tot en met 2025, pMIEK is gericht op de periode 2025 – 2030/2035. Voor de periode richting 2050 hebben CE Delft en CE Delft & Generation Energy onderzoek gedaan naar het Energiesysteem van de toekomst. De eindrapportage daarvan diende op het moment van vaststellen van deze Voortgangsrapportage nog te worden opgeleverd.
energieregiomre.nl
28
Bovenstaande heeft tot gevolg dat de projecten en coalities van de werkgroep op sommige punten een wat andere invulling hebben gekregen. Twee regionale projecten zijn hernoemd: ▪ ‘Herijking bod (op basis van monitoring)’ heet nu ‘2 TWh aan grootschalige opwek’; ▪ ‘Integraal programmeren en prioriteren’ heet nu ‘Toekomstbestendig energienetwerk’ en is opgesplitst in 2 sporen, zijnde UTEB11 en pMIEK12. Drie coalitions of the willing zijn in de regionale projecten geïntegreerd: • Energielandschap de Kempen: één van de trajecten gericht op het terugdringen van de transportvraag; • Integraal programmeren en prioriteren Stedelijk Gebied Eindhoven (geïntegreerd in het pMIEKtraject); • De Taskforce Afnameschaarste MRE (opgegaan in de aanpak voor Brabant en Limburg).
11 UTEB = Uitvoeringsprogramma Toekomstbestendig Energiesysteem Brainport 12 PMIEK
= Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat
energieregiomre.nl
29
2 TWh aan grootschalige opwek (Herijking zoekgebieden en regionaal bod) Eventuele herijking van het bod volgt op basis van de Voortgangsrapportage. Dat lijkt nu nog niet aan de orde. Als regio zoeken we wel naar kansen om een gezamenlijk instrumentarium te ontwikkelen om versnelling te realiseren. Dat kan zijn via ondersteuning zon op land (voorheen de beslishulp), zon langs snelwegen, een versnellingsaanpak grootschalig zon op dak of andere no regret maatregelen. Radarhinder speelt ons significant parten: daarom trekken we met de Provincie en andere RES-regio’s gezamenlijk op om te achterhalen in hoeverre er meer speelruimte is bij Defensie. Geel: achter op schema, nog niet echt resultaat
Toekomstigbestendig energienetwerk (UTEB, spoor 1) Enexis, Brainport Development, de Provincie en de RES MRE werken samen aan het Uitvoeringsprogramma Toekomstbestendig Elektriciteitsnetwerk Brainport (UTEB). Het Uitvoeringsprogramma heeft als doel om de realisatie van een toekomstbestendig middenspanningsnetwerk op korte termijn (t/m 3 jaar) te versnellen. Dit gebeurt via drie werksporen: 1. Versnellen projectproces: Versneld uitvoeren van grootschalige infra-projecten om op korte termijn de benodigde netverzwaring en uitbreiding tot stand te brengen en netcongestie zoveel mogelijk te voorkomen. 2. Inzet slimme oplossingen: Samenwerken aan slimme oplossingen om waar mogelijk het net te ontlasten en efficiënter en intensiever te kunnen benutten. 3. Faseren projectportfolio: Het waar nodig faseren van projectportfolio van grootschalige infraprojecten om op korte termijn de benodigde netverzwaring en uitbreiding tot stand te brengen en netcongestie zoveel mogelijk te voorkomen. In Q3 2023 presenteren we een routekaart hoe we de verschillende werksporen gaan doorlopen. Geel: achter op schema
Toekomstbestendig energienetwerk (pMIEK, spoor 2) De Provincie Noord-Brabant stelt medio 2023 het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) vast. Het pMIEK kijkt naar de benodigde energie-infrastructuur op HS/MS netvlak in de periode van 2025 t/m 2035. Samen met de netbeheerders en de regio hebben we alle bekende regionale ruimtelijke ontwikkelingen vertaald naar de impact op het elektriciteitsnetwerk en in beeld gebracht welke extra infrastructuur er nog noodzakelijk is. In Q2 werken we deze verder uit en onderzoeken we ook welke versnellingstrajecten er mogelijk zijn. Groen: alles op schema en zichtbaar resultaat
Energiesysteem van de toekomst De resultaten van het Brabantbrede onderzoek (CE Delft & Generation Energy) i.o.v. de Provincie NoordBrabant en Enexis zijn gepresenteerd. De eindrapportage moet nog worden opgeleverd. Het onderzoek kan de basis vormen voor een verdere regionale uitwerking. Er komt een regiobrede workshop De Wereld van B (via NPRES), waarin ambtenaren een beter gevoel krijgen met het ontwerpen van het energiesysteem vanuit de toekomst. Uitkomst van de pMIEK, Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant en de systeemstudie is dat er behoefte is aan een energievisie t/m 2050. Welke energievraag- en aanbod hebben we regionaal, welke infrastructuur hebben we nodig en welke keuzes zijn hier over te maken. Zodat we inzicht krijgen in de energie infrastructuur die na 2030 nodig is om onze regionale ambities voor wonen, werken en mobiliteit te behalen Geel: er moeten nog de nodige stappen gezet worden voordat resultaat zichtbaar is
energieregiomre.nl
30
No regret maatregelen OER-aanvragen A67 en A2/A50/A58 zijn ingediend bij EZK. Voor de Klimaatcorridor A67 is het traject breder van opzet (OER als onderdeel). Er lopen verkennende gesprekken met Defensie, ProRail en Staatsbosbeheer over de kansen op deze Rijksgronden. In 2023 leveren we een uitvoeringsstrategie op voor zon-op-dak en op objecten. Het belangrijkste knelpunt hierbij is netcongestie. Voor de no regret potentie op binnenwateren loopt er nog geen aanpak. Geel: achter op schema, nog beperkt resultaat
Ondersteuning grootschalige opwek zon-op-land (voorheen: beslishulp) Na uitvraag bij de gemeenten bleek aan een beslishulp weinig behoefte. De meeste gemeenten met zoekgebieden hebben al keuzes gemaakt hoe hun zoekgebieden verder in te vullen. Dat is de fase die nu de meeste aandacht vergt. Als regio zetten we daarom in op het uitwisselen van kennis en inspiratie over de mogelijke keuzes die een gemeente kan maken via een inspiratiegids, die we komende maanden ontwikkelen. Zo helpen we de gemeenten met de kwalitatieve uitwerking van de zoekgebieden. Rood: Beslishulp is niet opgezet Advies (is reeds in gang gezet): Beslishulp is voor meeste gemeenten achterhaald, concentreer nu op het versnellen van de realisatie door kennis en ervaring uit te wisselen via een inspiratiegids.
energieregiomre.nl
31
3.6 Overkoepelende Thema’s Diverse overkoepelende thema’s zijn zoals eerder aangegeven opgepakt door de werkgroep Besparing. De overkoepelende thema’s kampen allen met gebrek aan capaciteit en tijd. De werkgroep Participatie & Eigendom is zelfs inactief, terwijl dit thema wel wordt gezien als cruciaal voor het bewerkstelligen van de RES-doelen en de algehele energietransitie in de MRE.
Participatie & Eigendom Er is op dit moment geen aparte werkgroep Participatie en Eigendom actief. Er bleek weinig behoefte bij gemeenten aan een regionale werkgroep. Dit betekent niet dat het onderwerp niet de aandacht heeft. Een deel van de gemeenten in de RES MRE heeft het toetsingskader van het Participatie & Eigendom model, zoals dat door de RES MRE is opgesteld, overgenomen in gemeentelijk beleid voor grootschalige opwek op land. Nergens zijn alle 6 de toetsingscriteria volledig overgenomen, maar de belangrijkste, zijnde “minimaal 50% lokaal eigendom”, is in ieder geval meegenomen als randvoorwaarde in 10 van de 20 gemeenten die nu zodanig beleid hebben vastgesteld. Daarnaast spelen de volgende ontwikkelingen: • De LECs zijn, verenigd in de FEZOB (Federatie van Energiecoöperaties Zuidoost Brabant), in gesprek met de provincie. Dit heeft in december 2022 geresulteerd in het startsein tot ontwikkeling van het Brabants Ontwikkelfonds Duurzame Elektriciteit (BODE). Dit fonds kan vanaf begin Q3 2023 de risico’s van kapitaal aantrekken voor individuele LECs sterk verminderen. • De Peelgemeenten gaan onder aanvoering van Someren de ontwikkeling van duurzame opwek via mogelijk een publiek ontwikkelbedrijf onderzoeken.
In Someren is het plan om een gezamenlijke aansluiting voor meerdere projecten (zon, wind, opslag in batterijen en mogelijk omzetting naar waterstof) op het elektriciteitsnet onder te brengen bij een publiek ontwikkelbedrijf. Dit om alle partijen gelijkwaardig te laten profiteren van de kostenreductie door de inzet op een efficiënte gedeelde aansluiting. • Eindhoven verkent de ontwikkeling van een warmtenet via een publiek energiebedrijf. Rood: de werkgroep is niet actief, terwijl het wel een belangrijk thema is Advies: Er zijn diverse subregionale activiteiten en projecten bezig die kunnen dienen als doorstart van dit onderwerp. De RES MRE kan hierin faciliteren. Gezien het belang van participatie voor draagvlak van de energietransitie is het raadzaam minimaal een regionaal aanspreekpunt aan te wijzen en in stand te houden. Een betrokken bestuurlijk trekker kan daarbij van toegevoegde waarde zijn.
Monitoring Het monitoringsysteem voor grootschalige opwek op land is vrijwel volledig uitgekristalliseerd en in lijn met de landelijke monitoring. Zie daarvoor het hoofdstuk over de stand van zaken van het bod uit de RES 1.0. Er is een Power BI omgeving (tool voor datavisualisatie) ingericht om op elk gewenst moment overzichten te krijgen. Deze komt in de loop van dit jaar beschikbaar. De monitoring van de overige terreinen (besparing, warmte, participatie &lokaal eigendom) is in ontwikkeling. Gesprekken met de werkgroepen zijn gevoerd en opzetten zijn gemaakt. Het is mede afhankelijk van het nog stellen van kwantitatieve doelen op die terreinen hoe de monitoring er uit zal gaan zien. Geel: achter op schema: afgezien van het bod van grootschalige opwek blijft monitoring van de andere thema’s achter
Kennis- en Leeragenda Er wordt gewerkt aan een gezamenlijke MRE Teams-omgeving, die kennisdeling onder de 21 MRE-gemeenten faciliteert. Deze teams-omgeving bevindt zich in de testfase. Er wordt begonnen met twee coalitions of the willing (1 voor besparing en 1 voor warmte). Doel is om geleidelijk steeds meer coalities in de teams-omgeving op te nemen. Doel is om voor de zomer alle coalities hun eigen kanaal binnen de teams-omgeving te hebben verschaft. Er is een kwartaal achterstand omdat pas eind maart gestart kon worden. Geel: achter op schema
energieregiomre.nl
32
Communicatie & (burger)participatie Het nieuwe communicatieplan voor 2023 en verder is vrijwel gereed. Er worden weer fysieke bijeenkomsten en webinars georganiseerd. Samen met de werkgroepen wordt gekeken welke middelen zij nodig hebben en wordt steeds de vraag gesteld wie daarvan moet weten en welke rol de werkgroep RES C&P hierin speelt. • Het verhaal over de RES: Er vindt op dit moment een inventarisatie plaats bij betrokken ambtenaren (inhoudelijke en van communicatie), wat precies de communicatiebehoefte is. Op basis daarvan kunnen we onze communicatiemiddelen beter vormgeven. • Bijeenkomsten: In 2022 zijn 8 bijeenkomsten georganiseerd, waarvan de helft fysiek en de helft online. Dit beleid wordt in 2023 voortgezet. Het volledige programma aan bijeenkomsten voor het jaar 2023 is in de maak. • Versterken van (regionale) kennisdeling wordt op dit moment voornamelijk gedaan met een wekelijkse update per mail aan alle communicatie -adviseurs van gemeenten. Hierin zijn diverse workshops en webinars vanuit landelijke en regionale netwerken opgenomen, en artikelen die relevant zijn. • Van incidentele naar structurele betrokkenheid van inwoners: Een interne verkenning is gedaan naar de mogelijkheden voor een burgerpanel. Tot dusver zijn er geen aanleidingen of verzoeken om hiertoe over te gaan. Mogelijk kan dit in het komend jaar opnieuw relevant worden.
Dit is mede afhankelijk van politieke interesse voor dit instrument en behoefte vanuit de RES om bepaalde vraagstukken voor te leggen aan inwoners. • Regionale successen delen: In de nieuwsbrief die vier keer per jaar wordt uitgestuurd, worden deze successen gecommuniceerd met een breed publiek. Deze nieuwsbrief heeft een bereik van 558 ontvangers waarvan gemiddeld 35% de brief opent. Daarnaast delen we doorlopend nieuws op de website https://www.energieregiomre.nl/ , waar afgelopen jaar 531 bezoekers gebruik van maakten. Dat is minder dan in 2021, toen er 782 websitegebruikers waren. • Onderzoek naar betrokken voelen: Sinds de vaststelling van het S&UP heeft geen onderzoek meer plaatsgevonden naar de betrokkenheid van stakeholders. Zodra ontwikkelingen dit rechtvaardigen en er een concrete wens is vanuit werkgroepen of de RES MRE overkoepelend kan dit middel wederom worden ingezet. Geel: achter op schema
Innovatie Voor dit thema is geen aparte werkgroep ingesteld. Het RES MRE team heeft de verbindende rol op zich genomen. De band met een centraal orgaan als Brainport Development is versterkt, maar ook met meer subregionaal gerichte instanties als Innovatiehuis De Peel. De rolverdeling die daarbij gehanteerd wordt is dat vanuit de RES MRE organisatie kennis wordt gedeeld waar en hoe aan innovatie wordt gewerkt om de gestelde opgave te helpen behalen, bijvoorbeeld via de RES nieuwsbrieven. Een voorbeeld daarvan is dunne film zonnepanelen in verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Brainport Development en de subregionale instanties hebben daarbij de rol om de innovaties in kaart te brengen en te houden, en om bedrijven onderling en overheden in de regio die daarvan kunnen profiteren en in kunnen samenwerken bij elkaar te brengen en te ondersteunen. In samenwerking met Brainport Development zorgen we voor meer verbinding met landelijke netwerken, zoals via de Topsector Energie. Ook verkennen we hoe we beter gebruik kunnen maken van landelijke en Europese subsidies. Met name voor de kleinere gemeenten is het vaak lastiger om hierop aan te sluiten. Ook kunnen samenwerkingsinitiatieven een beroep doen op het MRE Stimuleringsfonds.
Voorbeelden van initiatieven die subsidie hebben ontvangen zijn het FlexNet 20 KW (warmtebatterij) en de Haalbaarheidsstudie totaalconcept zelfvoorzienend energiesysteem Eindhoven Airport. Geel: geen werkgroep, zijn als RES-organisatie vooral volgend.
energieregiomre.nl
33
Onderwijs & Arbeidsmarkt Ook voor onderwijs en arbeidsmarkt vervult RES MRE eenzelfde rol van het benoemen van ontwikkelingen en uitdagingen om de gestelde opgave te helpen behalen, en het samenwerken met partijen die specifiek in deze sectoren de rol van aanjager en voortrekker vervullen. Grootste uitdaging daarbij is en blijft het capaciteitsgebrek aan voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten. Zoals reeds in de S&UP gesteld: Het vraagstuk van tekorten op de arbeidsmarkt speelt breed in de regio (en feitelijk in heel Nederland en zelfs West-Europa), en in veel sectoren, die vaak ook nog in dezelfde vijver vissen. Een aanpak ervan vraagt derhalve om een brede en integrale benadering, niet specifiek voor de energietransitie. Het contact met de beide arbeidsregio’s wordt goed onderhouden, evenals met de opleidingsinstituten en Brainport Development. Daarnaast is de gemeente Eindhoven naar aanleiding van het gemeentelijk coalitieakkoord een uitgebreid onderzoek naar klimaatbanen begonnen. Dit onderzoek heeft in kaart gebracht wat niet alleen de uitdagingen zijn, maar ook wat al initiatieven zijn landelijk en vooral ook in de regio om de tekorten te verkleinen. Geel: geen werkgroep, zijn als RES-organisatie vooral volgend.
energieregiomre.nl
34
3.7 Capaciteit en middelen De gevraagde capaciteit voor het vullen van werkgroepen en strategische overleggen blijft een knelpunt voor veel van de deelnemende gemeenten, zeker omdat uitvoering veel capaciteit vraagt. Dit heeft tot gevolg dat werkgroepen niet afdoende bemand kunnen worden, coalities later starten of uitgesteld worden. Zeker vanuit het werkgroeptrekkersoverleg wordt dan ook een stevige oproep gedaan om meer capaciteit ter beschikking te stellen, of scherpe keuzes te maken in wat wel en niet uitgevoerd zou moeten worden. Middelen zijn er voldoende door de jaarlijkse bijdrage vanuit het Rijk voor het proces van de RES, aangevuld door de provincie. Daarnaast ontvangen individuele gemeenten middelen vanuit het Rijk voor uitvoering van het Klimaatakkoord. Deze zijn laatste middelen zijn vaak waarschijnlijk al door de desbetreffende gemeente lokaal toegewezen, maar binnen deze toewijzingen zitten ook de mogelijkheden om deel te nemen aan coalities. In het kader van het MRE Samenwerkingsakkoord tussen de gemeenten in de regio wordt in 2023 bekeken hoe invulling gegeven kan worden aan een meer programmatische manier van werken op de thema’s, waaronder energietransitie. De komende maanden wordt hier verder over doorgesproken.
energieregiomre.nl
35
4 ADVIESGROEP EN STAKEHOLDERS Betrokken stakeholders uit de regio zijn verenigd in een Adviesgroep RES MRE. Deze Adviesgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de natuur- en milieuorganisaties, woningcorporaties, de ZLTO, lokale energiecoöperaties, bedrijvenverenigingen, JongRES, de energieproductiesector en kennisinstellingen. Bij de leden van de Adviesgroep RES is veel kennis en ervaring aanwezig, die zij graag inbrengen. Zij nemen ook deel aan diverse coalities en kunnen gevraagd en ongevraagd input geven aan de werkgroepen. Er zijn het afgelopen jaar weinig algemene contactmomenten geweest met de Adviesgroep en andere stakeholders. Weinig stakeholders namen uiteindelijk deel aan de centrale overleggen die wel hebben plaatsgevonden. De kennis en kunde verzameld in deze instanties en bedrijven achten wij echter van dermate waardevol dat een nauwere samenwerking op in ieder geval specifieke zaken tot voordeel van de gehele regio kan zijn. Gezien de grote verscheidenheid binnen deze groep kunnen reguliere overleggen met 1 of 2 specifieke stakeholders tegelijk van extra toegevoegde waarde zijn. Partijen die kennis en kunde hebben willen die vooral kunnen inzetten in concrete projecten en minder in trajecten waar over doelstellingen en gewenste resultaten gesproken wordt.
De leden van de Adviesgroep en andere stakeholders waren gevraagd om reeds op het allereerste concept van deze voortgangsrapportage reactie te geven. De grote verscheidenheid en soms omvang maakte het onmogelijk om afdoende en op tijd geadresseerd te kunnen worden, en daarmee volledig meegenomen te kunnen worden in deze Voortgangsrapportage zonder deze onrecht te doen. De belangrijkste punten die wij gedestilleerd hebben, zonder daarbij te claimen volledig te zijn, en die de opmaat kunnen zijn voor de te voeren gesprekken, luiden als volgt. In algemene zin dringen de stakeholders in ieder geval aan op de volgende zaken: • Het formuleren van concretere doelstellingen op de gebieden van besparen, warmte en participatie & eigendom, maar ook op die van bijvoorbeeld mobiliteit en bedrijventerreinen. • Het beter inzichtelijk en daarmee meetbaar maken van alle onderwerpen door middel van een dashboard. • Veel meer centrale regie op diverse onderwerpen dan nu het geval is. • Een integrale benadering van de energietransitie, niet alleen in relatie tot andere beleidsterreinen zoals mobiliteit en wonen, maar ook in relatie tot bijvoorbeeld de grondstoffentransitie. • Specifiek versterken van participatie & eigendom, om te zorgen dat inwoners niet alleen lasten maar juist ook vooral de lusten van de energietransitie ervaren. Specifieke zaken per stakeholder zijn de volgende.
JongRES: • Gerichte communicatie is nodig, met name met jongeren op hun eigen plek, anders haken ze af in dit complexe proces. • Betere verankering en uitbreiding van de Adviesgroep, dat laatste met zogenoemde ‘unusual suspects’. De Brabantse Natuur- en Milieufederatie (BMF): • Weeg de belangen van natuur en landschap volwaardig mee.
energieregiomre.nl
36
•
Zoek naar koppelkansen met andere maatschappelijke opgaven zoals bodem, water en stikstof.
De Lokale Energie Coöperaties (LECs): • Samenwerking met de LECs moet effectiever en structureler. • De LECs lopen tegen hun grenzen in termen van vrijwilligers inzet en capaciteit. • De veranderde situatie voor business cases voor grootschalige opwek bedreigt de lokale participatie in projecten. Fontys Hogescholen: • Verbeter de samenwerking in projecten. • Het opleiden van “transitie werkers/change agents” is een grote uitdaging. Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant (VRZOB) en Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD): • Veiligheid en gezondheid zijn nog niet in beeld als thema’s binnen de energietransitie, terwijl aan de aspecten van deze transitie – nieuwe vormen van energiewinning, -opslag en –transport – wel veiligheid- en gezondheidsrisico’s verbonden zijn. VRZOB en GGD wil daar graag invulling aan geven en adviseren. Het vroegtijdig opnemen van veiligheids- en gezondheidsaspecten bij het vormgeven van de energietransitie kan namelijk de acceptatiegraad van de keuzes bij de bevolking en bestuur verhogen. Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM): • Verduurzaming maatschappelijk vastgoed: o Weinig conversie naar verduurzaming, handhaving ontbreekt en daardoor neemt urgentie af. o Coöperatie bedrijven en parkmanagement is cruciaal voor verdere ontwikkeling.
Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) • De bij ons bekende initiatieven voor grootschalige opwek verlopen op dit moment traag, de procedures starten mogelijk pas in het najaar van 2023 en daarmee is de planning zeer ambitieus. • Er lijkt geen rekening gehouden te worden met de financiële haalbaarheid van de projecten welke wel degelijk een risico vormt voor de realisatie-termijnen.
energieregiomre.nl
37
5 VOORUITBLIK 5.1 2023-2030 De periode tot 2030 zal zich kenmerken door een intensieve focus op het realiseren van het bod van de RES 1.0. Dit komt niet alleen door alle uitdagingen op het gebied van duurzame opwek zelf, maar ook door de integrale benadering samen met andere beleidsterreinen die wordt gevraagd. Verder zal bij alle beslissingen voor 2030 ook steeds scherp in gedachten moeten worden gehouden hoe het energiesysteem in 2050 dient te zijn. 1.
Om de doelstelling van 2 TWh in 2030 te realiseren moeten de projectvergunningen vóór 1 januari 2025 verleend zijn. Dit vereist omgevingsrechtelijke kaders voor deze vergunningen tegen eind 2023. Het concretiseren van resterende ambities in zoekgebieden vordert nog traag. Dat laatste is wel hard nodig om tot realisatie te komen. “2030 is nog maar een paar maanden weg”! 2. Netcongestie, stikstofproblematiek, arbeidstekorten en gestegen grondstofprijzen kunnen de realisatie van projecten ernstig belemmeren. Het is dus urgent om tijdig aanbestedingen en projecten in gang te zetten. Zelfs na vergunningverlening kunnen deze uitdagingen obstakels vormen in de periode tot 2030.
3.
De focus van Energiebesparing zal de komende tijd met name gericht zijn op verdere bestrijding van energiearmoede en de isolatie van woningen. Het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) biedt hiervoor een goede leidraad, omdat het landelijk voorziet in de isolatie van 2,5 miljoen woningen in 2030. Dat betekent voor de RES MRE dat er zo snel mogelijk gestart moet worden met het isoleren van ruim 36.000 woningen.
4.
De komende jaren zullen binnen het thema Warmte gemeenten de eerste stappen zetten om warmteprojecten te realiseren waarmee inwoners van het aardgas afstappen. Dat moet conform het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) in zijn geheel afgerond zijn 2050. Rond de zomer van 2023 kunnen alle regio’s voor dit proces ondersteuning aanvragen bij het NPLW. De voorbereiding daarvoor in onze regio is al gestart. Hier moet nog een coördinatiestructuur voor ingericht worden, door gemeenten en regio.
5.
Een substantieel deel van de warmtevraag zal door elektrificatie worden ingevuld. Als regio zoeken we naar optimale inzet van de beschikbare warmtebronnen, zoals geothermie en aquathermie. Bijzondere aandacht is er voor het Nationaal Programma Groengas wat als landelijke doelstelling heeft het opwekken van 2 miljard kubieke meter groen gas in 2030 en grote invloed kan hebben in het landelijk gebied.
6.
Het Energiesysteem van de toekomst vraagt om versnelling en (andere) keuzes. Om deze keuzes onderbouwd en in gezamenlijkheid te kunnen maken, dienen de sporen van UTEB 13 (2023-25) en pMIEK14 (2025-30/35) komende tijd intensief voortgezet te worden. Dit om het
13 UTEB = Uitvoeringsprogramma Toekomstbestendig Energiesysteem Brainport 14 PMIEK
= Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat
energieregiomre.nl
38
realiseren versnellen van netuitbreidingen, het realiseren van slimme (tijdelijke) oplossingen en het terugbrengen van de groei van de vraag mogelijk te maken. Dit vergt tevens integraal programmeren. Richting de zomer van 2023 zullen we met de verschillende betrokken partijen bezien of de nieuwe inzichten leiden tot andere keuzes in de ruimtelijk-economische ontwikkelingen en/of de benodigde energie infrastructuur. 7.
Energietransitie is breder dan de RES. Sterker nog, we merken dat de regio steeds meer een belangrijk partner wordt voor Provincie en Rijk om de samenwerking op te zoeken op gebied van de energietransitie in de meest brede zin van het woord. Ook krijgt de RES steeds meer een rol binnen de regionale ruimtelijke processen, zoals de als de Ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant en Novex De Peel. De RES wordt daarmee een platform voor bestuurlijke én ambtelijke kennisdeling, afstemming, samenwerking en uitvoering.
8.
In het verlengde van het vorig punt: de trajecten richting landelijke doelstellingen op de verschillende onderdelen van de energietransitie (zie onderstaand figuur) beginnen op gang te komen en werken steeds meer op elkaar in. Dat helpt enerzijds om de regionale doelstellingen voor bepaalde onderwerpen te bepalen, zoals het aantal woningen dat in deze regio voor 2030 geïsoleerd dient te worden, of de hoeveelheid groen gas die tegen die tijd geproduceerd dient te worden. Anderzijds vergt het ook op regionaal niveau steeds meer afstemming en integratie van de diverse trajecten.
energieregiomre.nl
39
5.2 2030-2050
De energietransitie vraagt om een fundamentele verandering van de manier waarop ons energiesysteem is ingericht. Daarbij gaat het om de verbinding tussen vraag en aanbod, het transport en de opslag van energie. De energie-infrastructuur moet worden aangepast en uitgebreid om verduurzaming van de energievoorziening mogelijk te maken en tegelijkertijd ruimtelijke en economische ontwikkelingen te faciliteren. In de Metropoolregio Eindhoven hebben we te maken met een enorme economische groei. Deze groei aan bedrijvigheid, banen en welvaart betekent een groeiende behoefte aan mensen, ruimte voor wonen, nieuwe bedrijfslocaties en een slimmere bereikbaarheid. Dit heeft ook consequenties voor de energie-infrastructuur. Tegelijkertijd hebben we als regio de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Deze ambitie is vastgelegd in het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 van de Metropoolregio Eindhoven. Schaalsprong De kennisintensieve maakindustrie én het feit dat het in deze regio goed wonen, werken en leven is, zorgt voor een forse groei. Recent werd duidelijk dat de regio veel harder groeit dan verwacht. Dit genereert nieuwe kansen voor onze regio in meer bedrijvigheid en banen. Dit heet de schaalsprong. Het huidige streefgetal is 100.000 extra woningen in de gehele regio tot en met 2040, plus een substantiële uitbreiding van bedrijventerreinen.
Een dergelijke groei heeft ingrijpende gevolgen voor onder andere de sociaal-maatschappelijke infrastructuur en het mobiliteitsnetwerk, en vergt een betrouwbaar en op maat zijnde energiesysteem. We staan voor de opgave om de ontwikkelingen op een goede manier te laten plaatsvinden in onze samenleving. Vanwege de lange doorlooptijden van de benodigde energie-infrastructuur moeten we nu al bezig zijn met het systeem van 2030 tot 2050. Klimaatneutraal 2050 De MRE heeft zich als ambitie gesteld om in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn. Sterker nog, de twee grootste gemeenten qua inwonertal, Eindhoven en Helmond, zijn geselecteerd om in 2023 een klimaatcontract met de Europese commissie af te sluiten met als doel om reeds in 2030 klimaatneutraal te zijn. Ook dit zal een extra beroep doen op het huidige en toekomstige energiesysteem. Energiesysteem van de toekomst Gezien alle maatschappelijke, sociale en economische ontwikkelingen die daarmee samenhangen kan een integrale en radicaal andere benadering van ons toekomstig energiesysteem niet uitblijven. Dat wordt in deze regio reeds onderkend via het UTEB15 en het PMIEK16. De toekomststudie van CE Delft en Generation Energy zal zeker ook handvaten geven, maar het is van groot belang te beseffen dat het realiseren van het energiesysteem van 2030 en 2050 nu al vraagt om weloverwogen maatschappelijke afwegingen.
15 UTEB = Uitvoeringsprogramma Toekomstbestendig Energiesysteem Brainport 16 PMIEK
= Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat
energieregiomre.nl
40
Belangrijke opgave voor de regio Kortom, dit omdenken en omvormen van ons energiesysteem, terwijl de ruimtelijke-economische ontwikkeling in de MRE in de vorm van de schaalsprong op hoog tempo doorgaat, stelt onze regio voor een belangrijke opgave. Willen we de groei van onze regio faciliteren, dan zullen de verschillende overheden en netbeheerders intensief samen moeten gaan werken, om de uitbreiding van het energienetwerk op alle lagen te versnellen en ontwikkelingen op elkaar af te stemmen (integraal programmeren). Dit vraagt om een sterkere gezamenlijke organisatie op dit onderwerp. Hierbij gaat het om samenwerking tussen de verschillende relevante disciplines van de 21 gemeenten (onder andere ruimte, economie, mobiliteit en duurzaamheid), maar ook om samenwerking tussen overheden en netbeheerders. De eerste stappen hierin zijn inmiddels gezet, maar er zullen er nog vele moeten volgen.
Landelijk wordt momenteel gewerkt aan een Nationaal Plan Energiesysteem - een integraal kader voor het toekomstig energiesysteem, passend bij een klimaatneutrale samenleving in 2050. Dat past weer op de ‘Wereld van B’, een beweging gestart vanuit NP RES 17. De wereld van B ontleent zijn naam aan het inzicht dat je de overgang van de wereld van vandaag (A) naar de wereld van morgen (B) alleen kunt maken volgens de principes van de wereld van morgen, dus van B. Dat zijn: toegang tot energie, lokaal eigenaarschap, balans, decentrale distributie en maatschappelijke veerkracht. We hebben inmiddels de eerste stappen gezet om in beeld te brengen wat de 'Wereld van B' betekent voor ons energiesysteem van de toekomst.18
17 Zie https://www.regionale-energiestrategie.nl/energiesysteem/dewereldvanb/default.aspx 18 Zie https://www.regionale-energiestrategie.nl/energiesysteem/dewereldvanb/de+wereld+van+b+-
+nieuws/2307871.aspx
energieregiomre.nl
41
6 CONSTATERINGEN EN VERVOLG Op basis van de ontwikkelingen in de voorgaande hoofdstukken geschetst zijn de volgende constateringen te maken, wat bij diverse punten reeds tot een vervolg geleid heeft.
6.1 Bod en zoekgebieden RES 1.0 Constateringen 1.
2.
3.
Het bod van 2 TWh in 2030 is nog steeds haalbaar, maar alleen als (vrijwel) alle projecten in de pijplijn en de uitgewerkte ambitie op tijd doorgang vinden. De eventuele reserve aan zon op gebouw is beperkt. Het bod is bovendien alleen haalbaar onder de voorwaarde dat: a. Alle ondergeschikte juridische randvoorwaarden voor deze projecten in de loop van 2023 geregeld zijn. Bijvoorbeeld door opname in een omgevingsvisie, indien van toepassing. b. Uiterlijk begin 2024 voor deze voorgenomen projecten een vergunningsaanvraag is ingediend. Monitoring: a. Het bod aan duurzame opwek is nog regelmatig onderhevig aan wisselende begrippenhanteringen, incomplete data en voortschrijdend inzicht. b. Wat betreft de andere thema’s (besparing, warmte en participatie & eigendom) uit de RES 1.0 blijkt dat monitoring zonder concrete doelstellingen en voldoende capaciteit lastig te ontwikkelen is.
Vervolg 1.
2.
3.
Om de kans op succes te vergroten in de zoekgebieden en verspreide opwek zullen terugkerende overleggen georganiseerd worden over de status van de zoekgebieden en de verspreide opwek. Gemeenten, eventueel aangevuld met de provincie en netwerkbeheerders, kunnen elkaar op deze manier helpen om projecten te versnellen. Het overzicht van de zoekgebieden en verspreide opwek uit deze Voortgangsrapportage, aangevuld met de gegevens uit de database van de monitoring, kan daarbij als startpunt dienen. Om de grootschalige implementatie van zon op gebouw te versnellen is het noodzakelijk om hiervoor dit jaar nog een uitvoeringsstrategie op te stellen. Dit is des te meer van belang omdat ook deze categorie hinder ondervindt van netcongestie. Eerste stappen daartoe zijn gezet door middel van sprintsessies. Voor monitoring wordt gestreefd naar een overkoepelend dashboard. c. Wat betreft het bod aan duurzame opwek zal met name de uniforme aanlevering van data worden voltooid, en de regionale monitoring zal nog verder in lijn gebracht worden met het NP RES. d. Daarnaast zal de monitoring van de andere thema’s (besparing, warmte en participatie & eigendom) opgepakt en vormgegeven worden.
6.2 Coalities en thema’s Constateringen 1.
Qua betrokkenheid van de ambtelijke organisaties is kwantitatief wellicht voldoende bezetting te constateren, maar is daarvan slechts een relatief klein groepje daadwerkelijk actief.
energieregiomre.nl
42
2. 3.
4.
5.
6. 7.
8.
Ook de directe betrokkenheid van bestuurders is nog in ontwikkeling. Er is nog een vacante positie van bestuurlijk trekker voor het thema besparing, plus voor diverse coalities. De flexibiliteit van de organisatie in vrijwillige coalities is een grote kracht, maar vanwege de vrijblijvendheid eventueel ook valkuil c.q. gevaar voor de continuïteit. Het aantal ambtenaren in de regio binnen de energietransitie groeit. Er is echter ook sprake van mobiliteit bij gemeenten, waardoor inhoudelijke- en gebiedskennis niet altijd behouden blijft. Er zijn daarbij relatief veel startende ambtenaren die ook opgeleid moeten worden. Dit terwijl er een tekort is aan trekkende krachten binnen de regio. Dit legt een druk op een select aantal ambtenaren om de regionale trajecten vorm te geven. De werkgroep Participatie en eigendom is op het moment op regionaal niveau in zijn geheel niet ingevuld, terwijl dit onderwerp toch als een belangrijk onderdeel van het slagen van de energietransitie wordt gezien. Er gebeurt een heleboel, er worden veel initiatieven opgezet en nagestreefd, maar de visie wat vanuit een groter perspectief nodig is ontbreekt: We doen veel en we doen het best goed, maar doen we ook de goede dingen? Het is zinvol de samenhang der dingen niet uit het oog verliezen: Energiesysteem, warmte, besparing, ze grijpen op elkaar in.
Het energiesysteem hangt steeds meer samen met de beoogde gebiedsontwikkeling in de regio. Er is dus behoefte aan steeds meer samenhang met de regionale ruimtelijke plannen als de Ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant en Novex De Peel. Dit om uiteindelijk in gezamenlijkheid tot integrale ruimtelijke keuzes te komen. Er wordt steeds meer beroep gedaan op de overleg- en samenwerkingsstructuur van de RES. Via de coalities zien we de RES als een platform om de uitvoeringskracht van gemeenten te versterken. Tegelijkertijd is de RES ook steeds meer het regionale aanspreekpunt aan het worden voor de strategische opgaven binnen de warmtetransitie en het energiesysteem. Dit zet druk op de RES-organisatie, want er komen taken bij die die officieel niet bij de oorspronkelijke opdracht van de RES horen.
Vervolg De aanbevelingen vanuit de werkgroepen aan het bestuur die hieruit voortvloeien zijn als volgt: 1.
2. 3. 4.
5. 6.
Maak duidelijke regionale afspraken welke processen van regionaal belang zijn en vanuit de 21 gemeenten worden opgepakt en wat onder coalities valt. Zorg voor de juiste borging van beide sporen, zowel organisatorisch als beleidsmatig, plus voor de juiste capaciteit. Bepaal welke projecten en coalities het meeste bijdragen aan de doelen van de regio en zet daar voldoende op in. Zorg daarbij voor bestuurlijke en ambtelijke commitment. Stel concretere doelstellingen voor warmte en besparing op. Gezien het belang dat aan (financiële) participatie in het NP RES en in lokaal bestuur wordt gehecht dient op zijn minst een regionaal aanspreek- en kennispunt voor het thema Participatie & Eigendom aangesteld te worden, en dienen subregionale projecten afdoende gefaciliteerd te worden. Blijf het draagvlak onder inwoners en stakeholders maar ook ambtenaren stimuleren door structurele en gerichte communicatie, kennisuitwisseling en ondersteuning. Versterk de communicatie niet alleen naar deze groepen, maar ook naar gemeenteraden en besturen.
Op basis van deze aanbevelingen wordt reeds overleg gevoerd en zal in de loop van 2023 een procesplan aan het PoHo worden voorgelegd. De komende tijd wordt bekeken op welke manier het deelverhaal van energie kan worden ontwikkeld en uitgedragen en of dat kan met de bestaande
energieregiomre.nl
43
middelen. Daarbij wordt ook actief de afstemming gezocht met de thema’s Ruimte/Wonen en Economie binnen de MRE.
6.3 Vooruitblik 2023-2025 constatering en vervolg 1.
2.
Een gesprek over herijking RES 2.0 is gezien alle ontwikkelingen van toegevoegde waarde: We nemen 2024 om tot een oordeel te komen over actualisatie van ambities en afspraken, want het moet geen doel op zich worden. De nationale doelstellingen en programma’s die bestaan dienen daarbij goed in ogenschouw te worden gehouden, gezien de weerslag die zij zullen hebben wat in deze regio gerealiseerd moet dan wel kan worden. De borging van deze processen wordt actief opgevolgd.
2025-2050 constatering en vervolg 1.
2.
Een radicaal andere en integrale benadering van ons toekomstig energiesysteem zal ingrijpende consequenties hebben. Dit omdenken moeten we al nu vormgeven. De eerste stappen hebben we gezet. Naast de klimaatdoelstelling stelt de schaalsprong de MRE de komende jaren voor een grote extra uitdaging, juist ook op het gebied van de energievoorziening Dit vergt intensieve samenwerking tussen de verschillende relevante disciplines van de 21 gemeenten en tussen overheden en netbeheerders.
Gezien alle voorgaande constateringen: Er dient vastgesteld of een sterkere organisatie voor het thema Energietransitie nodig is en zo ja in welke vorm dat zal zijn. Gebruik de tweede helft 2023 om tot een afgewogen conclusie te komen, waarbij de uitkomst ook kan zijn dat voortgaan op de huidige weg voldoende is. Voortgaande en steviger samenwerking lijkt nodig, evenals focus op de zaken die van grootste toegevoegde waarde zijn, maar dat moet wel met elkaar voldoende bevestigd worden.
energieregiomre.nl
44
7 BIJLAGEN 7.1 Begrippenkader Monitoring RES 1.0 Bod Deze bijlage is geëxtraheerd van de website van het NP RES. Het originele rapport is te vinden via deze link. In dit originele rapport staan ook de links naar de achterliggende rapporten en datasets.
Begrippenkader
RES
wind−op−land en zon−PV
Harmoniseren kunnen we leren
VIVET: VerbeteringInformatievoorzieningEnergietransitie
VIVET− Update 27 januari 2023
Inhoud 1. Inleiding 2. Afspraken 3. Toelichting 4. Afsprakenover implementatie Bijlagen
1
Doeltabelen Begrippenkader a. Rekenregels b. Categorieën c. Onderdelen d. Fasering ambitie e. Fasering pijplijn f. Huidig g. Bronhouders h. Realisatiegradenen netcongestie i. Vollasturenwind j. Zon op gebouw k. Type data en schaalniveaus l. Peildatumen tussentijdseupdates m. Projectentabelen geo−informatie VIVET− Update 27 januari 2023
energieregiomre.nl
3
45
1. Inleiding Aanleiding • Verschillenin rekenmethoden tussen 30 RES regio’sen tussen diverselandelijke partijen • Lastig optelbaar en onderling vergelijkbaar;tussen regio’sen binnen provincies • Brede wil om tot meer transparantie,afstemmingen eenduidigheid te komen (groeiproces)
Doel • Harmonisatievan data, kengetallen, definities, rekenregels en overigeafspraken • Optelbaarheid en onderlinge vergelijkbaarheidvan de 30 RES regio’s • Data landschap voor RES regio’seenvoudigeren krachtiger maken
Scope • Hernieuwbareelektriciteit van wind op land, zon op veld en zon op gebouw
VIVET− Update 27 januari 2023
4
1. Inleiding Terugblik proces • Tussen juli 2021 en januari 2022 is het eerste Begrippenkader opgesteld door landelijke partijen (NP RES, PBL, RVO, CBS, RWS, EZK, VNG, IPO, NBNL) en circa 15 RES regio’s. • Tussen januari 2022 en oktober 2022 zijn RES−regio’s en provincies aan de slag gegaan met de implementatie van het Begrippenkader. Dit leidde tot verbeterpunten. • Het Begrippenkader is tussen november 2022 en december 2022 d.m.v.verdiepende gesprekken en twee klankbordsessies bijgewerkt. Deze update is het resultaat. • Aan het ontwikkelproces lag een sociocratische manier van werken ten grondslag. Een bezwaar op een inhoudelijk verbeterpunt van het Begrippenkader RES werd aangevuld met een verbetersuggestie. Met gezamenlijke inspanning is dit eindproduct tot stand gekomen. Alle partijen doen compromissen om elkaar tegemoet te komen. Een vruchtbare samenwerking.
VIVET− Update 27 januari 2023
energieregiomre.nl
5
46
2. Afspraken • Het Begrippenkader RES is een set afspraken tussen de RES−regio’s en de landelijke partijen om eenduidig te kunnen rekenen en optellen. • Het Begrippenkader RES is per 1 februari 2023 de standaard voor monitoren van het RES bod. • De kern vormt een set aan afspraken over definities, bronnen, kengetallen en de wijze van rekenen aan vermogens, vollasturen en productie. • Ook bevat het Begrippenkader afspraken voor andere relevante indicatoren in de RES, bijvoorbeeld die voor lokaal eigendom.
VIVET− Update 27 januari 2023
6
Doeltabel • Eendoelvan hetBegrippenka deRrES is om de informatieover devoortgangva n de biedi ngeno p eengel ijkema nierui tte wis s elenW. e gebruikenonders ta anddeoel ta beol m de s tandvan zakenva n hetbodweerte geven.Al legeta l lenzi jnvanwegede lees baarhei n d GWh. • De doel tabebl evatinformatie over dveerwa chteproductie ,g es pl itsitn de onderdelenh ui dig,p i jpl i jnen a mbitieop de vertical eas en ges plitsitn de categorieëno p de horizonta l ea s .Hetbodvan de RES 1.0 is hi erbi h j etuitgangs puntd,i tis wat deregi oda adwerkeli jk gereal is eerw di lzieni n 2030. • Om hetboddaa dwerkel igjkerea l is eertde kri jgenis overprogra mmeri nngodi g. Zoekgebi eden projectenkunnenonverwa cht( deel sn) iet doorgaanE. r is s prakeva n overprogra mmering wa nneien re enregi ode rui mteof de projectenin beel doptel lentot eenhogerewa ardeda n hetbod,doorbijvoorbeel dmeerzoekgebi edeinn te richtenof meerprojectenaante trekkenda nnodigO . verprogrammerinvga l tbuitende doeltabeel nkandoorde regi ozel fop di vers ema ni erentoegepa sw t orden. Totaal
Zon-PV Zon op Veld > 15 kWp Zon op Gebouw > 15 kWp
Wind op Land
Niet uitgewerkt
0
Uitgewerkt
0
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn Ambitie totaal Voortraject Vergunningaanvraag Vergunningverlening Subsidiebeschikkingen bouw Pijplijn Totaal Huidig
0 0 0 0 0 0 0 0
TOTAAL RES bod volgens RES 1.0
0
Wind en of zon onbepaald
X 0
0
0 X X X
0
0
0
0
0
0
Legenda: Alles in GWh
Vult RES−regio in
VIVET− Update 27 januari 2023
energieregiomre.nl
Niet invullen
0 X X X X X X 0 Optelling 7
47
Categorie (3b)
Onderdeel (3c)
Wind/zononbepaald
Fase (3d/3e)
Bronhouder (3g)
Realisatiegraad(3h)
Vollasturen (3i)
Opmerkingen
Lokale overheden
−
n.v.t.
Lokale overheden
−
Perregio enhoogte turbine
Voortraject
Lokale overheden
10%
Vergunningaanvraag
Lokale overheden
60%
Vergunningverlening
Lokale overheden
90%
Subsidiebeschikkingenbouw
RVO(Windstats)
95%
RVO
100%
Bekendvanproject
Minimaalinfo overMWen TWhper gemeenteen RESregio
Lokale overheden
−
950
Kengetallen:0,5 bruikbarem2 per m2, 350Wp en 1,63m2 per paneel,215 Wp/m2
Voortraject
Lokale overheden
10%
Vergunningaanvraag
Lokale overheden
40%
Vergunningverlening
Lokale overheden
10−80%(zie 3h)
Subsidiebeschikkingenbouw
RVO
90%
RVO
100%
Bekendvanproject
Minimaalinfo overMWen TWhper gemeenteen RESregio
Lokale overheden
−
900
Op basisvande realistischepotentie(zie 3j). Kengetallen:350 Wp en 1,63m2 per paneel,215 Wp/m2
RVO
20−50%(zie 3h)
900of project/regio specifiek
Bron SDE enSCElijsten,afhankelijkvannetcongestie
RVO
100%
Bekendvanproject
Minimaalinfo overMW, TWh,gemiddeldWp en aantal panelenpergemeenteen RESregio
Niet uitgewerkt
Ambitie (3d) Uitgewerkt
Wind op land
Niet uitgewerkt
Ambitie (3d)
Uitgewerkt
Standaardo.b.v.5,6MWturbines
Ten gevolgevanrealisatiegraadin pijplijn
Pijplijn (3e)
Huidig(3f) Zon-PV
Zonop veld >15 kWp
Kengetal per windsnelheiden hoogteturbineof project/regio specifiek
BronSDEen SCElijsten(en Windstats),regiovultprojecten zonder subsidieof in aanbouwaan.
Nietuitgewerkt
Ambitie (3d)
Uitgewerkt Ten gevolgevanrealisatiegraadin pijplijn
Pijplijn (3e)
Huidig(3f) Zonop gebouw>15 kWp
950of project/regio specifiek
Afhankelijkvannetcongestie BronSDEen SCElijsten
Niet uitgewerkt
(3j)
Ambitie (3d)
Uitgewerkt Ten gevolgevanrealisatiegraadin pijplijn
Pijplijn (3e)
Subsidiebeschikkingenbouw
Huidig(3f)
8
3a. Rekenregels • In algemene zin geldt dat bekendegetallenuit projectende voorkeurhebben boven kengetallen.Als er dus een projectgetalbeschikbaar is, dient dit gebruikt te worden in plaats van het kengetal • Voor projectenin de ‘Pijplijn’kan onderstaanderekenregelgebruiktworden. Projectentellenmee in het totale bod van een regio op basis van de realisatiegraadvan elkefase. Bijvoorbeeld:een wind project in de vergunningproceduretelt voor 60% mee in ‘Pijplijn’omdat dit de verwachte realisatiegraadis. De overige 40% staat bij ‘Ambitie− Tengevolgevan realisatiegraadin pijplijn’
Vermogen (MW)1
Vollasturen
Productie
Realisatiegraad
(TWh)
(10-90%)
Productie o.b.v. realisatiegraad (TWh)
• De fases‘Ambitie− Niet uitgewerkt’en ‘Ambitie− Uitgewerkt’ kennengeen realisatiegraadomdat er nog geen sprakeis van een daadwerkelijkproject. De RES regio heeft in de RES 1.0 toegezegdom deze aanvullendeambitie te realiseren.
1) Dit gaatover het daadwerkelijk opgestelde vermogen. Zie bijlage 3 voor meer informatie over de verschillende definities van vermogen. VIVET− Update 27 januari 2023
energieregiomre.nl
9
48
3b. Categorieën • Alle grootschalige opstellingenwaarbij zonne−energie gecombineerdwordt met de functie parkeren, valt nu in de categorie ‘Grootschaligzon op gebouw.’ • De verwachting is dat deze grootschalige opstellingenmeer gaan voorkomen. RVO gaat onderscheid maken in de data tussen parkeerterreinen en parkeergarages. Mocht Eurostat en daarmee CBS op een later moment besluiten parkeerterreinen te scharen onder zon op veld dan wordt Begrippenkader RES hierop aangepast. Parkeergaragesblijvenwel bij zon op gebouw,omdat deze gebouw gebonden zijn. Categorieën Wind op land
Windopland Zonopveld (> 15 kWp)
Zon-PV Zonop gebouw (> 15 kWp)
• Al lewi ndop la nden binnenwatere(nbijv. op het IJsselmeer) • Zonop i nfras tructuu(brijv. langs wegen, bermen, geluidsschermen, stortplaatsen en het spoor) • Zonop water(bijv. in kantelen, sloten, beken, meren, plassen en bassins − allen binnenwater) • Zonop l ands cha(pbijv. op agrarisch terrein, bos, open natuur, recreatie en groenvoorziening) • Zonopdak • Zonopgevel Dit betreffen zowel woningen, publieke en commerciële utiliteitsbouw en bijgebouwen, ook parkeergarages/parkeerterreinen en kassen
VIVET− Update 27 januari 2023
10
3c. Onderdelen • In analogie met de definitie van het PBL bestaan alle RES biedingenuit drie onderdelen:ambitie, pijplijn, huidig. • De onderdelenwerkenals communicerende vaten. Eventueleaanpassingen in productie (de TWh’s) naarmate een project concreter wordt, worden opgevangenbinnen het onderdeel Ambitie (zie hiervoor ook 3d). Onderdeel
Ambitie
Het aanvullendedeel van een RES biedingwaarmee het toegezegde RES bod wordt behaaldin 2030. Deze plannen, die onderdeel zijnhet bod, moeten nog verder uitgewerkt worden. Ambitie is onderverdeeld in verschillendefases,zie hiervoor 3d voor een specificatie.
Pijplijn
Initiatieven en projecten die in ontwikkelingzijnvoordat ze daadwerkelijkproduceren. Pijplijnis onderverdeeld in verschillendefases,zie hiervoor 3e voor een specificatie.Regio’s kunnen sanering ook meenemen in de pijplijndoor het verschilin verwacht vermogen en producten t.o.v. de huidige situatieop te nemen.
Huidig
Installatiesdie vollediggerealiseerd en in bedrijf zijn. Indeze fase is sprakevan een daadwerkelijk vermogen en productie. Peildatumis het einde van het jaar(31 dec). Saneringsprojectenworden via dit onderdeel verwerkt alsnegatieve projecten. Zie 3f voor een specificatie. VIVET− Update 27 januari 2023
energieregiomre.nl
11
49
3d. Fasering ambitie • Binnen de categorie ambitie verschilt de mate van hardheid van de plannen en sturing door de regio. Dit willenwe door middel van 3 fasesin ambitie verderuitsplitsen. • Het bod van de regio is het uitgangspunt. Het onderdeel ambitie is dan ook bedoeld als daadwerkelijkte realiserenambitie. Overprogrammering komt getalsmatig niet voor als aparte fase. Bij de doeltabel schrijft de regio een toelichting of en hoe in de regio overprogrammeringtoegepastwordt. Fase
Beschrijving • Het deel van de ambitie zonder toedeling naar zoekgebieden of andere beleidsmatige ruimtelijke verankering door het bevoegd gezag (bijv. ambitie zonder ruimtelijke onderbouwing, waar de onderbouwing nog bestaat uit een verkenning of
Niet uitgewerkt
diverse scenario’s waaruit nog een keuze gemaaktmoet worden). • In de regel is dit de resterende ambitie na aftrekken huidig, pijplijn, uitgewerkte ambitie en ambitie ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn.
Uitgewerkt
• Het deel van de ambitie met toedeling naar zoekgebieden of andere beleidsmatige ruimtelijke verankering door het bevoegd gezag (bijv. in een omgevingsvisie of specifiek beleid voor grootschalige opwek), dat nog geen onderdeel uitmaakt van de pijplijn.
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
• Het resterende gedeelte van de (verwachte) productie vaninitiatievenin de pijplijn, dat als gevolg vande realisatiegraad nog niet in de pijplijn meegerekend mag worden, zodat het totale bod wel gelijk blijft. Door middel van overprogrammering houdt de regio rekening met projecten die uitvallen.
12
VIVET− Update 27 januari 2023
3e. Fasering pijplijn • Bij de pijplijnvan wind op land en grootschaligzon op veld onderscheiden we vier fases. Voor elke fase staat hieronder gedefinieerd vanafwelk moment een project daarinvalt. • De start van de eerste fase is lastig te definiëren. Een initiatief ontstaat zodra een grondeigenaar in gesprek is met een ontwikkelaarof energiecoöperatie over een mogelijkeontwikkelingvan windturbines of zonnevelden. Het is de inschatting van lokaleoverheden wanneer een initiatiefin de faseVoortraject komt. • Een maatschappelijketender is een speciaal geval in de pijplijn. Hoewel dit bij het uitschrijvennog geen initiatiefnemer heeft (deze wordt juistgezocht), heeft een tender een dusdanighardheid tot realisatiedat dit valt onder een initiatief in een voortraject (i.p.v. een instrument binnen ambitie). Wanneer de tender door een partij gewonnen is en de vergunning aangevraagdwordt kan deze op dezelfde manier door de pijplijnlopen als een regulier initiatief.