CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A Ter kennisname geanonimiseerd

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname21.154 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

8 alinea's met “economie”: 277 280 361 370 598 622 623 670

Ingekomen stukken Nummering

2026-01-A1

Onderwerp

A1 Senzer Kaderbrief 2027

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

08-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A1 Senzer Kaderbrief 2027

Nummering

2026-01-A2

Onderwerp

A2 MRE Terugkoppeling BO Brainport en BO gebiedsgerichte aanpak stikstof Brainport

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

09-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A2 MRE Terugkoppeling BO Brainport en BO gebiedsgerichte aanpak stikstof Brainport

Nummering

2026-01-A3

Onderwerp

A3 MRE Webinar Fondsbeheer MRE 26 november 2025

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

05-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A3 MRE Webinar Fondsbeheer MRE 26 november 2025

1

Nummering

2026-01-A4

Onderwerp

A4 Brief MRE Topvoorziening voor de regio Rijksmuseum Eindhoven

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

11-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A4 Brief MRE Topvoorziening voor de regio - Rijksmuseum Eindhoven

Nummering

2026-01-A5

Onderwerp

A5 Nota van beantwoording zienswijzen bovenregionale samenwerking MRE met Weert, Meierijstad en Venlo

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

15-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A5 Nota van beantwoording zienswijzen bovenregionale samenwerking MRE met Weert, Meierijstad en Venlo

Nummering

2026-01-A6

Onderwerp

A6 Reactiebrief over locatieprofielen evenementen (GEANONIMISEERD) Was als losse brief opgenomen op 16-12 in bundeling

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

17-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A6 Reactiebrief over locatieprofielen evenementen (GEANONIMISEERD)

2

Nummering

2026-01-A7

Onderwerp

A7 Meedenken over goede en betaalbare zorg aan jeugd in aansluiting op Vaktherapie

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

18-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A7 Meedenken over goede en betaalbare zorg aan jeugd in aansluiting op Vaktherapie

Nummering

2026-01-A8

Onderwerp

A8 Volgende stap inrichting financiering Beethoven

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

19-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Bijlagen: A8 Volgende stap inrichting financiering Beethoven (GEANONIMISEERD)

Nummering

2026-01-A9

Onderwerp

A9 Provincie Noord Brabant inzake begroting 2026

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

19-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A9 Provincie Noord Brabant inzake begroting 2026 (GEANONIMISEERD)

3

Nummering

2026-01-A10

Onderwerp

A10 Omgevingsdienst ZO Brabant inzake Kadernota 2027

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

22-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A10 Omgevingsdienst ZO Brabant inzake Kadernota 2027

Nummering

2026-01-A11

Onderwerp

A11 GGD Brabant Zuidoost inzake Kadernota 2027

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

22-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A11 GGD Brabant- Zuidoost inzake Kadernota 2027

Nummering

2026-01-A12

Onderwerp

A12 MRE inzake Kadernota 2027

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

23-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A12 MRE inzake Kadernota 2027

Nummering

2026-01-A13

Onderwerp

A13 Besluitenlijst vergadering Algemeen Bestuur MRE 17 december 2025

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

23-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A13 Besluitenlijst vergadering Algemeen Bestuur MRE 17 december 2025

4

Nummering

2026-01-A14

Onderwerp

A14 Samen bouwen aan vitale relaties en een stabiele maatschappij (GEANONIMISEERD)

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

29-12-2025

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A14 Samen bouwen aan vitale relaties en een stabiele maatschappij (GEANONIMISEERD0

Nummering

2026-01-A15

Onderwerp

A15 Voorgenomen wetswijziging Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) (GEANONIMISEERD)

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

06-01-2026

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A15 Voorgenomen wetswijziging Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) (GEANONIMISEERD)

Nummering

2026-01-A16

Onderwerp

A16 Stop de werkwijze van de Jeugdbescherming – politieke instrumenten

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

07-01-2026

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A16 Stop de werkwijze van de Jeugdbescherming – politieke instrumenten (GEANONIMISEERD)

5

Nummering

2026-01-A17

Onderwerp

A17 MRE Brief Peelgemeenten RBT Oost

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

07-01-2026

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A17 MRE Brief Peelgemeenten RBT-Oost

Nummering

2026-01-A18

Onderwerp

A18 SGE Samenwerking Bedrijventerrein

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

12-01-2026

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A18 SGE Samenwerking Bedrijventerrein

Nummering

2026-01-A19

Onderwerp

A19 MRE Terugkoppeling informatiebrief nav BO MIRT

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

13-01-2026

Datum raadsvergadering

27-01-2026

Hoofddocument

A19 MRE Terugkoppeling informatiebrief nav BO MIRT

[ senzer'

Senzer Postbus 272 5700 RG Helmond

r. 04s2 58 ?4 44 Aan de gemeenteraden van de gemeenten Asten, Deurne, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren 8 december 2025 DB/241.L25

Datum Ons kenmerk

Contactpersoon

M. van Egmond

Telefoonnummer

0492582444

E-mail

Uw kenmerk Referentie

Locatie

Onderwerp Kaderbrief Senzer 2027 Geachte raad,

vóór

Op basis van artikel 30 van de Gemeenschappelijke regeling stuurt het dagelijks bestuur van Senzer van 15 april 2026 de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het begrotingsjaa r 2027 aan de raden de deelnemende gemeenten. Deze kaders zijn beschreven in de Kaderbrief 2O27 . De Kaderbrief is op november 2025 door het dagelijks bestuur vastgesteld en bieden wij u hierbij graag, ter informatie, aan. 24

druk, Senzer heeft in haar Begrotin g2026 en meerjarenraming 2027-2029 invulling gegeven aan de financiële is die wordt gevoeld met de 'ravijnjaren'waarmee de gemeenten worden geconfronteerd. Deze invulling passen begroting de op te af' toe trap gedaan door, in lijn met de oproep van de VNG, het principe van 'trap op,

gemeenten'

en meerjarenraming, zodat deze mee-ademt met de beschikbare middelen bij de deelnemende Daarbij is het risicoprofiel van de begroting opgehoogd, door een hoger batig saldo op de BUIG-baten en lasten ramen. Op grond van ervaringscijfers achtten we een hoger risicoprofiel gerechtvaardigd; ondanks de

te

grilligheid en daarmee onzekerheden met betrekking tot de buig-middelen. Hierover bent u geÏnformeerd in de reactie op uw zienswijze bij de ontwerpbegroting2026. De Kaderbrief 2e27 isopgesteld met als uitgangspunt de dienstverlening en kaders zoals eerder

vastgelegd in

het Meerjaren Dienstverleningsplan, de positionering en de bekostigingssystematiek; met de aanscherpingvan begin dit jaar, zoals in vorige alinea uiteengezet. Het dagelijks bestuur heeft als gevolg van financiële druk bij deelnemende Semeenten besloten om nogmaals te onderzoeken of er aanvullende besparingsmogelijkheden zijn in de uitvoering van de opdracht' Uitkomsten

van dat onderzoek worden betrokken bij het opstellen van de ontwerpbegroting en worden inzichtelijk gemaakt bij het, voor zienswijze, aanbieden daarvan aan uw raad. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geÏnformeerd. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van Senzer, namens deze, de secretaris

de voorzitter

l.v.m. publicatie is deze brief niet voorzien van handtekeningen

M.V. de Kort

H.A.A'J' van Rinsum

Bijlage: Kaderbrief Senzer 2027

KvK: 17264964 BTIIJ: n10035.30.486.803 lBÊfl: llL66BÊ800127476849

ururur.senzel.nl

Kaderbrief 2027 Samen bouwen aan een inclusieve regio

Inleiding

Conform de afspraken in de gemeenschappelijke regeling stellen wij jaarlijks een kaderbrief en een begroting op. De kaderbrief 2027 is een verdere uitwerking van het Meerjarenplan Dienstverlening 2025-2028 en beschrijft de uitgangspunten, focus en randvoorwaarden voor dit jaar. Gemeenten in onze regio staan voor financiële en maatschappelijke uitdagingen die extra druk leggen op de dienstverlening. Daarbij spelen ook externe ontwikkelingen, zoals wetswijzigingen, een belangrijke rol. Een aantal van deze ontwikkelingen lichten wij in deze brief toe.

Onze Missie •

Senzer is er voor iedere inwoner van de arbeidsmarktregio Helmond-De Peel die (nog) niet in eigen bestaan, werk of inkomen kan voorzien en daarbij ondersteuning nodig heeft.

•

Wij gaan uit van eigen kracht van mensen, eigen verantwoordelijkheid en eigenwaarde waarbij individuele omstandigheden en mogelijkheden leidend zijn.

•

Wij bouwen aan een inclusieve arbeidsmarkt en bevorderen samen met werkgevers en overige netwerkpartners dat inwoners in eigen bestaan kunnen voorzien, meedoen in en bijdragen aan de samenleving.

Vanuit onze missie zetten wij ons in voor een arbeidsmarkt waarin iedereen kan meedoen en een plek heeft. Wij gaan uit van eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en eigenwaarde, waarbij de persoonlijke situatie en mogelijkheden van de inwoners van onze regio centraal staan. Onze focus ligt op het betrouwbaar en effectief organiseren van dienstverlening, met oog voor de unieke persoonlijke omstandigheden. Samen met onze partners in het sociale domein én op de regionale arbeidsmarkt creëren we kansen en verbindingen. Zo werken wij aan een inclusieve arbeidsmarkt en bevorderen wij dat iedereen naar vermogen kan bijdragen aan de samenleving. Het doel blijft een arbeidsmarkt waarin voor iedereen plek is, ondersteund door een sterke regionale infrastructuur en gezamenlijke ambitie. De weg waarlangs wij dit streven vormgeven, beschrijven wij in deze kaderbrief.

Meerjarenplan dienstverlening

In het Meerjarenplan Dienstverlening 2025-2028 hebben we twee thema’s bepaald: mensgerichte dienstverlening en integrale regionale samenwerking. In 2027 geven we verder invulling aan deze onderwerpen waarbij wij staan voor persoonlijke aandacht en contact, door mensgericht te kijken naar de mogelijkheden voor werk en meedoen en een toegankelijke inkomensondersteuning waarmee we bijdragen aan de bestaanszekerheid voor de inwoners van onze regio. Wij doen dit samen met onze partners in het sociaal domein en op de arbeidsmarkt.

De externe ontwikkelingen en wetswijzigingen die op deze onderwerpen van invloed zijn, worden in het volgende hoofdstuk beschreven.

Trends en ontwikkelingen

De lange termijn trends en ontwikkelingen zijn eerder beschreven in het Meerjarenplan Dienstverlening en blijven ook in 2027 richtinggevend. De samenleving staat voor grote veranderingen die direct invloed hebben op de sociale vraagstukken waar Senzer mee te maken heeft. Denk aan klimaatverandering, geopolitieke onzekerheden, toenemende polarisatie en de snelle digitalisering. Ook de krapte op de arbeidsmarkt, de vergrijzing en de groeiende vraag naar betaalbare woonruimte zetten de regio onder druk. Daarbij komt dat verschillen in inkomen en onderwijskansen groter worden, waardoor de kloof tussen generaties en de middenklasse verder toeneemt. Deze ontwikkelingen versterken de druk op het sociaal domein en vragen van ons blijvend aanpassingsvermogen en samenwerking.

Internationale ontwikkelingen Wereldwijd zien we toenemende onrust en onzekerheid. Conflicten, geopolitieke spanningen, klimaatverandering en schaarste aan grondstoffen hebben directe invloed op economie, migratie en arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen raken ook het werk van Senzer, omdat ze leiden tot veranderingen in de regionale instroom van inwoners, de behoefte aan ondersteuning en de dynamiek op de arbeidsmarkt.

Nationale ontwikkelingen In oktober 2025 waren er landelijke verkiezingen. Tot er een nieuw kabinet start blijft de politieke koers onzeker, wat invloed heeft op wet- en regelgeving in het sociaal domein. Tegelijkertijd blijft de focus landelijk liggen op migratie, bestaanszekerheid, inclusiviteit en brede welvaart. Belangrijke dossiers zijn de Participatiewet in Balans, de Wet SUWI, de Wet Proactieve Dienstverlening en de wet Van School naar duurzaam Werk. Daarnaast stelt het Rijk impulsgelden beschikbaar om sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig te maken. Voor Senzer betekent dit extra mogelijkheden om te investeren in innovatieve en inclusieve werkconcepten.

Regionale ontwikkelingen Gemeenten staan voor de uitdaging om met beperkte budgetten hun inwoners goed te blijven ondersteunen. Voor Senzer betekent dit dat samenwerking met gemeenten, werkgevers en maatschappelijke organisaties nog belangrijker wordt om met de beschikbare middelen de grootste maatschappelijke meerwaarde te realiseren. De schaalsprong waar Helmond voor staat, biedt kansen voor groei en werkgelegenheid, maar vraagt tegelijk om aandacht voor de sociale en inclusieve kant van die ontwikkeling. In de Brainportregio is er naast economische groei ook aandacht voor inclusiviteit en sociale samenhang. Via initiatieven als Brainport voor Elkaar zetten wij ons in om te zorgen dat iedereen kan meedoen en profiteren van de regionale vooruitgang.

Arbeidsmarkt De Nederlandse arbeidsmarkt groeit tot 2027 beperkt met ongeveer 1,1% (circa 100.000 banen), aanzienlijk minder dan in de periode 2021-2024. De vervangingsvraag door vergrijzing en baanmobiliteit blijft echter groot. Dit betekent dat de arbeidsmarkt structureel krap blijft, ondanks de beperkte banengroei. Belangrijke trends zijn vergrijzing, digitalisering, kunstmatige intelligentie en de transitie naar een circulaire en duurzame economie. Sectoren als ICT, zorg en specialistische dienstverlening groeien, terwijl andere sectoren juist krimpen. Voor Senzer betekent dit dat wij samen met werkgevers moeten blijven investeren in duurzame inzetbaarheid, scholing en het ontwikkelen van passend werk. Daarbij hoort ook het principe van leven lang ontwikkelen, waarin mensen de kans krijgen zich continu te blijven ontwikkelen om duurzaam inzetbaar te blijven. Impulsgelden voor sociaal ontwikkelbedrijven bieden daarbij kansen om te vernieuwen, bijvoorbeeld met circulaire werkplaatsen, digitale leerwerkoplossingen en inclusieve werkconcepten.

Sociaal domein Veel inwoners in onze regio ervaren onzekerheid op meerdere leefgebieden, zoals inkomen, werk, gezondheid en wonen. Dit vraagt om preventie, vroegsignalering en een integrale aanpak. Voor Senzer betekent dit dat we blijven investeren in maatwerk en persoonsgerichte ondersteuning, in nauwe samenwerking met gemeenten, onderwijs, werkgevers en maatschappelijke partners. Ons doel is dat zoveel mogelijk inwoners duurzaam meedoen in werk en samenleving.

Focus en ambitie voor 2027

In 2027 blijft Senzer zich inzetten voor een dienstverlening die de inwoners in de regio centraal stelt en waarbij we maatwerk bieden. Ons uitgangspunt is dat inwoners weten waar zij terechtkunnen en dat zij ondersteuning krijgen die aansluit bij hun persoonlijke situatie en mogelijkheden. Tegelijkertijd blijven wij werken aan een sterke arbeidsmarktregio, waarin werkzoekenden passende kansen op werk vinden en werkgevers de ondersteuning krijgen die nodig is om inclusief personeel aan te trekken en te behouden. De focus ligt op het verbinden van inwoners, werkgevers en maatschappelijke partners, zodat iedereen zich kan ontwikkelen en kan deelnemen aan de samenleving.

Het afgelopen jaar stond in het teken van politieke en maatschappelijke onzekerheid, wat niet heeft geleid tot fundamentele wijzigingen van onze opdracht en onze dienstverlening. Wel heeft het geleid tot een bewuste beweging in de inzet van maatschappelijke middelen, zodat deze zo effectief mogelijk worden benut. De fundamenten die in eerdere jaren zijn gelegd, zoals duidelijke, begrijpelijke en mensgerichte dienstverlening, blijven stevig overeind, en maatwerk blijft de norm.

Samenwerking en regionale verankering Onze dienstverlening kan alleen effectief zijn wanneer wij intensief samenwerken met gemeenten, partners in het sociaal domein en op de arbeidsmarkt. Deze regionale samenwerking maakt het mogelijk om hulp en ondersteuning beter op elkaar af te stemmen, rekening houdend met de brede leefomgeving van inwoners, hun werk- en opleidingsmogelijkheden en participatiegraad. In 2027 wordt deze samenwerking verder geïntensiveerd door gezamenlijk met onze partners te investeren in een op elkaar afgestemde dienstverlening en een gedeelde agenda voor ondersteuning van inwoners. Als kennis- en expertisecentrum vervullen wij hierin een verbindende rol: wij brengen actuele inzichten, data en best practices in, zodat we samen met onze partners kunnen inspelen op ontwikkelingen in de arbeidsmarkt en het sociaal domein. Door onze expertise te delen en te benutten, versterken we de kwaliteit van de regionale dienstverlening en dragen we bij aan innovatieve oplossingen voor complexe vraagstukken. Vertrouwen, professionaliteit en gelijkwaardigheid vormen hierbij de basis voor alle samenwerkingen. Ook de Regionale Cliëntenraad (RCR) speelt een belangrijke rol. Inwoners leveren waardevolle input voor de doorontwikkeling van onze dienstverlening en helpen bij het verbeteren van processen, het toetsen van beleid en het vergroten van toegankelijkheid.

De cliëntenparticipatie wordt structureel verankerd in onze dienstverlening, in lijn met de uitgangspunten van de vernieuwde Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) en het traject dat wij samen met de RCR hebben doorlopen. Daarmee versterken we niet alleen de betrokkenheid van inwoners, maar ook de verbinding met onze gemeenten en de kwaliteit van onze dienstverlening.

Dienstverlening dichtbij Voor inwoners die extra ondersteuning nodig hebben, blijven wij trajecten bieden waarin de inwoner centraal staat. We investeren in basisvaardigheden, ontwikkeling en begeleiding naar werk, altijd afgestemd op de mogelijkheden van de inwoner. Onze professionals werken actief samen met relevante partners om trajecten effectief te laten aansluiten bij de behoeften van de doelgroep. Daarmee geven we concreet invulling aan onze missie om inwoners te ondersteunen bij het opbouwen van een zelfstandig bestaan en het meedoen in de samenleving. Het Werkcentrum, dat in 2025 is gerealiseerd, is het gezamenlijke toegangspunt voor inwoners én werkgevers in onze regio. Hier bundelen wij als betrokken partner onze krachten met andere organisaties om ondersteuning laagdrempelig en effectief te maken. Inwoners vinden op één plek informatie en begeleiding richting werk en participatie, terwijl werkgevers worden geholpen bij inclusief ondernemerschap, scholing van personeel en het

vinden van geschikte kandidaten. Ook in 2027 blijven wij actief bijdragen aan de doorontwikkeling van het Werkcentrum, zodat in onze regio inwoners en werkgevers samen duurzame resultaten kunnen behalen.

Werkgevers en arbeidsmarkt De arbeidsmarkt blijft een belangrijk aandachtspunt. Hoewel de totale banengroei beperkt is, zien we in specifieke sectoren een hoge vervangingsvraag en een aanhoudende krapte. Dit vraagt om gerichte ondersteuning van werkgevers én inwoners. In 2027 zetten we onze methodische werkgeversdienstverlening voort en verbreden we onze dienstverlening met onze partners naar de Brainportregio. We luisteren naar de behoeften van werkgevers als het gaat om inclusie en personele vraagstukken, denken mee over oplossingen en ontzorgen hen bij het vinden, ontwikkelen en behouden van talent. Als kennis- en expertisecentrum brengen wij actuele arbeidsmarktinformatie, trends en best practices in, zodat werkgevers en partners kunnen inspelen op veranderingen. We investeren in duurzame inzetbaarheid, scholing en inclusief ondernemerschap, en creëren samen met werkgevers passende routes naar werk en participatie. Zo bouwen we aan een sterke, inclusieve arbeidsmarkt waarin inwoners en bedrijven duurzaam kunnen groeien. Onze samenwerking met werkgevers is cruciaal, want zij bieden de echte kansen en werkplekken. Door een robuuste leerwerkinfrastructuur en duurzame relaties te onderhouden, versterken wij de aansluiting tussen onderwijs, werkzoekenden en werkgevers.

Instrumenten zoals loonkostensubsidie, beschut werk en praktijkroutes zetten we in om inwoners maximaal te ondersteunen, met het bevorderen van zelfstandigheid, groei en participatie als uitgangspunt. In 2027 werken we aan een plan voor de lange termijn, zodat deze samenwerking structureel en toekomstbestendig wordt verankerd.

Participatiewet in Balans In 2027 worden de maatregelen van fase 3 van de Participatiewet in Balans geïmplementeerd. Dit betekent dat het recht op bijstand uniform wordt vastgesteld, boetes en terugvordering proportioneel worden toegepast en participatieverplichtingen beter worden afgestemd op de mogelijkheden van de individuele inwoner. Voor Senzer houdt dit in dat professionals nu ook vanuit de Participatiewet in Balans worden ondersteund om de wet mensgericht en met oog voor maatwerk uit te voeren. Zo krijgen inwoners passende ondersteuning en wordt tegelijkertijd duidelijkheid en rechtvaardigheid geborgd in de toepassing van de regels.

Innovatie en doorontwikkeling De afgelopen jaren hebben diverse dienstverleningsconcepten aangetoond dat nieuwe aanpakken effect hebben. In 2027 worden de succesvolle concepten duurzaam ingebed in de reguliere dienstverlening. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor innovatie en het ontwikkelen van nieuwe initiatieven. Denk hierbij aan digitale dienstverlening, inclusieve technologie en alternatieve trajecten naar werk en participatie. Door flexibel in te spelen op maatschappelijke en arbeidsmarktontwikkelingen kunnen wij onze dienstverlening continu verbeteren en beter afstemmen op de behoeften van inwoners en werkgevers. De landelijke regeling impulsgelden voor sociaal ontwikkelbedrijven biedt kansen om verdere vernieuwing te realiseren, onder meer op het gebied van circulaire werkvormen, samenwerking met werkgevers en toekomstbestendige leer- en ontwikkelomgevingen. Binnen Senzer sluiten we hierop aan met het programma Klantreis, waarin we onze processen, communicatie en dienstverlening verder verbeteren vanuit het perspectief van de inwoner. Door flexibel in te spelen op maatschappelijke en arbeidsmarktontwikkelingen kunnen wij onze dienstverlening continu verbeteren en beter afstemmen op de behoeften van inwoners en werkgevers. Ook dragen wij landelijk bij aan de ontwikkeling van beleid en kennisdeling op het gebied van werk en participatie.

Via onze deelname aan landelijke werkgroepen, besturen en het Platform Sociaal Innovatie (PSI) brengen wij de praktijkervaringen uit onze regio in, om zo landelijk beleid beter te laten aansluiten op de uitvoeringspraktijk.

Dienstverlening en vakmanschap Ons vakmanschap blijft een onderscheidende kracht. In 2027 investeren wij verder in de deskundigheid van onze professionals, met nadruk op duidelijke en vriendelijke communicatie, zowel mondeling als schriftelijk. Het contact met inwoners is gebaseerd op vertrouwen, gelijkwaardigheid en respect. Professionele ontwikkeling blijft een speerpunt, zodat medewerkers hun kennis en vaardigheden optimaal kunnen inzetten om inwoners effectief te ondersteunen. Onze rol als kennis- en expertisecentrum blijft prominent. We delen kennis over participatiewetgeving, inclusief werkgeverschap en sociaal ondernemen, en leggen verbindingen die kansen voor inwoners vergroten. Zo stimuleren wij een inclusieve en veerkrachtige arbeidsmarkt in onze regio.

Samen bouwen aan een inclusieve regio In 2027 bouwen wij verder aan een regio waarin iedere inwoner perspectief krijgt, kan meedoen en een bijdrage kan leveren aan de samenleving. Samenwerking met inwoners, werkgevers en maatschappelijke partners blijft het fundament van onze aanpak. Door kennis, ervaring en middelen te bundelen, zorgen wij ervoor dat inwoners passende ondersteuning krijgen, werkgevers worden ondersteund en onze arbeidsmarktregio sterker en inclusiever wordt. Dit geldt ook voor beschut werk, dat een belangrijke bijdrage levert aan participatie van mensen met een arbeidsbeperking. In 2027 formuleren wij nieuw beleid om beschut werk toekomstbestendig vorm te geven, met blijvende aandacht voor passende begeleiding, ontwikkelkansen en samenwerking met werkgevers.

Van kaderbrief naar begroting

Gemeenten in onze arbeidsmarktregio ervaren druk op de beleidsagenda door de noodzaak zowel kwetsbare doelgroepen te ondersteunen als kansen op de regionale arbeidsmarkt te benutten. Dit is opgenomen in de visiedocumenten sociaal domein van Helmond en Geldrop-Mierlo, de Koersagenda van GR Peelgemeenten en de regionale agenda van het Werkcentrum Helmond-de Peel. Tegelijkertijd blijven gemeenten geconfronteerd met begrotingsdruk door beperkte rijksmiddelen en onzekerheden over toekomstige financiering.

Senzer heeft, binnen de beschikbare middelen in lijn met de afspraken van vorig jaar, keuzes gemaakt over de inzet en intensiteit van de dienstverlening. Deze keuzes zijn gericht op het optimaal ondersteunen van inwoners en werkgevers, het versterken van de regionale arbeidsmarkt en het verder toegankelijk maken van onze dienstverlening. In dit hoofdstuk wordt beknopt toegelicht waar binnen de bestaande opdracht beleidsruimte is benut en welke keuzes concreet zijn gemaakt.

Verzorgen van inkomensondersteuning Het verzorgen van inkomensondersteuning blijft een wettelijke taak en laat nauwelijks beleidsruimte zien. De financiële effecten hiervan zijn beperkt, maar het correct en tijdig bieden van ondersteuning is cruciaal voor inwoners die tijdelijk of structureel onvoldoende inkomen hebben.

Begeleiding naar regulier en duurzaam werk Activering en bemiddeling naar werk vormt een centrale dienstverleningslijn. De uitvoering wordt geleid door de Participatiewet en de beleidskaders en verordeningen van deelnemende gemeenten. Er is ruimte geweest om keuzes te maken in doelgroepen, instrumenten en intensiteit van ondersteuning. Beleidskeuzes met directe financiële impact zijn zorgvuldig afgewogen, waarbij de nadruk ligt op het bieden van kansen aan de meest kwetsbare inwoners en het versterken van de regionale arbeidsmarkt.

Bieden van een leerwerkinfrastructuur Het bieden van een leerwerkinfrastructuur volgt uit de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening en vormt daarmee een kernopdracht. Senzer heeft een sterke positie in het bieden van werk en ontwikkelkansen aan doelgroepen uit de Participatiewet. Binnen deze dienstverlening worden beleidskeuzes gemaakt over het type en de intensiteit van werk- en leertrajecten. Keuzes met de hoogste financiële impact raken vooral de meest kwetsbare inwoners, waarbij vooraf maatschappelijke kosten, baten en toekomstige financiële effecten zijn afgewogen.

Werkgeversdienstverlening Werkgevers zijn een essentiële partner voor het creëren van kansen voor werkzoekenden en gedetacheerden. Naast keuzes aan de kant van de inwoners zijn er keuzes gemaakt in de dienstverlening aan werkgevers, bijvoorbeeld in de intensieve begeleiding, matching en inzet van subsidies. Hiermee wordt de samenwerking met werkgevers versterkt en wordt uitstroom naar regulier en duurzaam werk bevorderd.

Overige onderwerpen Naast het bestaande dienstverleningspakket is ingezet op verdere optimalisatie van uitvoering en op samenwerking binnen de regio. Beleidskeuzes zijn gemaakt op thema’s zoals: •

Verminderen van uitvoeringskosten, coördinatiekosten en ontdubbelen van dienstverlening.

•

Integreren van aanvullende dienstverlening in de basisdienstverlening.

•

Versterken van ketensamenwerking in het sociaal domein en aanpalende beleidsvelden, waaronder onderwijs en zorg.

•

Verbeteren van de dienstverlening, werkprocessen en communicatie vanuit het perspectief van de inwoner, via het programma Klantreis.

Door deze keuzes te maken binnen de beschikbare middelen, is de dienstverlening verder versterkt en levert Senzer een bijdrage aan een inclusieve arbeidsmarkt en een ondersteunende leefomgeving voor alle inwoners in de regio.

Financiële kaders

In de vorige hoofdstukken zijn de algemene beleidsmatige kaders, ontwikkelingen en focuspunten voor 2027 beschreven. In dit hoofdstuk worden de financiële kaders voor de begroting 2027 geschetst.

Deze worden uiteengezet in vier paragrafen: •

Directe impact vanuit externe en beleidsmatige ontwikkelingen.

•

Algemene uitgangspunten financiële begroting.

•

Financieel technische uitgangspunten.

•

Aanvullende dienstverlening en overige activiteiten.

Directe impact vanuit externe en beleidsmatige ontwikkelingen We hanteren de volgende uitgangspunten voor de (ontwerp)begroting. De (ontwerp)begroting volgt de opzet en indeling zoals die voor 2026 geldt met toelichting van de belangrijkste beoogde resultaten en activiteiten van de vier dienstverleningslijnen. De begroting stellen we periodiek bij op basis van actualiteiten. Hier vallen standaard onder: de bijstellingen op grond van circulaires, marktontwikkelingen en wijzigingen in wet- en regelgeving met financiële gevolgen. Deze bijstellingen worden volgens de geldende afspraken in besluitvorming gebracht.

Algemene uitgangspunten financiële begroting De begroting 2027 wordt logischerwijs opgesteld binnen bestaande wet- en regelgeving en bijbehorend toezichtkader. Het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is dus leidend. De financieringsafspraken en financieel beleid die gelden staan beschreven in: •

Gemeenschappelijke Regeling Senzer 2025.

•

Bijdrageverordening Gemeenschappelijke Regeling Senzer 2026 (actualisatie volgt na en op grond van vaststelling Gemeenschappelijke Regeling Senzer 2025).

•

Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Senzer 2025.

•

Notitie investeren, waarderen en afschrijven Senzer 2022.

Financieel technische uitgangspunten Bij het opstellen van de begroting 2026, na het opvoeren van eerdere maatregelen in 2025, volgt Senzer de wens van de gemeenteraden om de trap-op-trap-af systematiek te hanteren. Het uitvoeren van de opdracht door Senzer geschiedt dan ook binnen de middelen die het Rijk via de begrotingen van de deelnemende gemeenten daarvoor beschikbaar stelt. Daarmee wordt voorkomen dat er een negatief begrotingssaldo bij de gemeenten ontstaat, op de uitvoering van de Participatiewet; zoals belegd bij Senzer. De trap-op-trap-af systematiek was reeds van toepassing op de doeluitkeringen en de integratie-uitkeringen en met ingang van 2026 ook op decentralisatie-uitkeringen en de algemene bijdrage van de gemeenten, die aan Senzer toekomen. Voor deze laatste wordt de spelregel gehanteerd dat slechts 98% van het cluster Participatie in het gemeentefonds, exclusief minimabeleid, wordt opgenomen in de begroting van Senzer. De resterende 2% zijn voor coördinatietaken binnen de gemeentelijke organisaties, in de samenwerking met Senzer.

Aanvullende dienstverlening en overige activiteiten Aanvullende dienstverlening en overige activiteiten worden aanvullend en tegen kostprijs met eventuele risico-opslag opgenomen in de begroting, Daarmee wordt voorkomen dat deze activiteiten ten koste gaan van de basisdienstverlening en/of financiering daarvan.

Volumeontwikkelingen De ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) en doorvertaling daarvan door het Rijk zijn samengevat in de volgende tabel. Het betreft de ontwikkelingen voor onze arbeidsmarktregio, waarbij de onderliggende ramingen voor de deelnemende gemeenten zijn samengevoegd. Deze volumeontwikkelingen zijn meegenomen in de begroting van Senzer. De toelichting van het CPB is te lezen op hun website via de volgende link: Raming van het bijstandsvolume in de MEV 2026 |CPB Website

De afname van de Wsw is hoger dan de toename van beschut werk en (netto) plaatsingen met loonkostensubsidie binnen de leerwerkinfrastructuur. Daardoor neemt de leerwerkinfrastructuur in omvang af.

Verantwoordingsindicatoren

Voor 2027 vindt de verantwoording plaats conform de reguliere P&C-cyclus via kwartaalrapportages en de jaarstukken. De resultaten worden zowel financieel als beleidsmatig weergegeven en geduid, zodat inzicht ontstaat in de effectiviteit en impact van onze dienstverlening voor inwoners en werkgevers in de regio.

De verantwoording volgt de vier dienstverleningslijnen: •

Verzorgen van inkomensondersteuning.

•

Begeleiding naar regulier en duurzaam werk.

•

Bieden van een leerwerkinfrastructuur.

•

Werkgeversdienstverlening.

Door deze indeling kunnen kwantitatieve en kwalitatieve resultaten gestructureerd worden weergegeven. Voor inkomensondersteuning ligt de nadruk op de tijdige en correcte toekenning van voorzieningen, voor leerwerkinfrastructuur en begeleiding naar werk op de gerealiseerde uitstroom en ontwikkeltrajecten, en voor werkgeversdienstverlening op de samenwerking met regionale werkgevers en de gerealiseerde plaatsingen.

Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande benchmarks en standaarden, zoals de Divosa Benchmark, om trends en ontwikkelingen op het gebied van bijstand en re-integratie inzichtelijk en vergelijkbaar te maken. Voor leerwerkinfrastructuur en werkgeversdienstverlening worden aanvullende kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren uitgewerkt om zowel prestaties als maatschappelijke effecten te duiden.

Tot slot Senzer blijft ook de komende jaren staan voor betrouwbare en effectieve dienstverlening, gebaseerd op onze missie en de gezamenlijke opdracht binnen de regio. Dat is ons baken en daar koersen we op. Onze prestaties op dienstverlening zijn al jarenlang stabiel en positief, met een continu hoog niveau van uitvoering en tevredenheid onder onze partners. Daarmee behoort Senzer tot de best presterende sociale ontwikkelbedrijven in Nederland, een positie die we behouden door te blijven investeren in vakmanschap, samenwerking en innovatie.

Met deze kaderbrief 2027 hebben we, met inachtneming van het Meerjarenplan Dienstverlening 2025-2028, invulling gegeven aan onze focus en ambities voor 2027, inclusief de doorontwikkeling van onze dienstverlening en de voortzetting van samenwerking met gemeenten, werkgevers en regionale partners.

Op grond van artikel 30 van de Gemeenschappelijke Regeling stelt het dagelijks bestuur de kaderbrief vast.

We hopen dat we u met deze brief voldoende hebben geïnformeerd. Het dagelijks bestuur van Senzer, namens deze, De voorzitter M.V. de Kort

De secretaris H.A.A.J. van Rinsum

Aan Colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden van de 21 deelnemende gemeenten

uw kenmerk

uw brief van

onderwerp Terugkoppeling BO Brainport en BO gebiedsgerichte aanpak stikstof Brainport

ons kenmerk 100725-4006/RLI/WBR

datum 9 december 2025

e-mailadres r.lintsen@metropoolregioeindhoven.nl

Geachte colleges en raden, Onze regio werkt nauw samen met de Rijksoverheid en de provincie Noord-Brabant om de grote opgaven in onze Brainportregio te realiseren. We hebben daarom regelmatig overleg, ook op bestuurlijk niveau. In deze brief wordt u geïnformeerd over de uitkomsten van twee recente, bestuurlijke overleggen: het BO Brainport van 3 november jl., en het BO gebiedsaanpak stikstof Brainport op 28 oktober jl. De bedoeling was om in deze brief over drie bestuurlijke overleggen terug te koppelen. Het BO Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) is echter uitgesteld naar 8 januari 2026. Daarom koppelen we in afstemming met het Rijk alvast terug over twee van de drie BO’s. U ontvangt vervolgens een aparte terugkoppeling wanneer het BO MIRT heeft plaatsgevonden, met de laatste afspraken op het gebied van infrastructuur en bereikbaarheid. BO Brainport Het BO Brainport is een periodiek, halfjaarlijks overleg tussen het Rijk en de Brainportregio. Dit overleg is ingesteld na het opnemen van de doorontwikkeling van de mainportstatus van de Brainportregio in het coalitieakkoord Rutte IV dd. 15 december 2021. In het BO Brainport wordt de doorontwikkeling van de mainportstatus van de Brainportregio besproken aan de hand van de Strategische Agenda Brainport.

Inmiddels staan ook voortgang van de gemaakte afspraken uit de Brainportdeal (2022) en het convenant Beethoven (2024) centraal in het overleg. Deelnemers van Rijkszijde zijn de Minister van Economische Zaken (voorzitter); Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Minister van Klimaat en Groene Groei; Minister van Infrastructuur en Waterstaat; en

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Van regiozijde zijn dit de voorzitter Stichting Brainport tevens voorzitter Metropoolregio Eindhoven, de gedeputeerde Economie Provincie Noord-Brabant, en de wethouder Economie gemeente Eindhoven tevens voorzitter portefeuillehoudersoverleg (poho) Economie Metropoolregio Eindhoven. Ook de directeur van de Stichting Brainport/Brainport Development en de secretaris-directeur van de Metropoolregio Eindhoven zijn aangesloten bij het overleg. Uitkomsten van het BO Brainport van 3 november 2025 De volgende onderwerpen zijn besproken: BIC Noord Rijk en regio hebben stilgestaan bij de ontwikkelingen rondom BIC Noord, langs drie lijnen: de uitbreidingsplannen op BIC-Noord zelf en de daarvoor bij provincie en betrokken gemeenten te doorlopen ruimtelijke procedures, en de daarvoor randvoorwaardelijke stroomvoorziening en infrastructurele maatregelen. Bij dit laatste punt is bijzondere aandacht gevraagd voor de zo snel mogelijke verbreding van de A58 Eindhoven-Tilburg. De betrokken overheden hebben eerder besloten om verschillende processtappen gelijktijdig te doorlopen. Dat gaat bijvoorbeeld om de het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit met ADC-toets, en de processtappen voor de ruimtelijke besluiten van de gemeenten Eindhoven, Best en Oirschot.

Vooralsnog lopen de diverse trajecten op schema, door grote inspanning van alle betrokken partijen. De afspraak is dat de betrokkenen elkaar goed op de hoogte houden en elkaar weten te vinden mocht dat nodig zijn. Versterken uitvoeringskracht De uitvoeringskracht van de MRE is een belangrijk aandachtspunt. Onze 21 gemeenten hebben behoefte aan extra ondersteuning om grote en complexe opgaven te kunnen realiseren. De MRE werkt daarom aan diverse realisatieteams, op het gebied van wonen, mobiliteit, energie en werklocaties. De MRE heeft voor deze ontwikkeling eerder €4 mln. beschikbaar gesteld, naast €5 mln. vanuit het Brainport Partnerfonds. Het Rijk heeft in dit overleg toegezegd ook €7 mln. bij te dragen in de aankomende vijf jaar. Daarvan gaat €5 mln. naar de MRE om de realisatieteams uit te breiden (€1 mln. per jaar t/m 2030), en €2 mln. naar programmacoördinatie en ondersteuning (€400k per jaar t/m 2030). De aanvullende inzet vanuit het Rijk is een belangrijke bijdrage voor onze 21 gemeenten, waardoor we onze realisatie- en uitvoeringskracht kunnen versterken en er sneller extra schoppen in de grond kunnen. BO MIRT Het BO MIRT moest worden verplaatst vanwege uitgestelde besluitvorming in de ministerraad over de verdeling van rijksmiddelen Woningbouw en Mobiliteit (WoMo). Besluitvorming over de WoMo-middelen heeft inmiddels plaatsgevonden.

Hoe deze middelen in Noord-Brabant verdeeld zijn, is terug te lezen via de volgende link: memo gedeputeerden provincie-Noord-Brabant. Zie ook de raadsinformatiebrief vanuit de gemeente Eindhoven.

pagina 2 van 5

Inmiddels is bekend dat het BO MIRT verplaatst wordt naar 8 januari 2026. Rijk en regio hebben tijdens het BO Brainport vooruitgeblikt naar onderwerpen die daar geagendeerd zullen worden, zoals het regio-overstijgende belang van de Spoorknoop Eindhoven. De afspraak is om over de aankomende periode intensief contact te houden in de voorbereidingen van het BO MIRT. Voorzieningen De MRE heeft het afgelopen jaar gewerkt aan een voorzieningenaanpak, als onderdeel van de afspraken in het convenant Beethoven. Bij het BO Brainport is gesproken over de voortgang, waarbij speciaal aandacht uitgaat naar de opgave rondom onderwijshuisvesting. Rijk en regio werken aan een innovatieaanpak onderwijshuisvesting om de grootste knelpunten in deze opgave aan te kunnen pakken. De uitkomsten hiervan worden in Q1 2026 opgeleverd, zodat er mogelijk ook eerste financiële afspraken gemaakt kunnen worden richting de voorjaarsnota van 2026. Naast het traject rondom de onderwijshuisvesting wordt er ook in de volle breedte van het voorzieningenvraagstuk gewerkt aan een gedeeld beeld van de opgaven op het gebied van bijv. sport, cultuur en zorg. Het convenant Beethoven plus de quickscan en nulmeting voorzieningen vormen hiervoor de basis. Ook hiervoor wordt er richting Q1 2026 een volgende stap gezet. Netcongestie De druk op de energie-infrastructuur is groot.

Daarom hebben Rijk en regio meerdere afspraken gemaakt om te werken aan oplossingen voor grote knelpunten. We bouwen daarbij voort op eerdere afspraken, zoals de afspraak bij het vorige BO Brainport om een 2e nMIEK-project voor de regio voor te bereiden (380KV-station MRE-Eindhoven). De voorbereiding hiervoor loopt volgens planning. In dit afgelopen BO Brainport is afgesproken om als Rijk, provincie en MRE €1.3 miljoen bij elkaar te leggen (€500.000,- Rijk, €300.000,- Provincie en €500.000,- MRE) voor een pilot regionaal gebiedsfonds. Dit fonds is bedoeld om een aantal actuele casussen bij de uitbreiding van de hoogspanningsstations op te lossen. Hiermee kan vertraging worden voorkomen en versneld gewerkt worden aan realisatie. Aanvullend zijn er (proces)afspraken gemaakt over o.a. het versterken van de informatiepositie van gemeenten in samenwerking met de netbeheerders, het netbewust bouwen en het belang van de regionale aansluiting op de waterstofleiding in de Delta Rijn Corridor (DRC) West. Werklocaties Werklocaties zijn belangrijk voor onze economische groei. Tegelijkertijd is er een acuut ruimtetekort voor werklocaties, en vragen ook opgaven als netcongestie, stikstof, plancapaciteit, financiële risico’s en regionaal draagvlak/uitvoeringskracht continu aandacht.

Rijk en regio hebben afgesproken om voor deze opgaven oplossingsrichtingen voor te bereiden, inclusief een concrete uitwerking aan de hand van het beoogd bedrijventerrein Brainport-Oost. Dit wordt bij het eerstvolgende BO Brainport geagendeerd.

pagina 3 van 5

Schaalsprong en exploitatie OV In eerdere BO’s Brainport heeft de provincie aangegeven dat er (financiële) uitdagingen zijn voor de schaalsprong van het OV in de Brainportregio. Door de snelle groei zijn er o.a. hoge aanloopkosten voor bijvoorbeeld de Brainportlijn(en). De provincie is niet in staat deze alleen te financieren. Er is daarom gesproken over de voorgestelde afspraak voor het BO MIRT om een ‘deep-dive’ te organiseren. In verband met start van de aanbestedingsprocedure voor de nieuwe OV-concessie in Zuid-Oost Brabant (zomer 2026), wenst de provincie in het voorjaar 2026 duidelijkheid te krijgen over oplossingsrichtingen. Rijk en regio zullen bij het BO MIRT nadere afspraken maken over de deep dive, Talent De voortgang van het Nationaal Versterkingsplan Microchiptalent is besproken. Op actielijnen 1 en 2 (initieel onderwijs) zijn sinds de beschikking deze zomer al mooie resultaten te vermelden. Voor actielijn 3 (om- en bijscholing, LLO) wordt aandacht gevraagd voor het tijdig beoordelen van de aanvraag voor 2025/2026. Hier wordt deze maand intensief contact over gehouden. ChipNL Innovatieprogramma Het landelijk innovatieprogramma ChipNL is besproken. Nederland is goed voor een aanzienlijk deel van de totale semicon waardeketen.

De inhoudelijke prioriteiten van ChipNL sluiten aan op de door het Rijk onlangs aangekondigde IPCEI-AST; een Europees projectinitiatief dat bestaat uit meerdere nationale projecten van bedrijven en/of onderzoeksinstellingen uit diverse EU-lidstaten, in dit geval specifiek gericht op ‘Advanced Semiconductor Technologies (AST)’. Versterking innovatiepijler Het onderwerp innovatie vraagt meer aandacht. Voor het volgende BO Brainport wordt een voorstel gemaakt om deze pijler te versterken; een Rijk-Regio werkgroep start daarmee voor de kerst. Deze werkgroep komt met voorstellen voor zowel het ontwikkelen van (nieuwe) waardeketens en technologieën als de bescherming en ontwikkeling van het innovatieecosysteem, met name op de innovatiecampussen. BO Gebiedsaanpak stikstof Brainport De Brainportregio is met haar grote hoeveelheid innovatieve bedrijven van groot belang voor de economie van Nederland. Maar ook hier zorgt de stikstofproblematiek voor het vastlopen van de vergunningverlening. Dit raakt de woningbouw, de verduurzaming van de economie, de infrastructuur en daarmee de ontwikkeling van de regio. Onder leiding van minister-president Schoof heeft op 28 oktober 2025 een overleg plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van de Rijksoverheid, provincie Noord-Brabant en de regio, met als onderwerp de gebiedsaanpak stikstof Brainport.

Het Rijk heeft bij de miljoenennota €242 miljoen vrijgemaakt om (economische) activiteiten in drie regio’s weer op gang te brengen, waaronder de Brainportregio. Van dit bedrag is zo’n €100 miljoen voor de regio voorzien. Het Rijk, de provincie Noord-Brabant, MRE en Brainport Development werken gezamenlijk aan een plan van aanpak dat in het eerste kwartaal van 2026 opgeleverd moet worden, met als doel ‘om de regio Eindhoven zo snel mogelijk van het stikstofslot te halen’, aldus premier Schoof.

pagina 4 van 5

Tot slot Na het BO MIRT in januari 2026 ontvangt u hierover een terugkoppeling. Voor het eerstvolgende BO Brainport wordt geprobeerd om een datum te vinden in maart 2026. Ook wordt u op de hoogte gehouden van andere ontwikkelingen, zoals de voortgang in het BO gebiedsaanpak stikstof Brainport.

Hoogachtend,

het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de secretaris,

de voorzitter,

G.A.G.H. Wouters.

, ir. J.R.V.A. Dijsselbloem.

pagina 5 van 5

Aan: Colleges van burgemeester en wethouders en Gemeenteraden van de 21 deelnemende gemeenten

uw kenmerk

uw brief van

ons kenmerk

datum

100733-4005/NLI/WBR

5 december 2025

Onderwerp

e-mailadres

Vragen en antwoorden n.a.v. het webinar fondsbeheer van 26 november 2025

n.loos@metropoolregioeindhoven.nl

Geachte gemeenteraden en colleges, Op 26 november 2025 organiseerden wij het webinar Fondsbeheer. Wij kijken terug op een waardevolle bijeenkomst met veel goede vragen en een constructieve uitwisseling. Zoals toegezegd ontvangt u hierbij het volledige document “Vragen & Antwoorden Webinar Fondsbeheer 26 november 2025” in combinatie met de presentatie zoals gegeven op 26 november (document met naam “Webinar Fondsbeheer”). Dit overzicht bevat alle gestelde vragen (zowel voor, tijdens als na het webinar) met de bijbehorende antwoorden. Dit Q&A-document sluit direct aan bij de stukken die momenteel bij uw raden voorliggen in het kader van de wensen-en-bedenkingenprocedure. Wij vertrouwen erop dat deze bundel u extra inzicht geeft bij het vormen van eventuele wensen en bedenkingen, in aanloop naar de beoogde besluitvorming door het Algemeen Bestuur op 25 februari 2026. Mocht u naar aanleiding van de Q&A of de voorliggende stukken nog aanvullende vragen hebben, dan staan wij daar uiteraard graag voor open. Hartelijk dank voor uw betrokkenheid, Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de secretaris,

G.A.G.H. Wouters.

Vragen

Antwoorden

Zou je bij MRE nog kunnen navragen hoe het proces loopt qua benoeming besturen? In statuten Woonfonds staat dat AVA aantal bestuurders bepaalt en ook benoemt terwijl de stichting als bestuurder gaat optreden. Daarin is het aantal al genoemd en ook wie welke voordracht heeft. Klopt dit dan wel met de statuten en de volgorde der dingen?

AVA van Woonfonds moet in lijn met de gemaakte afspraken de bestuursstichting als bestuurder benoemen. Als die afspraken (ooit) vervallen, dan kan de AVA van Woonfonds nieuwe bestuurders benoemen. De bestuursstichting moet bij het besturen van Woonfonds het belang van Woonfonds voorop stellen.

Publiek-private belangenafweging: wordt als kanttekening 3 wel genoemd, maar niet uitgewerkt. Kwetsbaar.

De MRE moet als uiteindelijke aandeelhouder goedkeuring geven voor belangrijke strategische beslissingen van Fondsbeheer B.V. en Woonfonds B.V. Eveneens is in de statuten van de Bestuursstichting geborgd dat de MRE benoemingsrechten voor bestuurders heeft met toegewezen zetels voor gedefinieerde partners. Het bestuur zal bestaan uit 5 zetels waarvan er slechts 1 voor ASML is gedefinieerd.

De Bestuursstichting Woonfonds kent 5 bestuurszetels. De MRE Bestuurders: hoeveel leden, wie benoemt, wordt voorzitter ASML heeft benoemingsrechten voor vier bestuurders waarbij 1 bestuurder bestuurder, wat zijn benoemingscriteria (bv expertise en diversiteit) en door ASML wordt benoemd. De leden van het bestuur krijgen geen wat is salariëring? Staat wel deels in oprichtingsakte, maar niet in beloning, ze hebben alleen recht op een onkostenvergoeding (zie art. dossier. 5.11 van de conceptakte). De benoemings- criteria en -voorwaarden zullen door het Algemeen Bestuur MRE worden vastgesteld.

Hoe is de toetsing bij de voortgang van het fond geregeld, spreken we Het op te richten fonds is een benodigd construct om de private van een financieel model dat behoudend is of hebben we het op een bijdrage aan VEX projecten te kunnen ontsluiten naar gemeenten. De optimistisch model? private bijdrage van goedgekeurde projecten wordt na afronding opgehaald en doorbetaald aan de betreffende gemeente.

Hoe wordt het fonds gevuld en wat is de looptijd van de leningen?

Het op te richten fonds wordt "gevuld" met de private bijdrage voor het VEX instrument. Er is geen sprake van leningen om het fonds te vullen. Bij afronding van een project wordt met de vaststelling de private bijdrage opgehaald en doorbetaald aan de betreffende gemeente

Van welk gemiddeld rentepercentage wordt uitgegaan als zowel een financieel behoudend dan wel optimistisch model wordt Gezien de structuur van het fonds en de werkzaamheden daarin zal gekozen?Toelichting: een te hoog percentage leidt immers naar onze er geen sprake zijn van (noemenswaardige) rentebaten. Het proces is verwachting tot minder aanvragen. Anderzijds zal een te laag gestoeld op de werkwijze van de reeds vastgestelde VEX percentage de kans op staatssteun groter maken. Bovendien is het de verordening. Concreet worden middelen pas door het fonds bedoeling dat als het project een succes wordt er een herfinanciering opgehaald op het moment dat het project al is afgerond. Deze bij de bank wordt gevraagd lijkt me en dat zal alleen gebeuren als de middelen worden vanuit daar direct doorgestort naar de aanvrager bank tegen een lager percentage zal financieren. (gemeenten) Om zo veel mogelijk middelen in concrete projecten te kunnen investeren is het nodig dat er de nodige aandacht is voor kostenbeheersing op fondsniveau. Welk maximaal overheadpercentage wordt aanhouden? Er is 3% gereserveerd voor overhead (uitvoeringskosten) Welke afspraken zijn er over monitoring en verantwoording? Toelichting: het lijkt me wenselijk dat rapportages minimaal een keer per jaar worden bijgesteld op basis van de behoefte.

In de rapportages dient te worden stilgestaan bij projecten in beheer, projecten in voorbereiding, financiële aspecten en een advies met betrekking tot In de statuten is opgenomen dat minimaal 1 maal per jaar wordt investeringsstrategie gerapporteerd Is de voeding van het fonds thans voldoende of moeten er nog Het fonds wordt uitsluitend gevoed door de private bijdrage aan VEX middelen beschikbaar komen? Kan aangegeven worden hoeveel nu projecten. Hiervoor is € 61,26 miljoen aan private bijdrage beschikbaar is? gereserveerd.

Mogen we aannemen dat het fonds een revolterend karakter heeft?

Het Woonfonds wordt opgezet met het specifieke doel om de private bijdrage voor Beethoven Wonen beschikbaar te maken. Hiermee heeft het fonds in de basis geen revolverend karakter. Mochten er in de toekomst middelen vrij komen met eenzelfde doel dan kan worden bezien of het fonds ook daarvoor kan worden ingezet

Zijn hier voor onze gemeente financiële consequenties aan verbonden Het uitgangspunt is dat de fondsen voorzien in hun eigen uitvoeringskosten. Het voorstel heeft hiermee geen financiële en zo ja, welke consequenties voor de gemeenten

Waarom doen we dit niet voor het Regionaal Mobiliteitsfonds Wanneer verwacht jij dat er een uitwerking beschikbaar is mbt de benoemingsprocedure van de bestuurders van de BV’s en bestuursstichting?

De gekozen inrichting is momenteel actief. Hier liggen specifieke afspraken onder met bijvoorbeeld de Fiscus en BDEV. Met de huidige ontwikkelingen wordt onderzocht of het wenselijk en mogelijk is om ook het Regionaal Bereikbaarheidsfonds onder te brengen in een vergelijkbare structuur De procedure zelf zal klaar zijn voorafgaand aan het besluit. De daadwerkelijke benoeming zal later zijn

Waar de borging nu wringt: A. Private invloed zonder volwaardige tegenkracht De Bestuursstichting telt 5 bestuurders, waarvan 1 door ASML te benoemen en 4 door MRE. Er is geen raad van toezicht, terwijl de stichting de BV bestuurt. De tegenstrijdig-belangfallback verwijst zelfs naar een RvT die er niet is; valt dan terug op het bestuur zelf. Dat is kwetsbaar bij perceived conflicts.

Dit is vooral een bevestiging van het belang van goede benoeming vanuit MRE. Bij een tegenstrijdig belang van één bestuurder zijn de andere bestuurders nog bevoegd. Ik acht de kans klein dat alle vijf de bestuurders een tegenstrijdig belang hebben. Het risico valt dus mee.

B. Poort voor private aandeelhouders door ontheffingsclausule De BV kent kwaliteitseisen voor aandeelhouders (publiek of 100% publiek gehouden), maar de AVA kan ontheffing verlenen. Zonder extra drempels kan dat op termijn publieke meerderheidszeggenschap uithollen.

Gezien het volledig eigenaarschap van MRE zal de publieke meerderheidszeggenschap niet zomaar in het geding komen. De MRE is immers enige deelnemer aan AVA. Alleen de MRE kan aandelen in Woonfonds overdragen of besluiten om aandelen in Woonfonds uit te geven.

C. Vertegenwoordiging en mandaten in de BVDe statuten zetten veel onder AVA-goedkeuring, maar laten in de praktijk ruimte voor operationele handelingen. Er ontbreekt een expliciet tweehandtekeningenregime voor transacties boven een drempel en een statutair verankerd mandaat- en volmachtenreglement met financiële limieten.

Het bestuur is altijd bevoegd om de vennootschap te vertegenwoordigen. Dat betekent dat de bestuursstichting bevoegd is om te tekenen. Alleen twee bestuurders van de bestuursstichting kunnen samen tekenen (art. 8.2 statuten bestuursstichting). In de praktijk is er dus een twee handtekeningenregime.

MRE kan als enig aandeelhouder een aanwijzing aan het bestuur van Fondsbeheer geven. Het bestuur dient zich te gedragen naar de aanwijzingen van de MRE, tenzij deze instructies in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming (art. 6.1.11 statuten Fondsbeheer). Fondsbeheer kan op haar beurt weer instructies geven aan het bestuur van Woonfonds.

D. Democratische instructie-keten nog niet dichtgetimmerd De brief refereert aan Wgr-proces, maar de harde vertaling naar AVAinstructies vanuit AB/DB MRE en de verplichting die instructies te volgen is nu niet in een separaat instructiereglement vastgezet. E. Statutenwijziging en ontbinding met relatief lage drempels In de BV kan de AVA de statuten wijzigen of ontbinden; bij de stichting kan het bestuur dat zelf met 2/3 meerderheid en zonder RvTMet het benoemingsrecht van MRE voor de 4 zetels is het publieke tegenkracht. Er is geen publieke waarborg (bijvoorbeeld ABbelang geborgd. Private partijen kunnen immers met slechts 1 zetel instemming) voorgeschreven. nooit tot een meerderheid van 2/3e komen.

F. Staatssteun, subsidieregime en clawback niet uitgewerkt De BV mag subsidiëren van publieke én private rechtspersonen; het instrumentarium staat nog niet in een uitgewerkte, staatssteunproof subsidieregeling met transparante criteria, KPI’s, voorrang voor publiek belang, en clawback/opschortende voorwaarden bij nietrealisatie of overcompensatie.

De optie om private partijen te voorzien van een bijdrage is in de statuten niet op voorhand uitgesloten. Hoewel deze optie niet is uitgesloten in de statuten is er wel degelijk een instrumentarium uitgewerkt (de VEX verordening) waarin deze zaken zijn afgehecht. De opzet en voorwaarden van deze regeling worden zo veel als mogelijk over genomen door de B.V. Ook al is het nu niet expliciet uitgewerkt dan betekent dat niet dat de BV zich niet hoeft te houden aan staatssteunregels

Wat is exact het doel en de rol van de bestuursstichting Woonfonds in relatie tot de Woonfonds BV? De formuleringen in de memo en in artikel 3.1 van de oprichtingsakte bieden ons hierover onvoldoende helderheid. Kunnen jullie dit in “jip-en-janneke-taal” omschrijven?

De bestuursstichting wordt met de oprichting van Woonfonds, de bestuurder van Woonfonds BV. De bestuursstichting moet dus Woonfonds besturen. In de praktijk betekent dit dat deze stichting ervoor moet zorgen dat alles binnen Woonfonds BV goed reilt en zeilt. Zo moet de bestuursstichting als bestuurder van Woonfonds ervoor zorgen dat de aanvragen voor een bijdrage in projecten goed worden opgepakt en op een juiste wijze worden afgehandeld. Als bestuurder van Woonfonds is de bestuursstichting ook formeel het eerste aanspreekpunt.

In het verlengde hiervan. In de oprichtingsakte zoals die door ons is ontvangen is art. 3.2 “zij tracht dit doel verder te bereiken door” nog niet ingevuld. Wat moet hier komen te staan?

Onder artikel 3.2 vul je soms nog iets specifieker in wat de organisatie doet. Dat gebeurt met name bij goede doelen stichtingen. Zo wordt er dan nader bepaald dat de stichting bijvoorbeeld jaarlijks een congres of een bepaald evenement (zoals een sponsorloop) moet organiseren. In de definitieve versie van de oprichtingsakte voor de Bestuursstichting kan dit deel verwijderd worden.

Zitten er in het stichtingsbestuur andere bestuurders dan in de Woonfonds BV? Hoe is de verhouding/rolverdeling tussen beide besturen? Een BV heeft normaliter een directeur of een directeur-bestuurder. Een dergelijke rol staat nergens beschreven. Graag uitleg.

De stichting is de enig bestuurder van Woonfonds. De stichting heeft zelf weer 5 bestuurders, waarvan er 1 door een private partij en 4 door de MRE worden benoemd. De BV heeft een bestuurder, dat is de bestuursstichting. In de statuten van Woonfonds wordt ook gesproken over het bestuur.

Het staat niet helemaal gelijk aan elkaar. De bestuursstichting is belast met het bestuur van Woonfonds B.V. Dat is in de basis haar taak. Daartoe wordt een bestuur aangesteld (voor de bestuursstichting dus). Zij zullen in de basis verantwoordelijk zijn voor het besturen van de bestuursstichting. Aangezien het besturen van Woonfonds B.V. de verantwoordelijkheid is van de bestuursstichting Het Bestuur van de Bestuursstichting Woonfonds (zoals bedoeld in is het bestuur van de stichting verantwoordelijk voor het bestuur van artikel 5 oprichtingsakte stichting) is gelijk aan het Bestuur Woonfonds Woonfonds B.V. In de praktijk zal het veelal hetzelfde zijn maar in BV (zoals bedoeld in art 6.1 oprichtingsakte Woonfonds BV)? puur juridische zin is het niet gelijk aan elkaar.

De Algemene Vergadering (zoals omschreven in de oprichtingsakte Woonfonds BV) is gelijk aan het Algemeen Bestuur MRE?

Ook hier wat nuance, de Algemene vergadering is de vergadering van aandeelhouders en een verplicht orgaan bij een B.V. In het geval van Woonfonds B.V. is Fondsbeheer B.V. de enige aandeelhouder. Daarmee heeft Fondsbeheer B.V. (of een vertegenwoordiging daarvan) het enige vergaderrecht in de algemene vergadering van Woonfonds B.V.Bij Fondsbeheer B.V. is eveneens sprake van een algemene vergadering. Hierbij is MRE 100% eigenaar en daarmee heeft MRE het enige vergaderrecht in de algemene vergadering van Fondsbeheer B.V. In praktische zin: Fondsbeheer moet als aandeelhouder van Woonfonds jaarlijks de jaarrekening vaststellen (art. 7.3.1 statuten Woonfonds). Voordat het bestuur van Fondsbeheer dat als aandeelhouder kan doen, moet het eerst goedkeuring krijgen van de MRE (art. 6.1.8 statuten Fondsbeheer). Daarmee krijgt de MRE dus zicht op hoe het bij het Woonfonds in het afgelopen boekjaar is verlopen

Waarom geen RVC maar een bestuursstichting

Een RvC biedt onafhankelijk toezicht, wat voordelig is voor grotere of complexe organisaties, maar brengt extra kosten en complexiteit met zich mee. Een bestuursstichting is eenvoudiger en flexibeler, ideaal voor kleinere entiteiten. Gezien de beperkte omvang en complexiteit van Woonfonds B.V. is een RvC een zwaar en kostbaar middel om het doel van toezicht en bestuur te bereiken.

Onze vraag: is er al (concreet) zicht op waar eventuele nieuwe fondsen zich op gaan richten? Of is dat nog prematuur?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16497823/1