A. Ter kennisname
Tekst van het document
Met de resultaten daaruit werken we verder aan een betrokken en toekomstgerichte organisatie. Kwaliteitscriteria 3.0 Met ingang van 1 januari 2025 zijn de landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving vernieuwd. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit drie onderdelen, namelijk kritische massa op de inzetbare kennis en ervaring, procescriteria ter ondersteuning van de regionale beleidscyclus en competentieprofielen voor onze medewerkers. De kwaliteitscriteria blijven in ontwikkeling en de ODZOB ziet de kwaliteitscriteria als een cruciaal voertuig om het vakmanschap van de ODZOB op een adequaat niveau te houden en te ontwikkelen. Twee keer per jaar worden de individuele portfolio's geactualiseerd waardoor direct de koppeling kan worden gelegd naar het opleidingsprogramma. Leren en ontwikkelen De samenstelling van het personeelsbestand verandert en vervangt. Er moet worden geïnvesteerd in het vakmanschap en de competenties van de medewerkers. Het betekent een groeiend beroep op het opleidingsbudget en de niet productieve tijd die nodig is om de opleiding zelf te volgen. Het dashboard dat in het kader van de toetsing van de kwaliteitscriteria beschikbaar is, is een belangrijk instrument om gericht te werken aan de ontwikkeling van onze medewerkers.
Op het gebied van de bedrijfsvoering gaan de ontwikkelingen snel en is permanente educatie nodig om aan de verwachtingen te kunnen blijven voldoen. Expertise en kennisinfrastructuur Binnen de ODZOB wordt in 2026 in het verlengde van de kennisinfrastructuur van Omgevingsdienst NL de eigen infrastructuur uitgebouwd. Deze kennis is nodig om op basis van expertise te kunnen adviseren bij integrale opgaven op regio- en gemeentelijk niveau en geeft invulling aan het regionaal platform dat de Meerjarenvisie 2023-2027 ten doel is gesteld. De kennis hoeft niet alleen vanuit de ODZOB te komen. Bij een aantal gemeenten zit specialistische kennis die kan worden ontsloten voor alle deelnemers. De ontwikkelingen waar landelijk op zal worden ingezet zijn: zeer zorgwekkende stoffen, bodem en ondergrond, circulaire economie, klimaatadaptatie, energietransitie en waterkwaliteit. Binnen de ODZOB
23
richten we ons op zeer zorgwekkende stoffen, energie en circulaire economie. In 2027 zetten we, in overleg met onze deelnemer, aanvullend in op (de) andere vakgebieden. Integriteit De bijzondere kenmerken van overheidstaken vereisen een hoog integriteitsniveau. Overheidsorganisaties en hun medewerkers moeten voldoen aan specifieke, zwaarwegende eisen ten aanzien van houding en optreden. Daarvoor is een adequaat integriteitsbeleid nodig. In 2026 wordt het bestaande integriteitsbeleid van de ODZOB geactualiseerd. In 2026 en 2027 ontvangen medewerkers regelmatig informatie, handvatten en gespreksonderwerpen om integriteit in hun dagelijkse werk toe te passen. Besluit begroting en verantwoording (Bbv)
Reikwijdte overhead 2023 In lijn met de Notitie Overhead 2023 op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (Bbv) worden door de ODZOB de volgende functies tot de overhead gerekend: directie & management, financiën, ICT, personeel & organisatie, secretariaat & facilitair, communicatie en de concernstaf. In deze begroting heeft in de voorbereiding op een vaste financiering van het programma bedrijfsvoering een beperkte herschikking plaatsgevonden. Daarnaast is de overhead structureel opgehoogd vanuit structureel beschikbare middelen vanuit de Meerjaren ontwikkelaanpak. Per saldo betreft dit 2,01 Fte. Hiermee komt het percentage overhead in verhouding tot de directe uren iets hoger uit. Beleidsindicatoren Gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht (beleids)indicatoren op te nemen. Doel is de begroting inzichtelijker te maken in het kader van horizontale verantwoording richting de deelnemers en een betere onderlinge vergelijkbaarheid van omgevingsdiensten. De berekening van de indicatoren is tot stand gekomen op basis van de volgende eenheden: Eenheden Omschrijving
Begroting 2025
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Aantal bewoners
809.176
809.176
809.176
816.291
Peildatum
1-1-2024
1-1-2024
1-1-2024
1-1-2025
Formatie
236,72
238,30
236,72
249,41
Bezetting
236,72
239,86
236,72
249,41 24.555
Bedragen x € 1.000 Loonsom
21.318
17.851
22.286
Lasten overhead
9.736
9.314
10.109
10.178
Apparaatskosten
30.556
28.915
31.787
34.382
Lasten externe inhuur
5.478
6.672
5.625
5.234
Totale lasten
31.165
30.428
32.405
34.382
24
Beleidsindicat o ren
Omschrijving
Begro t ing 2025
Realisat ie 2025
Begro t ing 2026
Begro t ing 2027
Formatie (a a nta l per 1.000 i nwoners )
0,29
0,29
0,29
Bezetting (a a nta l per 1.000 i nwoners )
0,29
0,29
0,29
0,30
Apparaatskosten
37,76
36,46
39,28
41,39
Externe inhuur
20%
15%
20%
18%
Overheadkosten
32%
33%
32%
30%
0,30
De beleidsindicatoren kunnen als volgt worden toegelicht: •
Formatie: aantal formatieplekken, afgezet tegen het aantal inwoners in onze regio.
•
Bezetting: aantal bezette formatieplekken, afgezet tegen het aantal inwoners in onze regio.
•
Apparaatskosten: bedrag per inwoner van alle personele en materiële kosten verband houdende met het functioneren van de organisatie.
•
Externe inhuur: lasten inhuur externen, uitgedrukt als percentage van de totale loonsom vermeerderd met de overige lasten inhuur externen. Het gepresenteerde % komt in deze tabel anders uit dan het genoemde percentage van 15% inhuur op andere plaatsen in deze begroting. De genoemde 15% is het percentage in aantal externen afgezet tegen het aantal vaste medewerkers.
•
Overheadkosten: betreft het % lasten van de overhead ten opzichte van de totale lasten.
4.4 Verbonden partijen Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (BIZOB) Sinds 2018 is de ODZOB aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (BIZOB). Deze stichting heeft zich ontwikkeld tot een expertisecentrum op het gebied van inkoop en aanbestedingen, waar inmiddels meer dan 35 publieke organisaties bij aangesloten zijn. De ODZOB heeft een indirect bestuurlijk belang (via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) en een financieel belang in de BIZOB, vandaar dat BIZOB hier als verbonden partij wordt gepresenteerd. Het BBV geldt niet voor stichtingen zodat er geen financiële gegevens over resultaat en vermogen zijn opgenomen. Het financiële risico voor de ODZOB blijft beperkt tot een eventuele aanpassing van tarieven. Omgevingsdienst NL Omgevingsdienst NL is op dit moment een vereniging van directeuren. Er is een proces gestart om te komen tot een vereniging van omgevingsdiensten met een passende governance. De verwachting op dit moment is dat deze omvorming in 2027 gaat plaatsvinden. Daarvoor moet een zienswijzeprocedure bij de deelnemers worden doorlopen.
4.5 Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 3.5 van de Woo kent de verplichting van een openbaarheidsparagraaf. Daarin wordt aandacht besteed aan de beleidsvoornemens voor de uitvoering van de wet. Bij de Woo staan de volgende pijlers centraal:
25
Actieve openbaarmaking De Woo noemt 17 categorieën van informatie die actief openbaar moeten worden gemaakt. De ministeriële regeling “Actieve openbaarmaking Woo” beschrijft de wijze waarop deze openbaar gemaakt moeten worden. Deze regeling is opgedeeld in vier tranches. De eerste tranche, met daarin de uitwerking van de eerste vijf categorieën, is per 1 november 2024 in werking getreden. De overige drie tranches worden uitgewerkt. In de eerste helft van 2026 wordt meer duidelijk over de inwerkingtreding van deze categorieën verwacht. Passieve openbaarmaking Iedereen kan de ODZOB vragen om bepaalde informatie openbaar te maken via een zogenaamd Wooverzoek. Ook bij openbaarmaking op verzoek gaat de Woo ervan uit dat het belang van openbaarheid altijd geldt en alleen in uitzonderingsgevallen een bijzonder belang vóór openbaarmaking kan gaan. Concreet betekent dit dat een Woo-verzoek (of onderdelen daarvan) alleen kan (of kunnen) worden geweigerd wanneer een beschermd belang in het geding is. Voor wat betreft de verzoeken die de ODZOB zelf betreffen is de impact van de uitvoering van de Wet Open Overheid beperkt. Voor de uitvoering van de behandeling van verzoeken op de taakuitvoering voor de bevoegde gezagen daarentegen zien wij een toename in aantal en complexiteit van verzoeken.
Uitgangspunt is dat de bevoegde gezagen zelf (bestuurlijk) verantwoordelijk zijn voor de (juridische) coördinatie naar aanleiding van een Woo-verzoek. De rol van de ODZOB is de benodigde informatie aan te leveren. Alleen voor de provincie geldt dat de ODZOB een Woo-verzoek volledig afhandelt. Informatiehuishoudingsplicht Eén van de uitgangspunten van de Woo is dat de informatiehuishouding op orde is. De verbetering van de informatiehuishouding is bij de ODZOB niet nieuw. Jaarlijks worden stappen gezet, mede onder invloed van het zaakgericht werken en digitalisering. De Meerjaren ontwikkelaanpak bevat twee majeure projecten die invulling geven aan het geactualiseerde strategische informatiebeleidsplan.
26
5. Financiële begroting 5.1 Overzicht van baten en lasten Overzicht van bat en en last en
* bedragen x 1€ Realisatie 2025 Baten
Lasten
29.160.247
19.649.591
29.160.247
19.649.591
- Basistaken 1)
15.850.011
- Verzoektaken 2)
Begroting 2026 Saldo
Baten
Lasten
9.510.656
30.103.344
20.656.234
9.510.656
30.103.344
20.656.234
10.343.426
5.506.586
14.579.381
13.310.236
9.306.165
4.004.071
2.013.832
1.723.239
290.593
31.174.080
21.372.830
Begroting 2027 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
9.447.110
31.424.764
22.069.869
9.447.110
31.424.764
22.069.869
9.354.895
10.004.042
4.575.339
14.822.649
10.410.068
4.412.581
15.523.963
10.652.192
4.871.771
16.602.115
11.659.801
4.942.314
2.102.094
1.634.895
467.199
2.099.857
1.657.933
441.924
9.801.250
32.205.438
22.291.129
9.914.309
33.524.621
23.727.802
9.796.819
Programma Programma Lokale dienstverlening Deelprogramma Opdrac hten
Programma Regionale samenwerking Totaal Programma's
9.354.895
Algemene dekkingsmiddelen
266.856
0
266.856
200.000
0
200.000
200.000
0
200.000
Overhead
287.134
9.739.405
-9.452.270
0
10.109.309
-10.109.309
0
10.648.747
-10.648.747
Heffing VPB
0
4.104
-4.104
0
5.000
-5.000
0
5.120
-5.120
Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
0
0
0
0
0
0
0
0
0
31.728.070
31.116.339
611.731
32.405.438
32.405.438
0
33.724.621
34.381.669
-657.048
Toevoeging en ont t rekking reserves Mutatie reserves
329.007
329.007
0
0
0
657.048
0
657.048
Totaal toevoeging en onttrekking aan reserves
329.007
0
329.007
0
0
0
657.048
0
657.048
Saldo van baten en lasten na mutatie reserves
32.057.078
31.116.339
940.739
32.405.438
32.405.438
0
34.381.669
34.381.669
0
1)
De gerealiseerde baten 2025 zijn inclusief € 127.926 externe projectkosten.
2)
De gerealiseerde baten 2025 zijn inclusief € 580.194 externe projectkosten.
27
5.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten De baten van de ODZOB bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor werkzaamheden uit de individuele werkprogramma’s van de deelnemers en de deelnemersbijdragen voor de regionale samenwerking, waaronder het collectief programma. De door de ODZOB uitgevoerde activiteiten worden verrekend op basis van gerealiseerde uren tegen het toepasselijke tarief uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Daarnaast worden directe (project)kosten voor derden één op één doorbelast. De Begroting 2027 is, zoals gebruikelijk, gebaseerd op de meest recente ramingen uit werkprogramma’s (in dit geval: 2026) en de afzonderlijke onderdelen uit het programma regionale samenwerking (voor zover van toepassing). De werkprogramma’s zijn wel geactualiseerd op de al bekende ontwikkelingen in 2027. Samen met de deelnemers zijn eventuele extra opdrachten, welke in de loop van het jaar 2027 in opdracht worden gegeven, geprognosticeerd. Als laatste component is op basis van de realisatie in voorgaande jaren een voorzichtige inschatting gemaakt van de opdrachten die we bovenop de verstrekte en geprognosticeerde opdrachten ontvangen. De lasten bestaan voornamelijk uit personeel gerelateerde kosten, waaronder salarissen en kosten externe inhuur. In de kostenramingen is rekening gehouden met: •
De prijsindexcijfers uit de Macro Economische Verkenning 2026, voor het begrotingsjaar 2027.
•
De benodigde externe inhuur wordt afgeleid van de totale benodigde capaciteitsinzet, rekening houdend met de verwachte inzet van medewerkers met een vast dienstverband.
•
De overige personele kosten hebben deels een variabel karakter (bewegen mee met de geraamde bezetting) en deels een vast karakter en zijn geactualiseerd op basis van onderliggende contracten Cao-ontwikkelingen en verwachte kostenstijgingen;
•
De afschrijvingen zijn gebaseerd op zowel de lasten die voortvloeien uit eerdere investeringen als uit nieuwe c.q. vervangingsinvesteringen.
Het totaal van de lasten sluit op € 34,38 miljoen. Dit komt overeen met het totaal van de baten, inclusief onttrekkingen uit de bestemmingsreserve Voormalige ISV-middelen. Onderstaand overzicht toont de verschillende kostenrubrieken op hoofdlijnen en de kostentoerekening aan de programma’s. Tenslotte wordt een toelichting gegeven op de ontwikkelingen per kostensoort. Personeel Om te komen tot de realisatie van 257.000 declarabele uren moet de ODZOB over een passende hoeveelheid personeel beschikken. Voor 2027 wordt uitgegaan van 1.299 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Deze declarabiliteitsnorm sluit aan bij de Kaderbrief 2027. De benodigde personele inzet komt uit op 249,4 fte, die als volgt zijn verdeeld: •
Primair proces
•
Overhead
51,6 fte
•
Totaal
249,4 fte
197,8 fte (20,67% van het totaal)
28
Gemiddelde bezetting POST
* aantal in fte's Realisatie 2025
Dienstverband Inhuur / payroll Totaal
Begroting 2025
0,0
Begroting 2026
Begroting 2027
194,3
194,3
42,4
42,4
37,4
236,7
236,7
249,4
212,0
Voor 2027 wordt gerekend met een flexibele schil van 15% (in formatie-eenheden). Lasten naar kostensoort en programma
POST
Personeel
* bedragen x 1€ Programma Lokale dienstverlening
Programma Regionale samenwerking
Overhead
Heffing Vpb
Totaal
21.232.619
1.411.860
7.144.326
0
29.788.805
Uitbesteding
0
0
321.173
0
321.173
Kapitaallasten
0
0
308.429
0
308.429
438.791
29.177
2.403.671
0
2.871.639
Organisatiekosten Ontwikkelingsbudget TOTAAL LASTEN (excl. doorbelastingen) Externe (door te belasten) kosten
0
0
471.148
0
471.148
21.671.410
1.441.037
10.648.747
0
33.761.194
pm
615.354
0
0
615.354
21.671.410
2.056.391
10.648.747
0
34.376.549
0
0
0
5.120
5.120
TOTAAL LASTEN 21.671.410 2.056.391 10.648.747 (* pm: externe door te belasten kosten programma lokale dienstverlening zijn nu nog niet bekend)
5.120
34.381.669
TOTAAL LASTEN (incl. doorbelastingen) Overige lasten
De personele kosten (in totaal € 29,8 miljoen) bestaan uit de volgende categorieën: •
Salarissen eigen personeel.
•
Externe inhuur.
•
Opleidingen.
•
Reis- en verblijfskosten.
•
Overige personele kosten.
De geraamde salariskosten komen in 2027 uit op € 23,1 miljoen. Dat is € 2,1 miljoen meer dan de raming in de Begroting 2026. De reden van deze toename is verklaarbaar door het aantrekken van meer personeel en het verminderen van de externe inhuur. De geraamde kosten voor externe inhuur dalen met € 0,4 miljoen naar € 5,2 miljoen. Het totaal van de salariskostende kosten voor externe inhuur zijn gestegen. Dat wordt verklaard door de volgende ontwikkelingen:
29
•
De totale personele inzet (FTE) is gestegen. Onze geraamde declarabele uren zijn gestegen met 11.000 uur ten opzichte van 2026. Dit zorgt voor een personele groei van ongeveer 9 fte. Hiermee stijgen de geraamde salariskosten ten opzichte van de begroting 2026 met € 2,1 miljoen.
•
Het aandeel van externe inhuur (de flexibele schil) is tot 15% gedaald. De geraamde kosten voor externe inhuur dalen met € 0,4 miljoen naar € 5,2 miljoen.
•
Het budget voor reis- en verblijfskosten is gestegen met € 137.000, deze stijging hangt samen met de toename van het personeelsbestand en is gebaseerd op de reisbewegingen in 2025. De overige personele kosten stijgen minimaal door de stijging voor thuiswerkvergoedingen.
Uitbesteding Onder uitbesteding vallen de kosten voor extern onderzoek en advies. Het grootste deel van dit budget betreft advieskosten over inkoop (BIZOB) en kosten voor de externe accountant. De totale raming voor externe advieskosten komt uit op € 321.000 (ruim € 37.000 meer dan in 2026). Deze ophoging betreft een adviesbudget ten behoeve van vraagstukken rondom privacy. Kapitaallasten Kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijvingen. Bij de ODZOB gaat het in praktische zin enkel om afschrijvingen omdat er nauwelijks sprake is van een externe financieringsbehoefte (met daaruit voortvloeiende rentekosten) voor deze investeringen. De kapitaallasten zijn in 2027 wat gestegen ten opzichte van 2026. De raming voor 2027 komt uit op ruim € 308.000 en is gebaseerd op een geactualiseerd investeringsprogramma. Paragraaf 5.4. bevat het geactualiseerde investeringsoverzicht voor 2027. Organisatiekosten De organisatiekosten hebben betrekking op onder andere kantoorkosten, IT-gerelateerde kosten, huur- en servicekosten en aanverwante zaken. De totale raming voor 2027 bedraagt € 2,86 miljoen. Er is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de IT-beheerkosten. Vanuit de kwetsbaarheid is ingezet op het outsourcen van de helpdesk, dit om continuïteit te waarborgen. Daarnaast zien we dat enkele kernapplicaties hun indexering onevenredig hard laten stijgen.
Vandaar dat deze kosten in 2027 bijna € 275.000 hoger begroot zijn dan in de primaire Begroting 2026. Op overige posten is het budget herschikt op basis van realisatie. Programmakosten Door het algemeen bestuur is op 19 december 2024 besloten middelen beschikbaar te stellen voor de Meerjaren ontwikkelaanpak. Voor deze ontwikkelaanpak is voor drie jaren (2025, 2026 en 2027) een ontwikkelbudget van € 0,8 miljoen ter beschikking gesteld. Voor 2027 is het structurele deel van dit budget (€ 0,35 miljoen) in deze begroting verwerkt. De incidentele component (€ 0,45 miljoen) is (geïndexeerd) beschikbaar voor het laatste jaar ontwikkelopgaven vanuit de Meerjaren ontwikkelaanpak.
30
Externe programmakosten In het programma Regionale Samenwerking zijn externe programmakosten opgenomen die worden bekostigd door de deelnemersbijdragen aan dit programma. Deze zijn als volgt opgebouwd: •
Bijdrage aan SSiB
€ 416.386
•
Brabantse meldkamer
€ 128.298
•
Bijdrage fysiek Regionaal Meetnet
€
57.841
•
Diversen
€
12.830
•
Totaal
€ 615.354
31
5.3 Opbouw gemiddeld uurtarief Het gemiddeld uurtarief dat in de voorliggende Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 wordt gepresenteerd kent zijn oorsprong in de Kaderbrief 2027. Daarin is een gemiddeld uurtarief voor 2027 van € 131,93 vastgesteld. Op basis van de Kaderbrief 2027 zijn de baten én de lasten bijgesteld. Wij hebben als uitgangspunt gehanteerd zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de realiteit en binnen de bestaande kaders uitvoering te geven aan onze taken. In de voorliggende begroting hebben we de lonen doorgerekend op basis van de Cao-ontwikkelingen, waar dit in voorgaande jaren werd gebaseerd op de loonindex (financieel effect ongeveer € 125.000). Daarnaast is het inhuurpercentage zoals in de kadernota aangegeven naar beneden bijgesteld (van 18% naar 15%, financieel effect ongeveer € 392.000). De overige materiële kosten zijn zo goed als mogelijk op realistisch begroot. Door scherper te ramen kan ons uurtarief naar beneden worden bijgesteld met € 2,05 per uur. Daarnaast is, vooruitlopend op besluitvorming op de Jaarstukken 2025, een verder tariefsverlaging verwerkt. Bij de jaarstukken wordt voorgesteld om de incidenteel geraamde bijdrage voor de Meerjaren ontwikkelaanpak ( € 471.000) voor 2027 te reserveren voor een tariefsverlaging in 2027. Door deze reservering kunnen we het tarief verder laten dalen met € 1,83 uur.
Hiermee wordt het gemiddeld uurtarief voor 2027: •
Gemiddeld uurtarief 2026
€ 128,42
•
Loonontwikkeling MEV 2026 (1,9%)
€
2,50
•
Prijsontwikkeling MEV 2026 (0,8%)
€
1,02
•
Gemiddeld uurtarief gepresenteerd bij de Kadernota 2027
€ 131,93
•
Tariefsverlaging door o.a. realistischer ramen van baten en lasten
-€
2,05
•
Tariefsverlaging vanuit resultaatbestemming Jaarstukken 2025
-€
1,83
•
Gemiddeld uurtarief begroting 2027
€ 128,05
Het gemiddeld uurtarief voor 2027 daalt daarmee tot onder ht tarief van 2026. De verlaging is € 0,37. De opbouw van het gemiddeld uurtarief is als volgt:
32
Berekening gemiddelde uurt arieven
* bedragen x 1€
Totaal lasten1) Vennootschapsbelasting
Direct
Overhead
Totaal
23.727.802
10.648.747
34.376.549
0
5.120
5.120
Storting algemene reverve
0
0
10.653.867
34.381.669
615.354
0
615.354
0
200.000
200.000
657.048
0
657.048
22.455.400
10.453.867
32.909.267
257.000
257.000
257.000
87,38
40,68
128,05
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Uurtarief
€ 123,23
€ 128,42
€ 128,05
Declarabele uren
243.784
246.000
257.000
FTE's direct Gemiddeld aantal declarabele uren per directe FTE Ziekteverzuim
198,13
189,38
197,84
1.229
1.299
1.299
6,4%
6,0%
6,0%
Direct
198,13
189,38
197,84
Overhead
39,92
47,34
51,56
238,05
236,72
249,41
Totaal lasten
23.727.802
-/- Waarvan gedekt uit externe programmakosten -/- Algemene dekkingsmiddelen -/- Onttrekking uit reserves Kosten 2027 na dekking uit programmakosten en algemene dekkingsmiddelen
Aantal declarabele uren2) Gemiddeld uurtarief
1)
Zie bijlage 4 voor een nadere onderbouw ing van de lasten;
2)
Aantal directe fte's (197,55) x aantal declarabele uren per directe fte (1.299 uur);
Kenget allen
FTE's
Totaal
5.4 Uiteenzetting financiële positie en de toelichting De financiële positie wordt toegelicht in de volgende overzichten waarin de verwachte ontwikkelingen op de balans zijn weergegeven. Dit voor zowel het begrotingsjaar als voor de meerjarenraming.
33
Geprognotiseerde begin- en eindbalans: (Geprognost iceerde) balans per 31-12 ACTIVA
* bedragen x 1 € Realisat ie 2025
2026
2027
2028
2029
2030
Vast e act iva Immat eriële vast e act iva
0
0
0
0
0
0
Mat eriële vast e act iva
1.128.254
1.037.054
1.006.034
848.886
701.071
701.071
Investeringen met een economisch nut
1.128.254
1.037.054
1.006.034
848.886
701.071
701.071
0
0
0
0
0
0
1.128.254
1.037.054
1.006.034
848.886
701.071
701.071
Financiële vast e act iva Totaal vaste activa
Vlot t ende act iva Voorraden
0
0
0
0
0
0
Onderhanden werk
0
0
0
0
0
0
6.970.476
6.941.438
6.786.558
6.756.231
6.834.796
6.763.771
2.511.711
2.511.711
2.511.711
2.511.711
2.511.711
2.511.711
4.400.750
4.371.712
4.216.832
4.186.505
4.265.070
4.194.045
58.015
58.015
58.015
58.015
58.015
58.015
Uit zet t ingen met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; Overige vorderingen
Liquide middelen
250.832
250.832
250.832
250.832
250.832
250.832
Banksaldi
250.832
250.832
250.832
250.832
250.832
250.832
Overlopende act iva
400.339
400.339
400.339
400.339
400.339
400.339
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van:
- Europese overheidslichamen
0
- het Rijk
0
- overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
0 743 399.596
Totaal vlottende activa
7.621.647
7.592.609
7.437.729
7.407.402
7.485.967
7.414.942
TOTAAL ACTIVA
8.749.901
8.629.663
8.443.763
8.256.288
8.187.038
8.116.013
34