CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A Ter kennisname

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname25.645 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Leven in het gezin Aandacht van ouders Ik vind de liefde en aandacht die ik van mijn ouders of opvoeders krijg… Hiermee bedoelen we: – Ze begrijpen je. – Ze hebben tijd voor je als je ze nodig hebt. – Je hebt een goede band met ze. Structuur Ik vind de structuur, regels en ondersteuning die er thuis zijn… Hiermee bedoelen we: – Je staat op een vaste tijd op.

– – –

Je gaat elke dag naar school. Er zijn afspraken en regels. Daar moet jij je aan houden. Er is thuis iemand die je helpt als dat nodig is

Voorbeeld ouders Ik vind het goede voorbeeld dat mijn ouders of opvoeders geven… Hiermee bedoelen we: – Ruzie wordt uitgepraat. – Ze leggen dingen uit als je iets niet snapt. – Ze zorgen goed voor zichzelf en anderen. – Ze hebben werk of doen vrijwilligerswerk. Interesse van ouder Ik vind de interesse die mijn ouders of opvoeders hebben in wat ik belangrijk vind… Hiermee bedoelen we: – Je kunt je verhaal bij hen kwijt. – Ze luisteren naar jouw ideeën en wensen. – Je kunt met hen praten als je problemen hebt. – In je vrije tijd mag je zelf kiezen wat jij wilt doen.

27

Opvoeding Ik vind mijn opvoeding… Hiermee bedoelen we: – Er wordt altijd goed voor je gezorgd. – Er staat altijd iemand voor je klaar. – Je hebt contact met andere volwassenen die belangrijk voor je zijn. – Of die langere tijd voor je hebben gezorgd (bijvoorbeeld familieleden of pleegouders). Veiligheid thuis Ik vind de veiligheid bij mij in huis… Hiermee bedoelen we: – Je voelt je veilig bij jou thuis. – Er wordt bij jou thuis niet geslagen of gevochten. – Er worden bij jou thuis geen drugs gebruikt. – Er wordt bij jou thuis niet gescholden. Verzorging De verzorging die ik krijg, vind ik… Hiermee bedoelen we: – Je krijgt genoeg te eten en te drinken. – Je hebt genoeg kleding. – Je krijgt genoeg slaap. – Er is een dokter wanneer je die nodig hebt.

Sociale omgeving buiten het gezin School en vrije tijd School en mijn vrije tijd vind ik… Hiermee bedoelen we: – Je vindt het niet vervelend om naar school te gaan. – Je krijgt op school genoeg hulp en steun, zodat je goed kunt leren. – Je krijgt de kans om in je vrije tijd de dingen te doen die je leuk vindt. Of dingen waar je goed in bent (bijvoorbeeld sport, muziek, toneel, scouting of skateboarden). Vrienden Ik vind het contact met mijn vrienden… Hiermee bedoelen we: – Je doet leuke dingen met je vrienden. – Je kunt goed met je vrienden opschieten. – Jouw vrienden begrijpen je. – Jouw vrienden houden rekening met wie jij bent.

28

Andere volwassenen De hulp die ik van andere volwassenen krijg, vind ik… Hiermee bedoelen we: – Behalve je ouders of opvoeders zijn er andere mensen die jou helpen. Bijvoorbeeld andere familie, buren of leraren. – Als je vragen hebt of extra hulp nodig hebt, kun je bij familieleden, buren, leraren of andere mensen terecht. – Je zit bij een (sport)club of vereniging. Voorbeeld andere volwassenen Het goede voorbeeld dat ik krijg van mensen die ik ken, vind ik… Hiermee bedoelen we: – Kinderen en volwassenen die jij kent zorgen goed voor zichzelf en voor anderen. – Kinderen en volwassenen die jij kent helpen elkaar graag. – Kinderen en volwassenen die jij kent behandelen elkaar met respect (zijn aardig voor elkaar). – Kinderen en volwassenen die jij kent hebben een goede invloed op je.

Respect Ik vind het respect dat ik krijg… Hiermee bedoelen we: – Je wordt niet anders behandeld dan andere kinderen die jij kent (bijvoorbeeld om je geloof, om hoe je eruitziet, omdat je arm of rijk bent, of omdat je een handicap hebt). – Je hebt het gevoel dat anderen rekening houden met wie jij bent. – Je krijgt dezelfde kansen als andere kinderen. – Je kunt alleen zijn wanneer jij dat wilt (bijvoorbeeld op jouw kamer). – Jouw ouders, opvoeders of anderen lezen niet zomaar mee met je WhatsAppgesprekken, e-mails of brieven. Veiligheid buurt Ik vind de veiligheid bij mij in de buurt… Hiermee bedoelen we: – Je voelt je veilig in jouw buurt. – Er is weinig ruzie in de buurt. – Er wordt niet vaak ingebroken in jouw buurt. – Er worden in jouw buurt geen dingen gedaan die niet mogen. – Er hangen geen vervelende mensen of jongeren rond in jouw buurt.

29

Zekerheid en toekomstperspectief De rust en zekerheid in mijn leven vind ik… Hiermee bedoelen we: – Je gelooft dat jouw leven later goed zal zijn. – Je bent niet vaak verhuisd. – Als er iets verandert dan wordt dat met jou besproken. – Je bent niet plotseling van school gewisseld. – Er zijn geen grote dingen in je leven gebeurd die je moeilijk of vervelend vond.

“Mijn moeder is vrij onverwachts, net als mijn zus. Mijn zus woont gelukkig niet meer thuis, aangezien dat echt niet meer kon.” 17-jarig meisje

30

Bijlage B. Over het onderzoek De kinderen die meededen aan het onderzoek Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van de gegevens uit het onderzoek ‘Als je het ons vraagt’. De Kinderombudsman heeft de data verzameld over drie periodes tussen 2020 en 2024. ‘Als je het ons vraagt’ heeft als doel om inzicht te krijgen in hoe het gaat met kinderen in Nederland en waar zij graag verbetering in willen zien. De deelnemers zijn kinderen van 8 tot 18 jaar die in Nederland wonen. De deelnemende kinderen werden voornamelijk geworven via online platforms en jeugdorganisaties. Kinderen uit Caribisch Nederland en kinderen van wie de ingevulde vragenlijsten niet compleet waren, zijn niet meegenomen in dit onderzoek. Uiteindelijk waren er in totaal 7.059 kinderen die deelnamen aan dit onderzoek. Hiervan gaven 565 kinderen aan dat zij thuis te maken hebben met ruzie en geweld, waarvan 408 kinderen hun leven een voldoende gaven en 157 hun leven een onvoldoende.

Colofon De Kinderombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag 0800-876 54 32 (maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur) www.dekinderombudsman.nl Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer Hoofd onderzoek Laura van den Heuvel Auteur Quincy Krijger Alexandra de Jong 20 november 2025 Rapportnummer: KOM10/2025

Beste raadslid, Ieder jaar op Wereldtoiletdag, 19 november, vragen we aandacht voor het wc-tekort in Nederland. MDL Fonds publiceert daarom al jaren een Ranglijst Wc-vriendelijkheid bij Gemeenten om aandacht te vragen voor het wc-probleem. Dit jaar is de lijst vernieuwd: • We baseren het onderzoek voor het eerst op onze eigen MDL Fonds WC Wijzer-app • Kwaliteit en toegankelijkheid van toiletten hebben extra gewicht gekregen • We gebruiken nieuwe gegevens zoals het aantal wc’s per km² Net als voorheen telt ook gemeentelijk beleid mee, zoals structurele inzet voor meer opengestelde wc’s. Wat kunt u doen om uw cijfer op te halen? 1. Roep uw college op om te komen met een nota toiletbeleid met daarin een aanpak om de situatie te verbeteren en het benodigde budget. Uw college kan daarbij gebruik maken van het Stappenplan Op naar meer toiletten. 2. Het zal u verbazen hoeveel toiletten er beschikbaar komen voor passanten als de gemeente zelf al zijn toiletten in de WC Wijzer-app beschikbaar maakt: het gemeentehuis, wijkcentra, dorpshuizen, sporthallen, zwembaden, begraafplaatsen, de gemeentewerf, enz. Dus laat uw gemeente zich aanmelden en we gaan graag in gesprek over samenwerking om die wc's vindbaar te maken in de app! 3. Ga in gesprek met winkels en horeca en vraag ze hun toilet open te stellen via de app en met een sticker te laten zien hoe toiletgastvrij ze zijn.

Wij stellen de sticker gratis ter beschikking. 4. Zijn er nog witte vlekken in tijd of ruimte? Plaats openbare toiletten! Leveranciers Paavo, Francioli en Sanitronics geven op het Toiletsymposium van 27 november (14:00-16:00 uur) een uitleg van hun product. Aanmelden voor het symposium kan nog via Aanmeldformulier Toiletsymposium 2025 - Formulier invullen. Zoals gezegd hebben we als MDL Fonds een app waarin mensen duizenden opengestelde toiletten kunnen vinden: de MDL Fonds WC Wijzer. Deze is gratis beschikbaar in de Apple Store en de Google Play Store. Op basis van deze app maken we ook de Ranglijst der Toiletvriendelijkheid bij Gemeenten. We helpen graag om meer toiletten in die app te krijgen én uw actie in de publiciteit te krijgen. Ga bijvoorbeeld met partijvrijwilligers op pad en vraag aan winkels, horeca en dienstverleners of ze in de app willen. Meld de gegevens aan op https://www.mdlfonds.nl/wcwijzer/ en wij zetten ze in de app. Voor vragen of opmerkingen kunnen u, ambtenaren en collegeleden en uw raadsleden reageren op deze mail (info@toiletalliantie.nl) of bellen of appen met Ivo Thonon Met vriendelijke groet, Ivo Thonon Beleidsadviseur info@toiletalliantie.nl MDL Fonds, namens de gehele Toiletalliantie https://www.iederewctelt.nl/

Bijgaand mail ik u informatie over Buurtgezinnen, een landelijke organisatie die momenteel in ruim 150 gemeenten actief is. Wij koppelen gezinnen die tijdelijk steun kunnen gebruiken aan een warm en betrokken steungezin in de buurt. Zo zorgen we samen dat kinderen veilig, stabiel en met vertrouwen kunnen opgroeien. In de bijlage vindt u informatie over onze werkwijze en resultaten. Deze informatie laat zien hoe Buurtgezinnen op een laagdrempelige en preventieve manier bijdraagt aan sterke gezinnen en minder beroep op (jeugd)zorg. Wij stellen het zeer op prijs als u deze informatie wilt doorsturen naar de politieke partijen in uw gemeente, zodat zij kunnen overwegen Buurtgezinnen voort te zetten, verder te versterken of te introduceren in hun verkiezingsprogramma’s voor de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Nieuwegein, november 2025

Beste leden van de politieke partijen, Via de griffie ontvangt u hierbij informatie over Buurtgezinnen, een initiatief dat in steeds meer gemeenten bijdraagt aan sterke gezinnen en minder inzet van (jeugd)zorg. In steeds meer gemeenten groeit het besef dat preventieve steun het verschil kan maken voor gezinnen die het tijdelijk moeilijk hebben. Buurtgezinnen biedt die steun: laagdrempelig, dichtbij en met groot effect. Wij koppelen gezinnen die tijdelijk wat hulp kunnen gebruiken aan een warm en stabiel steungezin in de buurt. Zo krijgen kinderen extra aandacht, ouders meer ademruimte en kan zwaardere (jeugd)zorg vaak worden voorkomen. De resultaten spreken voor zich: • In ruim 150 gemeenten werkt Buurtgezinnen met succes. • Meer dan 7.000 kinderen hebben inmiddels een steungezin gevonden. • Gemeenten zien minder inzet van jeugdhulp en meer verbondenheid in buurten. Buurtgezinnen is een praktisch en bewezen preventief initiatief dat past bij een samenleving waarin mensen naar elkaar omzien. Daarom vragen wij u om Buurtgezinnen op te nemen in uw verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Dat kan gaan om het voortzetten en versterken van het bestaande aanbod of om het introduceren van Buurtgezinnen in gemeenten waar wij nog niet actief zijn. In de bijlagen vindt u onze werkwijze en resultaten.

Meer informatie vindt u op onze website: www.buurtgezinnen.nl/gemeente. Ook kunt u ons magazine lezen met verhalen uit de praktijk https://www.buurtgezinnen.nl/buurtgezinnen-magazine/. Voor vragen of verdere toelichting kunt u altijd contact met ons opnemen via info@buurtgezinnen.nl Hartelijke groet,

Dilek Odabasi-Seker Directeur-bestuurder

Herenstraat 47 | 3431 CW Nieuwegein| 06 417 57 902 NL 95 INGB 0006 7343 78 | KvK: 61625078 www.buurtgezinnen.nl | info@buurtgezinnen.nl

Landelijke Effectrapportage factsheet voor gemeenten 2025

306 koppelingen (gekoppeld in 2022)

eenoudergezin

435

KINDEREN

19%

33%

11%

37%

0-4 jaar

4-8 jaar

8-12 jaar

ouder dan 12 jaar

51%

SOCIAAL RENDEMENT TOP 6 EFFECTEN OUDERS 1 88% Uitrusten en vermindering opvoedstress 2 87% Uitbreiden netwerk 3 73% Toename zelfvertrouwen/veerkracht 4 67% Toename vertrouwen in de toekomst 5 52% Uitbreiden opvoedrepertoire 6 37% Activering: oppakken werk/studie of zelf

12%

vluchtelingengezin

Onder het motto ‘Opvoeden doen we samen’, koppelt Buurtgezinnen gezinnen die steun kunnen gebruiken aan een stabiel gezin in de buurt. Buurtgezinnen zorgt ervoor dat kinderen positief opgroeien in hun eigen gezin, versterkt de gemeenschapszin en vermindert beroepsmatige hulp en uithuisplaatsingen.

TOP 6 EFFECTEN KINDEREN 1 84% Onbezorgd kind zijn 2 80% Horizonverruiming en ontwikkeling 3 76% Meer sociale contacten 4 60% Toename zelfvertrouwen/veerkracht 5 18% Vermindering gedragsproblemen 6 16% Verbetering schoolprestaties

hulp bieden aan anderen

VERANTWOORDING CIJFERS In 2022 hebben we 1.133 nieuwe koppelingen tussen gezinnen gemaakt. Bij 306 koppelingen, met 435 betrokken kinderen, zijn de effecten onderzocht. Voor elk vraaggezin wordt bij de start een nulmeting uitgevoerd en geregistreerd welke jeugdhulp, in welke intensiteit en frequentie, aanwezig is. Een koppeling loopt in principe twee jaar en aan het einde van die twee jaar doen we een eindmeting bij deze gezinnen. Aan dit onderzoek namen 34 uiteenlopende gemeenten deel (grote en kleine, stedelijke en landelijke).

Dat is 34% van het aantal gemeenten van Buurtgezinnen in 2022. De kwalitatieve effecten zijn vastgesteld door coördinatoren op basis van gesprekken met de gezinnen. De financiële besparingen zijn waar mogelijk in overleg met hulpverleners ingeschat. We zijn uitgegaan van een lijst met normtarieven uit de Maatschappelijke Prijslijst van de Hogeschool Arnhem Nijmegen, aangevuld met lokale inkooptarieven (2021). Sinds 2019 houden wij onze effecten bij. De onderzochte effecten zijn niet alleen toe te schrijven aan de inzet van Buurtgezinnen, maar ook aan de samenwerking tussen betrokken partijen.

FINANCIEEL RENDEMENT TOP 6 BESPARINGEN IN HULP AAN DE GEZINNEN (% besparingen t.o.v. totaalbesparing bij 306 koppelingen)

1 41% Begeleiding wijk- of jeugdteam 2 37% Kinderopvang (op indicatie) 3 37% Geïndiceerde gezinsbegeleiding 4 23% Coaching en therapie 5 14% Logeeropvang 6 12% Zorgboerderij

€ 14.650

GEMIDDELDE BESPARING PER KOPPELING

KLANTENTEVREDENHEID (reactie van 32% vraag- en 36% steungezinnen) 2021 • • • • • •

Bereikbaarheid Snelheid Betrouwbaarheid Uitleg en informatie Ondersteuning Kwaliteit van de match

8,9 8,8 9,0 9,0 8,8 8,5

2022

8,9 8,9 9,1 9,1 8,8 8,5

2023

9,0 8,9 9,2 9,1 8,9 8,6

2024

9,1 8,9 9,2 9,2 9,0 8,6

UIT DE PRAKTIJK Vluchtelingengezin

Een jongetje van drie jaar speelt elke maandagmiddag bij een steungezin in de buurt. Zijn ouders zijn gevlucht uit Syrië en proberen thuis zoveel mogelijk Nederlands te spreken. Dat is niet altijd gemakkelijk. Op de peuterspeelzaal leert hij al veel, maar op aanraden van zijn juf is een steungezin gezocht. Het steungezin heeft een kind van ongeveer dezelfde leeftijd. Samen spelen en praten de kinderen volop, wat het jongetje helpt om spelenderwijs meer Nederlands te leren. Ondertussen gebruikt zijn moeder deze momenten om zich te focussen op haar eigen huiswerk voor haar Nederlandse taalopleiding. Zo werken moeder en zoon tegelijk aan hun toekomst.

Overbelaste alleenstaande moeder

Een alleenstaande moeder met meerdere jonge kinderen kreeg intensieve hulp na een melding bij Veilig Thuis. De school maakte zich zorgen of zij de opvoeding alleen aankon. Na een moeilijke jeugd en een verleden in pleeggezinnen, stond ze er in een nieuwe stad helemaal alleen voor. Uithuisplaatsing van de kinderen leek onvermijdelijk, maar met ambulante hulp en de inzet van Buurtgezinnen werd een oplossing gevonden. Voor elk kind werd een steungezin gevonden. Zij vangen om de week op zaterdag de kinderen op. Door deze gezamenlijke inzet kon uithuisplaatsing worden voorkomen en kan dit gezin samen blijven.

buurtgezinnen.nl

Werkwijze Buurtgezinnen Opvoeden doen we samen Buurtgezinnen werd in 2015 opgericht, geïnspireerd op een oude gedachte: opvoeden doen we samen. Gezinnen die steun kunnen gebruiken (vraaggezinnen) worden door een lokale coördinator gekoppeld aan een stabiel gezin in de buurt (steungezin). Op een laagdrempelige, gelijkwaardig en alledaagse manier krijgen kinderen zo wat extra liefde en aandacht terwijl hun ouders even worden ontlast. Een belangrijk uitgangspunt van de Hervormingsagenda Jeugd is dat gezinnen zoveel mogelijk op eigen kracht en met hulp uit hun omgeving problemen het hoofd kunnen bieden – nog vóórdat professionele jeugdhulp nodig is.

Buurtgezinnen sluit hier naadloos op aan: wij zetten in op preventie. We willen voorkomen dat spanningen binnen gezinnen escaleren en er zwaardere hulp – of in het uiterste geval uithuisplaatsing – nodig is. In 2025 zijn we actief in meer dan 150 gemeenten en hebben we al meer dan 8.000 koppelingen tussen gezinnen tot stand gebracht. Buurtgezinnen bereikt haar doelen door vitale steungezinnen te koppelen aan overbelaste vraaggezinnen in de buurt. Zo dragen we bij aan: • Een veilige en positieve ontwikkeling van kinderen. • Het versterken van de eigen kracht en opvoedvaardigheden van ouders. • Het vergroten van een steunend netwerk voor kwetsbare ouders en kinderen. • Meer onderlinge betrokkenheid en verbondenheid in de buurt.

Vraaggezinnen

Vrijwillige steungezinnen

Vraaggezinnen zijn gezinnen die te maken hebben met (dreigende) overbelasting, vaak als gevolg van een combinatie van beperkte draagkracht (zoals alleenstaand ouderschap of gezondheidsproblemen) en uitdagingen die veel van hen vragen. Ook vluchtelingengezinnen kunnen zich aanmelden. Niet elk gezin is geschikt voor deelname aan Buurtgezinnen. Soms kunnen problemen te zwaar zijn en is (eerst) professionele hulp nodig. Dit beoordeelt Buurtgezinnen na kennismaking met het vraaggezin.

Steungezinnen bestaan uit ervaren en competente ouders die graag iets willen betekenen voor een ander en zo een waardevolle bijdrage leveren aan de samenleving. Zij ondersteunen het vraaggezin, maar nemen de opvoeding niet over. Ze bieden juist ruimte voor kinderen om kind te zijn en helpen ouders hun eigen kracht en zelfredzaamheid te versterken. Steunouders worden zorgvuldig geselecteerd op basis van een competentieprofiel en dienen een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) te overleggen.

Kenmerken vraaggezinnen: • Gezinnen die overbelast zijn of dreigen te raken, waardoor de kinderen te weinig aandacht krijgen • Vaak spelen omstandigheden mee, zoals alleenstaand ouderschap, armoede, mantelzorg, een verstandelijke beperking, psychische klachten of (gedrags)problemen bij het kind, die de draagkracht van ouders onder druk zetten. • Het gezin kan niet terugvallen op familie of mensen om hen heen, of de steun die zij krijgen is beperkt. • Ouders zijn gemotiveerd om mee te doen en kunnen afspraken maken én nakomen. Deelname aan Buurtgezinnen is altijd vrijwillig. • De kinderen in het gezin zijn tussen de 0 en 23 jaar.

De ondersteuning wordt afgestemd op de behoeften van het vraaggezin en kan uiteenlopen van wekelijkse opvang op een vaste middag, logeerpartijen, tot meegaan naar sportactiviteiten of ouderavonden. De achtergronden van steungezinnen zijn divers: het kunnen jonge gezinnen zijn, gezinnen met uitwonende kinderen, of senioren die een opa-en-oma-rol vervullen. Zo kunnen ook senioren een zinvolle bijdragen leveren en mee blijven doen. De religieuze en culturele achtergrond van onze steungezinnen verschilt en ook mannen- en vrouwenstellen of éénoudergezinnen bieden steun. De werving van steungezinnen gebeurt onder andere via scholen, vrijwilligerscentrales, gezondheidscentra, sportverenigingen, kerken en buurthuizen. Daarnaast is de inzet van Facebook en Instagram uitermate effectief gebleken bij het zoeken van steungezinnen; Buurtgezinnen is daar dan ook zeer actief. Voor elke Buurtgezinnen gemeente maken wij een eigen Facebook en Instagram pagina.

Matchen en begeleiden van gezinnen

Rol coördinator Buurtgezinnen

Na aanmelding bezoekt de coördinator het vraaggezin. In twee gesprekken wordt gekeken naar de aard van het gezin, wat goed gaat, wat lastig is, en welke steun gewenst is. Daarna wordt een wervingsprofiel opgesteld, dat via onze website en sociale media wordt gedeeld.

Buurtgezinnen stelt in overleg met de gemeente een lokale coördinator aan die zorgt voor: • Publiciteit in de gemeente over dit nieuwe initiatief. • Afstemming met samenwerkingspartners in het sociaal domein. • Opsporen van vraaggezinnen en steungezinnen. • Kennismakingsgesprekken en screening van gezinnen. • Koppelen van vraag- en steungezinnen. • Formeel vastleggen van de afspraken in een contract. • Begeleiden van de steungezinnen. • Monitoren van de voortgang, kwaliteit en veiligheid. • Organiseren van Buurtgezinnenactiviteiten voor vraag- en steungezinnen. • Voeren van voortgangsoverleg met de gemeente. • Beheer van lokale sociale media; Facebook en Instagram account. • Registratie en onderhoud gegevensbestanden database.

Wanneer zich geschikte steungezinnen melden, voert de coördinator ook met hen twee gesprekken. Op basis daarvan doet zij een voorstel aan het vraaggezin. Klikt het tijdens de kennismaking tussen beide gezinnen, dan worden afspraken gemaakt en huisregels ondertekend. Vraag- en steungezin gaan een duurzame verbintenis met elkaar aan, zo lang als wenselijk is. Na de proefperiode van twee maanden, volgt een evaluatiegesprek. Daarna vindt elke zes maanden een voortgangsgesprek plaats met de coördinator en beide gezinnen. Tussendoor is de coördinator beschikbaar bij vragen en problemen, bijvoorbeeld als er zorgen zijn over de ontwikkeling van een kind of als er meer nodig is. Bij signalen van onveiligheid speelt de coördinator een belangrijke rol. Steungezinnen leven en veren mee met de mogelijkheden en beperkingen van het gezin dat ze ondersteunen. De aard en mate van ondersteuning kan variëren in de loop van de tijd, mede afhankelijk van de toenemende eigen kracht van het vraaggezin. Dit is tijdens de evaluaties onderwerp van gesprek. Na twee jaar stopt de begeleiding van Buurtgezinnen. Tegen die tijd is de relatie tussen de gezinnen zo stevig geworden dat ze zelfstandig verder kunnen. Mocht dat nodig zijn, dan kan altijd opnieuw contact worden opgenomen met de coördinator.

De coördinator wordt ondersteund door een regiocoördinator en een professionele landelijke backoffice. Nieuwe coördinatoren worden ingewerkt en begeleid. Tenminste eenmaal per kwartaal komen de coördinatoren uit dezelfde regio bij elkaar voor intervisie en professionalisering. Daarnaast zijn er landelijke professionaliseringsdagen via de Buurtgezinnen Academie.

Inzet van De Oudertelefoon Sinds april 2025 valt De Oudertelefoon onder het bestuur van Buurtgezinnen. Net als Buurtgezinnen biedt deze organisatie laagdrempelige, vrijwillige ondersteuning aan ouders. Ouders kunnen op werkdagen gratis en anoniem bellen en chatten met getrainde vrijwilligers met een professionele achtergrond. Voor gezinnen die zich hebben aangemeld bij Buurtgezinnen, maar nog wachten op een match, is dit een waardevolle aanvulling. De Oudertelefoon biedt een luisterend oor en denkt met hen mee bij zowel grote als kleine zorgen. Ook ná het afronden van een koppeling kunnen ouders bij De Oudertelefoon terecht voor nazorg – laagdrempelig, wanneer zij daar behoefte aan hebben. Zo kan worden voorkomen dat nieuwe problemen uitgroeien tot iets groters. De coördinator informeert ouders actief over dit aanbod.

Doorverwijzen naar formele hulp Soms maken steungezinnen zich zorgen over de ontwikkeling van een kind of over de opvoedvaardigheden van de vraagouders. Wanneer dit buiten hun expertise valt, is dit onderwerp van gesprek tijdens het voortgangsoverleg tussen steungezin, vraaggezin en de coördinator van Buurtgezinnen. Aan het begin van de samenwerking wordt met elkaar afgesproken dat bij dit soort zorgen de coördinator wordt betrokken. De coördinator kent de sociale kaart en kan gericht doorverwijzen naar de formele hulp. Het komt voor dat steunouders vervolgens betrokken worden bij het hulpverleningstraject dat volgt. We vinden het daarbij belangrijk dat zij niet de rol van hulpverlener krijgen. Zij zijn er om de ouders bij te staan en sterker te maken en dragen bij aan (het herstel van) het gewone leven.

Bijdragen aan de ‘pedagogische civil society’ Twee belangrijke pijlers van Buurtgezinnen zijn geïnspireerd op de ‘pedagogische civil society’: • Samen zorgdragen voor de opvoeding van kinderen • Bouwen aan gemeenschapskracht Veel vraaggezinnen hebben een beperkt sociaal netwerk. De koppeling aan één steungezin helpt, maar er is meer nodig. In plaats van het gevoel dat een vraaggezin faalt omdat ze het alleen niet redden, willen we bouwen aan een gemeenschap waarin samen opvoeden de norm is en niet de afwijking. ‘It takes a village to raise a child’. Ergens bij horen en het gevoel hebben er niet alleen voor te staan geeft kracht. Andersom willen steungezinnen hun ‘bubbel’ doorbreken. Zij ervaren het contact met een gezin uit een andere sociale klasse of met een andere culturele achtergrond als een verrijking en horizonverruiming. De kinderombudsvrouw verwoordde het als volgt: ‘In onze samenleving is het niet meer vanzelfsprekend dat jongeren ouderen ontmoeten of dat mensen uit verschillende sociaaleconomische klassen of culturele achtergrond elkaar tegenkomen. Buurtgezinnen kan verbindingen leggen tussen deze groepen.’ Vanaf het tweede jaar in een gemeente start de coördinator daarom met het organiseren van activiteiten voor vraag- en steungezinnen om de onderlinge relaties te versterken en vraaggezinnen een groter netwerk te bieden.

Onze rol bij kansengelijkheid

Resultaten en rapportage

Eén op de drie kinderen bij Buurtgezinnen groeit op in armoede. We weten dat dit grote gevolgen kan hebben voor hun ontwikkelkansen. Financiën is daarom een vast onderwerp bij de kennismaking tussen de coördinator en het vraaggezin. Indien nodig verwijst de coördinator actief door naar lokale armoedevoorzieningen.

In het eerste jaar ontvangt de gemeente elk kwartaal een voortgangsrapportage van Buurtgezinnen. Vanaf het tweede jaar gebeurt dit halfjaarlijks. Ook het aantal contacten met De Oudertelefoon wordt jaarlijks gerapporteerd.

Alle coördinatoren zijn officieel intermediair en kunnen financiële ondersteuning aanvragen voor zaken als muziekles, contributie voor de sportvereniging, sportkleding etc. Om kinderen en ouders die in armoede leven even een zorgeloze tijd te bieden, is er een structurele samenwerking met Stichting Het Vergeten Kind. Buurtgezinnen kan kinderen aanmelden voor uitjes, weekenden en vakanties van deze stichting. We werken ook samen met onder andere de Linda Foundation, Stichting Uitgestelde Kinderfeestjes, ANWB Kinderfietsplan, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en allerlei lokale organisaties die activiteiten voor kinderen in armoede organiseren.

Daarnaast publiceert Buurtgezinnen jaarlijks een Landelijke Effectrapportage met daarin cijfers over het sociale en financiële rendement van onze aanpak. Hierin staan de effecten voor ouders en kinderen en de behaalde resultaten. Ook brengen we in kaart, door middel van kwalitatieve beschrijvingen van koppelingen, welke besparingen de inzet van Buurtgezinnen heeft opgeleverd door het voorkomen, stoppen of afschalen van andere vormen van hulpverlening.

Onze droom Ieder kind dat via Buurtgezinnen naar een steungezin gaat, heeft een fiets, gaat naar muziekles of zit op een sportvereniging, viert zijn/haar verjaardag, krijgt iets extra’s in de december-feestmaand en doet wat leuks in de vakantie. Oudere kinderen hebben een laptop. Zo bevorderen we de gelijke kansen van kinderen, ongeacht hun afkomst.

Klantentevredenheid Het allerbelangrijkste voor ons is, wat gezinnen van onze dienstverlening vinden. Daarom voeren we jaarlijks een klantentevredenheidsonderzoek uit onder al onze (gekoppelde) gezinnen. De waardering voor Buurtgezinnen blijkt zeer hoog. De gemiddelde score die vraag- en steungezinnen Buurtgezinnen in alle regio’s geven is een 9. De meest recente Factsheet Klantentevredenheid is te downloaden via onze website.

Onderzoek Vanaf de start is er onderzoek gedaan naar de werkwijze en effecten van Buurtgezinnen. Een greep uit de onderzoeken: • Het lectoraat ‘Outreachend werken en innoveren’ van de Hogeschool van Amsterdam onderzocht de samenwerking tussen gezinnen. Rapport: Pionieren in relaties. • In 2020 publiceerde de Christelijke Hogeschool Ede (lectoraat Kind in Gezin) een rapport over het sociale en financiële rendement, uitgevoerd door Elize Lam. • In 2021 deed Solid Road praktijkonderzoek naar de ervaringen van vluchtelingengezinnen bij Buurtgezinnen.

Bijzondere erkenning In 2017 ontvingen we het ‘Appeltje van Oranje’ uit handen van koning Willem Alexander - een jaarlijkse prijs van het Oranje Fonds voor vernieuwende sociale initiatieven. Datzelfde jaar bracht koningin Máxima een werkbezoek aan Buurtgezinnen. Tien Kinderen vetellen

In 2021 werden we bekroond met de Hartenhuis-award van Stichting Het Vergeten Kind vanwege onze bijdrage aan het doorbreken van het sociaal isolement waarin veel kinderen opgroeien.

“Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.” Duis aute irure dolor in reprehende-

rit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint

occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.”

In 2025 kwam koningin Máxima wederom 100 woorden op bezoek bij Buurtgezinnen ter ere van ons 10-jarig jubileum en de uitgifte van ons boekje ‘Waar ik me thuis voel’ met ervaringsverhalen van Buurtgezinnen kinderen.

• In 2022 hebben we bij 306 koppelingen tussen gezinnen, met 435 betrokken kinderen, de effecten onderzocht. Een koppeling loopt in principe twee jaar en aan het einde van die twee jaar doen we een eindmeting bij deze gezinnen. Aan dit onderzoek namen 34 uiteenlopende gemeenten deel (grote en kleine, stedelijke en landelijke). Rapport: Landelijke Effectrapportage 2025. • Op dit moment is Buurtgezinnen als veldpartij betrokken bij een meerjarig onderzoek van Partners voor Jeugd naar de inzet van informele steun voor ouders met een beperking. Alle genoemde rapporten zijn te downloaden via onze website.

Ter ere van ons 10-jarig jubileum maakten we het boekje ‘Waar ik me thuis voel’ met 10 bijzondere verhalen van kinderen, ouders en steunouders over hun ervaringen met Buurtgezinnen.

Waar ik me thuis voel Kinderen over de betekenis van Buurtgezinnen

Klik op de foto om de online versie te bekijken.

Beleidsnotitie Wespenstichting Verantwoord omgaan met de Aziatische hoornaar in Nederland – geen zinloze bestrijding maar proportioneel beheer

November 2025

Sinds de eerste waarneming van de Aziatische hoornaar in Zeeland in 2017 heeft deze invasieve exoot zich verder verspreid naar de rest van het land. Omdat deze wespensoort graag op honingbijen jaagt, is er een grote groep bijenhouders die zich zorgen maakt en op allerlei manieren probeert om de impact van de komst van de Aziatische hoornaar te verminderen. In november 2025 verscheen het rapport van bijenhouder en oud-hoogleraar Jacques van Alphen waarin hij de risico’s van deze invasieve soort benadrukt en pleit voor intensieve bestrijding. De Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV) heeft dit rapport omarmd, wat begrijpelijk is vanuit hun rol als belangenorganisatie voor imkers en hun zorg om honingbijen. De Wespenstichting ziet echter een noodzaak om de angel uit deze discussie te halen. Het debat dreigt te verzanden in angstbeelden en oproepen tot grootschalige bestrijding, terwijl de feiten laten zien dat uitroeiing onmogelijk is, dat kosten en baten uit de pas lopen, en dat bestrijdingsmethoden juist negatieve effecten hebben op inheemse soorten en biodiversiteit. Wij pleiten daarom voor een nuchtere, proportionele benadering: geen landelijke bestrijdingscampagnes die leiden tot een hetze en onnodige zorgen, maar beleid dat aansluit bij de Europese en nationale wettelijke kaders.

Volgens EU‑verordening 1143/2014 (Artikel 19) zijn provincies verplicht tot beheer van invasieve soorten, niet tot uitroeiing. Dat beheer moet gebaseerd zijn op een kosten‑batenanalyse en proportioneel zijn aan de werkelijke risico’s.

2

Aanleiding en kritische kanttekeningen Voordat we onze eigen visie uiteenzetten, is het belangrijk stil te staan bij het rapport dat de discussie heeft aangezwengeld. Het stuk van Van Alphen wordt gepresenteerd als wetenschappelijk onderbouwd, maar blijkt bij nadere beschouwing vooral een belangenbetoog. Hieronder leggen we in het kort uit waarom de aannames en conclusies uit dat rapport niet geschikt zijn als fundament voor beleid, en waarom een bredere, onafhankelijke blik noodzakelijk is. •

Niet onafhankelijk: Van Alphen is een vooraanstaand figuur binnen de imkerij, en de NBV is een belangenvereniging voor imkers. De NBV heeft het rapport ten onrechte1 gepresenteerd als een uitgave door het onafhankelijke Naturalis Biodiversity Center. Nadat zij hierop zijn aangesproken hebben ze dit gerectificeerd. Het rapport moet daarom worden gezien als een belangenstuk, niet als een neutraal beleidsadvies.

•

Niet wetenschappelijk: Hoewel de suggestie wordt gewekt dat het een wetenschappelijk werk betreft, gaat het om niets meer dan een betoog. Alleen artikelen die het eigen standpunt ondersteunen worden aangehaald, of ze worden ten onrechte aangehaald om beweringen te onderbouwen. Literatuur die niet van pas komt wordt genegeerd.

•

Onjuiste extrapolatie: Cijfers en incidenten uit Zuid‑Europese studies worden kritiekloos toegepast op de Nederlandse situatie. Klimaat, dichtheden en context verschillen wezenlijk, waardoor de conclusies niet zonder meer overdraagbaar zijn.

•

Onwerkzame oplossingen: Het rapport stelt bestrijdingsmethoden voor waarvan uit internationale ervaring bekend is dat ze niet effectief zijn. Daar komt bij dat uitroeiing onmogelijk is. Grootschalige bestrijding heeft de populatiegroei elders in Europa niet gestopt.

•

Geen aannemelijke kans van slagen: Het rapport maakt nergens aannemelijk dat de voorgestelde aanpak daadwerkelijk kans van slagen heeft. Er ontbreekt een onderbouwde kosten‑batenanalyse en een realistische inschatting van de effectiviteit.

Onze zorgen De aanwezigheid van de Aziatische hoornaar vraagt om beleid, maar niet om paniek. Er zijn verschillende punten die ons zorgen baren: de scheve verhouding tussen kosten en baten, de ecologische schade van bestrijdingsmethoden, de maatschappelijke onrust die oproepen aan het algemeen publiek veroorzaken en Zie het statement van Naturalis Biodiversity Center: https://www.naturalis.nl/volg-onzeverhalen/statement-aziatische-hoornaar 1

3

de beperkte effectiviteit van de huidige aanpak. We plaatsen daarom ook gezondheidsrisico’s en nestdichtheden in perspectief, zodat duidelijk wordt dat de hoornaar weliswaar een nieuwe speler is, maar niet de enige of grootste bedreiging. •

Kosten-baten uit balans: bestrijding kost miljoenen per jaar, terwijl bewezen schade in Nederland beperkt is.

•

Technologische oplossingen: nieuwe technieken zoals zenders en aangepaste apparatuur zijn relatief duur, tijdsintensief en leunen sterk op vrijwilligers. Dit is geen houdbare situatie en vertekent de kostenbatenanalyse.

•

Publieksonrust: oproepen tot meldingen en bestrijding leiden tot een hetze en onnodige zorgen. Het idee om “iedere Nederlander” in te zetten heeft al geleid tot ongewenste effecten: angst, verkeerde meldingen en ecologische schade.

•

Ecologische schade: vallen en lokstoffen veroorzaken massale bijvangst van inheemse insecten, waaronder zeldzame soorten. Dit is ecologisch schadelijk en wordt momenteel nader onderzocht.

•

Geen effectiviteit: de populatie blijft groeien ondanks bestrijding; beheersing is alleen haalbaar als minimaal 90% van de nesten wordt onderschept, hetgeen onrealistisch is. Dichtheden van de Aziatische hoornaar zijn lager dan die van inheemse wespensoorten, wat perspectief biedt: de soort is een nieuwe predator, maar niet de enige.

•

Volksgezondheid in context: het gif van de Aziatische hoornaar kan ernstige effecten hebben, zoals nierfalen, maar vergelijkend onderzoek met inheemse soorten ontbreekt. Het is niet aangetoond dat de Aziatische hoornaar een groter gevaar vormt dan inheemse wespen, waaronder Europese hoornaars.

•

Wettelijke context: provincies zijn verplicht tot beheer, maar dat betekent proportionele maatregelen, niet grootschalige uitroeiing.

Aanbevelingen van de Wespenstichting De Wespenstichting zoekt naar praktische en haalbare stappen die recht doen aan de wettelijke verplichtingen, maar die ook proportioneel zijn en de ecologische balans respecteren. Onze nadruk ligt op monitoring, kennisopbouw en voorlichting zonder alarmisme. Daarnaast pleiten we voor een beheerstrategie die zich richt op concrete risico’s en die niet vervalt in dure en ineffectieve bestrijdingscampagnes gefinancierd uit publieke middelen.

4

1.

Stop landelijke bestrijdingscampagnes. Doe geen oproepen aan het algemeen publiek die leiden tot angst en bijvangst.

2. Investeer in monitoring en kennisopbouw. Gebruik waarneming.nl (met de nodige voorzichtigheid) en professionele netwerken om verspreiding te volgen. 3. Voorlichting zonder alarmisme. Informeer burgers en imkers eerlijk: de Aziatische hoornaar is blijvend aanwezig, maar vormt geen disproportionele bedreiging. 4. Beperk beheer tot proportionele maatregelen. Alleen waar concrete risico’s zijn (bijvoorbeeld nesten op risicovolle locaties) kan gerichte verwijdering zinvol zijn. 5. Respecteer EU‑verplichtingen. Voer Artikel 19 van de EU‑verordening uit door evenredige beheersmaatregelen te nemen, gebaseerd op kosten‑batenanalyse. 6. Onderzoek alternatieven. Stimuleer onderzoek naar biologische bestrijding, natuurlijke regulatie en wering, in plaats van dure en ineffectieve mechanische bestrijding.

Conclusie De Aziatische hoornaar is een blijvende soort in Nederland. Uitroeiing is onmogelijk en grootschalige bestrijding is ineffectief, kostbaar en ecologisch schadelijk. De Wespenstichting roept provincies en rijksoverheid op om hun wettelijke taak uit te voeren in lijn met EU‑verordening 1143/2014: evenredig en proportioneel beheer, gebaseerd op kosten‑batenanalyse, zonder hetze en zonder ecologische nevenschade. Alleen door monitoring, kennisopbouw en proportioneel beheer kan Nederland verantwoord omgaan met de aanwezigheid van de Aziatische hoornaar, zonder onnodige maatschappelijke onrust en zonder schade aan de inheemse biodiversiteit.

Dit advies is opgesteld door de Wespenstichting: Sjoert Fleurke, Eric Mahieu, Nathan Veenstra en Maureen Glandorf, met steun van Aglaia Bouma (Naturalis Biodiversity Center) en Jan Wieringa (Naturalis Biodiversity Center)

5

Wespenstichting Anna Blamanstraat 61 9746 AB Groningen

E-mail: info@wespenstichting.nl

KVK: 82282684 RSIN (ANBI): 862409950 IBAN: NL49RABO0198961014

Het doel van de Wespenstichting is het behartigen van de belangen van de inheemse sociale wespensoorten. We werken aan de verbetering van het imago van de wesp en we ontwikkelen en promoten diervriendelijke oplossingen voor wespenproblemen.

6

Geachte heer, mevrouw, Onderstaand bericht met bijlagen s.v.p. met spoed delen met het College van Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad, waarvoor dank. Geacht College, Geachte raadsleden, Op vrijdag 28 november aanstaande is er een extra vergadering Provinciale Staten en Themadag Provinciale Staten. Tijdens deze bijeenkomsten komen onder andere de volgende agendapunten aan de orde: • • • •

Bijstelling aanpak ammoniakemissie-eisen veehouderijen (oordeelsvormend) Aanpak overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden (informerend) Actieplan gewasbeschermingsmiddelen (oordeelsvormend) Koersdocument Brabantbreed beregeningsbeleid (oordeelsvormend)

Deze onderwerpen hebben grote impact op de agrarische ondernemingen in uw gemeente. Wij maken ons daarom als belangenbehartigers van onze leden grote zorgen over de gevolgen die de diverse onderwerpen voor de individuele agrarische ondernemers hebben. Daarom sturen wij u bijgaande brief en vernemen wij graag van u of u onze zorgen over de ontwikkelingen in het buitengebied deelt en of u gehoor geeft aan onze oproep om ook uw stem hierover te laten horen. Namens het bestuur van ZLTO De Peel. Met vriendelijke groet, Secretariaat ZLTO De Peel e-mail: zltodepeel@zlto.nl

1

College van Burgemeester en Wethouders en Gemeenteraad gemeente Helmond Postbus 950 5700 AZ HELMOND Betreft: stallenbeleid provincie Noord-Brabant

Asten, 24 november 2025

Geacht College, Geachte Raadsleden, In de agrarische sector heerst al jaren grote onzekerheid door een gebrek aan toekomstperspectief en door beleid dat door velen wordt ervaren als afbraak. Ook in onze regio is dit zichtbaar: wie door het buitengebied rijdt, ziet bedrijven verdwijnen – vaak juist de modernste, toekomstgerichte bedrijven. Binnen de GGA’s denken wij al jarenlang constructief mee om een duurzame en sterke landbouwstructuur in onze regio te behouden. Toch wordt fatsoenlijk overleg keer op keer gefrustreerd door provinciaal beleid dat haaks staat op de realiteit en op de gemaakte afspraken. Steeds meer agrarische ondernemers voelen zich daardoor niet langer welkom in Brabant – en dus ook niet in uw gemeenten. Onlangs presenteerde de provincie Noord-Brabant haar nieuwe plannen rondom het stallenbeleid. Daarin wordt bepaald dat veehouders geen natuurvergunning meer nodig hebben voor de verplichte aanpassingen aan hun stallen. Hiermee lijkt de provincie vooral een eigen juridisch probleem op te lossen, terwijl alle financiële en juridische risico’s volledig bij de ondernemers worden neergelegd. Wij erkennen als inwoners en ondernemers onze plichten ten opzichte van onze leefomgeving. Dat hebben agrariërs altijd gedaan, juist omdat wij zo afhankelijk zijn van wat er lokaal gebeurt. Maar tegenover plichten staan ook rechten.

En juist die rechten worden onder het huidige provinciale beleid onvoldoende gerespecteerd. De manier waarop de provincie beleid opstelt, herziet, terugdraait en vervolgens weer aanscherpt, zonder solide onderbouwing, zonder rechtszekerheid en zonder enig gevoel voor proportionaliteit, is voor veel ondernemers onbegrijpelijk. Steeds meer boeren ervaren het alsof de provincie zich bestuurlijk gedraagt als een bananenrepubliek waarin willekeur belangrijker is dan rechtsstaat en behoorlijk bestuur. Dat is niet alleen gênant, maar vooral schadelijk voor vertrouwen, economie en leefbaarheid. Er worden eisen gesteld waaraan in de praktijk niet te voldoen is, zonder dat daar enige vorm van perspectief tegenover staat. Ondernemers weten niet wanneer de provincie weer vergunningen gaat verlenen; zo ontstaat een nieuwe groep ‘pasmelders 2.0’, met alle onzekerheid van dien. Daarnaast baart het voornemen om rondom Natura 2000-gebieden een brede overgangszone te creëren grote zorgen. In de voorgestelde vorm is landbouw op basis van goed landbouwkundig gebruik daar nauwelijks nog mogelijk. De impact daarvan op bedrijven én op het landschap is enorm.

2 Als inwoners van uw gemeenten verwachten wij dat u ook voor ónze rechten opkomt. Voor veel bedrijven is het inmiddels vijf voor twaalf. Dit beleid zal opnieuw schaalvergroting in de hand werken, bedrijven dwingen te stoppen en jonge ondernemers aan het twijfelen brengen over bedrijfsopvolging. Daarom roepen wij u op: laat uw stem horen – als college, gemeenteraad en als politieke partijen. Bescherm het buitengebied tegen verdere kaalslag, verloedering en de criminaliteit die op leegstand volgt. Het is nú tijd om op te staan voor een leefbaar, economisch gezond en toekomstbestendig platteland. Namens het bestuur van ZLTO De Peel,

Met vriendelijke groet, Toon Verstegen Secretariaat ZLTO De Peel 06-33319261 p/a: Voordeldonk 15 5721 HK Asten e-mail: zltodepeel@zlto.nl

Statenmededeling

Datum Onderwerp

Aanpak overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden

21 oktober 2025 Documentnummer

GS: 6193465 PS: 6211270 Programma

Aan Provinciale Staten van Noord-Brabant, Kennisnemen van De aanpak overgangsgebieden en het voornemen van GS om voor 17 Natura 2000-gebieden in Brabant in één keer het Natura 2000-beheerplan te actualiseren voor wat betreft het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en grondwateronttrekkingen ten behoeve van beregening. Aanleiding Op 15 oktober 2024 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de Aanpak Landelijk Gebied (ALG). In deze Statenmededeling is aangekondigd dat er voor overgangsgebieden aanvullend beleid moet worden uitgewerkt in een programma onder de Omgevingswet. Zoals aangekondigd in de Statenmededeling Participatietraject programma Overgangsgebieden van 25 maart 2025 hebben we de afgelopen periode een verkenning onder partners en belanghebbenden uitgevoerd om breed inhoud op te halen voor het uitwerken van een aanpak voor overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden. In deze Statenmededeling informeren wij u over het vervolgtraject van de aanpak overgangsgebieden, waarbij we aangegeven welke stappen wij als provincie op dit moment gaan en moeten zetten (op basis van jurisprudentie) en voor welke zaken wij afhankelijk zijn van de keuzes van een volgend Kabinet.

Overgangsgebieden zijn zones rond N2000-gebieden waar de provincie via maatregelen op het vlak van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en hydrologisch watersysteemherstel (hogere waterpeilen en grondwateronttrekkingen t.b.v. beregening) wil sturen op herstel van de biodiversiteit en Brabant Open. Vanuit de aanpak overgangsgebieden zal geen verplichting volgen om deze gronden de bescherming van een N2000-gebied te geven of onderdeel te maken van het Natuurnetwerk.

Natuur

Het demissionaire Kabinet-Schoof heeft in de kamerbrief “startpakket Nederland van het slot” besloten de aanpak (met betrekking tot zonering/strokenbeleid) te starten in de Veluwe en De Peel. De Brabantse problematiek rondom het tegengaan van verslechtering in Natura 2000-gebieden is groter dan De Peel en ook breder dan enkel de stikstofdepositie. Het gaat ook om het herstellen van de hydrologische condities en het verminderen van andere drukfactoren. De aanpak voor overgangsgebieden is noodzakelijk voor Brabant Openhouden. Als provincie Noord-Brabant verhouden wij ons tot de Rijksoverheid, niet in de laatste plaats omdat wij voor financiering van dit beleid en uitvoering grotendeels afhankelijk zijn van Rijksmiddelen. Daarom zoeken we in de aanpak overgangsgebieden naar de balans tussen ambitie en beschikbare middelen, zoals ook is benoemd in de Statenmededeling van 25 maart. GS willen negatieve effecten vanuit de omgeving op de overbelaste Natura 2000-gebieden verminderen door maatregelen te nemen in de overgangsgebieden om daarmee de natuur in de Natura 2000-gebieden te versterken. Deze verplichting volgt uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. We weten dat maatregelen die we nemen dicht nabij Natura 2000-gebieden een (relatief) grote bijdrage kunnen leveren aan doelbereik in de Natura 2000 gebieden.

Het uitgangspunt is dat de gronden hun agrarische functie behouden en dat wij agrarisch ondernemers een zo helder mogelijk perspectief bieden op de gebruiksmogelijkheden van de gronden. In de overgangsgebieden bevinden zich ook gronden die geen agrarisch gebruik kennen, zoals stedelijk gebied en gronden voor recreatie. De aanpak overgangsgebieden heeft betrekking op het landelijk gebied, en kan daarmee dus ook impact hebben op recreatieve ondernemers met intensief grondgebruik, denk aan een golfbaan die grondwater onttrekt of gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Verhoudingsgewijs gaat dit om kleinere aantallen ondernemers. De aanpak overgangsgebieden is onderdeel van een bredere aanpak om drukfactoren op Natura 2000-gebieden te verminderen en te werken aan natuuren waterherstel. Ook vanuit de BOS 2.0, de KRW-impuls, de ALG en GGA, de uitvoeringsagenda Landbouw en Voedsel en het Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen werken we aan deze doelen. Het is dan ook uitdrukkelijk niet zo dat met de inzet op overgangsgebieden álle drukfactoren op Natura 2000gebieden worden weggenomen; samen met de andere dossiers beogen wij de weg naar natuurherstel in te slaan.

Met deze Statenmededeling geven wij tevens invulling aan uw motie M1102023 Natuurnetwerk Brabant in versnelling waarin u oproept om in N2000bufferzones voorbereidingen te gaan treffen ten behoeve van herstel van de natuurwaarden en extensivering van de landbouw. We zetten hiervoor de Rijksmiddelen zoals de no-regret middelen, LPN-fase 2 en verwachte middelen vanuit de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel (MCEN) voor De Peel in. Wij beschouwen de motie hiermee als afgedaan.

2/9

Datum

21 oktober 2025 Documentnummer GS: 6193465 PS: 6211270

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16359576/1