20260703 Beantwoording T vragen naar aanleiding van commissieavondadvies BLINK
Tekst van het document
Technische vragen Onderwerp Commissie Ingekomen Portefeuillehouder Antwoord
Gemeenteraad : : : : :
Wijziging gemeenschappelijke regeling Blink, 2e fase Commissieavond Advies 23 juni 2026 23 juni 2026 Gaby van den Waardenburg 3 juni 2026
Antwoorden: Risico’s bij dienstverlening aan derden Bij de inzet aan derden kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het scenario waarin een gemeente die geen deel uitmaakt van de gemeenschappelijke regeling aan GR Blink vraagt om een aantal taken voor haar uit te voeren. In die situatie komen alle kosten en risico’s voor rekening van deze derde gemeente, waarmee risico’s voor de huidige deelnemers in de gemeenschappelijke regeling uitgesloten worden. Er kan hierbij bijvoorbeeld gedacht worden aan schades en aansprakelijkheidstelling bij schades. Voor dit soort situaties zou dan een dienstverleningsovereenkomst met de betreffende gemeente gesloten moeten worden waar de risico’s en kosten verder in uitgewerkt worden. Besluitvorming met 2/3e meerderheid bij vaststelling begroting en jaarrekening De P&C cyclus is gebonden aan strakke termijnen. Unanimiteit binnen het AB is niet altijd mogelijk (de wensen van individuele gemeenten kunnen verschillen), dus vasthouden aan unanimiteit kan deze termijnen in gevaar brengen. Verder werkt dit ook andersom. Unanimiteit zou ook ten koste kunnen gaan van de wensen van de gemeente Helmond. Dat betekent namelijk ook dat alle andere gemeenten uit de GR zich zouden moeten scharen achter het standpunt van de gemeente Helmond in het AB. Vasthouden aan 2/3e meerderheid biedt dan meer mogelijkheden om tot een afgewogen standpunt te komen.
Bovendien gaat het hier om een 2/3e meerderheid van het voltallige AB. Er zijn dus minimaal 6 goedkeurende stemmen nodig. In de huidige GR moet het AB unaniem instemmen, maar kan besluitvorming plaatsvinden als meer dan de helft van de AB-leden aanwezig is (dus door 5 AB-leden die het unaniem eens zijn). Onderscheid in vaststellingsprocedures bij begrotingswijzigingen In de gewijzigde gemeenschappelijke regeling zijn een aantal begrotingswijzigingen uitgezonderd van de zienswijzeprocedure. Deze uitzonderingen zijn opgenomen omdat de gemeenschappelijke regeling van Blink het verplicht stelt om een begrotingswijziging vast te stellen in het betreffende begrotingsjaar. Omdat een zienswijzeprocedure bij de gemeenteraden alleen al 12 weken in beslag neemt en alle reacties vervolgens nog door het DB van Blink moeten worden verwerkt in het definitieve voorstel aan het AB, is het gevolg dat begrotingswijzigingen die na 1 september in besluitvorming worden gebracht niet meer voor 1 januari kunnen worden vastgesteld. Na 1 januari vervalt het recht voor het AB om die begrotingswijziging nog vast te stellen.
Om te voorkomen dat er na 1 september geen begrotingswijzigingen meer vastgesteld kunnen worden, is het gewenste proces als volgt: Begrotingswijzigingen die voor 1 september worden vastgesteld en een bedrag van € 300.000 overschrijden, worden altijd voor een zienswijze aan de raden voorgelegd. Begrotingswijzigingen die een bedrag van € 300.000 niet overschrijden, kunnen gedurende het hele jaar direct door het AB worden vastgesteld. Na 1 september is het AB ook bevoegd om begrotingswijzigingen direct vast te stellen die het bedrag van € 300.000 wel overschrijden, omdat het gelet op de relevante termijnen en gelet ook op de akkoordverklaring door de accountant, dan niet meer mogelijk is om de zienswijzeprocedure bij de gemeenteraden te doorlopen. Daarnaast is het AB bevoegd om in oktober, november en december begrotingswijzigingen direct vast te stellen als deze niet leiden tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen. In het geval dat een begrotingswijziging na 1 september direct door het AB vastgesteld wordt, zal Blink de gemeenteraden echter altijd actief informeren via een informatiebrief.
Zienswijzeprocedure bij overige besluiten Ten aanzien van besluiten waarvoor geen wettelijke zienswijzeprocedure geldt, biedt de gewijzigde gemeenschappelijke regeling overigens een verruiming van de zienswijzeprocedure. Gemeenteraden kunnen met de nieuwe gemeenschappelijke regeling namelijk voor die besluiten een zienswijze afdwingen. In de gewijzigde GR is opgenomen dat er – los van de besluiten waarvan op grond van de wet al een zienswijzeprocedure moet worden gevolgd, zoals bij de vaststelling en wijziging van de begroting – geen andere besluiten zijn waarbij standaard een zienswijzeprocedure wordt gevolgd (artikel 22 lid 3). Echter, als 2 gemeenteraden hierom verzoeken, wordt de zienswijzeprocedure wel toegepast. Het DB kan dit verzoek niet naast zich neerleggen vanwege spoedeisendheid van het besluit. Deze mogelijkheid is vervallen. Als de raden dus een zienswijze willen geven over een besluit waarvoor dat in de wet niet geregeld is, dan kunnen de raden dat afdwingen als 2 raden hierom verzoeken. In de huidige regeling kan het DB van Blink besluiten om af te zien van een door de gemeenteraden gewenste zienswijzeprocedure vanwege spoedeisendheid.