CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

20260212 Beantwoording vragen (D66) Visie Digitaliseringsvisie

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Digitaliseringsvisie gemeente Helmond2.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen bij een geagendeerd onderwerp Vergadering Agendapunt Ingekomen Indiener Partij Portefeuillehouder Datum antwoord

Gemeenteraad

: Adviescommissie Inwoners 3 februari 2026 : 6. Visie Digitaliseringsvisie : 2 februari 2026 : Michiel van Geel : D66 : Harry van Dijk : 12 februari 2026

De vraag: De onderstaande vragen zijn telkens opgebouwd uit een technische/beleidsmatige formulering, gevolgd door een vereenvoudigde toelichting in begrijpelijke taal (cursief). Deze opzet is bewust gekozen, omdat niet ieder raadslid even ingevoerd is in de materie. Daarnaast beogen deze vragen niet alleen verduidelijking, maar ook het expliciet maken van beleidsuitgangspunten die mogelijk impliciet zijn bedoeld in de Digitaliseringsvisie, maar nog niet expliciet zijn vastgelegd. Juist bij digitalisering, data en AI is het voor democratische controle van belang dat dergelijke uitgangspunten helder, toetsbaar en bespreekbaar zijn. A. Data-eigenaarschap en zeggenschap De gemeente is juridisch gezien verwerkingsverantwoordelijke is voor persoonsgegevens. De AVG kent geen formeel eigendomsbegrip. Tegelijkertijd laat de praktijk bij commerciële platforms (zoals sociale media) zien dat het ontbreken van duidelijke eigendoms- en zeggenschapsprincipes kan leiden tot ongewenst gebruik van persoonlijke data (wij kunnen uw foto’s gebruiken zoals het ons goeddunkt, of data over uw voorkeuren verkopen aan de hoogste bieder).

Vraag A1: Hanteert het college als normatief uitgangspunt dat alle gegevens die vallen binnen de persoonlijke levenssfeer van inwoners in beginsel eigendom zijn van de inwoner, en dat deze recht heeft op inzicht in wat er met deze gegevens gebeurt? Vindt het college dat gegevens over inwoners altijd van henzelf blijven, en dat zij mogen weten wie die gegevens gebruikt en waarvoor? Vraag A2: Deelt het college de opvatting dat besluiten over het gebruik en delen van data een bestuurlijke afweging vereisen op basis van een expliciet wegingskader? Is er een duidelijke afwegingslijst nodig om te bepalen wat we wel en niet doen met data? Vraag A3: Is het college voornemens dit wegingskader vast te leggen in een afzonderlijk gemeentelijk databeleid dat vooraf aan de raad wordt voorgelegd? Gaan deze regels later zwart-op-wit vastgelegd worden, zodat de raad vooraf kan meebeslissen? B. Datadeling met derden en herleidbaarheid Het is aannemelijk dat de gemeente nu al werkt volgens AVG-beginselen zoals dataminimalisatie en doelbinding. Vraag B1: Beschouwt het college doelbinding en het voorkomen van herleidbaarheid tot individuele personen als expliciete uitgangspunten bij datadeling met derden? Is het uitgangspunt dat data alleen wordt gebruikt waarvoor het bedoeld is en niet naar personen te herleiden is?

Vraag B2: Beschouwt het college het risico van indirecte herleidbaarheid door koppeling van datasets als impliciet onderdeel van de visie, of acht het college het wenselijk dit expliciet vast te leggen? Is dit zo vanzelfsprekend dat het niet hoeft te worden opgeschreven, of juist belangrijk genoeg om vast te leggen? Vraag B3: Erkent het college doelbinding als expliciet uitgangspunt om function creep te voorkomen of gaat de gemeente aangeven wat de procedure is als zij deze doelbinding onderbouwd achteraf wil loslaten? Mag data later niet voor andere doelen worden gebruikt dan waarvoor ze zijn verzameld en indien wel hoe kader je dat af om te voorkomen dat er te gemakkelijk overheen wordt gestapt? C. AI en algoritmen Deze vragen zijn bedoeld om beleidsuitgangspunten rond AI expliciet vast te leggen. Vraag C1: Kan het college bevestigen dat AI uitsluitend ondersteunend en signalerend wordt ingezet en nooit leidend is voor besluiten over inwoners ("computer says no")? Mag een computer meedenken, maar nooit zelfstandig nee zeggen? Vraag C2: Blijft bestuurlijke verantwoordelijkheid altijd bij mensen, ongeacht de inzet van AI? Is er altijd een mens aanspreekbaar op de gevolgen van de inzet van AI? Vraag C3: Large Language Models (LLM’s) zijn in de kern voorspellingsmachines. Een AI kan hoogstens een voorspelling doen naar de juiste redenatie om te komen tot het voorspelde antwoord.

Dit wordt ook wel het black box principe genoemd. Acht het college uitlegbaarheid van besluiten een uitgangspunt bij inzet van AI, waarbij wordt erkend dat deze uitlegbaarheid niet altijd volledig te borgen is? Moet aan inwoners uitgelegd is waarom een besluit is genomen, ook als een AI heeft meegeholpen? D. Algoritmeregister en transparantie Vraag D1: Indien de gemeente gebruikmaakt van het Nederlands Algoritmeregister, op basis van welke criteria wordt bepaald of een algoritme wordt opgenomen? Wanneer vindt de gemeente een algoritme zo belangrijk dat inwoners erover geïnformeerd moeten worden? E. Digitale autonomie De gemeente is sterk afhankelijk van een klein aantal grote, voornamelijk Amerikaanse technologiebedrijven. Als tegenbeweging ontstaan initiatieven zoals de Europese ‘sovereign public cloud’ van Microsoft, die voor hun product autonomie beloven maar nog steeds onder Amerikaans eigendom vallen. Vraag E1: Hoe weegt het college deze afhankelijkheid mee bij strategische keuzes over systemen, leveranciers en data-opslag? Hoe belangrijk vindt de gemeente het om niet te afhankelijk te zijn van een paar grote techbedrijven? Vraag E2: Is het college voornemens digitale autonomie uit te werken in een samenhangende strategie die aan de raad wordt voorgelegd? Komt er een plan over hoe we onze digitale zelfstandigheid willen beschermen?

Het antwoord:

Ad A. Data-eigenaarschap en zeggenschap Vraag A1: Hanteert het college als normatief uitgangspunt dat alle gegevens die vallen binnen de persoonlijke levenssfeer van inwoners in beginsel eigendom zijn van de inwoner, en dat deze recht heeft op inzicht in wat er met deze gegevens gebeurt? Vindt het college dat gegevens over inwoners altijd van henzelf blijven, en dat zij mogen weten wie die gegevens gebruikt en waarvoor? Antwoord De wet ‘AVG’, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (ook wel bekend als de privacywet) is het uitgangspunt rondom persoonsgegevens. Deze wet spreekt niet van eigendom van gegevens. De wet spreekt wel van inzicht op gebruik en verwerking van gegevens: inwoners mogen inderdaad altijd weten wie de gegevens gebruikt en waarvoor. Een gemeente moet hiervoor actief informatie verstrekken. Helmond doet dit door middel van de privacyverklaring, die is te vinden op onze website. Inwoners kunnen daarnaast ook inzage vragen in het gebruik van hun gegevens. Dit is allemaal geregeld in de AVG.

Vraag A2: Deelt het college de opvatting dat besluiten over het gebruik en delen van data een bestuurlijke afweging vereisen op basis van een expliciet wegingskader? Is er een duidelijke afwegingslijst nodig om te bepalen wat we wel en niet doen met data? Antwoord De AVG (en de Wet Politiegegevens, Wpg) vormen het expliciete afwegingskader. Dit samen met de wet- en regelgeving die de basis vormen voor een bepaalde publieke taak. (bijvoorbeeld de Basisregistratie personen (BRP): De Wet BRP en nadere regels bepalen waarvoor de gegevens uit de BRP wel en waarvoor ze niet mogen worden gebruikt). Andere voorbeelden met daarin specifieke regels, zijn bijvoorbeeld de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dit zijn publieke stukken. Bovenstaande richt zich op individueel gebruik van persoonsgegevens. Gebruik van data kan ook door het grootschalig verzamelen en gebruiken van data, bijvoorbeeld met als doel beter beleid en een efficiëntere organisatie. Het grootschalig verzamelen en gebruiken van data biedt kansen en risico’s. Die risico’s ontstaan door de impact die het kan hebben op privacy en zelfbeschikking. De wet bevat ruimte om data te gebruiken voor statistiek en onderzoek. Voor wat betreft deze (beleids)onderzoeken werken we volgens het Handboek AVG & statistisch onderzoek van 9-12-2022.

Dit is benoemd in de Privacyverklaring Statistisch Onderzoek op de website van Helmond. Naast de vraag ‘mogen we het?’ kun je de vraag stellen ‘moeten we dit ook willen?’. Op 26 november 2024 heeft uw raad het “Ethisch kader voor digitalisering”. Dit kader beschrijft zeven waarden: (persoonlijke) autonomie, mens centraal, privacy, veiligheid, controle over technologie, rechtvaardigheid en maatschappelijke vooruitgang. Dit waardenkader helpt als ‘afwegingslijst’ bij het beantwoorden van de vraag ‘moeten we dit ook willen?’. Het beleidskader ethiek en digitalisering, met dit ethische waardenkader, wordt in 2026 in onze organisatie verder geïmplementeerd, zoals ook beschreven in de begroting 2026. We vinden het aan het volgende college om te bepalen of er, met het toepassen van het waardenkader, nog een bestuurlijke afweging nodig is bij de besluiten over het gebruik van data. Het expliciete gaan vastleggen van een afweging in ambtelijke besluitvorming kan ons inziens voldoende zijn, wanneer e.e.a. binnen bestaande kaders valt.

Vraag A3: Is het college voornemens dit wegingskader vast te leggen in een afzonderlijk gemeentelijk databeleid dat vooraf aan de raad wordt voorgelegd? Gaan deze regels later zwart-op-wit vastgelegd worden, zodat de raad vooraf kan meebeslissen? Antwoord Er zijn nu geen concrete plannen voor nader (tactisch) databeleid dat voorgelegd wordt aan de raad. We laten het aan het volgende college om hier een standpunt op in te nemen.

Ad B. Datadeling met derden en herleidbaarheid Vraag B1: Beschouwt het college doelbinding en het voorkomen van herleidbaarheid tot individuele personen als expliciete uitgangspunten bij datadeling met derden? Is het uitgangspunt dat data alleen wordt gebruikt waarvoor het bedoeld is en niet naar personen te herleiden is? Antwoord Ja, de AVG en Wpg verplichten ons daartoe. Dit beschouwen we dus expliciet als uitgangspunt.

Vraag B2: Beschouwt het college het risico van indirecte herleidbaarheid door koppeling van datasets als impliciet onderdeel van de visie, of acht het college het wenselijk dit expliciet vast te leggen? Is dit zo vanzelfsprekend dat het niet hoeft te worden opgeschreven, of juist belangrijk genoeg om vast te leggen? Antwoord De AVG en Wpg verplichten ons daartoe. De AVG is van toepassing als een gegeven direct of indirect te herleiden is naar natuurlijke personen. Bij pseudonimiseren is een gegeven nog te herleiden naar een betrokkene als je “een sleutel hebt”. Bij anonimiseren zijn gegevens absoluut niet te herleiden naar personen. De AVG (of Wpg) is niet van toepassing bij anonieme gegevens. In andere gevallen wel. In het uitvoeringsplan kan dit expliciet worden gemaakt..

Vraag B3: Erkent het college doelbinding als expliciet uitgangspunt om function creep te voorkomen of gaat de gemeente aangeven wat de procedure is als zij deze doelbinding onderbouwd achteraf wil loslaten? Mag data later niet voor andere doelen worden gebruikt dan waarvoor ze zijn verzameld en indien wel hoe kader je dat af om te voorkomen dat er te gemakkelijk overheen wordt gestapt? Antwoord De AVG (en Wpg) verplicht tot doelbinding. Dat wil zeggen dat verzamelde gegevens alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze in eerste instantie zijn verzameld. Verder gebruik wordt door de AVG alleen toegestaan wanneer dit verdere gebruik verenigbaar is met het oorspronkelijke doel. De AVG bepaalt dat het doen van onderzoek om bijvoorbeeld beleid te verbeteren, verenigbaar is met het oorspronkelijk doel. Daarbij moeten we ons wel aan een aantal voorwaarden houden. We hebben in ons privacybeleid vastgelegd dat bij nieuw gebruik van data (nieuw beleid, nieuwe processen, nieuwe applicaties) altijd een risico analyse wordt gemaakt. Daarbij wordt ook onderzocht hoe groot het risico op function creep is en welke maatregelen er nodig zijn om dit risico te mitigeren.

Ad C. AI en algoritmen Vraag C1: Kan het college bevestigen dat AI uitsluitend ondersteunend en signalerend wordt ingezet en nooit leidend is voor besluiten over inwoners ("computer says no")? Mag een computer meedenken, maar nooit zelfstandig nee zeggen? Antwoord Beleidsuitgangspunten rondom A.I. vinden we geen onderwerp voor deze voorliggende visie (toekomstbeeld samenleving) maar wel voor de strategie (hoe gaan we om met). A.I. is immers een middel, geen doel op zich. Naast de strategie, welke zich bevindt op het strategische niveau, is er wetgeving én maken we aanvullend al gebruik van tactisch beleid. Het recht op menselijke tussenkomst is vastgelegd in de AVG. We hebben in ons privacybeleid vastgelegd dat we bij nieuw of veranderd gebruik van informatie (nieuw beleid, nieuwe processen, nieuwe applicaties) altijd een risico analyse maken. Daarbij wordt ook in beeld gebracht of het recht op menselijke tussenkomst is geborgd. Daarnaast hebben we in ons huidige tactische beleid AI (april 2025, ambtelijk vastgesteld) een richtlijn opgenomen over besluitvorming rondom A.I.: Richtlijn 2.1: Menselijke tussenkomst is altijd noodzakelijk.

Vraag C2: Blijft bestuurlijke verantwoordelijkheid altijd bij mensen, ongeacht de inzet van AI? Is er altijd een mens aanspreekbaar op de gevolgen van de inzet van AI? Antwoord Ons huidige tactische beleid AI (april 2025), ambtelijk vastgesteld, benoemt dit expliciet: Richtlijn 2.2 : Je blijft zelf verantwoordelijk.

Vraag C3: Large Language Models (LLM’s) zijn in de kern voorspellingsmachines. Een AI kan hoogstens een voorspelling doen naar de juiste redenatie om te komen tot het voorspelde antwoord. Dit wordt ook wel het black box principe genoemd. Acht het college uitlegbaarheid van besluiten een uitgangspunt bij inzet van AI, waarbij wordt erkend dat deze uitlegbaarheid niet altijd volledig te borgen is? Moet aan inwoners uitgelegd is waarom een besluit is genomen, ook als een AI heeft meegeholpen? Antwoord We volgen hierin de wetgeving. Uitlegbaarheid van besluitvorming is hierin een uitgangspunt. De eisen aan uitlegbaarheid zijn echter wel afhankelijk van het soort gebruik van AI. De AIverordening deelt AI-systemen in aan de hand van risicogroepen. Hoe hoger het risico voor burgers en de samenleving als geheel, hoe strenger de regels. Het is nog niet helemaal duidelijk tot hoever een eventuele motivering moet gaan. De VNG heeft hierover vragen gesteld richting Ministerie van Binnenlandse Zaken. We volgen deze ontwikkelingen. Medewerkers moeten daarnaast getraind worden in het begrijpen van AI. En medewerkers moeten getraind worden in het uitleggen van hoe een AI werkt aan inwoners. Dit heet in de wet: ‘AIgeletterdheid’.

Het geeft aan dat een proceseigenaar, als dit degene is die met de output van de AIsystemen werkt, moet kunnen uitleggen aan burgers op wie de AI-systemen impact hebben hoe het AI-systeem tot een bepaalde conclusie komt. We zijn nog volop bezig deze wetgeving te implementeren.

Ad D. Algoritmeregister en transparantie Vraag D1: Indien de gemeente gebruikmaakt van het Nederlands Algoritmeregister, op basis van welke criteria wordt bepaald of een algoritme wordt opgenomen? Wanneer vindt de gemeente een algoritme zo belangrijk dat inwoners erover geïnformeerd moeten worden? Antwoord We maken op dit moment geen gebruik van het Algoritmeregister. Dit is ook niet bij wet verplicht op dit moment, hoewel hier bij het Nederlands Kabinet wel plannen voor zijn. Het is wel een wens om hierop aan te sluiten, omdat dit past bij de visie van een open en transparante overheid zoals in de voorliggende Digitaliseringsvisie beschreven is. En omdat het gebruik van algoritmen bij de overheid een onderwerp is dat in de (landelijke) samenleving actueel is. Wanneer we hierop aansluiten, zullen we de aanbevolen aanpak volgen en alleen zogeheten ‘impactvolle algoritmes’ publiceren. De toelichting van het algoritmeregister beschrijft deze als volgt: “Impactvol zijn bijvoorbeeld de algoritmes die rechtsgevolgen hebben voor mensen, of die zorgen dat de overheid mensen classificeert. Denk aan het identificeren van mensen die recht hebben op bepaalde voorzieningen, zodat de overheid proactief hulp kan bieden.”

Ad E. Digitale autonomie Vraag E1: Hoe weegt het college deze afhankelijkheid mee bij strategische keuzes over systemen, leveranciers en data-opslag? Hoe belangrijk vindt de gemeente het om niet te afhankelijk te zijn van een paar grote techbedrijven? Antwoord We vinden dat door de geopolitieke ontwikkelingen de risico’s voor onze digitale soevereiniteit / autonomie het laatste jaar flink zijn toegenomen. Ook voor de toekomst zien we voorlopig grote onzekerheid. Onze afhankelijkheid van grote technologiebedrijven, van met name Amerikaanse bodem, is erg groot. Dit strookt niet met de waarde ‘Controle over technologie’ uit het waardenkader, zoals door uw raad vastgesteld (zie antwoord bij vraag A2). In deze digitaliseringsvisie benoemen we daarom ook expliciet het toekomstbeeld om digitaal soeverein / autonoom te zijn. Welke aanpak en in welk tempo we hierin gaan volgen is uit te werken in de digitaliseringsstrategie. We zijn op dit moment een strategie aan het formuleren op dit gebied. Uitgangspunt hierin is om de afhankelijkheid van statelijke actoren, die onze soevereiniteit/autonomie inperken, sterk af te bouwen. Dit om zo de continuïteit van de (digitale) dienstverlening van onze gemeente in de toekomst te borgen.

Dit bijvoorbeeld door het aandeel van gebruik van open source software te vergroten, commerciële software te gebruiken van leveranciers die niet vallen onder de Amerikaanse CLOUD-Act, zo veel mogelijk gebruik te maken van Europese of Nederlandse alternatieven en data-opslag in de EER (Europese Economische Ruimte). We kijken daarbij naar het landelijk beleid van de Rijksoverheid en wat andere gemeenten al besloten hebben. De ambitie van de strategie vinden we aan het nieuwe college om te bepalen. Het tempo om los te komen, de prioriteit ten opzichte van andere digitale ontwikkelingen en het budget dat hiervoor beschikbaar gemaakt kan worden, zijn hierin bepalend. Voor de resterende bestuursperiode van dit college (tot medio 2026) zijn de bestaande (financiële) middelen volgens de begroting 2026 ons uitgangspunt.

Vraag E2: Is het college voornemens digitale autonomie uit te werken in een samenhangende strategie die aan de raad wordt voorgelegd? Komt er een plan over hoe we onze digitale zelfstandigheid willen beschermen? Antwoord Het voornemen is om een strategie op dit punt uit te werken. We benoemen dit ook bij argument 1.3 in het raadsvoorstel. Of deze strategie aan de raad wordt voorgelegd vinden we iets voor het volgende college. De hoofdlijnen hiervan zullen t.z.t. in ieder geval in de P&C-documenten benoemd worden als daar extra financiële middelen voor nodig zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16601157/1