20210610 Notulen Opiniecommissie
Tekst van het document
Notulen vergadering 10 juni 2021
Aanwezig:
Opiniecommissie
Voorzitter Commissiegriffiers
: dhr. M. Selten : dhr. B. van der Berg, dhr. P. Leenders
GroenLinks CDA SP VVD Lokaal sterk 50PLUS Helder Helmond D66 PvdA Helmond Aktief plan! Fractie Bach Plus Fractie Michael Rieter
: dhr. L. van Sas, dhr. H. Panjoel : dhr. M. Heesakkers, dhr. S. Dere : dhr. H. Terzioglu, mevr. L. Maráczi : dhr. T. Manders, dhr. M. Sneijers : mevr. K. Breuer-Dijkers, mevr. J. Spierings-van Deursen : dhr. M. van Lierop : dhr. M. Rieter jr., dhr. L. van de Werff : dhr. J. van den Bogaard, mevr. M. Brouwers : dhr. L. Valentijn, mevr. P. Peijs : dhr. G. van Vugt, dhr. L. Smits : dhr. G. Bosch : mevr. J. Bach-Smits : dhr. M.P.J. Rieter sr., dhr. M. van de Westerlo,
Portefeuillehouder(s)
: wethouder Maas, wethouder De Vries
Overig
: dhr. Van Loon, dhr. Raijmakers, mevr. Feenstra, dhr. Otten, dhr. Van den Berg
Notulist
: mevr. A. Smetsers (Notuleerservice Nederland)
1. Opening en mededelingen De voorzitter, de heer Selten, opent de volledig digitale vergadering om 19.00 uur. De deelnemers en belangstellenden via livestream worden welkom geheten. Er zijn geen berichten van verhindering ontvangen. Er is een kleine wijziging in de agenda te melden. In de beëdiging van mevrouw Brouwers van 8 juni 2021 is een technische fout gemaakt. Derhalve zal de beëdiging opnieuw plaatsvinden bij het toegevoegde agendapunt 3. Opiniërende onderwerpen: 2.
Actualisatie Parkeerbeleid
Eerste termijn: De heer Van Loon van bureau Empaction geeft een toelichting op de presentatie Parkeerbeleid in context van Helmond 2030. De heer Heesakkers (CDA) vindt het opvallend een presentatie Parkeerbeleid te krijgen, waarbij het lijkt alsof er een hekel aan auto’s is. Er wordt vermeld het plezier in wonen, werken en verblijven, maar kan dat ook niet door juist een auto te bezitten en de vrijheid te hebben ergens heen te kunnen gaan. Er wordt gevreesd dat minder parkeerplaatsen in het centrum zal betekenen dat mensen niet meer naar het centrum komen. Natuurlijk zijn de alternatieven het openbaar vervoer en de fiets, maar dat geldt vaak niet voor de oudere inwoners die minder mobiel zijn. Ook is het openbaar vervoer in Helmond niet optimaal.
Vergadering Opiniecommissie
Blz. 1
Verder bestaat het risico dat, als mensen met het openbaar vervoer moeten komen, zij ervoor kiezen naar Eindhoven te gaan. Het is een grote stap om voor adaptief te kiezen met alle auto’s die er nog in Helmond zijn en bedenkingen die er bestaan rondom het openbaar vervoer en de fiets. De heer Van Sas (GroenLinks) merkt op dat er regelmatig wordt gesproken over parkeren aan de randen van het centrum, wat de indruk wekt dat bezoekers ver moeten lopen om in het centrum te komen. Inmiddels is bekend dat het voornamelijk gaat om de parkeergarages in het centrum. Van daaruit is elke plek in het centrum binnen vijf minuten lopend te bereiken. De communicatie richting de inwoners zou duidelijker mogen. Er wordt geadviseerd om te communiceren over parkeren in de bestaande parkeergarages in het centrum van de stad. Bezoek aan het centrum zou niet alleen aantrekkelijker gemaakt moeten worden voor fietsers door goede voorzieningen in het centrum, maar juist door de routes van de buitenwijken naar het centrum aantrekkelijker te maken. Daarbij kan worden gedacht aan goede verlichting op de fietspaden, sociaal veiligere fietspaden, strooiroutes in de winter, et cetera. In het rapport staat dat voor stakeholders in het centrum een breed palet aan betaalbare mobiliteitsdiensten beschikbaar is. Welke diensten zijn dit? Het was niet mogelijk deze technische vraag vooraf in te dienen.
Hoe zullen de inwoners zover worden gekregen, dat zij door de week aan de rand van het centrum parkeren en in het weekend ergens anders? Het Ameideplein wordt door bezoekers en bewoners van de Ameideflat veel gebruikt. Hoe wordt daarmee omgegaan als parkeren op maaiveldniveau wordt gereduceerd? Betaald parkeren op zondag gaf veel reuring bij deze groep. Veel ondernemers wonen in de omgeving of hebben meerdere vestigingen rondom Helmond, waarvoor een auto wordt benodigd. Bij alle scenario’s staat vermeld dat het gewenst is dat winkeliers campagne voeren om bezoekers uit de auto te krijgen, waarbij wordt gedacht aan bewaakte fietsenstallingen, maar dan verdienen de daar geïnstalleerde plattegronden een update. Daarnaast zou het wenselijk zijn om bijvoorbeeld bewaarkluisjes in de fietsenstallingen te zetten, zodat inkopen opgeborgen kunnen worden en het verblijf in de stad wordt verlengd. Kan voor bestaande bewoners de verleende vergunning straatparkeren om worden gezet naar een abonnement voor een parkeergarage? Niet alle parkeergarages zijn 24/7 geopend. Wat kan daaraan worden gedaan? Zou het bij het invoeren van betaald parkeren in woonwijken ter voorkoming van uitwijkgedrag mogelijk zijn er een parkeervergunninggebied van te maken voor de bewoners? Er kan worden ingestemd met scenario 2, maar het zou wel wenselijk zijn om genoemde aandachtspunten mee te nemen.
De heer Valentijn (PvdA) vindt dat het gezien de maatschappelijke opgave allemaal concreter en meer richtinggevend had gemogen. Het scenario Volgend is te conservatief en leidt tot meer auto’s en autobeweging. De keuze voor Adaptief lijkt nadrukkelijk een gulden middenweg te zijn. Terwijl Proactief tot veel verplichtingen voor burgers, bezoekers en bedrijven leidt en dat is een lastige politieke boodschap. Het toekomstige parkeerbeleid had direct tot concrete ingrepen moeten leiden. Dan merken de burgers dat er iets gaat veranderen. Als het Ameideplein gedeeltelijk wordt vergroend door een brede rand van parkeerplaatsen te vervangen door een strook met bomen, struiken en banken, dan kan binnenin worden geparkeerd en blijft er plaats voor de markt en kermis. Hiermee wordt een statement gemaakt. Het parkeren in de Annawijk blijft een vervelende zaak voor de bewoners. Werkgevers kunnen worden verplicht om de door de week grotendeels leegstaande parkeergarage Doorneind beter te benutten. Ook kunnen bijvoorbeeld met Vlisco afspraken worden gemaakt om in het weekend bezoekers van het centrum aldaar te laten parkeren. Wellicht kan gebruik worden gemaakt van een gedifferentieerd parkeertarief. Wie van ver komt, betaalt minder en wie van dichtbij komt, betaalt meer. Wie met de fiets komt, kan gratis de fiets stallen. De heer Bosch (plan!) vraagt of de keuze al is gemaakt.
Er wordt namelijk gevraagd wensen en bedenkingen ten aanzien van het voorkeurscenario Adaptief mee te geven. Er zijn nog steeds grote zorgen om een auto- en verkeersluw centrum. De wegen rond het centrum lopen nog steeds niet vol met verkeer. Van de fietsenstallingen wordt volop gebruikgemaakt. Dus vanwaar alle veranderingen? Het centrum moet omwille van de ondernemers goed bereikbaar zijn voor de inwoners, die naast te voet, met de fiets, auto en goed openbaar vervoer naar het centrum moeten kunnen gaan. Een voorziening zal noodzakelijk zijn om de inwoners van en naar de wijken te brengen. Er ontbreekt een optimaal stadsvervoer in Helmond. Kan hierover iets meer duidelijkheid worden gegeven? Misschien is een watertaxi door de kanalen ook een mooie oplossing. Voordat het mogelijk is een uitspraak te doen over het parkeerbeleid, wordt geadviseerd eerst met spoed te zorgen voor goed stadsvervoer en onderzoek naar de mogelijkheden van een volledige rondweg om Helmond. De heer Van Vugt (Helmond Aktief) vermeldt dat het parkeren in Helmond een probleem is, mede door de grootte van de stad. Helmond is te klein voor een transferium. Een autoluwe binnenstad is wel een mogelijkheid. Als er buiten het centrum wordt geparkeerd, dan moet worden gezorgd voor goed vervoer naar de parkeergelegenheid of stad.
Er wordt gesproken over een looptijd van tien minuten, maar dat is voor veel ouderen een grote afstand. Er wordt voorgesteld om bij de parkeermogelijkheid buiten het centrum een voorziening te creëren voor de scootmobielen en fietsen voor mensen die in het centrum wonen en eventueel buiten de stad parkeren. Vergadering Opiniecommissie
Blz. 2
Wat zou het voor de uitstraling van Helmond betekenen om een op zonnecellen aangedreven zelfrijdende bus te laten rijden vanuit een te creëren parkeergelegenheid buiten het centrum? In het centrum zijn steeds meer uitgaansmogelijkheden gerealiseerd. Het parkeerbeleid zou hiermee rekening moeten houden. Er wordt gekozen voor scenario 1, waarbij wordt opgemerkt dat er voldoende rekening gehouden moet worden met goede voorzieningen voor ouderen en mindervaliden. De heer Van den Bogaard (D66) vindt het noodzakelijk dat er een actualisatie van het parkeerbeleid komt. Het uitgangspunt van het plan om te kiezen voor Adaptief wordt gesteund. Dus het faciliteren van bereikbaarheid en mobiliteit om zo het wonen in het centrum aantrekkelijker te maken, zonder het bezit van een eigen auto. Een vermindering van autogebruik en autobezit is alleen te bewerkstelligen als de alternatieven ook zo aantrekkelijk mogelijk zijn. Daarbij moet worden gedacht aan een goede fietsinfrastructuur en gemakkelijk toegankelijk openbaar vervoer. Ook moeten er mogelijkheden zijn voor deelmobiliteit en mobility hubs bij het station en in het centrum. De gemeente mag ook proactief acteren, bijvoorbeeld als het gaat om de gehanteerde parkeernormen.
Deze moeten worden aangepast aan de huidige en toekomstige behoefte en kan in het centrum structureel naar beneden worden bijgesteld, zeker als het gaat om gestapeld wonen. Daarnaast is het wenselijk om te gaan naar een groen en autoluw centrum, met minder parkeren in de straat en meer in parkeergarages. Een voorbeeld hiervan is het opheffen van het parkeerterrein achter de Hema, Kegelbaan en het Ameideplein. In de toekomst moeten deze pleinen zoveel mogelijk vrij zijn van geparkeerde auto’s. De pleinen moeten toegankelijk zijn voor wandelaars en fietsers, waarbij de auto te gast is. Het centrum moet gericht zijn op ontmoeting tussen mensen. Dat kan worden opgevangen door het beter benutten van de bestaande parkeergarages. De heer Manders (VVD) vindt scenario 3 een absolute no go en kiest niet voor de scenario’s 1 of 2. Het is belangrijk dat er voldoende wordt gebouwd, met daarbij ook voldoende parkeerplaatsen om aan de vraag te voldoen. Auto’s uit het centrum weren, kan de doodsteek betekenen voor het mkb. Automobilisten kopen tweeënhalf maal zoveel als fietsers of wandelaars. Volgens het gefaseerde plan verdwijnen er 650 parkeerplaatsen in het centrum en er wordt gestimuleerd om te parkeren in de parkeergarages.
Hoeveel plaatsen zullen er na de uitbreiding van de parkeergarages daadwerkelijk verloren gaan? Wat is de bezettingsgraad van de huidige parkeergarages? Hoeveel concrete parkeerplaatsen zijn er gemiddeld niet in gebruik en kunnen door slimme oplossingen optimaal worden benut? De bereikbaarheid is voor de centrumbewoners van groot belang. Voor gezinnen met jonge kinderen speelt de auto een belangrijke rol. Dat geldt ook voor de inwoners die voor hun werk afhankelijk zijn van de auto. Vooral oudere bewoners zullen een vergroting tot de afstand van parkeerplaatsen als onwenselijk ervaren. Voor de centrumbewoners zullen waarschijnlijk de kosten aanzienlijk toenemen. De parkeertarieven in de parkeergarages zijn hoog vergeleken met parkeervergunningen. Wat gaat daar veranderen? Hoe is het straks gesteld met parkeerplaatsen voor bezoekers van de bewoners in het centrum? Het zou goed zijn als in het centrum meer inwoners komen wonen die bovenmodaal verdienen. Ook deze groep dient voldoende te worden gefaciliteerd als het om parkeren gaat, want zij bezitten een of meerdere auto’s. Buitenstedelijk bouwen zal bewoners met een parkeerwens uit de stad weg laten trekken.
Wat zijn dan de consequenties? Is het mogelijk dat centrumbewoners hun parkeerplaats kwijt kunnen raken? Hoe zit het met ouderen die niet de mogelijkheid hebben om te lopen naar een parkeerplaats? Momenteel hebben koopwoningen goedkoop in de schil 1,4 parkeernorm en duur 1,7. Verleiden is prima om zo toekomstig autobezit te laten afnemen, maar daarop mag nog niet vooruit worden gelopen. De gemeente mag op geen enkele wijze financiële risico’s lopen door zelf te gaan investeren in deelmobiliteit, maar kan wel meer de regie nemen zoals bij de beroemde app. Of deelmobiliteit een oplossing is voor de Helmondse situatie wordt betwijfeld. De lagere parkeernorm moet op geen enkele manier worden berekend door rekening te houden met de nog lang niet bewezen effecten van de deelauto’s. Er moet grote flexibiliteit worden ingebouwd rond de parkeernormen. De komende periode kan er ontzettend veel veranderen. Het gebied rondom het station kan heel anders worden benaderd dan gebieden in de schil. Het verplichten van deelmobiliteitsoplossingen in combinatie met de vergunningverlening voor de vestiging van nieuwe bedrijven wordt zeker niet ondersteund. Potentiële investeerders moet niet worden afgeschrikt om zich in Helmond te vestigen. Nog meer regels zijn funest. In principe kan er worden ingestemd met het opzetten van een mobiliteitsfonds.
Bezoekers en bewoners zullen meer gebruikmaken van parkeergarages, waardoor de loopafstanden zullen toenemen. Belangrijk is dat het stadscentrum bereikbaar blijft voor de automobilist. Goede bewegwijzering naar parkeergarages is heel belangrijk, maar openingstijden van 24/7 natuurlijk ook en aantrekkelijke parkeertarieven. Welke effecten zullen deze plannen hebben op de klandizie van de middenstand? Er worden cijfers gebruikt om iets aan te tonen, terwijl de leaseauto’s worden weggehaald. Worden de ontwikkelingen in de stad gemonitord? Vinden er aanpassingen plaats indien ongewenste negatieve effecten van het beleid gaan optreden? Daarom wordt gepleit voor een ruimtelijk beleid met een grote mate van flexibiliteit met betrekking tot de parkeernormen. Het vastleggen voor een langere periode kan funest zijn voor de Helmondse economie. Er zijn straten waar de ondernemers absoluut geen parkeerverbod willen. Als dat wel gebeurt, zullen Vergadering Opiniecommissie
Blz. 3
amendementen worden ingediend. Vergroenen is prima, maar te veel liquideren is geen optie. Ondernemers opteren ook voor gedifferentieerd parkeren. Invalideparkeerplaatsen zijn er momenteel veel te weinig. De heer M. van Lierop (50PLUS) beschouwt het voorstel als een logisch vervolg op de eerder kaderstellende besluiten. Juist dat gegeven maakt het ingewikkeld om te beperken tot het specifieke parkeerbeleid. In het uitgebreide dossier hangt alles samen. In het voorstel wordt heel veel nadruk gelegd op de beweging van de bewoners van het centrum. Deze groep moet worden verleid om de parkeerdruk te verlagen. Daarvoor worden middelen als deelmobiliteit ingezet. Aandacht voor bezoekers van het centrum in relatie tot het verlagen van de parkeerdruk is in dit voorstel onderbelicht en dat is jammer. Als het mogelijk is de bezoekers in het centrum te verleiden om de auto te parkeren op gratis te gebruiken parkeerhubs aan de randen van het centrum, kan dit een aanzienlijke bijdrage opleveren aan de actualisatie. Vervolgvervoer is dan wel een noodzaak. Het is een goede zaak dat gezondere modaliteiten, te voet of op de fiets worden gestimuleerd, maar de heilige koe is niet zomaar van de straat te krijgen. De conclusie van het college wordt gedeeld. Het heeft geen zin om te versnellen naar het derde scenario. Er wordt uitgekeken naar het voorstel van de Adviescommissie in september 2021.
Mevrouw Bach-Smits (Fractie Bach Plus) vindt het zeker van belang om het parkeren met andere ogen te gaan zien. Parkeren is ook een mogelijkheid om een doel te bereiken. De auto is tot nu toe altijd een vervoermiddel geweest om de economie op peil te houden. Daarbij wordt gedacht aan de ondernemers in het centrum. Voor de nieuwe bewoner in het centrum kan het een keuze zijn om geen auto te hebben. De huidige bewoners hebben deze keuze niet. Bij het parkeren aan de buitenkant van het centrum wordt het risico gelopen dat de omliggende wijken zwaar worden belast door het uitwijkende verkeer. Het even bezoeken van iemand gaat altijd geld kosten of kost meer tijd. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat parkeren geen tweedeling in het centrum gaat worden. Het streven naar een autoluw wooncentrum is een mooi streven, maar heeft ook veel schaduwkanten, omdat hiermee ook de wijken om het centrum worden belast, waar nu voor een parkeerbehoefte wordt betaald. Ook het parkeren in schilwijken zal onder druk komen te staan bij uitwijkend gedrag. Al het geopperde omtrent de deelmobiliteit is erg onduidelijk. De voorkeur gaat uit naar zoveel als mogelijk ondergronds parkeren mogelijk te maken. De keuze kan worden gegeven aan een ontwikkelaar of vastgoedeigenaar.
Als de mobiliteit in en naar het centrum worden verbeterd door infrastructuur door middel van betere fietspaden, dan wordt er minder van de auto gebruikgemaakt. Er zijn nog te veel losse eindjes en aannames. De heer M. Rieter jr. (Helder Helmond) is altijd kritisch geweest op het autoluw maken van het centrum. Alle wensen en bedenkingen moeten worden verzameld, waarna met een voorkeursscenario kan worden gekomen. Het college is weer de besluitvorming aan het beïnvloeden. Er wordt geneigd naar scenario 1 en dat is Volgend. De nieuwe en bestaande bewoners verleiden om gebruik te maken van andere mobiliteiten is prima. Momenteel gebeurt dat zeker niet optimaal, gezien het busvervoer dat momenteel wordt gefaciliteerd. Dat is zwaar ondermaats en is nog steeds zorgwekkend. Goed busvervoer moet prioriteit hebben voordat het parkeerbeleid wordt geactualiseerd. Daarnaast moet deelmobiliteit worden overgelaten aan de markt. Er moet niet op de zaken vooruit worden gelopen. Scenario 3 Proactief valt af, omdat het dwingen van de inwoners uit de auto niet wordt ondersteund. Kan worden toegezegd dat, als het voorkeursscenario wordt omgezet in een raadsvoorstel, dan scenario 3 volledig van de baan is? Het mag duidelijk zijn dat Helmond geen metropool is. De komst van 10.000 woningen in het centrum wil niet zeggen dat de stad als metropool moet worden ingericht.
De tien minuten stadfilosofie rijmt niet helemaal met het naar de stad lokken van wijkwinkelcentra. Het is belangrijk dat de voorzieningen aan de randen van de stad optimaal blijven. De huidige bewoners van het centrum hebben een eigen parkeerplek. Zullen zij deze kwijtraken en een plek krijgen in de parkeergarages aan de randen van de stad? Zullen de parkeertarieven op de lange termijn hoger worden? Bij het stadspark zijn niet alle parkeerplaatsen een-op-een gecompenseerd. Kan worden toegezegd dat alle plekken worden gecompenseerd? Er wordt geneigd naar alternatief 1. Mevrouw Breuer-Dijkers (Lokaal sterk) vindt het een ingewikkeld punt, want er spelen veel belangen, zoals meer woningen, een mooie woonomgeving et cetera. Hierbij moet ook worden gedacht aan het midden- en kleinbedrijf. Het openbaar vervoer speelt een grote rol. Hopelijk zal dit een duidelijke verbetering ondergaan. Een parkeernorm van 0,4 is zeer ambitieus. In het verleden waren er deelscooters, maar de helmplicht wordt ingevoerd. Wat zullen de consequenties zijn voor het gebruik van de deelmobiliteit? Voor minder mobiele mensen blijft de mogelijkheid bestaan om snel een bezoek te brengen aan winkels. Ook moet worden gedacht aan mensen die naar mensen toe moeten, zoals mantelzorgers, zorgaanbieders en dergelijke, die kort willen parkeren in het centrum.
In verschillende plekken in het land zijn combinaties gemaakt waar onder woontorens ’s avonds parkeergelegenheid wordt geboden aan de bewoners en overdag voor bezoekers van de stad. De heer M.P.J. Rieter sr. (Fractie Michael Rieter) wil creatief meedenken om te voorkomen dat er wordt auto gepest. Theoretisch is het leuk om Helmond autoluw te maken, maar is het wenselijk in een stad waar Vergadering Opiniecommissie
Blz. 4
de parkeerdruk minder groot is als in echte grote steden? Er ontbreekt de wezenlijke vraag waarom mensen een auto hebben, want afhankelijk daarvan is te bepalen of iemand moet worden overtuigd van alternatieven. Uiteraard is geld een aspect. Ook wordt een auto gekocht om op vakantie te gaan. Er zijn mensen slecht ter been en zij kunnen moeilijk gebruikmaken van een fiets. Voor bezoeken buiten Helmond wordt de auto gebruikt. Is er een onderzoek gedaan waarom mensen een auto nodig hebben? In Eindhoven zijn de invalideparkeerplaatsen gratis. Het is belangrijk zuinig te zijn op de ruimtes die belangrijk zijn voor de logistiek in de stad. Natuurlijk is het mooi om er een groene rand omheen te leggen, maar het is wenselijk dat mensen in de stad kunnen komen. Zou een stad als Helmond een transferium moeten hebben met pendelbussen? Het verplaatsen naar bijvoorbeeld de Suytkade zal een enorme druk geven op de Suytkade. Er wordt nog geen definitief besluit genomen, want dat wordt gedaan na de Adviescommissie. Als er gekozen moet worden, dan wordt gekozen voor scenario 1.Ook is een mix van scenario 1 en 2 mogelijk. De heer Terzioglu (SP) vindt het adaptieve scenario de gulden middenweg om de verandering naar een groen en autoluw centrum in gang te zetten. Het is de vorm van een overgangsscenario. Alles moet in samenhang worden gezien. Ook wordt gevraagd om een gedragsverandering.
Wethouder Maas zegt dat het college geen keuze heeft gemaakt. Door het college wordt een voorkeurscenario geopteerd, maar het is vrij om wensen en bedenkingen mee te geven. Er wordt opgehaald en op basis daarvan wordt teruggekomen bij de Adviescommissie. Er is geenszins sprake van het niet bereikbaar zijn van het centrum met de auto, want er wordt zelfs onder de grond parkeerruimte bij gebouwd. Communicatief kan dit beter worden benadrukt, zodat bekend is dat het niet gaat over parkeren aan de randen van het kernwinkelgebied. Van de diverse parkeergelegenheden is het echt een paar minuten lopen naar het centrum. Er wordt gefaciliteerd dat bezoekers op een goede manier het centrum kunnen bereiken. Het is de bedoeling dat iedereen die slecht ter been is, gebruik kan blijven maken van parkeerplaatsen dicht bij de voorzieningen. Het openbaar vervoer moet op orde zijn voordat parkeerplaatsen worden verwijderd. Dat is precies het adaptieve karakter van scenario 2. Er moet op worden ingezet dat kleinschalig de wijken met het stadscentrum zijn verbonden. Hierover worden gesprekken gevoerd met de provincie en de gedeputeerde heeft toegezegd te zoeken naar oplossingen. Dat geldt ook voor de deelscooters en andere vormen van deelmobiliteit. Het gaat erom dat het centrum goed bereikbaar is. De modaliteiten moeten eerst op orde zijn.
Vanwege de verstedelijkingsopgave moeten de parkeernormen worden aangepast. Als de normen worden behouden, dan moeten er 3.000 tot 4.000 parkeerplaatsen bij worden gebouwd in de komende tien jaar. Dat lijkt een onmogelijke zaak. Behalve het parkeren moeten de auto’s zich ook bewegen op de weg. Waar nu de druk niet hoog lijkt, zal dit leiden tot knelpunten. De vergunningen moeten worden aangepast en kunnen per halfjaar of jaar worden gewijzigd op basis van de behoefte. Ook dat is adaptief. Het is niet mogelijk direct naar concrete invulling te gaan, omdat eerst de modaliteiten op orde moeten zijn alvorens sommige maatregelen worden toegevoegd. Voordat afspraken gemaakt kunnen worden met andere partijen, dient de raad eerst een besluit te nemen. De watertaxi is een interessante suggestie, welke is genoteerd. Omtrent de rondweg is een aantal kaders afgesproken, zijn er besluiten genomen en is er aan de hand van de meegegeven kaders verder gegaan met de actualisatie van het parkeerbeleid. Het plaatsen van een hub aan de rand van de stad is een interessante suggestie, evenals zelfrijdende shuttlebussen op zonnecellen vanuit hubs. Het is een terechte opmerking dat geen tweedeling dient te ontstaan in de binnenstad. Als er meer plekken in de parkeergarages gebruikt moeten worden, dan zullen deze dag en nacht open zijn. Dat is een van de maatregelen als randvoorwaarde.
Bezoekers aan het centrum kunnen tot in het hart van het centrum parkeren. Het is vooral belangrijk dat mensen die slecht ter been zijn, altijd met de beschikbare mobiliteit overal moeten kunnen komen. De markt van deelmobiliteit is in beweging. Het is een samenspel tussen marktpartijen, ondernemers en overheden, wat ook al wordt gedaan met de provincie en ondernemers. De opmerking over het onderbelicht zijn van de bezoekers aan het centrum en het beter benoemen van het inrichten van de faciliteiten wordt meegenomen. Ook het idee om gratis te parkeren aan de randen van de stad wordt meegenomen. Het adaptieve proces geldt ook voor het niet hoger worden van de parkeertarieven. Er is afgesproken dat de tarieven niet worden verhoogd. Maar over tien jaar zal er meer naar gedifferentieerde tarieven worden gewerkt. Dat geldt voor abonnementhouders, voor mensen die mobiel en minder mobiel zijn. Het is niet bekend of het dragen van een helm reden is om geen gebruik te maken van een deelscooter. De indruk bestaat dat mensen daar snel aan gewend zullen zijn. In het beleid wordt er rekening gehouden met de kortparkeerders, mantelzorgers et cetera. Dit is een belangrijke groep. Helmond wordt gezien als een centrumstad voor de Peel en is onderdeel van de metropoolregio Eindhoven.
Wethouder De Vries merkt op dat verwacht mag worden dat wordt aangegeven waar de voorkeur ligt, in het licht van eerder aangenomen stukken. Soms wordt de indruk gewekt dat het parkeren aan de randen Vergadering Opiniecommissie
Blz. 5
van het centrum ver weg is, maar er wordt gesproken over de bestaande parkeergarages. Dat zijn de hubs die vol worden gefaciliteerd, zodat mensen echt tot in het centrum kunnen komen, zonder dat het ten koste gaat van veel openbare ruimte. Het Ameideplein zit in het centrumperspectief als een van de te vergroenen plekken. Er is echter vastgesteld dat dat momenteel nog niet mogelijk is. Er wordt in de stad aan allerlei opgaves gewerkt. Het Ameideplein wordt benodigd voor het faciliteren van de markt en de kermis. Als er onder het Piet Blomplein een parkeervoorziening wordt gerealiseerd, wordt daaraan gekoppeld een vermaakplein. Daarheen kan de markt verhuizen en dan komt het Ameideplein beschikbaar om verder te vergroenen. In de ontwikkeling van het Ameideplein en de Kegelbaan moet er rekening mee worden gehouden dat de mogelijkheid blijft bestaan voor kort parkeren voor het afhalen van bijvoorbeeld eten. Het is mogelijk het Ameideplein nuttiger te gebruiken zonder functies te verliezen. Ook bij de Kegelbaan moet worden gekeken naar een oplossing. Dat wordt gezien als adaptief, dus het meebewegen met de wensen van bezoekers en ondernemers. Er moeten dan parkeerplaatsen worden onttrokken aan de openbare ruimte. Die bevoegdheid heeft de raad. Alvorens met een voorstel te komen, zullen eerst de ondernemers en de wijkraad zijn gehoord.
Het centrum is een concurrent van de wijkwinkelcentra. Dit wordt niet gestimuleerd. De wijkwinkelcentra zullen niet kleiner worden gemaakt. Er komen echter steeds minder winkels, welke zoveel mogelijk in het centrum worden geconcentreerd, maar de wijkwinkelcentra hebben bestaansrecht en dat blijft ook zo. In het centrum gaat het steeds meer om beleven, gezelligheid en vermaak. Winkelen wordt steeds ondergeschikter. De verdwenen parkeerplaatsen worden niet een-op-een gecompenseerd, omdat er toen is geconstateerd dat er een overschot was aan parkeerplaatsen, met name in de parkeergarages. Door deze van de straat te halen, wordt hopelijk de bezettingsgraad van de parkeergarages verhoogd. De heer Raijmakers legt uit dat parkeervergunningen voor de bestaande bewoners voorlopig blijven bestaan. Als er parkeerplaatsen moeten verdwijnen – en die verdwijnen alleen als er een andere functie wordt gegeven aan het gebied –, dan moeten bestaande bewoners misschien op een andere locatie parkeren. Nieuwe bewoners kunnen, afhankelijk van wat de ontwikkelaar heeft gerealiseerd aan parkeerplaatsen op eigen terrein, naar de gemeentelijke parkeergarages gaan om daar een parkeervergunning aan te vragen. Omdat in sommige gevallen bijvoorbeeld 70 euro wordt gevraagd voor een parkeerplaats op eigen terrein, parkeren bewoners op de gratis plaatsen buiten het terrein.
Als wordt geknepen op de parkeernormen in het kernwinkelgebied, dan worden aan de ontwikkelaar eisen gesteld dat zij extra faciliteiten voor de fiets moeten realiseren, zodat deze eenvoudig te stallen is. Ook moeten voor scootmobielen faciliteiten worden gerealiseerd. Ondernemers blijven de mogelijkheid houden om te laden en te lossen tot elf uur ’s morgens. Verder kan voor korte bezoeken gebruik worden gemaakt van de parkeerplaatsen die direct rondom het voetgangersgebied liggen. 3. Beëdiging burgercommissielid mevrouw M. Brouwers Aangezien er bij de eerdere beëdiging een technische fout is gemaakt, zal de beëdiging opnieuw plaatsvinden. De voorzitter leest de tekst voor het afleggen van de eed voor. Mevrouw Brouwers antwoordt met twee vingers in de lucht: Zo waarlijk helpe mij God almachtig! Mevrouw Brouwers wordt van harte gefeliciteerd met de benoeming als burgerlid. 4. Toekomstige organisatievorm Theater Speelhuis Mevrouw Feenstra, beleidsadviseur en projectleider Cultuur van de afdeling Ontwikkeling Sociaal Domein verzorgt de presentatie Toekomst Het Speelhuis in relatie tot De Cacaofabriek, met een toelichting op het onderzoek van bureau Courante en commissieformat. Eerste termijn: De heer M.P.J. Rieter sr.
(Fractie Michael Rieter) heeft alle opties onafhankelijk bezien en kan zich vooralsnog vinden in scenario 4 wat betreft de fusie door middel van een concernconstructie. Hetzelfde geldt voor scenario 3, waarbij de horeca een zelfstandige entiteit wordt. Amateurgezelschappen betalen veel meer dan professionele gezelschappen, want zij moeten voor de zaal, het licht et cetera betalen. Is het mogelijk hiermee anders te werk te gaan? De Helmondse gezelschappen zijn weliswaar maar amateurs, maar amateurs zijn meer dan alleen maar vrijwilligers, want het zijn bijna professionele producties. Hoe zit het met het restaurant van De Cacaofabriek? De heer Smits (Helmond Aktief) vindt het goed dat vreemde ogen naar de huidige situatie hebben gekeken. Het antwoord op vraag 1: binnen de huidige stedelijke omvang lijken de voorzieningen voldoende van aard te zijn, maar als de gemeente gaat groeien tot boven de 100.000 inwoners, dan dienen er aanvullingen te komen. Vraag 2: er wordt positief tegen de verzelfstandiging aangekeken, maar de vinger moet wel aan de pols blijven, zowel cultureel en financieel. Cultuur kost geld, maar via de prestatieafspraken dient dit te worden geregisseerd. Bijsturen en corrigeren is vaak lastig en komt meestal te laat. Vraag 3: scenario 4 Vergadering Opiniecommissie
Blz. 6
geeft de meeste kansen. Mocht het verkeerd uitpakken, dan is er altijd een weg terug. Nergens is te lezen hoe Het Speelhuis over dit scenario denkt. Vraag 4: een aparte entiteit die los zal staan van de theaterfunctie. Dus horeca en theater die elkaar, onder voorwaarden, kunnen aanvullen. Dat zou ook moeten gaan gelden voor De Cacaofabriek, maar dat is niet onderzocht en dat is jammer. Vraag 5: scenario 4 biedt de meeste kansen. Vraag 6: heel goede prestatieafspraken en een vastgelegd subsidiebudget zijn van belang voor beide instellingen. Vraag 7: scenario 4 heeft de voorkeur voor Het Speelhuis en De Cacaofabriek en scenario 3 voor de horeca. Met de vaststelling van de keuze moet nog een heel traject worden doorlopen voor de verdere uitwerking. Mevrouw Spierings-van Deursen (Lokaal sterk) kan de vragen als volgt beantwoorden. Vraag 1: er wordt positief tegen de positie aangekeken, want Het Speelhuis is een bijzondere plek en moet worden behouden. Ook De Cacaofabriek heeft bewezen een wezenlijk aandeel voor de cultuur in de stad te hebben en dient ook te worden gehandhaafd. Vraag 2: de voor- en nadelen zijn bekeken, waarbij voorstel 4, de concernvariant het beste lijkt te zijn. Over de horeca bestaat geen expliciete mening. Het zou mogelijk moeten zijn om daar ook een kop koffie te gaan drinken, maar bij culturele avonden moet de bar of het restaurant open zijn.
Vraag 3: er moeten inderdaad nieuwe impulsen worden gegeven. De meeste kansen liggen in de concernvariant. Het belangrijkste is dat beide de functie uit kunnen oefenen om een culturele hotspot te zijn. Een randvoorwaarde voor de subsidie zou moeten zijn dat ook de Helmonders met een kleinere beurs de mogelijkheid hebben om daar terecht te kunnen. Alle voor- en nadelen afwegend wordt gekozen voor scenario 4. Als daar goede afspraken worden gemaakt, dan is de verwachting dat in de komende jaren cultureel Helmond echt op de kaart kan worden gezet. Mevrouw Brouwers (D66) zegt dat er wordt uitgegaan van een beperking in programmering vanuit Het Speelhuis. Waaruit bestaan de beperkingen? Het is een flinke sprong in het diepe met veel aannames en onzekerheden, want verzelfstandiging biedt meer speelruimte om te ondernemen, maar brengt ook valkuilen met zich mee. De commerciële doelen en het inzetten in de maximale culturele impact zijn niet altijd in elkaars verlengde. Hoe wordt de focus gehouden? Daarnaast heeft de professionaliseringsslag ontzettend veel impact op de organisatie.
Hoe zeker is het dat de efficiencyvoordelen die de gemeente wil bereiken, worden gehaald en op welke manier? De vinger aan de pols is heel belangrijk, want hoe wordt ervoor gezorgd dat er genoeg ruimte is voor de amateurkunst en de stimulans van talent? Welke impact gaat het hebben op vrijwilligers en worden zij betrokken bij Het Speelhuis? Is er naast de terugvaloptie een eerdere mogelijkheid voor de gemeente om eventueel bij te sturen? Mevrouw Maráczi (SP) weet dat theorie en praktijk soms twee verschillende dingen kunnen zijn. Hoe wordt omgegaan met het vrijwilligersbestand? Worden zij niet aan de kant gezet als er wordt geprofessionaliseerd? Een cruciaal punt is de toegankelijkheid, niet alleen fysiek, maar zeker in de zin van cultuur voor alle Helmonders. Hoe kan dit worden gewaarborgd? Kan een toelichting worden gegeven op de maatschappelijke waarde? De vijf kernwaarden uit de eindrapportage kunnen volledig worden ondersteund. De heer Van de Werff (Helder Helmond) gaat over tot het beantwoorden van de vragen. Vraag 1: zowel Het Speelhuis als De Cacaofabriek mag een prominentere positie in de stad krijgen en met nadruk voor iedereen. Soms zit er toch een elitair en hautain sausje over cultuur. Vraag 2: cultuur gaat samen met economische schommelingen. Cultuur is een afspiegeling van wat zich op dat moment afspeelt in de geschiedenis van de omgeving.
Er wordt gedacht aan toename van creativiteit, verantwoordelijkheid en continuïteit wanneer er verzelfstandiging plaatsvindt. Vraag 3: een verregaande samenwerking is een must. Hiermee wordt concurrentie van bepaalde optredens voorkomen en er kunnen prachtige combinaties worden gemaakt met bijvoorbeeld een optreden in Het Speelhuis en een bijbehorende expositie in De Cacaofabriek. Het scenario dat aanspreekt, is de concernvariant. Vraag 4: hierover is nagedacht en getwijfeld. Een aparte entiteit is mogelijk, maar dan moeten de voorwaarden wel duidelijk zijn. Vraag 6: de randvoorwaarden zijn: oog voor de lokale cultuur; een goede samenwerking en afstemming met onder andere Eindhoven; het ontwikkelen van een eigen karakter; een directie met personeel die oog heeft voor een breed scala aan cultuur voor iedereen. Het Speelhuis en De Cacaofabriek krijgen de financiële ondersteuning die voldoet aan de landelijke gemiddelden. Cultuur is niet alleen een verdienmodel, het wil ook iets laten zien en dat mag wat kosten. Alles afwegend is het de concernvariant. De heer Sneijers (VVD) is van mening dat zowel Het Speelhuis als De Cacaofabriek zich dient te ontwikkelen als culturele hotspot van de Peel en zeker moet kunnen concurreren met Eindhoven. De gemeente moet dit faciliteren, zeker ook in vrijheid in handelen en creativiteit.
Het Speelhuis moet zeker worden verzelfstandigd, waaruit eveneens een verantwoordelijkheid naar boven komt. Dit betekent verantwoordelijkheid in het aanbod, programmering en continuïteit. De voorkeur gaat naar scenario 3 of 4. Met name de haalbare synergievoordelen zullen zeker een voordeel opleveren in de exploitatiebegroting. Indien de stichting van De Cacaofabriek de voorkeur uitspreekt voor scenario 4, kan dit zeker worden onderstreept. Een belangrijk aspect is de horeca. Er worden aanknopingspunten gezien in horeca scenario 3, omdat de horeca in deze gebouwen onlosmakelijk is gekoppeld aan de theaterfunctie. Ook mogen Het Vergadering Opiniecommissie
Blz. 7
Speelhuis en De Cacaofabriek zichzelf uitdagen om de commerciële horeca verder te ontwikkelen. Subsidies mogen echter alleen worden gebruikt voor de theaterfunctie. Antwoord op vraag 1: het is van belang dat Het Speelhuis en De Cacaofabriek zich ontwikkelen tot de culturele hotspot van de Peel en ondersteuning bieden in Brainport. Vraag 2: gezien het feit dat theater een heel andere tak van sport is ten opzichte van het besturen van de stad, zullen beide partijen een verzelfstandiging toejuichen. Vraag 3: samenwerken zal leiden tot efficiency en de slagkracht vergroten en zal een opstuwende werking hebben om de culturele hotspot in Helmond te positioneren. Vraag 4: ook de horeca-activiteiten worden gezien als complementair. Dit kan een stimulans zijn in de creativiteit van beide organisaties. Vraag 5: het is een scenario waarin beide organisaties losstaan van de gemeente, maar in een concernorganisatie zitten. Dit lijkt het meeste te bieden aan de inwoners van Helmond. Vraag 6: een randvoorwaarde is dat cultuur toegankelijk dient te zijn voor de inwoners van Helmond. Verder dient de continuïteit van beide organisaties te worden gewaarborgd, met een sluitende exploitatie, waarbij de gemeente enkel subsidie verstrekt ten behoeve van de theaterfunctie. Wel dienen programmeringsvrijheden te worden gegeven en moeten lokale amateurgezelschappen op kunnen treden.
Vraag 7: de voorkeur gaat uit naar scenario 4 en horeca scenario 3. Mevrouw Peijs (PvdA) vindt dat De Cacaofabriek en Het Speelhuis een onderscheidende positie in de Brainportregio hebben als het gaat om inhoud, karakter en sfeer. Er was echter een disbalans in de investering vanuit de gemeente in de mooie stenen en dat wat er binnen de stenen kan worden aangeboden. Er wordt positief gestaan tegenover een verzelfstandiging van het theater. De verdergaande vorm van samenwerking met De Cacaofabriek is daarin een logische stap. De horeca is een ingewikkeld verhaal, want het is een belangrijk aspect als het gaat om het ondernemerschap. Tegelijkertijd is het duidelijk afgebakend door regelgeving. Is het voorkeurscenario de vorm die nu wordt toegepast bij De Cacaofabriek? Is er nog voordeel als de horeca op dezelfde manier wordt ingericht? Er wordt gegaan voor de concernconstructie, met daarbij nog een aantal randvoorwaarden. Het is belangrijk dat aan de voorkant twee gezonde en volwaardige organisaties worden ingebracht om de samenwerking en verzelfstandiging in te kunnen gaan. Een andere voorwaarde is dat het begrip cultureel ondernemerschap fair wordt toegepast. Het gaat daarbij om meer artistieke ruimte en vrijheid voor de organisaties, maar niet als dat betekent dat het volledige risico voor rekening van de organisaties komt.
Cultuur zal altijd een financiële bijdrage vragen vanuit de gemeente. De heer Panjoel (GroenLinks) antwoordt op vraag 1: een samenwerking met andere theaters wordt niet uitgesloten. Vraag 2: al is het maar om de onbalans tussen betaalde en onbetaalde krachten op te lossen en cultuurvrijwilligers de waardering te geven die zij verdienen. Vraag 3: Helmond cultureel op de kaart zetten, vraagt samenspel van professionals, vrijwilligers en cultuurliefhebbers. De artistieke vrijheid van Het Speelhuis is daarin het belangrijkste en is niet alleen van professionals, maar ook van het totaal. Vraag 4: er zou een scheiding van de rollen moeten zijn. De gemeente bepaalt de hoofdlijnen, de koers en de culturele instellingen voeren zelfstandig uit. Vraag 5: de voorkeur gaat naar een fusie of samengaan. Kan er meer toelichting worden gegeven waar de fusie in scenario 4 voor beide partijen hetzelfde is en waar organisaties zelfstandig keuzes kunnen maken? Vraag 6: er zijn twijfels over de horeca bv onder het theater. Horeca is een vak en geen bijzaak. Wat is het doel van de horeca? Is het een verdienmodel of eigenstandige klantentrekker? De voorkeur gaat uit naar scenario 4. De heer Dere (CDA) vindt dat beide bijzondere culturele hotspots moeten worden gekoesterd en als gemeente moet er alles aan worden gedaan om deze in alle opzichten naar een hoger niveau te tillen.
Scenario 4 heeft de voorkeur. Het vormen van een concern heeft meer voordelen dan de risico’s die er kunnen zijn. Het Speelhuis en De Cacaofabriek kunnen niet helemaal gelijk worden getrokken. In De Cacaofabriek is met een concernconstructie meer cultureel ondernemerschap mogelijk, wat in Het Speelhuis wat moeilijker is. Daarnaast wordt de horeca in De Cacaofabriek een aparte entiteit, maar wel duidelijk dienend aan de theaterfunctie. Er zullen dus geen privéfeesten worden gehouden. De voordelen zijn onder andere een directe kostenbesparing van 500.000 euro en wat betreft de personeelskosten een besparing op de langere termijn. Een aparte organisatie is gemakkelijker te benaderen door externe partijen. Daarnaast blijft de gemeente nauw betrokken en is een terugvalscenario gemakkelijk te realiseren. Al het personeel dat van de gemeente zal overgaan, zal goed worden opgevangen en niet achteruitgaan met de arbeidsvoorwaarden. De Cacaofabriek heeft momenteel weinig betaalde krachten en ruim honderd vrijwilligers. Met het scenario zal de verhouding beter in evenwicht worden gebracht. Hiermee wil De Cacaofabriek de Fair Practice Code implementeren. De heer M. van Lierop (50PLUS) conformeert zich aan het pleidooi van de heren Otten en Van den Berg en heeft daarmee de inhoudelijke bijdrage geleverd.
De door het college voorgedragen horecaoptie zal de slagvaardigheid in het concern waarschijnlijk ten goede komen. Er wordt niet verheeld dat het voorstel overrompelend was. Het is weliswaar een opiniestuk, maar in praktische zin al uitgekauwd en dichtgetimmerd. Er is niet veel fantasie nodig om aan te voelen waarop het definitieve voorstel zal uitkomen. Vergadering Opiniecommissie
Blz. 8
Over enkele weken is de Adviescommissie en als het kan voor het zomerreces een raadsbesluit. Er is niet de illusie dit proces te kunnen stoppen, maar het was wel wat waard geweest als er iets meer gelegenheid was geweest om ook de Helmonders te bevragen. Mevrouw Bach-Smits (Fractie Bach Plus) vindt dat cultuur voor iedereen toegankelijk moet zijn en er moet worden geprobeerd dit voor iedereen binnen bereik te brengen. Cultuur betekent in veel gevallen ook vrijheid in denken, doen en beleven. Als Het Speelhuis en De Cacaofabriek de vrijheid en de verantwoording krijgen, zullen er nog mooiere, creatieve dingen tevoorschijn komen. Er moet niet worden vergeten dat mensen die zich bezighouden met cultuur en aanverwante zaken een vrije geest moeten hebben en vrij moeten kunnen handelen. Subsidies zijn altijd fijn. Cultuur voor iedereen is eigenlijk niet met geld te betalen, maar het zal er moeten zijn. De heer Bosch (plan!) kan voorstander zijn voor een concernconstructie 4 en voor de horeca optie 3, maar duidelijk onder het voorbehoud van de nog te definiëren goede prestatieafspraken.
Betekent een concernconstructie dat daar een directieteam boven komt te liggen of wordt het uitgevoerd door degenen die daar nu zitting in hebben? Wethouder Maas zegt dat het aan het theater is toevertrouwd, dat het divers is, toegankelijk en zeker niet populistisch, maar juist ruimte geeft aan niet alleen amateurgezelschappen, maar ook de gezelschappen en voorstellingen die bijzonder zijn om een kans te geven. Amateurgezelschappen kunnen gebruikmaken van verschillende categorieën. Hierin worden zij niet benadeeld. Lokale partijen genieten een bepaalde korting. Als randvoorwaarde is door iedereen gesteld dat de voorstellingen toegankelijk moeten zijn voor alle Helmonders. Het is een belangrijke randvoorwaarde dat het niet alleen voor de elite van de stad wordt. Dit kan worden meegegeven in de prestatieafspraken bij het vaststellen van de subsidies. Als randvoorwaarde is de inclusiviteit ook genoteerd. De programmering is zo divers en van een dergelijk hoog niveau, dat hiervoor geen vrees hoeft te bestaan. Het theater is een gemeentelijke instelling en dat betekent dat er een beperking is in de mogelijkheden als een voorstelling bijvoorbeeld wat gewaagder is of wat schuurt. Het is ook belangrijk dat het theater in feite gebonden is aan gemeentelijke aanbestedingsregels, waardoor er met de programmering tegen een aantal beperkingen wordt aangelopen.
Dat is niet het geval als het een zelfstandig theater betreft. Efficiencyvoordelen zijn op voorhand niet te borgen. Het is een uitgangspunt. Als er een fusie is, dan kunnen veel dingen gezamenlijk worden gedaan, wat voordeel zal opleveren. Alleen de hoedanigheid en het tempo zijn vooraf lastig in te schatten. Als er goede randvoorwaarden, subsidie- en prestatieafspraken worden neergelegd, dan worden deze achteraf gecontroleerd met een terugblik, jaarprogrammering en jaarrekening. Er zit een systematiek in die dit kan borgen. Er is een aantal instrumenten waarmee de vijf kernwaarden kunnen worden geborgd, getoetst en bijgestuurd. In de concernvariant is er een holding daarboven. De Cacaofabriek en Het Speelhuis zijn weliswaar één onder de holding, maar tegelijkertijd behouden zij hun eigen identiteit en kunnen zij goed samenwerken door te combineren in het aanbod, personeel, synergie met inkoop et cetera. De personen achter Het Speelhuis zijn betrokken geweest bij het onderzoek. Samenwerkingsvormen met een ander theater zijn altijd bespreekbaar, maar het is ook aan de theaters zelf. Als Het Speelhuis een zelfstandige entiteit wordt – het Annatheater is al zelfstandig – en er vloeit een plan uit voort, dan kan de raad daar iets van vinden. Bij De Cacaofabriek is duidelijk dat de horeca is verpacht. Bij Het Speelhuis wordt gekozen voor een ander construct.
Er moet nog worden besloten of dat uitloopt op eenzelfde variant. Bij scenario 3 wordt bedoeld dat de horeca in een aparte bv komt, dat in principe theater gerelateerd is en het moet complementair zijn aan het theater. Het biedt wel ruimte om bijvoorbeeld activiteiten, zoals grote congressen in het theater te laten landen. Dan heeft horeca een iets andere functie, maar het mag nooit ten koste gaan van de theaterfunctie. Er is geenszins sprake van een dichtgetimmerd geheel. Het heeft een enorm pakket aan stukken. Dit betekent dat er maximaal wordt gezorgd voor alle relevante informatie, zodat het mogelijk is goede afwegingen te maken. Het presidium heeft onlangs besloten dat er een iets ander proces is onder komen te liggen voor de komende maanden. De heer Otten heeft veel waardering en vertrouwen gevoeld. Het Speelhuis boekt professionele voorstellingen, dus dan wordt het theater niet gehuurd en worden er financiële afspraken gemaakt. Er zijn drie verschillende verhuurtarieven. Dat is een commercieel tarief voor 100%. Er is belangeloos voor 50%. Dat zijn bijvoorbeeld de scholen. Verder zijn er amateurs die betalen 30%. Zij krijgen 70% korting op de normale huurprijs. Amateurs worden dus tegemoetgekomen en het is de bedoeling dat zo te houden. De amateurproducties halen ook recettes op.
Er zijn strikt vastgestelde prijzen, omdat als gemeentelijke afdeling iedereen hetzelfde moet worden behandeld. Bureau Courante heeft met alle personeelsleden van De Cacaofabriek en Het Speelhuis gesproken. Opvallend was dat personeelsleden aangaven dat zij heel zuinig zijn op de eigen identiteit van Het Speelhuis en zorgen hadden over het krijgen van een vermengde identiteit. Dat heeft Courante versterkt in de gedachte van de concernvariant, waarin gebruik wordt gemaakt van de sterke punten in een holding, maar waar de eigen identiteit kan blijven bestaan. Dat heeft het personeel van Het Speelhuis gerustgesteld. De toegankelijkheid wordt bij beide theaters intrinsiek zeer Vergadering Opiniecommissie
Blz. 9
belangrijk geacht. Het is verstandig de prestatieafspraken op hoofdlijnen te houden en niet te dichtgetimmerd. De Cacaofabriek en Het Speelhuis hebben ongeveer tweehonderd vrijwilligers. Ook als het aantal professionele krachten wordt verhoogd, blijft het aandeel vrijwilligers aanzienlijk en substantieel. Er wordt graag met vrijwilligers gewerkt, want dat geeft ook een verankering in de samenleving. Dat zal behouden blijven, maar kan misschien beter worden gecoördineerd doordat er meer professionele krachten zullen zijn. Een voorbeeld van maatschappelijke waarde waarmee graag aan de slag wordt gegaan, is de Wereldkeuken, want voeding verbindt. Maar momenteel is alleen ondersteunende horeca toegestaan, dus moet hieraan een voorstelling worden gekoppeld. Het is bouwen om ervoor te zorgen dat het publiek inclusiever en meer divers wordt. Hiermee wordt graag actiever aan de slag gegaan. Een samenwerking met het Annatheater wordt besproken. De heer Van den Berg legt uit dat de horeca als derde entiteit onder de holding komt te hangen en ondersteunend en dienend zal zijn aan de theaterfunctie. Het is een bv waarvan de aandelen niet uit de holding vervreemdbaar zijn. De aandelen van de horeca Cacaofabriek zijn in particuliere handen. Deze kunnen dus vrijelijk worden verhandeld.
Er wordt bekeken hoe kan worden gerepareerd dat ook de horeca Cacaofabriek meer dienend wordt op de activiteiten van De Cacaofabriek. De aandelen van de horeca bv kunnen niet zomaar worden aangenomen, want er ligt een langdurige pachtconstructie onder. Wethouder Maas licht toe dat de Adviescommissie na het zomerreces bij elkaar komt voor het vervolg en daarna vindt de behandeling in de raad plaats. Alle opmerkingen worden verwerkt. De openstaande vragen worden schriftelijk beantwoord en er volgt een voorstel voor de Adviescommissie voor na de zomer. De voorzitter bedankt de deelnemers voor de inbreng en sluit de vergadering om 22.55 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de Opiniecommissie d.d. XXXXX 2021 De commissievoorzitter, XXXXX
Vergadering Opiniecommissie
de commissiegriffier, XXXXX
Blz. 10