CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

20210330 Notulen Opiniecommissie

Opiniecommissie Omgeving 29 april 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: 2. Vaststellen notulen vergaderingen Opiniecommissie van 30 maart en Opinie- en Adviescommissie van 1 april 2021 (-19.05 uur)8.420 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen vergadering 30 maart 2021

Aanwezig:

Opiniecommissie

Voorzitter Commissiegriffiers

: dhr. M. Selten : dhr. B. van der Berg, dhr. P. Leenders en dhr. J. Jaspers

GroenLinks CDA SP VVD Lokaal sterk 50PLUS Helder Helmond D66 PvdA Helmond Aktief plan! Fractie Bach Plus

: mevr. L. Tamarinof, dhr. L. van Sas : dhr. P. Vervoort, dhr. R. Peters : mevr. L. Maráczi, dhr. H. Terzioglu : dhr. M. Sneijers, dhr. T. Manders : dhr. J. Hamacher, mevr. J. Spierings-van Deursen : dhr. J. van der Zanden : dhr. L. van de Werff, dhr. M. Rieter Jr. : dhr. M. van Geel, dhr. J. van den Bogaard : mevr. P.Peijs, mevr. A. Wijnands : dhr. L. Smits, dhr. G. van Vugt : dhr. S. van Lierop : mevr. J. Bach-Smits

Portefeuillehouder(s)

: wethouder De Vries, wethouder Maas

Overig

: mevr. Valkenburg, dhr. Slaats, mevr. Frerichs

Notulist

: mevr. A. Smetsers (Notuleerservice Nederland)

1.a Opening en mededelingen De voorzitter, de heer Selten opent de volledig digitale vergadering om 19.00 uur. De deelnemers en belangstellenden via livestream worden welkom geheten. Er is een bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Koolen-van der Zee. 1.b Beëdiging burgercommissieleden mevrouw J. Hendriks en de heer H. Panjoel Als nieuwe burgercommissieleden worden beëdigd mevrouw J. Hendriks en de heer H. Panjoel, beiden van de fractie GroenLinks. De voorzitter leest de bij de belofte behorende tekst voor. Waarop mevrouw Hendriks en de heer Panjoel antwoorden: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter feliciteert mevrouw Hendriks en de heer Panjoel met de benoeming en wenst hen veel succes. 2. Vaststellen notulen vergaderingen Opiniecommissie van 2 en 4 maart 2021 Mevrouw Peijs (PvdA) merkt op, dat in de notulen van 2 maart 2021 staat vermeld dat er “meer keuzemogelijkheden moeten komen met betrekking tot zorgaanbieders”. Er is niet gezegd dat er meer aanbieders moeten komen, maar een goede balans. De genoemde passage dient verwijderd te worden om de woorden meer recht te doen. Met inachtneming van de opmerking van mevrouw Peijs worden de notulen van 2 en 4 maart 2021 vastgesteld.

Opiniërende onderwerpen: Uitwerking motie energietransitie als instrument om tweedeling te verkleinen – Plan van aanpak Energiearmoede Wethouder De Vries zegt vanaf het begin de uitvoering van de motie samen met wethouder Maas te hebben opgepakt. Aan de ene kant is de doelgroep en aan de andere kant zijn de mogelijke maatregelen bepaald. Er zijn zowel zachte, als harde maatregelen. Nog niet alle details zijn bekend. 3.

Vergadering Opiniecommissie

Blz. 1

Het gaat om het lokale maatregelenpakket. Ook de landelijke ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd, want het kan als gemeente niet alleen worden opgelost. Er wordt niet afgewacht. Mevrouw Peijs (PvdA) zegt dat het thema het potentiële risico heeft de tweedeling groter te maken tussen degenen die meer kunnen doen en profiteren van de positieve kant van de energietransitie en degenen die dat niet kunnen en daardoor een hogere energierekening zullen krijgen. Het is een uitvoerig rapport, maar er ontbreekt een dieper beeld van de doelgroep. Deze groep mensen is vaak bezig om van dag tot dag rond te komen. Zij denken vaak niet heel erg toekomstgericht. Deze manier van denken heeft invloed op de kansrijkheid van veel van de gepresenteerde maatregelen. Het is belangrijk deze doelgroep in hoge mate te ontzorgen, ook in de communicatie. In de analyse ontbreekt de investeringsruimte die mensen hebben. De vrees bestaat, dat veel mensen deze nauwelijks hebben en wat betekent dat voor de haalbaarheid van de subsidieregelingen? De energiebox wordt ingewikkeld gevonden, dus is het noodzakelijk mensen hierin te begeleiden. Voor wat betreft de harde regelingen moeten keuzes worden gemaakt. Zonnepanelen en isoleren hebben het meeste effect, met name bij woningen met het energielabel D of lager. Dit komt niet uit het onderzoek naar voren.

De warmtepomp is een enorme kostenpost en het rendement is niet optimaal, afgezet tegen de investering als het gaat om kleinere woningen. De doelgroep woont vooral in kleinere woningen. Er zou begonnen moeten worden met zonnepanelen en isolatie. Mogelijk kan in een later stadium de warmtepomp worden overwogen. Is er met de corporaties gesproken over de mensen die in het verleden een huis hebben overgekocht van de corporatie of deze in de opgave van de corporatie mee kunnen lopen? Ook de provincie is met dit thema bezig. Ook hier zou aangehaakt moeten worden. De heer Smits (Helmond Aktief) zegt dat is gekozen voor een doelgroep tot maximaal 150% van het bijstandsniveau. Al wat boven deze grens uitkomt, moet zichzelf kunnen bedruipen en gevolg gaan geven aan de doelstellingen van de energietransitie. Het is een prima startpunt om 8800 huurders en 800 woningeigenaren te helpen ter voorkoming van de tweedeling. Ook is duidelijk waar de huidige inzet ligt bij de vier Helmondse corporaties, maar er zijn ook huurders die onder het huurdersbestand van Bergopwaarts en het Woonbedrijf vallen. Hoe worden deze huurders bereikt? Het is een prima aanzet voor de uitwerking van een motie, die nog verder dient te worden uitgewerkt tot bijvoorbeeld een uitvoeringsplan, zeker voor wat betreft de financiering ervan.

Op termijn moet worden gekeken of er geen verschillen ontstaan in energiearmoede of tweedeling bij inwoners met een inkomen van net onder en boven de grens van maximaal 150% van het bijstandsniveau. Monitoren blijft dus heel belangrijk. De ambitie is het voorkomen van energiearmoede, tweedeling en het streven naar klimaatdoelstellingen. De insteek is om de hele doelgroep te bereiken, maar dit zal bij de doelgroep woningeigenaren een fikse klus worden. De huurders worden door de verhuurders voldoende meegenomen, maar dit zal een continu proces blijven, omdat zich telkens nieuwe inwoners met bijstandsniveau blijven aandienen. De start zou moeten liggen bij de doelgroep van 120% en uiteindelijk worden opgeschaald naar de groep van 150% van het bijstandsniveau. Het is een continu proces en dient jaarlijks te worden gemonitord. Verder dienen de landelijke regels, zeker met betrekking tot de woningeigenaren, te worden gevolgd. Ook de landelijke ondersteuning voor het verduurzamen van de huurwoningen via de corporaties dient te worden gevolgd, zoals hopelijk het inzetten van middelen vanuit de verhuurderheffing of het Duurzaamheidsfonds. De verdere uitwerking van de motie wordt met belangstelling tegemoetgezien. De uitkomsten en voorstellen uit de rapportage van Zanders dienen te worden meegenomen. De heer Hamacher (Lokaal sterk) vindt dat het verhaal bijzonder aanspreekt.

Het bepalen van de doelgroep op 150% van het bijstandsniveau is arbitrair, maar verdedigbaar. Ook het feit dat eveneens woningeigenaren zijn meegenomen, maakt de zaak gecompliceerd. Woningbouwverenigingen worden als geheel aangesproken en niet de individuele huurders. Is dat voor het doordringen van het verhaal de juiste aanpak? Werken alle corporaties in hetzelfde tempo mee? Veel corporaties zijn al bezig, maar niet alle huurders werken mee vanwege het kostenaspect of een eventuele huurverhoging. Hoe wordt dit getackeld? De boven de 150%-groep kan gebruikmaken van andere landelijke maatregelen. Geldt dat ook voor de groep daaronder? Of zijn daar onoverkomelijke, financiële belemmeringen? Hoe wordt het probleem van de privacy aangepakt? In Helmond bestaat het Energiehuis. Hoe is deze instantie in het verhaal betrokken? Het is een zaak van belang voor alle inwoners. Hoe wordt deze grote groep in de goede richting gekregen? Kan een toelichting worden gegeven op het forse financiële gat? Mevrouw Maráczi (SP) is blij met de eerste uitwerking van de motie. De ambitie is hoog. Het is de bedoeling de gehele doelgroep te bereiken. Het belangrijkste is als eerste de doelgroep mee te nemen die de energietransitie nog niet op het netvlies heeft.

Naast de energiecoach moet er ook worden gekeken naar kleinere initiatieven hoe mensen meegenomen kunnen worden en hoe met kleine stapjes duidelijk te maken is wat kan worden bespaard. Het moet ook een samenwerking zijn van de partners in de stad, sowieso de woningcorporaties, maar ook maatschappelijke instellingen, investeerders, ondernemers, maar ook ideeën vanuit Ruimte om te leven kunnen een rol spelen. Vergadering Opiniecommissie

Blz. 2

Het zal een langdurig proces zijn, wat bewust gevolgd moet worden. Er moet ook worden aangeklopt bij de landelijke overheid en de provincie. De heer Vervoort (CDA) vindt het een complexe materie. Is het te realiseren onder normale omstandigheden? Hebben de voorstellen de juiste richting te pakken? Een woning die nog maar tien of vijftien jaar mee zal gaan, moet hierin een investering worden gedaan van 15.000 euro? Als er geen dubbelglas in de woning aanwezig is, moet dan wel in een dure hybride pomp worden geïnvesteerd? Er moet eerst via een energietrap de juiste volgorde in kaart worden gebracht, voordat er verder wordt geïnvesteerd in de woning. Veel mensen willen een duurzame wasmachine aanschaffen, maar hiervoor is onvoldoende geld opzijgezet. Het voorstel is om dit simpel op te lossen en niet via een moeilijke woninginrichtingsregeling. Het zou mogelijk moeten zijn bij elke witgoedhandelaar in Helmond een duurzame wasmachine aan te schaffen met de randvoorwaarde. Het plan moet uiteraard nog verder worden uitgewerkt. Waarom ontbreken de hybride pompen en warmtepompen bij het berekenen van het rendement van het isoleren en de zonnepanelen? Er wordt voor elke woningeigenaar aandacht gevraagd, zodat ook de middenklasse niet wordt vergeten en een groter doel wordt behaald. Er moet jaarlijks worden geëvalueerd, zodat het mogelijk is bij te sturen.

Als de doelstelling is 800 woningen in vijf jaar te bedienen, dan is voor te stellen op leeftijd en wijk een volgorde aan te brengen en te beginnen waar het meeste rendement te behalen is. Na 2030 is het mogelijk bij succes het project jaarlijks te verlengen. De heer Smits (Helmond Aktief) vraagt of er wordt getwijfeld aan de doelstelling van 150% maximaal bijstandsniveau. De heer Vervoort (CDA) zou graag de groep breder willen trekken. Als het duidelijk is dat in bepaalde wijken door investeringen klimaatwinst te behalen is, dan zouden deze betrokken moeten worden, maar het moet wel uitvoerbaar blijven. Het voorstel is om een prestatietarief af te spreken, in plaats van een prikkel, want anders is er niet de prikkel om mensen te overtuigen. Het advies is geen beroep te doen op de woningcorporaties, want zij zijn al zeer goed bezig. Zij hebben al voor 80% label C of hoger. Er moet worden gefocust op de eigenaren van panden. De heer Van der Zanden (50PLUS) vindt dat de ambitie moet worden vastgehouden die in de notitie is beschreven. In economisch opzicht is van belang, dat de doelgroep meer in staat wordt gesteld om deel te nemen aan de samenleving. Het is een goede zaak dat de doelgroep tot 150% van het bijstandsniveau is opgerekt. Echter de groep daar net boven kan ook in de problemen komen.

Bijvoorbeeld gepensioneerden met AOW en een pensioen van rond de 600 of 700 euro bruto maken zich ook zorgen of zij de energietransitie kunnen betalen. Ook de financiële positie van de gemeente verdient de aandacht. Het advies is het project zo breed mogelijk op te zetten en de tijd te nemen om het bij zoveel mogelijk deelnemers te laten landen. Er moet rekening worden gehouden met een periode tot en met 2025 en wellicht langer. Er wordt voorgesteld om de eigenaren en de huurders apart te houden. Waar de nood het hoogste is, moet als criterium worden gebruikt. Waarschijnlijk zullen dit de eigen woningbezitters zijn. Daarbij wordt gedacht aan de energiecoach, want wellicht kan met eenvoudige energiebesparende maatregelen veel worden gedaan. De heer Van de Werff (Helder Helmond) vraagt wat wordt bedoeld met appetite? Er is geen passende betekenis gevonden. In de motie staan twee mooie doelen, maar de CO2-besparing kan eruit, want voor de CO2-afdruk spelen een rol gas, elektriciteit, eetgedrag, afvalhoeveelheid, reizen met het vliegtuig, kleding kopen, auto rijden en openbaar vervoer. Gas en elektra samen zijn minder dan een kwart van de CO2-afdruk. Er is veel meer te halen uit vooral vlieg- en autoverkeer. Ook zou winst zijn te behalen als de vervuiler zou betalen. Bewustwording en isolatie zijn de belangrijkste opties om de doelen te behalen.

Warmtepompen en zonnepanelen zijn moeilijker en erg duur. Ook is de vraag hoe het zit met onderhoudsgevoeligheid en installatieproblemen. Zonnepanelen zijn zinvol als de energiemaatschappijen meewerken, wat nu niet het geval is. De grens tussen 120% en 150% is een wiskundig exacte afbakening, maar is deze ook menselijk? Bovendien is de vraag of deze groep wil isoleren. Zijn deze mensen niet goed te bereiken met de achter de deur gesprekken? Dan is de energiecoach binnen en kan deze een energiebox weggeven. Een nog uit te werken motie, die nog smart moet worden gemaakt, zeker als het gaat om de kosten en wie het gelag zal betalen. Mevrouw Bach (Fractie Bach Plus) merkt op, dat er mensen zijn die de energietransitie niet kunnen betalen. Mensen die 120% tot 150% maximaal van het bijstandsniveau te verteren hebben of net iets meer, hebben hulp nodig in de vorm van armoedebestrijding en subsidie voor duurzaamheid. Deze doelgroepen zijn met hele andere zaken bezig, zoals overleven. Het is zaak dat de voorlichting optimaal zal zijn. Persoonlijk overleg is belangrijk, dus de coach mag niet worden vergeten. Dit geldt ook voor de mensen die in een koopwoning wonen. Communicatie blijft voor alle groepen belangrijk. Het rapport van Zanders geeft een goed inzicht hoe complex alles is. Het is goed dat woningcorporaties en woningbouwverenigingen hier positief in staan.

Vergadering Opiniecommissie

Blz. 3

Mevrouw Tamarinof (GroenLinks) vindt het goed dat er wordt gekeken naar de groep tot 150% van het bijstandsniveau, want ook daar is het niet vanzelfsprekend om veel geld te steken in de energietransitie. Het is een mooie uitdaging, want het milieu wordt er beter van en de mensen houden er misschien geld aan over. De focus op isolatie heeft de prioriteit, want het is zonde als de warmte meteen weer wegvloeit. Er wordt voorgesteld om te beginnen met te investeren in het isoleren van koophuizen, die nog niet zijn geïsoleerd, want daar is verreweg het meeste rendement te halen. Het is nog niet duidelijk hoeveel van de 800 woningen zijn geïsoleerd. Zonnepanelen zouden bij alle 800 huiseigenaren aangeboden moeten worden. Er zou geen subsidie op zonnepanelen gegeven moeten worden, maar de bewoners zouden ontzorgd moeten worden door zonnepanelen te laten plaatsen en daarvoor een maandelijkse huurprijs in rekening te brengen, die beduidend lager is dan de maandelijkse opbrengsten. Bijvoorbeeld er wordt per woning 3000 euro geïnvesteerd aan zonnepanelen, wat wordt afgeschreven over vijftien jaar. Dat betekent een opbrengst per woning van ongeveer 48 euro. De huurprijs van de zonnepanelen is 20 euro. Er is dus 28 euro per maand voordeel.

De gemeente investeert 3000 euro per huis en na vijftien jaar wordt 3600 euro teruggekregen, zodoende wordt er rekening gehouden met risico en renteverlies. De heer Smits (Helmond Aktief) merkt op dat onder andere een corporatie zoals WOCOM dit principe reeds hanteert. Mevrouw Tamarinof (GroenLinks) vult aan, dat het niet de bedoeling is een lening af te sluiten, maar dat de zonnepanelen worden gehuurd. Dit is voorgelegd aan de onderzoekers van de provincie NoordBrabant. Zij vonden het een goed idee en zeker de moeite waard om het verder te onderzoeken. Deze mogelijkheid bestaat misschien al, maar is niet bekend bij de mensen. Dus is het goed mensen op deze manier te ontzorgen. Als mensen zien dat zij met zonnepanelen er maandelijks op vooruitgaan, dan zal dat de rest van de transitie misschien ook gemakkelijker maken. De heer Van Geel (D66) vindt de ambitie de maximale impact tegen zo min mogelijk kosten. Als kosten leidend zijn, dan ligt voor de hand, dat de grotere gezinnen als eerste aan de beurt zijn, omdat daar de meeste besparing te behalen is. Uiteraard moet de hele doelgroep worden bereikt, maar wel op basis van vrijwilligheid. Idealiter is de oplossing dusdanig populair, dat het ook geen moeite is de laatste mensen over de streep te trekken. Dus daarin moet worden geïnvesteerd.

Indien mogelijk kan later worden gekeken naar een vrijwillige toets op een besteedbaar inkomen om te kijken of andere mensen last hebben om mee te komen in de transitie en deze mee te trekken via hetzelfde traject. De prioriteit ligt bij het creëren van successen per woningtype en gezinsgrootte. Daarbij kan worden gestaafd op wat de woningcorporaties al hebben gerealiseerd en indien mogelijk daarop meeliften. Voor wat betreft de afronding is hoe eerder hoe beter natuurlijk, maar een en ander moet niet worden tegengehouden door een grens wanneer het gereed moet zijn. Het is ook niet erg als eerst wat leergeld wordt betaald om de succesverhalen voor elkaar te krijgen. Als zoals vroeger op de koopsubsidie wordt uitgekomen, waarbij elke vijf jaar werd getoetst op het inkomen en de subsidie bij een hoger inkomen werd teruggeschroefd. Dit kan worden meegenomen om de kosten wat te beperken. De heer Sneijers (VVD) stelt voorop dat het plan sympathieke onderdelen heeft, maar het moet reëel worden bekeken. De gemeente moet niet op de stoel van de woningcorporaties gaan zitten. De woningcorporaties ontplooien diverse activiteiten om de transitie vorm te geven. Waarbij de belangrijkste wensen zijn, assisteren bij de bewustwording in de energietransitie en zij vragen om financiële hulp.

Echter moet de gemeente ook niet op de stoel van de banken gaan zitten door het verstrekken van kredieten aan bewoners, waarbij de kredietwaardigheid in twijfel wordt getrokken. Dit is te risicovol en wordt ernstig afgeraden. Ook kan de gemeente niet fungeren als subsidievertrekker ten aanzien van de woningcorporaties, omdat niet over de benodigde middelen wordt beschikt. Ook moet niet de verantwoordelijkheid worden gedragen die bij een woningcorporatie ligt. Met kennis, overdracht en overtuiging is in het kader van de energietransitie op de langere termijn een besparing te behalen. Dit dient in kleine stapjes te gebeuren. Bij huishoudens met een smalle beurs is het financieel niet haalbaar om alles in een keer te doen. Daarnaast kan er niet meer worden uitgegeven dan beschikbaar is. In dit geval is er 687.000 euro beschikbaar. Deze middelen kunnen worden ingezet op de energiebespaarbox en de energiecoach. Begeleiding middels de coach is noodzakelijk om het juiste rendement uit de energiebespaarbox te halen en iedereen mee te laten doen. De ambitie is om de volledig benoemde doelgroep te betrekken bij de kennis en ontwikkeling van de energietransitie. Om de gehele doelgroep te bereiken en misschien wel geheel Helmond, ligt er ook een taak voor de woningbouwcorporaties en bestaan er oplossingen in de vorm van de Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond.

Daar woningbouwcorporaties een eigen verantwoordelijkheid hebben, zou de eerste prioritering moeten gaan naar de eigen huis bewoners. De heer S. van Lierop (plan!) vindt dat er een goed plan voorligt. De woningbouwcorporaties doen meer dan voldoende. Het geld dat zij gebruiken, was van de huurders. Het gaat erom de kloof te verkleinen. Wat is de bereidheid van de 800 woningbezitters? Het zijn veelal 65+’ers en het zal voor veel mensen niet interessant zijn. Vergadering Opiniecommissie

Blz. 4

Deze groep dient goed te worden meegenomen en er moet worden gevraagd wat de wensen en behoeftes zijn. Ook moet goed worden gekeken welke constructies worden gemaakt naar de toekomst toe. Wat wordt er gedaan als deze mensen de woning verlaten? De energiecoach wordt belangrijk om een verandering te creëren. Wethouder De Vries licht toe dat een van de grondslagen van de motie is, hoe mensen worden bereikt en meegenomen in de stapjes. De opgave moet verder worden uitgewerkt, omdat er geen pasklaar antwoord is. In het vervolg wordt gekeken hoe dat het beste aan te pakken. De energieboxen zijn rechtstreeks gekoppeld aan de energiecoach, juist om de mensen mee te nemen in het grote verhaal erachter. Bergopwaarts en Woonbedrijf hebben veelal nieuwbouw in hun bezit en nauwelijks woningen die in de transitie moeten worden meegenomen. De bewoners doen wel mee met de zachte maatregelen. Daar wordt enkel naar het inkomen gekeken. Mensen onder de 150% kunnen meedoen met de landelijke maatregelen, maar deze mensen komen niet door de BKR-toets. Het is een grote belemmering om in aanmerking te komen voor de maatregelen, welke voor de hogere inkomens wel openstaan. Het is bekend dat de financiën nog niet compleet zijn. Er wordt grofweg een eerste beeld geschetst van de kosten van de maatregelen en om welke doelgroepen het gaat. De energiecoach heeft nog een andere component.

Het is ook een ultieme kans om groene banen te creëren. Het is een langdurig proces. Er zal regelmatig worden gemonitord en worden gekeken of er landelijk of provinciaal nieuwe mogelijkheden zijn waarbij kan worden aangesloten. De woninginrichtingsregeling is een regeling vanuit de Bijzondere Bijstand, waarop mensen een beroep kunnen doen die langdurig in de bijstand zitten en bijvoorbeeld een wasmachine of koelkast moeten aanschaffen. Het voorstel is om te kijken om daarvan een duurzaam product te maken. Het voorstel is om niet breder te kijken dan de 150%. Daarboven zijn er al maatregelen waarvan mensen gebruik kunnen maken en hoe breder de regeling wordt gemaakt, hoe duurder deze wordt en daarmee onbetaalbaar voor de gemeente. Mensen met een klein pensioen vallen onder de doelgroep. Zij vallen onder de 150% en zijn daarmee automatisch meegenomen in de regeling. Het maatregelenpakket is niet voldoende om de energiearmoede aan te pakken, maar er moet ergens worden begonnen en een lijn worden getrokken waarop de energie wordt gericht. Er wordt gekeken wat nodig is om de kloof te verkleinen. Appetite staat voor interesse. Het was beter geweest dat woord te gebruiken om verwarring te voorkomen. Op andere vlakken is er inderdaad veel meer te halen als het gaat om CO2-reductie.

Echter gaat het hier om veel meer, namelijk dat stroom en gas de komende jaren fors in prijs zullen stijgen en dat er een groep is die steeds verder achteropraakt en dit niet kan opbrengen. Tegelijkertijd hebben zij geen middelen om te investeren in alternatieve mogelijkheden. Er moet worden geprobeerd met de beschikbare middelen hierop een antwoord te vinden. De corporaties zijn goed bezig en het is wenselijk samen op te trekken om de doelstelling te bereiken. De doelgroep kan geen gebruik maken van de maatregelen, zoals deze voor anderen wel gelden. Dat heeft alles te maken met de BKR-toets. Hier wordt een opgave gezien waar naast de inwoners moet worden gestaan. Wat de corporaties al doen, hoeft de gemeente niet dubbel te doen. Er moet eerst naar landelijke regelingen worden gekeken. Als een corporatie een stap niet gezet krijgt of als een landelijke regeling uitblijft, dan moet de gemeente kijken wat ter overbrugging kan worden gedaan. Er mag niet worden weggekeken van een opgave die op een grote groep inwoners afkomt. Bij de bereidheid van eigen woningbezitters om stappen te zetten, moeten mensen worden meegenomen. De energiecoaches moeten de verandering op gang brengen. Als het gaat om 150% alleenstaand dan gaat het om 1600 euro netto inkomsten en bij gehuwd gaat het om 2300 euro netto. Wethouder Maas zegt dat het gespikkelde bezit een probleem kan zijn.

Op het moment dat de woningbouwcorporaties gaan verduurzamen, kan de doelgroep die daartussen valt, niet meedoen. De 800 woningeigenaren zijn de woningeigenaren die tussen de wal en het schip vallen en ook niet aan de BKR-toets kunnen voldoen. Er wordt met de woningbouwcorporaties periodiek om de tafel gezeten om deze problematiek breed aan te vliegen. Het zou goed zijn als dit uiteindelijk wordt verankerd. Met isoleren wordt met name energie bespaard. De kosten tussen de cv-ketel en de hybride warmtepomp zouden subsidiabel kunnen zijn, zodat de 800 woningeigenaren daarop een beroep kunnen doen. Uiteraard wordt eerst gekeken naar wat de meest gunstige maatregelen zijn per woning. Het zal altijd maatwerk zijn. De hybride pomp valt in de fasering. Het is een nuttige, maar kostbare maatregel. Het Energiehuis is volledig aangesloten bij zowel het leveren van de energiebox en de energiecoaches, maar ook bij de rest van het traject. Bij de volgorde wordt vooral gekeken naar de tweedeling en hoe de mensen het best ontzorgd kunnen worden. Dat is de intentie van de motie geweest. Vandaaruit zal verder worden geredeneerd. Per wijk wordt gekeken hoe snel het meeste rendement wordt behaald. Hierop wordt teruggekomen. Inderdaad is de communicatie een van de belangrijkste onderdelen van de energietransitie.

Met de Transitievisie Warmte is het hele plan al in ontwikkeling en klaar om straks iedereen te kunnen voorzien van informatie. Vergadering Opiniecommissie

Blz. 5

In feite gaat het om iedereen die in de tweedeling valt. Dat geldt ook voor de 65+’ers. Er wordt opengestaan voor de speciale aandacht die deze groep nodig heeft. Er wordt gekeken hoe daar nog extra maatwerk kan worden toegepast. Met Eindhoven wordt gekeken of van het grote budget van Europa gebruikgemaakt kan worden. Mevrouw Valkenburg zegt dat het mooie van de hybride voorziening is, dat als de isolatie van de woning heeft plaatsgevonden, dan is dat een betere oplossing dan het terugplaatsen van een cv-ketel. Met een hybride oplossing wordt 50% minder gas verbruikt. Voor de doelgroepen die zelf bij regelingen kunnen, is dat vanuit de Rijksoverheid op veel fronten voorzien. Wethouder Maas zegt dat het voorstel interessant kan zijn om als gemeente te bemiddelen en te investeren bij het verhuren van zonnepanelen, zodat de doelgroep wordt ontzorgd. Het gaat hierbij om een categorie mensen die niet via de markt in aanmerking komt. Aangezien de provincie daar enthousiast over was, kan deze optie worden meegenomen. Mevrouw Valkenburg vindt dat dit zeker kan worden meegenomen en hierop wordt teruggekomen. Mevrouw Maráczi (SP) zou graag meer willen weten over de bestaande samenwerking. Niet alleen met de woningcorporaties, maar ook met andere partijen. De heer Van de Werff (Helder Helmond) zegt dat de bewustwording en isoleren belangrijk zijn.

Isoleren is in ruime mate beantwoord, maar de bewustwording is zeker zo belangrijk met name bij deze doelgroep. Daarbij zijn genoemd de achter-de-voordeur-gesprekken, met als suggestie in aanwezigheid van de energiecoach. De heer Sneijers (VVD) vraagt of het Europees Fonds de miljoenen zijn die uiteindelijk worden uitgetrokken om de subsidies te kunnen verstrekken. Of is er nog ergens anders een dekking? Er is volgens het commissieformat namelijk maar 784.000 euro beschikbaar. Dus is de vraag waar in een keer al die miljoenen vandaan komen. Wethouder Maas antwoordt dat de transitie heel veel geld gaat kosten. Vanuit het Europees Fonds wordt gekeken of daar een plan van aanpak kan worden neergelegd. Niet specifiek op dit onderdeel, maar op een heel pakket aan maatregelen. Daarover volgt later in het jaar meer informatie. De bewustwording is natuurlijk een van de belangrijkste opgaves. Daaraan wordt al langer gewerkt, zoals met Alle lichten op groen en met communicatie in de wijken. Dit wordt in de komende jaren nog verder uitgerold, ook met het Energiehuis en de energiecoaches. Het Energiehuis wordt nog uitgebreid door de samenwerking die wordt aangegaan door andere gemeentes in de regio. Zeker bij deze doelgroep is het erg belangrijk om die aan de hand te nemen.

De samenwerking betreft een groot aantal partijen, zoals de LEV Groep, het Energiehuis, de corporaties, maar ook is er de conferentie Alle lichten op groen geweest. Werkgevers zijn aangehaakt. Er wordt van alle kanten gewerkt aan de energietransitie. De samenwerking moet ook nog verder worden uitgebouwd. Er wordt aan het begin gestaan en het is zaak dit uit te rollen over de stad. 4. Visie op Deelmobiliteit en plan van aanpak Wethouder Maas zegt dat het voorliggende plan goed aansluit bij de verduurzaming, maar ook het autoluw maken van de stad. Met de in de visie genoemde stappen worden tot 2025 mooie doelen bereikt. Als in 2030 een schaalsprong gemaakt moet worden, ook met de verstedelijkingsopgave die er ligt, dan is het plan noodzakelijk. De heer Peters (CDA) vertelt dat de mobiliteit in het coalitieakkoord veel aandacht heeft gekregen en er lopen veel plannen om dromen om te zetten naar werkelijkheid. Als de wereld op een goede manier overgedragen moet worden aan de volgende generaties, dan moet nu op onderdelen worden doorgepakt. Het zal moeilijk zijn om alle plannen op een goede manier uit te rollen en iedereen goed aangesloten te houden. Veel is afhankelijk van de veranderbereidheid van de inwoners. De auto is voor velen een heilige koe en de mogelijkheid om onafhankelijk te zijn.

Er zal veranderd moeten worden om het milieu te ontzien en te zorgen voor een schonere lucht. De gemeente moet als werkgever het goede voorbeeld geven. De aanpak wordt van harte ondersteund. Echter zijn er veel meer werkgevers die zouden moeten aansluiten bij de veranderingen op mobiliteit. Thuiswerken kan alleen in een kantoorachtige omgeving. In Helmond zijn veel productiebedrijven en ook nog bedrijven die in ploegen werken. Is er al nagedacht hoe deze bedrijven deelmobiliteit kunnen inzetten om vervoersbewegingen op termijn te verminderen? Aan welke push- of triggermaatregelen denkt het college om deze plannen te realiseren? In het plan van aanpak wordt vermeld, dat een significant aantal werkgevers de werknemers gaat faciliteren op deelmobiliteit. Wat is in dit kader significant? En hoe wordt dat gemeten? Bij de acties wordt vermeld, dat er een verplichte bijdrage moet komen in omgevingsvergunningen, verplichte Vereniging van Eigenaren bijdrage et cetera. Hoe moet dat worden gezien? Vergadering Opiniecommissie

Blz. 6

In 2030 zijn alle ruimtelijke projecten getoetst aan het mobiliteitsprogramma. Betekent dat als de bouwplannen niet geheel voldoen aan de eisen er dan een streep doorheen gaat? Als dat de praktijk wordt, worden dan wel de bouwdoelstelling van 10.000 woningen gehaald? Ook worden hele hoge eisen gesteld aan onder andere externe factoren, zoals bevoorrading van bedrijven in de binnenstad met zeroemissie. Hoe worden bedrijven gedwongen hieraan te voldoen? Is dit kortgesloten met het bedrijfsleven? Is er voldoende realiteitsgehalte? Is het allemaal wel haalbaar? Worden niet te hoge eisen gesteld aan met name externe partijen? Het vraagt immers van bedrijven een aangepast investeringsgedrag. De heer M. Rieter Jr. (Helder Helmond) zegt dat er veel haken en ogen aan de nota zitten. Deelmobiliteit wordt ondersteund, zodat het milieu wordt ontlast en de mobiliteit wordt verbeterd. Deelmobiliteit zal altijd een klein onderdeel van het geheel blijven. Er moet niet worden doorgeslagen op het gebied van duurzaamheid. Hetzelfde geldt voor sterk autoluw. Het moet geen doel op zich zijn. Dit geldt ook voor het van bezit naar gebruik. Een gedeelte zal deze omslag willen maken, maar het is een utopie om te denken dat dit volledig mogelijk zal zijn. Een auto is voor veel mensen een stukje eigendom, waardoor er onafhankelijkheid wordt verkregen.

Het afpakken zal lastig gaan worden en niet haalbaar zijn. Het opleggen van stimuleringsmaatregelen worden niet gesteund. Wat is belangrijker: de gezondheid of dat de reizigerservaring snel en gemakkelijk is? Dit conflicteert met elkaar. Beide staan in dezelfde rij in het plan. In het centrum worden 10.000 woningen gerealiseerd. Is het opvangen van de verdichting onderzocht? Deelmobiliteit zal niet persé mensen uit de auto halen, maar juist van de fiets of minder gebruik van de bus. Een auto delen door middel van MaaS is duurder dan een eigen auto bezitten. Dat komt door de commerciële bedrijven. Dit gebeurt al bij elektriciteit, vuilnis et cetera. Hoe wordt dit bij deelmobiliteit voorkomen? Gemeente en ondernemers willen veel invloed. Is dat mogelijk? Er wordt weinig gezegd over commerciële belangen en verdienmodellen. Deze zijn er wel degelijk. Er wordt ingezet op regulering. In hoeverre kan dit worden waargemaakt? Is het elektrisch netwerk tegen die tijd wel voorbereid op de belasting? De pilot van Bravoflex heeft bewezen dat regulering noodzakelijk is. Het free floating systeem is geen succes geworden. Als deze vorm van mobiliteit terugkomt, dan moeten de parkeermogelijkheden worden beperkt. De scooters stonden werkelijk overal. In iedere wijk moeten betaalde zones komen waar de scooters worden geparkeerd en opgehaald.

Welke eisen kunnen in de APV worden gesteld? Het is van belang dat data kunnen worden uitgelezen, zodat kan worden gecheckt wie de laatste gebruiker was, zodat misbruik kan worden tegengegaan. In hoeverre kan het mogelijk worden gemaakt, dat preventief wordt gecontroleerd, zodat kan worden gecontroleerd of de gebruiker de eigenaar van het vervoermiddel is. Hoe wordt het gemeenschappelijk bezit hufterproof gemaakt? Er wordt te hard van stapel gelopen en er wordt een te rooskleurig beeld geschapen. De ervaring leert dat alles anders zal gaan door een complex geheel van invloeden. De visie wordt bepaald voor de komende tien jaar. Is dat niet over het graf regeren? De heer Van den Bogaard (D66) is het eens met de conclusie dat niets doen geen optie is. Het zal een proces van de lange adem worden, aangezien het gebruik van de eigen auto de voorkeur heeft van veel Helmonders en deelmobiliteit nog in de kinderschoenen staat. Bij een investering in mobiliteit, staan bereikbaarheid en duurzaamheid altijd voorop. Op de langere termijn moet het openbaar vervoer aantrekkelijker worden dan de auto. Er moeten meer vervoers- en overstapmogelijkheden komen, bijvoorbeeld via de fiets, elektrische scooters of deelauto’s. Dit vraagt om noodzakelijke, grote investeringen.

Er moet meer leefbaarheid en minder luchtvervuiling komen, zonder dat dit ten koste gaat van de autobereikbaarheid van het centrum. Het is nog steeds een probleem om vanaf de stations op de bestemming te komen. Door het stoppen van Bravoflex is de bereikbaarheid binnen Helmond een aandachtspunt. De drie teruggekregen vaste buslijnen zijn niet voldoende. Er wordt gepleit voor een op korte termijn volwaardig alternatief voor Bravoflex, zodat betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer voor iedereen mogelijk blijft. Het stimuleren van deelauto’s en investeringen in mobiliteit waarbij mensen gemakkelijk kunnen overstappen, kan een oplossing zijn. Is dit op korte termijn te realiseren? Apps voor actuele reisadviezen worden ondersteund, waarbij ook gelijk kan worden geboekt en betaald. Wat hebben de gesprekken met de provincie opgeleverd? Het gebruik van een deelauto levert een financieel voordeel op en kan een aanvulling zijn op het openbare vervoer. Wanneer kan de uitrol van het eerste autodeelproject worden verwacht? Er zijn stimuleringsmaatregelen vanuit de gemeente nodig. Hiervoor zijn middelen en capaciteit nodig. Hierin moet fors worden geïnvesteerd door de gemeente, zodat de Helmonders mee worden gekregen in de mobiliteitstransitie. Alles valt of staat met draagvlak.

Is er een financiële indicatie te geven van de stimuleringsmaatregelen? Denk daarbij bijvoorbeeld aan een grootschalige uitrol van elektrische laadpalen in Helmond. Er wordt achter de visie en het plan van aanpak gestaan. De heer Manders (VVD) merkt op dat de samenleving de laatste jaren veel individualistischer is geworden. Daarnaast is er een sterke vergrijzing en is het autobezit de laatste jaren bij de ouderen van boven de 60 het sterkst gestegen. Er is dus heel veel wishful thinking. Deelmobiliteit zal zeker groeien, maar het effect moet in een gemeente als Helmond niet worden overschat. Vergadering Opiniecommissie

Blz. 7

Is deelmobiliteit niet vooral een alternatief voor de mensen die kiezen voor het openbaar vervoer? Bestaat er niet een enorm gevaar dat nog meer buslijnen minder worden bezet en deze noodgedwongen gesloten moeten worden? In de toekomst kan de deelauto misschien een alternatief zijn voor de eigen, tweede, minder gebruikte auto. Het is op zich een goede zaak als ondernemers kansen zien in deze groeimarkt, maar wordt de deelmobiliteit ook aangeboden in de wijken waar geen behoefte is? Aan de andere kant wil de gemeente dat iedereen binnen 400 meter van een deelhub woont. Het opleggen van te veel verplichtingen wordt niet ondersteund. Het is schrikken van de plannen waarbij deelmobiliteit een verplichting wordt bij het verlenen van vergunningen in combinatie met het fors verlagen van de parkeereisen. Terwijl in de nieuwe Omgevingswet juist naar minder regelgeving wordt gegaan, wordt nu vermeld, dat alle bouwvergunningen, ook op bedrijventerreinen, vooraf worden getoetst op mobiliteitsprogramma’s van eisen. Is hierover overleg geweest met het bedrijfsleven? Gaat het hier om eenzijdig van bovenaf gestuurde regelgeving? Het streven is om maar liefst 70% van de nieuwe projecten en bouwvergunningen een lagere parkeereis mee te geven. Is hier vraag naar? In het verleden zijn veel bouwplannen niet doorgegaan vanwege allerlei regels.

Het maakt woningen zo onaantrekkelijk dat deze misschien onverkoopbaar worden en juist in een tijd waarin er veel behoefte is aan woningen. Betekent de adaptieve aanpak dat voor binnenstedelijk bouwen de parkeernorm flexibel is en bij vraaguitval het eenvoudig kan worden bijgesteld? Het particuliere autobezit zal in de komende jaren in een versneld tempo te maken krijgen met elektrificatie. Deze elektrische auto’s zijn bij uitstek geschikt om in combinatie met slimme laadpalen te zorgen voor een tijdelijke opslag van te veel opgewekte zonneenergie. Daarom is er steun voor een vergroting van het aandeel parkeerplaatsen voor elektrische auto’s, ten koste van het aantal parkeerplaatsen voor conventionele auto’s. De gemeente wil voor de eigen organisatie een hoge ambitie stellen. Gaan de burgemeester en wethouders gebruikmaken van deelauto’s? Zo ja, worden deze na werktijd en in het weekend beschikbaar gesteld aan Helmonders in het kader van de split billing? Zijn er al goed werkende apps in de omloop, die met succes in grootstedelijke milieus zijn getest? De heer Van Sas (GroenLinks) is enthousiast over de visie. De testen met de zelfrijdende shuttle laten zien, dat het zelfrijdend vervoer geen verre toekomst is. De eenvoudige oplossingen moeten niet uit het oog worden verloren. Een fietsroute moet vooral in de avonduren sociaal veilig zijn.

Er zijn onveilige fietsroutes over donkere fietsbruggen en verlaten industrieterreinen. Hier valt nog wel wat te verbeteren om het ook in de avonduren aantrekkelijk te maken om met de fiets naar het centrum te gaan. De fietsenstallingen zouden voorzien moeten worden van kluisjes, zodat ook een fietser spullen kan achterlaten om nog de stad in te gaan. In het visiedocument staat dat in 2024 100% van het aangeboden deelvervoer zero-emissie moet zijn. Ook wordt vermeld dat slechts 50% van het laden van het elektrisch deelvervoer moet plaatsvinden met duurzame energie. Waarom ook niet 100% duurzaam laden? Wat wordt bedoeld met de zin op pagina 33: “Helmond is op de helft van volledig klimaatneutraal in 2045”? Met het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken, dat in Nederland in 2030 de CO2-uitstoot met 50% gereduceerd moet zijn. Dat geldt dus ook voor Helmond. Wat wordt met deze zin bedoeld? Moet het totaal inclusief cofinanciering niet 100.000 euro meer zijn? De heer Van der Zanden (50PLUS) vindt dat wellicht eerder ingeleid had kunnen worden wat deelmobiliteit inhoudt. Is het niet allemaal te veel? Om het voor inwoners onder de knie te krijgen, wordt veel communicatie gevraagd. Is de organisatie voldoende toegerust om alles te behappen? Misschien moet worden begonnen met kleine projecten om te kijken of deze zichzelf bewijzen.

Mevrouw Spierings-van Deursen (Lokaal sterk) vindt het een duidelijk verhaal dat er iets moet worden gedaan aan de duurzaamheid. De deelmobiliteit zal lastig zijn voor bedrijven, omdat bijvoorbeeld het thuiswerken niet voor alle bedrijven mogelijk is. Openbaar vervoer is vaak slecht of niet aanwezig. Kan worden aangegeven hoeveel bedrijven in 2024 de medewerkers stimuleren om een bepaalde vorm van deelmobiliteit te gebruiken? Hoe wordt omgegaan met mensen die minder mobiel zijn? Worden daarmee bijvoorbeeld de inwoners bedoeld die gebruikmaken van een rolstoeltaxi? Door het gebruik van elektrische vervoermiddelen wordt het verkeer stil, wat een goede zaak is, maar het wordt wel gevaarlijker, want geluid attendeert mensen op naderend verkeer. Er moet goed worden gekeken waar dit verkeer wordt toegelaten. Wie is de gemeente Helmond die moet bepalen wat belangrijk wordt gevonden en welke rol gepakt moet worden? Wordt het niet onoverzichtelijk als er veel samenwerkingsverbanden zijn? Mevrouw Bach (Fractie Bach Plus) zegt dat elektrische auto’s, onbemande elektrische busjes, elektrische scooters allemaal niet zo geschikt zijn voor ouderen. Het openbaar vervoer van en naar Helmond is een belangrijk item voor de bereikbaarheid. Wat gaat ermee gebeuren in Helmond zelf en het centrum? Daar zullen nog veel obstakels uit de weg geruimd moeten worden.

Deelauto’s zal moeten in de toekomst, maar voor de Helmonder is de eigen auto belangrijk. Voorheen zetten werkgevers, zoals Philips en DAF bussen in voor de werknemers, maar of zij toen al aan verduurzamen dachten?

Vergadering Opiniecommissie

Blz. 8

Misschien is dit toch geen slecht idee. Het zou de wegen minder belasten en minder CO2 veroorzaken, mits het elektrische bussen zouden zijn. Er wordt genoten van alle mooie, vooruitstrevende ideeën. Mevrouw Wijnands (PvdA) zegt dat de motivatie, strategie, effect en noodzaak helder zijn. Hoe worden de impact en de gewenste verandering teweeggebracht? Als de binnenstad wordt verdicht, omdat er 10.000 nieuwe woningen bijkomen, wordt het lastig als iedereen daar ook een auto gaat neerzetten. Bij de verdichting wordt een strakkere parkeernorm gehanteerd. Er wordt gezocht naar andere opties, want het is lastig om met negatieve maatregelen te moeten werken. In het stuk worden geen voorbeeld steden genoemd. Er moeten meer steden zijn die te maken hebben gehad met verdichtingsproblemen en de ambitie tot verduurzamen. Wellicht is daar informatie te halen of is een samenwerking mogelijk. Een van de uitgangspunten is voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zijn, maar verderop staat dat het voor bijna iedereen te begrijpen, te gebruiken en betaalbaar moet zijn. Wat wordt met bijna bedoeld en waarom niet iedereen? Het is jammer dat op voorhand de ambitie wordt bijgesteld. De mogelijkheden van het ouderwetse openbaar vervoer, dus de bussen, zijn minimaal uitgewerkt.

Er wordt een mooie ambitie getoond, waarbij de maximale rol moet worden gepakt en het moet voor iedereen toegankelijk zijn en niet voor bijna iedereen. De heer Terzioglu (SP) heeft al eerder aangegeven dat het plan voor een groot gedeelte een gedragsverandering vereist en dat hiermee begonnen moet worden. Natuurlijk is er nog een aantal punten waarvoor aandacht wordt gevraagd. Dat is het digitale aspect en dat alle vervoersvormen goed op elkaar moeten aansluiten om alles naadloos in elkaar over te laten lopen. De heer Van Vugt (Helmond Aktief) zegt dat deelmobiliteit begint bij het creëren van een goed draagvlak in alle lagen van de bevolking en een goed openbaar vervoer. Dit is de enige manier om mensen uit de auto te krijgen. In Helmond zijn nog steeds verschillende wijken niet met elkaar verbonden door het openbaar vervoer. Er is dus nog een lange weg te gaan. Uiteraard wordt de kans gegrepen om samen te werken met Brainport en Automotive Campus. Er moet niet worden vergeten dat er al heel veel op de markt is. In zeven steden worden de komende jaren innovatieve woningbouwprojecten opgeleverd, met daarbij een grote rol voor elektrische deelauto’s. Zijn er in Helmond al projecten, bijvoorbeeld de Oranjekade, waar projectontwikkelaars betrokken zijn bij het project deelmobiliteit? Er liggen genoeg kansen om deelmobiliteit in te voeren.

De valkuil is dat er te snel wordt gegaan. Er moet eerst voor goed openbaar vervoer worden gezorgd, zodat de bereikbaarheid voor iedereen hetzelfde wordt. Als de bewoners het voordeel ervaren, wordt er een groot draagvlak gecreëerd. Belangrijk is dat ook de lagere klasse kan deelnemen aan deelmobiliteit. Er moet ervoor worden gezorgd dat het betaalbaar is en blijft, anders wordt geen draagvlak gecreëerd in de stad. Eveneens moeten de mindervaliden worden meegenomen in de deelmobiliteit. De heer S. van Lierop (plan!) vindt het een bijzondere uitdaging, die moet worden aangepakt. Het is een ambitieus plan, maar er is wel wat scepsis over de uitvoering. Het busvervoer staat er niet best voor. In deelgebruik wordt wel geloofd, maar het moet anders worden aangepakt. Het zou mogelijk moeten zijn om het deelgebruik gratis te proberen. Hiermee kan het worden gestimuleerd. Vooral ouderen zullen het autobezit willen behouden, omdat er nog niet veel alternatieve mogelijkheden zijn. Verder zijn er zorgen over de nieuwe ondernemers vanwege de belemmeringen. Er moet goed worden gekeken naar de parkeernormen. Stimuleren is altijd beter dan sancties opleggen. Wethouder Maas vertelt dat de raad al een aantal belangrijke besluiten heeft genomen en er zijn belangrijke mijlpalen gezet. Dat gebeurt in de hele regio. De mobiliteitstransitie is de randvoorwaarde voor de verstedelijkingsopgave.

Iedereen is voor een autoluw centrum, meer groen, speelplekken voor kinderen et cetera., maar als er aan de knoppen wordt gedraaid, wordt het spannend. Het plan is een uitrol waarvan de provincie een groot voorstander is, want er moet iets gebeuren. Het is misschien ambitieus, maar als hierop niet wordt ingezet, wordt de mobiliteitstransitie nooit gerealiseerd en ook niet het door iedereen gewenste autoluwe centrum. De heer Peters (CDA) meldt fundamenteel tegen een autoluw centrum te zijn. Er moet niet het beeld worden geschetst dat iedereen hiervoor is. Bovendien geeft de gedeputeerde aan dat een op de vijf buslijnen in de provincie in de problemen gaat komen en er een beroep wordt gedaan op steun van de Rijksoverheid. Met deze maatregelen moet rekening worden gehouden. Wethouder Maas zal het woord allemaal nuanceren. Autoluw betekent niet autovrij. Dus het centrum blijft wel degelijk goed bereikbaar voor de auto. Het openbaar vervoer heeft zwaar te lijden onder de coronacrisis. Het is een feit dat er momenteel veel minder reizigers gebruikmaken van het openbaar vervoer. Er zullen maatregelen genomen moeten worden. Het zal een aantal jaren duren voordat het weer op niveau is. Met stimuleren kan een heel eind worden gekomen. Dat kan op allerlei manieren, zoals prijsprikkels, door het aanbod zo groot mogelijk te maken, maar ook door het zo intensief mogelijk te maken.

Vergadering Opiniecommissie

Blz. 9

Als er wordt verstedelijkt met de nieuwe bouwprojecten, dan hoort daar een andere parkeernorm bij, maar ook dat er enorm wordt ingezet op een hoge frequentie van de trein, ontwikkelingen van de stations, zelfrijdende shuttles, et cetera. Dan moet het openbaar vervoer fijnmazig zijn geregeld. Voor de verdichting hoort daarbij een andere parkeernorm. Binnenkort wordt het parkeerbeleid behandeld en kan het een en ander worden besproken. De werkgevers zijn bij het proces nauw betrokken, ook regionaal en zij willen de mobiliteitstransitie graag faciliteren, omdat zij begrijpen dat een kantelpunt noodzakelijk is. Het zal voor de lange termijn veel energie vergen. De werkgevers zijn aangehaakt, maar het zal maatwerk vereisen. Als gemeente wordt geprobeerd zo maximaal mogelijk te faciliteren. Gezondheid en gemak kunnen gemakkelijk samengaan. Juist door de frequentie van de vervoersmodaliteiten en te zorgen dat deze overal in de stad bereikbaar zijn. Door de mobiliteitstransitie wordt de stad leefbaarder en gezonder. De deelscooters maken onderdeel uit van het mobiliteitsplan. Als de afstanden langer zijn, zal er gebruik worden gemaakt van de deelscooters. Het aanbod van alle modaliteiten is de meest uitgelezen kans om in de toekomst het centrum te voorzien van minder auto’s. Het is zaak een en ander goed te organiseren.

Er wordt gemonitord, want als dat niet gebeurt, is het niet mogelijk bij te sturen. Bravoflex is als pilot gestopt. Hierover heeft een gesprek plaatsgevonden met de gedeputeerde. Er zal gezamenlijk worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor een flexibele vervoersdienst op een aantal locaties in Helmond. De rode draad is, dat Helmond een bereikbare stad wil zijn, waarin de auto tot onder het centrum een parkeerplaats verdient. Er moet worden beseft dat er iets moet gebeuren, zodat het centrum leefbaarder wordt en er meer ruimte is voor groen en andere activiteiten. Er worden gesprekken gevoerd om te kijken of het besloten, collectieve vervoer weer kan worden opgepakt. Het doelgroepenvervoer is teruggekomen in het plan van aanpak. Hoe ouderenproof het centrum kan zijn, is een uitdagende vraag. Deze wordt teruggenomen. Inclusiviteit is een randvoorwaarde en dat staat ook een beetje voor ouderenproof. Het is de bedoeling dat er deelauto’s komen te staan bij het project van de Oranjekade. Dit jaar wordt een groot project gedragsverandering en -strategie uitgerold. Het gratis proberen van deelgebruik is een goede suggestie om te prikkelen. Deze wordt meegenomen. Mevrouw Frerichs merkt op, dat in het rapport staat dat mensen die in BSD gaan wonen een proefabonnement van twee jaar wordt aangeboden om van deelmobiliteit gebruik te kunnen maken.

Misschien kan deze suggestie verder worden uitgerold. Er wordt afgestevend op een tijd waarin anders met ruimte om moet worden gegaan en anders gereisd. Bij 10.000 woningen is ongeveer 400.000 m2 nodig voor parkeren en manoeuvreren. Dat is enorm veel ruimte. De ruimte zal anders worden ingezet op een kwalitatief hoogwaardig niveau. Door het Stadspanel is een enquête uitgezet, waarop bijna 800 mensen hebben gereageerd. Niet iedereen is bekend met het fenomeen of zit daarop te wachten. Ouderen zijn wat terughoudender. Mensen in een wijk met een lagere sociaal-economische status, zijn hiervan wel gecharmeerd. Deelmobiliteit is een mooie aanvulling op het openbare vervoer. Voor de dikke verkeersstromen blijft het openbaar vervoer belangrijk. Openbaar vervoerpartijen zijn ook bezig met het aanbieden van deelmobiliteit. De deelmobiliteit moet altijd boek- en betaalbaar zijn via een app. Er moet goed worden gemonitord. De aanbieder moet zich altijd conformeren aan het delen van data, omdat anders de effecten niet bekend zijn en of er moet worden op- of afgeschaald. Het is zeker de bedoeling in het centrum te starten met pilots voor deelmobiliteit. Er wordt nagevraagd of de Oranjekade daarvan deel uitmaakt. Er is GO Sharing gevraagd data te delen, maar daartoe waren zij niet bereid.

Daarom moet ervoor worden gezorgd, dat het vergunningssysteem in orde is voor het geval GO Sharing terug zal komen. Projectontwikkelaars vragen steeds vaker of zij deelmobiliteit mogen aanbieden, in plaats van het bouwen van dure parkeerkelders. Zij krijgen steeds meer bewoners die geen behoefte hebben aan een eerste of tweede auto. Deelmobiliteit en parkeerbeleid zijn nauw met elkaar verbonden, dus moeten de besluitvormingstrajecten zo goed mogelijk parallel verlopen. Een aantal bedrijven met productiefaciliteiten is geïnteresseerd in deelmobiliteit. Zij willen bijvoorbeeld een hub gaan realiseren op de Heibloemweg. Dat is het terrein van B.Z.O.B. Hierdoor is het mogelijk mensen werk aan te bieden die er anders niet kunnen komen. Ook kan de koppeling worden gemaakt met een mogelijke uitbreiding, waarbij niet meer voldaan hoeft te worden aan de enorme hoge parkeernormen. De Rijksoverheid geeft aan dat er steeds minder behoefte is aan bezit van auto’s, vooral bij jongere mensen. Het is belangrijk dat de deelmobiliteit voor iedereen inclusief is. Voor mindere mobielen kan het betekenen, dat zij minder gebruik kunnen maken van een auto of fiets, maar misschien wel van een scooter. Dit betekent dat maatwerk moet worden geleverd en dat kan misschien wel beter en goedkoper dan nu met de standaard Wmooplossingen. In Helmond is er de Mobility Mixx als app.

Wethouder Maas zegt dat het bepalen van parkeerruimte ook wordt bepaald door de projectontwikkelaar en of er wordt betaald voor de specifieke ruimte. Er wordt maatwerk toegepast. Het centrum is goed bereikbaar voor autoverkeer. Het faciliteren van kluisjes bij fietsenstallingen kan alleen een optie bij bewaakte stallingen zijn. Dit zou ook bij hubs een aanvullende faciliteit kunnen zijn.

Vergadering Opiniecommissie

Blz. 10

Er zijn verschillende mogelijkheden. De gedane suggesties worden zeker meegenomen in het vervolgtraject. Momenteel maakt het college al gebruik van deelauto’s. De voorzitter vindt dat er te veel technische vragen zijn gesteld. Er kan door degenen die beantwoorden, worden aangegeven, dat deze technisch worden beantwoord. Anders gaat er te veel tijd verloren en kan de discussie minder politiek worden gevoerd. De deelnemers worden bedankt voor de inbreng. De vergadering wordt om 22.30 uur gesloten. Aldus vastgesteld in de vergadering van de Opiniecommissie d.d. XXXXX De commissievoorzitter, XXXXX

Vergadering Opiniecommissie

de commissiegriffier, XXXXXX

Blz. 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10038490/1