CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

20210302 Notulen Opiniecommissie

Opiniecommissie Inwoners 30 maart 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: 2. Vaststellen notulen vergaderingen Opiniecommissies van 2 en 4 maart 2021 (-19.05 uur)4.206 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen vergadering 2 maart 2021

Aanwezig:

Opiniecommissie

Voorzitter Commissiegriffiers

: dhr. M. Selten : dhr. B. van der Berg, dhr. P. Leenders en dhr. J. Jaspers

GroenLinks CDA SP VVD Lokaal sterk 50PLUS Helder Helmond D66 PvdA Helmond Aktief plan! Fractie Bach Plus

: dhr. T. Tuerlings, mevr. D. Meulenbroek : dhr. R. Peters, dhr. Y. Yeyden : dhr. A. Spruijt, mevr. L. Maráczi : dhr. C. van der Burgt, mevr. S. Stijkel-van den Braken : dhr. J. Hamacher, mevr. K. Breuer-Dijkers : dhr. F. Mol, dhr. J. van der Zanden : mevr. A. Koolen-van der Zee : dhr. S. Stevens, dhr. M. van Geel : mevr. P. Peijs : dhr. L. Smits, dhr. G. van Vugt : mevr. W. Warmerdam-Kampen :

Portefeuillehouder(s)

: burgemeester Blanksma, wethouder Van Dijk

Overig : mevr. De Kam, mevr. Bosch, dhr. Emmen, dhr. Nat, dhr. Wolters, dhr. Van Houwelingen, dhr. Berkers, mevr. Tielen Notulist

: mevr. A. Smetsers (Notuleerservice Nederland)

1. Opening en mededelingen De voorzitter, de heer Selten opent de volledig digitale vergadering om 19.00 uur. De deelnemers en belangstellenden via livestream worden welkom geheten. Er zijn geen berichten van verhindering ontvangen. 2. Vaststellen notulen vergaderingen Opiniecommissies d.d. 26 en 28 januari 2021 Allereerst worden aan de orde gesteld de notulen van de vergadering van 26 januari 2021. De heer Spruijt (SP) merkt op dat de heer Terzioglu en de heer Klaus niet als aanwezig staan vermeld. Zij worden toegevoegd. Er zijn geen verdere opmerkingen. De notulen van de vergadering van 26 januari jl. worden vastgesteld. Verder worden de notulen van de vergadering van 28 januari 2021 aan de orde gesteld. Er zijn geen opmerkingen en worden ook deze vastgesteld. Opiniërende onderwerpen: 3. Visie 2025 VRBZO Burgemeester Blanksma vindt het belangrijk de ideeën die leven mee te kunnen nemen naar de verdere vaststelling van de Visie 2025. Het is een grote organisatie met veel kansen en mogelijkheden. Er volgt de presentatie Visie VRBZO door mevrouw De Kam. Er zijn 25 veiligheidsregio’s in Nederland, welke twee belangrijke taken hebben, te weten de brandweerzorg en crisisbeheersing. In het tienjarig bestaan is de organisatie ontzettend geprofessionaliseerd. De huidige crises zijn complex en nopen tot het doorontwikkelen van de Visie.

Er wordt gegaan voor een veiligere samenleving in de sterk veranderende wereld. De risico’s worden complexer en ingrijpender.

Vergadering Opiniecommissie

Blz. 1

Eerste termijn: De heer Hamacher (Lokaal sterk) vindt dat de overheid weinig vat heeft op zaken als de coronarellen, toenemende cybercriminaliteit, drugsproblematiek et cetera. Er wordt achter de feiten aangelopen. De rapportage en incidenteel behaalde successen kunnen de maatschappelijke problemen niet verhullen. Helaas is de overheid vaak een tegenstander geworden, in plaats van de vertrouwde hulp en bijstand te zijn in moeilijke omstandigheden. Het geeft aan dat er fundamenteel iets mis is. Via opvoeding, onderwijs en de inspanningen van het verenigingsleven zouden normen en waarden, respect en sociaal gedrag de maatstaf moeten zijn voor de manier van samenleven. Misschien moet daarin meer worden geïnvesteerd. De heer Mol (50PLUS) heeft gezien dat het Rampenplan Helmond is vastgesteld op 23 december 2008. Daaronder staat het Rampenplan van 2013. Worden deze niet geüpdatet? De heer Tuerlings (GroenLinks) merkt op dat Helmond twee van de meest uiteenlopende risicoprofielen in de regio heeft. Dat zijn steeds meer hoogbouw, wat bij brand specialistisch materiaal vergt en het hoogfrequent spoor, dwars door dichtbevolkt gebied, waarmee regelmatig gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Ook is er nog Eindhoven Airport. De hightech ontwikkelingen brengen hightech risico’s met zich mee.

Het hoofdstedelijk gebied heeft ook sociale risico’s, zoals vereenzaming, meer mensen met een kwetsbare gezondheid, de stedelijke criminaliteit et cetera. De regio kent een uitgestrekt buitengebied, wat eigen risico’s kent, zoals bijvoorbeeld de grootste natuurbrand ooit in Nederland. De rapporten naar aanleiding van de brand geven een behoorlijk tik op de vingers van de VRBZO. Een goede afstemming blijft een verbeterpunt. Verder zijn er nog de algemene risico’s, zoals klimaatverandering en de luchtkwaliteit. Op deze gebieden is integrale samenwerking en afstemming echt onmisbaar. Voor de Veiligheidsregio wordt een enorme uitdaging gezien in het bewaren van een goed evenwicht tussen de enorme tegenpolen van een hoofdstedelijk- en buitengebied. Beide kanten vragen om een zeer specifieke aanpak, terwijl het budget niet anders is dan bij meer eenzijdige Veiligheidsregio’s. Is het mogelijk op regelmatige basis geïnformeerd te worden over de regionale risico’s en de verdere uitwerking van de veelbelovende visie? De heer Peters (CDA) vertelt, dat bekend is dat de Veiligheidsregio in de afgelopen tien jaar daar waar nodig heeft opgeschaald.

Er wordt gezegd dat de raden niet worden gevraagd formeel in te stemmen met de visie, maar het betreft een gemeenschappelijke regeling, waarin staat vermeld dat de Veiligheidsregio niet een bestuurslaag moet worden, zonder dat door de aangesloten raden van de 21 gemeenten een rol wordt vervuld. In het vervolgproces staat dat na vaststelling van de visie door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio, deze wordt gedeeld met de raden. Waar is de democratische controle en legitimiteit van de aangesloten raden? De heer Smits (Helmond Aktief) merkt op dat uit een enquête is gebleken, dat de Veiligheidsregio een in zichzelf gekeerde organisatie is. Er zijn verwijten over de werkwijze of inzet. Het is een prima initiatief om als organisatie meer naar buiten te treden. Een periodieke evaluatie van de visie zou terecht zijn. Er is veel respect voor de medewerkers van de Veiligheidsregio. De heer Van der Burgt (VVD) vindt de presentatie op hoofdlijnen goed. Het team in Helmond heeft de afgelopen jaren flinke stappen gemaakt. Het spoor blijft een belangrijk aandachtspunt. Criminaliteit en ondermijning raakt de burgers direct en moet worden aangepakt. Er moet worden gewerkt aan een weerbare samenleving. De heer Stevens (D66) vraagt of er gediscussieerd kan worden over de aanpak van de criminaliteit op straat en met name de drugscriminaliteit.

De heer Spruijt (SP) vraagt of de Veiligheidsregio een goed plan heeft om vrijwilligers aan te blijven trekken. Wordt er steeds meer ingezet op preventie? Burgemeester Blanksma legt uit, dat niet op vragen over criminaliteit wordt ingegaan, omdat het gaat over de Veiligheidsregio en niet de politieregio. Een van de pijlers van de Visie 2025 is de samenleving weerbaarder en bewuster te maken. De verantwoordelijkheid wordt wat teruggelegd. De Veiligheidsregio is weerbaar om crises te bestrijden. Het rampenplan bestaat niet meer en is het Regionaal Risicoprofiel geworden. De laatste versie is van 2019. Mevrouw De Kam licht toe dat het Regionaal Risicoprofiel een keer in de vier jaar wordt vastgesteld. Er wordt getracht van de volgende versie een meer dynamisch document te maken. De heer Nat vult aan dat er diverse risico’s zijn. Een belangrijk startpunt is het risicoprofiel van de regio. Er wordt gegaan naar een dynamischer overzicht van de risico’s in de regio. Ook is het wenselijk zicht te hebben op de risico’s buiten de regio, want deze kunnen van invloed zijn op de eigen regio. De Veiligheidsregio heeft een adviesrol in relatie tot de toekomstige Omgevingswet. Daarbij richt de Veiligheidsregio zich op het risicoprofiel bij de voorbereiding op rampen en crises.

Verder is er een belangrijke adviesrol als het gaat om de ruimtelijke inrichting en dus ook het veilig, duurzaam en gezond gebruik van de ruimte in de regio. Vergadering Opiniecommissie

Blz. 2

Mevrouw De Kam voegt toe dat er onderzoek is geweest naar de rol van de Veiligheidsregio tijdens de grote natuurbrand van vorig jaar. De belangrijkste uitkomst is dat er iets wordt gedaan aan de vegetatie. Ook is gebleken dat de Gebiedscommissie, dat is een samenwerking tussen de gemeente, de burgemeester, de eigenaar van het gebied en de Veiligheidsregio, betere afspraken moeten maken. Het is mogelijk om ook in de toekomst een toelichting te blijven geven. In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen, dat om de vier jaar een regionaal beleidsplan wordt gemaakt. Daarin hebben de raden een stem, waarna de besluitvorming in het Algemeen Bestuur plaatsvindt. Er is afgesproken, dat er een consulatie plaatsvindt, zodat de burgemeester in het Algemeen Bestuur kan meegeven hoe over de visie wordt gedacht. In Helmond zijn er dertien vrijwilligers en drie aspiranten. In de regio zijn er plekken waar het lastiger is om vrijwilligers te vinden. Er worden jaarlijks campagnes gevoerd om vrijwilligers aan te trekken. Hiervoor is veel aandacht. Er wordt steeds meer ingezet op preventie bij crisisbeheersing en ongekende crises. Burgemeester Blanksma is graag bereid te praten over de Veiligheidsregio en zegt toe dat een tussentijdse evaluatie mogelijk is. Er zal jaarlijks over de Veiligheidsregio worden overlegd. Aan de hand van een evaluatie wordt het gesprek gestructureerd gevoerd.

Tweede termijn: De heer Stevens (D66) zegt het volste vertrouwen te hebben in de Veiligheidsregio. De heer Van der Burgt (VVD) merkt op dat het achterstallig onderhoud in de bossen de kans vergroot op toename van bosbranden. De heer Peters (CDA) vindt dat in het kader van de Omgevingswet de Veiligheidsregio niet het bevoegd gezag is. Wat gebeurt er als de Veiligheidsregio daar wel zaken in gaat doen die het bevoegd gezag raken? Mevrouw De Kam legt uit dat uit onderzoek blijkt, dat de vegetatie van invloed is bij het verminderen van natuurbranden. De heer Nat zegt dat de Veiligheidsregio de bevoegde gezagen adviseert in de vergunningverlening. Het is aan het gevoegd gezag hoe zij de adviezen van de diverse instanties verwerken in eventuele voorwaarden. Als een vergunning is verleend, dan is het voor de Veiligheidsregio zaak om de eventuele risico’s op te nemen in het Regionaal Risicoprofiel en in de voorbereiding hiermee rekening te houden. Burgemeester Blanksma bedankt voor de bijdrage en gaat hiermee het debat in met het Algemeen Bestuur. 4. (wijziging) Verordening maatschappelijke ondersteuning Wethouder Van Dijk zegt dat de kadernota de kapstok is waarop de verordening en uitvoering zijn gebaseerd. In de kadernota is vastgelegd dat de inwoners moeten kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen. De professionals moeten doen wat nodig is om dat te realiseren.

Aan het eind van het jaar wordt een nieuwe verordening voorgelegd. Daarom worden nu graag de aandachtspunten of aanpassingen vernomen. De heer Berkers geeft een toelichting op de presentatie Verordening maatschappelijke ondersteuning, waarbij kort worden geschetst de aanleiding, het doel en er volgt een inhoudelijke toelichting. De Verordening maatschappelijke ondersteuning wordt ook wel de Wmo-verordening genoemd. Eerste termijn: Mevrouw Meulenbroek (GroenLinks) zegt dat het doel van de nieuwe verordening moet zijn hulp bieden daar waar nodig. Dus werken vanuit de bedoeling. Het was een verademing om de verordening van Velthoven te lezen, omdat deze het hele sociale domein besloeg en duidelijk maakte wat een inwoner van de gemeente mag verwachten en andersom. Belangrijk is het meedoen. Dat gaat over de Participatiewet. Eerder is besproken om het begrip meedoen op te rekken naar betaald of onbetaald werken. Er is al lang niet meer voor iedereen betaald werk en veel mensen doen belangrijk onbetaald werk. Hierover zou nagedacht moeten worden in een nieuwe verordening. Bij het hoofdstuk controle is er een onbalans, want er staat heel veel over wat de bewoners moeten doen, maar weinig over waaraan de overheid moet voldoen. Mevrouw Maráczi (SP) ziet bij het integraal en werken volgens de bedoeling, dat de wetgeving belemmeringen oplegt.

Uit onderzoeken blijkt dat mensen nauwelijks toegang hebben tot voorzieningen of van het kastje naar de muur worden gestuurd. De wet en de praktijk staan haaks op elkaar en dat maakt het ingewikkeld. De omgekeerde toets is heel belangrijk. Er moeten maatwerkvoorzieningen zijn. De mens moet centraal staan en niet de regelgeving.

Vergadering Opiniecommissie

Blz. 3

Kan er worden uitgelegd hoe de vertaling in de verordening eruit kan zien? Een alternatief zou zijn om een vertaling te maken van het stuk, zodat iedereen het kan begrijpen. Een infographic zou mooi zijn. De mogelijkheden zijn lastig in te schatten, omdat er misschien nog andere landelijke wetgeving zal volgen. Mevrouw Breuer-Dijkers (Lokaal sterk) is het opgevallen dat de inleiding erg kil is. Daar ontbreekt de menselijke maat. In de verordening van Velthoven is dat beter gedaan. Ook is de verordening van Velthoven beter leesbaar. Dat heeft te maken met de lay-out. In de verordening staat de kwijtschelding bij een minimum inkomen van 110%. Er is echter een kwijtschelding afgesproken tot 130% inkomen. De zorgverleners die door een pgb worden betaald, zouden bij de Kamer van Koophandel ingeschreven moeten staan. Ook wordt de optie Per Saldo aangedragen. Bij het sporten wordt vermeld de participatie en de sociale context, maar sport bevordert ook de gezondheid. Dus misschien kan dat ook worden meegenomen. De heer Van Vugt (Helmond Aktief) vindt het goed te zien dat er in Helmond een goed werkende Wmovoorziening is, maar het kan natuurlijk altijd beter. De doelstelling is iedereen zo veel mogelijk te helpen. Dat is het algemene beeld onder de inwoners van Helmond, die gebruikmaken van de regeling.

Er wordt positief gestaan tegenover het huidige beleid, met eventueel kleine wijzigingen. De genoemde wijzigingen zijn geen probleem. Als inwoners goed en in begrijpelijke taal worden geïnformeerd over de rechten en plichten, dan verschaft dat veel duidelijkheid. De heer Van der Zanden (50PLUS) zegt dat de sociale teams extern worden gepositioneerd. In Eindhoven heeft dit geleid tot een financieel debacle, omdat de zorginkoop niet goed was geregeld. Dit moet uiteraard worden voorkomen. Kan de bestaande ongerustheid hierover worden weggenomen? Komen er in Helmond strenge regels tegen het misbruik van zorggeld? Wat wordt gevonden van de aanpak die in ’sHertogenbosch wordt gehanteerd? Mevrouw Koolen-van der Zee (Helder Helmond) is kritisch geweest op kanttekening geplaatst bij de Wmo, met recht op goede zorg, een schone leefomgeving, hulp bij het vinden bij de juiste hulpmiddelen, et cetera. De regie over het eigen leven wordt kwijtgeraakt, omdat regels en wetten de boventoon voeren. Waar is de menselijke norm? Waar is de verandering binnen de Wmo waarop iedereen zit te wachten? Er is geen aanspreekpunt. Het gaat van consulent naar consulent. De menselijke maat is iets wat de Helmonder wil voelen. Het voornaamste doel is de Wmo menselijker te maken. Er is maar een leverancier waar inwoners hulpmiddelen kunnen halen.

Als er meerdere leveranciers zouden zijn, zijn er meer keuzemogelijkheden. Bij de omgekeerde toets is de uitvoering een hekel punt. Keuzes moeten bij de inwoners worden gelaten. De Wmo zou het leven gemakkelijker moeten maken en geen kopzorgen mogen bezorgen. Er zijn geluiden in de stad vernomen voor het samenstellen van een klankbordgroep van ervaringsdeskundigen. Vooral inwoners met een beperking moeten worden betrokken bij de adviesraad. Is de omgekeerde toets reeds geïmplementeerd in de praktijk? De inwoners vragen naar een tevredenheidsonderzoek, wat meegenomen kan worden in het traject om tot een verordening te komen. Is er al een beeld van de eventuele overstap naar het urencriterium? Mevrouw Warmerdam-Kampen (plan!) zegt dat het doel van de verordening is, de vertaling van de kadernota Sociaal Domein en Werken vanuit de bedoeling. Volgens trendwatchers zal de factor betaald werk steeds verder afnemen. In die zin zou in de nieuwe verordening opgenomen moeten worden betaald of onbetaald werk, want onbetaald werk zal in de toekomst net zo waardevol worden als betaald werk. De verordening van de gemeente Velthoven is goed leesbaar. Wanneer is bekend of de verordening van Velthoven voldoende juridisch valide is? Deze heeft namelijk een hele mooie inhoud.

Krijgt een inwoner van Helmond die gebruikmaakt van een van de voorzieningen de verordening ooit te zien? Er wordt gepleit voor een infographic, zodat inwoners op een eenvoudige wijze kunnen zien wat de inhoud van een verordening behelst. Het is de bedoeling om allemaal te Werken vanuit de bedoeling en daar zou een toets op moeten zijn, waarbij de verordening de juridische grondslag is. De heer Yeyden (CDA) vindt dat de voorlichting goed en begrijpelijk moet zijn voor de doelgroepen. Hoe wordt dat gerealiseerd? De doorlooptijden moeten kort zijn. Het maatwerk moet blijven. Niet alles moet worden dichtgetimmerd, maar mag niet leiden tot willekeur. Een integrale verordening is een uitdaging, maar kan wel voordelen opleveren, omdat het totale sociale domein daarin wordt meegenomen. Ook de keuzevrijheid van de cliënt moet gewaarborgd blijven. De kwaliteit van de aanbieders kan worden vastgesteld door hen te bezoeken en nader kennis te maken. Mevrouw Peijs (PvdA) zegt dat er spanning zit op Werken volgens de bedoeling aan de ene kant en een juridische verordening aan de andere kant. De Velthovense verordening doet meer recht aan die manier van werken. Het lastige is, dat de Wmo en zeker de verordening gaat over individuele voorzieningen. Ieder mens en iedere vraag is uniek. Daarvoor wordt in de verordening ruimte gevraagd.

Ook is het belangrijk te werken vanuit het vertrouwen in de Helmondse inwoners. Het doel van de Wmo is als gemeente te proberen inwoners zo lang mogelijk thuis te laten wonen en inwoners zo veel als mogelijk mee te laten doen in de samenleving. Betaald of onbetaald werk maakt daarbij geen verschil.

Vergadering Opiniecommissie

Blz. 4

De gemeente moet niet op de medische stoel gaan zitten, maar echt kijken naar de doelstellingen van de Wmo. Er moet ook vertrouwen aan de professionals worden gegeven, zodat zij voelen wat zij mogen doen en inzetten wat nodig is. Verder is het belangrijk dat de Wmo, Participatie en Jeugdhulp een geheel zijn. Het moet voor een inwoner niet uitmaken waar kan worden aangeklopt. Dit zal goed te regelen zijn als wordt gewerkt vanuit een integrale verordening. Het wordt wenselijk geacht dat er meer keuzemogelijkheden komen in aanbieders. Keuzevrijheid is dus belangrijk. Er moet ook worden gekeken hoe op andere manieren met het verstrekken van voorzieningen kan worden omgegaan, zoals bijvoorbeeld duofietsen. In het verleden is heel bewust gekozen voor het contracteren van veel aanbieders. Inmiddels zijn er honderden aanbieders gecontracteerd en dat brengt veel contractmanagement met zich mee, wat erg belangrijk is geworden. Hopelijk is het mogelijk een balans te vinden tussen contracten sluiten met de grote, klassieke aanbieders, maar ook met de nieuwe innovatieve kleinere partijen om de transformatie in de zorg in beweging te krijgen. De verordening van de gemeente Velthoven biedt een mooie kans. Naast de juridische validering, moet ook worden gekeken of deze recht doet aan de manier van werken en of daarmee meer vertrouwen kan worden gecreëerd.

Mevrouw Stijkel-van den Braken (VVD) vindt dat de Velthovense verordening een helder beeld geeft en dat de leesbaarheid vriendelijk is. Kan er een toelichting worden gegeven hoe de kwaliteit van de zorgaanbieders wordt getoetst? Hoe vinden inwoners het juiste aanbod? Een infographic zou een voorbeeld kunnen zijn om de inwoners de juiste informatie te geven. Het is erg belangrijk de doorlooptijden kort te houden. Ook de keuzevrijheid is belangrijk, zodat inwoners uit alle zorgaanbieders de juiste keuze kunnen maken. Wethouder Van Dijk zegt dat er richting de verordening mogelijkheden zijn om zaken aan te passen. Er wordt gekeken naar de manier waarop de verordening van Velthoven is geschreven. De verordening moet juridisch blijven en toch leesbaar zijn. Er worden veel ideeën meegegeven, welke zeker worden besproken. Net als in ’s-Hertogenbosch, houdt ook Helmond via contractmanagement scherp in de gaten hoe zaken verlopen. Als er zaken aan de orde zijn, wordt onmiddellijk contact opgenomen met de zorginstelling. In december is er uitvoerig gesproken over de urencriteria en is er duidelijk aangegeven, dat het hebben van een schoon en leefbaar huis nog steeds een verantwoorde keuze is. De vraag voor meer leveranciers van hulpmiddelen is ook reeds besproken. Er is reeds aangegeven dat er een aanbesteding loopt en dat er geen andere aanbesteding kan worden gedaan.

Als een ondersteuningsplan wordt opgesteld, wordt met de inwoners bepaald wat deze nodig heeft en wordt er doorgevraagd om eventuele verdere problemen vast te stellen. Het plan wordt uitgevoerd en met de inwoner besproken. Dus de inwoner toetst zelf het plan dat wordt ingezet. Verder is er contractmanagement en wordt ook daar regelmatig getoetst of organisaties daadwerkelijk leveren, wat zij moeten leveren. Tevens is er het cliënt-ervaringsonderzoek. De leidinggevenden van de sociale teams toetsen op kwaliteit. Elke inwoner is uniek en er moet worden gekeken naar maatwerk. Er wordt geprobeerd een balans te vinden tussen aanbieders en innovatie. Momenteel worden de subsidies herijkt en de lokale netwerken versterkt om te kijken wie de vraag van de inwoners het beste kan invullen. De kleine innovatieve initiatieven moeten zeker worden ondersteund, want die dragen bij aan het welzijn van de inwoners. De heer Berkers legt uit dat in Velthoven op 1 januari 2020 de verordening is vastgesteld. Hoe houdbaar deze is, hangt af van wanneer deze wordt getoetst door een rechtbank. Het is niet bekend of dat al is gebeurd. In de verordening staat dat de vrijstelling voor de eigen bijdrage 110% van het bijstandsniveau is. Het bijstandsniveau is de CBS-norm ten aanzien van de norm die het CAK hanteert.

Vandaar dat daar 110% staat, maar in de praktijk komt het neer op 130% van het bijstandsniveau en sluit dat aan bij hetgeen is vastgesteld. Er worden cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd die inzicht geven in hoe de inwoners de dienstverlening ervaren. Afgelopen jaar heeft vanwege corona geen onderzoek plaatsgevonden, maar dit wordt weer opgepakt. In de overeenkomsten met de zorgaanbieders is een aantal criteria voor wat betreft de kwaliteit opgenomen. Bijvoorbeeld het opleidingsniveau van personeel, kwaliteitskeurmerken of aansluitingen bij brancheverenigingen. Daarnaast is er de eigen toetsing. Dat zijn de signalen die Wmoconsulenten oppikken, ook van inwoners. Deze kunnen aanleiding zijn om het gesprek over de kwaliteit van de dienstverlening met de zorgaanbieders aan te gaan. De inwoners hebben de keuzevrijheid en hopelijk kunnen zij hun eigen weg vinden. Er wordt niet geadviseerd over het juiste aanbod. In de praktijk pakt dat over het algemeen goed uit, ondanks het feit dat er veel zorgaanbieders zijn. Mevrouw Tielen licht toe dat de juridische haalbaarheid pas bekend is als deze wordt getoetst. Er worden altijd maar delen van een verordening getoetst. Velthoven heeft de verordening een beetje moeten aanpassen door jurisprudentie die is geweest in bijvoorbeeld Rotterdam, omdat de kaders verschillende eisen stellen.

Bij de verordening van Velthoven moeten zaken worden toegevoegd, die niet altijd voor Jeugd en Wmo hetzelfde zijn. Tweede termijn: Vergadering Opiniecommissie

Blz. 5

Mevrouw Meulenbroek (GroenLinks) heeft geen reactie gehoord op het idee om bij participatie meedoen centraal te laten zetten. In de verordening van Velthoven zitten twee zeer interessante hoofdstukken, namelijk hoofdstuk 10 en 11. Deze gaan over meedenken aan de voorkant en de controle en het vertrouwen. In Helmond kan de verordening anders worden ingepast en wel dusdanig dat inwoners aan de voorkant meer moeten meedenken over een tekst, maar ook een centrale, integrale positie moeten krijgen. Dus als er een eigen verordening wordt gemaakt, moet deze integraal en leesbaar zijn. Er moet verder worden gegaan dan Velthoven en oplossingen worden gezocht hoe om te gaan met het verbeteren van de verordening en echt werken volgens de bedoeling, in vertrouwen door steeds met elkaar in dialoog te gaan. De heer Van Geel (D66) vindt dat ontzorgen het centrale thema moet zijn, waarbij het gaat om het invullen van formulieren, zorgen voor een centraal aanspreekpunt et cetera. Hierbij gaat het ook om een probleemeigenaar, dus iemand die ervoor zorgt dat mensen niet tussen de wal en het schip komen en die zaken in de gaten houdt. Dat moet de basis zijn van het beleid. Mevrouw Maráczi (SP) merkt op dat naast een centraal punt er ook andere vormen van laagdrempelige toegang moeten zijn.

Meedoen hoeft niet alleen betrekking te hebben op betaald of onbetaald werk en kan ook iets zijn wat niets met werk te maken heeft. Als er iets is, moeten tijdig signalen worden doorgegeven, zodat dit tot verbeteringen zal leiden. Mevrouw Koolen-van der Zee (Helder Helmond) merkt op dat een hulpmiddel vaak op maat is gemaakt. Bij een verhuizing naar een andere gemeente moet het hulpmiddel opnieuw op maat worden gemaakt, want het hulpmiddel is eigendom van de voormalige gemeente. Is het mogelijk in de verordening op te nemen, dat bij verhuizing het hulpmiddel mee kan gaan met de cliënt? De regie voor de inwoner is belangrijk. De heer Yeyden (CDA) herhaalt de vraag over hoe de voorlichting aan de burgers begrijpelijk en duidelijk zal zijn. Er is in Helmond een grote groep laaggeletterden, met ook analfabeten. De heer Berkers legt uit dat het niet wenselijk is dat bij een verhuizing een hulpmiddel opnieuw moet worden aangevraagd en aangepast. Als er wordt gewerkt vanuit de bedoeling, dan wordt in overleg gegaan met de andere gemeente en wordt een oplossing gevonden. De publiekscampagne met algemene voorlichting over de dienstverlening en de toegang tot sociale teams heeft plaatsgevonden. Daarnaast hebben de medewerkers van de sociale teams en de cliëntondersteuners een belangrijke rol in het voorlichten van de inwoners. Er is veel oog voor laaggeletterdheid.

Het is een kunst om complexe zaken op een eenvoudige manier uit te leggen. Mevrouw Tielen vult aan, dat de verordening over het meenemen van hulpmiddelen niets bepaalt. Meestal treden gemeenten in overleg met elkaar en wordt er een oplossing gevonden. Als er geen oplossing wordt gevonden, dan beslist de nieuwe gemeente, want die geeft de zorgplicht vorm. Dit is het systeem, zoals het vanuit de landelijke wet Wmo 2015 is geregeld. Wethouder Van Dijk zegt dat er veel goede ideeën zijn aangedragen, welke graag worden meegenomen om te kijken of deze in de verordening kunnen worden uitgewerkt. De voorzitter dankt de deelnemers voor de bijdrage en sluit de vergadering om 21.40 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de Opiniecommissie d.d. XXXXXX 2021 De commissievoorzitter, XXXXXXX

Vergadering Opiniecommissie

de commissiegriffier, XXXXXXX

Blz. 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9857723/1