20201217 Notulen Opinie- en Adviescommissie
Tekst van het document
Notulen vergadering 17 december 2020
Aanwezig:
Opinie- en Adviescommissie
Voorzitter Commissiegriffier
: de heer M. Rieter jr. : dhr. P. Leenders, dhr. B. van den Berg, dhr. J. Jaspers
GroenLinks CDA SP VVD Lokaal sterk 50PLUS Helder Helmond D66 PvdA Helmond Aktief plan! Fractie Bach Plus Portefeuillehouder(s)
: dhr. L. van Sas, : dhr. S. Dere, dhr. M. Heesakkers : dhr. H. Terzioglu : dhr. T. Manders, : Mevr. K. Breuer-Dijkers : dhr. J. van Aert, dhr. M. van Lierop : dhr. M. Rieter sr., dhr. L. van de Werff : dhr. J. van den Bogaard, dhr. M. van Geel : dhr. J. de Mare : dhr. L. Smits : dhr. G. Bosch, dhr. S. van Lierop : mevr. J. Bach-Smits : wethouder Maas
Ambtelijke ondersteuning : dhr. Raas, mevr. Ter Linde, mevr. Valkenburg, mevr. Dijker Overig : dhr. Van Esch (inspreker), dhr. Barten (Studio Bereikbaar), dhr. Dona (Dona Stedenbouw) Notulist : mevr. J. Dubero (Notuleerservice Nederland)
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet iedereen van harte welkom bij deze digitale vergadering. De voorzitter licht de procedure toe. Voor agendapunt 2: ‘Verstedelijking en mobiliteit Helmond 2040, resultaten MIRT-studie’ heeft zich een inspreker aangemeld. Opiniërende onderwerpen 2. Verstedelijking en mobiliteit Helmond 2040, resultaten MIRT-studie Op 17 november is de commissie bijgepraat over de inzichten die het onderzoek heeft opgeleverd voor Helmond. Vanavond wordt dieper ingegaan op de aanleiding van de opdracht, de uitkomsten en de regionale context. Daarnaast wordt ingegaan op een aantal Helmondse beleidsdossiers waaronder de Helmondse verkeersvisie, de herijking van het centrumperspectief, het regionale woonbehoeftenonderzoek, de economie en de bedrijventerreinen. Er heeft zich een inspreker op dit onderwerp gemeld, de heer Van Esch, namens de Vereniging Industrieel Contact Helmond en VNO-NCW Brabant-Zeeland. De heer Rieter sr. (Helder Helmond) heeft gisteren de stukken pas ontvangen en heeft zijn fractie niet kunnen raadplegen. De heer Rieter beschouwt deze bijeenkomst als informatief en hoopt de stukken voortaan eerder te ontvangen.
ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 1
De heer Bosch (plan!) maakt bezwaar tegen het op deze wijze agenderen van dit onderwerp. Er heeft geen voorbereiding kunnen plaatsvinden en geen overleg met de achterban. De voorzitter concludeert dat de commissie een verzoek doet een extra opiniecommissie te houden. Wethouder Maas meldt dat de presentatie die gehouden wordt pas dinsdagnacht om twaalf uur klaar was. Het college is afhankelijk van externe invloeden. De wethouder stelt voor in de vergadering van januari opiniërend op dit onderwerp terug te komen. Vanavond kan de opinie ook kenbaar gemaakt worden. Het is niet altijd mogelijk om alles tot op detail te voorspellen, het college is afhankelijk van de regio, ontwikkelingen bij de provincie en het rijk. De wethouder verzoekt het presidium niet altijd alle termijnen in acht te nemen. De heer De Mare (PvdA) heeft de stukken niet kunnen lezen. Als het college de inbreng van de commissie serieus wil nemen is het belangrijk om het onderwerp nogmaals opiniërend terug te laten komen en vanavond de presentatie te houden. Ook de heer Van Aert (50PLUS) is niet gelukkig met de gang van zaken. De fractieleden zijn niet voorbereid en het betreft een belangrijk onderwerp. De heer Dere (CDA) sluit zich daarbij aan.
De voorzitter geeft het woord aan de inspreker, de heer Van Esch De heer Van Esch spreekt in namens VNO-NCW kring Helmond en onderbouwt de brief die VNO-NCW aan het college heeft geschreven. Brainport Helmond is onderdeel van Brainport, dit is de tweede economie van Nederland. De kracht van Brainport ligt in een goede samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid. Brainport kent mooie bedrijven. Er ligt een aanzienlijke opgave voor de bereikbaarheid van Brainport. Dit is een knooppunt naar België en Duitsland, over de weg en het spoor. Er wordt een intercity gewenst naar Düsseldorf, Brussel, Nijmegen en de Randstad. Hier is onderzoek naar gedaan. Er is een gezamenlijke visie opgesteld voor de verstedelijking en de bereikbaarheid. VNO-NCW heeft graag meegewerkt aan het onderzoek. Er is gekeken naar het spoor, het hoogwaardig openbaar vervoer, de Brainportlijn, fietsvoorzieningen en upgrading van de wegenstructuur. Onderzoek heeft aangetoond dat er flink in de wegenstructuur moet worden geïnvesteerd, naast investeringen in het OV en het spoor. De wens is uitgesproken het doorgaande en het lokale verkeer te ontvlechten, upgrading van beide onderdelen is noodzakelijk. Een onderdeel van de regionale oplossing is de Helmondse verkeersvisie. Het college heeft de keuze gemaakt om het doorgaande verkeer zuidelijk af te buigen via de N612, de N279 en de nog te verbreden A67.
Deze keuze is begrijpelijk. Maar het college gaat nog stapje verder. De stad moet zoveel mogelijk autoluw worden en het idee is de Deurneseweg en de Kasteel-Traverse los te koppelen van de N279. VNO-NCV vindt dat een no go en vindt bovendien dat Helmond haar regionale rol moet pakken. Ontkoppeling van de N270 en de N279 zorgt voor een slechtere bereikbaarheid van de Peelgemeenten. VNO-NCV roept de gemeente op door te pakken. De fileproblematiek blijft groeien. Groei is nodig, zeker na de coronacrisis. Helmond staat gelijk aan Brainport. Brainport is het wegenknooppunt van ZuidNederland. Er moet een oplossing komen voor het doorstromende verkeer en het lokale wegennet. De Helmondse verkeersvisie is onderdeel van het onderzoek en kan niet als losstaand worden gezien. De oplossingen moeten robuust zijn, deze moeten gegarandeerd zijn voor de lange termijn. De oproep van VNO-NCW is dus niet alleen de A67, de N612 en de lokale weg te verbreden maar ook de N279. Ook vanwege de veiligheid. Er gebeuren veel ongelukken op de N279. VNO-NCW is akkoord gegaan met het onderzoek onder de voorwaarden dat het vervolgonderzoek een technische insteek krijgt. Vervolgens kan er gekeken worden naar de politieke haalbaarheid.
De heer Dere (CDA): meldt dat de raad een brief van VNO-NCW heeft ontvangen waarin wordt genoemd ook de A2/A50 door te trekken naaf de N279 en vraagt de heer Van Echt of deze dit nog steeds onderschrijft. De heer Van Esch antwoordt bevestigend. De voorkeur gaat nog steeds uit naar de grote cirkel rond het gebied. De heer Rieter sr. (Helder Helmond): meldt dat Helder Helmond ook problemen heeft met de knip en vraagt de heer Van Esch of deze de ruit ook als een oplossing ziet. De heer Van Esch antwoordt dat dat de beste oplossing zou zijn. Een alternatief is een kleinere rondweg rond Helmond.
ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 2
De heer Manders (VVD) geeft aan dat in de plannen van de provincie staat dat de N279 uitgebreid wordt naar twee rijbanen en vraagt waarom de heer Van Esch deze weg nog in het bijzonder noemt. De heer Van Esch antwoordt dat er op papier staat dat deze weg tweebaans wordt, maar dat de weg eenbaans wordt uitgevoerd. De heer Manders meldt dat de provincie het verkeer op deze weg monitort, het verkeer op deze weg zal enorm toenemen, dan zal de weg verbreed worden. De heer Dere (CDA) vraagt de heer Van Esch of deze van mening is dat de lokale weg bij de zuidelijke omleiding doorgetrokken moet worden. De heer Van Esch antwoordt bevestigend. De heer Rieter sr. (Helder Helmond) geeft aan dat uit de tekeningen blijkt dat de weg tweebaans wordt, met de bouw van de kunstwerken en de viaducten wordt hier rekening mee gehouden. De heer Van Aert (50PLUS) vraagt de heer Van Esch of deze richting de provincie lobbyt voor een tweebaansweg. De heer Van Esch antwoordt dat de viaducten en de kunstwerken inderdaad niet hoeven worden aangepast wanneer de weg tweebaans wordt, maar dat er in de huidige plannen een eenbaansweg wordt aangelegd. Er vindt inderdaad een lobby plaats. De voorzitter dankt de heer Van Esch voor zijn inbreng.
Presentatie door de heer Barten van Studio Bereikbaar en de heer Dona van Dona Stedenbouw Het onderzoek bestaat uit drie delen: Deel I: een feitelijk deel over de ruimtelijke inrichting en mobiliteit en een gezamenlijke analyse. Deel II: de ontwikkelperspectieven. Deel III: het ontwikkelpad. Het MIRT-onderzoek gaat over de toekomst van Brainport richting 2024. Een sterke aanleiding is het behoud en het versterken van het vestigingsklimaat. Ook gaat het onderzoek over de nieuwe start van het gebied: verstedelijking en bereikbaarheid. De reden dat naar dit gebied wordt gekeken is gelegen in de enorm belangrijke positie van Brainport voor de Nederlandse economie. Er hangt een aantal opgaven mee samen. Een van de belangrijkste is de concurrentie op talent. Het gaat steeds meer over ketens, samenwerking en specialisatie. Dit heeft ook een ruimtelijke component. Het belang van fysieke nabijheid en ontmoeten wordt steeds belangrijker in de economische samenwerking. Het is belangrijk om makkelijker bij andere type voorzieningen te komen. Een ander belangrijk element van het succes van de Brainport is de vraag naar woningen. Het is de bedoeling hieraan tegemoet te komen. Om wonen in het gebied mogelijk te maken is een groot aantal woningen nodig. Er is sprake van verstedelijking en inbreiding. Naast woningbouw is ook mobiliteit een aandachtspunt.
Het is de verwachting dat op de randweg rond Eindhoven de problematiek gaat groeien. Daarnaast ontstaan er knelpunten op gebied van OV. De ontwikkelperspectieven zijn onderzocht. Hierbij zijn zes modellen uitgeprobeerd, van een op de kern gericht model tot een model gericht op een metropool. Op een aantal punten is verdieping gezocht en er zijn uiteindelijk drie perspectieven gemaakt. Uitgaand van een metropool met het accent van de ontwikkelingen op Eindhoven en Helmond ligt er een netwerk waarin de economische toplocaties worden uitgebouwd tot gemengde stedelijke gebieden en een regionaal ontwikkelperspectief: dit is een optelsom van bestaande plannen in de regio. Als dit getoetst wordt valt het op dat ongeacht welk perspectief er gekozen wordt, de grootste opgave in Helmond en Eindhoven terechtkomt. Er is altijd sprake van sterke verstedelijking. Door het bouwen van 62.000 woningen verandert de regio: Eindhoven krijgt een hoogstedelijke kern en Helmond gaat van een suburbaan naar een stedelijk milieu. In het metropoolscenario ontwikkelt Helmond zich tot tweede stad van de Brainport. Verstedelijking gaat ook over groen, er is veel kostbaar groen in de regio. Er is in de stad behoefte aan hogere woondichtheden. Het gaat niet zozeer over hoogbouw, maar in een aantal lagen bouwen aan de straat.
Stedelijkheid gaat niet over woontorens, maar meer over hoe het gebied ingericht wordt. Geadviseerd is in de nabijheid van het wonen aantrekkelijke voorzieningen te organiseren, aantrekkelijke openbare ruimten, het groen te benutten en stedelijke connectiviteit te creëren, op de trein gericht.
ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 3
Voor Helmond is een schets gemaakt waarbij is gekeken welke ontwikkeling er bij de verschillende gebieden past. Voor Helmond betekent dit dat er ongeveer 10.000 woningen moeten worden gebouwd. Dit betekent een forse toename van het aantal arbeidsplaatsen en ontwikkeling van economie. Dit heeft een belangrijke relatie met mobiliteit: een grote groei in het fietsverkeer en het OV. Ondanks de enorme toename van het wonen en werken komt er geen of weinig autoverkeer bij. Er wordt gekozen voor een mobiliteitstransitie waarbij ook gekeken wordt naar verblijfskwaliteit. Helmond heeft een aantal mobiliteitsopgaven: de Kasteel-Traverse, de N270, barrièrewerking en ruimtelijke ontwikkeling. Hier is ontsluiting bij nodig. Ook versterking van het OV hoort hierbij, het stationsgebied wordt ontwikkeld en voor het autoverkeer komt er meer ontsluiting richting de zuidkant. Hier wordt een aantal gerichte maatregelen voor genomen. Presentatie door mevrouw Ter Linde, programmamanager afdeling Ondernemen en Ontwikkeling en de heer Raas, strateeg van de afdeling Strategie en Bestuur Het MIRT-onderzoek heeft een relatie met een aantal belangrijke dossiers van de gemeente: de relatie met de verkeersvisie en mobiliteitstransitie, de bevolkingsprognose en demografische trends en de herijking van het centrumperspectief.
Doel van het onderzoek was het vinden van een oplossing voor de KasteelTraverse met als uitgangspunt voldoende verkeersoplossend vermogen, zonder afwenteling op parallelle verkeersstructuren, verbetering van de leefbaarheid en vermindering van de barrièrewerking. In de verkeersvisie is een aantal zaken onderzocht: 22% van het verkeer op de N279 is doorgaand verkeer, 17% is intern verkeer en ruimt 60% is extern verkeer. Er zijn twee varianten onderzocht: een volwaardige stadsas met een tunnel en de zuidelijke omleiding. Beide opties zijn complex en leiden tot forse investeringen. Een derde variant is de Rochadeweg. Zowel uit de verkeersvisie als uit het MIRT-onderzoek komt dat een mobiliteitstransitie randvoorwaardelijk is, dit moet goed vorm en inhoud krijgen. Ook blijkt dat er goede fietsmaatregelen genomen kunnen worden. Een ander punt is de leefbaarheid van de stad. Dit vraagt om een visie op het doorgaand verkeer en dit wordt onderzocht. Er is in het MRIT-onderzoek gerekend met een verdubbeling van het aantal intercity’s en sprinters op station Helmond. Het OV-netwerk in de stad en in de regio moet goed geregeld worden, het centrum wordt autoluw en fietsers en wandelaars worden maximaal gefaciliteerd. Dit zal leiden tot een forse afname van het verkeer op de Kasteel-Traverse. De mobiliteitstransitie vraagt om keuzes in verstedelijking.
Wanneer er gekozen wordt voor suburbaan bouwen, betekent dat een impuls voor het autoverkeer. Wanneer er gekozen wordt voor hoofdstedelijk bouwen in nabijheid van het OV, wordt het OV fors gestimuleerd. In alle prognoses is een sterke groei van het aantal huishoudens te zien. Uit de prognose van de provincie blijkt dat Eindhoven en Helmond sterk stijgen. Helmond zal in 2024 49.500 huishoudens hebben, dit zijn ongeveer 104.000 inwoners. Demagogische trends laten huishoudverdunning zien en vergrijzing. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe en het aantal gezinnen neemt af. Dat betekent wat voor de woonbehoefte en het type woningen dat gebouwd moet worden. Centrumperspectief: er wordt toegewerkt naar een hoogstedelijk woon- en werkmilieu, met name in het stationskwartier en aan verbinding met de voorzieningen in het centrum. Klimaatbestendig en met behoud van cultuurhistorische waarden. De verstedelijkingsopgave leidt tot groei van de economie en banen. Er wordt gestreefd naar een balans in de ontwikkeling van de oostflank en de westflank van de Brainportregio. Er moet sprake zijn van differentiatie in werkgelegenheid. Voor de nieuwe werklocaties betekent dat een ander type werkmilieu: functionele werkmilieus, gericht op de autobereikbaarheid en werkgeversbereikbaarheid. Met name de stedelijke werkmilieus zijn gericht op bereikbaarheid van het OV.
Verschillende opgaves moeten nog uitgewerkt worden, bij twee van deze opgaves staat Helmond aan het stuur, er ligt een flinke opgave voor Helmond. De schaalsprong geeft een enorme impuls voor de stad: welvaart, werkgelegenheid, verbetering bereikbaarheid, meer draagvlak voor de voorzieningen en behoud van groenvoorzieningen. In januari 2021 wordt dit onderwerp opnieuw opiniërend aan de commissie voorgelegd, in februari adviserend. Daarna wordt het onderwerp in de gemeenteraad ingebracht. In 2021 worden de onderzoeksvragen opgestart en moet het landen in de omgevingsvisie van Helmond. ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 4
Eerste termijn De heer Manders (VVD) geeft aan dat het goed is te horen dat de derde variant van de Rochadeweg een reële optie is, het autoverkeer zal echter nog steeds toenemen. De VVD wil eerst de effecten zien van het doortrekken van de Rochadeweg. Helmond gaat een centrale rol spelen in de Nederlandse economie. De VVD geeft geen steun aan plannen die niet werken. De volgorde is belangrijk: de afwaardering van de Kasteel-Traverse is alleen mogelijk als er goede alternatieven zijn. De regionale bereikbaarheid moet ten alle tijden gegarandeerd zijn. De onderzochte knip is op dit moment niet gewenst. Een goede infrastructuur en regionale mobiliteit is voor bedrijven essentieel om te blijven bestaan en de werkgelegenheid te behouden. De VVD vraagt de wethouder of deze kan aangeven waarom Eindhoven de quickscan heeft afgewezen en of er geen breed gedragen plan meer is voor de Brainportregio. De heer Bosch (plan!) geeft aan dat Helmond wordt aangemerkt als tweede hoofdstedelijk gebied in de regio. Er moeten meer fietsen komen, meer OV en minder auto’s. Er zijn nu vier stations, maar hoe komen de inwoners van het OV de stad in en thuis. Het OV bestaat uit een paar regionale buslijnen en een taxbus. Dit voldoet op dit moment op geen enkele wijze aan de vraag die de inwoners hebben.
plan! vraagt de wethouder wat de status van het OV in Helmond is en wat er aan wordt gedaan om het OV op een aanvaardbaar niveau te krijgen. In het MIRT-rapport staat dat de N279 een barrière is. Het blijven faciliteren van het doorgaande verkeer vergroot deze barrière te sterk. Plan! heeft eerder bij het college aangedrongen op de ontsluiting van Helmond via het zuiden. Dit is een van de mogelijke oplossingen waarbij er nog veel vragen zijn. Plan! heeft aangedrongen op een breder onderzoek naar noordelijke oplossingen. Ook nu weer pleit plan! ervoor eerst onderzoek te starten naar mogelijke alternatieven. De heer De Mare (PvdA) geeft aan dat het goed is dat er gedacht wordt aan een flinke verstedelijking. Verstedelijking nabij OV leidt tot vermindering van autoverkeer en toename van fietsverkeer. Het is ook goed dat er aandacht is voor groen, water en het tegengaan van hittestress. De PvdA vraagt in hoeverre het concept flexibel is zodat het zich kan aanpassen aan hogere dichtheden voor zowel wonen als werken. De heer Rieter sr. (Helder Helmond) meldt dat het goed is dat er uitgegaan wordt van bestaande bebouwing en het groen zoveel mogelijk te behouden. Helder Helmond vindt de leefbaarheid voor mensen het meest essentieel, dit gaat gelijk op met een goede economie. Er moet werk zijn en dus bereikbaarheid.
Mocht de raad besluiten de knip te maken dan moet ervoor gezorgd worden dat niet alle op- en afritten verwijderd worden. Mocht blijken dat de oplossing niet werkt, dan moeten deze weer aangelegd worden. Het verkeer richting het zuiden leiden lijkt positief. In dat geval moet de fileproblematiek op de A67 opgelost zijn. Als het verkeer daar vastloopt, nemen mensen de noordelijke route. Helder Helmond is kritisch op het autoluw maken van het centrum. Helder Helmond wijst erop dat er sprake zal zijn van een enorme vergrijzing. Hier moet rekening mee worden gehouden. Er zullen mensen zijn die met een rolstoel in de auto naar het centrum komen. De heer Van Sas (GroenLinks) hoopt dat er een leefbaar centrum komt met meer groen, minder auto’s en een verbetering van de bereikbaarheid. GroenLinks vraagt de wethouder wat dit betekent voor het noordelijke deel van de stad. De heer Smits (Helmond Aktief) sluit aan bij de woorden van de heer Rieter sr, de fileproblematiek zal op de A67 erger worden. Helmond Aktief vraagt welke consequenties het verlengen van de Kasteelheerlaan heeft voor de wijk Elsdonk. Verder vraagt Helmond Aktief of het een bewuste keuze is dat er geen weg meer is in het plaatje naar de Traverse en hoe de knip op de Deurneseweg wordt gelegd.
Het is een utopie te denken van met versterking van het OV en het stimuleren van het fietsen het externe verkeer in Helmond af gaat nemen. Helder Helmond geeft ten slotte aan dat de indruk bestaat dat er al een besluit is genomen. De heer Dere (CDA) geeft aan dat de drie onderwerpen leefbaarheid, bereikbaarheid en bedrijvigheid integraal opgepakt moeten worden. De ondernemers in het centrum moeten worden gekoesterd. Het CDA is nog altijd tegen het autoluw maken van het centrum. Wat de woningen betreft die gebouwd gaan worden vindt het CDA dat er juist een wat socialere wijk moet komen. Het CDA vraagt waarom er hogere gebouwen in het centrum komen en vindt dat de fabrieken in het centrum moeten blijven bestaan. Het CDA vindt dat het verkeer rond Helmond gespreid moet worden. Deelauto’s zijn een utopie. Het CDA heeft van ondernemers vernomen dat er wel met hen gesproken wordt door de gemeente, maar er wordt onvoldoende naar hen geluisterd. Ondernemers zijn tegen de knip op de Deurneseweg en de grote inpassing in het centrum, pleiten voor nog grotere zuidelijke en noordelijke aansluiting op Eindhoven en zijn voor een verdubbeling van de N279 en de A67. ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 5
De heer Manders (VVD) geeft aan dat hoogbouw in het centrum juist voor grote voordelen voor de ondernemers zorgt. Als het wonen toeneemt kunnen mensen lopend naar het centrum, dit zorgt voor een hogere omzet. Wanneer er laagbouw buiten het centrum wordt gepleegd gaat dit ten koste van het groen. De heer Dere (CDA) antwoordt dat hoogbouw in het centrum ten koste gaat van de fabrieken en werkgelegenheid. Mevrouw Breuer (Lokaal sterk) geeft aan dat door bepaalde type woningen te bouwen, het autobezit ontmoedigd kan worden. Mensen kiezen dan automatisch voor het OV en de fiets. Lokaal sterk is blij dat de meest zuidelijke variant is meegenomen in de studie. Lokaal sterk vraagt waar de knip op de Deurneseweg geplaatst wordt. De heer Van den Boogaard (D66) heeft met verbazing naar de heer Van Esch geluisterd. Voor D66 is de ruit een gepasseerd station. Vele onderzoeken laten zien dat het nut en de noodzaak van verdubbeling van de N279 niet aangetoond kan worden en veel negatieve effecten heeft. Toename van verstedelijking zorgt nauwelijks voor toename van autoverkeer. De heer Smits (Helmond Aktief) ziet dit anders en vindt dat de N279 zo snel mogelijk verdubbeld moet worden. De heer Van Sas (GroenLinks) constateert dat de heer Smits niet op de onderzoeken vertrouwt. Wanneer de N279 wordt verdubbeld neemt het vrachtverkeer toe en is de winst nul.
De heer Van Aert (50PLUS) onderschrijft de woorden van de heer Smits. Op een eenbaansweg vinden bovendien veel ongelukken plaats. Wat 50PLUS betreft mag de ruit er komen. De heer Manders (VVD) vraagt de wethouder of het klopt dat de discussie in de provincie al beslecht is. De provincie meet hoeveel verkeer er over de N279 gaat, wanneer dit boven een bepaalde norm komt zal de weg verdubbeld worden. De heer Dere (CDA) geeft aan dat er verschillende onderzoeken zijn gedaan met verschillende uitkomsten. Ondernemers, inwoners en overige partijen kunnen verdubbeling van de N279 noodzakelijk vinden. Het is zeker nog geen gelopen race. De heer Van den Boogaard (D66) vervolgt zijn inbreng. Voor D66 staat leefbaarheid en gezondheid voorop. D66 staat achter de drie opgaven, er ligt een mooi gezamenlijk pakket. Er is goede regionale samenwerking waardoor de Brainportregio op de kaart staat. De keuze voor stedelijke bouwen in het centrum en het geven aan een impuls aan het OV is goed. Er is een grote woningbouwopgave. Bij de mobiliteitsopgave wordt een adequaat OV netwerk genoemd, D66 staat hier achter. Het nieuwe busvervoer gaat over twee weken in, D66 vraagt de wethouder wat de stand van zaken is van de door D66 ingediende motie over alternatieven voor Bravoflex en of de taxbus als volwaardig alternatief gebruikt kan worden.
D66 gaat ervan uit dat er nog gecommuniceerd wordt over de nieuwe dienstregeling. D66 heeft een voorkeur voor de zuidelijke variant zodat de Kasteel-Traverse ontlast wordt. D66 vraagt de wethouder of het juist is dat de provincie niet meebetaalt aan aanpassingen van het wegennet binnen Helmond. De heer Van den Boogaard merkt ten slotte op dat meer flexwerk, thuiswerken en een robuuster OV-netwerk zorgt voor vermindering van het fileprobleem. Mevrouw Bach (Fractie Bach Plus) vraagt waar de knip op de Deurneseweg geplaatst wordt en wijst erop dat er nog niet lang een transportbedrijf gevestigd is. Mevrouw Bach vraagt hoe hiermee omgegaan wordt. Mevrouw Bach wijst erop dat er minder mobile inwoners zijn en vraagt hoe deze vervoerd kunnen worden. Het OV stelt nog niet veel voor. Mevrouw Bach heeft het idee dat de plannen in een bepaalde richting worden geduwd. De heer Terzioglu (SP) geeft aan dat de SP achter het verdichten van de stationsgebieden staat, meer mensen zullen gebruik maken van het OV. De SP vindt dat de discussies niet moeten worden overgedaan en dat er gestart moet worden en niet langer uitgesteld. De voorzitter geeft het woord aan wethouder Maas.
ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 6
Wethouder Maas geeft aan dat er grondig onderzoek is gedaan, ook in het verleden. De verkeersvisie is niet gebaseerd op fictie. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de Kasteel-Traverse, een bundelstudie, de MIRT-studie en deskundigen van het rijk en de provincie zijn betrokken geweest. Het is een unicum dat al deze partijen nu een pakket van maatregelen hebben opgesteld. Op de vraag of er sprake is van een vaststaand feit antwoordt de wethouder dat MIRT-uitspraken altijd eerst met de minister worden besproken door bestuurders en provincie. In een later stadium worden de gemeenteraden betrokken. De wethouder benadrukt dat ook de ondernemers zijn betrokken. Deze worden gehoord en er wordt altijd naar hen geluisterd. Er zijn echter soms conflicterende belangen, dan wordt gekeken waar de meeste draagvlak en draagkracht is. Er wordt gekeken naar het nut en de noodzaak van een maatregelen en wat de maatregel oplevert. Er is veel gezegd over de knip. Er is nog geen enkele keuze gemaakt hiervoor. Het is onderzocht wat de knip met de verkeersstromen doet, de effecten zijn nu in kaart gebracht. Hier wordt verder onderzoek naar gedaan. Er kunnen andere maatregelen doorgerekend worden. Er worden geen nieuwe onderzoeken gedaan, dat is een gepasseerd station. De focus zit op de onderzoeken dit nu voorliggen.
De heer De Mare (PvdA) geeft aan dat er vanavond over de hoofdzaken gepraat zou worden. De gedetailleerde bespreking is in januari. Er komen nu allerlei details ter sprake en vragen worden beantwoord. De heer De Mare pleit voor een fasering in hoofd- en bijzaken. De voorzitter antwoordt dat er vanavond ook een opiniërende behandeling zou zijn. In januari wordt dit vervolgd. De heer De Mare (PvdA) maakt hier bezwaar tegen. De stukken zijn te laat verspreid. De voorzitter stelt voor de beantwoording van de vragen nu af te maken en de tweede termijn te schrappen. De heer Dere (CDA) vraagt of er in de vergadering van januari dan met de tweede termijn gestart gaat worden. Wethouder Maas geeft aan dat de raad beslist over de eigen agendering en planning. Het is niet zo dat de stukken nu al om keuzes vraagt. De wethouder concludeert dat niet iedereen op dezelfde manier in de vergadering zit. De commissie heeft nu de toelichting gehoord en kan de informatie op zich in laten werken. In januari wordt hierop voortgeborduurd, ondertussen kunnen er schriftelijke vragen gesteld worden. De heer De Mare (PvdA) vraagt de wethouder de stukken voor de vergadering van januari ruim van te voren toe te sturen en daarbij een kadernotitie te voegen met hoofd- en bijzaken. Duidelijk moet zijn wat er voor de regio vastligt en waarvoor de mening van de commissie wordt gevraagd.
Wethouder Maas zegt dit toe. De heer Barten beantwoordt de aan hem gestelde vragen. In het onderzoek is er gekeken naar de mobiliteitsopgave. Er ontstaan zware problemen met het autoverkeer. In 2030/40 loopt de randweg A2 volledig vast. De grootste problemen ontstaan rond Eindhoven en de Kennedeylaan. Wanneer er een bypass wordt aangelegd aan de oostkant van Eindhoven, wordt het probleem op de randweg nog groter. Wanneer er op de randweg niets wordt gedaan, wordt het probleem op de Kennedeylaan groter. Er is gezocht naar een oplossing waarbij er niet op elk knelpunt een hele grote ingreep gedaan hoeft te worden terwijl er wel verstedelijkt wordt. Dit heeft geleid tot een belangrijk uitgangspunt: het inzetten op de mobiliteitstransitie en de verstedelijking. Bij een bepaalde stedelijkheid en mobiliteit hoort een bepaalde verdeling. Dan gebeurt er wet met het autoverkeer. Hiervoor moeten maatregelen genomen worden. De problemen in Eindhoven worden opgelost met het bestaande wegennet in combinatie met de mobiliteitstransitie. Er ligt nog een uitwerkingsvraag over hoe groot of klein die maatregel moet zijn. Voor Helmond is de oplossing aan de zuidkant gezocht. Dit is een samenhangend pakket van harde mobiliteitsmaatregelen. Een en ander leidt tot een optelsom van te verwachten effecten.
Wat het OV betreft is het het belangrijkste integraal te kiezen voor verstedelijking en bijbehorende mobiliteitssystemen. In stedelijke gebieden is er sprake van een combinatie van vervoer: fiets en trein. Dit geldt niet voor alle verplaatsingen, maar wel voor veel. Het OV wordt verbeterd, de ruimte wordt daarop ingericht, er is langzamer verkeer. Er is hierbij ook oog voor het verkeer eromheen en voor kwetsbare groepen. Uiteindelijk zal er per inwoner minder automobiliteit zijn.
ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 7
Wethouder Maas zal de nog openstaande vragen schriftelijk beantwoorden. De wethouder geeft aan dat zij op korte termijn in gesprek treedt over de ingediende motie en verder met de commissie doorpraat over wat er aanvullend nodig is. Ondertussen rijdt er een zelfrijdende shuttle die mensen die minder mobiel zijn kan vervoeren. Hoogwaardig OV is een middel om verbinding te leggen met omliggende gemeenten. Er is een totaalpakket aan maatregelen waarin fors geïnvesteerd wordt. Er is een compleet communicatieplan om de raad en de inwoners mee te nemen. Ook komt er een klankbordgroep waarin meer stakeholders worden meegenomen. Schorsing 3. Transitievisie Warmte 0.5 Het voorbereiden van de transitievisie Warmte is een complex proces waarbij veel partijen betrokken worden en betekent veel voor inwoners en bedrijven. Wethouder Maas licht vandaag de stand van zaken toe en vraagt de commissieleden te reageren op de geformuleerde uitgangspunten. Mevrouw Valkenburg (ambtelijke ondersteuning) licht toe dat wat voorligt geen eindproduct is. De transitievisie Warmte is onderdeel van een groter geheel. Het college heeft de raad en de stakeholders zoveel mogelijk meegenomen in het proces om gezamenlijk te tot een goede afweging te komen. In de versie 0.5 is gekeken of er een prioritering in wijken gemaakt kan worden, de commissie wordt gevraagd of zij zich hierin kan vinden.
Tevens wordt de commissie gevraagd of zij akkoord gaat met de afweging in kaders. Ten slotte is er een aantal grotere overkoepelende vraagstukken die besproken moeten worden voor de uitwerking van de scenario’s. Tot 2030 moeten er 8.100 woningen aardgasloos gemaakt zijn. Voor Helmond is het niet mogelijk dit in één keer te doen. Er worden stappen gezet om de woningen gasloos-ready te maken. De stakeholdes zijn meegenomen en er heeft een sessie met inwoners plaatsevonden waarin de eerste uitkomsten besproken zijn. De focus is gelegd op de energiekosten van de gebruikers en het aansluiten bij natuurlijke momenten zoals transities in de wijken en ontwikkelingen van coöperaties. Ook zijn er haakjes gelegd naar nieuwe wijkplannen. Er is integraal gekeken. De analyse is gebaseerd op parameters die een uitkomst in scenario’s gaan geven. De visie levert geen blauwdruk op. Er zullen drie of meer scenario’s uitkomen, hierna wordt bekeken welk scenario het best passend is. Er worden drie hoofdrichtingen onderscheiden: 100% elektrisch, warmtenetten en hernieuwbaar gas. Het is belangrijk dat alle scenario’s voorafgegaan worden door besparen. Een eerste stap naar het mogelijk maken van een duurzaam warmtenet is aanpassingen aan woningen (isoleren). De scenario’s worden uitgewerkt voor kansrijke buurten, daar wordt een combinatie gemaakt van harde en zachte parameters.
Hierna vindt een uitwerking op hoofdlijnen plaats. De planning is om aan het eind van het eerste kwartaal van 2021 tot een afronding te komen. Wethouder Maas neemt de commissie mee in een aantal belangrijke afwegingen en vraagt de commissieleden hierop te reageren. De afwegingen luiden als volgt: 1a: De parameter ‘inkomen’ kan positief worden uitgelegd: mensen kunnen het betalen, maar zou in een multicriteria-analyse ook anders uitgelegd kunnen worden, namelijk: de gemeente zet voorlopig in op de wijken waar capacitaire en financiële hulp nodig is en dus niet in wijken waar men de transitie eerder dan elders zelf kan bekostigen en de weg weten. Het college adviseert de hogere inkomens niet als positief criterium mee te nemen. 1b: In wijken die technisch wellicht erg haalbaar zijn, maar waar juist de prioriteit ligt op andere domeinen (sociaal), wordt door de sociale partners en de woco geadviseerd deze wijk voorlopig niet te selecteren. 2: Voor warmtenetten is richting nodig vanuit de gemeente. Wordt alles bij de markt gelaten of heeft de gemeente een publieke rol hierin? Diverse adviesinstituten adviseren om warmtenetten een publiek karakter te geven, of een nutsvoorziening te maken zoals bij elektriciteit en gas. Publiek eigendom leent ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 8
zich voor het sturen op een integraal warmte- en energiesysteem. Ook maakt publiek eigendom maximale sturing op publieke doelen mogelijk. De gemeente wil een standpunt bepalen op de volgende uitgangspunten: 2.1. Het publiek belang gaat boven het commercieel belang; 2.2. De gemeente wil adaptief blijven bij de stapsgewijze ontwikkeling van warmtenetten en 2.3. Tenminste het netwerkdeel van warmtenetten is een publieke voorziening. Eerste termijn De heer Van de Werff (Helder Helmond) geeft aan dat het lijkt alsof er sprake is van andere warmte, dit is niet zo, alleen de bronnen ondergaan verandering. Nederland moet van het aardgas af. Helder Helmond kan zich vinden in de uitgangspunten 2.1, 2.2 en 2.3. Deze houden de commercie buiten de deur. Er is sprake van een duidelijke fasering. Helder Helmond vraagt wat er gedaan wordt wanneer er nieuwe ontwikkelingen komen en er zich nieuwe invalshoeken voordoen. Het zal niet lukken om tot 2030 8.100 woningen aardgasloos te krijgen. Het gasloos-ready maken van woningen is een slappe tussenoplossing. Helder Helmond is van mening dat er gebruik gemaakt moet worden van de gasleidingen die er al liggen en dat de huizen goed geïsoleerd moeten worden. De heer Van Geel (D66) mist ‘huidig gebruik’ als parameter. Dit is afhankelijk van de gezinssamenstelling, comfortbehoefte en werksituatie.
Voor een brede acceptatie is het belangrijk dat de maandlasten niet te veel stijgen. D66 mist ook de focus op maatwerk en keuzevrijheid. De bewonersacceptatie krijgt weinig gewicht. In een recente brief heeft de minister van Economische Zaken geschreven: ‘Op dit moment wordt het maximale tarief voor warmte door de Autoriteit Consument en Markt vastgesteld voor warmtelevering op basis van de gasreferentie. Die gasreferentie houdt steeds minder verband met ontleende kosten voor warmtelevering op basis van de gasreferentie nu er in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van andere duurzamere bronnen’. Hier staat dat duurzamere bronnen voor warmtenetten meer kosten met zich meebrengt en dat daarom de koppeling met de gasprijs losgelaten moet worden. De klant van het warmtenet is nu al een derde meer kwijt dan gebruikers van gas. Er zijn zorgen over het draagvlak. Een tweede zorg is de concurrentiepositie van collectieve warmtelevering ten opzichte van andere oplossingen. Het gevolg kan zijn dat het warmtebedrijf klanten verliest waardoor de kosten stijgen. De heer Van Geel heeft vijf aanbevelingen: 1) Zorg voor meerdere warmtekavels die niet tegelijkertijd gegund worden. 2) De gemeente is concessieverlener voor twintig tot dertig jaar voor warmtekabels. Dit geeft mogelijkheden meer zekerheden in te bouwen voor gebruikers. Maak gebruik van de mogelijkheden dit op te splitsen.
3) Leg aan het warmtebedrijf op dat reserves voor onderhoud en renovatie van het warmtenet verbonden zijn aan het netwerk zelf, bij voorkeur in een gesplitst netwerkbedrijf en met een regelmatige audit om te toetsen of de reserves gebruikt worden voor dat doel. Bouw ook de mogelijkheid in voor de gemeente om dit juridisch af te dwingen. 4) Maak een plan voor opheffing van het warmtenet als de businesscase niet langer kan concurreren met andere vormen van warmtevoorziening en 5) Ga gestandaardiseerd maatwerken en maak een matrix van gebouwtypen en bouwjaar afgezet tegen verbruik. Zorg voor elk punt op de matrix voor een nuloplossing, een plusoplossing en een kwaliteitsoplossing. De heer Van Sas (GroenLinks) geeft aan dat een woning energieneutraal gemaakt kan worden zonder dat de lasten stijgen en verwijst naar de ervaringen Stichting Thuisbaas. De heer Van Sas vraagt de wethouder of deze hiervan op de hoogte is en of deze ervaringen worden meegenomen. Een warmtenet is gebaat bij veel afname om rendabel te zijn. Het is belangrijk van te voren goed te isoleren. Een warmtenet is een inefficiënt transportmiddel, de gebruiker is duurder uit dan een gebruiker van gas. De realisatie van de doelstelling co2-vrij is alleen zinvol wanneer er co2-vrij gevoed wordt. Het stoken van hout is het meest co2 vervuilend en bovendien luchtvervuilend.
Een energievoorziening is een nutsvoorziening, het publieke belang moet voor het commerciële belang gaan. GroenLinks pleit voor een laagwarmtenet. Ten slotte meldt de heer Van Sas dat het netwerkdeel een publieke voorziening moet zijn. De heer Terzioglu (SP) geeft aan dat de SP samen met enkele andere fracties de motie ‘Energietransitie als instrument voor de maatschappelijke tweedeling te verkleinen’ heeft ingediend. Doel van de motie is de energietransitie zo breed mogelijk toegankelijk te maken voor iedereen. De motie vraagt het college te komen met een concreet plan van aanpak en een passend pakket voor iedereen. De heer Terzioglu gaat in op de standpunten. Standpunt 2.1: wat de SP betreft is het warmtenet een publieke voorziening en dient het een publiek belang. De beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van de voorzieningen mogen niet in gevaar komen. Commercie is wat de SP betreft uitgesloten. Standpunt 2.2: de gemeente en de partners moeten in kunnen spelen op nieuwe technologische ontwikkelingen, veranderende omstandigheden, andere inzet van bestaande infrastructuur et cetera. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van nieuwe en ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 9
efficiëntere technologieën moeten zijn gegarandeerd voor iedereen, ook voor mensen met een smallere beurs. Kostenoverwegingen mogen geen beperking vormen op de mogelijkheid om aan te haken. Dit betekent per definitie maatwerk. Elke situatie en elke doelgroep is anders. De uitwerking van dit voorstel is een compleet plan van aanpak dat als leidraad kan dienen voor alle op te stellen plannen van aanpak, passend bij iedere doelgroep. Wat de SP betreft is er meer regie en coördinatie vanuit het rijk en de provincie nodig, inclusief meer middelen. Stanpunt 2.3: de gemeente neemt en houdt de regie op de kwaliteit, de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van de voorziening, alsmede de kwaliteit van het onderhoud. De gemeente stelt de eisen met betrekking tot de kwaliteit, de werking, de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van het warmtenet op. Wat betreft de tweedeling en de zelfredzaamheid is er ook een aantal uitgangspunten geformuleerd. Voor alle inwoners is er relevante informatie beschikbaar voor de warmtetransitie en de financiële oplossingen. De SP ondersteunt de inwoners bij het zoeken naar oplossingen die het meest passend zijn. Wat de SP betreft is het proces voor alle betrokkenen, wordt de ruit zoveel mogelijk voorkomen voor elke doelgroep en in elke situatie.
Vanuit maatschappelijk oogpunt is de communicatie vooral gericht op wijken waar mensen wonen die veel ondersteuning nodig hebben. Wat de SP betreft wordt er altijd gewerkt aan het verkrijgen en behouden van het draagvlak onder de inwoners. In de presentatie zijn twee belangrijke afwegingen genoemd. De SP is positief over de aandacht voor inwoners die veel ondersteuning nodig hebben. De SP vraagt wat ermee bedoeld wordt dat als een wijk om technische redenen goed meegenomen kan worden, de wijk niet geselecteerd wordt in de prioritering wanneer er prioriteiten op andere terreinen liggen. De heer Van Lierop (50PLUS) meldt dat 50PLUS het eens is met afweging 2.1, 2.2 en 2.3. Het college vraagt of er voldoende tegemoet is gekomen aan de aandacht voor de relatie met de inwoners. Gesteld wordt dat de communicatie vooral gericht is op wijken waar veel mensen wonen die veel ondersteuning nodig hebben. Dit is goed, maar dit mag niet betekenen dat ouderen die niet in deze wijken wonen buiten de boot vallen. De heer De Mare (PvdA) geeft aan dat het niet zo mag zijn dat mensen de kosten niet meer op kunnen brengen en in armoede vervallen. Er wordt gesteld dat de transitie het makkelijkst kan beginnen in wijken waar al een warmtenet ligt en in zwakkere wijken te beginnen waar nog geen warmtenet ligt.
Het meest logisch is te beginnen in wijken waar mensen uit de problemen gehaald kunnen worden. De PvdA onderschrijft afweging 1a. Stelling 1b is lastiger. Het zou jammer zijn als het niet haalbaar is in zwakkere wijken te beginnen. De PvdA vindt dat juist in dit soort wijken de loonlasten omlaag moeten. Ten slotte meldt de heer De Mare dat de PvdA het ermee eens is dat het publieke belang altijd boven het commerciële belang moet gaan. De heer Manders (VVD) meldt dat de VVD het ermee eens is dat er aangesloten wordt bij natuurlijke bronnen. Isolatie is daarbij belangrijk. Er moet ook gekeken worden naar de mogelijkheden van het bestaande gasnet. Er komen in de toekomst meer mogelijkheden aan, adaptief blijven is dus belangrijk. Het publiek belang gaat voor het commerciële belang, maar de VVD is voor verlaging van kosten uit warmtenetten door deze voor bepaalde tijd aan te besteden. Er moet concurrentie zijn, dan daalt de prijs. Het netwerkdeel zelf moet in publieke handen zijn. Uiteraard moet er voor alle inwoners informatie beschikbaar zijn. De totale woonlasten mogen niet stijgen. De VVD vraagt aandacht voor de woningeigenaren en voor ouderen in wijken die niet geprioriteerd zijn.
De heer Van Lierop (plan!) geeft aan dat plan! over het algemeen van mening is dat het publieke belang boven het commerciële belang gaat, maar er moet aandacht zijn voor mensen die zelfvoorzienend willen zijn. Plan! vraagt de wethouder wat er bedoeld wordt met adaptief zijn. Plan1 onderschrijft stelling 2.3, maar als het transport of de warmtebron een commerciële voorziening wordt, is het de vraag of de inwoners daarmee gebaat zijn. De stelling dat er voor alle inwoners relevante informatie beschikbaar moet zijn vindt plan! te mager. De inwoners moeten frequent geïnformeerd worden. Dit kan door als gemeente informatie beschikbaar te stellen en op wijkniveau voorlichtingsbijeenkomsten te organiseren. Plan! is tegen welke vorm van tweedeling. Als blijkt dat in sommige wijken meer hulp geboden moet worden, moet dit gebeuren. De heer Heesakkers (CDA) meldt dat het CDA achter de visie staat. Het publieke belang staat uiteraard boven het commerciële belang. De transitie moet voor de inwoners betaalbaar en haalbaar zijn. Ten minste het netwerkdeel moet een publieke voorziening zijn. De informatie voor de inwoners moet beschikbaar zijn en in begrijpelijke taal geschreven zijn. Mevrouw Breuer (Lokaal sterk) meldt dat Lokaal sterk de uitgangpunten onderschrijft.
ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 10
De heer Smits (Helmond Aktief) meldt dat Helmond Aktief de uitgangspunten onderschrijft. In de raadsnotitie wordt gesproken over een netbeheerder en een adviseur. De heer Smits vraagt of dit de enige zijn. De voorzitter geeft het woord aan wethouder Maas. Wethouder Maas geeft aan dat de gemaakte opmerkingen worden meegenomen in de uiteindelijke visie. De wethouder beantwoordt de aan haar gestelde vragen. Elke twee jaar wordt de visie geactualiseerd, er is dus sprake van een flexibel proces. Er wordt gewerkt aan de uitwerking van de ingediende motie. Het plan van aanpak wordt aan de raad voorgelegd. Het gebruik van een lage temperatuurnet kost de eindgebruiker veel geld. Dit is een punt van zorg en wordt meegenomen. Isoleren bespaart veel geld, dit is het vertrekpunt. Daarna wordt gekeken naar het duurzamer maken van de woningen. Er wordt gewerkt aan een hybride alternatief, dit maakt onderdeel uit van het plan van aanpak. Er worden voorlichtingsavonden georganiseerd en er is een communicatieplan uitgerold. De wijken worden stuk voor stuk, apart geïnformeerd. Er is geen sprake van slechts een beheerder. In het raadsstuk wordt een beheerder genoemd, dit is de beheerder van het bestaande net. In de toekomst zijn er meer beheerders mogelijk. Mevrouw Valkenburg (ambtelijke ondersteuning) beantwoordt de aan haar gestelde vragen.
Het genoemde aantal van 8.100 woningen gasvrij maken is inderdaad een grote opgave. Mevrouw Valkenburg onderschrijft de gemaakte opmerkingen. De antwoorden op de vragen zijn een goede basis om verder mee te gaan. Het toepassen van een lage warmtenet vergt inderdaad aanpassingen aan de woningen, echter het is zo dat het warmtenet de hoge temperatuur tachtig procent van de tijd niet nodig heeft. Er wordt gezocht naar slimme oplossingen om van de hoge temperatuur gebruik te maken en dit om te buigen naar lage of gemiddelde temperatuur. Hiermee wordt een hybride oplossing gevonden en worden de aanpassingen aan de woningen zo klein mogelijk gehouden. De heer Van Geel (D66) merkt op dat een eenvoudige oplossing is het vervangen van de warmtewisselaar in de woning door een waterpomp die de temperatuur omhoog kan brengen. De heer Van de Werff (Helder Helmond) vraagt waarmee de warmte wordt geproduceerd. Mevrouw Valkenburg geeft aan dat het wisselen van de warmtewisselaar door een waterpomp een onderzoek waard is. Wanneer er een nieuwe ontwikkeling komt en er een duurzame bron nodig is, zijn er meer opties. Er moet ook worden gezocht naar kleinere oplossingen en isoleren is belangrijk. Het is uitgesloten dat de warmtenetwerken gestookt worden op gas.
De heer Van Sas (GroenLinks) vraagt of de gemeente op de hoogte is van de ervaringen van Stichting Thuisbaas die leren dat een woning energieneutraal gemaakt kan worden zonder verhoging van de lasten. Mevrouw Valkenburg antwoordt dat dit bekend is en onderdeel zal zijn van de beantwoording van de ingediende motie. Tweede termijn Er wordt geen gebruik gemaakt van de tweede termijn. 4. bestemmingsplan Buitengebied – Hoek Weyerweg-Rijntjesdijk Met dit bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om op dit perceel twee ruimte voor ruimte woningen te realiseren. De gemeente staat hier positief tegenover. Eerste termijn Alle fracties stemmen in met het bestemmingsplan. De heer De Mare (PvdA) merkt op dat er in de ruimtelijke onderbouwing gesproken wordt van één woning. Dit is slordig. Verder zijn er in de ruimtelijke onderbouwing zaken opgenomen die niet afdwingbaar zijn. Er zijn geen fracties die een voorbehoud maken. Het bestemmingsplan wordt als hamerstuk geagendeerd voor de gemeenteraad van 12 januari 2021. ADVIESCOMMISSIE INWONERS
Blz. 11
De voorzitter sluit de vergadering om 22.35 uur.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de ……… De commissievoorzitter, xxxxxx
ADVIESCOMMISSIE INWONERS
de commissiegriffier, xxxxxxx
Blz. 12