Zienswijze 1
Tekst van het document
= 1/10 =
Zienswijze 1: is ingekomen op 15 september 2023, onder nummer 2023-20266 en ingediend door mr. J.J. van Heijningen, advocaat bij Benthem Gratama advocatgen, Postbus 1026, 8001 BA Zwolle namens zijn cliënt, hierna te noemen A. Geachte gemeenteraad van Hellendoorn,
I.
Inleiding
1.
Als advocaat van mijn cliënt (hierna te noemen A), wonende …………, dien ik hierbij een schriftelijke zienswijze in tegen het ontwerpbestemmingsplan 'Aansluiting N35Stationsweg te Haarle' {hierna: 'het ontwerpbestemmingsplan'). Van 4 augustus 2023 tot en met 15 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn {hierna: 'het college') het ontwerpbestemmingsplan voor een ieder ter inzage gelegd zoals volgt uit de Wet ruimtelijke ordening {hierna: 'Wro') en de Algemene wet bestuursrecht {hierna: 'Awb'). Een kopie van de bekendmaking in het gemeenteblad, voeg ik bij als bijlage 1. Hierbij dien ik tijdig deze zienswijze in.
2.
Kortgezegd omvat het ontwerpbestemmingsplan de ruimtelijke grondslag voor de wijziging van de kruising Stationsweg te Haarle met de N35 (ook bekend als de Almeloseweg). Het ontwerpbestemmingsplan biedt de planologische mogelijkheid (basis) om ter plekke van de kruising van de Almeloseweg met de Stationsweg te Haarle een ongelijkvloerse kruising over de Almelosewege realiseren met een viaduct. A kan zich niet met de gevolgen van het ontwerpbestemmingsplan verenigen en vreest voor een ernstige aantasting van zijn woon en leefklimaat. In deze zienswijze ga ik daar verder op in.
ll. 3.
Feiten en omstandigheden A. is eigenaar van het perceel kadastraal bekend gemeente Hellendoorn-sectie S nr. 932. Op het perceel bevinden zich enkele gebouwen, bekend onder adressen Almeloseweg 11 en Almeloseweg A is zelf wonende aan de Almeloseweg 11A {7448 RM) te Haarle. De woning bekend als adres Ameloseweg 11 wordt door A verhuurd. In de onderstaande afbeelding wordt het bovengenoemde kadastrale perceel weergegeven.
= 2/10 =
4.
Op het gehele perceel van A is thans het bestemmingsplan 'Buitengebied 2009' geldend. Op het perceel waar de bebouwing is gelokaliseerd, rust de enkelbestemming 'Wonen'. Op het overige gedeelte van het perceel {het grasveld) rust de enkelbestemming 'Agrarisch'.
5.
Op de westzijde van het perceel van A. (het gebied binnen de stippellijn) is de planlocatie van het ontwerpbestemmingsplan voorzien. Kortgezegd betekent dit dat een
= 3/10 =
deel van het eigendom van A met een agrarische bestemming wordt 'wegbestemd' naar de enkelbestemming 'Verkeer-Wegverkeer'. Op de onderstaande afbeelding wordt de nieuw beoogde planologische situatie weergegeven.
6.
Direct tegen de woongebouwen van A zal de beoogde verandering van de wegen worden gerealiseerd. Uit het plan blijkt dat het middelste gedeelte (gelegen op de N35) wordt beoogd als overgang/viaduct. Het gedeelte van het plangebied gelegen op de N35 heeft de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - categorie 1'. De overige gedeelten van het plangebied met de enkelbestemming 'Verkeer-Wegverkeer' hebben de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer- categorie 2'. Op grond van artikel 3.1 van de planregels is aan de bovengenoemde bestemming en functieaanduiding het onderstaande gebruik beoogd: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersvoorzieningen, die hierna zijn aangegeven: 1. doorgaande gebiedsontsluitingswegen met bijbehorende parkeerstroken, opstelstroken, fiets- en voetpaden, bermen en bermsloten en taluds ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - categorie 1'. 2. lokale stroomwegen, met bijbehorende fiets- en voetpaden, bermen en bermsloten en taluds ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - categorie 2'. 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding overgang/viaduct' is een overgang/viaduct toegestaan. b. groenvoorzieningen; c.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen
= 4/10 =
7.
In onderstaande afbeelding is een knipsel uit het Inrichtingsplan (bijlage 1 toelichting ontwerpbestemmingplan) bijgevoegd. Uit deze afbeelding volgt dat de nieuw aan te leggen Stationsweg vlak langs de woonbestemming en de gebouwen van A komt te liggen. Tussen de weg en de woonbestemming is daarnaast een dijk c.q. verhoging gelegen. Feitelijk betekent dit dat het woonperceel van A direct naast een dijk c.q. talud komt te liggen met een maximale hoogte van 20 meter.
8.
A stelt zich op het standpunt dat het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig is voorbereid en op meerdere punten onvoldoende is gemotiveerd. Tevens worden de belangen van A met een eventuele vaststelling van dit plan onevenredig geschaad. Het college had, bij een zorgvuldige en evenredige afweging van alle bij het plan betrokken belangen, niet tot het beoogde plan kunnen komen. Het ontwerpbestemmingsplan is naar mening van A op deze punten in strijd met artikelen 3:2, 3:4, 3:11 en 3:46 van de Awb. Daarbij is planregel 5.2.1 in strijd met de rechtszekerheid en zijn enkele planologische mogelijkheden door artikel 8.1 mogelijk worden gemaakt, onvoldoende gemotiveerd. Ik licht dit nader toe.
III. Gronden zienswijze i.
Onevenredige aantasting woon- en leefklimaat
9.
Allereerst is A van mening dat het college bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan niet alle (direct) bij het besluit betrokken belangen afgewogen. Tevens is A de mening toegedaan dat de voorgenomen ontwikkeling - in de hoedanige vorm - in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Zoals artikel 3:4, tweede lid, Awb bepaalt, mogen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. De met de plan beoogde doelen staan naar mening van A niet in verhouding met het belang dat met het vastgestelde plan van A wordt geschonden. Daarbij geeft het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende blijk dat alle betrokken belangen zijn meegenomen in de beoordeling of het besluit in de hoedanige wijze geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.1
10.
Uit het Inrichtingsplan, waarvan een knipsel op de voorgaande pagina is opgenomen, volgt dat de Stationsweg wordt verlegd naar de gebouwen van A. Door deze wijziging
1
ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285, r.o. 7.3 e.v.
= 5/10 =
zal de huidige woonsituatie van A en het woon- en leefklimaat op het perceel aanzienlijk veranderen. A is van mening dat zijn belang onvoldoende bij het opstellen en de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan is betrokken. Om vast te stellen of het huidige plan niet is strijd is met de goede ruimtelijke ordening, is - voor zover dit het perceel en de gebouwen van A betreft - uitsluitend een onderzoek verricht naar akoestische gevolgen (wegverkeerslawaai) van het nieuwe plan op de woongebouwen. In de watertoets is door het waterschap Drents Overijsselse Delta (hierna: 'WDODELTA') zijn de gevolgen voor de waterhuishouding in en rond het plangebied onderzocht. In de watertoets is echter geenszins inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn voor het aanleggen van de wegovergang c.q. viaduct voor de waterafvoer naar de gebouwen Almeloseweg 11 en 11A. Alleen al ten aanzien van de hydrologische gevolgen van het plan is A van mening dat aan het plan onzorgvuldig is voorbereid nu een dergelijk onderzoek naar de hydrologische gevolgen van het viaduct op zijn perceel (afwatering, waterafvoer enz.) ontbreekt.
Alternatieven 11.
Na bestudering van de stukken merkt A op dat het ontwerpbestemmingsplan geenszins inzichtelijk maakt dat de huidige verkeerssituatie op een voor A minder ingrijpende wijze gewijzigd kan worden. Met andere woorden zijn alternatieve oplossingen voor het gestelde verkeersprobleem door het college niet of onvoldoende onderzocht en meegenomen in de besluitvorming. Dat sprake is van een besluit gebaseerd op politieke beweegredenen, wordt nog nader toegelicht.
Schaduw- en lichtwerking viaduct 12.
Zoals reeds in deze zienswijze is opgemerkt, bepaalt artikel 3.2.2. van de planregels dat de overgang/het viaduct niet meer mag bedragen dan 20 meter. Op basis van het Inrichtingsplan of de overige bij het ontwerpbestemmingsplan behorende stukken is het echter onduidelijk wat de hoogte van het viaduct zal zijn ter hoogte van de woongebouwen Almeloseweg 11 en 11A. Gelet op het verloop, zal de overweg/het viaduct naar inzicht van A ter hoogte van de woongebouwen minimaal een hoogte van 10 - 15 meter bereikt worden. A is van mening dat geenszins inzichtelijk is gemaakt wat een dergelijke viaduct voor gevolgen heeft voor de schaduwwerking/lichtinval op het perceel van A. Het ontwerpbestemmingsplan is ook op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd.
Bestuurlijke besluitvorming brief d.d. 16 juli 2021 13.
Bij brief van 16 juli 2021 is de gemeenteraad van Hellendoorn geïnformeerd over het besluit van het college (bestuurlijke begeleidingsroep N35 Wijthmen-Nijverdal) tot het bevorderen van de verkeersveiligheid van de N35 en het verbeteren van het kruispunt Stationsweg. Deze brief wordt bijgevoegd als bijlage 2. In deze brief heeft het college toegelicht dat, ondanks dat de kosten voor een VerkeersRegellnstallatie (hierna: 'VRI') lager waren, de voorkeur voor een ongelijkvloerse oplossing de voorkeur had. Het college gaf daarbij gelijk aan dat het een maatregel betreft met een 'tijdelijk' karakter, nu de plannen van de verbreding van de N35 tot tweemaal twee rijstroken nog meerdere jaren op zich laat wachten.
14.
A stelt zich op het standpunt dat zijn belangen reeds in dit stadium van de besluitvorming onvoldoende bij de planvorming betrokken was. Het college heeft namelijk geen rekening gehouden met de gevolgen van de direct aanliggende en betrokken percelen bij de ontwikkeling. Op de inhoud van de brief ga ik nog nader in.
ii. Inbreuk en beperking gebruiksmogelijkheden
= 6/10 =
15.
Zoals reeds naar voren gebracht, is A de mening toegedaan dat het ontwerpbestemmingsplan de gebruiksmogelijkheden van zijn eigendommen beperkt. Zoals toegelicht zal een deel van het (thans) kadastrale perceel gemeente Hellendoornsectie S-nr. 932 de agrarische bestemming verliezen. Dit heeft tot gevolg dat de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan 'Buitengebied 2009' biedt op de huidige locatie, zullen verdwijnen. A zal de 'wegbestemde' gronden dan ook niet (meer) voor een agrarische bestemming kunnen aanwenden.
iii Plan niet uitvoerbaar 16.
A is van mening dat het beoogde vast te stellen plan niet uitvoerbaar is. Zoals reeds in de zienswijze opgemerkt, heeft A het gehele perceel kadastraal bekend gemeente Hellendoorn-sectie S-nr. 932 in eigendom. In het verleden heeft A één overleg gehad met de gemeente Hellendoorn (het college) omtrent de verkoop van zijn eigendom. Op het moment dat A op de hoogte werd gesteld van de voorgenomen plannen tot het wijzigen van de verkeerssituatie en het verleggen van de Stationsweg richting de woningen die hij in eigendom heeft, heeft hij het college het voorstel gedaan om tegen een proportioneel bedrag de gehele eigendom over te kopen. Het college is niet ingegaan op dit voorstel.
17.
Zoals in randnummer 13 is toegelicht, is de gemeenteraad bij brief van 16 juli 2021 over de besluitvorming van het college geïnformeerd. Het college heeft in brief de gemeenteraad toegezegd dat aanwonenden op voorhand zijn geïnformeerd over de plannen en persoonlijk zijn ingelicht over het genomen besluit. De gemeente Hellendoorn heeft als uitgangspunt genomen dat zij de planuitwerking en realisatie van de oplossing op zich neemt. Afspraken over de realisatie van de ongelijkvloerse oplossing zouden worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst tussen de betrokken partijen.
18.
A voert aan dat het college, na het eenmalige contact, géén contact met hem heeft opgenomen over grondaankoop en dergelijke. Van een uitvoeringsovereenkomst tussen het college en hem over de realisatie van de ongelijkvloerse oplossing is dan ook geenszins sprake.
19.
Op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan, heeft de gemeente geen recht op het perceel van A. De gemeente heeft noch een voorkeursrecht gevestigd, noch op een andere wijze een handeling verricht om over de gronden van de planlocatie zakelijke rechten te verkrijgen. Dit betekent dat, met de verwezenlijking van de beoogde verandering in de verkeerssituatie, een inbreuk wordt gemaakt op het eigendomsrecht van A. Het plan is gelet op het bovenstaand (feitelijk) niet uitvoerbaar.
iv.
Verkeersveiligheid onvoldoende onderbouwd
20.
Zoals al in deze zienswijze is toegelicht, zijn de plannen voor de verandering van het kruispunt Stationsweg met de N35 (Almeloseweg) te Haarle al meerdere jaren in voorbereiding. Naast de gemeente Hellendoorn, heeft 'Plaatselijk Belang Haarle (hierna: 'PBH') zich over de verandering van het knooppunt gebogen. Op 13 februari 2018 zijn door zowel de PBH als door de gemeente Hellendoorn, inzichten verstrekt over welke wijze de verandering/vernieuwing van de kruising kan bijdragen aan de verkeersveiligheid op de N35, traject Haarle. Het PBH heeft, anders dan het college, steeds alle belangen voor ogen gehad. Het PBH heeft het veilig oversteken en een goede doorstroming van de N35 altijd als zeer belangrijke uitgangspunten in acht genomen. Het PBH heeft echter ook stilgestaan bij de belangen van de omwonenden en daarbij aangegeven dat de doorstroming niet boven alles en iedereen dient te komen. Het PBH heeft een ontvlechting van fietsers en motorrijtuigen als absolute noodzaak gezien. Het PBH heeft dan ook gepleit voor een nieuwe 'Bajonet kruising' waarbij de
= 7/10 =
Molenweg en de Tunnelweg in het plan worden betrokken. Als uitgangspunt heeft het PBH gehanteerd: 'Geen Rolls-Royce oplossing, als een Volkswagen volstaat'. De presentatie van PBH wordt bijgevoegd als bijlage 3. 21.
Zoals uit het de brief van 16 juli 2021 volgt, is de verkeersveiligheid rond en de oversteekbaarheid van de N35 bij Haarle al jarenlang een onderwerp van gesprek. De situatie wordt door omwonenden als Veilig Verkeer Nederland (hierna: 'WN') als een gevaarlijke ervaren. Het college heeft echter ook aangegeven dat het gevaar niet (onbetwist) door ongevallenstatistieken wordt bevestigd. Een noodzaak vanuit het perspectief van objectieve 'verkeersveiligheid' is er dan ook niet.
22.
Op 19 maart 2018 heeft VVN een verkeersadvies over de N35 Almeloseweg uitgebracht. In het verkeersadvies is het volgende door VVN opgemerkt:
'(...) Het besluit van de bestuurders van deze partners voor het plaatsen van een VRI op het kruispunt van de N35 en de Stationsweg en een gelijkvloerse oversteek middels een bajonetaansluiting voor fietsers ter plaatse van de aansluiting N35 met de Molenweg/Tunnelweg, is mede gemaakt vanwege een door plaatselijk belang ingebracht voorste/en massale steun vanuit het dorp, zo bleek uit een afgenomen enquête. Door voorgestelde herinrichting van beide vorengenoemde kruispunten zal de verkeersveiligheid op de N35 ter hoogte van Haarle voldoende verbeteren (...)'. Het verkeersadvies wordt bijgevoegd als bijlage 4. 23.
A is van mening dat gelet op het bovenstaande, de nut en de noodzaak met het thans ter inzage gelegde plan onvoldoende is komen vast te staan. De onderstaande zinsnede en onderbouwing van het college in paragraaf 2.1.1 in de toelichting op het bestemmingsplan, kan A in het licht van het bovengenoemde, niet plaatsen:
'Op de N35 zijn zodoende de nodige problemen waaronder veel ongevallen en congestie, mede door de hoge verkeersintensiteit. De verkeersveiligheid op het traject Wijthmen-Nijverdal dient daarom te worden aangepakt. De kruising met de Stationsweg (hoogte van Haarle} ligt in dit traject'. A stelt dat de noodzaak voor het thans ter inzage gelegde plan onjuist en onvoldoende is gemotiveerd. v.
Geluidsonderzoek
24.
Als bijlage 3 bij de toelichting op het bestemmingsplan is het geluidsonderzoek 'N35 Realisatie Viaduct Stationsweg Haarle' gevoegd. Het onderzoek is uitgevoerd omdat de wijziging van de verkeerssituatie ertoe leiden dat de geluidsituatie bij de woningen in de omgeving verandert. Daarom is een geluidonderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de wijziging. Uit het onderzoek volgt dat de geluidsbelasting van de nieuwe weg op de woningen Almeloseweg 11 en llA het hoogste is en ten hoogste 47 dB bedraagt. De (gemeentelijke) beleids-ambitiewaarde van 43 dB wordt daarmee overschreden. Het college geeft aan dat sprake is van de aanleg van een nieuwe weg in plaats van een wijziging van een bestaande weg. Ondanks dat om deze reden een maatregelafweging formeel niet aan de orde is, is desondanks vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening alsnog de afweging gemaakt of de toepassing van een stiller wegdek moet worden toegepast. Omdat de geluidbelasting op de woningen van A niet boven de wettelijke voorkeursgrenswaarden van 48 dB overschrijdt en een stiller wegdek op de nieuwe weg niet tot een wezenlijke verlaging van de totale geluidbelasting blijft, wordt overwogen dat een stiller wegdek op de nieuw aan te leggen weg redelijkerwijs geen doel dient.
= 8/10 =
25.
A stelt zich op het standpunt dat het geluidsonderzoek onvolledig is en onzorgvuldig tot stand is gekomen. Zo merkt A bijvoorbeeld op dat het oordeel van het college dat de geluidsbelasting als gevolg van de wijziging 'Stationsweg Zuid' vanwege de wijziging niet met 1,5 dB of meer toeneemt, niet op volledige gegevens is gebaseerd. In figuur 14 is ten aanzien van de geluidsbelasting voor de adressen Stationsweg 15 en Stationsweg 17 niet in de nieuwe situatie gegeven en/of berekend. Het college kan dan ook niet concluderen dat de geluidsbelasting op de onderzochte adressen niet toeneemt.
26.
Gelet op de rekenresultaten die in bijlage 3 van het geluidsonderzoek zijn meegenomen ten aanzien van de 'N35 Hoofdrijbaan inclusief 2-4 dB correctie artikel 110g Wgh' en de 'Gecumuleerde geluidbelasting exclusief correctie artikel 110g Wgh' kan A zich niet verenigen met de gestelde eindconclusie dat de geluidbelasting voor de adressen Almeloseweg 11en 11A onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB blijft.
27.
Tevens bemerkt A dat in het akoestisch onderzoek niet duidelijk is geworden of er sprake is van een 'hellingcorrectie', zoals bedoeld in artikel 4.1 van bijlage Ivan het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en dit is doorgevoerd en meegenomen in de berekeningen en uitwerkingen van het akoestisch onderzoek. Immers de weg gaat omhoog en dat kan leiden tot extra geluidsbelasting door optrekkend verkeer (zeker ten opzichte van de huidige gelijkvloerse situatie en nu in het bestemmingsplan is bepaald dat de maximale bouwhoogte 20 meter is). A is dan ook van mening dat het akoestisch onderzoek in strijd is met artikel 1.2 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en hetgeen opgenomen in artikel 4.1 bijlage I van het voorschrift.
28.
A overweegt om, indien dit huidige ontwerpbestemmingsplan ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de raad, om een contra-expertise uit te laten voeren naar het geluidonderzoek.
vi. Artikel 5.2.1. planregels i.s.m. rechtszekerheid 29.
A stelt zich op het standpunt dat artikel 5.2.1. van de planregels in strijd is met de rechtszekerheid. Hieronder wordt de bedoelde planregel aangehaald: 5.2 Afstand tot wegen en water
'5.2.1 Afstand tot wegen Onverminderd het overige in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mogen op en in gronden die grenzen aan de gronden als bedoeld in Artikel 3 (Verkeer Wegverkeer), binnen de hierna bij de verschillende categorieën wegen genoemde afstanden, loodrecht gemeten uit de as van de weg, uitsluitend andere bouwwerken worden qebouwd:
= 9/10 =
30.
Allereerst merkt A op dat het woord categorieën niet juist is gespeld. Daarnaast is onduidelijk waarop de passage ' (...) mogen op en in gronden die grenzen aan de gronden als bedoeld in Artikel 3 (Verkeer - Wegverkeer) (...)' is bedoeld. A merkt op dat op alle gronden die binnen het plangebied vallen, de enkelbestemming 'VerkeerWegverkeer' is toegekend. Het bestemmingsplan kan uitsluitend regels stellen voor gronden gelegen binnen de grenzen van het plangebied. Gronden die grenzen aan de gronden met de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' zijn derhalve niet in het plangebied gelegen. A verzoekt dan ook de passage dat ziet op 'de gronden die grenzen aan de gronden als bedoeld in (etc.)' te verwijderen.
vii Artikel 8.1 31.
A vraagt zich af waarom in artikel 8.1 onder a mogelijk wordt gemaakt dat het college een omgevingsvergunning kan verlenen om een telefooncel op te richten. Een telefooncel is, gelet op e huidige technologie, een achterhaald concept dat uit de planregels verwijderd moet worden. Tevens ziet A geen planologische meerwaarde of onderbouwing in het plan voor het realiseren van ecologische uitkijkpunten en observatiehutten zoals benoemd in artikel 8.1 onder b. Dit laatste geldt evenzeer voor het bouwen van antennemasten zoals bedoeld in artikel 8.1 onder e.
viii Stikstofonderzoek aanlegfase 32.
2
Tot slot wil A niet onopgemerkt laten dat een beoordeling en berekening van de stikstofdepositie niet voor de aanlegfase is meegenomen. Op pagina 41 van de toelichting op het bestemmingsplan staat hierover opgemerkt dat dit onderzoek momenteel 'in gang' is en 'voor vaststelling' middels onderzoek wordt aangetoond dat de aanlegfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habbitattypen en leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebieden. Met inachtneming van het bovenstaande merkt Amp op dat niet alle vereiste stukken bij de terinzagelegging van het bestemmingsplan zijn meegenomen. A verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 februari 2023 waarin zij oordeelde dat zelfstandige betekenis toekomt aan het beschermingsbereik van het beroep op procedurele normen of formele beginselen van behoorlijk bestuur die betrekking hebben op de zienswijzenfase.23 A stelt zich op het standpunt dat het ontwerpbestemmingsplan op dit punt in strijd is met artikelen 3:11 jo. 3:2 Awb, nu niet alle betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van h4et ontwerp, ter inzage zijn gelegd en A in de zienswijzefase de
ABRS 15 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:606
= 10/10 =
mogelijkheid wordt ontnomen om op de stikstofbeoordeling in de aanlegfase te reageren. IV.
Conclusie
33.
Gelet op het vorenstaande, stelt A zich op het standpunt dat het ontwerpbestemmingsplan 'Aansluiting N35-Stationsweg te Haarle' in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, onzorgvuldig tot stand is gekomen, onvoldoende is gemotiveerd én niet alle betrekking hebbende stukken ter inzage zijn gelegd. Tot slot is artikel 5.2.1 van de planregels in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en zijn de afwijkingsmogelijkheden in artikel 8.1 te ruim en (eveneens) onvoldoende gemotiveerd. A verzoekt uw gemeenteraad dan ook om over te gaan tot afwijzing van het bestemmingsplan.
34.
Ik verzoek u mij de ontvangst van de zienswijze te bevestigen en mij te informeren over het vervolg van de procedure.