Wijzigingstabel GR Twente pdf
Tekst van het document
Huidig info
artikel lid
sub
Huidige tekst
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Begripsbepalingen
Instelling
Belang
Nieuw info
artikel lid
sub Nieuwe tekst
Toelichting
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen 1.
2.
3.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
Begripsbepalingen
1.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
De Omgevingsdienst Twente werkt met een standaardpakket. In dat standaardpakket zitten de wettelijk verplichte basistaken, zoals omschreven in artikel 13:12 van het Omgevingsbesluit, als ook de zogenaamde variant 4 taken. tot deze variant 4 taken behoren onder meer de extra milieutaken. Elke deelnemer neemt het standaardpakket af.
a.
basistakenpakket: de taken, zoals beschreven in het (toekoms ge) Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) of zoals dat zal komen te luiden;
a.
standaardpakket: zowel de basistaken, zoals bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit, als ook de variant 4 taken;
b.
colleges: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van burgemeester en wethouders en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel;
b.
colleges: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van burgemeester en wethouders onderscheidenlijk gedeputeerde staten van de deelnemers als bedoeld in artikel 1, onder sub c, van de regeling;
c.
deelnemende gemeente/provincie: de gemeente in de provincie van de deelnemer;
c.
deelnemers: het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, RijssenHolten, Tubbergen, Twenterand en Wierden;
d.
deelnemers: de aan deze regeling deelnemende colleges;
d.
directeur/secretaris: de functionaris bedoeld in artikel 24 van de regeling;
e.
directeur/secretaris: de functionaris bedoeld in artikel 25;
e.
facultatieve taken; de taken als bedoeld in artikel 6 en 7 van de regeling. Facultatieve taken Alle overige taken zijn facultatief. In de praktijk wordt met plustaken bedoelt facultatieve kunnen worden onderverdeeld in: taken. De facultatieve taken vallen uiteen in twee categorieën, namelijk: structureel -structurele taken voor deelnemers, (artikel 5) en tijdelijk (artikel 6). -en jdelijke taken voor derden
f.
facultatieve taken; andere taken dan de taken uit het basistakenpakket;
f.
fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving, zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Omgevingswet;
g.
fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving, zoals dit begrip wordt gebruikt in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
g.
gelijk speelveld: het stellen van gelijke eisen en normen bij de verlening van vergunningen, het verrichten van toezicht en het uitvoeren van handhavingsacties;
h.
Omgevingsdienst Twente: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
h.
Omgevingsdienst Twente: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
i.
Staten: Provinciale Staten van Overijssel;
i.
regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
j.
raden: de raden van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten;
j
uitvoeringsprogramma: het programma dat elke deelnemer jaarlijks met de Omgevingsdienst Twente overeenkomt, waarin partijen aanvullende specifieke wensen, ambities en afspraken met elkaar overeenkomen;
k.
regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
k.
vertegenwoordigende organen: Provinciale staten van de provincie Overijssel en de gemeenteraden van de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden;
l.
vertegenwoordigende organen: de raden van de deelnemende gemeenten respectievelijk Provinciale Staten van Overijssel;
l.
vth-taken: taken v.w.b. vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van het omgevingsrecht, en
m.
vth-taken: taken v.w.b. vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van het omgevingsrecht;
m.
wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
n.
wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
1.
Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, lid 1 van de wet, genaamd Omgevingsdienst Twente.
2.
Het openbaar lichaam is gevestigd in Almelo.
1.
De Omgevingsdienst Twente is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van de deelnemers op het gebied van:
Instelling
Belang
2.
3.
De voormalige definities 'Staten' en 'raden' zijn verwerkt in deze definitie.
Er is een openbaar lichaam genaamd Omgevingsdienst Twente.
Verwijzen naar de wet is niet nodig en is komen te vervallen. Mocht de wet dan nogmaals wijzigen, dan is het niet nodig om de regeling op dit punt te wijzigen.
2.
De Omgevingsdienst Twente is gevestigd in Almelo.
Het openbaar lichaam is gedefinieerd als Omgevingsdienst Twente. In de gehele regeling is dit consequent doorgevoerd.
1.
De Omgevingsdienst Twente is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke Dit artikel is alleen redactioneel gewijzigd. Er hebben geen inhoudelijke wijzigingen belangen van de deelnemers op het gebied van: plaatsgevonden.
het voorbereiden van beschikkingen,
a.
het voorbereiden van beschikkingen;
b.
het toezicht op de naleving van de milieuvoorschriften, neergelegd in wet- en regelgeving en in beschikkingen en
b.
het toezicht op de naleving van de milieuvoorschriften, neergelegd in wet- en regelgeving en in beschikkingen, en
c.
aanvullende taken en bevoegdheden welke door het bevoegd gezag aan de Omgevingsdienst Twente zijn gemandateerd.
c.
aanvullende taken en bevoegdheden welke door het bevoegd gezag aan de Omgevingsdienst Twente zijn gemandateerd.
a.
bieden van een structuur waarin de deelnemers voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid en organisatie voor de uitvoering van hun vth-taken;
a.
het bieden van een structuur waarin de deelnemers voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid en organisatie voor de uitvoering van hun vth-taken;
b.
adviezen aan en uitvoering voor de deelnemers ten behoeve van hun vth-taken;
b.
de adviezen aan en uitvoering voor de deelnemers ten behoeve van hun vth-taken;
De Omgevingsdienst Twente draagt zorg voor een organisatie ter behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen en richt zich daarbij op:
Voor de volledigheid wordt verwezen naar het juitste artikel van de Omgevingswet.
1.
a.
2.
De definitief 'deelnemende gemeente/provincie' is komen te vervallen, omdat deelnemers ook al gedefinieerd is. Beide begrippen kennen dezelfde definitie. Daarnaast zijn de colleges deelnemer aan de regeling. Voor de volledigheid zijn alle deelnemers uitgeschreven.
2.
De Omgevingsdienst Twente draagt zorg voor een organisatie ter behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen en richt zich daarbij op:
Hoofdstuk 2: Taken Taken voor alle deelnemers
Structurele facultatieve taken voor individuele deelnemers op basis van inbreng personeel
c.
inzetten van kennis en kunde;
c.
het inzetten van kennis en kunde;
d.
realiseren van een centraal aanspreekpunt voor externe partners;
d.
het realiseren van een centraal aanspreekpunt voor externe partners;
e.
het creëren van een zo gelijk mogelijk speelveld voor burgers en bedrijven in het werkgebied van de Omgevingsdienst Twente.
e.
het creëren van een gelijkspeelveld voor burgers en bedrijven in het werkgebied van de Omgevingsdienst Twente.
4.
5.
Facultatieve taken voor 6. individuele deelnemers op basis van overeenkomst
Facultatieve taken voor derden
Overige bepalingen taken 8.
De taken die de Omgevingsdienst Twente uitvoert voor alle deelnemers betreffen de taken zoals deze zijn of worden opgenomen in het basistakenpakket en andere taken voor zo ver door alle deelnemers is besloten dat deze door de Omgevingsdienst Twente voor de deelnemers worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 2: Taken Taken voor alle deelnemers
Structurele facultatieve taken voor individuele deelnemers
4
De definitie is standaardpakket. Dit is in de regeling consequent doogevoerd. Verder alleen redactionele wijzigingen.
1.
Het algemeen bestuur kan op verzoek van een deelnemer besluiten ook andere taken dan de vth-taken vermeld in artikel 4 te verrichten.
De wijze van facturering is gewijzigd. Het inbrengen van structurele factultatieve taken voor deelnemers gebeurt niet meer op basis van inbreng van personeel. Het artikel is hier inhoudelijk op aangepast. Verder hebben er enkele redactionele wijzigingen plaatsgevonden, zodat het ook conform eigen begrippenlijst is.
1.
Het algemeen bestuur kan op verzoek van een deelnemer besluiten ook andere taken dan vermeld in artikel 4 op het gebied van vergunningverlening, toezicht op en handhaving van het omgevingsrecht ten behoeve van en voor rekening van deze deelnemer te verrichten.
2.
Deze dienstverlening wordt als structureel gezien indien deze op basis van inbreng van personeel plaatsvindt.
2.
Deze dienstverlening wordt als structureel gezien als de kosten voor de uitvoering van deze taken structureel worden ingebracht in de meerjarenbegroting.
3.
Het uitgangspunt voor de uitvoering van deze taken is het door de deelnemer vastgestelde beleid én inbreng en bekostiging op basis van de bijbehorende formatie, vermeerderd met een percentage voor overhead . Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing.
3.
Het uitgangspunt voor de uitvoering van deze taken is het door de deelnemer vastgestelde beleid en bijbehorende bekostiging , vermeerderd met een percentage voor overhead. Artikel 25 is van overeenkomstige toepassing.
1.
Het dagelijks bestuur kan met een deelnemer overeenkomen om andere taken dan vermeld onder artikel 4 ten behoeve van deelnemer te verrichten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van het omgevingsrecht.
1.
Het dagelijks bestuur kan met een deelnemer overeenkomen om andere vth-taken dan vermeld in artikel 4 te verrichten.
2.
Het dagelijks bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in lid 1 indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4.
2.
Het dagelijks bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid, indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4.
3.
Voor de facultatieve taken voor deelnemers wordt ten minste een kostendekkend tarief in rekening gebracht. Artikel 28 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing.
3.
Voor de facultatieve taken voor deelnemers wordt ten minste een kostendekkend tarief in rekening gebracht. Artikel 25 is van overeenkomstige toepassing.
7 1.
Het dagelijks bestuur kan met een andere publiekrechtelijke organisatie overeenkomen om werkzaamheden ten behoeve van die publiekrechtelijke organisaties te verrichten.
1.
Het dagelijks bestuur kan met een andere publiekrechtelijke organisatie overeenkomen om werkzaamheden ten behoeve van die publiekrechtelijke organisaties te verrichten.
2.
Het dagelijks bestuur kan daartoe alleen besluiten indien de uitvoering van taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4.
2.
Het dagelijks bestuur kan daartoe alleen besluiten indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4.
3.
Voor de facultatieve taken voor derden wordt tenminste een kostendekkend tarief in rekening gebracht.
3.
Voor de facultatieve taken voor derden wordt tenminste een kostendekkend tarief in rekening gebracht.
4.
De omvang van de facultatieve taken voor derden mag niet meer zijn dan toelaatbaar is op basis van de criteria voor inbesteding volgens het vigerende aanbestedingsregime.
4.
De omvang van de facultatieve taken voor derden mag niet meer zijn dan toelaatbaar is op basis van artikel 2.24b, eerste lid, aanhef en onder b, Aanbestedingswet 2012.
1.
1.Ter uitvoering en nadere invulling van de in ar kel 4, 5, en 6 bedoelde taken, stelt het algemeen bestuur voor de duur van de gemeenschappelijke regeling de algemene voorwaarden van de Omgevingsdienst Twente vast, waarbij in elk geval worden geregeld:
1.
Ter uitvoering en nadere invulling van de in artikel 4, 5, en 6 bedoelde taken, stelt het algemeen bestuur voor de duur van de gemeenschappelijke regeling de algemene voorwaarden van de Omgevingsdienst Twente vast, waarbij in elk geval worden geregeld:
Facultatieve taken voor individuele deelnemers op basis van overeenkomst
Facultatieve taken voor derden
Overige bepalingen taken
5.
De taken die de Omgevingsdienst Twente uitvoert voor alle deelnemers zijn: -de taken zoals deze zijn of worden opgenomen in het standaardpakket, en -andere taken voor zo ver door alle deelnemers is besloten dat deze door de Omgevingsdienst Twente voor de deelnemers worden uitgevoerd.
6.
7.
8.
a.
de voorwaarden voor de taakuitvoering van het basistakenpakket;
a.
de voorwaarden voor de taakuitvoering van het standaardpakket;
b.
de voorwaarden voor uitvoering van facultatieve taken;
b.
de voorwaarden voor uitvoering van facultatieve taken;
c.
de aansprakelijkheid, verzekering en geschillen met betrekking tot de taakuitvoering;
c.
de aansprakelijkheid, verzekering en geschillen met betrekking tot de taakuitvoering, en
d.
een regeling in geval sprake is van geschillen wegens het niet voldoen aan de door de deelnemers gestelde eisen.
d.
een regeling in geval het niet voldoen aan de door de deelnemers gestelde eisen.
Artikel is conform eigen begrippenlijst aangepast. Verder enkele redactionele wijzigingen.
Het artikel is conform de definitiebepalingen gewijzigd. Zie ook eerdere toelichting.
2.
Binnen de kaders van de algemene voorwaarden, bedoeld in lid 1, maakt de Omgevingsdienst Twente met alle deelnemers werkafspraken die voor elke deelnemer worden vastgelegd in een met de Omgevingsdienst te sluiten dienstverleningsovereenkomst. Per jaar wordt de dienstverleningsovereenkomst geconcretiseerd in een jaaropdracht.
2.
Binnen de kaders van de algemene voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, maakt de Omgevingsdienst Twente met alle deelnemers werkafspraken die voor elke deelnemer worden vastgelegd in een met de Omgevingsdienst te sluiten dienstverleningsovereenkomst. Per jaar wordt de dienstverleningsovereenkomst geconcretiseerd in een uitvoeringsprogramma.
3.
In het Jaarplan Omgevingsdienst Twente worden de omvang en het kwaliteitsniveau van de per deelnemer van de Omgevingsdienst Twente af te nemen taken vastgelegd. Per jaar kan de omvang van de door de deelnemers af te nemen facultatieve taken als bedoeld in artikel 6 onder bepaalde, in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegde voorwaarden, worden gewijzigd. Artikel 36 is hierop van toepassing. Ook kunnen tussentijds aanvullende facultatieve taken worden overeengekomen.
3.
In het uitvoeringsprogramma worden de omvang e van de per deelnemer van de Omgevingsdienst Twente af te nemen taken vastgelegd. Het gaat dan om het kwaliteitsniveau met een afgesproken ondergrens, zoals in het vastgestelde beleid. Aanvullende kwaliteitsafspraken worden vastgelegd in de te sluiten dienstverleningsovereenkomst.
4.
De dienstverleningsovereenkomsten en het jaarplan komen niet te vervallen door wijziging van deze regeling.
4.
Per jaar kan de omvang van de door de deelnemers af te nemen facultatieve taken als Er wordt in de nieuwe versie verwezen naar artikel 33 dat gaat over de beëindiging van bedoeld in artikel 6 onder bepaalde, in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegde facultatieve taken op basis van overeenkomst. voorwaarden, worden gewijzigd. Artikel 33 is hierop van toepassing. Ook kan de Omgevingsdienst Twente met een deelnemer gedurende het jaar overeenkomen dat ze facultatieve taken uitvoert die van tijdelijke aard zijn. De dienstverleningsovereenkomsten en het uitvoeringsprogramma komen niet te vervallen door wijziging van deze regeling.
5.
Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het verrichten van facultatieve taken voor derden zoals genoemd in artikel 7.
5.
Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het verrichten van facultatieve taken voor derden zoals genoemd in artikel 7.
1.
De deelnemers dragen geen bevoegdheden over aan het bestuur van de Omgevingsdienst. Het artikel is redactioneel gewijzigd en conform eigen begrippenlijst.
2.
Voor de uitvoering van zowel de standaardtaken als de facultatieve taken wordt bij separaat besluit door de deelnemers, mandaat verleend aan de directeur/secretaris.
1.
De colleges wijzen u uit hun midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan.
Hoofdstuk 3: Bevoegdheden Bevoegdheden
Hoofdstuk 3: Bevoegdheden 9.
1.
Aan het bestuur worden door de deelnemers geen bevoegdheden overgedragen.
2.
Voor de uitvoering van zowel de basistaken als de facultatieve taken kan , zij het bij separaat besluit door de deelnemers, mandaat worden verleend aan de directeur/secretaris.
Bevoegdheden
Hoofdstuk 4: Het bestuur
Hoofdstuk 4: Het bestuur
Paragraaf 1: het algemeen bestuur
Paragraaf 1: het algemeen bestuur
Samenstelling algemeen bestuur
Incompabiliteiten algemeen bestuur
oGelet op de verschillende taken, het standaardpakket en de faculta eve taken die onverdeeld worden in twee categorieën, is het mogelijk dat de Omgevingsdienst gedurende het jaar tijdelijke taken uitvoert. Dit zijn geen structurele taken. Het uitvoeringsprogramma gaat uit van structurele taken. Het artikel is hierop aangepast.
10.
11.
9.
1.
De colleges wijzen uiterlijk binnen 3 maanden na aanvang van elke zittingsperiode van de raden of staten uit hun midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan.
2.
De colleges wijzen uit hun midden één plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan dat het door hen benoemde lid bij ontstentenis of verhindering vervangt.
2.
De colleges wijzen uit hun midden één plaatsvervangend lid aan dat het door hen benoemde lid bij ontstentenis of verhindering vervangt.
3.
Indien tussentijds de plaats van een (plaatsvervangend) lid vacant komt, wijst het college van de betrokken deelnemer binnen 8 weken een nieuw (plaatsvervangend) lid aan.
3.
Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst het college van de betrokken deelnemer binnen 8 weken een nieuw lid aan.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen bestuur op de dag aangegeven in artikel C4 van de Kieswet. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat opnieuw in de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in het college.
4.
Een college kan het door hem aangewezen lid ontslaan als het lid niet langer zijn vertrouwen geniet.
5.
Het (plaatsvervangend) lidmaatschap eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van een deelnemer die door het (plaatsvervangend) lid wordt vertegenwoordigd.
5.
Het lidmaatschap van een lid van het algemeen bestuur eindigt zodra men ophoudt lid te Het gaat hier om een collegeregeling (dat betekent dat colleges deelnemer zijn en geen zijn van het college dat hem heeft aangewezen. De procedure als bedoeld in het derde lid raden). Het is dan ook niet logsich om te verwijzen naar de Kieswet en de zittingsduur te is dan van toepassing. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat opnieuw in koppelen aan de Staten- en raadelden. Om die reden is deze zinsende komen te vervallen. de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in het college.
6.
Het derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een plaatsvervangend lid.
1.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van de Omgevingsdienst Twente in dienst genomen of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die op basis van inhuur werkzaam zijn voor de Omgevingsdienst Twente of één van de deelnemers.
Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der deelnemers, dan wel door of vanwege het bestuur van het openbaar lichaam in dienst genomen of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die in dienst van één der deelnemers dan wel van het openbaar lichaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of op basis van inhuur werkzaam zijn voor het openbaar lichaam of één van de deelnemers.
10.
Ter info: Het algemeen bestuur vertegenwoordigd de belangen van de deelnemers. Het dagelijks bestuur vertegenwoordigd het belang van de omgevingsdienst. Dit uit zich ook in de verantwoording. Het AB legt geen verantwoording af, maar wel als AB-lid wordt via verlengd lokaal bestuur (individueel) verantwoording afgelegd richting college/raad. Als DB-lid leg je geen verantwoording af aan het college/raad van de eigen gemeente.
Incompabiliteiten algemeen 11. bestuur
Uit het voormalig lid 1 was niet te herleiden wat er zou gebeuren als een coalitievorming langer duurt. Om die reden is het de termijn van 3 maanden komen te vervallen en is het niet meer gebonden aan de zittingsperiode van raden/staten.
Het is mogelijk dat het college dat het AB-lid heeft aangewezen ontslaat omdat het AB-lid niet langer het vertrouwen geniet. In dat geval wordt een nieuwe AB-lid uit het midden van het college aangewezen.
Artikel 20 Wgr, waarnaar dit artikel verwijst, gaat niet over incompatibiliteiten. Zinsnede die voortkomt uit de Gemeentewet en Provinciewet is komen te vervallen en de arbeidsovereenkomst is sinds de Wnra de standaard. Om die reden is de laatse zin komen te vervallen.
Werkwijze vergaderingen 12. algemeen bestuur
Vergader- en besluitquorum algemeen bestuur
13 1.
Stemverdeling en besluitvorming algemeen bestuur
Dit artikel is komen te vervallen, omdat het al in de wet geregeld is. Zie artikel 52 juncto 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Het algemeen bestuur kan slechts vergaderen indien meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is.
Dit artikel is komen te vervallen, omdat het al in de wet gergeld is. Zie artikel 52 juncto 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
2.
Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen voor zover meer dan de helft van de deelnemers in het algemeen bestuur vertegenwoordigd en aanwezig is.
3.
Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in lid 1 en lid 2 niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden.
4.
Op vergaderingen als bedoeld in lid 3 is het bepaalde van lid 1 en 2 niet van toepassing.
14 1.
Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.
2.
Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald.
3.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is voor de volgende besluiten een gekwalificeerde meerderheid van 75% van de stemmen nodig: a.
Bevoegdheden algemeen bestuur
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.
Stemverdeling en besluitvorming algemeen bestuur
12 1.
Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.
2.
Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald.
3.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is voor de volgende besluiten minimaal drie 75% is gewijzigd naar de juiste terminologie, namelijk minimaal drie vierde meerderheid. vierde meerderheid van de stemmen nodig:
het besluit dat voor het nemen van een bepaald besluit een unanimiteit is vereist
a.
het besluit tot het ontslag van een lid van het dagelijks bestuur;
b.
het besluit tot het ontslag van een lid van het dagelijks bestuur
b.
het besluit tot de vaststelling van de bijdrageverordening;
c.
het besluit tot de vaststelling van de bijdrageverordening
c.
het besluit tot de vaststelling van de begroting;
d.
het besluit tot de vaststelling van de begroting
d.
het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit voor de opheffing van de regeling;
e.
het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit voor de opheffing van de regeling
e.
het besluit tot het wijzigen van de structureel facultatieve taken zoals genoemd in artikel 5 van deze regeling;
f.
het besluit tot het wijzigen de structureel facultatieve taken zoals genoemd in artikel 5 van deze regeling
f.
het besluit tot vaststelling van het liquidatieplan ex artikel 34 van deze regeling;
g.
het besluit tot vaststelling van het liquidatieplan ex artikel 37 van deze regeling
g.
het besluit omtrent de toetredingsvergoeding, en
h.
het besluit tot toetreding van een deelnemer, inclusief de toetredingsvergoeding
h.
het besluit over de uittreedvergoeding van een deelnemer.
i.
het besluit over de uittreedvergoeding van een deelnemer.
4.
In afwijking van het bepaalde in lid 2 en 3 is voor een ontwerpbesluit tot het wijzigen van de regeling unanimiteit vereist. Voor een ontwerpbesluit tot een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen is een gewone meerderheid van stemmen vereist.
5.
Indien de stemmen met betrekking tot een voorstel staken, wordt het betrokken onderwerp aangehouden tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Indien de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. In het geval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist het lot.
6.
Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling.
15.
a.
Aan het algemeen bestuur komen alle taken toe die bij of krachtens deze regeling aan de Omgevingsdienst Twente zijn opgedragen, en niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder geval het besluiten tot: het vaststellen van een bedrijfsplan en beleidsplannen van de Omgevingsdienst Twente;
4.
Bevoegdheden algemeen bestuur
Het algemeen bestuur besluit niet over de toetreding, dat doen de deelnemers. Om die reden is voormalig lid h deels gewijzigd.
In afwijking van het bepaalde in het tweede en derde lid is voor een ontwerpbesluit tot het wijzigen van de regeling unanimiteit vereist. Voor een ontwerpbesluit tot wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke De leden vijf en zes zijn komen te vervallen, omdat dit ook al wettelijk geregeld is (zie bepalingen is een gewone meerderheid van stemmen vereist. artikel 52 in samenhang met artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen)
13.
a.
Aan het algemeen bestuur komen alle taken toe die bij of krachtens deze regeling aan de Omgevingsdienst Twente zijn opgedragen, en niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder geval: het vaststellen van een bedrijfsplan en beleidsplannen van de Omgevingsdienst Twente;
Als bevoegdheid is toegevoegd dat het algemeen bestuur ook het standaardpakket vaststelt, omdat dit niet alleen bestaat uit de basistaken die wettelijk verplicht zijn. Daarnaast werkt de Omgevingsdienst Twente met uitvoeringsprogramma's. Het artikel is hierop aangepast. Inhoudelijk is de bevoegdheid tot het vaststellen van een kadernota komen te vervallen.
b.
het vaststellen van de structureel facultatieve taken voor deelnemers;
b.
het vaststellen van het standaardpakket en de structureel facultatieve taken voor deelnemers;
c.
het vaststellen van een jaarplan op basis van de jaaropdrachten;
c.
het vaststellen van een jaarplan dat als input voor de uitvoeringsprogramma’s geldt;
d.
het vaststellen van uitvoeringsregels die de andere organen van de Omgevingsdienst Twente moeten opvolgen bij de uitoefening van hun bevoegdheden;
d.
het vaststellen van uitvoeringsregels die de andere organen van de Omgevingsdienst Twente moeten opvolgen bij de uitoefening van hun bevoegdheden;
e.
het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot wijziging van of opheffing van de regeling.
e.
het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot wijziging van of opheffing van de regeling.
f.
het deelnemen in een (werkgevers)vereniging ter behartiging van een of meer belangen van de Omgevingsdienst Twente, met inachtneming van hetgeen daarover in artikel 55a van de Wet gemeenschappelijke regelingen is bepaald.
f.
het oprichten van en deelnemen in een(werkgevers)vereniging ter behartiging van één of meer belangen van de Omgevingsdienst Twente, met inachtneming van hetgeen daarover in artikel 55a van de wet is bepaald.
Paragraaf 2 Commissies Commissies
Paragraaf 2 Commissies 16.
1.
Het algemeen bestuur kan adviescommissies als bedoeld in artikel 24 en bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25 van de wet instellen.
2.
14.
1.
Het algemeen bestuur kan bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25 van de wet instellen.
De bepalingen die komen te vervallen volgen al uit de wet, net als de mogelijkheid tot het instellen van adviescommissies.
15.
1.
Het aantal door en uit het algemeen bestuur aangewezen leden van het dagelijks bestuur, onder wie de voorzitter, bedraagt vijf.
Voormalig lid 3 is komen te vervallen, omdat hiervoor de gemeenschappelijke regleing gewijzigd moet worden.
De regeling is een zogenaamde collegeregeling, waardoor het niet logisch is om de aanwijzing te koppelen aan de zittingsperiode van raden. Dit is dan ook gewijzigd naar de zittingsperiode van colleges.
de samenstelling;
b.
de bevoegdheden;
c.
de einddatum indien de commissie is ingesteld voor bepaalde tijd.
Paragraaf 3 Het dagelijks bestuur
Werkwijze vergaderingen dagelijks bestuur
Commissies
Bij de instelling worden in ieder geval geregeld: a.
Samenstelling dagelijks bestuur
Dit is geen wettelijke verplichting. De kadernota van de omgevingsdienst is een informerend stuk. Soms ook wel een begrotingsrichtlijn genoemd. Doordat het voorheen gekoppeld is aan besluitvorming door het algemeen bestuur, werd het een formeel document terwijl dit niet wettelijk verplicht is. De ontwerpbegroting, dat is een formeel document dat voor zienswijzen aan de raad moet worden voorgelegd. Om het proces voor alle partijen (zowel deelnemers als ook omgevingsdienst) te versimpelen wordt de kadernota voortaan niet meer vastgesteld door het algemeen bestuur, maar als informerend stuk naar de deelnemers en raden toegestuurd.
Paragraaf 3 Het dagelijks bestuur 17.
1.
Het aantal door en uit het algemeen bestuur aangewezen leden van het dagelijks bestuur, onder wie de voorzitter, bedraagt vijf.
Samenstelling dagelijks bestuur
2.
De leden van het dagelijks bestuur worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van de raden door het algemeen bestuur aangewezen.
2.
De leden van het dagelijks bestuur worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van de colleges door het algemeen bestuur aangewezen.
3.
Na een evaluatie van deze gemeenschappelijke regeling kan het algemeen bestuur besluiten het aantal leden van het dagelijks bestuur terug te brengen naar drie.
3.
De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag Voormalig lid 5 is komen te vervallen, omdat dit al uit de wet volgt (zie artikel 19a Wet stellen zij de voorzitter onverwijld schriftelijk op de hoogte. gemeenschappelijke regelingen).
4.
De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter onverwijld schriftelijk op de hoogte.
4.
De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag of om andere redenen openvallen, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het aanwijzen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur wederom zal zijn bezet. Dat uitstel mag niet meer dan 3 maanden bedragen.
5.
Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten.
6.
De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag of om andere redenen openvallen, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het aanwijzen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur wederom zal zijn bezet. Dat uitstel mag niet meer dan 3 maanden bedragen.
18 1.
Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur is het bepaalde in de artikelen 52 tot en met 60 van de Gemeentewet van toepassing.
1.
Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur is het bepaalde in de artikelen 52 tot en met Alleen redactionele wijzigingen. 60 van de Gemeentewet van toepassing.
Werkwijze vergaderingen dagelijks bestuur
16.
2.
Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering een stem.
2.
Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering een stem.
3.
In de eerste vergadering na de aanwijzing als bedoeld in artikel 17 lid 2 regelt het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden.
3.
In de eerste vergadering na de aanwijzing als bedoeld in artikel 15 tweede lid regelt het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden.
Bevoegdheden dagelijks bestuur
Paragraaf 4 De voorzitter De voorzitter
19.
20.
Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een regeling met betrekking tot de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
1.
De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door en uit het algemeen bestuur gekozen.
2.
Klachtenregeling
17.
Paragraaf 4 De voorzitter De voorzitter
18.
1.
De voorzitter wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door en uit het algemeen bestuur gekozen voor een periode van vier jaar.
Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.
2.
Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, die door het algemeen bestuur uit de leden van het dagelijks bestuur wordt aangewezen.
3.
Het algemeen bestuur kan besluiten de voorzitter ontslag te verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten.
3.
Het algemeen bestuur kan besluiten de voorzitter ontslag te verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
4.
4.De verkiezing van de (plaatsvervangend) voorzi er ter vervulling van een plaats die door ontslag of om andere redenen openvalt, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen.
4.
De aanwijzing van de voorzitter ter vervulling van een plaats die door ontslag of om andere redenen openvalt, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen.
5.
De voorzitter geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
1.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen en de colleges ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren bestuur nodig is. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen de door één of meer leden daarvan overeenkomstig het reglement van orde van het vertegenwoordigende orgaan verlangde inlichtingen.
Hoofdstuk 5: Inlichtingen en verantwoording
Hoofdstuk 5: Inlichtingen en verantwoording
Paragraaf 1 Tussen Omgevingsdienst Twente en deelnemende gemeenten
Paragraaf 1 Tussen Omgevingsdienst Twente en deelnemende gementen
Inlichtingen- en verantwoordingsplicht
21.
1.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden, de staten en de colleges ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren bestuur nodig is.
2.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden en de staten de door één of meer leden daarvan overeenkomstig het reglement van orde van die raad en staten verlangde inlichtingen, een en ander voor zover zulks niet in strijd is met het openbaar belang.
2.
Het algemeen bestuur geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
3.
Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in lid 2 kan schriftelijk of mondeling worden ingediend bij het betreffende orgaan.
3.
Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in het derde lid kan schriftelijk of mondeling worden ingediend bij het betreffende orgaan.
4.
Het betreffende orgaan verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen een maand na ontvangst van het verzoek.
4.
Het betreffende orgaan verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen een maand na ontvangst van het verzoek.
1.
Een lid van het algemeen bestuur voorziet het vertegenwoordigende orgaan en het college van zijn gemeente onderscheidenlijk provinci van alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem in het algemeen bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is.
Paragraaf 2 tussen lid algemeen bestuur en deelnemende gemeente Inlichtingen- en verantwoordingsplicht
Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een regeling met betrekking tot de De overige bevoegdheden zijn komen te vervallen, omdat deze al volgen uit artikel 57b behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Wgr. Om die reden is de titel van het artikel gewijzigd naar specifiek alleen de bevoegdheid tot het vaststellen van een klachtenregeling.
Inlichtingen- en verantwoordingsplicht
19.
Paragraaf 2 Tussen lid algemeen bestuur en deelnemer 22.
1.
Een lid van het algemeen bestuur voorziet de raad en het college van zijn gemeente dan wel de staten en het college van zijn provincie van alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem in het algemeen bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is.
Inlichtingen- en verantwoordingsplicht
20.
2.
Het college verleent daartoe de nodige medewerking door onder meer tijdig de agenda’s van vergaderingen van het algemeen bestuur ter inzage te leggen voor de raad dan wel de staten.
2.
Het dagelijks bestuur verleent daartoe de nodige medewerking door onder meer tijdig de agenda’s van vergaderingen van het algemeen bestuur ter inzage te leggen voor de vertegenwoordigende organen.
3.
Een lid van het algemeen bestuur geeft de raad van zijn gemeente dan wel de staten de door één of meer leden daarvan, overeenkomstig het reglement van orde van die raad dan wel de staten verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
3.
Een lid van het algemeen bestuur geeft het vertegenwoordigend orgaan de door één of meer leden daarvan, overeenkomstig het reglement van orde van dat vertegenwoordigend orgaan verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
4.
Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad en het college van zijn gemeente dan wel de staten of het college van zijn provincie verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur.
4.
Een lid van het algemeen bestuur is aan het vertegenwoordigend orgaan van zijn gemeente onderscheindelijk provincie verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur.
Aan het tweede lid is een zinsnede toegevoegd, omdat het algemeen bestuur de plaatsvervangend voorzitter aanwijst.
Dit lid volgt uit de actieve informatieplicht, die sinds de nieuwe wet wettelijk verplicht is.
Het tweede lid is extra toegevoegd, waaruit de actieve informatieplicht volgt richting de raden en provinciale staten. Deze verplichting volgt sinds 1 juli 2022 expliciet uit de wet. De wet geeft formeel zelf niet de inlichtingeplichten, daarom is het apart in regeling geregeld.
5.
Ontslag
23.
1.
Het college kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit.
2.
Op het ontslag is artikel 50 van de Gemeentewet en de Provinciewet van overeenkomstige toepassing, doch is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Paragraaf 3 Tussen dagelijks bestuur en algemeen bestuur Inlichtingen- en verantwoordingsplicht
Het dagelijks bestuur geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Dit is een wettelijke verplichting voor het dagelijks bestuur. Om die reden is de bepaling aangepast. De wet geeft formeel zelf niet de inlichtingeplichten, daarom is het apart in regeling geregeld.
Dit artikel is komen te vervallen, omdat het eerste lid is toegevoegd aan artikel 10 van de regeling.
Paragraaf 3 tussen dagelijks bestuur en algemeen bestuur 24 1.
De leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
2.
Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
Inlichtingen- en verantwoordingsplicht
Zienswijzen
21.
22.
1.
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.
2.
Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
1.
Behoudens verplichtingen voortvloeiend uit de wet of de regeling, worden besluiten van het bestuur niet aan zienswijzen van de vertegenwoordigende organen onderworpen.
2.
Als tenminste vier vertegenwoordigende organen verzoeken om een zienswijzeprocedure, vindt pas definitieve besluitvorming door het algemeen bestuur plaats nadat de vertegenwoordigende organen over het ontwerpbesluit dat ter besluitvorming voorligt om zienswijzen zijn gevraagd. In spoedeisende gevallen kan het algemeen bestuur afzien van Alleen ook bij de omgevingsdienst kan het voorkomen dat er grote koerswijzigingen het vragen van zienswijzen. plaatsvinden en dan wordt er wel aan beleidsvoorbereiding gedaan. In dat geval kan het algemeen bestuur alsnog beslissen om de raden en PS om zienswijzen te vragen. Het Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de vertegenwoordigende organen acht algemeen bestuur moet dit doen wanneer tenminste vier vertegenwoordigende organen weken de tijd om hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaand hier gezamenlijk om verzoeken. In beide gevallen mag het algemeen bestuur niet beslissen aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze is gegeven, stelt het dagelijks dan voordat de raden en PS in de gelegenheid zijn gesteld om hun zienswijzen naar voren bestuur de vertegenwoordigende organen en het algemeen bestuur schriftelijk en te brengen bij het dagelijks bestuur. De raden hebben daar 8 weken de tijd voor.
Slechts in gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele spoedeisende gevallen kan het algemeen bestuur afzien van de zienswijzeprocedure. Het conclusies die het daaraan verbindt. algemeen bestuur moet dit besluit dan expliciet motiveren aan de gemeenteraden.
3.
Met dit artikel wordt voldaan aan de verplichtingen van artikel 10 lid 5 en 6 Wgr. De omgevingsdienst is een uitvoeringsorganisatie. Zij nemen geen besluiten over verordende bevoegdheden. De verantwoordelijkheid hiervoor blijft bij elke deelnemer liggen. Om die reden is in de basis ervoor gekozen om besluiten, anders dan wanneer dit wettelijk verplicht al geledt (denk aan ontwerpbegroting en wijziging gemeenschappelijke regeling) niet aan zienswijzen te onderwerpen.
Het dagelijks bestuur is verplicht schriftelijk en gemotiveerd op de zienswijzen van de raden te reageren en daarbij aan te geven welke conclusie aan de zienswijze wordt verbonden. Het dagelijks bestuur moet deze reactie aan de raden zenden vóórdat het algemeen bestuur tot besluitvorming overgaat. Op die manier kunnen de raden, indien gewenst, hun opvattingen nog meegeven aan hun leden in het algemeen bestuur.
Participatie
23.
1.
Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via de normale procedures bij de vertegenwoordigende organen. respectievelijk de colleges, inspreken omtrent besluiten van de Omgevingsdienst Twente.
2.
In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur beslissen dat bij ingrijpende besluiten een apart traject voor inspraak wordt doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als ingezetenen de kans krijgen inspraak te leveren. Ook hier geldt; gaat het om ingrijpende besluiten, dan kan het dagelijks bestuur alsnog beslissen een participatietraject in te zetten. Het dagelijks bestuur regelt daarbij zelf de Het dagelijks bestuur informeert de colleges en het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk procedure van dit traject waarbij in elk geval ingezetenen en belanghebbenden bij het omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak. besluit in de gelegenheid moeten worden gesteld inspraak te leveren. Er moet dus een zorgvuldige afweging worden gemaakt van de te betrekken partijen en ingezetenen zodat
3.
Met dit artikel wordt voldaan aan de verplichtingen van artikel 10 lid 7 en 8 Wgr. Omdat het algemeen bestuur nagenoeg geen formele besluiten neemt, zijn er geen besluiten die verplicht aan een participatietraject worden onderworpen, anders dan wanneer dit wettelijk verplicht natuurlijk al geldt. Het staat inwoners en belanghebbenden natuurlijk altijd vrij om via de gemeenteraden of andere gemeentelijke kanalen in te spreken.
4.
De colleges en het dagelijks bestuur maken op de gebruikelijke wijze bekend dat de mogelijkheid tot inspraak wordt geboden.
zorgvuldige afweging worden gemaakt van de te betrekken partijen en ingezetenen zodat deze representatief is voor de gehele groep van belanghebbenden dan wel inwoners. Daarnaast moet een zorgvuldige keuze worden gemaakt tussen het doel van de participatie: is dat louter tijdig informeren, input ophalen, delibereren/beraadslagen enz. Het dagelijks bestuur informeert de colleges van burgemeester en wethouders en het algemeen bestuur over zijn voornemen tot het volgen van een eigen participatietraject. De colleges én het dagelijks bestuur maken op de in de organisaties gebruikelijke wijze bekend dat er een eigen participatietraject wordt gevolgd. Aanvullende communicatie (via kranten, huis-aan-huisbladen, website e.d.) kan natuurlijk ook altijd worden ingezet.
Hoofdstuk 6: Personeel De directeur/secretaris
Personeel
25.
1.
De Omgevingsdienst Twente heeft een directeur die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met de leiding van de ambtelijke organisatie.
2. 3.
26.
Arbeidsvoorwaardenregeli 27. ng
1.
De Omgevingsdienst Twente heeft een directeur die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met de leiding van de Omgevingsdienst Twente.
De directeur van de Omgevingsdienst Twente fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
2.
De directeur fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
Het dagelijks bestuur legt de instructie voor de directeur/secretaris vast in een organisatiereglement. Het dagelijks bestuur beslist over in dienst nemen, ontslag en schorsing van de directeur/secretaris op voordracht van een meerderheid van het dagelijks
3.
Het dagelijks bestuur beslist over het in dienst nemen, het ontslag en de schorsing van de directeur/secretaris.
24.
De eerste zinsnede is komen te vervallen, omdat een dergelijke instructie op papier in de praktijk niet plaatsvindt. Het is daarnaast geen wettelijke verplichting.
Het dagelijks bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, het schorsen en ontslaan van het personeel en regels vast te stellen voor de ambtelijke organisatie.
Dit artikel is komen te vervallen, omdat de bepalingen al uit de wet volgen (zie artikel 57 e.v. Wet gemeenschappelijke regelingen en art.10:3 lid 1 en art. 10:12 Awb én art. 3:61 BW).
Het dagelijks bestuur bepaalt, na overeenstemming met de ondernemingsraad en met inachtneming van de bepalingen uit de Wet op de ondernemingsraden, onder welke voorwaarden arbeidsovereenkomsten worden aangegaan en welke CAO op het personeel in dienst van de Omgevingsdienst van toepassing is.
Dit artikel is komen te vervallen, omdat de bepalingen al uit de wet volgen (zie artikel 57 e.v. Wet gemeenschappelijke regelingen en art.10:3 lid 1 en art. 10:12 Awb én art. 3:61 BW).
Hoofdstuk 7: Begroting en jaarrekening Begroting en Bijdrageverordening
Hoofdstuk 6: Personeel De directeur/secretaris
Hoofdstuk 7: Begroting en jaarrekening 28.
1.
Het algemeen bestuur stelt in de begroting voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft een raming vast voor de door elke deelnemer verschuldigde bijdrage voor de uitvoering van de in artikel 4 bedoelde taken.
2. 3. a.
Begroting en Bijdrageverordening
25.
1.
Het algemeen bestuur stelt in de begroting voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft een raming vast van de door elke deelnemer verschuldigde bijdrage voor de uitvoering van de in artikel 4 bedoelde taken.
De deelnemers nemen het door de Omgevingsdienst Twente geraamde bedrag op in hun begroting.
2.
De deelnemers nemen het door de Omgevingsdienst Twente geraamde bedrag op in hun begroting.
Het algemeen bestuur kan een bijdrageverordening vaststellen met daarin onder meer opgenomen:
3.
Het algemeen bestuur kan een bijdrageverordening vaststellen met daarin onder meer opgenomen:
een systematiek voor de toerekening van kosten aan facultatieve taken zoals genoemd in de artikelen 5 en 6
a.
een systematiek voor de toerekening van kosten aan facultatieve taken zoals genoemd in de artikelen 5 en 6, en
b.
een regeling over de toerekening van het exploitatiesaldo als bedoeld in artikel 30.
b.
een regeling over de toerekening van het exploitatiesaldo als bedoeld in artikel 30
c.
een regeling over de toerekening van desintegratiekosten bij uittreding van deelnemers zoals bedoeld in artikel 34.
4.
Verrekening van het verschil tussen het geraamde bedrag als bedoeld in lid 1 met het werkelijk verschuldigde bedrag op basis van de vastgestelde Jaarrekening over hetzelfde jaar vindt plaats terstond na de vaststelling van de jaarrekening.
4.
Verrekening van het verschil tussen het geraamde bedrag als bedoeld in lid 1 met het werkelijk verschuldigde bedrag op basis van de vastgestelde Jaarrekening over hetzelfde jaar vindt plaats terstond na de vaststelling van de jaarrekening.
5.
De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid van de wet zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting indien deze wijzigingen niet leiden tot een verhoging van de door de deelnemers verschuldigde bijdragen aan de Omgevingsdienst Twente.
5.
De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid van de wet zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting indien deze wijzigingen niet leiden tot een verhoging van de door de deelnemers verschuldigde bijdragen aan de Omgevingsdienst Twente.
Sub c is komen te vervallen, omdat de nieuwe wet gemeenschappelijke regelingen voorschrijft dat dit voortaan geregeld is in de regeling (zie art. 31 e.v.).
Garantiebepaling en 29. aangaan van geldleningen
Jaarrekening
30.
1.
De deelnemers dragen er steeds zorg voor en staan er garant voor dat de Omgevingsdienst Twente te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. De deelnemers betalen de in artikel 28 lid 1 bedoelde bijdrage bij wijze van voorschot, zoals dat in de Bijdrageverordening is aangegeven.
2.
1.
De deelnemers dragen er steeds zorg voor en staan er garant voor dat de Omgevingsdienst Alleen redactionele wijzigingen, geen inhoudelijke. Twente te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. De deelnemers betalen de in artikel 25 eerste lid bedoelde bijdrage bij wijze van voorschot, zoals dat in de Bijdrageverordening is aangegeven.
De Omgevingsdienst Twente is, na instemming van het algemeen bestuur, bevoegd tot het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten.
2.
Het dagelijks bestuur is, na instemming van het algemeen bestuur, bevoegd tot het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten.
3.
De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de op grond van het in het vorige lid bepaalde opgenomen gelden, zulks op basis van hun procentuele bijdrage in de begroting van het betreffende jaar.
3.
De deelnemers staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de op grond van het in het vorige lid bepaalde opgenomen gelden, zulks op basis van hun procentuele bijdrage in de begroting van het betreffende jaar.
1.
Het algemeen bestuur kan besluiten de volgens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele:
1.
Het algemeen bestuur kan besluiten de volgens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele:
Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Wijziging
Toetreding
31.
32.
33.
Jaarrekening
26.
27.
a.
af te boeken van het weerstandsvermogen voor zover toereikend;
a.
af te boeken van het weerstandsvermogen voor zover toereikend;
b.
met in achtneming van de op grond van artikel 28 vastgestelde regeling ten laste te brengen van de deelnemers.
b.
met in achtneming van de op grond van artikel 25 vastgestelde regeling ten laste te brengen van de deelnemers.
2.
Exploitatiesaldo
Garantiebepaling en aangaan van geldleningen
Het algemeen bestuur kan besluiten de volgens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele:
2.
Het algemeen bestuur kan besluiten de volgens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele:
a.
tot het vastgestelde maximum toe te voegen aan het weerstandsvermogen;
a.
tot het vastgestelde maximum toe te voegen aan het weerstandsvermogen;
b.
met in achtneming van de op grond van artikel 28 vastgestelde regeling uit te keren aan de deelnemers.
b.
met in achtneming van de op grond van artikel 25 vastgestelde regeling uit te keren aan de deelnemers.
1.
Indien enig jaar een batig saldo oplevert, kan dit saldo worden toegevoegd aan het weerstandsvermogen van de Omgevingsdienst Twente.
2.
Het weerstandsvermogen mag worden aangehouden tot een door het algemeen bestuur bepaald maximaal noodzakelijk niveau, passend bij het risicoprofiel van de Omgevingsdienst Twente. Het meerdere wordt terugbetaald aan de deelnemers op de wijze als geregeld in de Bijdrageverordening.
3.
Indien enig jaar een nadelig exploitatiesaldo oplevert, wordt het nadelig exploitatiesaldo door de deelnemers gedragen op de wijze als geregeld in de Bijdrageverordening.
1.
Deze regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur of van een deelnemer worden gewijzigd door een daartoe strekkend besluit van alle deelnemende colleges met toestemming van hun raden dan wel staten.
2.
Geen wijzigingen.
Dit artikel is komen te vervallen, omdat het beschreven staat in de bijdrageverordening.
Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Wijziging
1.
Deze regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur onderscheidenlijk op voorstel van een college worden gewijzigd door een daartoe strekkend besluit van alle deelnemende colleges met toestemming van hun vertegenwoordigende organen.
Indien het algemeen bestuur een wijziging van deze regeling wenselijk acht, zendt het dagelijks bestuur de door het algemeen bestuur vastgestelde ontwerpwijziging met een toelichting aan de colleges.
2.
Indien het algemeen bestuur een wijziging van deze regeling wenselijk acht, zendt het dagelijks bestuur de door het algemeen bestuur vastgestelde ontwerpwijziging met een toelichting aan de colleges.
3.
De colleges hebben de gelegenheid binnen acht weken na dagtekening hun zienswijzen naar voren te brengen dan wel toestemming als bedoeld in artikel 51 van de wet te vragen aan hun gemeenteraden dan wel provinciale staten en een besluit te nemen.
3.
Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat alle colleges overeenkomstig artikel 51 van de wet tot de wijziging hebben besloten.
4.
Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen. Tot dergelijke wijziging kan worden besloten door middel van een besluit van het algemeen bestuur met gewone meerderheid van stemmen.
1.
Tot de regeling kunnen uitsluitend colleges van gemeenten, provincies en dagelijkse besturen van waterschappen en andere openbare lichamen toetreden.
1.
Tot de regeling kunnen uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders, colleges van gedeputeerde staten dagelijkse besturen van waterschappen toetreden.
2.
De deelname gaat in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur en het bevoegde bestuursorgaan van de toetredende deelnemer.
2.
De deelname gaat in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur en het bevoegde bestuursorgaan van de toetredende deelnemer.
Toetreding
28.
29.
Voormalig lid 3 is komen te vervallen, omdat deze termijn met de komst van de nieuwe wet gewijzigd is en de termijn ook wettelijk geregeld is. Gelet op de wens om bepalingen die wettelijk geregeld zijn, niet nogmaals in de regeling te herhalen, wordt niet de niewe termijn genoemd.
Uittreding
3.
Het algemeen bestuur stelt voor de nieuwe deelnemer een toetredingsvergoeding vast gerelateerd aan de stand van het weerstandsvermogen en andere voorwaarden waaraan de nieuwe deelnemer moet voldoen.
34 1.
Indien een deelnemer na verkregen toestemming van zijn raad en staten heeft besloten uit de regeling te treden, doet deze van het voornemen hiertoe mededeling aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voorgenomen besluit onverwijld aan de andere deelnemers.
2.
Uittreding
Het algemeen bestuur stelt voor de nieuwe deelnemer een toetredingsvergoeding vast gerelateerd aan de stand van het weerstandsvermogen en kan andere voorwaarden stellen waaraan de nieuwe deelnemer moet voldoen.
1.
Een college van burgemeester en wethouders van één van de deelnemende gemeenten of het college van gedeputeerde staten van een deelnemende provincie kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 51 van de wet en bij of krachtens artikel 18.21 van de Omgevingswet.
Voortaan moet in elke gemeenschappelijke regeling uitdrukkelijk bepaald worden hoe de gevolgen van uittreding worden geregeld. Dit betekent dat in ieder geval de volgende onderwerpen geregeld moeten zijn: - Besluitvorming rondom wijziging, opheffing, toetreding en gevolgen van uittreding vindt plaats door deelnemende bestuursorganen. Het bestuur van de Omgevingsdienst heeft daarin formeel geen rol. Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij - De voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden. wordt een opzegtermijn van 1 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende - De gevolgen voor het vermogen van de Omgevingsdienst door uittreding. kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn - De gevolgen voor het vermogen van deelnemende gemeenten/provincie door uittreding. overeenkomen of de wet tot een andere datum dwingt. In de navolgende artikelen wordt hier gehoor aan gegeven.