Wijzigingen in de verordening bekostiging leerlingenvervoer
Tekst van het document
Wijzigingen verordening bekostiging leerlingenvervoer vs. huidige verordening leerlingenvervoer Hieronder is een overzicht opgenomen van de wijzigingen in de nieuwe Verordening bekostiging leerlingenvervoer ten opzichte van de huidige Verordening leerlingenvervoer: Was/ huidige verordening Artikel 1
Wat
Wordt/ nieuwe verordening Artikel 1
Wat
N.v.t.
Artikel 2: doelstelling
N.v.t.
N.v.t.
Artikel 4: gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag Artikel 5: OOGO
N.v.t.
Artikel 6, lid 3
Is een nieuw toegevoegd artikel. Zie nadere toelichting onder deze tabel. Is een nieuw toegevoegd artikel. Zie nadere toelichting onder deze tabel. Is een nieuw toegevoegd artikel. Het is een KAN bepaling. Geeft ruimte voor het afgeven van meerjarige beschikkingen. 6 kilometer. Zie nadere toelichting onder deze tabel. Is een nieuw toegevoegd artikel. Het is een KAN bepaling. Zie nadere toelichting onder deze tabel.
Artikelen 10 lid 1 en 17 lid 1
4 kilometer
Artikel 9: afstandsgrens
In artikel 1 was het begrip “opstapplaats” toegelicht
In de toelichting staat: In de gemeente Hellendoorn wordt op dit moment geen gebruik gemaakt van opstapplaatsen.
Artikel 10: aanwijzing opstapplaats
In de toelichting van artikel 1
Artikel 12: schooltijden en wachttijden
In de toelichting van artikel 1 (woning)
Artikel 13: tijdelijk verblijf buiten de gemeente.
In de toelichting van artikelen 1 en 3
Artikel 14: vervoersvoorziening naar stageadres.
Aantal nieuwe definities toegevoegd.
Is een nieuw toegevoegd artikel. De inhoud hiervan is (ongeveer) gelijk aan hetgeen in de toelichting van de huidige verordening staat. Hier staat hetzelfde als in de toelichting van de huidige verordening, maar is aangevuld met nadere voorwaarden. Deze komen overeen met hetgeen we op regionaal niveau hierover hebben afgesproken en vastgelegd in een factsheet. Is een nieuw toegevoegd artikel. Hier staat hetzelfde als in de toelichting van de huidige
N.v.t.
Artikel 15: afwijzingsgronden
Artikel 17 lid 1
Artikel 17 lid 3: OV vergoeding richting VSO Artikelen 17 lid 4, 18 lid 2 en 20 lid 2 onder c
Artikel 13 en artikel 19
Kilometervergoeding voor de fiets en auto afgeleid van de Reisregeling binnenland. Deze regeling is inmiddels niet meer geldig.
Artikel 21: bekostiging andere passende vervoersvoorziening Artikel 14
Artikel 23: eigen bijdrage (drempelbedrag)
Artikel 24
Artikel 27
verordening, maar is aangevuld met nadere voorwaarden. Dit geeft meer duidelijkheid. Is een nieuw toegevoegd artikel. Zie nadere toelichting onder deze tabel. Dit is bovenwettelijk. Zie nadere toelichting onder deze tabel. Kilometervergoeding voor de fiets en auto is gelijkgesteld aan de belastingvrije vergoeding eigen vervoer zoals bekend bij de Belastingdienst. Dezelfde vergoeding is ook opgenomen in de verordeningen Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning. Dit is een nieuw toegevoegd artikel. Zie nadere toelichting onder deze tabel. Geldt niet meer voor het speciaal basisonderwijs. Zie nadere toelichting onder deze tabel. Overgangsrecht toegevoegd.
Hieronder volgt een verdere toelichting op de wijzigingen (waar nodig): Algemeen De verordening is beter leesbaar gemaakt. Het blijft een juridisch document, dus enige vorm van juridische taal is niet te voorkomen. De naamgeving van de verordening is gewijzigd. Het woord “bekostiging” is toegevoegd. Dit past bij de basisgedachte dat het in het leerlingenvervoer in beginsel om een bekostiging gaat. De verordening heeft een andere opbouw gekregen: eerst recht op vergoeding vaststellen, daarna wélke vergoeding. In de huidige verordening leerlingenvervoer staan de artikelen per schoolsoort geclusterd. Doelstelling (artikel 2) In dit nieuw opgenomen artikel over de doelstelling staat dat we de goedkoopst passende vorm van leerlingenvervoer vergoeden, waarbij we rekening houden met de individuele situatie van de leerling. Dat wil zeggen: we kiezen – in overleg met ouders/ verzorgers en eventueel de leerling zelf – voor de vervoersvoorziening welke het beste past bij de situatie van de leerling en het gezin. Als er meerdere keuzes zijn, kiezen we voor de goedkoopste optie want de kosten van het leerlingenvervoer moeten beheersbaar blijven (voor zo ver mogelijk, het blijft een zogenaamde openeinde regeling). Ook hebben we opgenomen dat we streven naar zo veel mogelijk zelfstandigheid en zelfredzaamheid in mobiliteit van de leerling.
Dit laatste staat in lid 2 en is een toevoeging ten opzichte van de modelverordening van de VNG.
Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag (artikel 4) Het doel is dat iedere leerling een voor hem of haar passende vorm van vervoer voor de reis van huis naar school en school naar huis heeft. Het uitgangspunt hierbij is dat de leerling – waar mogelijk – zelfstandig en zelfredzaam is dan wel wordt. Het gaat hierbij niet alleen om het leren van reizen, maar het bouwt tegelijkertijd aan zelfvertrouwen, verantwoordelijkheidsgevoel en onafhankelijkheid. Een leerling heeft een leven lang profijt van zelfredzaamheid in mobiliteit. Sterker nog: het vertaalt zich in zijn of haar latere leven op zoveel meer terreinen. Daarom voeren we het gesprek met ouder(s)/ verzorger(s) – en daar waar het kan, ook de leerling – over het ontwikkelen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid in mobiliteit. Dit vertalen we naar een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan per leerling. Meerjarige beschikkingen (artikel 6 lid 3) Om voor leerlingenvervoer in aanmerking te komen, moeten ouder(s) of verzorger(s) in de huidige situatie ieder schooljaar een aanvraag indienen. Voor leerlingen van wie duidelijk is dat ze langdurig niet zelfstandig of onder begeleiding kunnen reizen, willen we het mogelijk maken om een meerjarige beschikking af te geven, dus een beschikking geldend voor meerdere schooljaren.
Voor deze kinderen verandert de situatie immers niet, in veel gevallen gaat het dan om een zware (lichamelijke) beperking. Ieder jaar opnieuw een aanvraag doen is in deze gevallen onnodig belastend en pijnlijk confronterend voor ouder(s)/verzorger(s). Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school (artikel 8) In de praktijk zien we aanvragen voor leerlingenvervoer naar de voor de leerling “best passende” school. Echter, in alle drie de onderwijswetten waarop deze verordening is gebaseerd, staat dat leerlingenvervoer wordt toegekend naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Indien een aanvraag wordt gedaan naar een verder weg gelegen school, dienen ouders door middel van een verklaring van de dichtstbij gelegen school aan te tonen dat deze school niet aan de onderwijsbehoeften van de leerling kan voldoen. Ondersteuningsbehoefte of didactische overwegingen zijn geen criterium bij de beoordeling of er recht is op een voorziening van het leerlingenvervoer. Indien sprake is van een ondersteuningsbehoefte van een leerling in het onderwijs, is de Jeugdwet van toepassing om een eventuele voorziening hiervoor te leveren. Ouders/ verzorgers hebben nog steeds vrijheid in de schoolkeuze voor hun kind.
Het staat ouders/verzorgers uiteraard te allen tijde vrij om toch te kiezen voor een verder weg gelegen school, omdat zij van mening zijn dat die school passender is voor de leerling. Zij zijn hierbij niet afhankelijk van de keuzes die de gemeente maakt bij het al dan niet toekennen van een aanvraag voor leerlingenvervoer. De kosten van dergelijke keuzes kunnen echter niet neergelegd worden bij het leerlingenvervoer. Kilometergrens van 4 naar 6 kilometer (artikel 9) Het voorstel is om de kilometergrens voor alle schoolsoorten op te trekken naar de wettelijk toegestane 6 kilometer. Momenteel wonen 26 leerlingen met een indicatie voor aangepast leerlingenvervoer (taxi) tussen de 4 en 6 kilometer van school: Van de 26 leerlingen zijn 5 leerlingen al aan het oefenen met zelfstandig leren reizen (fietsen), daarvan verwachten we dat zij geen aangepast leerlingenvervoer meer nodig hebben. Van de 21 leerlingen die dan nog overblijven is de inschatting dat deze bijna allemaal óf zelfstandig kunnen (leren) fietsen óf kunnen fietsen onder begeleiding. Met andere woorden: deze leerlingen zijn niet structureel gehandicapt in de zin van de verordening en hebben geen recht op aangepast leerlingenvervoer, ongeacht de kilometergrens.
De 21 leerlingen die (waarschijnlijk) geen recht (meer) hebben op aangepast leerlingenvervoer krijgen voor schooljaar 2024/2025 nog wel een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer. In dat schooljaar kijken we samen met ouder(s)/ verzorger(s) en eventueel de leerling naar de overgang van aangepast vervoer naar een zelfstandiger vorm van reizen naar school. Hierbij nemen we de gezinssituatie mee in de beoordeling (zoals opgenomen in artikel 4 lid 1 van de verordening). Iedere aanvraag leerlingenvervoer behandelen we als maatwerk, omdat geen enkele situatie precies hetzelfde is.
NB: -
-
De kilometergrens geldt niet indien sprake is van een structurele handicap als gevolg waarvan de leerling niet zelfstandig en niet onder begeleiding kan fietsen of reizen met het OV. Dit betekent dat leerlingen die structureel gehandicapt zijn in de zin van de verordening en binnen 6 kilometer wonen van school, wel recht hebben op aangepast vervoer. Als de dichtstbijzijnde toegankelijke school op méér dan 6 kilometer staat, is er niet per definitie recht op aangepast vervoer. Als een leerling zelfstandig of onder begeleiding kan fietsen of reizen met het OV, is er recht op een fiets- dan wel OV vergoeding.
De navolgende overwegingen hebben geleid tot het voorstel om de kilometergrens op 6 te zetten: Het door ouders/ verzorgers voor eigen rekening zelf brengen en halen naar een school binnen 6 kilometer achten wij een redelijkerwijs te vergen inzet. De onderwijswetten waarop deze verordening is gebaseerd, hanteren een kilometergrens van 6. Met andere woorden: ook de wetgever acht dit een redelijke grens. In de eerste plaats geldt dat ouders/ verzorgers verantwoordelijk zijn voor het vervoer van hun kind(eren) naar en van school. In uiterste noodzaak/ zeer bijzondere situaties bestaat de mogelijkheid om de hardheidsclausule toe te passen, daarmee blijven we een vangnet bieden. Opstapplaatsen (artikel 10) Dit artikel bepaalt dat het college opstapplaatsen voor het aangepast vervoer kan aanwijzen. Indien we hiertoe in de toekomst toe over willen gaan, zal Wmo raad wederom om advies worden gevraagd. Afwijzingsgronden (artikel 15) Dit artikel is niet in de modelverordening opgenomen, maar hebben we zelf toegevoegd. In dit artikel staan de afwijzingsgronden duidelijk vermeld, zodat hiernaar verwezen kan worden in de beschikking. OV vergoeding richting VSO (artikel 17 lid 3) In dit artikel is bepaald dat leerlingen – onder voorwaarden – in aanmerking kunnen komen voor een OV vergoeding richting het voortgezet speciaal onderwijs.
De wet kent alleen de optie aangepast vervoer richting V(S)O (hiervoor komt een leerling in aanmerking indien de leerling structureel gehandicapt is in de zin van de verordening), maar we stellen voor om ook een OV vergoeding als product binnen het leerlingenvervoer aan te bieden richting het VSO. Dit doen we omdat een VSO vaak op verdere afstand van huis ligt, ouders hebben hierin geen keuze. Daarnaast blijkt in de praktijk dat dit de overstap vanuit het aangepaste vervoer gemakkelijker maakt. Op deze manier bevorderen we ook weer de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van leerlingen. Dit doen we bovenwettelijk, ten gunste van de leerlingen. Andere passende vervoersvoorziening (artikel 21) Het college heeft op basis van dit artikel meer mogelijkheden om bij de verstrekking van een vervoersvergoeding meer maatwerk te leveren. Het gaat hier bijvoorbeeld om een vergoeding voor de aanschaf van een e-bike. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag (artikel 23) In onze huidige verordening, en ook in de modelverordening van de VNG, is opgenomen dat de eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag kan worden opgelegd aan ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, met een gezamenlijk inkomen boven een bepaalde grens.
In de nieuwe verordening stellen we voor om deze bijdrage alleen op te leggen aan ouders van een leerling die een school voor (regulier) basisonderwijs bezoekt en dus niet meer aan ouders van een leerling die naar het speciaal basisonderwijs gaat. Dit doen we bovenwettelijk, ten gunste van de ouders van de leerlingen. Voor het speciaal basisonderwijs is er namelijk weinig keus qua school en daardoor kunnen ouders ook niet kiezen voor een school dichterbij. Dit is anders bij het (regulier) basisonderwijs. Daarbij hebben ouders wel een keus voor een school binnen de 6 kilometer, en is het dus een eigen keuze. NB: het drempelbedrag mag niet worden opgelegd aan ouders waarvan de leerling een structurele handicap heeft in de zin van de verordening (maar dit komt bijna niet voor in het geval de leerling een reguliere basisschool bezoekt). Geen eigen bijdragen als sprake is van pleegzorg (artikelen 23 en 24) In artikelen 23 en 24 wordt geregeld dat eigen bijdragen (in de vorm van een drempelbedrag, artikel 23, en een draagkrachtafhankelijke bijdrage, artikel 24) kunnen worden opgelegd aan ouders. Hoewel
pleegouders gelijk gesteld worden aan ouders, leggen we geen eigen bijdragen op als sprake is van pleegzorg. Pleegouders hebben vaak te maken met hoge(re) kosten voor hun pleegkind(eren). We achten het daarom eerlijk om geen eigen bijdragen aan hen op te leggen.