CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

WEB_Programmabegroting_2024

Informatieronde 17 oktober 2023, gemeente HellendoornBij agendapunt: Speeddate raadsleden met organisatie over Programmabegroting 2024-202735.197 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Tarieven Afvalstoffenheffing Bij de tariefberekening van de afvalstoffenheffing hebben we rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 7,5 procent. Dat resulteert in het volgende beeld:

Afvalstoffenheffing Basisheffing 140 liter restcontainer 240 liter restcontainer opslag hoogbouwcomplex opslag recreatiecomplex

2023

2024

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

€ 179,64 € 69,36 € 133,56 € 76,80 € 126,72

€ 193,08 € 74,52 € 143,52 € 82,56 € 136,20

€ 13,44 € 5,16 € 9,96 € 5,76 € 9,48

7,5% 7,4% 7,5% 7,5% 7,5%

Lastenstijging (€) € 189,00 € 61,00 € 250,00

Lastenstijging (%) 7,5% 7,5% 7,5%

Begrafenisrechten De tarieven van de begrafenisrechten zijn met de inflatiecorrectie van 4,5% verhoogd.

Begrafenisrechten Aankoop eigen graf Begraven volwassene Totaal INHOUDSOPGAVE

2023

2024

€ 2.517,00 € 808,00 € 3.325,00

€ 2.706,00 € 869,00 € 3.575,00

83

Leges De tarieven van de leges zijn verhoogd met een inflatiecorrectie van 7,5 procent. Dit geldt uiteraard niet voor de tarieven die op grond van andere wet- en regelgeving zijn vastgesteld, zoals de tarieven voor reisdocumenten, of voor tarieven waarvan gebleken is dat zij niet kostendekkend zijn. De Legesverordening is ook aangepast op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024. Marktprecariobelasting De tarieven van de marktprecariobelasting worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 7,5 procent. OZB De opbrengst van de OZB is een algemeen dekkingsmiddel. De tarieven van de OZB worden uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Bij de OZB rekenen we in deze begroting met een verhoging van 4,0 procent. Overigens worden de nieuwe tarieven in de raadsvergadering van 30 januari 2024 definitief vastgesteld zodat ook de meest recente ontwikkelingen van de WOZ-waardes nog kunnen worden meegenomen. Bovenstaande tariefstijgingen leiden tot de volgende voorlopige tarieven van de OZB voor 2024:

2023

2024

Tariefontwikkeling

Lastenstijging (%)

Eigendom Woning Niet-woning

0,1085% 0,2956%

0,1128% 0,3074%

0,0043% 0,0118%

4,0% 4,0%

Gebruik Niet-woning

0,2411%

0,2507%

0,0096%

4,0%

Onroerende zaak belasting

Tarieven en WOZ-waarden Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) moeten wij elk jaar alle onroerende zaken taxeren. Voor 2024 zullen alle onroerende zaken in de gemeente worden getaxeerd naar waardepeildatum 1 januari 2023. De resultaten daarvan komen eind 2023 beschikbaar. Zodra de nieuwe taxatiewaarden bekend zijn, zullen de OZB-tarieven definitief worden vastgesteld. Dat zal gebeuren in de raadsvergadering van 30 januari 2024. Reclamebelasting De verordening is redactioneel gelijk gebleven. In 2023 zijn de tarieven niet verhoogd. Voor 2024 worden de tarieven gecorrigeerd voor inflatie. Riool- en waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen worden verhaald om collectieve maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Voor 2024 gaan we uit van een tariefstijging van 7,5 procent, zijnde de inflatiecorrectie.

INHOUDSOPGAVE

84

2023

2024

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

€ 244,44 € 338,16 € 1.097,52

€ 262,80 € 363,48 € 1.179,84

€ 18,36 € 25,32 € 82,32

7,5% 7,5% 7,5%

€ 426,72

€ 458,76

€ 32,04

7,5%

Riool- en waterzorgheffing Vastrecht 0 -500 m3 Vastrecht 501 -1000 m3 Vastrecht 1001 -1500 m3 Opslag voor elke hele of gedeelte van 500 m3 boven 1500 m3

Eenmalig rioolaansluitrecht Sinds 2022 kennen we in onze gemeente een eenmalig rioolaansluitrecht. Voor 2024 zijn de tarieven geïndexeerd voor inflatie.

2023

2024

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

€ 700,00 € 700,00 € 700,00 € 1.400,00

€ 753,00 € 753,00 € 753,00 € 1.505,00

€ 53,00 € 53,00 € 53,00 € 105,00

7,6% 7,6% 7,6% 7,5%

Eenmalig rioolaansluitrecht Aansluiting op een gemengd riool, per perceel Aansluiting op een afvalwaterriool, per perceel Aansluiting op een hemelwaterriool, per perceel Bij gelijktijdige aanleg, per perceel

Toeristenbelasting De gemeente Hellendoorn heeft samen met de Hellendoornse Ondernemers in Recreatie & Toerisme (HORT) de tarieven voor de periode 2024-2027 vastgesteld. In de volgende tabel ziet u die tarieven. De tarieven zijn per persoon per nacht. Voor categorie D geldt dat dit het tarief is per vaste standplaats per jaar.

Toeristenbelasting Tarief A: Campings, groepsaccommodaties Tarief B: Zomerhuisjes Tarief C: Hotels, B&B Tarief vaste plaats

2023

2024

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

€ 0,80 € 1,24 € 1,91 € 120,00

€ 0,82 € 1,27 € 1,96 € 123,00

€ 0,02 € 0,03 € 0,05 € 3,00

2,5% 2,4% 2,6% 2,5%

Vermakelijkhedenretributie Al jaren is er een convenant met de enige belastingplichtige, het Avonturenpark. In 2022 hebben we als gemeente weer een nieuw convenant afgesloten met als looptijd 2023-2027. Door deze overeenkomst af te sluiten wordt voorkomen dat de verordening vermakelijkhedenretributie in werking treedt. Het komt er in zo’n retributie op neer dat voor elke bezoeker het Avonturenpark een vast bedrag betaalt. In het convenant wordt dit ‘afgekocht’ voor een vast bedrag per jaar. Hierdoor wordt de administratieve last voor beide partijen beperkt. Gecombineerde aanslag 2024 Voor 2024 zal het merendeel van de gecombineerde aanslagen (OZB, afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing) naar verwachting worden opgelegd per eind februari 2024. Betaling van de aanslag 2024 Omdat heel veel burgers een machtiging hebben afgegeven tot automatische incasso, hebben zij meestal tien termijnen om het verschuldigde bedrag te voldoen.

INHOUDSOPGAVE

85

Kwijtschelding Bij de afhandeling van de kwijtscheldingsverzoeken maakt de gemeente Hellendoorn maximaal gebruik van de haar geboden mogelijkheden, door 100 procent van de bijstandsnorm aan te merken als kosten van bestaan. Voor pensioengerechtigden hanteren we een ruimere norm. Ook de wettelijke mogelijkheid om rekening te houden met de kosten van kinderopvang, wordt door de gemeente Hellendoorn toegepast. Om de administratieve lasten voor de burger en de uitvoeringskosten te beperken, toetst de gemeente de jaren na een eerste toewijzing via het Inlichtingenbureau.

Hoe scoren we in vergelijking met andere gemeenten? Sinds 2020 kennen we een benchmark gemeentelijke woonlasten. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) stelt de benchmark samen en neemt die op in de Atlas van de lokale heffingen. Hieronder ziet u de vergelijking in grafiekvorm uit de Atlas Lokale Lasten 2023.

De benchmark laat voor 2023 zien dat Hellendoorn in Overijssel voor de meerpersoonshuishoudens in een koopwoning op de 17de plek staat, waarbij op de eerste plek de gemeente met de laagste lokale lasten staat. Hieronder ziet u de benchmark opgesplitst in woonlasten voor een één- en meerpersoonshuishouden met of zonder koopwoning. Huurwoning woonlasten éénpersoonshuishouden 1 Kampen 2 Rijssen-Holten 3 Dalfsen 4 Tubbergen 5 Zwolle 6 Borne 7 Dinkelland 8 Raalte 9 Ommen 10 Deventer 11 Steenwijkerland 12 Staphorst 13 Twenterand 14 Zwartewaterland 15 Olst-Wijhe 16 Oldenzaal 17 Hardenberg 18 Hengelo 19 Hellendoorn 20 Wierden 21 Hof van Twente 22 Enschede 23 Almelo 24 Losser 25 Haaksbergen Overijssel Landelijk

INHOUDSOPGAVE

€ 338 € 338 € 362 € 365 € 368 € 380 € 401 € 406 € 419 € 423 € 425 € 431 € 440 € 440 € 458 € 459 € 487 € 489 € 493 € 495 € 526 € 536 € 558 € 567 € 573 € 447 € 449

Koopwoning woonlasten éénpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten € 657 2 Steenwijkerland € 713 3 Kampen € 720 4 Zwartewaterland € 745 5 Ommen € 768 6 Zwolle € 778 7 Tubbergen € 779 8 Dalfsen € 790 9 Raalte € 803 10 Hardenberg € 805 11 Staphorst € 844 12 Oldenzaal € 856 13 Dinkelland € 862 14 Deventer € 869 15 Hengelo € 889 16 Wierden € 890 17 Borne € 936 18 Hellendoorn € 937 19 Enschede € 938 20 Twenterand € 940 21 Hof van Twente € 963 22 Almelo € 967 23 Olst-Wijhe € 1.015 24 Losser € 1.028 25 Haaksbergen € 1.039 Overijssel € 861 Landelijk € 877

Huurwoning woonlasten meerpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten 2 Rijssen-Holten 3 Dalfsen 4 Tubbergen 5 Zwolle 6 Borne 7 Dinkelland 8 Ommen 9 Raalte 10 Staphorst 11 Steenwijkerland 12 Deventer 13 Olst-Wijhe 14 Twenterand 15 Hellendoorn 16 Oldenzaal 17 Zwartewaterland 18 Wierden 19 Hengelo 20 Hardenberg 21 Enschede 22 Hof van Twente 23 Haaksbergen 24 Losser 25 Almelo Overijssel Landelijk

86

€ 365 € 389 € 390 € 393 € 406 € 410 € 429 € 450 € 451 € 457 € 458 € 468 € 480 € 481 € 493 € 495 € 513 € 521 € 528 € 530 € 565 € 566 € 573 € 598 € 602 € 480 € 532

Koopwoning woonlasten meerpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten € 708 2 Steenwijkerland € 746 3 Kampen € 748 4 Ommen € 799 5 Tubbergen € 807 6 Zwolle € 815 7 Dalfsen € 818 8 Zwartewaterland € 818 9 Raalte € 848 10 Hardenberg € 848 11 Staphorst € 870 12 Dinkelland € 890 13 Oldenzaal € 892 14 Deventer € 913 15 Wierden € 915 16 Hengelo € 928 17 Hellendoorn € 937 18 Enschede € 966 19 Borne € 967 20 Twenterand € 981 21 Hof van Twente € 1.003 22 Almelo € 1.011 23 Olst-Wijhe € 1.037 24 Haaksbergen € 1.039 25 Losser € 1.059 Overijssel € 895 Landelijk € 960

Hoe ziet de kostenonderbouwing eruit? Inleiding Vanaf het begrotingsjaar 2017 dient er in de paragraaf Lokale heffingen inzicht gegeven te worden in de mate waarin een heffing kostendekkend is waarbij de tarieven niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Het betreft de volgende heffingen: leges, afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en begrafenisrechten. De nieuwe regels die in het Besluit Begroting en Verantwoording zijn opgenomen vereisen inzicht in op welke manier bij de berekening van tarieven van heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn, is bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden. Verder moet informatie gegeven worden over de beleidsuitgangspunten en hoe die gehanteerd zijn bij de tariefstelling. Voor de bepaling van de mate waarin de tarieven kostendekkend zijn hebben we gebruik gemaakt van externe deskundigheid, te weten Kostendekkendheid.nl. Inmiddels 113 gemeenten (één op de drie) maken gebruik van dit bedrijf voor de paragraaf lokale heffingen. Door de wijziging van het BBV zijn vanaf de begroting 2017 nieuwe begrotingsregels van kracht. De nieuwe regels hebben invloed op de kostenonderbouwing van gemeentelijke heffingen. Zo is verplicht om in de paragraaf lokale heffingen van de begroting een uitsplitsing weer te geven tussen de directe kosten van het betreffende beleidsprogramma en de overhead.

De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking. Er zal een ingrijpende stelselherziening plaatsvinden, waarbij 26 wetten en daarbij behorende besluiten en regelingen opgaan in één wet, de Omgevingswet (Ow), vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en één ministeriële regeling. Het gaat dan om het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Omgevingsbesluit (Ob). Er geldt vervolgens één Omgevingsregeling. Deze stelselwijziging heeft ook invloed op de legesverordening titel 2. Op het moment van opstellen van de begroting is de legesverordening nog niet vastgesteld in de gemeenteraad. Voor inwerkingtreden van de wet moeten de verschillende verordeningen aangepast worden. Voor een aantal is dit al geregeld, maar voor enkele producten zal dat in het najaar nog moeten gebeuren. Dit is ook ingepland in de beleidsagenda (college in oktober, informatieronde, debatronde en raadsvergadering in november). Voorbeeld is de legesverordening. Er is ook gewerkt aan het maken van een Verordening fysieke leefomgeving. Hierin worden de regimes over de fysieke leefomgeving beleidsneutraal gebundeld.

De formele vaststelling van de verordeningen zal worden voorgelegd in november in reguliere raadscyclus: -optioneel inforonde 14 november 2023-, debatronde 21 november 2023 en gemeenteraad 28 november 2023. Data zijn inmiddels afgestemd met de griffie. Berekening van de kostendekking kan op dit moment feitelijk niet plaatsvinden en zal meegenomen worden bij het definitieve raadsvoorstel over de legesverordening van 2024. In de begroting 2025 wordt uiteraard de kostendekkendheid weer in de paragraaf lokale heffingen opgenomen.

1.

Belang vaststellen kostendekkendheid

De toenemende vraag naar politieke en publieke verantwoording van tarieven is een belangrijke reden om over te gaan tot een beter systeem van kostprijsberekening. Dit betekent dat het tarief dat voor een product wordt gerekend op een inzichtelijke manier samengesteld moet worden uit de kosten en baten zoals opgenomen in de primitieve begroting en daarnaast uit de beleidsinhoudelijke keuzes die gemaakt worden. Kortom: het maakt de afwegingen over de hoogte van tarieven inzichtelijk en het maakt daarmee het besluitvormingsproces helder. Niet alleen voor de gemeente zelf maar ook voor de burger. Hiermee valt te controleren of de legesverordening aan de wettelijke eisen van maximaal 100 procent kostendekkendheid voldoet. Zolang de maximale kostendekkendheid van 100 procent niet bereikt is, is er ruimte voor verhoging van tarieven. Daarbij mogen de in de tarieventabel voorkomende wettelijk voorgeschreven maximale tarieven niet verhoogd worden. Het vaststellen van de tarieven in de Legesverordening is een bevoegdheid van de Raad. Kennis over de kostendekkendheid maakt een afweging mogelijk om tarieven te verhogen of juist te verlagen. Kostendekkendheid.nl adviseert daarbij om INHOUDSOPGAVE

87

geen exact 100 procent kostendekkende legesverordening na te streven, dat is risicovol. Kosten worden grotendeels toegerekend op basis van jurisprudentie en het is denkbaar dat er nieuwe jurisprudentie ontstaat. Dan kan de kostendekkendheid overschreden worden. Door iets onder het toegestane maximum te blijven wordt dit risico opgevangen. 1.1 Kostprijsberekening methode Kostendekkendheid.nl kiest bij de bepaling voor kostendekkendheid voor de zogenaamde Activity Based Costing method (ABC methode), dit is één van de methoden die ook worden beschreven in de handleiding kostentoerekening 2016 van de VNG. Bij deze methode worden alle handelingen om te komen tot een prestatie onderzocht en vervolgens vermenigvuldigd met een uurprijs van een behandelend ambtenaar. Van alle producten wordt inzichtelijk gemaakt wat de gemiddelde tijdsbelasting is en hoeveel producten er verkocht worden. Deze methode is ook goed verdedigbaar tijdens eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Nog niet voor alle producten is deze wijze van kostprijsberekening toegepast, omdat dit een arbeidsintensief proces betreft. Er is gekozen om eerst de producten in kaart te brengen met de hoogste omzet. Inmiddels zijn 98 producten onderzocht waarmee 95 procent van de legesopbrengsten is berekend volgens de ABC methode. Bij de overige producten is de benchmark met andere gemeenten het uitgangspunt geweest.

1.2 Kruissubsidiëring Wanneer er sprake is van veel verschillende tarieven in een verordening zoals bij leges, hoeft de maximale kostendekkendheid niet per tarief te gelden. Zolang het maximum van 100 procent voor het geheel niet overschreven wordt kan dit per tarief wel gelden. Door kruissubsidiëring is het mogelijk om de ‘winst’ van bepaalde producten te gebruiken om het ‘verlies’ op andere producten te dekken.

Uitzonderingen kruissubsidiëring: Op het uitgangspunt van verordeningsbrede kruissubsidiëring bestaan enkele uitzonderingen: 1.

De Europese Dienstenrichtlijn beperkt de mogelijkheden voor kruissubsidiëring bij leges die samenhangen met bedrijfsactiviteiten tot een cluster van samenhangende vergunningen.

2.

De wetgeving over de omgevingsvergunning gaat ervan uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening erbuiten.

1.3 Uitvoering onderzoek De primitieve begroting is de basis voor de berekening van het onderzoek kostendekkendheid leges. Ook is gebruik gemaakt is van de “Handreiking kostentoerekening leges en tarieven” (opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken) en van het kostenmodel van de VNG. Er is geen wettelijk voorgeschreven lijst van toe te rekenen kosten en baten. Er zijn uitsluitend richtlijnen, waarvan een groot deel voortvloeit uit jurisprudentie. 1.4 Toerekenbare kosten Er mogen alleen kosten worden toegerekend die direct met de dienstverlening samenhangen. Tot de toe te rekenen kosten behoren onder andere: •

Directe loonkosten

•

Overheadkosten*

•

Directe materiaalkosten

•

Perceptiekosten (kosten heffen en invorderen)

•

Kosten bezwaar en beroep gericht tegen de belastingheffing of belastinginvordering

•

Kosten oninbaarheid

•

Kosten kwijtschelding

•

BTW kosten

•

Voorlichtingskosten, voor zover niet samenhangend met beleidsvoorbereiding en beleidsvaststelling

INHOUDSOPGAVE

88

•

Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle mits het hier de eerste controle op het nakomen van vergunningsverlening betreft of de kosten specifiek samenhangen met de verleende dienst zoals de milieucontrole bij afvalstoffenheffing

* Definitie overheadkosten volgens de “notitie overhead van de commissie BBV”: Overheadkosten zijn de kosten die verhaald mogen worden welke weliswaar niet rechtstreeks samenhangen met de verleende dienst, maar wel in enig verband hiermee staan.

1.5 Niet-toerekenbare kosten De kosten die niet direct met de dienstverlening samenhangen mogen niet doorberekend worden. Het gaat hierbij om onder meer: •

Kosten voor beleidsvoorbereiding.

•

Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle, tenzij het om de bij toerekenbare kosten genoemde uitzonderingen gaat.

•

Kosten van inspraak- en bezwaarprocedures, met uitzondering van hetgeen bij toerekenbare kosten genoemd wordt.

2. Berekening kostendekkendheid Titel 1 algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

Kosten

Opbrengsten

Kostendekking

Paragraaf

1

Burgerlijke stand

€ 135.765

€ 59.163

43,58%

Paragraaf

2

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

€ 469.419

€ 444.108

94,61%

Paragraaf

3

Rijbewijzen

€ 165.992

€ 157.342

94,79%

Paragraaf

4

Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

€ 3.816

€ 3.243

84,98%

Paragraaf

5

Bestuursstukken

€0

€0

0,00%

Paragraaf

6

Vastgoedinformatie

€0

€0

0,00%

Paragraaf

7

Overige publiekszaken

€ 12.497

€ 6.546

52,38%

Paragraaf

8

Gemeentearchief

€0

€0

0,00%

Paragraaf

9

Bijzondere wetten

€ 37.216

€ 9.411

25,29%

Paragraaf

10

Diversen

€ 37.603

€ 26.534

70,56%

€ 862.308

€ 706.347

81,91%

Kostendekking Hoofdstuk 1

Lasten De lasten zoals in de begroting zijn opgenomen zijn niet altijd voor 100 procent toerekenbaar. Een deel van de kosten kan niet direct in verband gebracht worden met de uitgevoerde dienst. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van handhaving of bezwaar en beroep betreffende de vergunning. De volgende lasten (niet limitatief) zijn in de berekening meegenomen, waarbij uitgegaan is van het toerekenbare deel: 1.

Apparaatskosten (bestaat uit directe loonkosten verhoogd met percentage overheadkosten);

2. Kosten voor Bijzonder ambtenaren van de burgerlijke stand (trouwen); 3. Trouwboekjes; 4. Afdrachten aan het Rijk; 5. Kosten van druk- en bindwerk; 6. Aankoopkosten van gehandicapten parkeerkaarten en medische indicatie.

Toelichting: Bij titel 1 is weinig ruimte om de tarieven te verhogen omdat de opbrengsten voornamelijk veroorzaakt worden door paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestane hoogte. INHOUDSOPGAVE

89

Titel 2 dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Zoals bij de inleiding vermeld staat is een berekening van de kostendekking op dit moment feitelijk niet goed mogelijk en deze zal meegenomen worden bij het definitieve raadsvoorstel over de legesverordening van 2024. In de begroting 2025 wordt uiteraard de kostendekkendheid weer in de paragraaf lokale heffingen opgenomen.

Lasten In zijn algemeenheid geldt voor de leges van de omgevingsvergunning dat de lasten zoals in de begroting zijn opgenomen niet altijd voor 100 procent toerekenbaar zijn. Een deel van de kosten kan niet direct in verband gebracht worden met de uitgevoerde dienst. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van handhaving of bezwaar en beroep. De volgende lasten (niet limitatief) kunnen wel in de berekening worden meegenomen, waarbij uitgegaan is van het toerekenbare deel: 1.

Apparaatskosten (bestaat uit directe loonkosten verhoogd met percentage overheadkosten);

2. Kosten welstandscommissie; 3. Publicatie in de staatscourant.

Toelichting Voor de kostendekking van titel 2 hebben we een impactanalyse laten opstellen. Hieruit blijkt dat de inkomsten wel onder druk staan, maar ook dat er keuzemogelijkheden zijn om tot een reële opbrengstenraming en kostendekking te komen. Hier komen wij uiteraard op terug bij het vaststellen van de legesverordening. Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn

Kosten

Opbrengsten

Kostendekking

Paragraaf

1

Horeca

€ 72.574

€ 51.169

70,51%

Paragraaf

2

Seksbedrijven

€0

€0

0,00%

Paragraaf

3

Winkeltijdenwet

€0

€0

0,00%

Paragraaf

4

Organiseren evenement of markt

€ 9.301

€ 5.326

57,26%

Paragraaf

5

Standplaatsen

€ 3.202

€ 645

20,14%

Paragraaf

6

Huisvestingswet

€0

€0

0,00%

Paragraaf

7

In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

€ 1.456

€ 475

32,62%

€ 86.533

€ 57.615

66,58%

Kostendekking Hoofdstuk 3

Lasten De lasten zoals in de begroting zijn opgenomen zijn niet altijd voor 100 procent toerekenbaar. Een deel van de kosten kan niet direct in verband gebracht worden met de uitgevoerde dienst. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van handhaving of bezwaar en beroep.

Toelichting Titel 3 is een klein onderdeel van de legesverordening wat voor een groot deel bestaat uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij ons, net als veel andere gemeenten niet kostendekkend.

INHOUDSOPGAVE

90

3. Conclusie Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3

Kosten

Opbrengsten

Kostendekking

Kostendekking Hoofdstuk 1

€ 862.308

€ 706.347

81,91%

Kostendekking Hoofdstuk 2

€0

€0

0,00%

Kostendekking Hoofdstuk 3

€ 86.533

€ 57.615

66,58%

Kostendekking totale tarieventabel

€ 948.841

€ 763.962

80,52%

De kostendekkendheid van de gemeente Hellendoorn voldoet voor Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 3 aan de wettelijk gestelde eisen.

Afvalstoffenheffing In zijn algemeenheid is de afvalstoffenheffing volledig bedoeld om de kosten van afvalinzameling en verwerking te dekken. We gebruiken de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing om schokken in de tarieven op te vangen. De voorziening is de afgelopen jaren opgebouwd uit de ontvangen heffingen en daarom willen we deze teruggeven aan de burger. De voorziening wordt in 2024 aangesproken voor € 110.000,--. Dit leidt tot een kostendekkingspercentage van 102,6 procent. De voorziening heeft overigens ruim voldoende saldo om dit op te vangen. bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2024

Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Taakveld Straatreiniging - 1/3 deel naar Afval Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten

3.404 234 - 823 2.815

3.700 222 - 927 2.995

Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW* Toe te rekenen kosten taakveld

628 497 1.125

724 542 1.266

Totale kosten taakveld

3.940

4.261

Totale opbrengsten heffing

3.984

4.371

Dekkingspercentage heffing

101,1%

102,6%

Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing

* De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten

Riool- en waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing willen we niet meer dan kostendekkend houden. Om geen grote fluctuaties in de tarieven voor de riool- en waterzorgheffing te krijgen hebben we de voorziening egalisatie riool- en waterzorgheffing in het leven geroepen. Een bedrag van € 175.801,-- wordt ten laste gebracht van de voorziening en daarmee wordt het dekkingspercentage 96,4%.

INHOUDSOPGAVE

91

bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2024

Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Taakveld straatreiniging - 1/3 deel naar Rioleringen Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten

2.905 256 - 34 3.127

3.383 238 - 37 3.583

Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW* Toe te rekenen kosten taakveld

746 423 1.169

838 463 1.301

Totale kosten taakveld

4.295

4.884

Totale opbrengsten heffing

4.334

4.708

Dekkingspercentage heffing

100,9%

96,4%

Berekening kostendekkendheid riool-en waterzorgheffing

* De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten

Begrafenisrechten Het dekkingspercentage is 82,2 procent en daarmee zijn de tarieven niet kostendekkend. bedragen x € 1.000 Begroting 2023

Begroting 2024

Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten

458 458

411 411

Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW* Toe te rekenen kosten taakveld

116 15 131

157 18 175

Totale kosten taakveld

589

586

Totale opbrengsten heffing

448

482

Dekkingspercentage heffing

76,1%

82,2%

Berekening kostendekkendheid begrafenisrechten

* De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten

INHOUDSOPGAVE

92

Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

INHOUDSOPGAVE

93

Inleiding Risicomanagement is het proces waarbij de organisatie continu en systematisch doorlopen wordt op risico’s. Het doel is de gevolgen ervan te voorkomen of te bestrijden en de positieve effecten ervan te benutten of te versterken. Met andere woorden: risicomanagement is gericht op het voorkomen, vermijden of verkleinen van risico’s. De twee meest gebruikte toepassingen van risicomanagement zijn sturen op risico’s en beheersen van risico’s. In deze paragraaf brengen wij de risico’s in beeld die van invloed zijn op onze bedrijfsvoering (organisatiebreed) en verantwoorden wij de maatregelen die wij nemen om die risico’s beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's zijn we in staat om op een verantwoorde manier besluiten te nemen, waardoor de huidige risico’s en de risico’s gerelateerd aan toekomstige uitgaven en investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van onze organisatie, het zogenaamde weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen: 1.

Het inventariseren van risico’s (risicoprofiel)

2.

Het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit

3.

Het vaststellen van de beschikbare weerstandscapaciteit

4.

Het vergelijken van benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Ook gaan we in deze paragraaf in op de financiële kengetallen. Die geven een aanvullend inzicht in de weer- en wendbaarheid van de gemeente en maken duidelijk hoeveel financiële ruimte er is om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken.

1. Risicoprofiel Aan de hand van de risico-inventarisatie is een risicoprofiel opgesteld. Periodiek worden de risico’s van de organisatie doorlopen en waar nodig opnieuw beoordeeld. Momenteel zijn in totaal 113 risico's in het systeem ingebracht. In onderstaand overzicht presenteren we de tien belangrijkste risico's. Risico’s met de hoogste impact op de benodigde weerstandscapaciteit. De impact van de overige risico’s nemen we mee in het totaal van de benodigde weerstandscapaciteit.

INHOUDSOPGAVE

94

bedragen x € 1.000 Belangrijkste financiële risico's Nr.

Risico gebeurtenis

Risico gevolg

Maatregelen

R67

Cyberaanval met uitval van ICT tot gevolg

Actief - Firewalls, virusscanners, Financieel - ICT ligt plat waardoor informatie niet ontsloten is. Systemen werken mogelijk niet waardoor beheer servers, pen-testen en offline back-up. betalingen en dienstverlening stil kunnen komen te liggen.

Netto financieel maximum 1.500

Netto Kans

Invloed (%)

50%

7,3%

1.000

70%

6,7%

800

70%

5,9%

1.000

50%

5,6%

2.000

30%

5,0%

Impact Continuïteit - Er kan niet gewerkt worden en we kunnen amper tot geen dienstverlening bieden. Imago - Het vertrouwen in de overheid wordt aangetast. Imago - Eventuele identiteitsfraude bij inwoners.

R54

Daling uitkering gemeentefonds

Financieel - De uitkering van het gemeentefonds kan gedurende het begrotingsjaar wijzigen. Bij een daling heeft dit effect op de lopende begroting en zijn direct ombuigingen nodig. Ook heeft een daling impact op de volgende jaren. Ook dan zijn bezuinigingen nodig, maar daarvoor hebben we langer de tijd. Noodzakelijke bezuinigingen bij het Rijk zullen leiden tot ombuigingen die ook gemeenten zullen raken.

Actief - Het opnemen van een voorzichtigheid in de raming van het gemeentefonds.

Impact Continuïteit - Voorzieningenniveau wordt verlaagd.

Suggestie - Lobby in samenwerking met andere gemeenten en VNG.

Suggestie - Op de voet volgen van de ontwikkelingen, zodat je maximale reactietijd hebt om zelf de gevolgen te kunnen sturen.

Actief - De aanstelling van R162 Toename van Jeugdzorg in aantal Financieel - Door toename van het gebruik van cliënten en onvoorspelbaarheid van de jeugdhulp ontstaan tekorten op het budget. Een groot praktijkondersteuners huisarts uitgaven via externe verwijzers gedeelte van de instroom komt buiten de (POH'ers) jeugd in 2019 heeft geleid tot gemeentelijke organisatie vandaan. 60% van de minder doorverwijzingen naar instroom wordt bepaald door huisartsen, andere tweedelijnszorg. Na een positieve medische specialisten of trajecten die opgelegd evaluatie zijn eind 2020 de POH'ers in worden vanuit Jeugdbescherming/Jeugdreclassering. dienst getreden van de gemeente. Impact Continuïteit - Doordat niet te sturen is op volume en doordat met name trajecten gericht op 24uursverblijf kostbaar zijn kan de (financiële) impact groot zijn. Als gevolg van corona zien we toenemende problematiek bij jeugd, ook in lopende casuïstiek, en daarmee toenemende kosten.

R250 Hoge loon- en prijsstijgingen worden Financieel - De vergoeding van inkomsten uit het niet voldoende gecompenseerd via het gemeentefonds voor loon- en prijsstijgingen zijn gemeentefonds. ontoereikend om de werkelijke stijgingen op te vangen, waardoor tekorten in de begroting ontstaan. Impact Continuïteit - Niet alle (beleids)taken kunnen meer op het vastgestelde niveau worden uitgevoerd.

R80

In voorbereiding - Ontwikkelingen Infrastructuur kan technische Financieel - Grote investeringen in wegen. goed bijhouden en inspelen op ontwikkelingen van (motor)voertuigen niet bijhouden Impact Continuïteit - Maatregelen gaan ten koste van veranderingen. andere werkzaamheden. Imago - Imagoschade door achterblijven van infrastructuur.

INHOUDSOPGAVE

95

R251 Inflatie op kosten van energie, lonen en Financieel - De sancties die door de EU opgelegd salarissen, goederen en diensten. Alles worden aan Rusland als reactie op de inval in en gerelateerd aan stijging kosten energie. oorlog met Oekraïne leiden tot stijging van de prijs van gas en andere (fossiele) energie. De kosten van productie stijgen hiermee, met loonstijgingen tot gevolg. Wij dreigen hierdoor in een loon-prijsspiraal te komen die steeds verder oploopt.

1.000

50%

4,8%

500

70%

4,7%

500

90%

4,3%

600

50%

3,2%

1.000

30%

2,9%

Impact Continuïteit - De continuïteit van diverse gemeentelijke activiteiten kan onder druk komen te staan als de lonen en prijzen hoger worden: de beschikbare kredieten kunnen ontoereikend zijn om alle beleid uit te voeren. Ook diverse goederen worden schaars of zijn niet meer leverbaar. Imago - Als gemeente willen we de lastendruk van onze burgers niet verder verhogen door onze tarieven te verhogen met de volle inflatiefactor. Indien dit wel nodig mocht zijn, geeft dit imagoschade voor ons als "eerste overheid".

R132 Groter beroep op open einde Financieel - Het beroep dat de burger kan doen op regelingen vanuit met name Jeugdzorg open einde regelingen zoals Wmo-verstrekkingen, en Wmo jeugdhulp, leerlingenvervoer en bijzondere bijstand is niet gelimiteerd. Dit kan resulteren in tegenvallers.

R172 De tarieven voor ingekochte zorg blijken te laag

In voorbereiding - Er kunnen kwantitatieve maatregelen genomen worden waardoor de doelgroep van de betreffende regelingen kleiner wordt. Daarnaast is het eventueel mogelijk kwalitatieve maatregelen te nemen door de maximale bedragen waar beroep op gedaan kan worden bij te stellen.

Actief - Onderzoek reële tarieven. Financieel - Aanbieders kunnen niet kostendekkend leveren en komen daardoor in de problemen. Dit leidt tot verzoeken om de tarieven te verhogen. en dat leidt tot hogere kosten. Aanbieders houden zich niet aan de contractafspraken en vragen het hoogste tarief. De gemeente kan dan niet altijd weigeren om de zorg in te kopen. Impact Continuïteit - Als individuele gemeente hebben we maar gering invloed op de prijsstelling door aanbieders. En als aanbieders omvallen heeft dit direct gevolgen voor de continuïteit van zorg. Imago - Het imago van de gemeente als opdrachtgever wordt geschaad.

R65

Wachtgeldverplichtingen wethouders

Financieel - Bij eindigen dienstverband wethouders ontstaat een recht op wachtgeld.

Actief - Vormen van een reserve wachtgeldverplichtingen wethouders.

R61

Datalek - Gegevens van inwoners komen op straat

Financieel - De kans bestaat dat er een boete wordt opgelegd (tot maximaal € 820.000,--). Daarnaast kan de gemeente door burgers aansprakelijk worden gesteld voor gevolgschade.

Actief - Extra checks in systemen inbouwen.

Impact Continuïteit - Gevolgen voor positie bestuurders. Die leggen prioriteit bij de oplossing, waardoor regulier werk minder prioriteit heeft. Imago - Imagoschade waarbij het beeld ontstaat van een onzorgvuldige overheid, laks omgaan met privacygevoelige informatie.

INHOUDSOPGAVE

96

Actief - Mensen controles laten uitvoeren. Actief - Een ICT-systeem dat voldoet aan alle informatiebeveiligingsmaatregelen (BIO).

De invloed van een bepaald risico komt tot uitdrukking in het invloedspercentage in de laatste kolom. Dit is een resultante van de risicosimulatie, die de kans en het risicobedrag combineert tot een inschatting waarop het risico zich voor kan doen •

Het maximale bedrag dat met deze tien grote risico’s gemoeid is, is € 9.900.000,--.

•

De overige risico’s vertegenwoordigen een maximaal bedrag van € 12.861.500,--.

•

In totaal hebben alle risico’s samen een (financiële) impact van € 22.761.500,--.

Toelichting risico’s Hieronder worden de risico’s in de top 10 toegelicht.

Gemeentefonds In het gemeentefonds worden we gecompenseerd voor loon- en prijsstijgingen. Hierbij wordt echter uitgegaan van gemiddelden die (t/m 2025) gekoppeld zijn aan de rijksuitgaven. We zien momenteel dat hier grote verschillen zijn met de kosten waar gemeenten daadwerkelijk mee geconfronteerd worden en dat niet alles met terugwerkende kracht wordt gecompenseerd. Toen in mei 2022 de extra middelen van het Rijk voor 2022-2025 werden toegekend, zagen we een flink overschot in de meerjarenbegroting voor 2024. Door de hoge inflatie is dit overschot flink gereduceerd. Vanaf 2026 hanteert het Rijk een ander indexcijfer, namelijk dat van het Bbp. Dit brengt ook voor in de toekomst risico's mee: we weten niet hoe dit gaat uitpakken; dit kan zowel positief als negatief zijn. Hoewel het gemeentefonds vanaf 2026 niet meer “trap-op-trap-af" meebeweegt met de rijksuitgaven, leert de ervaring ons dat ombuigingen bij het Rijk ook worden afgewenteld op gemeenten. Dit gaat regelmatig via het gemeentefonds, maar kan ook door het decentraliseren van taken naar gemeenten onder gelijktijdige verlaging van het noodzakelijke budget, onder het mom dat gemeenten het efficiënter kunnen. Momenteel staat het Rijk voor een uitdaging om de armoede in Nederland te bestrijden. De extra kosten die dit met zich meebrengt zullen zeker ook effect hebben op de middelen die het Rijk beschikbaar stelt.

Het is de vraag of de toegezegde miljarden die de dalende inkomsten vanuit het gemeentefonds moesten verzachten (het 'ravijn’) gehandhaafd worden.

Inflatie / Energie De sancties die door de EU opgelegd worden aan Rusland als reactie op de inval in en oorlog met Oekraïne hebben geleid tot stijging van de prijs van gas en andere (fossiele) energie. Hoewel het ministerie voor 2023 en 2024 het verschil tussen oude en nieuwe gascontracten vergoedt, stijgen ook de kosten van elektra. De hoge energiekosten leiden ook bij leveranciers van goederen en diensten tot forse prijsstijgingen. Door de hogere kosten van al deze zaken worden ook de kosten voor levensonderhoud van de inwoners van Europa hoger. Zij eisen hogere lonen. Ook dit werkt door in de hogere kosten van in te kopen goederen en diensten, tevens in hogere kosten van eigen medewerkers. Hoewel in de voorliggende begroting al wel rekening is gehouden met de huidige loon- en prijsstijgingen is het onduidelijk of we in een loon-prijsspiraal komen.

Sociaal domein Gesignaleerde risico’s WMO Heel Nederland kampt momenteel met een krapte op de arbeidsmarkt en personeelstekort. Ook de huishoudelijke ondersteuning binnen onze gemeente ondervindt hier hinder van. Aanbieders hebben steeds meer moeite met het vinden van personeel. Dit zorgt ervoor dat het lastiger wordt om de benodigde ondersteuning voor een cliënt te vinden en te bieden. Het risico bestaat dat cliënten minder uren hulp kunnen krijgen. Tevens bestaat de kans dat de wachtlijsten voor huishoudelijke ondersteuning zullen oplopen. Door de vergrijzing blijft het aantal cliënten in de huishoudelijke ondersteuning licht stijgen. Bij begeleiding en dagbesteding zien we een lichte stijging in het aantal cliënten. De verwachting is dat dit ook de komende jaren zal blijven stijgen door de vergrijzing. Ouderen zijn vaker eenzaam waardoor de kans hoger is dat deze groep op een eerder moment een beroep zal doen op dagbesteding. Ook zien we dat oudere inwoners langer in de eigen woning blijven wonen, dit sluit overigens aan bij het overheidsbeleid. De vroegere verzorgingshuizen bestaan niet meer en opname in een verpleeghuis is slechts aan de orde als er een INHOUDSOPGAVE

97

ernstige langdurige zorgvraag is. De doorstroom van oudere inwoners vanuit een relatief grote woning naar een kleinere en beter passende woning stagneert door de krapte op de woningmarkt. Hierdoor kan het beroep op de gemeente toenemen voor wat betreft woningaanpassingen en andere hulpmiddelen. Het streven is om ouderen zo lang mogelijk mobiel te laten zijn en dat zal zijn weerslag hebben op de aanvraag van hulpmiddelen op het terrein van vervoer. In augustus 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep 2 uitspraken gedaan over de uurtarieven PGB sociaal netwerk. De tarieven die gemeenten hanteren mogen niet worden vastgesteld op basis van het minimumloon. Bij huishoudelijke hulp moet het tarief uitgaan van het uurloon van de hoogste periodiek van hulp bij het huishouden (cao VVT), plus een vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Bij begeleiding geldt dat het tarief moet uitgaan van de hoogste periodiek van de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) plus een vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Al met al is het risico dat er hogere kosten voor gemeenten zijn omdat het pgb voor informele hulp zeer waarschijnlijk duurder wordt en daarnaast is er de mogelijkheid voor aanzuigende werking op het pgb voor informele hulp omdat dit financieel aantrekkelijker wordt.

Zorgaanbieders geven steeds vaker aan dat de prijzen die zij ontvangen voor de geleverde zorg niet kostendekkend zijn, er is daarom in 2023 een onderzoek reële tarieven opgestart. In de begroting 2024 hebben we voor Wmo en Jeugdzorg samen een stelpost van € 700.000,-- opgenomen voor het geval dat de reële tarieven hoger zijn dan de gemaakte prijsafspraken. Reële prijzen zijn het wettelijke uitgangspunt, dat is vastgelegd in de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijzen Wmo. Gesignaleerde risico’s Participatie Bij het onderdeel Participatie is een risico te duiden rondom een hoger beroep op open einde regelingen, onder andere ten gevolge van de hoge inflatie. In tijden van hoge inflatie is het normaliter te verwachten dat een recessie op de loer ligt met de daarbij behorende stijgende werkloosheid. Op dit moment is er echter sprake van een krapte op de arbeidsmarkt, een vrij unieke situatie. Mocht dit omslaan dan zal het beroep op de Participatiewet toenemen. Ook door hogere taakstellingen op het vlak van huisvesting statushouders kan het uitkeringenbestand toenemen en in het verlengde daarvan het beroep op bijzondere bijstand en minimabeleid. Gesignaleerde risico’s Jeugd De budgetten binnen het sociaal domein zijn open einde regelingen en we kunnen noodzakelijke zorg niet weigeren. Hierdoor zijn er reële risico’s dat overschrijdingen op de budgetten ontstaan.

Door regelmatige prognoses, proberen we beter grip te krijgen op de uitgaven, waardoor tegenvallers eerder gesignaleerd worden en hierop gestuurd kan worden. Net zoals bij de WMO speelt arbeidstekort ook een rol binnen Jeugd. Doordat er niet genoeg personeel beschikbaar is, bestaat de kans dat zorg niet geleverd kan worden of dat er duurder personeel ingehuurd moet worden. Een ander risico is de financiële positie van zorgaanbieders. Nederlandse zorginstellingen bevinden zich financieel in een neerwaartse spiraal door de stijgende personeels- en materiële kosten. We hebben met zorgaanbieders in Twents verband een raamcontract, waarbij de prijzen vastliggen, maar de volumes die afgenomen worden niet. We bereiden ons voor op het regionale inkooptraject jeugdzorg 2025. De aanbieders geven steeds vaker aan dat de prijzen niet kostendekkend zijn en in 2023 is daarom een onderzoek reële tarieven opgestart. In de begroting 2024 hebben we voor Wmo en Jeugdzorg samen een stelpost van € 700.000,-- opgenomen. Bovendien bieden zorgaanbieders steeds vaker zorg aan buiten het raamcontract aan en willen daarvoor maatwerkafspraken maken, c.q. hogere tarieven afspreken. Het gaat daarbij vaak om schaarse producten die moeten worden ingezet, waarbij er weinig tot geen andere aanbieders zijn die dit ook aanbieden. Ook dat kan dan tot hogere kosten leiden.

Binnen de gemeente zijn we scherp op de inkoop en hebben we ambtelijk ook vorm gegeven aan de makelaarsfunctie. Zorgfraude Zorgfraude is afgelopen jaar meermaals in het nieuws geweest. Er is landelijk nauwelijks zicht op zorgfraude. Zorgfraude vindt plaats in minder zichtbare vormen, bijvoorbeeld door het declareren van zware zorg voor een cliënt die eigenlijk met lichte zorg geholpen zou zijn of het declareren van zorg terwijl de cliënt volgens de gemeente geen of minder zorg nodig heeft. Doordat er nauwelijks zicht is op zorgfraude is het risico aanwezig dat dit ook binnen onze gemeente INHOUDSOPGAVE

98

voorkomt. Binnen onze gemeente zijn we druk bezig om hier meer grip op te krijgen door het invoeren van het beleidsplan “Toezicht en handhaving”. Samen met andere Twentse gemeenten worden er maatregelen ontwikkeld de fraude met zorggeld nog steviger tegen te gaan.

Infrastructurele risico’s Het sterk toenemend gebruik van elektrische fietsen, maar ook de ontwikkelingen op het gebied van elektrische auto’s hebben ongetwijfeld een belangrijke invloed op de manier waarop we onze infrastructuur gebruiken en moeten inrichten. We volgen deze ontwikkelingen en nemen, waar nodig, passende maatregelen.

Wachtgeldverplichtingen wethouders Bij eindigen dienstverband wethouders ontstaat een recht op wachtgeld. Wij storten jaarlijks een bedrag in de reserve wachtgeldverplichtingen wethouders, hiermee bouwen wij een reserve op om bij recht op wachtgeld de voorziening wachtgeld direct vol te storten. Als het dienstverband van alle wethouders tegelijk eindigt, lopen wij het risico dat we niet genoeg reserve hebben opgebouwd om in een keer het recht op wachtgeld van alle wethouders in de voorziening te kunnen storten.

ICT Een cyberaanval of een datalek is iets wat wereldwijd veelvuldig voorkomt. De vraag is veelal al niet of je er mee te maken krijgt, maar wanneer je er mee te maken krijgt. Als gemeente Hellendoorn hebben wij diverse technische en menselijke maatregelen genomen om de kans zo klein mogelijk te maken. We voeren jaarlijks een pentest en diverse andere controles op applicaties uit en daarnaast maken wij gebruik van firewalls, virusscanners en hebben we een offline back-up. Veelal is de oorzaak van een datalek of een cyberaanval te herleiden naar een menselijke handeling. Daarom richten we ons, naast technische maatregelen, ook op bewustwording van onze medewerkers door middel van trainingen, phishing acties en mystery guests.

2. Benodigde weerstandscapaciteit Risicokaart In onderstaande risicokaart zijn de risico’s uitgezet naar financiële impact maal de kans dat het risico zich voordoet. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied, vraagt om aandacht. Een risico met de risicoscore in het rode gebied vereist directe aandacht. Momenteel vallen drie financiële risico’s in het rode risicogebied. •

De tarieven voor ingekochte zorg blijken te laag (R172).

•

Daling uitkering gemeentefonds (R54).

•

Toename van Jeugdzorg in aantal cliënten en onvoorspelbaarheid van de uitgaven via externe verwijzers (R162). Financieel

Netto

x > € 500.000

1

4

4

2

1

€ 250.000 < x < € 500.000

6

3

5

1

€ 100.000 < x < € 250.000

3

1

19

6

1

€ 25.000 < x < € 100.000

5

6

12

6

4

x < € 25.000

4

3

7

2

2

10%

30%

50%

70%

90%

Geen financiële gevolgen Kans INHOUDSOPGAVE

99

Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 22,8 miljoen) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande grafiek en de bijbehorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 6,7 miljoen (de benodigde weerstandscapaciteit). bedragen x € 1.000 Benodigde weerstandscapaciteit Zekerheidspercentage: 10% 25% 50% 75% 80% 90% 95%

3.811 4.413 5.148 5.934 6.131 6.671 7.116

3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Hellendoorn bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. bedragen x € 1.000 Beschikbare weerstandscapaciteit

Verwachte stand ultimo 2023

Vrij aanwendbare Reserve Financieringsreserve Bufferreserve grondexploitatie Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

19.254 8.537 3.539 31.330

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van de berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. Deze ratio geeft een indicatie of de gemeente voldoende in staat is om de aanwezige risico’s op te kunnen vangen. De ratio ziet er volgt uit: Beschikbare Ratio weerstandsvermogen =

weerstandscapaciteit

=

€ 31.330.000

=

4,7

Benodigde € 6.671.000 weerstandscapaciteit

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

INHOUDSOPGAVE

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14994903/2