was wordt lijst versie 6
Tekst van het document
Subsidieverordening aanpassingen
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2014
Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2021
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Artikel 1 Definities
1. Alle begrippen die in deze verordening en de daarop berustende bepalingen gebruikt worden en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn; b. raad: raad van de gemeente Hellendoorn; c. incidentele subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken; d. jaarlijkse subsidie: subsidie, niet zijnde een incidentele subsidie, die per (boek)jaar aan een instelling wordt verstrekt; e. meerjarige subsidie: subsidie, niet zijnde een incidentele subsidie, die voor een periode van maximaal vier jaar aan een instelling wordt verstrekt; f. vrijwilligersorganisatie: een instelling met rechtspersoonlijkheid die werkzaam is op het terrein van cultuur, welzijn, onderwijs, zorg, sport, recreatie en toerisme en die geheel werkt met vrijwilligers; g. beroepsmatig werkende instellingen: een instelling met rechtspersoonlijkheid die werkzaam is op het terrein van cultuur, welzijn, onderwijs, zorg, sport, recreatie en toerisme en die beroepskrachten in dienst heeft; h.
maatschappelijke ontwikkeling: de beleidsterreinen cultuur, welzijn, onderwijs en zorg; i. boekjaar: kalenderjaar;
2. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn; b. raad: raad van de gemeente Hellendoorn; c.
incidentele subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken;
d. jaarlijkse subsidie: subsidie, niet zijnde een incidentele subsidie, die per (boek)jaar aan een instelling wordt verstrekt; e. meerjarige subsidie: subsidie, niet zijnde een incidentele subsidie, die voor een periode van maximaal vier jaar aan een instelling wordt verstrekt; f. vrijwilligersorganisatie: een instelling met rechtspersoonlijkheid die werkzaam is op het terrein van cultuur, welzijn, onderwijs, zorg, sport, recreatie en toerisme en die geheel werkt met vrijwilligers; g. beroepsmatig werkende instellingen: een instelling met rechtspersoonlijkheid die werkzaam is op het terrein van cultuur, welzijn, onderwijs, zorg, sport, recreatie en toerisme en die beroepskrachten in dienst heeft; h. maatschappelijke ontwikkeling: de beleidsterreinen cultuur, welzijn, onderwijs en zorg; i. boekjaar: kalenderjaar;
j.
k.
rechtspersoonlijkheid: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid; risicobedrag: het bedrag dat wordt berekend op basis van alle onderdelen van de begroting van de instelling waarop zij risico’s lopen dat meerkosten of minder opbrengsten plaats kunnen vinden.
j.
vervallen
j. risicobedrag: het bedrag dat wordt berekend op basis van alle onderdelen van de begroting van de instelling waarop zij risico’s lopen dat meerkosten of minder opbrengsten plaats kunnen vinden.
Artikel 2 Reikwijdte verordening
Artikel 2 Reikwijdte verordening
1. Voor de volgende beleidsterreinen kan subsidie worden verstrekt: a. maatschappelijke ontwikkeling; b. sport; c. recreatie en toerisme. 2. Het college stelt nadere regels, waarin de te subsidiëren activiteiten en de doelgroepen per beleidsterrein worden omschreven.
1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college op de volgende beleidsterreinen: a. maatschappelijke ontwikkeling; b. sport; c. recreatie en toerisme. 2. Het college stelt nadere regels, waarin de te subsidiëren activiteiten en de doelgroepen per beleidsterrein worden omschreven. 3. Het bepaalde in het tweede lid luidt
Artikel 4 Subsidieplafond
Artikel 4 Subsidieplafond
1. De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting per – in artikel 2 genoemd – beleidsterrein besluiten tot het instellen van (een) subsidieplafond(s) voor daaronder vallende activiteiten. 2. Het college kan, met inachtneming van de door de raad vastgestelde subsidieplafonds, nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.
1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij in de nadere regels de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging
uitzondering voor subsidieaanvragen van beroepsmatig werkende instellingen. 4. Het college is bevoegd in incidentele gevallen, zoals bedoeld in artikel 4:23, derde lid, aanhef en onder d van de Algemene wet bestuursrecht, een eenmalige subsidie te verstrekken voor maximaal vier jaar voor een activiteit die niet is vastgelegd in nadere regels, zoals bedoeld in het tweede lid.
en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. Artikel 5 Bij aanvraag in te dienen gegevens
Artikel 5 Bij aanvraag in te dienen gegevens
1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk bij het college ingediend. Indien het college een aanvraagformulier heeft vastgesteld, dient de aanvraag te geschieden met behulp van dat aanvraagformulier. 2. Bij een aanvraag om subsidie legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de daarvoor benodigde personele en materiële middelen; b. de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen en in het bijzonder in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een begroting. 1. deze behelst een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, inclusief caoconsequenties. 2. de begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien. 3. voor beroepsmatig werkende instellingen geldt de voorwaarde dat, tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog niet eerder subsidie werd verstrekt, de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het lopende boekjaar behelst. d.
een dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van
1. Een aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk of digitaal bij het college ingediend. Als het college een aanvraagformulier heeft vastgesteld, geschiedt de aanvraag met behulp van dat aanvraagformulier. 2. Bij de aanvraag om subsidie legt de aanvrager de volgende gegevens over:
a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
b. de doelstellingen en resultaten die daarmee worden nagestreefd, hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen en in het bijzonder in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;
c. een begroting die een overzicht bevat van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, inclusief caoconsequenties;
d. een dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere
bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; e. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3. Indien een aanvrager voor de eerste maal een (meer)jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening, de balans en een accountantsverklaring van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier. 4. Het college is bevoegd ook andere dan of slechts enkele van de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.
bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
e. als het een (meer)jaarlijkse subsidie betreft, de stand van de reserve op het moment van de aanvraag. 3. Indien een aanvrager voor de eerste keer een (meer)jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening, de balans en een accountantsverklaring van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier. 4. Het college is bevoegd ook andere dan of slechts enkele van de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.
Artikel 7 Aanvraagtermijn
Artikel 7 Aanvraagtermijn
1. Een aanvraag voor een subsidie door een beroepsmatig werkende instelling wordt bij het college ingediend uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
1. Een aanvraag voor (meer)jaarlijkse subsidie, wordt bij het college ingediend voor 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien van toepassing levert de aanvrager voor 1 juni een prognose over de te verwachten CAOontwikkelingen aan.
2. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie door een vrijwilligersorganisatie wordt bij het college ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar, waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. Een aanvraag voor een meerjarige subsidie wordt bij het college ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het eerste jaar van de periode waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. 3. Een aanvraag voor een incidentele subsidie moet tenminste 13 weken voor de aanvang van de te realiseren activiteit worden ingediend. 4. Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
2. vervallen (oude artikel 2 vervallen)
2. Een aanvraag voor een incidentele subsidie moet tenminste 13 weken voor de aanvang van de te realiseren activiteit worden ingediend. 3. Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies en doet hiervan schriftelijk mededeling.
aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.
Artikel 9 Beslistermijn
Artikel 9 Beslistermijn
1. Het college beslist op een aanvraag om een incidentele subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2. Het college beslist op een aanvraag voor een (meer)jaarlijkse subsidie uiterlijk voor 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 3. Het college kan zijn besluit onder opgave van 8 weken verdagen.
1. Het college beslist op een aanvraag om een incidentele subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
Artikel 11 Wet Bibob
Artikel 11 Wet Bibob
Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Vervallen (Weigeringsgrond is in de wet Bibob geregeld)
Artikel 12 Betaling en bevoorschotting 1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats. 2. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie worden in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.
Artikel 11 Betaling en bevoorschotting 1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats. 2. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie worden in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.
Artikel 13 Tussentijdse rapportage
Artikel 12 Tussentijdse rapportage
Bij subsidies hoger dan € 25.000, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, is de subsidieontvanger verplicht tussentijds rekening en verantwoording af te leggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
De subsidieontvanger kan worden verplicht tussentijds rekening en verantwoording af te leggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
Artikel 14 Meldingsplicht 1. De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
Artikel 13 Meldingsplicht 1. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan het college, zodra
2. Het college beslist op een aanvraag voor een (meer)jaarlijkse subsidie uiterlijk 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 3. Het college kan zijn besluit onder opgave van 8 weken verdagen.
aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden gedaan. 2. Indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan het college onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
2. Indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan het college onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
Artikel 15 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 14 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger
1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verstrekt. 2. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen, alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. 3. De maximale omvang van de algemene reserve is 10 procent van het risicobedrag.
1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verstrekt. 2. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen, alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.
4. Alle reserves worden in de jaarrekening toegelicht. Als de doelstelling waarvoor een bestemmingsreserve is gevormd, vervalt, dan wordt het saldo van deze reserve gezien als onderdeel van de algemene reserve. 5. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;
5. Alle reserves worden in de jaarrekening toegelicht. Als de doelstelling waarvoor een bestemmingsreserve is gevormd, vervalt, dan wordt het saldo van deze reserve gezien als onderdeel van de algemene reserve. 6. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de rechtspersoon;
3. De maximale omvang van de algemene reserve is 10 procent van het risicobedrag.
4. Indien de subsidieontvanger naast de gemeente nog andere inkomsten ontvangt, dient de gemeentelijke verantwoording binnen de totale jaarverantwoording duidelijk gescheiden zichtbaar te worden gemaakt, zodat duidelijk is welk deel van het exploitatietekort c.q. -overschot respectievelijk ten laste dan wel ten gunste van de gemeentelijke reserve is gebracht.
b. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening of –vaststelling verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; c. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon. 6. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor: a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; b. het wijzigen van de statuten anders dan genoemd in het voorgaande lid 5, onder c van dit artikel; c. het in eigendom verwerven, vervreemden of bezwaren van registergoederen dan wel het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht van registergoederen, indien deze registergoederen mede zijn verworven door middel van subsidiegelden of de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden; d. het aangaan van overeenkomsten tot zekerheidstelling; e. het ontbinden van de rechtspersoon; f. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surcéance van betaling. 7. Het college beslist binnen vier weken omtrent de toestemming. 8. De beslissing kan eenmaal met vier weken worden verdaagd. 9. Het college kan in de subsidieverlening bepalen onder welke voorwaarden een egalisatiereserve mag worden gevormd.
b. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kan nakomen; c.
wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.
7. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor: a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; b. het wijzigen van de statuten anders dan genoemd in het voorgaande lid 6, onder c van dit artikel; c. het in eigendom verwerven, vervreemden of bezwaren van registergoederen dan wel het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht van registergoederen, indien deze registergoederen mede zijn verworven door middel van subsidiegelden of de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
d. het aangaan van overeenkomsten tot zekerheidstelling;
e.
vervallen (oude lid e)
e. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surcéance van betaling. 8. Het college beslist binnen vier weken op het verzoek om toestemming als bedoeld in het zevende lid. 9. De beslissing kan een keer met vier weken worden verdaagd.
9. vervallen (oude lid 9)
Artikel 16 Verantwoording subsidies tot € 25.000 per jaar
Artikel 15 Verantwoording subsidies tot € 25.000 per jaar
1. Subsidies tot € 25.000 worden vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.
1. Subsidies tot € 25.000 worden door het college vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.
2. Het college kan de aanvrager verplichten om op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
2. In afwijking van het eerste lid kan het college bepalen dat sommige (categorieën van) subsidies niet direct worden vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening. In die gevallen kan het college de aanvrager verplichten om bij de aanvraag tot vaststelling op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen
Artikel 17 Verantwoording subsidies vanaf € 25.000 tot € 75.000 per jaar
Artikel 16 Verantwoording subsidies vanaf € 25.000 tot € 75.000 per jaar
1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 25.000, maar minder dan € 75.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van een jaarlijkse subsidie in bij het college uiterlijk vóór 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar. Bij een meerjarige subsidie wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen vier maanden na afloop van het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk en financieel verslag, dat de aard en omvang van de activiteiten, waarvoor subsidie werd verleend, beschrijft, en bevat een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen. 3. Indien de subsidieontvanger wettelijk verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening, legt hij in plaats van een financieel verslag de jaarrekening over. 4. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Artikel 18 Verantwoording subsidies vanaf € 75.000,-- per jaar
1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 25.000, maar minder dan € 75.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een incidentele subsidie: uiterlijk 13
weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een (meer) jaarlijkse subsidie: uiterlijk vóór 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar;
2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; en b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); 3.
vervallen (oude lid 3 vervallen)
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd en het college kan bepalen over welke zaken de accountant een verklaring moet afleggen. Artikel 17 Verantwoording subsidies vanaf € 75.000,-- per jaar
1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 75.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een incidentele subsidie: uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een jaarlijkse subsidie: uiterlijk vóór 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar; c. bij een meerjarige subsidie: binnen vier maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een activiteitenverslag, dat de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend beschrijft en bevat een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een accountantsverklaring, waarbij tevens een uitspraak wordt gedaan over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger 3. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de subsidie omvat het financieel verslag de balans en exploitatierekening met de toelichting en voldoet het aan het hierna gestelde onder a tot en met d: a.
het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel wordt gevormd omtrent het vermogen en het exploitatiesaldo en voor zover de aard van het financieel verslag dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en liquiditeit van de subsidieontvanger; b. de balans met toelichting geeft de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer; c. de exploitatierekening met de toelichting geeft de grootte van het
1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 75.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een incidentele subsidie: uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een (meer) jaarlijkse subsidie:
uiterlijk vóór 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar; c. vervallen (oude lid vervallen)
2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in
hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en
d. een verklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.
3. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de subsidie omvat het financieel verslag de balans en exploitatierekening met de toelichting en voldoet het aan het hierna gestelde onder a tot en met d: a. het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel wordt gevormd over het vermogen en het exploitatiesaldo en voor zover de aard van het financieel verslag dat toelaat, over de solvabiliteit en liquiditeit van de subsidieontvanger;
b. de balans met toelichting geeft de grootte en de samenstelling in actiefen passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer;
exploitatiesaldo van het boekjaar weer; d. het financieel verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar. 4. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie, kan het college bepalen dat lid 3 van dit artikel van overeenkomstige toepassing is. 5. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
c.
de exploitatierekening met de toelichting geeft de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer; d. het financieel verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar. 4. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie, kan het college bepalen dat het derde lid van overeenkomstige toepassing is. 5. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Artikel 19 Vaststelling subsidie
Artikel 18 Vaststelling subsidies
1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast. 2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, kan het college de subsidievaststelling met ten hoogste 8 weken verdagen.
1. Het college stelt een subsidie van meer dan € 25.000 dan wel een subsidie als bedoeld in artikel 15, tweede lid vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij in de nadere regels anders is bepaald. 2. Deze termijn kan een keer voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. 3. Het college kan categorieën subsidieontvangers aanwijzen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder
voorafgaande subsidieverlening. 3. Indien de aanvraag tot 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling subsidievaststelling niet vóór het in artikel 16, eerste lid of 17, eerste lid niet voor het tijdstip, bedoeld in de genoemde tijdstip is ontvangen, gaat artikelen 16, eerste lid en artikel 17 eerste lid, is ingediend. het college binnen zes weken over tot ambtshalve vaststelling. 5. subsidievaststelling
Artikel 22 Intrekking
Artikel 21 Intrekking
De Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2011 wordt ingetrokken per 1 januari 2014.
De Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2014 wordt ingetrokken met ingang van het in artikel 23 genoemde tijdstip.
Artikel 23 Overgangsbepaling Artikel 22 Overgangsbepaling In afwijking van het bepaalde in artikel 22, worden aanvragen om subsidie, die zijn ingediend vóór 1 januari 2014, afgehandeld volgens de bepalingen van de Algemene
In afwijking van het bepaalde in artikel 21,
blijven de Algemene subsidieverordening gemeente Hellendoorn 2014 en de van
subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2011.
toepassing zijnde Nadere regels in de volgende situaties nog van toepassing: a. op aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór het in artikel 23 genoemde tijdstip; b. op aanvragen om noodsteun culturele organisaties die zijn ingediend vóór 16 juni 2021.
Artikel 24 Inwerkingtreding
Artikel 23 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de 1 januari 2014.
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking.
Artikel 25 Citeertitel
Artikel 24 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2014.
Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2021.