CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Tweede en goede bijlage -Principeverzoek Nijverdal, Vleugelweg 3 en 5 (24-12-2021)

Debatronde 10 mei 2022, gemeente HellendoornBij agendapunt: Toepassen regeling Rood voor Rood locaties Vleugelweg 3 en 5 Nijverdal4.026 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Principeverzoek

Nijverdal, Vleugelweg 3 en 5 Rood voor Rood

24 december 2021

Status: Definitief

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

PRINCIPEVERZOEK NIJVERDAL, VLEUGELWEG 3 EN 5 ROOD VOOR ROOD

Datum:

24 december 2021

Versie:

1.0

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 4 HOOFDSTUK 3 HET INITIATIEF ............................................................................. 8 HOOFDSTUK 4 RELEVANT BELEID ........................................................................ 10 HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 13 HOOFDSTUK 6 CONCLUSIE – VERZOEK .................................................................. 18

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

In opdracht van de heer Wiggers van Bureau Authentiek (namens initiatiefnemer) is een principeverzoek opgesteld voor een Rood-voor-Rood-ontwikkeling betreffende de erven aan de Vleugelweg 3 en 5 in het buitengebied van Nijverdal. Op beide erven staat voormalig agrarische bebouwing met een totale oppervlakte van 1.051 m2. Het voornemen bestaat dit sloopoppervlak in te zetten in het kader van de Rood-voor-Rood-regeling zoals deze is opgenomen in het beleid Nieuw Buitengebied en het te verkrijgen bouwrecht in te zetten op de locatie Vleugelweg 5. Om bovengenoemde ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het geldende bestemmingsplan vereist. In deze onderbouwing wordt nader ingegaan op de passendheid van de ontwikkeling binnen de beleidskaders, de milieu- en omgevingsaspecten en in het landschap. Door de Erfontwikkelaar is voor beide locaties reeds een erfinrichtingsplan opgesteld. Hierna wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie beschreven en vervolgens in hoofdstuk 3 het initiatief en de landschappelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op relevant beleid en in hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Hoofdstuk 6 betreft een resume van het concrete verzoek.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE

Ligging projectgebied Het projectgebied bestaat uit twee deelgebieden in het buitengebied van Nijverdal die op 170 meter van elkaar liggen. De locaties liggen op circa 1,7 kilometer ten noorden van Nijverdal. De ligging van beide deelgebieden zijn weergegeven in afbeelding 1 en 2.

Afbeelding 1:

Ligging projectgebied ten opzichte van Nijverdal (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

Afbeelding 2:

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

Huidige (planologische) situatie Het erf Vleugelweg 3 bestaat uit een woning die op enige afstand van de Vleugelweg staat met daarachter voormalig agrarische bedrijfsbebouwing. Het erf heeft in het bestemmingsplan “Buitengebied 2009”, dat op 15 juni 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van Hellendoorn, een woonbestemming. Op onderstaande luchtfoto en uitsnede van de bestemmingsplanverbeelding is dit weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

Afbeelding 3:

Bestaande (planologische) situatie Vleugelweg 3 (Bron: PDOK/Ruimtelijkeplannen.nl)

Het erf Vleugelweg 5 bestaat uit een bedrijfswoning met bijbehorende agrarische bedrijfsbebouwing. Het erf heeft in het bestemmingsplan “Buitengebied 2009”, dat op 15 juni 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van Hellendoorn, een agrarische bestemming. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ van toepassing en de volgende gebiedsaanduidingen: • • • •

Bouwvlak Karakteristiek Specifieke vorm van waarde – kleinschalig landschap Reconstructiewetzone – Verwevingsgebied

Op onderstaande uitsnede van de bestemmingsplanverbeelding is dit weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

Afbeelding 4:

Bestaande (planologische) situatie Vleugelweg 5 (Bron: PDOK/Ruimtelijkeplannen.nl)

Strijdigheid Binnen de agrarische bestemming van Vleugelweg 5 mag niet regulier gewoond worden en mag geen extra woning worden gebouwd. Het bestemmingsplan dient hiervoor te worden herzien. De dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ is opgenomen vanwege de aanwezige aardgastransportleiding. In hoofdstuk 5 onder het kopje externe veiligheid wordt hier nader op ingegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

HOOFDSTUK 3

HET INITIATIEF

Zoals in de inleiding reeds benoemd wil initiatiefnemer met toepassing van de Rood-voor-Rood-regeling een nieuwe woning realiseren aan de Vleugelweg 5, achter de bestaande woning. Om dit te kunnen bewerkstelligen wordt op het erf Vleugelweg 5 voormalig agrarische en asbesthoudende bedrijfsbebouwing met een gezamenlijke oppervlakte van 593 m2 gesloopt. Daarnaast wordt een mestkelder van 196 m2 gesloopt. Uit vooroverleg met de heer Fikken van de gemeente Hellendoorn is duidelijk geworden dat deze voor de helft mag worden meegeteld in de sloopoppervlakte. De totale inzetbare sloopoppervlakte aan Vleugelweg 5 is daarmee 691 m2. Aangezien dit niet voldoende is om de sloopnorm voor een bouwrecht te halen (1000 m 2) zijn sloopmeters (360 m2) aangekocht van de nabij gelegen locatie Vleugelweg 3. Hier staat in totaal circa 597 m2 voormalig agrarische bebouwing er blijft daarmee voldoende voor bijbehorende bouwwerken bij deze woning. De gezamenlijke sloopoppervlakte (1.051 m2) ligt ruim boven de sloopnorm van het Beleid Nieuw Buitengebied (1000 m2) en geeft het recht op het bouwen van de gewenste nieuwe woning. De betrokken erven krijgen beide een woonbestemming (Vleugelweg 3 heeft deze in het huidige bestemmingsplan al) en worden zorgvuldig landschappelijk ingepast conform de gebiedskenmerken die ter plaatse aanwezig zijn.

Door de Erfontwikkelaar is voor beide locaties een erfinrichtingsplan gemaakt. Deze worden hieronder per locatie nader uiteengezet. In de bijlage is het volledige erfinrichtingsplan opgenomen. Vleugelweg 5 Op het erf aan de Vleugelweg 5 wordt achter de bestaande woning een nieuwe woning met bijbehorend bijgebouw gerealiseerd. Bij de situering van de woning is rekening gehouden met de belemmeringenstrook van de ten zuiden van het erf gelegen gasleiding. Het nieuwe woonerf wordt landschappelijk ingepast. Zo worden aan de zuidelijk erfgrens knotwilgen aangeplant. Aan de noordoostzijde worden enkele walnootbomen geplant en tussen het bestaande erf en nieuwe erf komt een boomgaard met fruitbomen. Langs de toerit naar het nieuwe erf worden ruwe berken aangeplant. De ontsluiting vindt plaats via een nieuwe ontsluiting op de Vleugelweg. Ten slotte wordt opgemerkt dat aan zuidkant van het erf een kikkerpoel wordt aangelegd.

Afbeelding 5:

Erfinrichting Vleugelweg 5 (Bron: Erfontwikkelaar) BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

Vleugelweg 3 Aan de Vleugelweg 3 wordt na van de bestaande aanwezige bebouwing 360 m2 gesloopt. Het overige deel (ruim 200 m2) blijft staan en wordt opgeknapt. Het erf aan de Vleugelweg 3 is reeds redelijk goed ingepast in het landschap door de bestaande houtsingel aan de oostzijde van het erf, bomen bij de in- uitrit en op het achtererf en de lindes voor de woning. De inpassing wordt verder versterkt door de aanplant van solitaire zomereiken aan de noordwestzijde en een solitaire Hollandse Linde op het achtererf.

Afbeelding 6:

Erfinrichting Vleugelweg 3 (Bron: Erfontwikkelaar)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

HOOFDSTUK 4

RELEVANT BELEID

De gemeenteraad van Hellendoorn heeft op 2 juni 2020 het beleid ‘Nieuw Buitengebied’ vastgesteld. Het doel van het beleid is richting aan toekomstige ontwikkelingen in het buitengebied te geven, maar ook een doorkijk te bieden naar een werkwijze die past in de geest van de Omgevingswet. Het realiseren van een compensatiewoning een de Vleugelweg 5 is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. Op basis van het beleid ‘Nieuw Buitengebied’ en het daarin opgenomen stappenplan kan aan dergelijke ontwikkeling worden meegewerkt. In afbeelding 7 is het stappenplan kort weergegeven.

Afbeelding 7:

Stappenplan beleid Nieuw Buitengebied (Bron: Gemeente Hellendoorn)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

Rood voor rood regeling Onderdeel van het beleid is de rood voor rood regeling, waarbij in ruil voor de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit de mogelijkheid wordt geboden voor het realiseren van één of meerdere woningen. Voor een compensatiewoning dient minimaal 1.000 m 2 aan voormalige (agrarische) bedrijfsbebouwing gesloopt te worden. Voor elke extra woning dient 1.500 m2 per woning gesloopt te worden. Een sloopoppervlakte groter dan 300 m2 komt in aanmerking voor deelname aan de regeling. De te slopen gebouwen dienen minimaal vijf jaar bedrijfsmatig in gebruik te zijn geweest. Uitgangspunt voor de slooplocatie is de sloop van het gehele complex met voormalige bedrijfsbebouwing, dus inclusief sleufsilo’s, mestkelders en overtollige erfverharding. Het heeft de voorkeur dat de kavel(s) op (één van) de slooplocatie(s) worden gerealiseerd. Onder voorwaarde dat wordt voldaan aan het stappenplan, kan er worden gebouwd aan de rand van één van de kernen of buurtschappen, op een bestaand woonerf of als onderdeel van een bebouwingscluster. De ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van de bebouwing, maar ook door de verplichting de sloop- en bouwlocatie(s) landschappelijke te passen.

Toetsing van het initiatief aan het beleid ‘Nieuw Buitengebied’ Stappenplan Stap 1: Zoals uit hoofdstuk 3 blijkt worden de deelgebieden landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. De Erfontwikkelaar heeft hier reeds een landschappelijke inpassing voor gemaakt. Na een positief principebesluit wordt deze in het kader van het bestemmingsplan nader uitgewerkt in een ruimtelijk kwaliteitsplan. Stap 2: Beide deelgebieden liggen binnen de identiteit ‘Rond boeren’. Het agrarisch gebruik geeft identiteit aan dit gebied. Nieuwe functies zijn in dit gebied alleen toegestaan, indien deze in ruimtelijk opzicht of in functionele zin een relatie hebben met de agrarische sector. Bij een nieuw complex aan gebouwen kunnen de gebouwen zo worden geformeerd dat het erf in ruimtelijk opzicht lijkt op een (traditioneel) boerenerf. Inpasbaarheid in het agrarisch cultuurlandschap is van belang. Behoud ontwikkeling en gepaste schaalvergroting vormen een wezenlijk uitgangspunt voor deze identiteit. Het doel is de agrarische en landschappelijke identiteit te behouden, alsmede een goede toekomst te bieden voor de agrarische sector zelf. Door de situering van de nieuwe bebouwing aan de Vleugelweg 5 (zie hoofdstuk 3) wordt zoveel mogelijk aangesloten bij een (traditioneel) boerenerf.

Door deze situering en de landschappelijke inpassing wordt aangesloten bij het agrarische cultuurlandschap. Zoals uit hoofdstuk 5 blijkt, worden omliggende (agrarische) functies niet door de voorgenomen ontwikkeling belemmerd. De voorgenomen ontwikkeling sluit daarmee aan bij de identiteit zoals deze geldt op basis van de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Avontuurlijk’. Stap 3: De Rood-voor-Rood-ontwikkeling voorziet in de sloop van een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing op beide locaties in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Dit heeft een positieve impact op het landschap. Hiervoor in de plaats wordt één woning op de slooplocatie Vleugelweg 5 gerealiseerd. De nieuwe erven worden landschappelijk ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met de geldende gebiedskenmerken ter plaatse. Door de sloop van de bebouwing wordt het verharde oppervlakte in het buitengebied minder, wat een positief effect heeft op de waterhuishouding. Al met al is er sprake van een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van Hellendoorn. Stap 4: Initiatiefnemer heeft de directe omwonenden reeds geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Hier zijn geen bezwaren uit naar voren gekomen. Na een positief principebesluit, zal initiatiefnemer wederom met de buren in gesprek gaan voor de verdere uitwerking van de plannen.

Stap 5: De bovenstaande vier stappen in combinatie met de wensen van initiatiefnemer hebben geresulteerd in voorliggend plan/principeverzoek. Stap 6: Zoals uit voorliggend principeverzoek blijkt, draagt voorliggend initiatief bij aan een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering in het buitengebied door onder meer de sloop van een aanzienlijke BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

hoeveelheid bebouwing en de landschappelijke inpassing van de deelgebieden. Het plan is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening en draagt bij aan de geldende gebiedsopgaven. Rood voor rood regeling Op het erf Vleugelweg 5 wordt 691 m2 voormalig agrarisch bedrijfsgebouwen en een mestkelder (die voor de helft meetelt) gesloopt. Dit alleen is onvoldoende om in aanmerking te komen voor een compensatiewoning aangezien de sloopnorm 1.000 m2 bedraagt. Om die reden wordt aan de Vleugelweg 3 eveneens 360 m2 gesloopt. De gezamenlijke sloopoppervlakte bedraagt hiermee 1.051 m2 die het recht geeft op het bouwen van een compensatiewoning aan de Vleugelweg 5. Er is voor beide deelgebieden een erfinrichtingsplan gemaakt voor de landschappelijke inpassing. Er wordt dan ook voldaan aan de voorwaarden ten aanzien van de rood voor rood regeling. Verder wordt opgemerkt dat de nieuwe woning wordt gebouwd voor een concrete lokale behoefte, voor de woning is reeds een bewoner in beeld. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het beleid ‘Nieuw Buitengebied’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Bij een ruimtelijke ontwikkeling moeten diverse milieu- en omgevingsaspecten worden beschouwd. De volgende thema’s kunnen van belang zijn: geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, en water. Tevens dient het thema verkeer & parkeren te worden meegenomen. Hierna wordt op deze thema’s nader ingegaan voor de locatie Vleugelweg 5 waar de nieuwe woning wordt gebouwd. Alleen waar nodig wordt ingegaan op de locatie Vleugelweg 3 waar gesloopt wordt.

Geluid (Wet geluidhinder) De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. Toetsing aan thema geluid Aan de Vleugelweg 5 wordt een nieuwe woning en daarmee een nieuw geluidsgevoelig object gerealiseerd. De afstand tot de Vleugelweg is echter groot (ca. 120 meter). Daarnaast kent de Vleugelweg relatief lage verkeersintensiteiten, omdat deze weg voornamelijk wordt gebruikt ter ontsluiting van aangrenzende percelen. Onderzoek naar wegverkeerslawaai wordt om die reden niet noodzakelijk geacht. Omdat in de omgeving tevens geen spoorlijn of industrieterrein aanwezig zijn is onderzoek op de aspecten railverkeerslawaai en industrielawaai tevens niet noodzakelijk.

Onder het kopje milieuzonering wordt nader ingegaan op de invloed van de bedrijfsactiviteiten op de omgeving.

Bodemkwaliteit Bij het verlenen van een omgevingsvergunning of het vaststellen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Toetsing aan thema bodemkwaliteit Het uitvoeren van onderzoek naar de bodemkwaliteit is noodzakelijk ter plaatse van het voormalige agrarisch erf waar de nieuwe woning wordt gebouwd. Na een positief principebesluit wordt een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest in de grond onderzoek uitgevoerd.

Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

Toetsing aan thema luchtkwaliteit Gelet op de aard en omvang van dit project en de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen kan worden gesteld dat de ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Aangezien aan de Vleugelweg 5 de mogelijkheid voor een agrarisch bedrijf komt te vervallen wordt per saldo een verbetering van de luchtkwaliteit verwacht.

Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor buisleidingen geldt het Besluit buisleidingen externe veiligheid (Bevb) die op 1 januari 2011 in werking is getreden. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Toetsing aan thema externe veiligheid Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied aan de Vleugelweg 5. Hieruit is gebleken dat ter plaatse een aardgasbuisleidingen van de Gasunie liggen. Op de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” is ter plaatse van de leiding en de belemmeringsstrook ook een dubbelbestemming ‘leiding- Gas’ opgenomen. Op onderstaande afbeelding is de leiding weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

Afbeelding 9:

Uitsnede risicokaart Vleugelweg 5 (Bron: Risicokaart.nl)

Ten tijde van het schrijven van dit verzoek is het niet mogelijk is de gegevens van deze buisleidingen te raadplegen. De oorzaak hiervan is het offline halen van deze gegevens door de overheid wegens een datalek. Gelet op de korte afstand van de nieuwe woning tot de leiding kan een groepsrisicoberekening via CAROLA noodzakelijk zijn. In het vooroverleg is dit echter door de gemeente uitgezocht en is de vergelijking gemaakt met een soortgelijk project dat nabij deze gasleiding werd gerealiseerd. Hier was geen sprake van een toename van het groepsrisico. Een CAROLA berekening lijkt daarom niet nodig.

Ecologie Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Toetsing gebiedsbescherming Het Nederlands natuurnetwerk (NNN) (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur EHS) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De locatie ligt niet binnen of nabij NNN gebied, waardoor dit geen specifieke aandacht nodig heeft.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

Natura 2000 Nederland heeft aan de hand van een vergunningenstelsel een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. In dit geval ligt de locatie Vleugelweg 5 op circa 1,7 kilometer van het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘Wierdense Veld’. Na een positief principebesluit moet de noodzaak van een stikstofberekening worden bepaald. Toetsing soortenbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige soorten (flora en fauna). Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. In voorliggend geval vinden op beide locaties sloopactiviteiten plaats en wordt aan de Vleugelweg 5 nieuw gebouwd. Na een positief principebesluit wordt een Quickscan natuurwaarden uitgevoerd.

Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Toetsing milieuzonering Aan de hand van voorgenoemde regeling is onderzoek verricht naar de situatie aan de Oude Deventerweg. De VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Bij het realiseren van nieuwe bestemmingen dient gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

Een nieuwe woning geeft geen hinder voor functies in de directe omgeving. Andersom kan de woning wel hinder ondervinden van de in de omgeving aanwezige functies en deze functies in hun mogelijkheden beperken. In de directe omgeving (straal van 350 meter) van het nieuwe woonerf Vleugelweg 5 liggen geen (agrarische) bedrijfsfuncties. Van hinder van omliggende functies of belemmering van deze functies is geen sprake.

Archeologie Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het projectgebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Toetsing archeologie De gemeente Hellendoorn heeft archeologische verwachtingswaarden van gronden doorvertaald in dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan. Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt voor het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

plan gebied geen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’. Een archeologisch onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Wateraspecten In de onderbouwing van ruimtelijke plannen dient het aspect water te worden meegenomen. Aangegeven moet worden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Toetsing wateraspecten Door het slopen is op beide erven sprake van een afname aan bebouwd en verhard oppervlak. Voor het nieuwe woonerf geldt dat het hemelwater conform de uitgangspunten van het waterschap zal worden geïnfiltreerd in de bodem. Afvalwater wordt geloosd op het bestaande riool. Op voorhand worden hierin geen belemmeringen verwacht.

Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Hierbij wordt gebruik gemaakt van kencijfers. De ontwikkeling voorziet aan de Vleugelweg 5 in een extra woning met bijbehorende verkeersbewegingen en parkeerbehoefte. De agrarische functie van dit erf komt echter te vervallen waardoor de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte per saldo lager zal zijn. De wegen in de omgeving kunnen de verkeersbewegingen eenvoudig aan. Op het nieuwe woonerf is voldoende ruimte om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Principeverzoek Vleugelweg 3 en 5, Nijverdal

HOOFDSTUK 6

CONCLUSIE – VERZOEK

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een Rood-voor-Rood-ontwikkeling, waarbij op twee erven een substantiële hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing worden gesloopt en alle asbestdaken worden gesaneerd. Zowel het nieuwe woonerf aan de Vleugelweg 5 als het aangepaste erf Vleugelweg 3 worden landschappelijk ingepast conform de gebiedskenmerken. De ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid en loopt gelet op de milieu- en omgevingsaspecten niet tegen onoverkomelijke belemmeringen aan. De ontwikkeling is echter niet in overeenstemming met het geldende bestemmingplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Verzocht wordt om in principe medewerking te verlenen aan het doorlopen van een planologische procedure om zodoende de ontwikkeling met een passende planologische regeling mogelijk te kunnen maken. Voor vragen of een nadere toelichting zijn wij uiteraard beschikbaar.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14993014/1