Toelichting slecht levensgedrag voor de raad bij de tweede wijziging van de APV
Tekst van het document
Memo Datum Aan wie Kopie aan Behandeld door
: : : :
14 december 2020 Gemeenteraad Hellendoorn Anneke Raven Sandra Ponsteen en Ivonne Bieleman
Onderwerp:
►
Toelichting slecht levensgedrag
Omschrijving slecht levensgedrag Slecht levensgedrag wordt in de APV niet gedefinieerd. We sluiten aan bij het begrip zoals bedoeld in de Drank- en horecawet, dit is in lijn met de jurisprudentie1. Ook in de Drank- en horecawet is slecht levensgedrag niet gedefinieerd, maar wordt aangesloten bij jurisprudentie over dit onderwerp. Er zijn geen beperkingen gesteld aan feiten of omstandigheden die de burgemeester mag betrekken bij het bepalen van slecht levensgedrag. Alle feiten of omstandigheden die de burgemeester relevant acht mogen worden betrokken2. Het is zelfs mogelijk om feiten en omstandigheden mee te wegen waarvoor iemand niet is veroordeeld 3. Wel moet op een zorgvuldige wijze worden beoordeeld of op basis van de bij het onderzoek betrokken feiten en omstandigheden sprake is van slecht levensgedrag en moet de burgemeester een aannemelijke motivatie opnemen.
Beoordeling slecht levensgedrag Om te kunnen beoordelen of iemand van slecht levensgedrag is wordt bij politie en justitie gevraagd of deze persoon bekend is en zo ja, om welke zaken het gaat (aard overtreding, moment van overtreding en eventuele veroordeling). Is iemand niet bekend bij politie en justitie en zijn er vanuit partnerorganisaties zoals het RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum) geen signalen dat iemand mogelijk van slecht levensgedrag is, dan zal slecht levensgedrag geen weigeringsgrond zijn. Is iemand bekend bij politie en/of justitie, dan wordt gekeken naar de aard van de overtreding(en), het aantal overtredingen, de datum van de overtreding(en) en de eventuele veroordeling(en), dit in samenhang met de aan te vragen vergunning. Voor een bekeuring voor te hard rijden wordt een exploitatievergunning niet geweigerd. Voor herhaaldelijke geweldsdelicten kan een evenementenvergunning voor een vechtsportgala worden geweigerd. Voor een recente veroordeling van rijden onder invloed kan een drank- en horecavergunning worden geweigerd. Dan wordt o.a. ook gekeken hoe ernstig de overtreding was en hoe vaak deze of andere relevante overtredingen zijn voorgekomen in de afgelopen jaren. De burgemeester kan op basis van de eigen beoordeling zelf besluiten een vergunning te weigeren.
Wil ze advies of wil ze een nadere beoordeling laten uitvoeren, dan kan ze het RIEC inschakelen. Kortom er is geen standaard beoordeling op slecht levensgedrag mogelijk. Het gaat om een beeld van het verleden van een persoon in combinatie met de voorgenomen activiteiten. Het besluit om een vergunning te weigeren moet worden gebaseerd op goede argumenten en een degelijke
1
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2018:2456
2
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2017:2551
3
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2013:CA0629
motivatie. Dit vraagt van de burgemeester dat ze grondig onderzoek heeft gedaan en overtuigd is van haar keuze. Lichtzinnig een vergunning weigeren zal daardoor niet snel voorkomen.
Nut en noodzaak slecht levensgedrag in de APV De gemeente beoordeelt of iemand van slecht levensgedrag is om te voorkomen dat deze persoon een risico vormt voor de openbare orde en veiligheid of ondermijnende activiteiten uitvoert. Van een organisator van een vechtsportevenement mag je verwachten dat deze een sportief en veilig evenement wil neerzetten. Niet dat deze het evenement gebruikt om ondermijnende activiteiten, zoals het witwassen van geld, uit te voeren. Of dat deze persoon bij het ontstaan van een opstootje zelf ook mee gaat vechten, wat aannemelijk is voor iemand met een verleden van geweldsdelicten. En kun je iemand met een jarenlang gewelddadig verleden vertrouwen als het aankomt op adequaat ingrijpen in een dergelijke situatie? Daarom is de beoordeling op slecht levensgedrag opgenomen in artikel 2:25 APV. In de voorliggende wijziging wordt de tekst ‘in enig opzicht’ toegevoegd (de vergunning kan worden geweigerd wanneer de aanvrager of organisator in enig opzicht van slecht levensgedrag is). Deze toevoeging maakt duidelijker dat er geen beperkingen gelden aan de feiten en omstandig heden die worden betrokken bij de beoordeling. Artikel 2:28 APV is bij uitstek een artikel om ondermijnende activiteiten tegen te gaan. Bij het aanvragen van een exploitatievergunning wil je nagaan welke geldstromen er in het bedrijf aanwezig zijn, dit via de Bibob-toets.
Maar je wilt ook nagaan of de exploitant en eventuele leidinggevende in de afgelopen jaren overtredingen hebben begaan die leiden tot ondermijning. Bijvoorbeeld dat zij zijn veroordeeld voor het verkopen van drugs. Dan wil je kunnen voorkomen dat deze personen een bedrijf in de gemeente vestigen waarbij ze mogelijk weer ondermijnende activiteiten uitvoeren, zoals het verkopen van drugs vanuit dit pand. Daarom wordt voorgesteld slecht levensgedrag op te nemen als weigeringsgrond.