CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn

Debatronde 4 oktober 2022, gemeente HellendoornBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn"20.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Gemeentelijk beleid Samen leven met water 2021-2025 Bij nieuwe inbreidingen wordt het proces van de watertoets gevolgd. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. De gemeente Hellendoorn heeft hier beleid voor vastgesteld in het beleidsstuk “Samen leven met water 2021-2025” Om aan de zorgplicht hemelwater te voldoen, onderhoudt de gemeente een systeem van gemengde riolering, regenwaterriolering, infiltratievoorzieningen en straatkolken. Het hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater, geïnfiltreerd in de bodem of afgevoerd naar de waterzuivering. Bij voorkeur maakt de gemeente zo min mogelijk gebruik van gemengde riolering voor de inzameling van regenwater. Bij een toename van verharding, vraagt de gemeente aan initiatiefnemers om deze toename te compenseren door waterbergende maatregelen te treffen. In de nieuwe situatie, dient 30 mm van het totaal aantal m 2 aan verhard- en dakoppervlak, te worden geïnfiltreerd op het eigen terrein. Initiatiefnemers dienen aan te tonen hoe zij deze waterberging gaan realiseren. Als deze waterberging - vanwege ruimtegebrek - niet op het eigen terrein kan worden gerealiseerd, kan een beroep worden gedaan op de "afkoopregeling".

De initiatiefnemer betaalt dan een bedrag van € 400,00 per m3, zodat de gemeente elders een voorziening daarvoor kan treffen. In de nieuwe situatie wordt uitsluitend huishoudelijk afvalwater geloosd via het gemeentelijk DWA-riool aan de Grotestraat. De beoogde bebouwing dient hiertoe aangesloten te worden op het aanwezige gemeentelijk riool. 6.1.2

Waterparagraaf en watertoets

De watertoets is het proces van vroegtijdig beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een bestemmingsplan. De watertoets wordt via een waterparagraaf opgenomen in het bestemmingsplan. De waterparagraaf beschrijft de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie en de wijzigingen die optreden en hoe hiermee wordt omgegaan. Het wateradvies van het waterschap moet daarin zijn meegenomen. Het nieuwe waterbeleid in de 21e eeuw breekt met een eeuwenoude traditie. Een traditie van zo snel mogelijk afvoeren van afvalwater en hemelwater. Volgens het nieuwe rijksbeleid moet vooral het hemelwater lokaal zo lang mogelijk worden vastgehouden. Pas als het niet kan, dient het water te worden afgevoerd. In datzelfde rijksbeleid staat ook een voorkeursvolgorde voor het omgaan met waterstromen. Het beleid is erop gericht schone waterstromen te scheiden van verontreinigde waterstromen. Bij het opstellen van de waterparagraaf zijn ruimtelijk relevante criteria te onderscheiden in:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp • • • • • • • • • • • • • • •

Criteria die betrekking hebben op de locatiekeuze; Criteria die betrekking hebben op de inrichting van een ruimtelijk plan. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de thema's die in de waterparagraaf kunnen worden meegenomen: Veiligheid - Waarborgen veiligheidsniveau; Wateroverlast – Voorkomen en/of reduceren van wateroverlast. Vergroten veerkracht watersysteem; Verwerking hemelwater - Vasthouden, bergen, afvoeren; Riolering – voorkomen van het ontstaan van afvalwater. Afvalwater afvoeren naar de rioolwaterzuivering; Watervoorziening - Afstemmen op de toegekende functie; Volksgezondheid - Minimaliseren risico op water gerelateerde ziekten en plagen; Bodemdaling (veengebieden) - Tegengaan bodemdaling en reductie functiegeschiktheid; Grondwateroverlast - Het tegengaan van grondwateroverlast; Oppervlaktewaterkwaliteit - Behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur en afstemming KRW; Grondwaterkwaliteit - Behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur; Verdroging - Bescherming karakteristieke grondwaterafhankelijke ecologische waarden; Natte natuur - Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Voornoemde thema's hebben niet alleen betrekking op het plangebied, maar ook op de omgeving van het plangebied. Waterhuishoudkundige consequenties van een plan mogen niet op de omgeving afgewenteld worden. Het waterschap streeft er naar om de ingrepen binnen een deelstroomgebied waterneutraal te houden. Wateraspecten die niet ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het proces van de watertoets wel gesignaleerd maar niet geregeld worden. Dit houdt in dat als iets met een specifiek instrument geregeld kan worden, het niet met een ruimtelijk plan geregeld mag worden. Belangrijke regel stellende instrumenten zijn, de Keur van het waterschap, Activiteitenbesluit, peilbesluit, gemeentelijke verordening etc. • • •

Bij de keuze voor de locatie van het (plan)gebied wordt rekening gehouden met de wateropgave en de eigenschappen van het watersysteem; Bij het stedenbouwkundig plan moet notie worden genomen van het feit dat water van hoog naar laag stroomt. Water is daarmee ordenend voor het plan; Per project moet in overleg tussen gemeente en waterschap worden bezien of maatwerkoplossingen nodig en/of gewenst zijn.

Voorkeursvolgorde 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Ontstaan van afvalwater voorkomen of beperken; Verontreiniging van water voorkomen of beperken; Waterstromen gescheiden houden, tenzij niet scheiden geen nadelige gevolgen heeft; Huishoudelijk afvalwater en vergelijkbaar afvalwater gaan naar de RZWI; Andere waterstromen zoals schoon hemelwater na retentie en zuivering bij de bron hergebruiken; Andere waterstromen zoals schoon hemelwater na retentie en zuivering lokaal in het milieu brengen.

Uit-Inbreiding woongebied Bij nieuwe uitbreidingen wordt het proces van de watertoets gevolgd. Ten aanzien van dimensionering van hemelwatervoorzieningen worden de eisen van de gemeente en waterschap gevolgd. Dimensioneringsgrondslagen uit- en inbreidingen woongebied Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 8 (circa 20 mm, aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen; Ontwerp berging ten behoeve van vertraagt afvoeren van regenbuien: 40 mm, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur. Wanneer de berging vanwege ruimtegebrek niet kan worden gerealiseerd in de uitbreiding dan kan deze in overleg met de gemeente op een andere locatie worden gerealiseerd. Gemeente

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp zal hiervoor een regeling uitwerken gebaseerd op een betaling van een bedrag van de initiatiefnemer aan de gemeente Waterhuishouding nieuwbouw Bij het realiseren van nieuwbouw dient een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd te worden en een waterhuishoudingsplan te worden opgesteld. Eventuele drainage voert af naar een wadi of naar het oppervlaktewater, dus niet naar een rioolwaterzuivering. Daarbij wordt ten aanzien van grondwater als uitgangspunt voor het ontwerp een eis voor voldoende drooglegging gesteld (dat wil zeggen geen natte voeten in de tuin, geen water in kruipruimtes, etc.). Vochtoverlast door hoge grondwaterstanden wordt geminimaliseerd door het bouwen zinder kruipruimten en door kelders waterdicht te maken. Per locatie wordt er een minimum bouwpeil ingesteld om grondwateroverlast in de toekomst te voorkomen.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsproces

Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de ‘normale procedure’. In de volgende paragraaf wordt één en ander nader toegelicht. De watertoets is opgenomen in bijlage 4 van deze toelichting. Doordat er sprake is van een ‘normale procedure’, is de voorgenomen ontwikkeling besproken met het waterschap. Het waterschap heeft input gegeven voor de te hanteren uitgangspunten zoals in de volgende paragraaf is beschreven. 6.2.3

Waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied

6.2.3.1 Huidige situatie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is een relatief groot gedeelte van het plangebied reeds verhard vanwege de bestaande bebouwing (kerkgebouw met aanbouw, pastoriewoning, dokterswoning, koetshuis) met bijbehorende erfverhardingen. Het plangebied wordt volledig herontwikkeld, waarbij tevens een gedeelte van de bestaande verharding (het kerkgebouw) wordt verwijderd. Al met al is sprake van een relatief beperkte toename van verharding, in verhouding tot de grote omvang van het plangebied (1,2 hectare). Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van de kern Hellendoorn. De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. 6.2.3.2 Afvalwater Het afvalwater van de woningen wordt afgevoerd via het gemengd rioolstelsel naar de RWZI Nijverdal. De RWZI Nijverdal biedt voldoende capaciteit voor de toename van het afvalwater als gevolg van het toe te voegen aantal woningen in het plangebied. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp 6.2.3.3 Hemelwater Schoon hemelwater ter plaatse van de verharde oppervlakten wordt binnen het plangebied geïnfiltreerd in de bodem conform het gemeentelijk beleid. Conform het gemeentelijke beleidsplan ‘Samen leven met water’, dient er sprake te zijn van het bergen van minimaal 30 mm water op eigen terrein. Ondanks de aanwezigheid van een hemelwaterriool, adviseert het waterschap Vechtstromen om zoveel mogelijk hemelwater te bergen in de bodem en te infiltreren binnen de groene zones in het plangebied. Bij de nadere uitwerking van de voorgenomen ontwikkeling in de omgevingsvergunningfase, wordt nader aandacht besteed aan de concrete uitwerking van de omgang met hemelwater. 6.2.3.4 Oppervlakte In het plangebied is geen sprake van noemenswaardige oppervlaktewater.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

HOOFDSTUK 7 7.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2

Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. De op de verbeelding of in de regels aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onder andere onderverdeeld in: • • • • •

7.2.4

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijken van de bouwregels: omschrijving op welke onderdelen en onder welke voorwaarden door middel van een omgevingsvergunning mag worden afgeweken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels: omschrijving van gebruiksactiviteiten die niet zijn toegestaan; Afwijken van de gebruiksregels: omschrijving op welke onderdelen en onder welke voorwaarden door middel van een omgevingsvergunning mag worden afgeweken van de gebruiksregels. Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

•

•

7.2.5

Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Overige regels (Artikel 10) In dit artikel is aangegeven dat het bestemmingsplan zich verzet tegen het gebruik van de gronden als seksinrichting. Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Bos (artikel 3) Het groene gebied binnen het plangebied bevat veel waardevolle bomen. Om deze bomen te behouden is aan de gronden ter plaatse en rondom de bomen de bestemming ‘Bos’ toegekend. De gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd bos, watergangen, sloten en waterpartijen, extensieve openluchtrecreatie, groenvoorzieningen, voet- en fietspaden en nutsvoorzieningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp In de bouwregels is bepaald dat op en in de gronden met de bestemming Bos uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 meter bedraagt mogen worden gebouwd. Voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is een aanlegvergunningplicht opgenomen. Dit betekent dat het ter plaatse verboden is om een aantal werken of werkzaamheden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning uit te voeren, waaronder het kappen of rooien van bomen en/of houtopstanden. Groen (artikel 4) Aan de openbaar toegankelijke gronden in het parkachtige gebied (die niet bestemd zijn voor ‘Bos’) is de bestemming ‘Groen’ toegekend. Deze gronden zijn onder meer bestemd voor plantsoen, gazon, groenstroken, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen, langsparkeren, water en extensieve openluchtrecreatie. Tevens is in het oosten van het plangebied, ter plaatse van de in- en uitrit van de parkeergarage, de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - in- en uitrit parkeergarage’ opgenomen. In de bouwregels is bepaald dat op deze gronden, met uitzondering van bestaande gebouwen, geen gebouwen en/of overkappingen mogen worden gebouwd.

Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - inen uitrit parkeergarage’ mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de in- en uitrit van een parkeergarage worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte niet meer dan 4,5 m mag bedragen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw of overkapping zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 10 m. Wonen - 1 (artikel 5) Aan de gronden ter plaatse van de vrijstaande woningen in het plangebied, bedoeld voor de nieuw te bouwen vrijstaande woningen en de pastoriewoning, is de bestemming ‘Wonen - 1’ toegekend. De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor wonen, aan huis verbonden beroepen, water en (half)ondergrondse parkeervoorzieningen. Binnen de voor Wonen - 1 bestemde gronden zijn drie bouwvlakken opgenomen, waarvan één ter plaatse van de bestaande pastoriewoning en twee ter plaatse van de twee te realiseren vrijstaande woningen. In de bouwregels is bepaald dat hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Het aantal woningen per bouwvlak bedraagt ten hoogste het bestaande aantal, dan wel het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangegeven aantal. Hoofdgebouwen worden vrijstaand gebouwd. De maximum bouwhoogte van de hoofdgebouwen bedraagt maximaal de bestaande hoogte, dan wel de bouwhoogte zoals aangegeven door middel van de maatvoeringsaanduidingen.

De dakhelling van hoofdgebouwen bedraagt minimaal 0° en maximaal 60°. De dakhelling van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt 0°. Voor (half)ondergrondse parkeervoorzieningen geldt dat de ondergrondse bouwdiepte maximaal 4 meter onder peil mag bedragen; Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte van vlaggenmasten ten hoogste 6 meter, van erf- en terreinafscheidingen ten hoogste 2 meter en van overige bouwwerken ten hoogste 3 meter mag bedragen. In de specifieke gebruiksregels is opgenomen dat het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige (vakantie)woning als strijdig gebruik wordt begrepen. Wonen - 3 (artikel 6) In voorliggend geval is aan de gronden van het plangebied bedoeld voor de appartementengebouwen de bestemming ‘Wonen - 3’ toegekend. De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor woningen in de vorm van appartementen met bergingen, groenvoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, water en (half)ondergrondse parkeervoorzieningen. Voor wat betreft gebouwen en overkappingen geldt dat deze binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. De maximum bouwhoogte is middels een aanduiding op de verbeelding aangeduid en bepaald. De maximum bouwhoogte van de bergingen mag maximaal 4,5 meter bedragen. De maximum bouwdiepte van ondergrondse parkeervoorzieningen bedraagt 4 meter.

Voor bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde geldt dat de bouwhoogte van vlaggenmasten 6 meter en de bouwhoogte van overige bouwwerken 3 meter.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp Wonen - Karakteristiek (artikel 7) In voorliggend geval is aan de gronden bij en rondom het doktershuis (Dorpsstraat 2) en het koetshuis de bestemming ‘Wonen - Karakteristiek’ toegekend, zoals in het vigerend bestemmingsplan reeds het geval is. De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor wonen, aan huis verbonden beroepen, water, en het behoud van de karakteristieke stedenbouwkundige uitstraling. Voor wat betreft gebouwen geldt dat deze binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. Het aantal woningen per bouwvlak mag ten hoogste het bestaande aantal bedragen, dan wel het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangegeven aantal. Woningen dienen vrijstaand te worden gebouwd. De bestaande uitwendige hoofdvorm van hoofgebouwen, zoals blijkend uit de goothoogte, bouwhoogte, dakvorm en situering, dient gehandhaafd te blijven. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen binnen het bouwvlak, dan wel binnen de opgenomen aanduiding ‘bijgebouwen’ te worden gebouwd. De goot- en bouwhoogten van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedragen niet meer dan respectievelijk 3 meter en 6 meter. De dakhelling van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt minimaal 0° en maximaal 60°.

Voor bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde geldt dat de bouwhoogte van vlaggenmasten 6 meter en de bouwhoogte van overige bouwwerken 3 meter. In de specifieke gebruiksregels is opgenomen dat het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of zomerhuis als strijdig gebruik wordt begrepen. Ten slotte zijn afwijkingsregels opgenomen waardoor onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van specifieke bouw- en gebruiksregels.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Hellendoorn. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

HOOFDSTUK 9 9.1

Vooroverleg

9.1.1

Het Rijk

VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Het plan wordt gezien de kleinschaligheid niet aan de provincie toegezonden. 9.1.3

Waterschap Vechtstromen

Er is een watertoets uitgevoerd waaruit de ‘normale procedure’ naar voren kwam. Na overleg met het waterschap is de in paragraaf 6.2 opgenomen waterparagraaf opgenomen.

9.2

Inspraak

Er wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

9.3

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt, nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, ingevuld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

55

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

56

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

57

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

58

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

59

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Bijlage 4

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14998201/1