CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn

Debatronde 4 oktober 2022, gemeente HellendoornBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn"20.414 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn

9 februari 2022

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn”

Bestemmingsplan:

“Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn”

IDN:

NL.IMRO.0163.REGDORP-ON01

Status:

Ontwerp

Datum:

9 februari 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 DE VISIE ..................................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 20 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 27

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 34 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID .................................................................................................................................................... 34 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 35 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 35 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 36 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 38 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 40 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 41 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 42

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 44 6.1 6.2

ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 44 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 48

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 50 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 50 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 50 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 51

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 54 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 55 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 55 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 55 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 55

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 56 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 57 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 58 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 59 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 60

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen omsloten door de Reggeweg, de Dorpsstraat, het Harberssteegje en de Hofmanstraat, centraal gelegen in de kern Hellendoorn. Het plangebied betreft een gebied van circa 1,2 hectare. Binnen het plangebied bevinden zich een voormalige dokterswoning, een koetshuis en een voormalige gereformeerde kerk met een pastoriewoning. In het noorden en oosten van het plangebied bevindt zich een waardevol bosgebied. Het aaneengesloten groene gebied is niet toegankelijk voor de inwoners van Hellendoorn. De huidige eigenaar van het gebied is van mening dat een dergelijk groen gebied midden in het dorp eigenlijk ook toegankelijk zou moeten zijn voor de bevolking en dat niet alleen hij maar ook anderen ruimte zou moeten worden geboden om op beperkte schaal in het gebied te gaan wonen. Om zicht te krijgen op de mogelijkheden heeft een uitgebreid onderzoek plaats gevonden van de groenkwaliteit van het gebied hetgeen heeft geleid tot de navolgende visie.

1.2

De visie

Het plangebied bevat een groene long, met waardevol groen dat afgeschermd wordt door het voormalige kerkgebouw. De groene long is in de huidige situatie niet openbaar toegankelijk. Inventarisatie van de aanwezige bomen en onderliggend groen geven aan dat dit waardevolle en gewaardeerde groen bewaard moet worden, waarbij openbare toegankelijkheid van deze groene long als opwaardering van het gebied wordt beschouwd. Uit de inventarisatie van dit waardevolle groen blijkt dat binnen de groene long, op de open plekken in het groen, ruimte is voor het toevoegen van maximaal twee hoogwaardige woningen. Door het verwijderen van de bestaande bebouwing van de kerk met aangebouwde bijgebouwen wordt tevens ruimte gecreëerd voor het herplaatsen van twee, uit elkaar gehaalde, bouwvolumes waarin appartementen gerealiseerd kunnen worden. De ruimte tussen deze twee volumes zorgt ervoor dat het, in huidige situatie, afgesloten groene achtergebied openbaar toegankelijk gemaakt wordt. Het in het plangebied aanwezige karakteristieke koetshuis kan door een moderne toevoeging aan het bestaande gebouw worden getransformeerd tot een woning. Door de toe te voegen bebouwing uit te voeren in bijzondere villa-achtige architectuur, welke in het dorp nog niet voorkomt, wordt het ‘parkachtige’ gevoel versterkt.

Samengevat is het voornemen dan ook om het gebied te herontwikkelen tot woonlocatie met een openbaar toegankelijk groen gebied. Concreet bestaat het voornemen uit de bouw van twee vrijstaande woningen, het herbestemmen van de pastoriewoning en het koetshuis tot reguliere woningen en de bouw van twee appartementengebouwen op de locatie van de voormalige kerk. De beoogde plannen zijn niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Er zal worden aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.3

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in de kern Hellendoorn en wordt aan de zuidzijde begrensd door de Reggeweg, aan de oostzijde door de Hofmanstraat, aan de westzijde door de Dorpsstraat en aan de noordzijde door het Harberssteegje. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Hellendoorn en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij voorliggend bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Afbeelding 1.1

1.4

Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0163.REGDORP-ON01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.5

Huidig planologisch regime

1.5.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het “Bestemmingsplan Hellendoorn Dorp 2013” en de “Eerste herziening van het Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Hellendoorn”. Deze bestemmingsplannen zijn op respectievelijk 3 december 2013 en 12 oktober 2021 door de gemeenteraad van Hellendoorn vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan voorziet enkel in een juridisch planologische doorvertaling van het gemeentelijk parkeerbeleid. Ter duiding van het geldend planologisch regime is dan ook met name het “Bestemmingsplan Hellendoorn Dorp 2013” relevant. De gronden van het plangebied zijn voorzien van de enkelbestemmingen ‘Wonen – Karakteristiek’ en ‘Maatschappelijk’. Binnen de woonbestemming zijn twee bouwvlakken opgenomen, waarvan één voor de dokterswoning en één voor het koetshuis. Binnen de maatschappelijke bestemming zijn tevens twee bouwvlakken opgenomen, waarvan één voor de kerk en één voor de bijbehorende pastoriewoning. Binnen het noordelijke gedeelte van het bouwvlak behorende bij de kerk geldt de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 10 m’. Voor de zuidelijke aanbouw bij de kerk geldt de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 4 m’. Binnen het bouwvlak behorende bij de pastoriewoning geldt de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 4 m’.

Tevens geldt in het gehele plangebied de bouwaanduiding ‘kap’ en de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – afwijkingsgebied’. Ten slotte geldt in het gehele plangebied, behalve in de bouwvlakken, de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van “Bestemmingsplan Hellendoorn Dorp 2013” opgenomen. Het plangebied is indicatief aangegeven door middel van de rode lijn.

Afbeelding 1.2

1.5.2

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

‘Wonen – Karakteristiek’ De voor ‘Wonen – Karakteristiek’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wonen, aan huis verbonden beroepen, water en het behoud van de karakteristieke stedenbouwkundige uitstraling. Het aantal woningen bedraagt ten hoogste het bestaande aantal en woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. ‘Maatschappelijk’ De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor levensbeschouwelijke doeleinden en wonen, uitsluitend overeenkomstig de bestaande situatie, met de daarbij behorende erven, parkeervoorzieningen, water- en groenvoorzieningen. Voor het bouwen van gebouwen en/of overkappingen geldt dat de gebouwen binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd en dat de ter plaatse aangeduide maatvoering in acht dient te worden genomen. Daar waar op de verbeelding het gebouw is aangeduid als ‘karakteristiek’ dient de bestaande uitwendige hoofdvorm, zoals blijkend uit de goothoogte, nokhoogte, dakvorm en situering gehandhaafd te blijven. ‘Waarde – Cultuurhistorie’ De op de verbeelding met ‘Waarde – Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle groenvoorzieningen en tuinen.

‘Wetgevingszone – afwijkingsgebied’ Binnen de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – afwijkingsgebied’ geldt voor aan- en uitbouwen en overkappingen met de bouwaanduiding ‘kap’ een minimale dakhelling van 15°.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp 1.5.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling; het bouwen van twee vrijstaande woningen, het realiseren van twee appartementengebouwen op de locatie van de kerk, het herbestemmen van het koetshuis naar reguliere woning en het herbestemmen van de pastoriewoning behorende bij het voormalige kerkgebouw naar een reguliere woning is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren.

1.6

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de vooroverleg en inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

HOOFDSTUK 2

DE HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied ligt in de dorpskern Hellendoorn en wordt omsloten door de Reggeweg, de Hofmanstraat, de Dorpsstraat en het Harberssteegje. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving van het plangebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door woonfuncties. Daarnaast komen verspreid in de nabije omgeving van het plangebied bedrijfsfuncties, maatschappelijke functies en detailhandelsfuncties voor. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een besloten gebied van circa 1,2 hectare. Aan de westzijde van het plangebied bevinden zich een dokterswoning en een koetshuis. Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich een voormalige gereformeerde kerk met een bijbehorende pastoriewoning. Momenteel wordt het kerkgebouw gebruikt voor opslag van auto-onderdelen van klassieke auto’s. Het kerkgebouw met aangebouwd bijgebouw is in slechte staat van onderhoud. Het pand is uitgevoerd met ongeïsoleerde vloeren, gevels en daken. Tevens is de kerk door de vorm en uitvoering (onder andere een schuin aflopende vloer) moeilijk geschikt te maken voor andere doeleinden. De noordzijde van het plangebied bestaat uit een groen parkachtig gebied, genaamd ‘het Laar’. In afbeeldingen 2.2 en 2.3 zijn met respectievelijk een luchtfoto en een inrichtingstekening de huidige situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven.

In afbeeldingen 2.4 is ter impressie een straatbeeld van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 2.2

Luchtfoto ligging plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Afbeelding 2.3

Inrichtingstekening huidige situatie (Bron: Madmax Diesajn)

Afbeelding 2.4

Straatbeeld plangebied; koetshuis (Bron: Tubantia)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1

Gewenste ontwikkeling

Initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen met behoud van de bestaande waardevolle groenstructuur. Het concrete voornemen bestaat uit de volgende onderdelen: • • • • • • • •

De bouw van twee vrijstaande woningen ten noorden van de voormalige kerk en het koetshuis; Het verbouwen van het koetshuis tot burgerwoning; Het herbestemmen van de dienstwoning/pastoriewoning van het voormalige kerkgebouw tot één reguliere woning; De sloop van het voormalige kerkgebouw; De bouw van een kleinschalig appartementengebouw met maximaal drie bouwlagen en vijf appartementen ter plaatse van het huidige kerkgebouw; De bouw van een kleinschalig appartementengebouw met maximaal twee bouwlagen en vier appartementen ter plaatse van de zuidelijke aanbouw bij het kerkgebouw; Het behouden van bestaande waardevolle bomen en groenstructuur; Het openbaar toegankelijk maken van het parkachtige gebied.

De bestaande dokterswoning (Dorpsstraat 2) blijft behouden. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de landschappelijke kwaliteit van het gebied niet veranderd, maar wordt ruimte gemaakt voor een openbaar parkachtig gebied. Er komt meer openheid in het plangebied door een doorkijk naar het groene achtergebied ‘het Laar’ te creëren. Tevens worden er doorkijkjes gecreëerd richting de molen ‘de Hoop’ aan de Ninaberlaan. Ook wordt er een wandel-/fietspad aangelegd, waardoor het parkachtige terrein in het plangebied openbaar toegankelijk wordt. Uitgangspunt bij de ontwikkeling is het behouden van de bomen en het groen aan de randen van het plangebied. In afbeelding 3.1 en 3.2 zijn twee impressiebeelden van de gewenste situatie in het plangebied weergegeven.

Afbeelding 3.1

Ontwerp gewenste situatie (Bron: Madmax Diesajn)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Afbeelding 3.2

Ontwerp gewenste situatie (Bron: Madmax Diesajn)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke ‘Nota Parkeernormen - herziene uitgave 2021’ (vastgesteld d.d. 21 september 2021). De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Hellendoorn. 1. 2.

3.2.2

De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningbouwverenigingen, makelaars, enzovoort); De nota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke plannen en bouw- en verbouwprojecten in de gemeente Hellendoorn en niet voor bestaande parkeersituaties. Uitwerking

Binnen de begrenzing van het plangebied wordt de realisatie van negen appartementen en vier vrijstaande woningen (inclusief de bestaande pastoriewoning) mogelijk gemaakt. Op basis van de Nota Parkeernormen - herziene uitgave 2021 gelden de volgende uitgangspunten: • • •

Ligging: centrum (de kern Hellendoorn); Functie: wonen (‘koop, appartement, midden’ & ‘koop, huis, vrijstaand’) Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk.

3.2.2.1 Berekening parkeerbehoefte Op basis van de bovenstaande gegevens wordt in onderstaande tabel de parkeerbehoefte voor de gewenste situatie weergegeven. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp Gewenste situatie Soort woning (aantal) Koop, appartement, midden (9) Koop, huis, vrijstaand (4) (2 nieuwe woningen, 1 koetshuis verbouwen tot woning, 1 pastoriewoning naar reguliere woning) Totaal (afgerond)

Parkeernorm uitgegaan van het gemiddelde 1,4

Totaal per woningsoort

1,8

7,2

12,6

19,8 (20)

Zoals te zien in bovenstaande tabel komt de parkeerbehoefte als gevolg van de gewenste ontwikkeling neer op afgerond 20 parkeerplaatsen. Het plangebied is dermate ruim opgezet, dat het parkeren op eigen terrein kan plaatsvinden. Daarbij wordt opgemerkt dat de parkeerplaatsen ten behoeve van de appartementengebouwen half verdiept onder de bebouwing worden gerealiseerd. 3.2.2.2 Berekening verkeersgeneratie De Nota Parkeernormen - herziene uitgave 2021 van de gemeente Hellendoorn laat zich niet specifiek uit over de verkeersgeneratie die ontwikkelingen met zich meebrengen. Op basis van de CROW-uitgave ‘Toekomstbestendig parkeren’ publicatie 381 (december 2018) kent het type woning ‘koop, appartement, midden’ een gemiddelde verkeersgeneratie van 5,8 per weekdagetmaal. Het type woning ‘koop, huis, vrijstaand’ kent een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,4 per weekdagetmaal. In de gewenste situatie is ter plaatse van het plangebied sprake van negen appartementen en vier vrijstaande woningen (inclusief de bestaande pastoriewoning). Gelet op de vorenstaande uitgangspunten, is er sprake van een verkeersgeneratie van afgerond 88 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De infrastructuur rondom het plangebied kan deze geringe toename van verkeer veilig en eenvoudig afwikkelen.

Tevens wordt opgemerkt dat de verkeersbewegingen behorende bij de kerk, die momenteel in gebruik is als opslaglocatie voor auto-onderdelen, komen te vervallen. Voorgaande houdt in dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling geen onevenredige verkeersdruk met zich meebrengt en het plan vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren oplevert. Tot slot resulteerde de bestaande te herbestemmen pastoriewoning eveneens in een bepaalde verkeersgeneratie. Per saldo is ter plaatse van het plangebied nauwelijks sprake van een toename van verkeersbewegingen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen vanuit het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Op moment van schrijven van dit bestemmingsplan is de NOVI nog niet vastgesteld. Naar verwachting zal de NOVI in het voorjaar van 2020 vastgesteld worden. Aangezien voorliggend bestemmingsplan ook rond deze tijd wordt vastgesteld, wordt al wel vast aan de NOVI getoetst. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Voorliggende ontwikkeling betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan dfe ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen.

De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is op nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Om te bepalen of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet eerst duidelijk worden of er überhaupt sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De bouw van 12 woningen wordt wel gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953) De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet planologisch gezien in het toevoegen van 12 woningen (de pastoriewoning naast de kerk wordt als bestaande woning beschouwd). In voorliggend geval is dan ook sprake van een ladderplichte ontwikkeling. Het voorgenomen plan wordt hiermee als een ‘stedelijke ontwikkeling’ aangemerkt. De laddertoets dient te worden doorlopen. Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd.

In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen. In voorliggend geval is dan ook sprake van een ladderplichtige ontwikkeling aangezien het voorliggend bestemmingsplan planologische kaders biedt voor de realisatie van 13 woningen op een locatie die kan worden aangemerkt als een "woningbouwlocatie". Hiermee is, in relatie tot het bestande planologisch regime, sprake van een ontwikkeling die aan te merken is als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarom moet een antwoord worden gegeven op onderstaande vragen: Artikel 3.1.6 lid 2 van de Bro geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Voordat de behoefte in beeld kan worden gebracht, moet ten eerste duidelijk zijn wat het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de ontwikkeling betreft. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 13 woningen. De nieuwbouwplannen in de gemeente Hellendoorn worden onder andere op regionaal niveau met elkaar afgestemd binnen de regio Twente. Deze afstemming bestaat onder meer uit het verdelen van de door de provincie toegestane woningaantallen, waarbij op basis van de woningbehoefteraming de plannen verdeeld worden over de tot de regio behorende gemeenten, en hun onderliggende kernen. De kwalitatieve vertaalslag naar type woningen, prijsklassen, doelgroepen etc. wordt op lokaal niveau gemaakt en ook de realisatie is een gemeentelijke activiteit. Feitelijk is er dus sprake van een lokaal woningbouwprogramma waarvan regionaal is afgestemd dat de totale productie binnen de door de provincie gestelde bandbreedte blijft.

Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan gelet op het feit dat in voorliggend geval vooral voor de lokale behoefte wordt gebouwd worden beperkt tot de gemeente Hellendoorn en de direct omliggende gemeenten/kernen. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten, WoON Twente en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Op basis van deze samenwerking zijn ook met betrekking tot de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp woningbouwontwikkeling in Twente regionaal afspraken gemaakt. Voor de periode 2021-2025 hebben deze afspraken vorm gekregen middels de op 17 maart 2021 vastgestelde ‘Regionale Woonagenda Twente’. In deze woonagenda wordt geschetst wat de komende jaren de prioriteiten zijn op Twentse woningmarkt en hoe de Twentse gemeenten hieraan gaan werken. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie in relatie tot de woningmarkt. De opgaven waar de partijen voor staan zijn groot. De druk op de woningmarkt en de woningtekorten zijn hoog. Steeds meer huishoudens hebben moeite de gewenste woning te kopen of huren in Twente. Alle partijen voelen de urgentie daar wat aan te doen. Er zullen de komende jaren veel nieuwe woningen bijgebouwd moeten worden, maar er moeten ook manieren worden gevonden om de dynamiek en slaagkansen te vergroten. De druk op de woningmarkt is echter niet de enige uitdaging, ook de investeringsopgave in bestaande wijken en transformatielocaties, de verduurzaming van de woningvoorraad en de huisvesting van bijzondere doelgroepen vragen aandacht. Tot slot, maar niet in de laatste plaats, kan wonen niet los gezien worden van regionale opgaven zoals verstedelijking, de vitaliteit van de dorpen en steden en de transitie van het platteland.

Wonen vormt in deze grote opgaven immers een belangrijke sleutelfunctie. Kwantitatieve behoefte Algemeen Voor de provincie Overijssel geldt dat sprake is van een forse woningbouwambitie. In de periode tot 2030 moeten 60.000 woningen worden bijgebouwd. Hierdoor is er sprake van een flinke versnellingsopgave. De ambitie om 60.000 woningen toe te voegen is provinciebreed en gericht op het snel oplossen van de woningnood in grote delen van de provincie en in verschillende segmenten. De ambitie is opgebouwd uit drie elementen: 1. 2. 3.

de beschikbare woningbehoefteprognoses1 tot 2030; het naar voren halen van de woningbehoefte die ontstaat na 2030, en; een extra impuls om bij te dragen aan het oplossen van de actuele woningnood in Nederland.

Op basis van deze drie elementen vult de regio Twente circa 1/3 deel van de ambitie om 60.000 woningen in Overijssel toe te voegen, de regio West Overijssel circa 2/3 deel. De druk op West-Overijssel is immers groter door een toenemende trek vanuit de Randstad en andere landsdelen en voornamelijk de aantrekkingskracht van de regio Zwolle (en in mindere mate ook Deventer). Concreet betekent het dat de regio Twente ambieert om tot 2030 in totaal circa 20.000 tot 22.000 woningen toe te voegen. Op basis van de prognoses van de huishoudensgroei tussen 2020 en 2030 en de benodigde ruimere programmering is een behoefte van ruim 15.000 woningen te verwachten tot 2030. Dit aantal wordt gedefinieerd als de lokale behoefte. Daarnaast heeft Twente een extra woningbouwambitie/-opgave op basis van onder andere de (gedeeltelijke) inloop van het huidige woningtekort (circa 3%), de krapte op de woningmarkt, de verstedelijkingsopgaven en de toenemende migratiestromen vanuit de Randstad en andere landsdelen. Deze extra woningbouwambitieopgave bedraagt voor Twente circa 5.000 tot 7.000 woningen tot 2030. De noodzakelijk acties bestaan hiermee uit: • • •

Realiseren harde plannen tot 2025; Zachte plannen hard maken en realiseren tussen nu en 2030; Op zoek naar locaties voor uitbreiding tot 2025 en realiseren tot 2030.

De onderstaande tabel geeft per gemeente de netto harde en zachte plancapaciteit weer per 1-1-2020. Daarnaast is de woningbouwopgave tot 2030 weergegeven.

1 Samengesteld uit Primosprognoses, BPD-hittekaart, de krapte-indicator, migratie-onderzoek Rigo en meerdere woonbehoefte-analyses:

Monitor Gezond Wonen, onderzoek arbeidsmigranten (Companen), marktstudies (ontwikkeiaars), etc.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Afbeelding 4.1

Woningbouwopgave regio Twente (Bron: Regionale Woonagenda Twente)

Het bovenstaande aantal van 14.130 vormt een voorstelling van het mogelijke aanbod op basis van de harde en zachte plannen per 1-1-2020. De uiteindelijke vraag en behoefte van 15.782 dient echter ingevuld te worden op basis van de wens om te sturen op kwaliteit. Het aantal van 5.000-7.000 betreft de extra ambitie/opgave, waarbij ook hier het samen sturen op kwaliteit leidend is. De juiste woning op de juiste plek,

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp inspelend op de kwalitatieve woningbehoefte en een goede bijdrage leverend aan de leefbaarheid en kwaliteit van wijken/buurten in de steden, de dorpen en het platteland. Opgave 2021-2025 Tot 2025 ligt de focus op het realiseren van de bestaande harde plancapaciteit. Dit zijn de woningbouwprojecten waarmee de gewenste versnelling ingevuld kan worden. Belangrijke kanttekening daarbij is wel dat de harde plancapaciteit getoetst wordt op basis van het kwalitatief afwegingskader. Uitgangspunt is een woning voor iedereen: ruim baan voor de lokale behoefte, inbreiding, herstructurering en transformatie. Dit wil onder andere zeggen dat bij inbreidingsplannen waarbij binnen vijf jaar kan worden gestart met de realisatie geen kwantitatieve kaders gelden. Daarnaast moet de opgave voor de periode vanaf 2025 voorbereid worden. In deze periode moeten zachte plannen hard worden gemaakt en moet ook al een deel van deze nieuwe toegevoegde harde plancapaciteit worden gerealiseerd om de totale woningbouwopgave tot 2030 te halen. Daarvoor is de realisatie van 2.000 woningen per jaar noodzakelijk. Daarnaast moet worden gezocht naar extra bouwlocaties zodat ook in de periode tot 2030 de gewenste snelheid in woningbouwproductie gehaald kan worden.

Opgave tot 2030 Zoals blijkt uit de tabel in afbeelding 4.1 is de bestaande harde plancapaciteit circa 8.300 woningen. Voor het realiseren van de woningbouwambitie van circa 20.000 - 22.000 woningen tot 2030 is een uitbreiding van de harde plancapaciteit met minimaal 11.700 woningen nodig. Deze uitbreiding is voor een deel in te vullen door de bestaande zachte plancapaciteit (circa 5.800 woningen) om te zetten in harde plancapaciteit (mits passend binnen de kwalitatieve kaders). Aanvullend daarop moet 'ruimte' gemaakt worden voor nog eens zo'n 6.000 woningen. Hellendoorn In de Regionale Woonagenda Twente zijn ook voor de gemeente Hellendoorn specifieke uitgangspunten geformuleerd. Dit heeft geleidt tot het volgende sleutelgebied voor woningbouw binnen de gemeente: •

Uitbreiding kern Haarle (30 woningen)

Toetsing van het initiatief In voorliggend geval is sprake van een woningbouwontwikkeling waarbij in totaal 13 woningen worden gerealiseerd. Dit betreft dan een toevoeging aan de woningvoorraad van 13 woningen. Gezien de woningbouwopgave tussen 2021 en 2025, en tot 2030, wordt gesteld dat hiermee sprake is van een ontwikkeling die past binnen de aantoonbare kwantitatieve woningbouwbehoefte binnen de regio Twente. Kwalitatieve behoefte Algemeen Twente is en blijft een regio van de menselijke maat. Het is belangrijk dat er voor iedere woningzoekende een passende, betaalbare en niet in de laatste plaats kwalitatief goede woning is. Vertrekpunt van de regionale Woonagenda is het lokaal én regionaal blijven bieden van de woningen waar huidige en toekomstige inwoners behoefte aan hebben. Dat betekent dat gemeenten door nieuwbouw, transformatie en herstructurering woningen toevoegen die goed aansluiten op de bestaande en toekomstige vraag. Dat vraagt om een toekomstgericht kwalitatief programma op lokaal en regionaal niveau, alsmede om het inlopen van woningtekorten en de realisatie van voldoende woningen voor de groeiende behoefte. Maar ook vraagt het om maatregelen en strategieën om de bestaande woningvoorraad toegankelijker te maken, onder andere door de doorstroming binnen de woningvoorraad te bevorderen.

De Regionale Woonagenda Twente bevat met name ten aanzien van de kwantitatieve behoefte informatie waar gemeenten bij de uit te voeren laddertoets gebruik van kunnen maken. Ten aanzien van de kwalitatieve behoefte wordt in 2021 een kwalitatieve monitor opgezet aan de hand waarvan de gemeenten in de relevante woningmarktregio invulling kunnen geven aan het kwalitatieve aspect van de verantwoordingsplicht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp Wel onderscheidt de woonagenda drie verschillende ruimtelijke strategieën. Deze geven richting aan de ontwikkeling en geven aan waar in een gebied het accent op ligt, maar dienen niet als dwingend kader. De strategieën kenmerken vooral de verschillen tussen de steden, dorpen en het buitengebied. Er kunnen zich meerdere ruimtelijke woonstrategieën binnen een stad, dorp of gemeente bevinden. Hellendoorn Voor de gemeente Hellendoorn geldt de woonstrategie ‘wonen langs de radialen’. Hier is het uitgangspunt het wonen langs de radialen in de grote kernen met een goed voorzieningenniveau en die goed bereikbaar zijn. Het gaat dan om kernen met een goede ontsluiting op de A-, N- en spoorwegen en die een breed aanbod en mix van dorps, groenstedelijke en suburbane woonmilieus kunnen bieden. Voor de radialen wordt aangesloten op de Omgevingsvisie/ Omgevingsagenda Oost. De unieke kwaliteit van deze kernen is dat je er relatief rustig en ruim kunt wonen, met goede basisvoorzieningen binnen handbereik. De behoefte aan dergelijke woonmilieus is groot. Er worden kansen gezien om in deze kernen woningen en milieus toe te voegen, om daarmee ook de vitaliteit en economie van de kernen kracht bij te zetten. Toetsing van het initiatief Voorliggende ontwikkeling gaat uit van de realisatie van 13 woningen met een gedifferentieerd aanbod.

Door de mix van appartementen en vrijstaande woningen wordt voorzien in een aanbod dat past binnen de kwalitatieve woningbouwbehoefte. De woningen zijn immers geschikt voor een verscheidenheid aan doelgroepen, waaronder senioren, en dragen hiermee tevens bij aan de doorstroming op de woningmarkt. Voor het overige wordt verwezen naar paragraaf 4.3.2 waar wordt getoetst aan het gemeentelijke woonbeleid. Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan aantoonbaar past binnen de (regionale) kwalitatieve woningbouwbehoefte. Ligt de ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied? De ruimtevraag moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Op basis van gebied specifieke situaties dient bepaald te worden wat wordt ervaren als stedelijk gebied. In het Bro is in artikel 1.1.1 een definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied. De definitie luidt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In voorliggend geval betreft het plangebied een binnenstedelijke locatie in de kern Hellendoorn.

Met de voorgenomen herontwikkeling wordt de ruimtevraag naar woningen binnen het bestaande stedelijk gebied opgevangen en is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. Op 12 april 2017 zijn de nieuwe omgevingsvisie en –verordening door Provinciale Staten vastgesteld. De hiervoor genoemde plannen zijn op 1 mei 2017 in werking getreden. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • •

goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp • •

• 4.2.2

investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Afbeelding 4.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hierna worden de lagen nader toegelicht. Of – generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden.

Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1.

2.

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling ligt binnen de kern Hellendoorn en betreft een binnenstedelijke (her)ontwikkeling die voldoet aan het principe van ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’. Zoals hierna ook blijkt uit het ter plekke geldende ‘Ontwikkelingsperspectief’ en het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de ‘Stedelijke laag’ ligt het plangebied in bestaand bebouwd gebied. Met de ontwikkeling worden twee kleinschalige BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp appartementengebouwen, en drie vrijstaande woningen (waarvan één door middel van een verbouwing van het bestaande koetshuis) gerealiseerd. Deze woningen worden grotendeels gebouwd ter plaatse van reeds bestaande bebouwing, waaronder het kerkgebouw. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 1.

2.

Realisatie nieuwe woningen

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Het nieuwbouwprogramma in de gemeente Hellendoorn gaat uit van een netto toevoeging van 70 woningen tot 2026. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in het realiseren van drie vrijstaande woningen en negen appartementen en is passend in de woningbouwprogrammering. Het voornemen is zowel vanuit kwantitatief als kwalitatief oogpunt in overeenstemming met de gemaakte beleidskeuzes zoals opgenomen in de nota. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het gemeentelijke woonbeleid zoals opgenomen in subparagraaf 4.3.2 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat dit plan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Geconcludeerd wordt dat dit plan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Reggeweg-Dorpsstraat te Hellendoorn” Ontwerp

Afbeelding 4.4

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

“Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” In dit geval wordt met het plan een stedenbouwkundig verantwoord en functioneel passende ontwikkeling gerealiseerd, waarbij een aantrekkelijke woonlocatie ontstaat binnen de bebouwde kom van Hellendoorn.

De ontwikkeling vormt geen belemmering voor overige functies in de omgeving, zoals wordt aangetoond in paragraaf 5.5 bij deze toelichting (milieuzonering). De nieuwe bebouwing voegt zich goed in het straatbeeld. De materialen en kleuren van de bebouwing worden op elkaar afgestemd, waardoor eenheid ontstaat in het plangebied. Door middel van het creëren van een doorkijk naar het groene gebied ‘het Laar’ wordt de mate van openheid van het plangebied vergroot en vindt een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats. Tevens wordt opgemerkt dat gebruik wordt gemaakt van sedumdaken om hemelwater te infiltreren, waardoor een goede waterhuishouding wordt bevorderd, in hoofdstuk 6 wordt hier nader op ingegaan. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14998201/1