TOE bestemmingsplan Grotestraat 180 te Nijverdal (concept)(3-11-2021)
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Grotestraat 180 te Nijverdal
November 2021
Status: Concept
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal”
Bestemmingsplan: IDN: Status: Datum:
Grotestraat 180 te Nijverdal NL.IMRO.0163.BPNDGROTESTR180-ON01 Concept November 2021
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 2.1
HET PLANGEBIED EN DE OMGEVING ................................................................................................................. 9
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 23
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 27 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
GELUID .................................................................................................................................................... 27 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 29 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 29 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 30 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 32 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 36 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 39 6.1 6.1.1 6.2 6.3 6.4
ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 39 BELEIDSKADER ...................................................................................................................................... 39 WATERTOETS ........................................................................................................................................... 42 WATERPARAGRAAF ................................................................................................................................... 42 WATERTOETSPROCES ................................................................................................................................. 43
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 44 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 44 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 44 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 45
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 47 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 48 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 48 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 48 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 48
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 49 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 50 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 51 QUICKSCAN FLORA & FAUNA ................................................................................................................ 52 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 53
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Grotestraat 180 in het centrum van Nijverdal, gemeente Hellendoorn. In de huidige situatie is ter plaatse een leegstaand winkelpand met een bovenwoning aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om dit pand te transformeren tot appartementengebouw met een commerciële plint op de begane grond. Concreet gaat het om het toevoegen van maximaal drie bouwlagen ten behoeve van in totaal zeven appartementen. Het beoogde plan is echter niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan ‘Nijverdal Centrum’, aangezien hiervoor de juiste gebruiks- en bouwmogelijkheden ontbreken. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en toont aan dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bevindt zich aan de Grotestraat 180 in het centrum van Nijverdal. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Hellendoorn, sectie C met nummers 7967 en 8126. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in Nijverdal (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning) indicatief weergegeven.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied in Nijverdal en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0163.BPNDGROTESTR180-ON01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
De locatie ligt binnen het bestemmingsplan “Nijverdal Centrum” van de gemeente Hellendoorn. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 1 juli 2014. Tevens gelden ter plaatse de paraplubestemmingsplannen “Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Hellendoorn” en “Eerste herziening paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Hellendoorn”. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Nijverdal Centrum’ ter plaatse van het plangebied opgenomen. Het plangebied wordt indicatief aangegeven middels de rode omlijning. Aansluitend wordt beknopt ingegaan op de ter plaatse geldende bestemming. Voor de exacte planbegrenzing wordt verwezen naar de verbeelding bij dit bestemmingsplan.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan “Nijverdal Centrum” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen
Het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan “Nijverdal Centrum” de bestemming ‘Centrum - 1’. Binnen het plangebied is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen deels de aanduiding ‘specifieke vorm van centrum - detailhandel kelder of verdieping’ van toepassing is. Achterop het perceel bevinden zich deels nog gronden die vallen binnen de geluidszone van het ten noordoosten gelegen Bedrijvenpark Noord.
‘Centrum - 1’ De toegestane functies ter plaatse van de bestemming ‘Centrum – 1’ zijn onderverdeeld in functies voor de begane grond en de verdieping(en). Op de begane grondlaag van gebouwen zijn de gronden met name bestemd voor centrumfuncties in de vorm van detailhandel, dienstverlening, lichte horeca etc. Op de verdiepingen is hoofdzakelijk ruimte voor zakelijke dienstverlening, bestaande niet-woonfuncties en het bestaande aantal woningen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept Gebouwen moeten in beginsel worden gebouwd binnen het bouwvlak. Voor het hoofdgebouw bedraagt de maximum goothoogte twaalf meter en de maximum bouwhoogte 14,5 meter, inhoudende maximaal drie bouwlagen waarboven een terugliggende vierde bouwlaag is toegestaan.
‘Geluidszone – industrie’ Ter plaatse van de aanduiding 'geluidszone - industrie' gelden aanvullende regels. Ter plaatse mogen in beginsel geen geluidsgevoelige gebouwen worden gerealiseerd. Hier kan uitsluitend van worden afgeweken middels omgevingsvergunning. In voorliggend geval is deze aanduiding weinig relevant aangezien ter plaatse geen geluidsgevoelige gebouwen/objecten zijn beoogd. 1.4.3
Strijdigheid
De realisatie van zeven appartementen is in strijd met het geldende bestemmingsplan, aangezien ter plaatse maximaal het bestaande aantal woningen is toegestaan en mag worden gebouwd. In de bestaande situatie is echter slechts sprake van één bovenwoning. Daarnaast bestaat het voornemen uit het verhogen van het gebouw tot een maximale hoogte van circa zestien meter met maximaal vijf bouwlagen. Dit is in strijd met de ter plaatse geldende bouwregels. Om het gewenste plan mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en het omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel, de regio en de gemeente Hellendoorn beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de vooroverleg en inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
HOOFDSTUK 2 2.1
DE HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied en de omgeving
Het plangebied ligt in het centrum van Nijverdal, op circa negentig meter ten zuiden van de SallandTwentetunnel. De functionele structuur van de directe omgeving bestaat hoofdzakelijk uit centrumfuncties, met een de noordzijde woningen. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de woonpercelen aan de van den Steen van Ommerenstraat 2 (deels) en 3. Aan de oost- en westzijde vormen de percelen aan de Grotestraat 178 en 182 de begrenzing. Ter plaatse zijn respectievelijk een drogisterij en een schoenenwinkel gevestigd, beide met bovenwoningen. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit het voormalige winkelpand met een bovenwoning, en de bijbehorende bebouwing en erfverharding. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto weergegeven van de huidige situatie binnen het plangebied (rode omlijning). Afbeelding 2.2 toont een straatbeeld vanaf de Grotestraat.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
Afbeelding 2.2
Straatbeeld plangebied (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
In hoofdstuk 2 is al ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.
3.1
Gewenste ontwikkeling
Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van het plangebied de bestaande bebouwing te transformeren tot appartementengebouw met zeven appartementen en een commerciële plint op de begane grond. Hiertoe wordt het bestaande gebouw verbouwd en opgetopt met drie bouwlagen. Het gewenste gebouw is maximaal zestien meter hoog en bestaat uit vijf bouwlagen. Op de begane grond is ruimte voor een commerciële plint van circa 250 m². Op de eerste tot en met de derde verdieping zijn per verdieping twee appartementen geprojecteerd. Op de bovenste bouwlaag is nog eens ruimte voor één appartement. Het betreft appartementen in het duurdere segment, met per appartement een oppervlakte van circa 150 m². Achter het hoofdgebouw is ruimte voor het trappenhuis/lift, bergingen en parkeerplaatsen. In de onderstaande afbeeldingen zijn enkele afbeeldingen opgenomen waarmee de gewenste invulling van het plangebied in beeld is gebracht.
Afbeelding 3.1
Gewenste indeling plangebied (Bron: 01 Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
Afbeelding 3.2
Doorsnede gebouw nieuwe situatie (Bron: 01 Architecten)
Afbeelding 3.3
Impressie gebouw nieuwe situatie (Bron: 01 Architecten)
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept parkeerplaatsen. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke Nota Parkeernormen Herziene uitgave 2021. De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Hellendoorn. 1. 2.
3.2.2
De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningbouwverenigingen, makelaars, enzovoort. De nota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke plannen en bouw- en verbouwprojecten in de gemeente Hellendoorn en niet voor bestaande parkeersituaties. Uitwerking
3.2.2.1 Uitgangspunten Binnen de begrenzing van het plangebied wordt de realisatie van in totaal zeven koopappartementen (dure segment) en een commerciële plint van circa 250 m² mogelijk gemaakt. Op basis van de Nota Parkeernormen gelden de volgende uitgangspunten: • • •
Ligging: Stedelijkheidsgraad: Type:
centrum; matig stedelijk; Koop (etage, duur), Hoofdwinkelcentrum (20.000 tot 30.000 inw.)
3.2.2.2 Berekening parkeerbehoefte Op basis van vorenstaande gegevens ontstaat het volgende beeld ten aanzien van de parkeerbehoefte (inclusief bezoekersaandeel): Functie Koop (etage, duur) Hoofdwinkelcentrum (20.000 tot 30.000 inw.) Totaal
Norm (per woning of per 100 m²) 1,4 3,3
Aantal
Berekening
Totale behoefte
7 Circa 250 m²
1,4*7 3,3*2,5
9,8 8,25
18
Zoals uit voorgaande tabel blijkt, bedraagt de totale parkeerbehoefte 18 parkeerplaatsen. Zoals zichtbaar is op afbeelding 3.1 worden er op eigen terrein 11 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast krijgt ieder appartement de beschikking over een berging/garage. Deze ruimte is van voldoende omvang om hierin een auto te kunnen parkeren. Hiermee is in totaal sprake van 18 parkeerplaatsen en wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Hierbij wordt nog opgemerkt dat indien uitsluitend zou worden uitgegaan van de toename van de parkeerbehoefte (er is immers al sprake van een winkelpand met een bovenwoning) de situatie gunstiger uitvalt. In de planregels van dit bestemmingsplan is een parkeerregeling opgenomen die de realisatie van voldoende parkeerplaatsen waarborgt. 3.2.2.3 Verkeersgeneratie en verkeersveiligheid Op basis van vorenstaande gegevens ontstaat op basis van de CROW het volgende beeld ten aanzien van de verkeersgeneratie (inclusief bezoekersaandeel):
Functie
Norm (per woning of per 100 m²)
Aantal
Berekening
Totale behoefte
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept Koop, appartement, duur
6,8
7
6,8*7
47,6
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum (20.000 tot 30.000 inw.)
30,65
Circa 250 m²
30,65*2,5
253
Totaal
125
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling zorgt slechts voor een kleine toename van het aantal verkeersbewegingen. Immers is in de huidige situatie reeds sprake van een winkelpand en een bovenwoning. De daadwerkelijke toename van de verkeersgeneratie wordt dan ook enkel veroorzaakt door de zes extra woningen die worden toegevoegd. Dit betreft op basis van bovenstaande berekening een toename van circa veertig verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Hiermee is geen sprake van onevenredige druk op de capaciteit van de omliggende infrastructuur en de verkeersveiligheid. Het nieuwe perceel wordt ontsloten op de Grotestraat middels een ontsluiting aan de westzijde van het plangebied (zie afbeelding 3.1). De Grotestraat is zodanig ingericht dat het verkeer op een veilige en eenvoudige wijze af kan worden gewikkeld. 3.2.3
Conclusie
Vorenstaande houdt in dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling geen onevenredige parkeer- en verkeersdruk met zich meebrengt en het plan vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren oplevert.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
3.
Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Om te bepalen of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet eerst duidelijk worden of er überhaupt sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet planologisch in het toevoegen van zes woningen. Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk. 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid
Het initiatief is in overeenstemming met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het beleid dat in dit geval van toepassing is, is de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. Op 12 april 2017 zijn de omgevingsvisie en –verordening door Provinciale Staten vastgesteld. De hiervoor genoemde plannen zijn op 1 mei 2017 in werking getreden. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • •
• •
• 4.2.2
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
Afbeelding 4.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Hierna worden de lagen nader toegelicht. Of – generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes In het voorliggende geval zijn artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) en artikel 2.4.2 (Kernwinkelgebieden) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5.
Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: • •
•
Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept •
•
Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.
In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek dat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel In dit geval is sprake van een toevoeging van zes woningen aan de woningvoorraad. Het gaat concreet om de realisatie van zeven koopappartementen in het duurdere segment. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de concrete woningbouwbehoefte binnen de gemeente Hellendoorn. Met deze duurdere appartementen wordt voorzien in nieuwe doorstroommogelijkheden op de woningmarkt. Het initiatief is in overeenstemming met de geldende woonafspraken die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voor een nadere toelichting wordt specifiek verwezen naar paragraaf 4.4.2, waar nader wordt ingegaan op het gemeentelijke woonbeleid. Artikel 2.4.2 Kernwinkelgebieden Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in nieuwe detailhandelsvestigingen binnen of direct aansluitend aan bestaande kernwinkelgebieden. Het van belang zijnde begrip in het kader van artikel 2.4.2 is hierna opgenomen: •
Kernwinkelgebieden: de delen van binnensteden en dorpscentra waar detailhandelsvestigingen geconcentreerd zijn en wijkwinkelcentra.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Overijssel De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling in het centrum van Nijverdal voorziet in een commerciële plint op de begane grond van het appartementengebouw. In de huidige situatie is echter reeds sprake van een begane grond verdieping waar detailhandel is toegestaan. Er is geen sprake van een relevnte toename van vierkante meters van de detailhandelsfunctie. Daarnaast ligt het plangebied in het kernwinkelgebied van de kern Nijverdal. Gelet op het vorenstaande wordt voldaan aan artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
Afbeelding 4.2
Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
“Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” In dit geval wordt met de transformatie een stedenbouwkundig verantwoord en functioneel passende ontwikkeling gerealiseerd, waarbij een aantrekkelijke woon- en werklocatie ontstaat in het centrum van Nijverdal . Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de lokale woningbouwbehoefte.
De ontwikkeling vormt geen belemmering voor overige functies in de omgeving. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Natuurlijke laag” en de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven aangezien de oorspronkelijke waarden van deze lagen vanwege verstedelijking niet meer voorkomen in het plangebied. Daarnaast wordt de “Laag van de beleving” buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag direct op het plangebied van toepassing zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept 1.
Stedelijke laag
Vanuit de stedelijke laag is het gebiedskenmerk ‘Bebouwingsschil 1900 – 1955’ van toepassing op het plangebied. Dit is hieronder weergegeven in afbeelding 4.3.
Afbeelding 4.3
Uitsnede ‘stedelijke laag’ Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Kenmerkend in de bebouwing is de verwantschap in architectuurstijlen en aandacht voor architectonische details en verbijzondering van gebouwen op specifieke plekken als straathoeken. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. Als herstructurering etc. plaats vindt in de tuindorpen en fabriekswijken, dan voegt de vernieuwde/nieuwe bebouwing zich in de structuur van de bebouwde massa en groenstructuur, gericht op behoud van eenheid en eenduidigheid, met oog voor details. Verder wordt gestuurd op hergebruik/reanimatie van cultureel erfgoed.
Toetsing van het initiatief aan de gebiedskenmerken Het plan gaat uit van de transformatie en uitbreiding van een bestaand gebouw in bestaand stedelijk gebied ten behoeve van woningbouw. Hierbij wordt voorzien in een commerciële plint op de begane grond en zeven appartementen op de vier verdiepingen. In paragraaf 4.1.2. is reeds aangegeven dat er sprake van een actuele regionale en lokale kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte. Deze ontwikkeling past goed in het geldende ontwikkelingsperspectief.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
4.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken van toepassing. 4.3.1
‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’
4.3.1.1 Algemeen De ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’ (vastgesteld d.d. 12 februari 2014) bevat een brede visie op de toekomst en vormt het kader van alle ruimtelijke ontwikkelingen. De visie is opgebouwd in 3 lagen, namelijk identiteit, context en kernvisie: •
• •
Identiteit: gericht op versterken en kwaliteit van een gebied: deze geeft deze geeft niet aan welke ontwikkelingen waar mogelijk zijn maar meer binnen welke identiteit een bepaalde ontwikkeling moet worden uitgewerkt/vormgegeven. Context: gericht op de functionele opgave: Dit vanuit het huidige programma; wonen, werken natuur en verkeer. Kernvisie: In de kernvisie zijn de prioriteiten vanuit de workshops gedestilleerd en wordt aangegeven op welke ontwikkeling/wisselwerking de focus ligt.
4.3.1.2 Identiteit, Context en Kernvisie 4.3.1.2.1
Identiteit: ‘Sterke kernen’
De gemeente Hellendoorn is ingedeeld in zes identiteitsgebieden. Onderhavig plangebied bevindt zich in het identiteitsgebied ‘Sterke kernen’. De leefbaarheid van de dorpen (Nijverdal en Hellendoorn), de kernen (Daarle, Daarlerveen, Hulsen en Haarle) en de buurtschappen (Egede, Elen en Raahn, Marle en Hancate) is goed. De lichte daling van het aantal inwoners, ontgroening en vergrijzing zullen ook in de gemeente Hellendoorn hun impact hebben op wonen, zorg, werkgelegenheid en economie. Ondanks deze demografische veranderingen spant de gemeente Hellendoorn zich in om in alle dorpen, kleine kernen en buurtschappen een duurzaam samengestelde samenleving in stand te houden, met een voorzieningenniveau dat daarbij hoort. Passende woon-, leef- en zorgmogelijkheden voor alle leeftijdscategorieën vormen daarbij het uitgangspunt. Dat betekent dat de gemeente Hellendoorn kiest voor vraaggerichte nieuwbouw voor speciale doelgroepen met de nadruk op combinaties van wonen, welzijn en zorg. Creatieve initiatieven van alle mogelijke marktpartijen en particulieren op dit gebied worden nadrukkelijk gefaciliteerd. Bij voorkeur wordt gekozen voor inbreiding in plaats van uitbreiding. 4.3.1.2.2
Context: ‘Woongebied – te beheren’
Dit deel geeft een beschrijving van de gemeente Hellendoorn en schetst in het kort de verwachte ontwikkelingen op ruimtelijk, economisch en maatschappelijk vlak. De indeling is gebaseerd op de leidraad van de provincie Overijssel voor structuurvisies (april 2010). In dit geval is het thema ‘woningbouw’ van belang. Woningbouw vindt plaats binnen de in ontwikkeling zijnde gebieden en op inbreidingslocaties (bijvoorbeeld door transformatie). Onderhavig plangebied is gelegen in een gebied dat op basis van de context-laag is aangemerkt als ‘woongebied – te beheren’. Deze bestaande woongebieden functioneren in algemene zin goed. Op gemeentelijk niveau zijn er geen opgaven deze woongebieden volledig te transformeren. Uiteraard zal er blijvend moeten worden geïnvesteerd in de kwaliteit van openbare ruimte, de nabijheid van voorzieningen en de sociale veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept 4.3.1.2.3
Kernvisie
Binnen de kernvisie liggen tien concrete opgaven, waarvan zes ruimtelijke en vier procesmatige. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling maakt geen onderdeel uit van een concrete opgave. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’ De beoogde transformatie op deze inbreidingslocatie sluit goed aan bij de beleidsdoelen zoals verwoord in de ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’. Het initiatief draagt bij aan de identiteit ‘sterke kernen’ en voorziet in een aantrekkelijk woon- en werkmilieu met onder andere een commerciële plint op de begane grond passend bij het centrumgebied en zeven appartementen op de verdiepingen. Door de realisatie van deze nieuwe woningen wordt bijgedragen aan de doorstroming op de woningmarkt door te voorzien in passende woningen voor de gearriveerde woonconsument. 4.3.2
Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025
4.3.2.1 Algemeen De Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025 is op 4 december 2019 door de gemeenteraad van Hellendoorn vastgesteld. Deze woonvisie is tot stand gekomen samen met woningcorporaties, zorgpartijen, marktpartijen, dorpsraden en inwoners. In deze woonvisie wordt het beleid vanaf 2012 geëvalueerd en is de woningmarktsituatie in kaart gebracht en doorvertaald naar een visie tot 2025. 4.3.2.2 Beleid in hoofdlijnen Het thema van de Woonvisie 2020-2025 is ‘van kwantitatieve opgave naar kwalitatieve kans’. De rode draad hierin is het op peil brengen en houden van een hoog kwaliteitsniveau in de bestaande woningvoorraad. Deze bestaande voorraad is het vertrekpunt van de Woonvisie. Nieuwbouw dient te worden ingezet als kwalitatieve toevoeging op de bestaande woningvoorraad. Woningen worden niet toegevoegd voor korte termijn vraag, maar voor lange termijn behoefte. Woningen die nu gebouwd worden staan er immers voor een lange tijd. Een andere belangrijk uitgangspunt is ‘inbreiding gaat voor uitbreiding’. Woningbouw dient in principe binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd te worden. Daarnaast dragen centrumlocaties meer bij aan structuurversterking van een kern (of gemeente) dan locaties aan de rand. Voor de gemeente Hellendoorn is voor de structuurversterking wenselijk aanvullend gebruik te maken van transformatielocaties en aanpakken van ‘rotte kiezen’.
4.3.2.3 Behoefte De basis voor de onderbouwing van de kwalitatieve behoefte is opgenomen in de woonvisie en de woningmarktanalyse die hieraan ten grondslag ligt (bijlage van de Woonvisie). Uit de gemeentelijke Woonvisie blijkt dat er de komende jaren sprake is van een toename van circa 340 tot 420 huishoudens. Onderliggend speelt echter huishoudensverdunning (meer één- en tweepersoonshuishoudens) en vergrijzing. Het aantal 75-plussers neemt sterk toe, terwijl andere doelgroepen in omvang gelijk blijven of afnemen. In tabel 1 is dit weergegeven. De grootste kwalitatieve woningmarktopgave op de middellange termijn is daarom het passend huisvesten van deze toenemende groep oudere huishoudens. De woningvoorraad in de gemeente Hellendoorn bestaat namelijk grotendeels uit grondgebonden (koop)woningen. Levensloopbestendige woningen voor ouderen (waar ook andere doelgroepen in kunnen wonen) zijn nog beperkt beschikbaar.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
Tabel 1
Ontwikkeling van huishoudens op basis van leeftijd en huishoudenssamenstelling (Bron: woonvisie 2020-2025, gemeente Hellendoorn (2019))
Naast vergrijzing ontstaat er vraag vanuit huishoudensverdunning. Er komen steeds meer één-en tweepersoonshuishoudens in de gemeente, deze huishoudens hebben vaker een voorkeur voor een kleinere woning. De woningmarktanalyse laat daarnaast zien dat er voor netto uitbreiding van de woningvoorraad behoefte is aan nultredenwoningen, zowel in het koop als (midden)huursegment. Levensloopbestendige grondgebonden woningen zijn idealiter nultreden. Brede deurposten, geen drempels en gemakkelijk toe te voegen ruimtes, zoals een slaapkamer en badkamer op de begane grond maken de woning geschikt voor ouderen. 4.3.2.4 Woningbouwprogramma en afwegingskader Het woningbouwprogramma van de gemeente Hellendoorn is dynamisch en bestaat uit initiatieven vanuit de gemeente, woningstichting, particulieren en ontwikkelaars/bouwers. Het college kan besluiten om in specifieke gevallen en onder voorwaarden af te wijken van het woningbouwprogramma en nieuwe initiatieven toe te staan. Voorwaarde vanuit de provincie Overijssel is echter dat wanneer nieuwe initiatieven worden toegestaan andere plannen uit het woningbouwprogramma moeten worden geschrapt. Om te helpen bij het maken van bewuste keuzes over welke woningtypen worden toegestaan en op welke (structuurversterkende) plekken in de gemeente, is in de Woonvisie 2020-2025 een afwegingskader opgesteld.
Door de stappen in het afwegingskader te doorlopen ontstaat een gesprek over de toegevoegde waarde van een nieuwbouwplan. Essentieel is dat kiezen voor een bepaald plan altijd gevolgen heeft voor de bestaande voorraad en ook voor andere nieuwbouwplannen. Het afwegingskader helpt bij het beoordelen en beargumenteren (van de gevolgen) van een plan. De eerste twee criteria van het afwegingskader zijn dwingend: er moet voorzien worden in een kwalitatieve behoefte en het plan moet op een inbreidingsplek liggen. 4.3.2.5 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025 Zoals verwoord in paragraaf 4.3.2.2 is er een behoefte aan koopwoningen voor starters/senioren. In dit geval is sprake van het toevoegen van zeven appartementen in het duurdere segment. Deze appartementen zijn bedoeld voor de meer gearriveerde woonconsument , en vanwege de ligging in centrumgebied nabij voorzieningen met name geschikt voor senioren. Door de oudere woonconsument op deze locatie een woonalternatief te geven wordt bijgedragen aan de doorstromingsmogelijkheden op de woningmarkt. Hiermee is het plan in overeenstemming met de geactualiseerd gemeentelijke woonvisie.
Daarnaast sluit de ontwikkeling goed aan bij de gemeentelijke ambitie om zoveel mogelijk in te zetten op ‘inbreiding’ in plaats van ‘uitbreiding’, waarbij met de verbouw/transformatie tevens sprake is van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Hiermee voldoet het plan ook aan het gemeentelijk afwegingskader. 4.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de voorgenoemde beleidsstukken. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval wordt de bouw van een extra woning toegestaan. Hiermee wordt tevens een nieuw geluidsgevoelig object in het kader van de Wgh mogelijk genmaakt. Dit maakt toetsing aan de Wgh noodzakelijk. 5.1.2.1 Railverkeerslawaai Het plangebied bevindt zich op circa vijftig meter ten zuiden van het spoortraject Zwolle-Almelo. Direct ten noorden van het plangebied bevindt dit spoortraject zich echter in de gecombineerde spoor- en autotunnel Salland-Twentetunnel. Op basis van het dichtstbijzijnde referentiepunt voor het bepalen van de bij dit spoortraject behorende wettelijke geluidszone bevindt zich op circa negentig meter ten noordoosten van het plangebied. Met een GPP van 33,6 dB is sprake van een wettelijke geluidszone van honderd meter. Het plangebied bevindt zich formeel binnen deze wettelijke geluidszone. Er zijn echter een aantal redenen om in dit geval toch af te zien van akoestisch onderzoek. In de eerste plaats geldt de geluidszone van honderd meter voor situaties waarbij het GPP kleiner dan 56 dB is. In dit geval is sprake van een GPP van 33,6 dB daar waar de wettelijke voorkeurswaarde voor spoorweglawaai 55 dB bedraagt. Het GPP ligt hier ruimschoots lager. Daarnaast bevinden zich tussen dit referentiepunt en het appartementengebouw meerdere bebouwingslagen. Deze tussenliggende bebouwing zorg voor de nodige barrièrewerking in het kader van geluidshinder.
In samenhang met de onderlinge afstand van circa negentig meter, waarmee het plangebied zelfs bijna buiten de wettelijke geluidszone ligt, wordt een akoestisch onderzoek spoorweglawaai niet noodzakelijk geacht. Op voorhand kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden gesteld dat ter plaatse van de nieuwe appartementen aan de wettelijke voorkeurswaarde van 55 dB kan worden voldaan. 5.1.2.2 Industrielawaai Op circa 160 meter afstand ten noordoosten van het plangebied bevindt zich het dichtstbijzijnde bedrijfsperceel behorend bij het gezoneerde Bedrijvenpark Noord. De bijbehorende geluidszone valt deels over het plangebied heen (zie ook afbeelding 1.2). Ter plaatse gelden op basis van het geldende
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” Concept bestemmingsplan beperkingen voor het realiseren van geluidsgevoelige gebouwen. Dit betreft gebouwen waar sprake is van langdurig menselijk verblijf. In voorliggend geval worden ter plaatse van de geluidszone enkel garages/bergingen gerealiseerd. Dit betreft geen geluidsgevoelige bebouwing. Akoestisch onderzoek inzake industrielawaai wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 5.1.2.3 Wegverkeerslawaai Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is noodzakelijk als het nieuwe geluidsgevoelige object binnen de wettelijke geluidszone van wegen is gelegen. In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
Het plangebied ligt in de nabijheid van de N35 en de Grotestraat. De N35 betreft een tweebaanswegen waar een snelheidsregime van respectievelijk 80 en 50 km/uur geldt, en die hiermee in stedelijk gebied beschikken over een wettelijke geluidszone van 200 meter op basis van de Wgh. Het plangebied valt binnen de wettelijke geluidszone van deze beide wegen. BJZ>nu heeft in dit kader een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten- en conclusies. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. Onderzoeksresultaten De geluidsbelasting als gevolg van de N35 bedraagt (exclusief aftrek) maximaal 42 dB. Deze geluidsbelasting is berekend ter plaatse van de achtergevel van het appartement op de bovenste bouwlaag. Hiermee wordt met betrekking tot de N35 ter plaatse van alle appartementen ruimschoots voldaan aan de wettelijke voorkeurswaarde en gemeentelijke ambitiewaarde van 48 dB. De geluidsbelasting als gevolg van de Grotestraat bedraagt maximaal 60 dB. Deze geluidsbelasting is berekend ter plaatse van de voorgevels van appartementen 1, 2, 3 en 4. Ook ter plaatse van de overige drie appartementen is een geluidsbelasting hoger dan 48 dB berekend.