CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Startnotitie Hellendoornsomgevingsplan aan de raad

Gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Vaststellen startnotitie 'Hellendoorns omgevingsplan'2.936 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Hellendoorns omgevingsplan Zaaknummer: 2024-016418

AANLEIDING Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet maakt de regels voor de fysieke leefomgeving eenvoudiger en overzichtelijker. De Omgevingswet vervangt 26 oude wetten, zoals de Wet ruimtelijke ordening en de Waterwet. Ook voegt de wet verschillende regels samen over milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het doel van de Omgevingswet is om te zorgen voor duidelijke en samenhangende regels. Deze regels moeten ervoor zorgen dat de leefomgeving goed beschermd blijft en dat er ruimte is voor nieuwe plannen en ontwikkelingen. Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is het omgevingsplan. Hierin staan alle regels die gelden voor de fysieke leefomgeving binnen een gemeente. Het omgevingsplan vervangt de huidige bestemmingsplannen en bevat ook regels uit gemeentelijke verordeningen. Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om het nieuwe omgevingsplan stap voor stap op te stellen. Tot die tijd geldt een tijdelijk omgevingsplan. Dat plan bestaat uit regels uit de huidige bestemmingsplannen, gemeentelijke verordeningen en de zogenoemde 'bruidsschat' (een pakket met standaardregels vanuit het Rijk). Voor de gemeente Hellendoorn betekent de nieuwe wet een grote verandering in de manier waarop de regels voor de leefomgeving worden gemaakt. De overgang naar één nieuw omgevingsplan in 2032 gebeurt stapsgewijs.

Dit vraagt om een zorgvuldige aanpak en goede samenwerking met alle betrokken partijen.

DOELSTELLING Het doel van de startnotitie is om de gemeenteraad een duidelijk en eenduidig beeld te geven van hoe de regels voor de fysieke leefomgeving in het Omgevingsplan van de gemeente Hellendoorn worden opgesteld.

HUIDIGE SITUATIE Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het omgevingsplan het centrale instrument geworden voor de regeling van de fysieke leefomgeving binnen gemeenten. Omdat het opstellen van een nieuw, compleet omgevingsplan veel tijd vergt, geldt in de overgangsfase een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijke plan bestaat uit drie hoofdcomponenten: de regels uit bestaande bestemmingsplannen, gemeentelijke verordeningen die de fysieke leefomgeving betreffen, en de bruidsschat. Bestaande regels uit bestemmingsplannen De basis van het tijdelijke omgevingsplan wordt gevormd door regels uit de huidige bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Hierdoor behouden gemeenten hun bestaande ruimtelijke ordening zolang ze nog geen nieuw, integraal omgevingsplan hebben opgesteld. Gemeentelijke verordeningen Naast bestemmingsplannen bevat het tijdelijke omgevingsplan ook regels uit gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Bouwverordening, de Afvalstoffenverordening, en verordeningen over geluid, geur en lozingen. Veel van deze regels zijn via het overgangsrecht opgenomen in het

tijdelijke omgevingsplan. Ze behouden hun juridische werking, mits ze niet in strijd zijn met hogere regelgeving of met de nieuwe regels van het omgevingsplan. De bruidsschat De bruidsschat is een set van rijksregels die automatisch in het tijdelijke omgevingsplan van iedere gemeente zijn opgenomen. Deze regels zijn afkomstig van het Rijk en bevatten bepalingen die voorheen waren vastgelegd in landelijke regelgeving zoals het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit en andere sectorale besluiten. Omdat deze regels door het verdwijnen van die besluiten anders zouden vervallen, zijn ze aan gemeenten "meegegeven" om de continuïteit van de regelgeving te waarborgen. De bruidsschat bevat onder andere regels over bouw- en sloopactiviteiten, milieubelastende activiteiten, geur- en geluidsnormen, bodembeheer en lozingsactiviteiten. Deze regels zijn nodig om de basale bescherming van de leefomgeving te garanderen totdat gemeenten hier zelf een eigen invulling aan geven via het definitieve omgevingsplan. In de toelichting bij de bruidsschat wordt uitgelegd dat deze regels gelden als omgevingsplanregels van rijkswege, die beleidsneutraal in het tijdelijke omgevingsplan zijn ingevoegd. Het tijdelijke omgevingsplan vormt dus een zorgvuldig samengesteld geheel van bestaande gemeentelijke en landelijke regels.

Gemeente Hellendoorn heeft tot 1 januari 2032 de tijd om deze regels geleidelijk om te vormen tot een nieuw, integraal omgevingsplan dat beter aansluit op de eigen beleidsvisie en gebiedsontwikkelingen. Tot die tijd waarborgt het tijdelijke omgevingsplan continuïteit en rechtszekerheid voor burgers en initiatiefnemers.

HOOFDLIJNEN VOOR TRANSITIE NAAR HET OMGEVINGSPLAN Ter voorbereiding wordt in een basis-omgevingsplan de structuur van de juridische regels in kaart gebracht. Het basis-omgevingsplan heeft geen juridische status, maar dient in eerste instantie als werkdocument. De huidige regels uit de bestemmingsplannen en verordeningen worden vertaald naar de nieuwe systematiek van werken. Deze regels worden zoveel mogelijk beleidsneutraal overgenomen. Dat betekent dat ze inhoudelijk niet worden gewijzigd bij de omzetting; alleen de vorm en structuur worden aangepast om ze passend te maken binnen de systematiek van het nieuwe omgevingsplan. Stoeptegelstrategie De stoeptegelstrategie houdt in dat de juridische regels gekoppeld worden aan een klein, fictief werkingsgebied: de binnentuin van het gemeentehuis. De stoeptegelstrategie is een werkvorm om te zien hoe de omzetting van regels vanuit het basisomgevingsplan naar het omgevingsplan zichtbaar wordt. De regels die in de eerste instantie aan de binnentuin worden gekoppeld hebben geen juridische rechtskracht. Gebiedsgericht verhuizen van ruimtelijke regels en bruidsschat Vanuit het basis-omgevingsplan worden de regels gebiedsgericht en stapsgewijs overgezet naar het omgevingsplan. Per stap ontstaat een deelplan voor telkens een deel van de gemeente.

Dit wordt als ontwerp ter inzage gelegd voor de mogelijkheid van indienen van zienswijzen bij de raad. De raad stelt telkens het deelplan vast. Uiteindelijk ontstaat er één integraal omgevingsplan voor de hele gemeente. Bij het overzetten wordt een duidelijke volgorde gehanteerd, te beginnen met het buitengebied als geheel. Daarna wordt het centrumgebied van Nijverdal aangepakt, gevolgd door de bedrijventerreinen in Nijverdal. Tot slot worden ook de woongebieden en dorpen geïntegreerd in het omgevingsplan. De integratie van bruidsschatregels wordt waar nodig per locatie uitgevoerd. Indien wenselijk, kunnen deelgebieden worden opgesplitst om de overgang zorgvuldig en beheersbaar te laten verlopen. Hiermee wordt een geleidelijke en overzichtelijke transitie naar het nieuwe omgevingsplan gewaarborgd. Themagericht In het omgevingsplan betekent themagericht werken dat regels worden opgesteld rondom een specifiek onderwerp binnen de fysieke leefomgeving, zoals milieu, water, bouwen, gezondheid of erfgoed. In plaats van regels per gebied worden ze per thema geordend. Themagerichte onderdelen zijn niet gebonden aan specifieke locaties, gaan over de hele gemeente. De gemeentelijke verordeningen worden per thema geïntegreerd in het omgevingsplan, waarbij wordt voorkomen dat er strijdigheden ontstaan met het tijdelijke plan.

Het betreft hier verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Voorbeelden hiervan zijn de kapverordening, de verordening voor verblijfsrecreatie en bepaalde bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening

(APV). Niet de gehele APV gaat over; onderdelen die betrekking hebben op bijvoorbeeld evenementen en veiligheid blijven onderdeel van de APV. Ook een themagericht deelplan wordt als ontwerp ter inzage gelegd en vastgesteld door de raad. Geometrie op orde De plangeometrie wordt geactualiseerd en waar nodig getekend volgens de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), een intensief maar noodzakelijk traject. Opstellen van toepasbare regels Toepasbare regels zijn vertalingen van juridische regels naar begrijpelijke taal, zodat burgers en bedrijven deze eenvoudig kunnen raadplegen via het Omgevingsloket. De gemeente stelt deze regels op voor vergunningchecks en indieningsvereisten, zodat het voor aanvragers duidelijk wordt welke regels van toepassing zijn en welke documenten zij moeten indienen. Hoewel het opstellen van toepasbare regels niet verplicht is, adviseert de VNG om minimaal regels te ontwikkelen voor indieningsvereisten en om het huidige dienstverleningsniveau te behouden. Voor veelvoorkomende activiteiten, zoals kapvergunningen, worden vergunningchecks opgesteld om het aanvraagproces te vergemakkelijken. Voor complexere activiteiten blijft maatwerk noodzakelijk, zodat iedere situatie zorgvuldig kan worden beoordeeld.

PLANNING Het overzetten van de ruimtelijke regels duurt naar verwachting 1,5 tot 2 jaar per deelgebied of thema. Het eerste gebiedsgerichte omgevingsplan is het buitengebied. Het opstellen van de regels voor dat deelgebied zal meer tijd vergen vanwege de nieuwe werkwijze en vanwege het feit dat het omgevingsplan voor het buitengebied een meer complex deelplan is. Het buitengebied wordt als eerste behandeld, omdat het huidige bestemmingsplan buitengebied het oudste bestemmingsplan is. Er wordt in 2025/2026 gewerkt aan een inventarisatie van het buitengebied, gevolgd door het opstellen van beleidsdoelen als nadere uitwerking van de omgevingsvisie. Mogelijk leidt dit tot een programma. Ook daarom wordt rekening gehouden met een langere doorlooptijd. Daarna is het beoogd om een aantal thema's te vertalen naar het omgevingsplan. Verder volgt het centrum van Nijverdal, de bedrijventerreinen en als laatste de woongebieden en dorpen. De laatste zijn het minst ontwikkelingsgericht. Ondertussen is ook de bruidsschat vertaald naar de situatie in Hellendoorn in nauwe afstemming met de Omgevingsdienst Twente. In 2026 stelt de raad de omgevingsvisie vast. Afhankelijk van de inhoud van de omgevingsvisie zal dit leiden tot andere of extra regels in het omgevingsplan. Vanuit de omgevingsvisie en bestaand gemeentelijk beleid kunnen programma's ontstaan, passend binnen de Omgevingswet.

Vanuit de programma's kan er aanleiding zijn om aanvullende regels in het omgevingsplan op te nemen. Het omgevingsplan wordt stapsgewijs ingevuld naar een integraal omgevingsplan voor de gehele gemeente, het Hellendoorns omgevingsplan. Hiervoor is een globale planning opgesteld die als leidraad dient voor het verdere proces. Jaar Jaarhelft Basis Binnentuin Buitengebied Themagericht, verordeningen Centrum Nijverdal Bedrijventerreinen Themagericht, bruidsschat Woongebieden en dorpen Themagericht plan Eventuele wijzigingen

2025 1 2

2026 1 2

2027 1 2

2028 1 2

2029 1 2

2030 1 2

2031 1 2

UITGANGSPUNTEN OMGEVINGSPLAN PER DEELGEBIED OF THEMA Door de regels per deelgebied of per thema te digitaliseren, besluitvorming zorgvuldig af te stemmen, wordt een toekomstbestendig en integraal omgevingsplan gerealiseerd. Per deelgebied of thema worden iedere keer een aantal stappen doorlopen. Deze zijn hieronder weergegeven.

Stap

Wat

Hoe

1.

Plan van aanpak (actualisatie)

2.

Inventarisatie en analyse fase van deelgebieden en thema’s

3.

Ontwerp fase van deelgebieden en thema’s

4.

Besluitvorming en vaststelling

5.

Evaluatie en reflectie

In een plan van aanpak wordt gefaseerd weergegeven hoe het omgevingsplan wordt gevormd. Daarin worden ook de beslismomenten weergegeven. Het plan van aanpak bestaat uit een initiatieffase, definitiefase, ontwerpfase, voorbereidingsfase, realisatie en een afbouwfase. Bij start van ieder deelgebied of thema wordt het plan van aanpak geactualiseerd. Met de actualisatie wordt weergegeven hoe een deelplan of thema wordt uitgevoerd en hoe uitvoering wordt gegeven aan communicatie en participatie voor dat deelplan of thema. Die actualisatie gaat ter instemming naar het college. De raad wordt hierover geïnformeerd via een raadsmededeling. Per deelgebied worden de regels voor de fysieke leefomgeving die te maken hebben met een evenredige toedeling van functies aan locaties geïnventariseerd en geanalyseerd. Dit gebeurt op basis van landelijke, provinciale en gemeentelijke kaders, zoals de algemene maatregelen van bestuur waaronder het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL), provinciale verordening, gemeentelijke bestemmingsplannen en verordeningen. De inventarisatie en analyse gebeurt op ambtelijk niveau. De raadswerkgroep wordt actief geïnformeerd over de inhoud. De onderwerpen die impact hebben op de samenleving worden met de raadswerkgroep besproken en afgestemd. De raadswerkgroep heeft hierin een adviserende rol en werkt daarbij samen met de ambtelijke projectgroep.

De gemeenteraad wordt via een raadsmededeling geïnformeerd over de gemaakte keuzes. Op basis van de onderwerpen en gewenste keuzes kan de situatie zich ook voordoen, dat de raad in dit stadium van het deelplan al gevraagd wordt om een besluit over hoe het deelplan in te vullen. Na de inventarisatie en analyse worden de regels opgesteld en zo nodig getest. De regels worden vervolgens aan werkingsgebieden gekoppeld. Het resultaat is een ontwerp van het omgevingsplan voor een deelgebied of een thema. Het ontwerp wordt vervolgens ter inzage gelegd na instemming van het college. Het ontwerp van het omgevingsplan worden ter inzage gelegd voor het bieden van de mogelijkheid tot indienen van zienswijzen bij de raad. Na de inzagetermijn worden de zienswijzen beoordeeld en zo nodig voorstellen gedaan voor aanpassing van het omgevingsplan. Het omgevingsplan voor het deelgebied of de thema’s wordt met de beoordeelde zienswijzen voor vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Per deelgebied stelt de gemeenteraad het omgevingsplan vast. Op het moment van vaststellen wordt het omgevingsplan voor het betreffende deelgebied of thema onderdeel van het Hellendoorns omgevingsplan. Zo wordt gewaarborgd dat het omgevingsplan zowel juridisch als maatschappelijk verantwoord tot stand komt. Er blijft sprake van één omgevingsplan.

Bij het afronden van de genoemde stappen bij ieder deelgebied of thema wordt een voortgangsrapportage opgesteld over de uitgevoerde werkzaamheden. Daarbij wordt op ambtelijk en opdrachtgevers niveau een evaluatie gehouden en weergegeven in de voortgangsrapportage. De raadswerkgroep wordt hierover geïnformeerd en kan actief deelnemen.

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE Bij aanvang van ieder deelgebied of thema wordt het plan van aanpak geactualiseerd. Belangrijk onderdeel daarin is de communicatie en participatie. De fase van analyse en inventarisatie, onderdeel 2 in de vorige tabel, is het moment waarop communicatie en participatie start per deelgebied. Dat is nog vóór de publicatie van het ontwerpdeelplan. Bewoners en belanghebbenden worden geïnformeerd over het betreffende deelplan zelf en over de manier waarop zij kunnen bijdragen aan het omgevingsplan. Qua niveau van participatie worden bewoners en belanghebbenden geraadpleegd. De reacties van bewoners en belanghebbenden worden verzameld en betrokken bij het maken van de beleidskeuzes. De beleidskeuzes voorbereid door de projectgroep en vervolgens besproken in sessies met de raadswerkgroep. De raadswerkgroep geeft advies over de inhoud en invulling van het deelplan. De raadswerkgroep richt zich hierbij op wat de raad belangrijk vindt en werkt samen met de ambtelijke projectgroep. Het resultaat is het formuleren van conclusies op de voorgestelde beleidskeuzes. Na instemming van het college met deze conclusies, ontvangt de raad hierover een raadsmededeling. Als genoemd in de tabel kan de raad op dit moment om een nader besluit gevraagd worden. Daarna wordt het ontwerpdeelplan opgesteld en ter inzage gelegd, conform stap 3.

Op dat moment is communicatie een belangrijk onderdeel om bewoners en belanghebbenden kennis te laten nemen van het plan. Participatie gaat dan over in de formele procedure van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen bij de raad. Daarna wordt het plan besproken in een debatronde en vastgesteld in de raadsvergadering. Dit is de formele procedure en komt overeen met de vroegere werkwijze rond bestemmingsplannen. Na vaststelling door de raad is beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

ROL RAADSWERKGROEP EN RAAD Onderstaand is de rol van de raadswerkgroep, adviseren, en de rol van de raad, vaststellen, weergegeven in de bijgevoegde tabel met een tijdsindicatie per kwartaal en jaar. De genoemde momenten zijn indicatief en kunnen afwijken van de daadwerkelijke besluitvorming. Rol Deelgebied Basis binnentuin

Raadswerkgroep Adviseren

Buitengebied

Adviseren

Themagericht (verordeningen)

Adviseren

Centrum Nijverdal

Adviseren

Bedrijventerreinen

Adviseren

Themagericht (bruidsschat)

Adviseren

Woongebieden en dorpen

Adviseren

Themagericht plan

Adviseren

Eventuele wijzigingen

Adviseren

Gemeenteraad

Wanneer Q4 2025 Q1 2026

Vaststellen

Q1 2028 Q3 2026

Vaststellen

Q3 2027 Q3 2027

Vaststellen

Q4 2028 Q2 2028

Vaststellen

Q3 2029 Q1 2029

Vaststellen

Q2 2030 Q3 2029

Vaststellen

Q4 2030 Q2 2030

Vaststellen

Q2 2031 Q4 2030

Vaststellen

Q4 2031

RANDVOORWAARDEN Het omgevingsplan moet voldoen aan regels die komen van het Rijk en de provincie. Deze regels staan in algemene maatregelen van bestuur (AMvB) en in provinciale omgevingsverordeningen. Daarnaast moet het plan goed aansluiten bij de gemeentelijke omgevingsvisie. Ook moet het plan flexibel zijn, zodat het gemakkelijk aangepast kan worden aan ontwikkelingen in de toekomst.

RISICO’S Bij het vaststellen van de uitgangspunten voor het Hellendoorns Omgevingsplan loopt de gemeenteraad enige risico’s. Hieronder zijn de risico’s in een tabel weergegeven. Welke risico Inhoudelijke risico

Wanneer Bij afstemming met bestaand beleid

Inhoudelijk risico

De systematiek van opstellen omgevingsplan is nieuw.

Procedurele risico

Bij juridische houdbaarheid van regels

Financieel risico

De systematiek van opstellen omgevingsplan is nieuw.

Financieel risico

Kosten voor aanpassingen aan nationale en provinciale kaders

Hoe Het omgevingsplan moet goed aansluiten bij bestaande beleidsdocumenten, zoals de Omgevingsvisie en de provinciale omgevingsverordening. Als de uitgangspunten van het omgevingsplan niet overeenkomen met deze beleidsdocumenten, kunnen juridische conflicten ontstaan. Dit kan zorgen voor vertraging en extra kosten. Het opstellen van het omgevingsplan is nieuw door de komst van de Omgevingswet en anders dan de eerdere bestemmingsplannen. Er is risico dat de planontwikkeling meer tijd vraagt dan nu beoogd. Wanneer het omgevingsplan niet voldoende juridisch wordt onderbouwd, kan de rechter regels uit het plan vernietigen tijdens juridische procedures. Hierdoor moet de gemeente extra tijd en geld investeren om de regels alsnog juridisch juist te maken. Als de planontwikkeling meer tijd kost (zie inhoudelijk risico), dan betekent dit ook dat er sprake zal zijn van extra kosten. Als het Rijk of de provincie nieuwe regels invoert of strengere eisen stelt aan het omgevingsplan, kan de gemeente extra kosten krijgen. De gemeente moet dan extra geld uitgeven om aan deze nieuwe of strengere regels te voldoen.

BUDGET Voor het omgevingsplan is vanuit de Omgevingswet een bedrag van €1.500.000 beschikbaar. Dit geld is verdeeld over zeven jaar, van 2024 tot en met 2032. Het budget is bedoeld om externe hulp in te huren en om eigen medewerkers of tijdelijk personeel in te zetten. Daarnaast is er €100.000 gereserveerd voor een Milieu Effect Rapportage (MER), €20.000 voor het vastleggen van een basis geluidsemissie voor wegen (bge), en €50.000 voor een kaart waarop archeologische waarden staan. Naast deze eenmalige kosten zijn er ook terugkerende kosten voor de komende jaren. Elk jaar moet er €7.643 betaald worden voor ICT-licenties. Ook is er voorlopig jaarlijks €50.000 gereserveerd voor een regelanalist. Vanaf 2025 zijn de vaste kosten dus elk jaar €57.643. Het beschikbare budget, verdeeld over zeven jaar, betaalt de kosten voor externe ondersteuning, personeel en de bovengenoemde extra kosten. Hierdoor kan het omgevingsplan de komende zeven jaar goed worden uitgevoerd en beheerd.

VERVOLG Op 1 januari 2032 moet het omgevingsplan volledig klaar en vastgesteld zijn. De planning is verdeeld in meerdere stappen. Bij elk deelgebied wordt de gemeenteraad betrokken tijdens de fase waarin we alles in kaart brengen en keuzes maken. Dit doen we ook bij de procedure waarin het plan officieel wordt vastgesteld. Voorafgaand aan het ter inzage leggen van het ontwerp van een deelgebied of een thema wordt de raad via een debatronde betrokken voor inbreng op het ontwerp. Hiermee willen eventuele politieke gevoeligheden boven water halen.

BIJLAGEN Géén

Nijverdal, 27 mei 2025 Burgemeester en Wethouders van Hellendoorn, De secretaris,

de burgemeester,

Adrie Ouwehand

Jorrit Eijbersen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15581476/5