CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Stadsbank Oost Nederland - Programmabegroting 2023

Debatronde 7 juni 2022, gemeente HellendoornBij agendapunt: Jaarstukken 2021 en begrotingen 2023 gemeenschappelijke regelingen11.963 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-

-

Bedrag onvoorzien

-

-

-

TOTAAL BATEN

11.236.100

10.896.800

11.447.400

TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN

11.448.300 11.236.100

10.975.800 10.896.800

11.447.400 11.447.400

GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN

-212.200

-79.000

-

Toevoeging/onttrekking aan reserves

95.000

79.000

-

TE REALISEREN RESULTAAT

-117.200

-

-

LASTEN (bedragen in €)

Overhead

TOTAAL LASTEN

BATEN (bedragen in €)

28

Taakvelden Jaarrekening 2021

Primair 2022

Primitief 2023

0.4 Overhead

4.746.200

4.676.700

5.084.500

0.5 Treasury

-

-

-

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, onderdeel Schuldhulpverlening

6.702.100

6.299.100

6.362.900

TOTAAL LASTEN

11.448.300

10.975.800

11.447.400

-

-

-

11.236.100

10.896.800

11.447.400

11.236.100

10.896.800

11.447.400

11.448.300 11.236.100

10.975.800 10.896.800

11.447.400 11.447.400

GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN

-212.200

-79.000

-

Toevoeging/onttrekking aan reserves

95.000

-

-

TE REALISEREN RESULTAAT

-117.200

-79.000

-

LASTEN (bedragen in €)

BATEN (bedragen in €) 0.4 Overhead 0.5 Treasury 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, onderdeel Schuldhulpverlening TOTAAL BATEN TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN

Uitgangspunten begroting 2023-2026 De primaire diensten betreffen directe kosten die worden doorberekend als kostprijs per dienst. De materiele kosten en ondersteunde diensten worden als indirecte kosten door middel van de jaarlijkse bestaansbijdrage (bestaanskosten) voldaan.

De primaire begroting 2022, de jaarcijfers uit de jaarrekening 2021 en de richtlijnen en voorwaarden van de Twentse en Achterhoekse gemeenten vormen gezamenlijk de leidraad voor de begroting 2023-2026. Hierin is immers het meeste recente beleid opgenomen (bestaand beleid). De werkelijke omvang van de dienstverlening in 2021, die in de jaarrekening 2021 wordt gepresenteerd, vormt in principe de basis voor 29

de omvang van de dienstverlening in de primitieve begroting 2023, waarbij de huidige bekende Coronaeffecten worden meegenomen. Het volumeaantal wordt vervolgens stabiel gehouden in de meerjarenraming 2024-2026. Additionele afspraken worden opgenomen in de begroting 2023-2026 als er nu al afspraken zijn gemaakt voor deze periode.

Toekomstige mutaties in de dienstverlening als gevolg van de Corona-crisis worden doorlopend gemonitord en gerapporteerd in de voortgangsrapportages in de P&C-cyclus 2022, waarbij de effecten van deze volumemutaties op de gemeentelijke bijdragen worden meegenomen. In de primaire begroting 2023, die in november 2022 aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, wordt de laatste stand van zaken als start voor het begrotingsjaar 2023 meegenomen. •

Prijsmutaties

De prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) van de Macro Economische Verkenning (MEV), opgesteld door het Centraal Plan Bureau (CPB), dient als prijsindex voor de prijscompensatie (MEV 2022, bijlage_02_MEV_2022, ‘prijs materiële overheidsconsumptie (imoc)’, september 2021). Op basis van de verwachtingen van het CPB bedraagt deze imoc-index +1,6% voor 2023. Voor de begroting 2023 wordt deze index met +1,2% gecorrigeerd, betreffende de correcties ten opzichte van de prognoses in de MEV 2021 voor 2020 (+0,2%), 2021 (+0,6%) en 2022 (+0,4%). Voor 2023 wordt dan rekening gehouden met een prijsindexatie van +2,8%. Voor de jaren 2024-2026 wordt de imoc-index van +1,6% van 2023 doorgetrokken. •

Loonmutaties

Uitgangspunt is de actuele salarisstaat inclusief sociale lasten (personele formatie tegen actueel salaris op 31-12-2021). De medewerkers in dienst van de Stadsbank volgen de Cao WSGO, die geldt voor werknemers bij aangesloten gemeentelijke organisaties en aansluit bij de Cao Gemeenten. De nieuwe Cao WSGO heeft een looptijd van 01-01-2021 tot 01-01-2023 en is op 27 januari 2022 met terugwerkende kracht vastgesteld. De hiermee gepaard gaande de loonmutaties worden toegepast op de actuele salarisstaat van 31-12-2021. Op basis hiervan geldt dan eerst +1,5% in te halen voor 2021 en vervolgens per 1-4-2022 een verhoging van +2,4%. Voor 2023 geeft de ‘Loonvoet sector overheid’ (MEV 2022) een loonstijging van +2,3% aan. Daarmee stijgen de loonkosten 2023 t.o.v. eind 2021 met +6,3%. Hier tellen we +0,3% bij voor de thuiswerkvergoeding1 die eveneens structureel is. Daarmee is de loonstijging in totaal voor 2023 +6,6% (Let wel: ten opzichte van de werkelijke loonkosten per 31-12-2021!) Vervolgens wordt in de MEV 2022 (bijlage_02_MEV_2022, ‘loonvoet sector overheid (g)’, september 2021) voor de jaren na 2023 een loonstijging verwacht van respectievelijk +2,8% (2024) en +2,9% (2025). Voorgesteld wordt om deze percentages toe te passen voor de betreffende jaarschijven en voor de jaarschijf 2026 de index +2,9% van het jaar 2025 door te trekken.

1

Thuiswerkvergoeding pragmatisch: 100 dagen a € 2 = € 200. Dit is 0,27% van (stel) € 75.000 gem. loonsom.

30

Voor de vacatures wordt er van de salariskosten van de functieschaal op het maximum min twee periodieken uitgegaan. Formatie-ontwikkelingen worden afzonderlijk zichtbaar gemaakt. •

Indexering tarieven en bestaanskosten op basis van de loon- en prijsmutaties

De tarieven zijn volledig berekend op basis van de dienstenbeschrijving en bijbehorend werkproces. De kosten van de diensten bestaan volledig uit de personeelscomponent. In de vastgestelde tarieven in de primaire begroting 2022 is al rekening gehouden met een stijging van +2,4% ten opzichte van het jaar 2021. Uitgaande van het bestaande dienstenaanbod stelt de Stadsbank voor om de tarieven van de diensten in 2023 (ten opzichte van de primaire begroting 2022) met +6,6% en gecorrigeerd met -2,4% te indexeren. De netto tariefstijging voor 2023 wordt daarmee +4,2%. In de begrotingsperiode 2024-2026 wordt de tariefindexering conform de MEV 2022 doorgetrokken met respectievelijk +2,8% (2024), +2,9% (2025) en +2,9% (2026).

De bestaanskosten betreffen zowel een loon- als een materiële component. De indexering voor het jaar 2023 en voor de periode 2024-2026 wordt in de onderstaande tabel weergegeven.

Indexering bestaanskosten Loonkostencomponent materiële kosten Indexering •

aandeel 45% 55% 100%

2023 4,2% 2,8% 3,4%

2024 2,8% 1,6% 2,1%

2025 2,9% 1,6% 2,2%

2026 2,9% 1,6% 2,2%

Vervangingsinvesteringen

De vrijval als gevolg van de kapitaaluitgaven die in de begroting zijn afgeschreven, wordt als dekking ingezet voor toekomstige vervangingsinvesteringen. De vervangingsinvesteringen op installaties en gebouwen binnen de Stadsbank Oost Nederland geschieden conform het Meerjaren Onderhoudsbeheersplan.

Reservepositie De verwachte reservepositie van de bank ziet er per 31 december 2023 als volgt uit:

Weerstandscapaciteit per 31 december 2023 (bedragen in €) Reserves Algemene reserve Totaal

Bedrag 892.100 892.100

De volledige staat van reserves en voorzieningen is als bijlage in deze begroting opgenomen.

31

2.2. Meerjarenperspectief 2023 - 2026 De meerjarenraming laat voor de komende jaren het volgende beeld zien:

De meerjarenraming 2023-2026 (bedragen in €) Begrotingsjaar 2023 2024 2025 2026

Lasten

Baten

11.447.400 11.674.600 11.958.100 12.254.800

11.447.400 11.711.000 11.986.200 12.274.100

Geprognosticeer d resultaat van baten en lasten

Te realiseren resultaat

36.400 28.100 19.300

-

Het geraamde resultaat van lasten en baten sluit voor 2023 op nul. Voor de jaren 2024-2026 sluit het geraamde resultaat op een positief saldo. Deze saldi betreffen de bijdrage van de gemeente Aalten voor de dienstverlening conform de overeengekomen regeling voor het uittreden van deze gemeente uit de gemeenschappelijke regeling. Na het toevoegen van de positieve saldi aan de Algemene Reserve, conform de Nota Reserves en Voorzieningen, sluit elke jaarschijf van de begroting 2023-2026 op nul. Ook is er een inschatting gemaakt van de noodzakelijke (vervangings-)investeringen die de Stadsbank de komende jaren zal moeten doen. Het betreft hier reguliere vervangingen die vanuit de vrijval van de huidige afschrijvingslast kunnen worden gedekt. Uiteraard zal bij concrete aanschaf of vervanging gekeken worden naar nut en noodzaak van de investering en zal eventuele gezocht worden naar andere innovatieve oplossingen. Er zijn ontwikkelingen in de toekomstige invulling van de omgeving Stadsbank en bij de realisatie hiervan is de aankoop van parkeerplaatsen aan de orde. Volgens de huidige verwachtingen zal de aankoop in het jaar 2024 gaan plaatsvinden. Het gaat om een aankoop ineens.

32

Toelichting op de meerjarenramingen 2023 - 2026 1. Meerjarenperspectief – programmarekening LASTEN (bedragen in €)

Primitief 2023

Primitief 2024

Primitief 2025

Primitief 2026

Programma 1: Financieel-maatschappelijke dienstverlening/voorzieningen Subtotaal

6.362.900

6.488.900

6.670.900

6.858.100

6.362.900

6.488.900

6.670.900

6.858.100

Algemene dekkingsmiddelen

-

-

-

-

5.084.500

5.175.700

5.257.200

5.373.700

Heffing VPB

-

-

-

-

Bedrag onvoorzien

-

-

-

-

11.447.400

11.664.600

11.928.100

12.231.800

Programma 1: Financieel-maatschappelijke dienstverlening/voorzieningen Subtotaal

11.447.400

11.701.000

11.956.200

12.251.100

11.447.400

11.701.000

11.956.200

12.251.100

Algemene dekkingsmiddelen

-

-

-

-

Overhead

-

-

-

-

Heffing VPB

-

-

-

-

Overhead

TOTAAL LASTEN

BATEN (bedragen in €)

Bedrag onvoorzien

-

-

-

-

TOTAAL BATEN

11.447.400

11.701.000

11.956.200

12.251.100

TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN

11.447.400 11.447.400

11.664.600 11.701.000

11.928.100 11.956.200

12.231.800 12.251.100

GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN

-

36.400

28.100

19.300

Toevoeging/onttrekking aan reserves

-

-36.400

-28.100

-19.300

TE REALISEREN RESULTAAT

-

-

-

-

Uit het overzicht blijkt dat de prognose voor de jaren 2023 - 2026 een sluitende begroting laat zien.

2. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen De salarissen, sociale lasten en overige personeelslasten zijn op basis van de vastgestelde uitgangspunten voor de periode 2023 - 2026 in beeld gebracht. De salarissen van het tijdelijk personeel zijn op basis van dezelfde uitgangspunten opgenomen.

33

De meerjarenraming 2023-2026 2023 Personele formatie (fte) Salarissen en sociale lasten van het vaste personeel (€) Salarissen van het tijdelijke personeel (€) Totaal (€)

2024

2025

2026

125,3

124,7

124,7

124,7

7.559.708

7.711.942

7.919.536

8.132.748

1.056.866

1.085.758

1.118.292

1.151.852

8.616.574

8.797.700

9.037.828

9.284.600

Om snel te kunnen anticiperen op veranderingen in de huidige dienstverlening en met het oog op de toekomstige personele invulling van het door de deelnemende gemeenten gevraagde dienstverleningsmodel, werkt de Stadsbank met een flexibele schil. Deze flexibele schil kent een ondergrens van 10%.

3. Taakvelden LASTEN (bedragen in €)

Primitief 2023

Primitief 2024

Primitief 2025

Primitief 2026

0.4 Overhead

5.084.500

5.175.700

5.257.200

5.373.700

0.5 Treasury

-

-

-

-

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, onderdeel Schuldhulpverlening

6.362.900

6.488.900

6.670.900

6.858.100

TOTAAL LASTEN

11.447.400

11.664.600

11.928.100

12.231.800

-

-

-

-

11.447.400

11.701.000

11.956.200

12.251.100

11.447.400

11.701.000

11.956.200

12.251.100

11.447.400 11.447.400

11.664.600 11.701.000

11.928.100 11.956.200

12.231.800 12.251.100

-

36.400

28.100

19.300

-

-36.400

-28.100

-19.300

-

-

-

-

BATEN (bedragen in €) 0.4 Overhead 0.5 Treasury 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, onderdeel Schuldhulpverlening TOTAAL BATEN TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN Toevoeging/onttrekking aan reserves TE REALISEREN RESULTAAT

34

4. Geprognosticeerde balans 2023 - 2026 (bedragen in €) ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa TOTAAL ACTIVA (bedragen in €) PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva TOTAAL PASSIVA

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

1.366.800 3.685.100

1.540.000 3.685.100

1.499.200 3.685.100

1.447.800 3.685.100

5.051.900

5.225.100

5.184.300

5.132.900

723.700 9.059.700 648.100

723.700 9.059.700 648.100

723.700 9.059.700 648.100

723.700 9.059.700 648.100

10.431.500 15.483.400

10.431.500 15.656.600

10.431.500 15.615.800

10.431.500 15.564.400

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

892.100 33.600

928.500 28.300

956.600 20.000

975.900 33.700

2.169.000

2.051.600

1.979.600

1.907.600

3.094.700

3.008.400

2.956.200

2.917.200

12.177.600 211.100

12.437.100 211.100

12.448.500 211.100

12.436.100 211.100

12.388.700 15.483.400

12.648.200 15.656.600

12.659.600 15.615.800

12.647.200 15.564.400

2.3. Voorstel tot vaststelling van de begroting De begroting 2023 - 2026 toont het volgende geprognosticeerd resultaat van de baten en lasten en totaal te realiseren resultaat: De meerjarenraming 2023-2026 (bedragen in €) Geprognosticeerd resultaat van baten en lasten Begrotingsjaar 2023 Jaarschijf 2024 36.400 Jaarschijf 2025 28.100 Jaarschijf 2026 19.300

Te realiseren resultaat

-

Op basis van de bestaande bestuursbesluiten en beleidsuitgangspunten worden de positieve saldi van de schijven 2024-2026 van de begroting 2023 toegevoegd aan de Algemene Reserve. Daarmee heeft de begroting 2023-2026 voor het jaar 2023, evenals voor de jaren 2024-2026, een sluitende begroting.

35

Bijlagen

36

Bijlage 1: Categoriale begroting en meerjarenraming

LASTEN (bedragen in €)

Primitief 2023

Primitief 2024

Primitief 2025

Primitief 2026

Personeelslasten totaal

8.870.200

9.055.500

9.299.800

9.550.800

Rente en Afschrijvingen

520.800

522.400

510.800

532.300

Huisvesting

153.000

155.200

157.400

159.600

Bureaukosten

274.400

278.700

283.300

287.900

Beheerskosten

1.555.000

1.578.800

1.602.800

1.627.200

74.000

74.000

74.000

74.000

11.447.400

11.664.600

11.928.100

12.231.800

4.521.300 795.500 385.200 2.227.300 1.646.500 968.500 8.700 684.200 210.200

4.607.200 818.000 391.200 2.292.200 1.692.600 989.700 9.000 711.900 189.200

4.684.100 841.800 397.500 2.361.100 1.741.700 1.012.300 9.300 741.400 167.000

4.795.300 866.100 403.900 2.432.300 1.792.200 1.035.600 9.500 772.000 144.200

11.447.400

11.701.000

11.956.200

12.251.100

11.447.400 11.447.400

11.664.600 11.701.000

11.928.100 11.956.200

12.231.800 12.251.100

-

36.400

28.100

19.300

Toevoeging/onttrekking aan reserves

-

-36.400

-28.100

-19.300

TE REALISEREN RESULTAAT

-

-

-

-

Mutaties voorzieningen TOTAAL LASTEN

BATEN (bedragen in €) Bijdrage bestaanskosten Preventie & Voorlichting Indicatiestelling Kredietverstrekking Stabilisatie & Herstel (excl. BW) Beschermingsbewind Minnelijk schuldregelen Nazorg Additionele afspraken Overige Baten TOTAAL BATEN TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN

37

Bijlage 2: Staat van reserves en voorzieningen

Overzicht Algemene Reserve 2023-2026 Algemene Reserve

2022

2023

2024

2025

2026

Boekwaarde per 1-1

1.088.300

892.100

892.100

928.500

956.600

Bestemmingresultaat vorig boekjaar

-117.200

Toevoeging via resultaatbestemming Onttrekking via resultaatbestemming

-79.000

-

36.400 -

28.100 -

19.300 -

Boekwaarde per 31-12

892.100

892.100

928.500

956.600

975.900

2022

2023

2024

2025

2026

Overzicht Voorzieningen 2023-2026 Soort Voorziening (bedragen in €) Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Voormalig personeel

Boekwaarde per 1-1 Dotatie Aanwending Boekwaarde per 31-12

245.800 -

-245.800 -

-

-

-

-

Egalisatievoorzieningen Groot onderhoud Boekwaarde per 1-1 Dotatie Aanwending Boekwaarde per 31-12

27.700 -11.000 17.900

17.900 27.700 -12.000 33.600

33.600 27.700 -33.000 28.300

28.300 27.700 -36.000 20.000

20.000 27.700 -14.000 33.700

Totaal Voorzieningen

17.900

33.600

28.300

20.000

33.700

1.200

38

Bijlage 3: Investeringen 2023 – 2026 Programma: Algemeen Bestuur (bedragen in €)

2023

2024

2025

2026

Investeringen - Grond en terreinen - Renovatie -en verbouw bedrijfsgebouw - Machines, apparaten en installaties - Overige materiële vaste activa

64.000 379.200

137.000 110.500 289.800

117.400 58.300 139.900

105.200 182.000

Totaal investeringen

443.200

537.300

315.600

287.200

Afschr.termijn

2023

2024

2025

2026

25 jaar 15 jaar 3 - 10 jaar

2.600 85.100

2.600 7.400 164.100

7.300 11.100 193.700

11.500 11.100 218.400

87.700

174.100

212.100

241.000

2023

2024

2025

2026

Totaal Investeringen

443.200

537.300

315.600

287.200

Totaal Budgettaire lasten

87.700

174.100

212.100

241.000

2023

2024

2025

2026

Vrijval vervangingsinvesteringen Ten laste van de exploitatie

87.700 -

174.100 -

212.100 -

241.000 -

TOTAAL

87.700

174.100

212.100

241.000

Budgettaire lasten - Renovatie- en verbouw bedrijfsgebouw - Machines, apparaten - Overige materiële vaste activa Totaal budgettaire lasten

Dekking budgettaire lasten

39

Bijlage 4: Primitieve begroting 2023 per gemeente De gemeentelijke bijdrage in de exploitatie van de Stadsbank Oost Nederland is gebaseerd op de declaratie van de verzorgde dienstverlening en het aandeel in de kosten van het programma Algemeen Bestuur (= bestaanskosten). De verzorgde dienstverlening bestaat uit de basisdienstverlening en de optionele (= additionele) dienstverlening. De basisdienstverlening wordt in rekening gebracht op basis van aantal x standaardtarief. Met betrekking tot de optionele dienstverlening worden maatwerkafspraken gemaakt. Het gemeentelijke aandeel in de begrote kosten van het programma Algemeen Bestuur wordt naar rato bepaald door de afgenomen dienstverlening (75%) en het aantal huishoudens (25%) van de betreffende gemeente. De bijdrage van de gemeente Aalten in de bestaanskosten, conform de overeengekomen regeling voor het uittreden van deze gemeente uit de gemeenschappelijke regeling, wordt in mindering gebracht op de bestaanskosten. Deze begroting is gebaseerd op de bekostigingssystematiek die door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 25 juni 2015.

Gemeente

Huishoudens* abs.

Almelo Berkelland Borne Bronckhorst Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo OV Hof van Twente Lochem Losser Montferland Oldenzaal Oost Gelre Oude IJsselstreek Rijssen - Holten Tubbergen Twenterand Wierden Winterswijk

32.878 18.967 9.853 15.554 10.445 79.604 10.247 14.773 38.221 15.002 14.962 9.482 15.739 14.083 12.472 17.105 14.439 8.226 13.253 9.689 12.879

Totaal

387.873

Totaal bijdrage gemeenten Primair 2022

Standaard dienstverlening Primitief 2023

Bijdrage bestaanskosten Primitief 2023

Additionele dienstverlening Primitief 2023

401.745 102.936 58.350 68.811 30.782 1.066.151 50.855 77.772 230.285 103.431 71.523 48.430 109.190 98.834 71.239 105.065 75.109 28.617 36.150 42.930 145.098

437.279 149.928 92.136 93.402 56.980 1.359.846 89.723 108.708 418.869 140.712 145.358 73.058 163.323 141.062 92.931 180.357 99.240 46.498 95.692 53.336 187.863

23.048 15.179 4.175 8.035 181.712 192 10.782 3.239 12.979 6.182 20.150 16.532 10.388 31.024 4.403 3.629 116.336 37.721

832.652 261.347 151.139 153.641 91.653 2.616.004 136.112 179.663 635.536 239.727 221.610 123.485 284.031 250.712 166.242 305.849 171.414 74.797 238.182 93.757 353.587 €

7.581.142

€

3.023.303

€

4.226.300

€

505.706

Subtotaal bijdrage gemeenten Primitief 2023

Bijdrage borging continuïteit dienstverlening

Totaal bijdrage gemeenten Primitief 2023

30.523 10.465 6.431 6.520 3.977 94.919 6.263 7.588 29.237 9.822 10.146 5.100 11.400 9.846 6.487 12.589 6.927 3.246 6.679 3.723 13.113

892.595 278.507 161.092 168.732 99.775 2.702.627 147.033 194.068 689.173 257.204 240.006 132.770 304.063 266.273 181.045 329.035 185.680 81.989 254.858 99.989 383.796

862.072 268.042 154.660 162.213 95.798 2.607.708 140.770 186.480 659.935 247.382 229.860 127.670 292.663 256.427 174.558 316.446 178.752 78.744 248.178 96.266 370.683 €

7.755.309

€

295.000

€

8.050.309

* * bron CBS 2021

In de gemeentelijke bijdragen is een prijscompensatie (4,2% voor de tarieven in de dienstverlening en 3,4% voor de bijdrage in de bestaanskosten) doorberekend. Door de effecten van de omvang van de dienstverlening en de hierboven toegepaste prijscompensatie stijgt het totaal van de gemeentelijke bijdragen met 2,3% ten opzichte van de Primaire begroting 2022. Daarnaast is het budget voor de borging van de continuïteit van de dienstverlening opgenomen en verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie voor meer toelichting op pagina 8). Hierdoor stijgt het totaal van de gemeentelijke bijdragen met 6,2% ten opzichte van de Primaire begroting 2022. 40

Bijlage 5: Meerjarenraming per gemeente

Huishoudens* abs.

Totaal bijdrage gemeenten jaarschijf 2024

Totaal bijdrage gemeenten jaarschijf 2025

Totaal bijdrage gemeenten jaarschijf 2026

Almelo Berkelland Borne Bronckhorst Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo OV Hof van Twente Lochem Losser Montferland Oldenzaal Oost Gelre Oude IJsselstreek Rijssen - Holten Tubbergen Twenterand Wierden Winterswijk

32.878 18.967 9.853 15.554 10.445 79.604 10.247 14.773 38.221 15.002 14.962 9.482 15.739 14.083 12.472 17.105 14.439 8.226 13.253 9.689 12.879

913.401 284.867 164.717 172.560 102.021 2.774.919 150.288 198.458 704.438 263.053 245.329 135.786 312.441 272.374 185.222 336.513 189.923 83.838 261.072 102.276 392.740

934.038 291.119 168.259 176.313 104.216 2.847.110 153.443 202.756 719.239 268.796 250.495 138.743 320.785 278.380 189.349 343.852 194.099 85.645 267.355 104.528 401.614

958.558 298.684 172.600 180.879 106.906 2.931.926 157.368 207.999 737.654 275.768 256.909 142.337 330.647 285.628 194.296 352.773 199.148 87.858 274.549 107.246 412.160

Totaal

387.873

Gemeente

€

8.246.237

€

8.440.137

€

8.671.893

* * bron CBS 2021

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14996313/1