CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Haarle

Gemeenteraad 26 november 2024, gemeente HellendoornBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen zonneveld Haarle12.294 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing ZONNEVELD HAARLE

Plangegevens Naam

Zonneveld Haarle

Plantype

Ruimtelijke onderbouwing

Status

concept

Datum

26 oktober 2023

Projectnummer

23AF033

Opdrachtgever

Pure Energie t.a.v. de heer F. Schothuis Hengelosestraat 585 7521AG ENSCHEDE

Opsteller

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Stationsstraat 37 7622 LW Borne

074 255 7020 info@ad-fontem.nl

www.ad-fontem.nl

mw. G. Minkjan

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Contactpersoon

01

02

03

INLEIDING

1

01.1 Algemeen

1

01.2 Projectgebied

1

01.3 Huidige situatie

2

01.4 Geldend bestemmingsplan

3

01.5 Opzet van ruimtelijke onderbouwing

4

PROJECTOMSCHRIJVING

5

02.1 Zonneveld

5

BELEID

7

03.1 Rijksbeleid

7

03.2 Provinciaal beleid

9

04

GEMEENTELIJK BELEID

20

05

OMGEVINGSASPECTEN

23

05.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

23

05.2 Bedrijven en milieuzonering

24

05.3 Geluid

26

05.4 Bodem

27

05.5 Externe veiligheid

28

05.6 Luchtkwaliteit

29

05.7 Ecologie

30

05.8 Archeologie

33

05.9 Verkeer en parkeren

33

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Inhoudsopgave

34

05.11 Lichtreflectie

38

05.12Energienetwerk

39

06

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

40

07

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

41

08

BIJLAGEN

44

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

05.10Water

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

01 INLEIDING

01.1

Algemeen

De planlocatie ligt ten noorden van Haarle tussen de N35 en spoorlijn Zwolle - Enschede. De locatie is nu in gebruik als weiland en heeft een oppervlakte van circa 2,9 hectare. Pure Energie wenst in samenwerking met de lokale energiecorporatie Noaber & Co en een grondeigenaar, een zonneveld te realiseren op de genoemde locatie langs de N35. De instandhoudingstermijn van het zonneveld zal 25 jaar bedragen.

De regels van het geldende bestemmingsplan laten het zonneveld niet toe, omdat het een agrarische bestemming betreft, en die biedt geen ruimte aan het realiseren van een zonneveld. Hiervoor wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, waarbij de uitgebreide procedure wordt doorlopen (art. 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Onderdeel van deze procedure is het aantonen dat wordt voldaan aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt uiteengezet waarom het voorgenomen plan ruimtelijk gezien acceptabel is.

01.2

Projectgebied

Het projectgebied bevindt zich ten noordoosten van de kern Haarle en ligt tussen de spoorlijn ZwolleAlmelo en de N35, aan de westzijde grenst de Tunnelweg en aan de oostzijde bevindt zich een hondensportvereniging en de scoutingvereniging. De locatie is op de luchtfoto in figuur 1 rood

01

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

omcirkeld.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Figuur 1: Luchtfoto planlocatie (bron: Topotijdreis.nl) 01.3

Huidige situatie

Het perceel tussen de spoorlijn Almelo-Zwolle en de N35, is nu in gebruik als weiland. Aan de oostzijde ligt het terrein dat wordt gebruikt door zowel de scouting als de hondensportvereniging en de locatie van de hondenschool. Aan de westzijde grenst de projectlocatie aan de Tunnelweg.

Figuur 2: Huidige situatie plangebied vanuit zuidwesthoek (bron: GoogleStreetview)

02

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Hellendoorn sectie S nummer 1380.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Figuur 3: Huidige situatie plangebied vanuit zuidoosthoek (bron: GoogleStreetview) 01.4

Geldend bestemmingsplan

Het projectgebied valt binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” (vastgesteld op 20-04-2009). Dit bestemmingsplan is onherroepelijk. De locatie heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch met waarden’, waarbij geen bouwvlak geldt. In figuur 2 is een uitsnede van het

Figuur 4: Uitsnede geldend bestemmingsplan "Buitengebied" (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn bestemd voor agrarische bedrijvigheid, uitgezonderd tuinbouw. Tevens zijn de gronden bestemd voor instandhouding van de aldaar

03

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

bestemmingsplan weergegeven.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

voorkomende danwel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, zoals geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarden, ter plaatse van de daarbij vermelde aanduiding: er geldt een aanduiding ‘specifieke vorm van waarde-kleinschalig landschap’. Tevens zijn toegestaan voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen, watergangen en waterpartijen, en bij een en ander behorende voorzieningen, waaronder begrepen nutsvoorzieningen. Daarnaast geldt voor een gedeelte van het perceel de dubbelbestemming ‘Waarde-archeologische verwachtingswaarde’ en is de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone-verwevingsgebied’ opgenomen. Buiten een bouwvlak mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. Er zijn bijvoorbeeld erf- of perceelafscheidingen toegestaan tot een hoogte van maximaal 1,3 meter.

Het bouwen van een zonneveld met bijbehorende voorzieningen past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Voor deze planontwikkeling zal een aanvraag omgevingsvergunning voor de aanleg van het zonneveld worden ingediend, waarbij de instandhoudingstermijn van het zonneveld 25 jaar zal zijn. Via de uitgebreide procedure is op basis artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan medewerking worden verleend.

01.5

Opzet van ruimtelijke onderbouwing

In de volgende hoofdstukken wordt het project nader toegelicht. In eerste instantie wordt ingegaan op het project zelf (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 stilgestaan bij het van belang zijnde overheidsbeleid (rijks- en provinciaal beleid). In hoofdstuk 4 komt het gemeentelijk beleid aan de orde en in hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan diverse omgevingsaspecten zoals geluid, archeologie,

04

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

externe veiligheid, parkeren etc. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de conclusie beschreven.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

02 PROJECTOMSCHRIJVING

02.1

Zonneveld

Pure Energie is in samenwerking met de energiecoöperatie Noaber & Co voornemens een zonneveld te realiseren met een energieopslagsysteem (batterij), met een instandhoudingstermijn van 25 jaar. Vijftig procent van het zonneveld wordt eigendom van de omgeving doordat omwonenden via de coöperatie kunnen mee-investeren in het zonneveld. Noaber & Co is een coöperatie van, voor en door inwoners en ondernemers uit de gemeente Hellendoorn. Noaber &Co en Pure Energie gaan op gelijkwaardige basis samenwerken. Dat betekent dat de investeringen en inkomsten gelijk worden verdeeld en gezamenlijk besluiten worden genomen over het zonneveld. Zo wordt 50% van het zonneveld eigendom van de omgeving doordat omwonenden via de coöperatie kunnen mee-investeren in het zonneveld. Hiermee voldoet Zonneveld Haarle volledig aan het streven naar 50% lokaal eigendom in wind- en zonprojecten op land zoals opgenomen in het landelijke Klimaatakkoord.

Hierbij wordt gewerkt volgens de principes van de gedragscode “Zon op Land”, wat onder meer inhoudt dat 25% van het terrein niet wordt bedekt met zonnepanelen.

Figuur 5: inrichtingsschets Zonneveld Haarle 05

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

In figuur 5 is de toekomstige situatie te zien.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

De blauwe vlakken geven de opstelling van de zonnepanelen weer. Aan de zuidkant van het plangebied is de energieopslag beoogd. Binnen het plan is gekozen voor een zuidopstelling van bifacial zonnepanelen, die in dezelfde richting zijn gesitueerd als de perceelsverkaveling. Het zonneveld zal waar mogelijk worden beheerd met schapen waardoor er sprake is van meervoudig ruimtegebruik. Aan de zuidzijde wordt technische ruimte gerealiseerd voor de technische installatie (10 x 6 m) en een energieopslagsysteem (30 x 8) m. Hiervoor is een extra ingang gepland voor de toegang tot de technische installaties, die ontsluit op de parallelweg die langs de N35 ligt.

Het zonneveld wordt landschappelijk ingepast, een aanzienlijk deel van het plangebied wordt gebruikt voor landschappelijke inpasing. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de spoorlijn die op deze plek op een talud ligt. Naast de spoorlijn (ten noorden) bevindt zich een bomenrij. Aan de noordzijde van het plangebied, grenzend aan het talud, wordt een takkenril gerealiseerd. De oost-, zuid- en westzijde van het plangebied worden ingepast met struweelsingels bestaande uit inheemse beplanting. Aan de zuidwestzijde wordt een aarden wal aangelegd (ca. 1,20 m hoog) waarop inheemse heesters worden geplant. Dit alles leidt tot een ontwikkeling die door de landschappelijke inpassing een zo laag mogelijke impact op de omgeving heeft en zicht vanuit omliggende woningen zo veel mogelijk wordt weggenomen. Otte Groenadvies BV heeft een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarbij uitgebreid wordt ingegaan op de historie van het landschap en de kenmerken van het plangebied en omgeving (zie bijlage 1). Hierin is aangegeven welke inheemse beplanting gebruikt kan worden, wat de plantmaat

06

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

moet zijn, hoe geplant zou moeten worden en wat het basisbeheer van het terrein omvat.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Figuur 6: Referentiebeelden landschappelijke inpassing (bron: Otte groenadvies)

De zonnepanelenopstellingen hebben een maximale hoogte van 2,5 meter met tussen de rijen een ruimte van circa 2,0 tot 2,5 meter, tussen de panelen onderling is er circa 2 centimeter ruimte.. De tafels hebben een lengte van ruim 7 meter en worden onder een helling geplaatst. Deze opstelling zorgt voor een maximale potentie in het bereiken van een ecologische meerwaarde onder de panelen. Dit draagt bij aan een gunstig effect op de bodemkwaliteit (lichtinval, bodemleven en waterhuishouding) en biedt het terrein mogelijkheden voor dubbelgebruik zoals natuurontwikkeling en begrazing. In bijlage 2 is het projectgebied aangegeven met de inrichting van het terrein, een toelichting op het energieopslagsysteem, doorsnedetekening van de tafels en een tekening met profielen van het plangebied.

03.1

Rijksbeleid

03.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI

07

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

03 BELEID

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

•

Duurzaam economisch groeipotentieel;

•

Sterke en gezonde steden en regio's;

•

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;

•

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;

•

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. De aanleg van het zonneveld draagt bij aan de energietransitie en de doelen die daaromtrent zijn gesteld, zoals Nederland energieneutraal in 2050. Structuurvisies hebben echter geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de Amvb Ruimte.

concreet aandacht besteed.

08

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

De Ladder voor duurzame verstedelijking neemt hierin een bijzondere positie en daarom wordt hieraan

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

03.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd.

De ladder van duurzame verstedelijking is alleen van toepassing bij een stedelijke ontwikkeling (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Onder andere stedelijke voorzieningen is er sprake van een stedelijke ontwikkeling, indien het gaat om: •

accommodaties voor maatschappelijke functies zoals een school, zorgcomplex, sportfaciliteiten of een crematorium;

•

accommodaties voor religie zoals een kerk of moskee;

•

accommodaties voor cultuur zoals bijvoorbeeld een museum;

•

accommodaties voor leisure zoals een hotel of bioscoop;

•

accommodaties voor recreatie.

Uit vaste jurisprudentie blijkt dat functies zoals een zonneveld onder de ladder, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt beschouwd (ECLI:NL:RVS:2019:178). Gelet op het feit dat het in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing gaat om een zonneveld, is de onderhavige ontwikkeling niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking kan achterwege blijven. Geconcludeerd kan worden dat de planontwikkeling past binnen het rijksbeleid.

03.2 Provinciaal beleid

03.2.1 Omgevingsvisie Overijssel

weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van

09

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities.

De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/ hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hierbij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop.

03.2.2 Omgevingsverordening Overijssel In de Omgevingsverordening Overijssel is het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel vertaald naar regels. Voor onderhavig planvoornemen zijn met name de regels met betrekking tot het onderwerp ‘zonne-energie’ van belang. In artikel 2.1.8.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan kan voorzien in de realisatie van een “zelfstandige opstelling van zonnepanelen” (lid 1), mits “de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond én is aangetoond dat het verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter

meerwaarde zijn (lid 3):

Meerwaarde kan worden aangetoond vanuit de volgende criteria:

10

a.

De mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik (combinaties met andere functies);

b.

Maatregelen die getroffen worden om de impact te beperken en/of te compenseren;

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving” (lid 2). De criteria voor maatschappelijke

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

c.

De mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied (gebiedseigen/gebiedsvreemd);

d.

Bijdrage aan maatschappelijke doelen (in ieder geval aan de provinciale doelen ten aanzien van duurzaamheid, maar ook aan draagvlak in de omgeving, bijdrage aan maatschappelijke cohesie, (financiële) bijdragen aan maatschappelijke opgaven, enz.).

Niet in alle gevallen zal de meerwaarde op alle genoemde criteria in gelijke mate te bereiken zijn. Het hangt immers van het geval en de locatie af waar de kansen en opgaven te vinden zijn om maatschappelijke meerwaarde te bereiken. De gemeente zal in de toelichting op het bestemmingsplan moeten onderbouwen dat er sprake is van maatschappelijke meerwaarde die de impact van een zelfstandige opstelling in de Groene Omgeving rechtvaardigt. De extra investering in ruimtelijke kwaliteit is geformuleerd als een bijzondere vorm van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving zoals die is opgenomen in artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening. In de balans tussen ontwikkeling en kwaliteitsinvestering mag rekening gehouden worden met feit dat een zelfstandige opstelling voor zonnepanelen alleen als tijdelijk gebruik kan worden toegestaan. Aan de andere kant geldt dat er wel degelijk sprake is van langdurige impact op de omgeving omdat het tijdelijke gebruik een periode van niet meer dan 25 jaar kan beslaan. Deze regeling voor zonnevelden in de Omgevingsverordening wordt begeleid met een handreiking aan gemeenten en initiatiefnemers, een voorbeeldenboek en informatieve bijeenkomsten.

De verdere uitwerking en achtergronden van de bovenstaande beleidsuitgangspunten specifiek met betrekking tot het ontwikkelen van zonneparken zijn uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie Overijssel en de Handreiking zonnevelden (21 april 2020) Handreiking Zonnevelden.

Uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie Overijssel Passend in het nationaal beleid om in 2050 te beschikken over een volledig duurzame energievoorziening, streeft de provincie Overijssel naar een energieneutraal Overijssel in 2050. Het doel voor 2023 is: 20% nieuwe energie en 6% energiebesparing. Door samen te werken kan de energietransitie in Overijssel beter worden aangepakt. Dit wordt vorm gegeven door het programma Nieuwe Energie Overijssel. Daarbinnen werkt de provincie samen met zeven ketenpartners aan dit doel.

Petajoule. Dit bestaat uit wind-, zonne-, bio- en bodemenergie. Voor zonne-energie is het streven om in 2023 1,9 petajoule (PJ) energie uit zon te halen. Dit bestaat uit velden, zonnepanelen en zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven.

11

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Het doel van Nieuwe Energie Overijssel is 20% hernieuwbare opgewerkte energie in 2023 (20,2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Het zonneveld Haarle levert via de opwekking van duurzame energie een bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstelling die de Provincie Overijssel voor 2023 heeft gesteld. Het levert daarnaast actief een bijdrage aan de bewustwording van het maatschappelijk belang voor duurzame opwekking van energie, waardoor onomkeerbare duurzaamheidsmaatregelen kunnen worden getroffen. Voor dit plan hebben de lokale energiecoöperatie en initiatiefnemer een overeenkomst gesloten voor de ontwikkeling van dit zonneveld en kunnen omwonenden mee-investeren in het zonneveld.

Handreiking zonnevelden In april 2020 heeft GS van Overijssel de “Handreiking zonnevelden” vastgesteld. De handreiking is een hulpmiddel voor initiatiefnemers, omwonenden van een zonneveld en voor gemeenten om hen te ondersteunen bij de ruimtelijke afweging voor zonnevelden, bij het ontwerp van een kwalitatief goed zonneveld en bij het gesprek over het realiseren van voldoende en passende kwaliteit. De handreiking is gebaseerd op de regels voor ruimtelijke ontwikkeling en in het bijzonder voor zonnevelden in de provinciale Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening Overijssel is, voor de groene omgeving, de Kwaliteitsimpuls Zonnevelden opgenomen. Dit beleid geeft ruimte om zonnevelden te ontwikkelen op daarvoor geschikte locaties. Onder de voorwaarde dat daarmee tevens kwaliteit wordt gerealiseerd. Het gaat daarbij om ruimtelijke kwaliteit, sociale kwaliteit en duurzaamheid. Toepassing is aan de orde als projecten in het landelijk gebied worden gerealiseerd. De kwaliteitsimpuls Zonnevelden is gebaseerd op vier principes uit het provinciaal ruimtelijk beleid: •

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

•

Passendheid in of bijdragend aan het landschap

•

Beperken en compenseren van de effecten op landschap en ecologie

•

Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde.

De regels uit de verordening zijn verplicht en de principes moeten toegepast worden. De toepassing zelf is maatwerk. Deze handreiking ondersteunt dat maatwerk.

03.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Op grond van het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel kan worden bepaald of een initiatief

voor zonnevelden. De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten:

12

•

generieke beleidskeuzes;

•

ontwikkelingsperspectieven;

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Dit is ook van toepassing op initiatieven

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

•

gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend.

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en – opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is

13

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Figuur 7: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitganspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig is of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het uitgangspunt van zorgvuldig en zuinig gebruiken van ruimte van belang die ervoor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en bebouwde percelen wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt.

Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van Haarle,. Er wordt een zonneveld gerealiseerd op een onbebouwd perceel (weiland), tussen de N35 (Almelo-Zwolle) en de spoorlijn en aan de oostzijde een hondensportvereniging en scouting. De locatie heeft een agrarische functie. Door het realiseren van dit zonneveld dat ‘ingeklemd’ ligt tussen de rijksweg en de spoorlijn is er rekening gehouden met het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, zoals is opgenomen in de

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn bijna geheel alleen de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang en voor

14

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

provinciale Omgevingsvisie.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

een klein gedeelte de stedelijke omgeving. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 8; Fragment Ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel) Toets Het plangebied bevindt zich in het perspectief “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dit perspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Schaalvergroting in de landbouw en opwekking van hernieuwbare energie krijgen ruimte in dit ontwikkelingsperspectief, onder de voorwaarde van zorgvuldige inpassing in het kleinschalige landschap.

Deze planontwikkeling voorziet in het aanleggen van een zonneveld op een perceel dat bestemd is voor agrarische doeleinden (weiland). De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast zie bijlage 1 (Rapportage landschappelijke inpassing). Door de toevoeging van landschapselementen wordt het landschap ter plaatse versterkt. De opwekking van hernieuwbare energie is ook concreet benoemd

worden dat voorliggende ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalig landschap’.

15

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

binnen het ontwikkelingsperspectief, onderhavig plan geeft hier invulling aan. Geconcludeerd kan

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan dit plangebied het kenmerk ‘Dekzandvlakte en ruggen’, zie figuur 9.

Figuur 9: Fragment Natuurlijke laag (bron: provincie Overijssel) De kenmerken van deze aanduiding Dekzandvlakten zijn na de ijstijd door de wind gevormde zandlandschappen. Ze beslaan een groot deel van de provincie. De afwisseling van opgewaaide ruggen en uitgesleten beekdalen met bijbehorende hoogteverschillen kenmerken de dekzandvlaktes van Overijssel. Opvallend is de overwegend oostwest georiënteerde richting van ruggen en dalen. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dienen deze bij te dragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij (her)inrichting, net als (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen.

Toets

waarbij het perceel op regelmatige basis bewerkt worden voor dit gebruik. De natuurlijke laag is dan ook vrijwel niet zichtbaar binnen het plangebied. Er zijn geen natuurlijke hoogteverschillen aanwezig in het plangebied. De planontwikkeling doet geen afbreuk aan deze kenmerken.

16

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

De planlocatie maakt reeds deel uit van in cultuur gebracht gebied. Het huidig gebruik is agrarisch,

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Laag van het agrarisch cultuurlandschap De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” geeft aan het plangebied het kenmerk ‘jonge heide- en broekontginningslandschap’, zie figuur 10.

Figuur 10: Fragment Laag van het agrarisch cultuurlandschap (bron: provincie Overijssel) Toets De grote oppervlakte aan voormalige natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en hoevenlandschap. Met de komst van de kunstmest werden de gronden grotendeels in cultuur gebracht, eerst kleinschalig en later planmatig en grootschalig aangepakt. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deel omzoomd door boscomplex. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend. Als er ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen met erven en de kenmerkende ruimtematen. De opstelling van windturbines in een groot cluster versterkt het grootschalige en lineaire karakter

Het plangebied bestaat uit in cultuur gebrachte grond, waarin het oorspronkelijke landschap niet meer herkenbaar is. Bij deze planontwikkeling blijft de bestaande verkaveling behouden en worden bestaande lijnen (houtsingel) versterkt. De planontwikkeling doet daarmee geen afbreuk aan de gebiedskenmerken.

17

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

van het jonge heide- en broekontginningslandschap.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Stedelijke laag In de ‘Stedelijke laag’ valt het plangebied binnen de ‘verspreide bebouwing’, zie figuur 11.

Figuur 11: Fragment Stedelijke laag (bron: provincie Overijssel)

Toets Van oudsher hebben de agrarische erven een hele sterke binding met het landschap. Naast erven kent het buitengebied losliggende ‘gewone’ burgerwoningen met veelal een eigen, individueel karakter en eigen verhaal van ontstaan. De sturing van deze categorie is gericht op ontwikkeling van bestaande erven of een transformatie daarvan waarmee nieuwe erven ontstaan. De planontwikkeling betreft geen bestaand of nieuw erf. De lage bebouwing (de zonnepanelen met bijbehorende technische ruimtes) wordt landschappelijk

18

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

ingepast en doet geen afbreuk aan de kenmerken van eventueel verspreide bebouwing.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Laag van de beleving In de “Laag van de beleving” is het plangebied aangeduid met ‘donkerte’, zie figuur 12.

Figuur 12: Fragment Laag van de beleving (bron: provincie Overijssel)

Toets Kenmerken van ‘Donkerte’ zijn dat er in die gebieden nog echt donker is ’s nachts en het zijn relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. In donkere gebieden wordt gestuurd op minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht en veel aandacht voor het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. Bij de planontwikkeling zal geen kunstlicht worden geplaatst in het gehele plangebied, wellicht alleen noodzakelijke verlichting bij de technische ruimtes.

19

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Deze planontwikkeling doet geen afbreuk aan de kenmerken van deze laag.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

04 GEMEENTELIJK BELEID

04.1.1 Natuurlijk Avontuurlijk De Omgevingsvisie Hellendoorn ‘Natuurlijk Avontuurlijk’ is op 20 februari 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van Hellendoorn. De visie is opgebouwd uit drie componenten, te weten De identiteit, De context en de kernvisie. Het plangebied heeft in deze visie de identiteit ‘Rond boeren’, zie figuur 13.

Figuur 13: Fragment Identiteitskaart Natuurlijk Avontuurlijk (www.ruimtelijkeplannen.nl)

Behoud, ontwikkeling en gepaste schaalvergroting vormen een wezenlijk uitgangspunt voor deze identiteit. Hiermee wil de gemeente de agrarische en landschappelijke identiteit behouden, alsmede een goede toekomst bieden voor de agrarische sector zelf.

ontwikkelingen op ruimtelijk, economisch en maatschappelijk vlak geschetst. Hierin zijn de lagen en beschrijvingen ervan uit de Omgevingsvisie Overijssel weergegeven. Deze zijn ook weergegeven en beoordeeld in paragraaf 3.2 van deze onderbouwing.

20

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

In het contextgedeelte is een beschrijving van de gemeente gegeven en zijn in het kort de verwachte

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Het visiegedeelte gaat in op de vier aangewezen ‘sterlocaties’: het Avonturenpark, het centrum van Nijverdal, de Paarse Poort en Hellendoorn. In de kernvisie liggen 10 concrete opgaven (zes ruimtelijk en vier procesmatig). Deze hebben geen betrekking op de aanleg van een zonneveld. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief past binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke omgevingsvisie.

04.1.2 Nieuw Buitengebied Op 2 april 2020 heeft de gemeenteraad van Hellendoorn de beleidsnota “Nieuw Buitengebied” vastgesteld. De ingrijpende veranderingen die op stapel staan voor het landschap en daarnaast de autonome ontwikkeling in het buitengebied, zijn aanleiding geweest voor het opstellen van deze nota. De grote opgaven voor het buitengebied zijn: •

Energie

•

Klimaat

•

Landbouw

•

Natuur en landschap

Via de Regionale Energie Strategie Twente (RES), als onderdeel van het landelijke Klimaatakkoord. Wordt in beeld gebracht hoe de regio (inclusief Hellendoorn) een bijdrage kan leveren aan de grootschalige opwek van energie via zon en wind. Een uitdaging is om de opwekking van duurzame energie zo in te richten dat de ruimtelijke kwaliteiten gewaarborgd en/of versterkt kunnen worden. Daarbij kijken naar vergroten van de landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit en of dubbel ruimtegebruik mogelijk is. Het toegankelijk maken van een zonneveld kan helpen bij de acceptatie daarvan, dat kan ook financiële participatie zijn.

Toets gemeentelijk beleid Bij toetsing aan de omgevingsvisie Natuurlijk Avontuurlijk is een zonne-energieveld niet concreet genoemd, waarbij het meespeelt dat deze visie geruime tijd geleden is vastgesteld. De visie gaat wel in op ontwikkelingen die komen en het belang van behoud van landschap. Hiervoor is later de beleidsnota “Nieuw Buitengebied” opgesteld. Een belangrijk punt in deze nota is de opgave voor energie, waarbij specifiek wordt ingegaan op zonne-energie. Zonne-energie niet is weg te denken uit deze tijd en krijgt ook vorm via zonnevelden.

is uitgewerkt hoe het zonneveld wordt ingepast in het landschap (zie bijlage 1).

De voorgenomen planontwikkeling levert een bijdrage aan de opgave voor zonne-energie die de gemeente, Twente en ook landelijk is gesteld. De gemeente Hellendoorn wil in 2030 minimaal 30% van het elektriciteitsverbruik van de gehele gemeente duurzaam opwekken binnen de

21

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Voor de inpassing van het zonneveld is een landschappelijke inventarisatie en visie opgesteld, waarin

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

gemeentegrens. Op basis van deze ambitie heeft de gemeenteraad in december 2019 de energieopgave vastgesteld op 71 GWh. Zoals aangegeven, is er een rapport opgesteld waarin wordt aangegeven hoe het zonneveld landschappelijk wordt ingepast en waarom voor deze inpassing is gekozen. De landschappelijke inpassing krijgt vorm via het aanleggen van houtsingels en struweel, passend in dit landschap. In deze struweelsingels is er ruimte voor diverse inheemse heesters en bomen en bieden leefruimte en zorgen voor voedselvoorziening voor diverse dieren. De planten, bomen en het onderhoud dragen bij aan de biodiversiteit ter plaatse. Daarbij zal het zonneveld waar mogelijk worden beheerd met schapen, waardoor er sprake is van meervoudig ruimtegebruik.

Het initiatief is een samenwerking tussen duurzaam energiebedrijf Pure Energie en de lokale energiecorpoöratie Noaber & Co. In hoofdstuk 6 wordt het onderdeel participatie toegelicht.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen planontwikkeling passend is in het gemeentelijk

22

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

beleid.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

05 OMGEVINGSASPECTEN

05.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag.

Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld.

Toets en conclusie Er wordt middels deze ruimtelijke onderbouwing de aanleg van een zonepark mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied is agrarisch. Het aanleggen van een zonneveld wordt niet expliciet benoemd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het was lang onduidelijk of een zonneveld valt onder het Besluit milieueffectrapportage. Uit de uitspraak van de Raad van State (ABRvS 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770) blijkt dat dit niet het geval is. Deze uitspraak gaat over een zonneveld waarvoor via de kruimelgevallenregeling een omgevingsvergunning is verleend. Het park bevat ongeveer 22.500 zonnepanelen en enkele trafostations. De Raad van State geeft aan dat een zonneveld niet onder de reikwijdte van het Besluit milieueffectrapportage valt. Een zonneveld is

•

Landinrichtingsproject;

•

geen stedelijk ontwikkelingsproject;

•

geen industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water.

Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r. Het Besluit milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

23

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

volgens de Raad geen:

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

05.2 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

•

het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is.

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied'. In figuur 14 zijn de richtafstanden

24

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

weergegeven.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Figuur 14: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG) Toets en conclusie Deze planontwikkeling heeft betrekking op de aanleg van een zonneveld. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Het plangebied is gelegen tussen de rijksweg N35 en de spoorlijn Enschede – Zwolle en hoogspanningsleiding, waarmee kan worden uitgegaan van ‘gemengd gebied’ vanwege de verschillende functies en een stap terug kan worden gedaan bij de richtafstanden. Hierna wordt uitgegaan van de richtafstanden behorend bij ‘gemengd gebied’.

Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Een zonneveld is geen milieugevoelig object. Geacht wordt dat het zonneveld geen hinder ondervindt van de bestaande functies in de omgeving.

Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast.

Een zonneveld op zich is geen milieubelastend object. Voor een zonneveld is geen categorie

engszins geluid kunnen produceren, zijn te vergelijken met een transformatorstation tussen de 10 – 100 MVA, waarvoor een afstand geldt van 30 meter (gemengd gebied). De dichtstbijzijnde woning, Almeloseweg 5, ligt op ruim 200 meter afstand van de technische ruimte en ligt op ruim voldoende afstand.

25

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

opgenomen in de VNG-brochure. De bijbehorende technische ruimtes (transformatorstation) die

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Aan de oostzijde bevinden zich twee gebouwen die behoren bij verenigingen (hondensport en scouting), dit zijn geen geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van het Activiteitenbesluit en de omgevingsvergunning is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek omvat of de geluidemissie van het zonneveld inclusief het energieopslagsysteem ter hoogte van de woningen voldoet aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit (Cauberg Huygen, d.d. 23 september 2023). Het onderzoek is als bijlage 3 aan deze onderbouwing toegevoegd. Uit de resultaten blijkt dat de langtijdgemiddeld geluidniveaus op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen (woningen) gedurende de representatieve bedrijfssituatie ten hoogste 30 dB(A) bedragen. Dit is ruim onder de norm van 50 dB(A) in de dagperiode. Gedurende de avond- en nachtperiode is het geluidniveau maximaal 31 dB(A) en 28 dB(A) respectievelijk, wat ruim onder de norm van 45 dB(A) en 40 dB(A) valt.

Dit betekent dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en het aspect milieuzonering geen belemmering vormt voor het realiseren van dit plan.

05.3 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: ◼

Woningen;

◼

Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal).

◼

Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc.

Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige

Toets en conclusie Een zonneveld is geen geluidsgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘Geluid’ geen belemmering vormt voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

26

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

functies.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

In het kader van het Activiteitenbesluit is een akoestisch onderzoek gedaan naar de geluidsimissie van het zonneveld inclusief het energieopslagsysteem ter hoogte van de woningen. Het onderzoek van Cauberg Huygen (d.d. 23 september 2023), is als bijlage 3 toegevoegd.

Conclusie onderzoek Uit de resultaten blijkt dat de langtijdgemiddeld geluidniveaus op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen (woningen) gedurende de representatieve bedrijfssituatie ten hoogste 30 dB(A) bedragen. Dit is ruim onder de norm van 50 dB(A) in de dagperiode. Gedurende de avond- en nachtperiode is het geluidniveau maximaal 31 dB(A) en 28 dB(A) respectievelijk, wat ruim onder de norm van 45 dB(A) en 40 dB(A) valt. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect ‘geluid’ sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

05.4 Bodem Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet worden bepaald of de bodemkwaliteit van het betreffende gebied geschikt is voor het beoogde gebruik. Hiervoor is er sprake van een wettelijke verplichting om informatie over de bodemkwaliteit te inzichtelijk te maken. Hierbij is het van belang te weten of er mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Op basis van de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: ◼

als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd;

◼

het bouwwerk een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m²;

◼

als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd;

◼

als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd

Toets en conclusie Het plangebied bestaat uit een weiland waarbij geen indicaties zijn dat er sprake is van bodem en/of grondwatervervuiling. Het gebruik van het plangebied als zonneveld heeft geen milieu hygiënische invloed op de bodemkwaliteit van de betreffende gronden. Ook wordt geen gevoelige functie opgericht. Een bodemonderzoek kan derhalve achterwege blijven.

27

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd).

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

05.5 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. In paragraaf 4.6 wordt ingegaan op de aanwezige hogedruk aardgasleiding die gelegen is aan de rand van het plangebied.

Toets en conclusie In figuur 15 is een uitsnede opgenomen van de kaart waarop de aspecten m.b.t. externe veiligheid zijn weergegeven. Het plangebied is donkerblauw omkaderd.

Figuur 15: Uitsnede kaart externe veiligheid (bron: Atlas leefomgeving)

oostzijde laat de risicokaart een propaangastank (hondenschool) zien. Deze propaangastank is inmiddels niet meer aanwezig en daarmee niet (meer) van belang. Een zonneveld is geen (beperkt) kwetsbaar object. Hierdoor is het Bevi en/of Bevb niet van toepassing. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘Externe veiligheid’ geen belemmering vormt voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

28

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

De afstand tot de hoofdtransportleiding (max. 66 bar) voor aardgas bedraagt ruim 980 m. Aan de

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

05.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: ◼

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);

◼

Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. ◼

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg;

◼

woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen;

◼

kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-,

bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

29

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Toets en conclusie In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt de aanleg van een zonneveld mogelijk gemaakt. De aanleg van een zonneveld wordt niet benoemd in de regeling NIBM. Het aantal verkeersbewegingen zal beperkt toenemen in de aanlegfase van het project. Tijdens de gebruiksfase zal er incidenteel verkeer zijn ten behoeve van onderhoud en beheer. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘Luchtkwaliteit’ geen belemmering vormt voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

05.7 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening.

Toets Voor deze planontwikkeling heeft Otte Groenadvies BV een quickscan natuurwaarden uitgevoerd (d.d. 24 april 2023). Dit rapport is als bijlage 4 bijgevoegd. Voor de planontwikkeling is een stikstofberekening uitgevoerd (d.d. 22 mei 2023), zie bijlage 5. De resultaten van de onderzoeken worden in de navolgende alinea’s besproken.

Gebiedsbescherming (uit quickscan) ◼

De ingrepen behorend tot het project leiden niet tot effecten op beschermde natuurgebieden, zoals aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van het NNN of externe effecten op Natura 2000- gebieden;

◼

N2000: Wijziging beleidsvoering: U dient bevoegd gezag te raadplegen of een AERIUSberekening uitgevoerd moet worden, zo ja: Voer een AERIUS-berekening uit om aan te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten op N2000 gebied

stikstof depositie toeneemt. Als de uitkomst hiervan nul Mol/ha/jaar is kan een vergunning worden verleend.

In de omgeving van de planlocatie ligt één Natura 2000 gebied, namelijk de Sallandse Heuvelrug (gebiedsnummer 42) op circa 260 meter ten zuidoosten van het plangebied.

30

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

plaatsvinden. Uit de AERIUS-berekening zal blijken of met de voorgenomen ontwikkeling de

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Stikstofberekening (uit stikstofberekening) Op 2 november 2022 is de wetswijziging die betrekking heeft op de partiële vrijstelling bouwen, slopen en aanleggen bijgesteld. De bouwvrijstelling voldoet niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Hierdoor is de aanlegfase bij het bouwen en slopen van diverse bouwwerken niet direct vrijgesteld van vergunningplicht voor wat betreft stikstof.

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb beschermt onder andere Natura 2000-gebieden. Activiteiten die in het kader van de aanleg van het zonneveld worden uitgevoerd, kunnen door de uitstoot van stikstof, negatieve effecten hebben op een Natura 2000gebied. De dichtstbijzijnde rand van het zonneveld tot aan het Natura-2000 gebied Sallandse Heuvelrug ligt op ongeveer 260 meter afstand.

Effecten werkzaamheden Om te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten op een Natura 2000gebied plaatsvindt is een berekening uitgevoerd met AERIUS calculator. De berekening is uitgevoerd met behulp van de AUB-rekenmethode conform Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022.1. Hierbij wordt gerekend aan de hand van de werklocaties, in te zetten voer- en werktuigen, stage-klasse, brandstofverbruik, draaiuren, AdBlue verbruik en het wegverkeer van en naar het terrein wordt de stikstofemissie berekend. De ingevoerde parameters voor mobiele werktuigen zijn bepaald aan de hand van een schatting van geschatte draaiuren per mobiel werktuig. De aantallen draaiuren zijn in samenwerking met een aannemer ingeschat op basis van aangeleverde gegevens en ervaring met projecten elders.

Voor het wegverkeer van en naar het terrein is gekozen om te rekenen met een worst-case situatie waarbij sprake is van een aantal voertuigen per etmaal. In de praktijk zullen in een rekenjaar niet dagelijks deze aantallen voer- en werktuigen naar het terrein komen.

Uitkomst berekening De stikstofuitstoot tijdens de aanleg van het zonneveld leidt tot een depositie van 0,00 mol/ha/jaar bij

Conclusie De berekening laat zien dat de stikstofdepositie uitkomt op 0,00 mol/ha/jaar op habitattypen van Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat er verder geen vergunning in het kader van de Wnb noodzakelijk is.

31

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. Zie hiervoor ook de genoemde rapportage AERIUS.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZONNEVELD HAARLE

Soortenbescherming (uit quickscan) Flora ◼

Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. Nader onderzoek naar vaatplanten is niet nodig.

Fauna ◼

Zoogdieren: Kleine marterachtigen: Voor de kleine marterachtigen en de egel dient een mitigatieplan opgesteld te worden. Het mitigatieplan moet duidelijkheid geven in de maatregelen die voor de betrokken soorten genomen worden. Dat is nodig om voor het overtreden van de verbodsbepalingen een ontheffing aan te vragen en te verlenen (Provincie Overijssel, 2021);

◼

Vogels: Effecten op beschermde soorten en soortgroepen waarvoor geen vrijstelling geldt, zijn uitgesloten omdat er geen aanwijzingen zijn dat dergelijke soorten binnen invloedssfeer van de werkzaamheden voorkomen; Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels in de omgeving van het plangebied te verwachten. Bezette nesten mogen nooit vernield worden. De piek van het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen komen voor; Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14546299/1