CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Recreatieschap Twente - Programmabegroting 2023

Debatronde 7 juni 2022, gemeente HellendoornBij agendapunt: Jaarstukken 2021 en begrotingen 2023 gemeenschappelijke regelingen9.824 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Materiële uitgaven

Op basis van meest recente raming CPB, september 2021

2020 is nu

2020 was

verschil te verr. met 2022

2021 is nu

2021 was

verschil te verr. met 2022

2022 is nu

2022 was

verschil te verr. met 2022

2023 (cpb)

2023 wordt

1,70%

1,50%

0,20%

2,10%

1,50%

0,60%

1,90%

1,50%

0,40%

1,60%

2,80%

Toelichting Bron: Centraal Planbureau (via dezelfde link als bij de loonontwikkeling te vinden) Prijs materiële overheidsconsumptie (IMOC)

Prijspeiltoename 2023 van 1,6% wordt gecorrigeerd met een toename van 0,2% uit 2020, een toename van 0,6% uit 2021 en een toename van 0,4% uit 2022 en komt daarmee voor 2023 op 2,8%. Uitgangspunten meerjarenraming Bij de opstelling van de meerjarenraming 2024-2026 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De looncompensatie 2024 t/m 2026 wordt geraamd op 2,8% en de prijscompensatie 2024 t/m 2026 op 1,60% (conform CPB raming voor 2023). 2. Het aantal inwoners is voor de jaren 2024 t/m 2026 gefixeerd op het aantal inwoners/jeugdigen opgenomen in de begroting 2023. Vervangingsinvesteringen De investeringsruimte blijft op peil door de kapitaaluitgaven die in de begroting zijn afgeschreven, op te voeren als vervangingsinvesteringen. Weerstandsvermogen/reserves en voorzieningen Er wordt weerstandsvermogen aangehouden zodat de organisatie zelf in staat is om risico’s op te vangen. Een kwalitatieve risicoanalyse is de basis voor deze buffers. Onze gemeenschappelijke regeling beschikt over een nota reserves en voorzieningen die de basis vormt voor ons weerstandsvermogen maar ook regels bevat hoe wij omgaan met reserveringen en voorzieningen. Onvoorziene uitgaven Voor onvoorziene uitgaven wordt een bedrag van € 0 gehanteerd.

Bijdrage per gemeente De gemeentelijke bijdrage 2023 wordt verdeeld over de gemeenten op basis van de inwoneraantallen (in % van totaal) per 1 januari 2022 (opgave gemeenten).

◄Inhoudsopgave

26

Financiële begroting

6.2.1

Programmabegroting 2023

Overzicht van baten en lasten per taakveld

Code 0.4 3.1 5.7 Eindtotaal

Taakveld Overhead Economische ontwikkeling Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Totaal Lasten 736.121 651.679 2.853.210 4.241.009

Totaal Baten 0 0 1.258.314 1.258.314

Gem.Bijdrage 736.121 651.679 1.594.896 2.982.695

6.2.2 Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten Voor de periode 2023 tot en met 2026 worden geen incidentele baten en lasten verwacht.

◄Inhoudsopgave

27

Financiële begroting

Programmabegroting 2023

6.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Deze paragraaf bevat een prognose van de balans en het EMU-saldo. Daarnaast zal aandacht besteed worden aan de jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, de investeringen en het verloop van de reserves. 6.3.1 Geprognosticeerde balans De prognose van de balans bevat tenminste het begrotingsjaar, het voorliggende jaar en de 3 jaren volgend op het begrotingsjaar: Bedragen in € Materiele vaste activa Financiële vaste activa

Prognose eind 2022 4.269.222

Prognose eind 2023 4.043.948

Prognose eind 2024 3.798.722

Prognose eind 2025 4.143.513

Prognose eind 2026 4.063.195

0

0

0

0

0

Vlottende activa

168.490

222.735

185.763

192.329

200.276

Totaal activa

4.437.712

4.266.683

3.984.485

4.335.842

4.263.471

Eigen vermogen

739.849

739.849

739.849

739.849

739.849

Voorzieningen

138.982

153.557

187.124

146.721

172.027

Vaste schulden

3.469.955

3.284.352

2.968.587

3.360.347

3.262.670

Vlottende schulden

88.925

88.925

88.925

88.925

88.925

Totaal passiva

4.437.712

4.266.683

3.984.485

4.335.842

4.263.471

Toelichting Materiele vaste activa Deze balanspost is geprognosticeerd door de verwachte jaarrekening 2021 van de Gemeenschappelijke Regeling Samen Twente voor het onderdeel Recreatieve Voorzieningen als uitgangspunt te nemen. Hier zijn de toekomstige vervangingsinvesteringen aan toegevoegd. En de begrote afschrijvingen vanuit de activa administratie zijn hierop in mindering gebracht. Vlottende activa Deze balanspost is geprognosticeerd door voor het jaar 2021 de vlottende activa te schatten op basis van de jaarrekening 2021 van de Gemeenschappelijke Regeling Samen Twente voor het onderdeel Recreatieve Voorzieningen. Onder de vlottende activa hoort ook de post liquide middelen. Deze bevat het positieve effect van alle overige activa en passiva posten. Eigen vermogen De balanspost reserves is begroot op basis van de omvang van de reserves van het onderdeel Recreatieve Voorzieningen per 2022 bij de Gemeenschappelijke Regeling Samen Twente.

◄Inhoudsopgave

28

Financiële begroting

Programmabegroting 2023

Voorzieningen Deze post is begroot op basis van de begrote dotaties en verwachte bestedingen conform het grootonderhoudsplan Recreatieve Voorzieningen. De effecten van het nieuwe onderhoudsplan zijn hierin meegenomen. Vaste schulden De prognose voor de vaste schulden is gebaseerd op de afloop van de geldlening uit de leningenadministratie. Vlottende schulden De vlottende schulden zijn gebaseerd op inschatting van de schulden 2021 bij de Gemeenschappelijke Regeling Samen Twente. 6.3.2 Berekening EMU-saldo In het Verdrag van Maastricht is afgesproken dat het EMU-tekort van een bij de euro aangesloten land maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen. Het EMU-tekort wordt bepaald door een gezamenlijk tekort van het Rijk, lokale overheden en sociale fondsen. Vanuit het BBV is het verplicht om in de begroting een raming van het eigen EMU-saldo op te nemen. De begroting van het Recreatieschap is opgesteld conform een stel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het EU-systeem van nationale en regionale rekeningen in de EU.

Omschrijving (x € 1.000)

Raming

Raming

Raming

Raming

2023

2024

2025

2026

1

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

0

0

0

0

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

406

372

344

261

107

107

107

107

181

127

689

180

333

353

-237

188

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van 3 de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de 4 balans worden geactiveerd Berekend EMU-saldo

Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de jaarlijkse kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een bepaald jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting zou het daardoor dus toch kunnen dat er een negatief saldo is . Over het jaar 2025 is het EMU-saldo negatief door het hoge investeringsniveau in dat jaar.

◄Inhoudsopgave

29

Financiële begroting

Programmabegroting 2023

6.3.3 Verloopoverzicht voorzieningen

Verloopoverzicht voorzieningen Grootonderhoud Recreatieve Voorzieningen

Ultimo 2023

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Storting

107.480

107.480

107.480

107.480

Besteding

92.905

73.913

147.883

82.174

Saldo

153.557

187.124

146.721

172.027

Tabel 9 Verloopoverzicht voorzieningen

6.3.4 Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen In onderstaand overzicht zijn de arbeidskosten gerelateerde verplichtingen opgenomen, die jaarlijks een vergelijkbaar volume hebben. De dekking van deze verplichtingen is in de meerjarenraming voorzien. Bedrag in € Individueel keuzebudget

196.225

Tabel 10 Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

6.3.5 Investeringen Hieronder treft een overzicht van de verwachte herinvesteringen: Herinvesteringen

2023

2024

2025

2026

Bedrag

180.522

126.687

688.848

180.291

Tabel 11 Herinvesteringen

◄Inhoudsopgave

30

Bijlagen

Programmabegroting 2023

Bijlagen Gemeentelijke bijdrage 2023 per taakveld Aantal inw.

0.4

5.7

3.1

Totaal

01-01-22

Overhead

Openbaar groen en openlucht recreatie

Economische ontwikkeling

Gemeentelijke bijdrage

73.158 24.015 26.593 160.632 24.229 35.940 81.544 35.056 23.070 31.745 38.234 21.364 33.712 24.637 633.929

-

269.009 88.305 97.785 590.659 89.092 132.155 299.845 128.904 84.831 116.729 140.590 78.557 123.962 90.593 2.331.016

75.206 24.687 27.338 165.130 24.907 36.946 83.827 36.038 23.716 32.634 39.305 21.962 34.656 25.327 651.679

344.215 112.993 125.123 755.789 114.000 169.101 383.672 164.942 108.547 149.363 179.895 100.520 158.618 115.919 2.982.695

Gemeente

Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Totaal

Toelichting Volgens het BBV is het voor verbonden partijen niet toegestaan om de gemeentelijke bijdrage voor overhead op te halen via taakveld overhead (voor zover het geen overhead activiteiten betreft). Dit is uiteengezet in de notitie verbonden partijen van de commissie BBV. Hierdoor verantwoorden wij de bijdragen voor overhead onder de baten bij de directe taakvelden door taakveld overhead extracomptabel te verdelen over het grootste taakveld, openbaar groen en openlucht recreatie.

◄Inhoudsopgave

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14996310/1