Reactie op advies Wmo raad
Tekst van het document
Wmo raad
Uw brief/kenmerk
Ons kenmerk 2024-009423
Doorkiesnr.
Onderwerp Verordening bekostiging leerlingenvervoer
Bijlage(n) 0
Nijverdal,
Geachte leden van de Wmo-raad, Naar aanleiding van onze adviesaanvraag van 26 maart 2024 heeft u ons op 18 april 2024 een advies gestuurd over de conceptversie van de verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Hellendoorn 2024. Wij danken u voor uw advies. De tekst van de verordening is op een aantal punten tekstueel gewijzigd ten opzichte van de versie waarop u advies heeft gegeven, maar daarmee is niets veranderd aan de inhoud. In uw advies geeft u aan dat u over een paar punten adviseert om anders te besluiten. Hieronder geven wij per punt onze reactie (cursief gedrukt). 1. In artikel 3 wilt u opgenomen hebben dat er standaard een intakegesprek plaatsvindt met ouders en een deskundige van de gemeente. Omdat dit een werkwijze is hoort dit niet thuis in een verordening, maar nemen wij dit mee bij het opstellen van de beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer. Wij delen uw mening dat een intakegesprek van meerwaarde is. 2. Inzake artikel 4 lid 2 pleit u voor een duidelijke omschrijving en vastlegging van het profiel en de status van een deskundige die kan worden ingeschakeld, om onduidelijkheid te voorkomen en de onafhankelijkheid te waarborgen. In artikel 1 onder f hebben wij de definitie opgenomen van "deskundige".
Tevens komt op meerdere plekken in de verordening en de toelichting aan bod wanneer een (onafhankelijk) deskundige kan of moet worden ingeschakeld en worden voorbeelden gegeven van welke functies gelden als (onafhankelijk) deskundige. Ons inziens komt dit voldoende tegemoet aan uw advies. 3. U stelt voor om in artikel 7 lid 5 een maximale termijn van bijvoorbeeld een jaar toe te voegen voor terugvordering door de gemeente, om onnodige onzekerheid te voorkomen. De tekst waarnaar u verwijst, is nu opgenomen in artikel 7 lid 4, aangezien lid 2 verwijderd is (omdat deze tekst dubbel bleek met hetgeen in artikel 7 lid 3 onder b is opgenomen) en daarmee de nummering is aangepast. Wij nemen uw advies ten aanzien van een maximale termijn niet over. Er geldt een wettelijke verjaringstermijn van 5 jaren. In de praktijk zal een ten onrechte ontvangen bekostiging in
team Maatschappelijk domein D2024-04-005337
Bezoekadres Willem-Alexanderstraat 7, Nijverdal Tel. 0548-630 000
Postadres Postbus 200 7440 AE Nijverdal https://www.hellendoorn.nl
bijna alle gevallen binnen een schooljaar worden geconstateerd en daarop zal ook binnen dat jaar actie worden ondernomen. 4. Uw voorstel is om in artikel 9 lid 1 onder b voor speciaal basisonderwijs een kilometergrens van 4 te hanteren, rekening houdend met de veiligheid en het aantal leerlingen. De belangrijkste overweging voor ons voorstel om de kilometergrens op de wettelijk toegestane zes kilometer te zetten, is dat wij het door ouders/ verzorgers voor eigen rekening zelf brengen en halen naar een school binnen zes kilometer van het woonadres een redelijkerwijs te vergen inzet achten. Ouders zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind(eren) naar en van school. Bij het beoordelen van een aanvraag leerlingenvervoer houden wij rekening met de individuele situatie van een leerling (zie artikel 2 lid 1). In uiterste noodzaak/ zeer bijzondere situaties bestaat de mogelijkheid om de hardheidsclausule toe te passen, daarmee blijven we een vangnet bieden. Bij het verstrekken van een fietsvergoeding kijken wij naar de voor de leerling voldoende begaanbare en veilige fietsroute (zie artikelen 1 onder c, 17 lid 4 en 18 lid 2). Op deze manier is gewaarborgd dat de leerling een veilige route fietst. Wij hebben u inzicht verschaft in het aantal leerlingen dat momenteel tussen de vier en zes kilometer van school woont.
Het aantal leerlingen staat echter los van de overweging en het voorstel ten aanzien van de kilometergrens. 5. U stelt voor om in artikel 10 lid 2 de toevoeging "De ouders dragen er zorg voor (indien mogelijk)" op te nemen om duidelijkheid te verschaffen over de verantwoordelijkheden. Dat is reeds geregeld in lid 3 van hetzelfde artikel: het college wijst geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. Wij nemen uw voorstel daarom niet over. 6. Het woord "tijdelijk" in artikel 10 lid 4 kunt u niet plaatsen: hoe lang is tijdelijk? Verder vraagt u naar het verloop van het proces indien de gemeente besluit tot het gebruik maken van opstapplaatsen en de voorwaarden voor de locatie, faciliteiten op die locatie, etc. Ook stelt u dat er mogelijk de nodige uitzonderingssituaties zullen zijn waardoor het effect mogelijk maar minimaal is, terwijl er veel kosten voor gemaakt worden en het bij de ouders van de enkele leerlingen die het betreft wel veel zorgen en extra ongemak kan geven. Artikel 10 betreft een zogenaamde "kan" bepaling. Dat wil zeggen dat het college de mogelijkheid heeft om opstapplaatsen aan te wijzen.
Op dit moment hebben wij hiervoor nog geen concrete plannen waardoor wij geen antwoord kunnen geven op uw vragen en opmerkingen ten aanzien van het proces en voorwaarden van de locaties. Wij nemen uw opmerkingen mee wanneer wij plannen maken om opstapplaatsen te gaan hanteren. (Tijdelijk) geen opstapplaatsen aanwijzen betekent dat de leerling bij het woonadres wordt opgehaald. Dit kan gebeuren wanneer er bijvoorbeeld sprake is van wegwerkzaamheden of andere situaties waardoor de beoogde beoogde efficiency met het hanteren van opstapplaatsen niet wordt behaald. Op voorhand kan niet worden bepaald welke periode gekoppeld kan of moet worden aan "tijdelijk". Indien deze situatie zich voor zou doen, brengen en houden wij ouder(s)/ verzorger(s) uiteraard op de hoogte. 7. U stelt voor om in artikel 14 lid 3 onder c op te nemen dat stageplekken binnen dezelfde straal als de afstand tussen huis en school moet liggen, in plaats van dat stageplekken op de route van huis naar school moeten liggen, zoals in de conceptversie staat.
Pagina
2 van 4
Wij hebben dit voorstel in de nieuwe versie van de verordening overgenomen. De tekst van dat artikel luidt nu: het stageadres is niet verder weg gelegen dan de school, gemeten vanaf de woning dan wel de opstapplaats. 8. Artikel 24 lid 3, dat gaat over de eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage voor vervoer welke afhankelijk is van het inkomen van de ouders, dient volgens u te worden uitgebreid met de mogelijkheid om te kiezen voor een ander referentiejaar bij sterke fluctuatie in inkomen. Wij hebben geconstateerd dat de toelichting op dit artikel niet compleet was en nemen uw voorstel over, met dien verstande dat we de toelichting hebben aangepast en niet de tekst van de verordening. Het volgende hebben wij toegevoegd in de toelichting op dit artikel: voor het aantonen van het inkomen, hoe om te gaan met een structurele daling van het inkomen en de invordering, zie de toelichting op artikel 23. Artikel 23 gaat over de eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag. In die toelichting is opgenomen dat we rekening houden met een structurele daling van het inkomen van ouders door het hanteren van een later peiljaar. Tot slot geeft u twee algemene opmerkingen: 1. U bent van mening dat "beter of meer passend onderwijs" een belangrijk argument zou kunnen zijn om leerlingenvervoer toe te kennen.
In alle drie de onderwijswetten waarop deze verordening is gebaseerd, staat dat leerlingenvervoer wordt toegekend naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Indien een aanvraag wordt gedaan naar een verder weg gelegen school, dienen ouders door middel van een verklaring van de dichtstbijzijnde school/ scholen aan te tonen dat deze school niet aan de onderwijsbehoeften van de leerling kan voldoen. Ondersteuningsbehoefte of didactische overwegingen zijn geen criterium bij de beoordeling of er recht is op een voorziening van het leerlingenvervoer. Ouders/ verzorgers hebben nog steeds vrijheid in de schoolkeuze voor hun kind. Het staat ouders/ verzorgers uiteraard te allen tijde vrij om toch te kiezen voor een verder weg gelegen school, omdat zij van mening zijn dat die school passender is voor de leerling. Zij zijn hierbij niet afhankelijk van de beoordeling die de gemeente maakt bij het al dan niet toekennen van een aanvraag voor leerlingenvervoer. De kosten van dergelijke keuzes kunnen echter niet neergelegd worden bij het leerlingenvervoer. 2. U maakt zich zorgen dat wellicht minder geletterde of geschoolde ouders mogelijk minder voor elkaar kunnen krijgen dan ouders die hierin beter ontwikkeld zijn. Wij willen met klem benadrukken dat iedere aanvraag leerlingenvervoer op dezelfde wijze wordt behandeld en beoordeeld op basis van dezelfde regels.
Uiteraard geldt hierbij dat iedere aanvraag leerlingenvervoer maatwerk is omdat geen enkele situatie precies hetzelfde is. Op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn wij hiertoe ook verplicht. Het (scholings)niveau van ouders/ verzorgers heeft hierop geen invloed. Zoals eerder reeds toegezegd, zullen wij de Wmo-raad wederom om advies vragen bij de nog op te stellen beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer en ook wanneer wij plannen hebben om over te gaan tot het hanteren van opstapplaatsen. De verordening is verder op route gezet naar de gemeenteraad. De planning is om deze op 28 mei 2024 toe te lichten in een informatieronde, op 4 of 11 juni volgt een debatronde en de definitieve vaststelling vindt plaats op 18 juni 2024. We zullen u op de hoogte houden over het verloop. Als u vragen heeft over deze brief, dan kunt u contact opnemen met Fernanda Hakkers via de contactgegevens die bij u bekend zijn.
Pagina
3 van 4
Hoogachtend, Het college voornoemd, de secretaris,
de burgemeester,
mr. A.M. Ouwehand
J.J. Eijbersen MBA
Pagina
4 van 4