Raadsvoorstel verordening bekostiging leerlingenvervoer
Tekst van het document
AAN DE RAAD Zaaknummer: 2024-009423 Onderwerp Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Hellendoorn 2024
VOORSTEL 1. De verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Hellendoorn 2024 vast te stellen.
INLEIDING Ieder kind heeft recht op onderwijs. Ouders of verzorgers moeten ervoor zorgen dat hun kind iedere dag op school komt. Meestal is dat geen probleem; lopend, fietsend of met het openbaar vervoer is de school goed bereikbaar. Het vervoer van leerlingen van huis naar school en terug en de (eventuele) begeleiding van de leerling in het vervoer van huis naar school en terug is een verantwoordelijkheid van de ouders. Onder voorwaarden kunnen leerlingen gebruik maken van leerlingenvervoer. Het leerlingenvervoer omvat veel meer dan alleen de bekende taxibusjes (dit heet “aangepast vervoer”): een fietsvergoeding (al dan niet met begeleiding), een vergoeding voor de aanschaf van een e-bike, een OV-vergoeding (al dan niet met begeleiding) en een kilometervergoeding voor het gebruik van de eigen auto zijn ook vervoersvoorzieningen van het leerlingenvervoer. Een combinatie van verschillende vervoersvoorzieningen is – onder voorwaarden – ook mogelijk. De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen op basis waarvan ouders, onder voorwaarden, aanspraak kunnen maken op de bekostiging van de vervoerskosten van hun kind(eren) naar en van school. De huidige verordening leerlingenvervoer is door de gemeenteraad vastgesteld in 2015 en is toe aan een update.
BEOOGD EFFECT 1. Een actuele en accurate verordening bekostiging leerlingenvervoer die voldoet aan de wettelijke plicht om nadere regels vast te stellen met betrekking tot de bekostiging van het leerlingenvervoer ingevolge de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op de Expertisecentra (WEC) en de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020). 2. Meer ruimte bieden voor kansen voor de leerlingen, hun zelfredzaamheid en zelfstandigheid in mobiliteit bevorderen en het bieden van maatwerk.
ARGUMENTEN 1.1 Een actuele en accurate verordening bekostiging leerlingenvervoer is van belang De nu voorliggende verordening is gebaseerd op de door de VNG eind 2020 uitgebrachte modelverordening. Onze huidige verordening leerlingenvervoer is onder andere gebaseerd op artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs. Deze wet bestaat niet meer, dat is de Wet voortgezet onderwijs 2020 geworden. Dit hebben we aangepast in de nu voorliggende verordening. Voor het overige was er juridisch gezien geen aanleiding om de verordening te wijzigen. Ook door verschillende ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs, is de modelverordening van de VNG aangepast. Door het aanpassen van onze huidige verordening aan de hand van modelverordening van de VNG, zorgen we ervoor dat we ook op lokaal niveau meegaan in deze ontwikkelingen op het gebied van leerlingenvervoer.
In de bijlage staan de wijzigingen opgesomd welke we hebben doorgevoerd in de verordening bekostiging leerlingenvervoer ten opzichte van de huidige verordening leerlingenvervoer. 1.2 Strategische visie op maatschappelijk en sociaal domein als leidraad Onlangs stelde u de strategische visie op maatschappelijk en sociaal domein vast. Eén van de thema’s in deze visie is “Kansrijk opgroeien”. De inhoud van de verordening bekostiging leerlingenvervoer draagt bij aan het bereiken van de benoemde doelen op dit thema. Zoals in de visie staat: het is niet langer haalbaar om maximale ondersteuning en zorg te leveren. Dit geldt ook binnen het leerlingenvervoer. Eén van de leidende principes uit de visie luidt: ondersteuning waar nodig, eigen kracht waar kan. Dit passen we toe binnen het leerlingenvervoer en op die wijze houden we ons doelgroepenvervoer (waar het leerlingenvervoer onderdeel van is) toekomstbestendig. 1.3 Voor iedere leerling een passende vorm van vervoer van huis naar school en terug Ons doel is dat iedere leerling een voor hem/haar passende vorm van vervoer voor de reis van huis naar school en school naar huis heeft. Het uitgangspunt hierbij, welke voortvloeit uit de strategische visie op maatschappelijk en sociaal domein, is dat de leerling – waar mogelijk – zo zelfstandig en zelfredzaam is dan wel wordt (eigen kracht waar kan).
Het gaat hierbij niet alleen om het leren van reizen, maar het bouwt tegelijkertijd aan zelfvertrouwen, verantwoordelijkheidsgevoel en onafhankelijkheid. Een leerling heeft een leven lang profijt van zelfredzaamheid in mobiliteit. Sterker nog: het vertaalt zich in zijn of haar latere leven op zoveel meer terreinen. Op deze wijze investeren we in de toekomst van jongeren. Het zelfstandig reizen betekent voor de leerlingen ook meer vrijheid doordat zij dan niet meer afhankelijk zijn van (de tijden van) de taxibus. 1.4 Ouders hebben een eigen verantwoordelijkheid Samen met de ouders en (waar mogelijk) de leerling kijken we naar de beste manier waarop het kind zelfstandig naar school kan reizen, rekening houdend met de individuele situatie en ontwikkeling van de leerling. Hiervoor kunnen we voor elke leerling een vervoersontwikkelingsplan maken waarbij we zorgvuldig kijken naar wat een leerling kan en wil. De vergoedingsstructuur binnen het leerlingenvervoer hebben we zodanig opgebouwd, dat, binnen de gestelde criteria (beoordelingsfase), de meest zelfstandige en onafhankelijke manier van reizen door de leerling wordt vergoed. Ouders spelen hierin een belangrijke rol en hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid (ondersteuning waar nodig, eigen kracht waar kan). Met de verordening bekostiging leerlingenvervoer geven we hier vorm aan.
1.5 Advies van de Wmo-raad De Wmo-raad heeft advies gegeven over de conceptversie verordening bekostiging leerlingenvervoer. Dit advies heeft geleid tot inhoudelijke aanpassing van artikel 14 lid 3 c van de verordening. Dit artikel gaat over de voorwaarden waaronder een vervoersvoorziening naar een stageadres wordt toegekend. In artikel 14 lid 3 c stond in de conceptversie de voorwaarde dat “het stageadres gelegen moet zijn op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school”. Omdat dit in de praktijk lastig kan zijn of soms zelfs onhaalbaar, is dit vervangen door de voorwaarde dat “de afstand van de woning dan wel de opstapplaats naar het stageadres niet langer is dan de afstand van de woning dan wel de opstapplaats naar school”. Daarnaast hebben we naar aanleiding van het advies van de Wmo-raad de toelichting van artikel 23 uitgebreid, zodat de mogelijkheid bestaat om rekening te houden met een structurele inkomensdaling van ouders/ verzorgers door het hanteren van een later peiljaar op basis waarvan de eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage wordt bepaald.
KANTTEKENINGEN 1.1 De wijzigingen hebben invloed op de situatie van gezinnen Het optrekken van de kilometergrens van 4 naar 6 kilometer kan leiden tot onbegrip en onrust. In de bijlage over de wijzigingen is opgenomen hoeveel leerlingen dit betreft/welke impact dit heeft. Voor schooljaar 2024/2025 krijgen de leerlingen die tussen de 4 en 6 kilometer van school wonen nog een toekenning voor aangepast vervoer (indien zij deze in schooljaar 2023/2024 ook hebben). In dat schooljaar kijken we in gezamenlijkheid met ouder(s)/ verzorger(s) (en waar mogelijk met de leerling) naar de mogelijkheden van het overgaan naar het zelfstandig of onder begeleiding fietsen of reizen met het OV. In uiterste noodzaak kunnen we de hardheidsclausule toepassen. Op die manier blijven we een vangnet bieden.
1.2 Een aantal zaken doen we bovenwettelijk Een aantal zaken zoals opgenomen in de verordening bekostiging leerlingenvervoer doen we bovenwettelijk: We leggen geen eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag meer op aan ouder(s)/verzorger(s) met leerlingen die naar het speciaal basisonderwijs gaan. Voor het speciaal basisonderwijs is er namelijk weinig keus qua school en daardoor kunnen ouders ook niet kiezen voor een school dichterbij. Dit is anders bij het (regulier) basisonderwijs. Daarbij hebben ouders wel een keus voor een school binnen de 6 kilometer. Hoewel pleegouders gelijkgesteld worden aan ouders, leggen we geen eigen bijdragen in de vorm van een drempelbedrag en draagkrachtafhankelijke bijdrage op als sprake is van pleegzorg. Pleegouders hebben vaak te maken met hoge(re) kosten voor hun pleegkind(eren). We achten het daarom eerlijk om geen eigen bijdragen aan hen op te leggen. Leerlingen die naar het voortgezet speciaal onderwijs gaan, kunnen (onder voorwaarden) voor een OV-vergoeding in aanmerking komen. Dit doen we, omdat zo’n school vaak op verdere afstand van huis ligt en ouders hierin geen keuze hebben. Daarnaast blijkt in de praktijk dat dit de overstap vanuit het aangepaste vervoer gemakkelijker maakt. Op deze manier bevorderen we ook weer de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van leerlingen.
FINANCIËN Er is binnen de begroting een budget bestemd voor de bekostiging van het leerlingenvervoer. De verwachting is dat we binnen de gestelde financiële kaders blijven.
VERVOLG Niet van toepassing.
COMMUNICATIE 1. De verordening wordt op de daarvoor gebruikelijke wijze bekend gemaakt; 2. Met de ouder(s)/ verzorger(s) die het aangaat plannen we gesprekken over relevante wijzigingen.
BIJLAGEN 1. Overzicht van de wijzigingen in de verordening bekostiging leerlingenvervoer ten opzichte van de huidige verordening leerlingenvervoer. 2. Brieven: adviesaanvraag aan Wmo raad, ontvangen advies van Wmo raad en reactie op advies aan Wmo raad.