Raadsvoorstel Nota investeren waarderen en afschrijven 2024
Tekst van het document
AAN DE RAAD Zaaknummer: 2024-002085 Onderwerp Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024
VOORSTEL 1. De nota Investeren, waarden en afschrijven 2018 in te trekken en de Nota Investeren, waarderen en afschrijven 2024 vast te stellen. o In te stemmen met een nieuwe ondergrens voor investeringen van € 25.000,-- en de voormalige investeringen uit de exploitatiebudgetten te bekostigen. De exploitatiebudgetten worden hierdoor (structureel) verhoogd. o In te stemmen met de voorgestelde wijzigingen in afschrijvingstermijnen. o De reserve kapitaallasten zoveel mogelijk te gebruiken voor de verevening van kapitaallasten van projecten die voldoen aan één of meerdere van de 3 criteria zoals genoemd in de nota. 2. Het investeringsplafond te laten vervallen en het Meerjareninvesteringsplan (MIP) niet meer jaarlijks ter informatie te verstrekken aan uw raad. 3. De eenmalige kosten in 2024 van de wijzigingen voorgesteld in deze nota ad € 544.316,-- te dekken door een onttrekking uit de Vrij Aanwendbare Reserve (VAR). 4. Het structurele voordeel vanaf 2027 te reserveren voor de toekomstige investeringsopgaven en het voordelig saldo zolang dit hier voor nog niet nodig is (minimaal in periode 2024-2026) te storten in de reserve gelabelde middelen. 5. De raad voor te stellen de reserve kapitaallasten te vullen vanuit de VAR met € 3,6 miljoen om de oude eenmalige investeringen in de stationsomgeving/tunnel/RW35 te dekken.
Het structurele voordeel van € 179.000,-- wordt eveneens gereserveerd voor toekomstige investeringsopgaven en zolang dit bedrag hiervoor nog niet benodigd is, jaarlijks te storten in de reserve gelabelde middelen. 6. De bijbehorende 10e wijziging van de begroting 2024 vast te stellen.
INLEIDING Iedere (nieuwe) gemeenteraad kan beslissen over de wijze waarop er (binnen de wettelijke kaders) wordt omgegaan met investeringen en hoe/wanneer er wordt afgeschreven op deze investeringen. Ook over andere zaken op dit terrein kunnen nieuwe besluiten worden genomen. Daarom wordt er eens in de 4 jaar een nieuwe beleidsnota Investeren, waarderen en afschrijven aan uw raad voorgelegd.
BEOOGD EFFECT Het actualiseren van de bestaande nota, waarin zowel de nieuwe begrotingswetgeving (BBV) als de nieuwe financiële kaders zijn verwoord. De nota is een duidelijke handleiding over hoe we omgaan met investeringen, welke (rand)voorwaarden er zijn en over welke termijn er moet worden afgeschreven. Tevens geeft de nota aan hoe we deze methodes en de nieuwe reserve kapitaallasten kunnen inzetten om een structurele verbetering te geven aan de financiële positie van de gemeente en daarmee zorgen voor een stabielere (meerjaren)begroting.
ARGUMENTEN
1.1
De uitgangspunten voor investeren, waarderen en afschrijven worden voor de komende 4 jaar vastgelegd Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat iedere (nieuwe) raad zijn stempel drukt op dit onderdeel van het financiële beleid. 1.2 Een verhoging van de ondergrens van investeringen past beter bij de omvang van onze gemeente Momenteel wordt een investeringsgrens van € 10.000,-- aangehouden. Onder deze grens worden de investeringsuitgaven opgenomen in de exploitatiebegroting. Boven deze grens worden de lasten verspreid over de jaren waarin het gebruikt zal worden. Er wordt hierop afgeschreven en er wordt rente toegerekend. Bij een screening van onze begroting door de provincie Overijssel in 2019 is geadviseerd deze investeringsgrens te verhogen naar € 20.000,-- of € 30.000,--. In deze nota wordt deze ondergrens aangepast naar € 25.000,--. 1.3 Het voorkomt een overdaad aan relatief kleine investeringen waarover moet worden afgeschreven Dit geeft een minder zware kapitaallasten naar de toekomst: immers afschrijven en rentetoerekeningen legt een claim op de toekomstige budgettaire ruimte. Tevens leidt de verhoging van de ondergrens tot minder administratieve handelingen.
1.4 De afschrijvingstermijnen wijzigen uit ervaring of door nieuwe ontwikkelingen De economische of technische levensduur blijkt soms niet meer aan te sluiten bij de werkelijkheid en/of door nieuwe (technische) ontwikkelingen. De afschrijvingstermijnen zijn in afstemming met de beleidsinhoudelijke teams aangepast. 1.5 De wijziging van de afschrijvingstermijnen hebben per saldo tijdelijk voordelige budgettaire effecten De wijziging in afschrijvingstermijnen heeft een drietal budgettaire effecten: - Doordat de levensduur al verlopen is, moet er extra worden afgeschreven = extra kosten. Echter de afschrijving over de latere jaren vervalt in de begroting (dit geldt alleen bij incidentele investeringen). - Doordat de levensduur langer is, wordt de afschrijving van lopende en nieuwe projecten langer. Dit heeft lagere afschrijvingskosten tot gevolg. - Een langere levensduur heeft een hogere gemiddelde boekwaarde tot gevolg: er moet hier rente aan toegerekend worden = extra kosten 1.6 Hierdoor kunnen incidentele middelen gebruikt worden voor incidentele of aanvullende projecten. De Reserve Kapitaallasten wordt bij voorkeur gebruikt voor de dekking van kapitaallasten van investeringen die voldoen aan de criteria: - Zijn eenmalig of aanvullend; - Hoeven niet vervangen te worden; - Behoren niet tot de kerntaken van de gemeente.
2.1 De doelstelling om de langlopende schuld te verkleinen is behaald. Eind 2011 is een investeringsplafond ingesteld om de financieringspositie van onze gemeente te verbeteren. Dit plafond is in 2020 bijgesteld naar een gemiddeld maximum van € 6,35 miljoen per jaar. Doelstelling was om de langlopende schuld die door de strategische projecten fors was opgelopen te verlagen naar een niveau van een schuldquote van 90%. De afgelopen jaren is de netto schuldquote gedaald van 187% in 2013 naar nog geen 60% in de jaarrekening 2022. We hebben daarmee het doel ruim binnen de termijn van 2030 behaald en daarmee is nut en noodzaak van een investeringsplafond momenteel niet meer aanwezig. 2.2 Het investeringsplafond is onnodig beklemmend voor de benodigde investeringen We zien in de komende jaren een forse investeringsopgave ontstaan. Deels door investeringen die we moeten doen in klimaatmaatregelen en ontwikkelingen zoals het IHP en investeringsprogramma wegen. In de begroting 2024 is het meerjarig investeringsniveau al zodanig dat we het investeringsplafond overschrijden. Daarnaast neemt momenteel de boekwaarde van onze activa af, dit betekent dat we in een situatie komen dat het huidige voorzieningenniveau niet meer in stand wordt gehouden en dat is niet wenselijk. Ook in vergelijking met de landelijke investeringen blijven we achter met onze investeringsquote.
Ook is in de afgelopen jaren de inflatie hoog geweest, maar is de hoogte van het investeringsplafond daar niet op aangepast. 2.3 We gebruiken landelijke kengetallen om de financiële positie te monitoren We stellen voor dat we door middel van de landelijk verplichte kengetallen in de toekomst vinger aan de pols houden. Op deze manier houden we zicht op een gezonde financiële positie. Dit betreft: Weerstandscapaciteit om risico’s op te vangen Netto schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen) Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Er zijn landelijk vastgestelde normeringen die voor elke van deze kengetallen aangeven in hoeverre er risico’s gelopen worden. 3.1/4.1 Er wordt ruimte in de begroting gereserveerd om een deel van de stijgende kapitaallasten in de toekomst te dekken. We zien de komende decennia extra vervangingsinvesteringen op ons afkomen. Veel naoorlogse investeringen zijn aan vervanging toe: groot onderhoud en renovatie is niet meer toereikend. Dit geldt vooral voor de vervanging van wegen, bruggen en riolering. Maar ook voor schoolgebouwen, de gemeentewerf en sporthallen/zalen. Ook klimaatmaatregelen en verduurzaming leiden tot extra investeringsuitgaven. Al deze (extra) investeringen leiden tot een flinke stijging van de kapitaallasten.
Door het reserveren van de budgettaire voordelen die voortvloeien uit deze nota, kan al vast een deel van deze kapitaallasten worden gedekt. 5.1 Er wordt extra ruimte gereserveerd voor toekomstige stijging in de kapitaallasten Onder de huidige activa is een aantal oude investeringen opgenomen die voldoen aan de drie voorkeurscriteria. Het zijn de bijdragen in de stationsomgeving en de Rijksweg 35 die onze gemeente gedaan heeft. De bijdragen zijn eenmalig, hoeven niet vervangen te worden en behoren niet tot de kerntaken van de gemeente. De boekwaarde bedraagt bijna € 3,6 miljoen. Door eenzelfde bedrag uit de Vrij Aanwendbare Reserve over te hevelen naar de Reserve kapitaallasten kunnen de kapitaallasten van € 179.000,-- per jaar uit deze reserve gedekt worden. Deze ruimte kan gereserveerd worden voor de stijging van de kapitaallasten in de toekomst. 4.2/5.2 Extra ruimte voor dekking eenmalige/aanvullende investeringsprojecten Gedurende de tijd dat deze structurele ruimte nog niet nodig is wordt het gereserveerd in de reserve gelabelde middelen en kan dit t.z.t. worden overgezet naar de reserve kapitaallasten om toekomstige investeringen of bijdragen in investeringsprojecten van derden te dekken.
KANTTEKENINGEN 1.1/ 1.1 Verhoging van de ondergrens van investeringen en de aanpassing van afschrijvingstermijnen van investeringen leiden tot budgettaire effecten op de begroting en jaarrekening. Doordat investeringen onder de € 25.000,-- in principe niet meer worden geactiveerd en afgeschreven, komen de aanschafkosten hiervan volledig als last in het jaar van aanschaf. We moeten daarom de budgetten op de producten verhogen om deze kosten op te vangen. Vooral in de eerste jaren heeft dit een negatief budgettair effect. Er is echter voldoende ruimte in het totaalvoorstel om deze extra lasten op te vangen. 1.2 De wijziging van de afschrijvingstermijnen kunnen extra druk op de lange termijn veroorzaken indien de rente fors gaat stijgen Door langere afschrijvingstermijnen, blijft de activawaarde hoger. Rente wordt berekend over de totale activawaarde. Bij een stijgende rente op aangetrokken vermogen, zorgt dit voor hogere lasten. De huidige leningen hebben lage rentes, waardoor het effect beperkt is. 5.1 De huidige kapitaallast kan ook blijven staan in de exploitatie De huidige kapitaallasten worden gedekt in de begroting. Dit kan zo blijven bestaan en dan hoeft er geen € 3,6 miljoen worden onttrokken uit de VAR. Er wordt dan echter geen ruimte in de begroting gecreëerd voor toekomstige investeringsopgaven.
5.2 De structurele ruimte die ontstaat kan ook worden gebruikt voor dekking van tekorten in de begroting. Onder de huidige activa is een aantal oude investeringen opgenomen die voldoen aan de drie voorkeurscriteria voor bekostiging via de nieuwe reserve kapitaallasten. Het zijn de bijdragen in de stationsomgeving en de Rijksweg 35 die onze gemeente gedaan heeft. De bijdragen zijn eenmalig, hoeven niet vervangen te worden en behoren niet tot de kerntaken van de gemeente. De boekwaarde bedraagt bijna € 3,6 miljoen. Door eenzelfde bedrag uit de Vrij Aanwendbare Reserve over te hevelen naar de Reserve kapitaallasten kunnen de kapitaallasten van € 179.000,-- per jaar uit deze reserve gedekt worden. Dit geeft dan dezelfde structurele ruimte in de meerjarenbegroting.
FINANCIËN In onderstaand overzichten is het totale budgettaire effect van deze nota weergegeven. Het eenmalige tekort van € 544.316,-- voor 2024 dat ontstaat door de eenmalige (versnelde) afschrijvingen wordt gedekt uit de Vrij Aanwendbare Reserve. De incidentele overschotten in de jaren 2024 – 2026 worden gestort in de reserve gelabelde middelen. Op deze manier reserveren we vast budget voor eventuele investeringen die vanuit de kapitaalreserve gedekt kunnen worden. Passend binnen de voorwaarden die zijn gesteld. Structureel blijft een voordelig saldo bestaan van circa € 500.000,-- vanaf 2028. We stellen voor deze budgettaire ruimte te reserveren voor de grote (investerings)opgaven die nog onvoldoende in de begroting 2024 zijn opgenomen, denk daarbij aan het IHP en investeringsprogramma wegen. Voorgesteld wordt om de reserve kapitaallasten te vullen vanuit de VAR met € 3,6 miljoen om de oude eenmalige investeringen in de stationsomgeving/tunnel/RW35 te dekken. Het structurele voordeel van € 179.000,-- wordt eveneens gereserveerd voor toekomstige investeringsopgaven. Het bedrag blijft gereserveerd voor 2027 e.v. jaren. De nog niet benodigde overschotten worden in de tussenliggende jaren (nu: 2024-2026) gestort in de reserve gelabelde middelen . bedragen x € 1 Totaal overzicht
Eenmalig
Structureel
per 1-1-2024
2024
2025
2026
2027
2028
370.000
23.800
14.950
-7.800
-2.550
-31.350
Herzi eni ng a fs chri jvi ngstermi jnen
388.127
-120.041
-134.641
-145.141
-143.348
-317.848
Ops chonen a ctiva
-213.811
6.877
10.635
13.049
15.061
16.601
Subtotaal budgettair effect (-/- = voordelig saldo)
544.316
-89.364
-109.056
-139.892
-130.837
-332.597
-170.775
-170.775
-170.775
-170.775
-170.775
260.139
279.831
310.667
-
-
-
- 301.612
- 503.372
1
Verhogi ng mi nima l e opva ng i nves terings krediet
2 3
4
Bes chikbaar i n begroti ng
5
Eenmal i ge dekki ng VAR
6
Storti ng i n res erve gel a bel de mi ddel en
-544.316
Structureel voordeel reserveren voor investeringsopgaven
-
bedragen x € 1 Oude investeringsbijdragen derden dekken via reserve kapitaallasten
Eenmalig
Structureel
per 1-1-2024
2024
2025
2026
2027
2028
Dekki ng kapi taal l a sten oude i nves teri ngen s tra tegi s che projecten ui t kapi taa l resere Storti ng i n res erve gel a bel de mi ddel en
3.593.764
-179.127
-179.127
-179.127
-179.127
-179.127
179.127
179.127
179.127
Storti ng va nui t VAR naa r res erve ka pi ta a l las ten
-3.593.764 -
-
-
- 179.127
- 179.127
Structureel voordeel reserveren voor investeringsopgaven
-
Naast het reserveren/beschikbaar houden van circa € 680.000,-- in de meerjarenraming voor 2028 e.v. jaren hebben de voorstellen effect op de stand van de gebruikte reserves. In onderstaande tabel is zichtbaar gemaakt, dat dit vooral een verschuiving is tussen de VAR en de reserve kapitaallasten. Daarnaast wordt in de jaren 2024-2026 de reserve gelabelde middelen gevuld door stortingen van het surplus van de maatregelen uit deze nota.
Conclusie: het gevolg voor de gezamenlijke reserves is voor de komende jaren zeer beperkt.
VERVOLG De gewijzigde voorschriften gaan in per 1 januari 2024 en worden als nieuwe uitgangspunten gehanteerd binnen de gemeentelijke organisatie. De (meerjaren)begroting wordt bijgesteld conform bijgevoegde 10e begrotingswijzing van 2024.
COMMUNICATIE De ambtelijke organisatieonderdelen die met deze nota moeten werken, worden op de hoogte gesteld.
BIJLAGEN Nota investeren, waarderen en afschrijven 2024, inclusief Bijlage I Begrippen Bijlage II Gewijzigde afschrijvingstermijnen Begrotingswijziging 10-2024