Raadsvoorstel bestemmingsplan Grotestraat 180 Nijverdal - tussenuitspraak Raad van State
Tekst van het document
AAN DE RAAD Zaaknummer: 2022-021372 Onderwerp Bestemmingsplan “Grotestraat 180 Nijverdal”: tussenuitspraak Raad van State
VOORSTEL Gelet op de (tussen)uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2024; zaaknummer 2021080092/1/R2 (ECLI:NL:RVS:2024:2235) adviseren wij u: 1. De indieners van de zienswijzen, conform de als bijlage bijgevoegde zienswijzennota, ontvankelijk te verklaren in hun zienswijzen. 2. De ingekomen zienswijzen A en B gegrond te verklaren voor wat betreft het bouwen binnen 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens en de overige zienswijzen ongegrond te verklaren. 3. Het bestemmingsplan "Grotestraat 180 te Nijverdal" gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ter visie gelegde ontwerpbestemmingsplan met de ondergrond "basisregistratie grootschalige topografie (BGT) (2021-11-03)" en met de planidentificatie "NL.IMRO.0163.BPNDGROTESTR180-VG01". 4. Te bepalen dat het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is voor het bestemmingsplan "Grotestraat 180 te Nijverdal.
INLEIDING Bij besluit van 11 oktober 2022, nummer 2022-021372 hebt u besloten het bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ter visie gelegde ontwerpbestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is digitaal raadpleegbaar via deze (hyper)link https://bit.ly/3KyGGXe Tegen het raadsbesluit is beroep aangetekend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna ABRS) door de eigenaar van een penthouse, wonende op de vierde etage van het naastgelegen woon-/winkelcomplex op het perceel Grotestraat 182 te Nijverdal (hierna: appellant). Het beroepschrift is behandeld tijdens een hoorzitting door de ABRS op woensdag 17 april 2024 in Den Haag. De voorzitter van de ABRS gaf tijdens de hoorzitting te kennen dat er een gebrek aanwezig is in het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad. De ABRS heeft bij tussenuitspraak van 29 mei 2024, nr. 202206796/1/R3 (ECLI:RVS:2024:2235) - met toepassing van de bestuurlijke lus (art 8:51a en verder Algemene wet bestuursrecht) - besloten om uw raad op te dragen:
binnen 20 weken na verzending van deze tussenuitspraak met in acht name van zijn overwegingen het in de tussenuitspraak genoemde gebrek te herstellen; de ABRS en appellant de uitkomst mee te delen en het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.
Het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 blijft volgens de ABRS op deze zaak van toepassing. Met andere woorden: De Wet ruimtelijke ordening blijft op deze kwestie van toepassing.
In de bij dit voorstel bijgevoegde “Bijlage bij raadsvoorstel tussenuitspraak ABRS” treft u de nodige achtergrondinformatie aan.
BEOOGD EFFECT Uw raad een voorstel voor te leggen tot een wijzing van het eerder door u gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan dat tegemoetkomt aan de aangehaalde tussenuitspraak van de ABRS, waardoor het mogelijk wordt om het door initiatiefnemers gewenste woon-/winkelcomplex op Grotestraat 180 te Nijverdal alsnog te realiseren.
ARGUMENTEN 1.1 De ingekomen zienswijzen zijn tijdig ingediend Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van zaterdag 4 juni 2022 tot en met zaterdag 16 juli 2022. Zienswijze A is ingekomen op vrijdag 24 juni 2022. Zienswijze B is ingekomen maandag 20 juni 2022. Zienswijze C is ingekomen op dinsdag 21 juni 2022. Daarmee zijn alle ingekomen zienswijzen tijdig ingediend en kunnen alle drie de indieners in hun zienswijzen worden ontvangen. 2.1
Als gevolg van de tussenuitspraak van de ABRS, dient de zienswijzennota op onderdelen aangepast te worden. Volgens rechtsoverweging 6.2 in de uitspraak van de ABRS moet uw raad een besluit nemen waarbij aandacht dient te worden gegeven aan de gevolgen voor appellant voor wat betreft lichtinval, onderhoud en uitzicht. In de als bijlage bijgesloten, aangepaste zienswijzennota (zie pagina’s 9 en 10) is hier nader op ingegaan. Het gaat hierbij specifiek om de becommentariëring en conclusie ten aanzien van zienswijze A, argument 3 en om de becommentariëring en conclusie ten aanzien van een soortgelijk gedeelte van zienswijze B. De laatstgenoemde zienswijze is ingediend door appellant bij de ABRS. 3.1 Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld Het bestemmingsplan dient door uw raad gewijzigd te worden vastgesteld en opzichte van het ter visie gelegde ontwerpbestemmingsplan. Naast de in de zienswijzennota voorgestelde twee ambtshalve wijzigingen, komt er een extra wijziging voor wat betreft de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding als gevolg van de ingekomen zienswijzen, voor zover die betrekking hebben op het bouwen binnen 2 m van de zijdelingse perceelsgrens met het woon-winkelcomplex op het perceel Grotestraat 182 te Nijverdal.
De juridisch bindende verbeelding dient zodanig aangepast te worden dat de appartementen die in vier bouwlagen boven de inrit/onderdoorgang op de begane grond van het perceel Grotestraat 180 te Nijverdal worden gerealiseerd, tot twee meter voorbij het laatste raam van het pand Grotestraat 182 te Nijverdal (bezien vanaf de Grotestraat) niet mogen worden gerealiseerd binnen 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens met het naastgelegen woon-/winkelcomplex op het perceel Grotestraat 182 te Nijverdal. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de hiervoor uiteengezette tussenuitspraak van de ABRS. Uit stedenbouwkundig/welstandstechnisch oogpunt, wordt er net achter de hoekramen van het pand Grotestraat 182 te Nijverdal – boven de inrit/onderdoorgang op de begane grond voor Grotestraat 180 - een deels transparante voorgevel gerealiseerd met een hoogte van 9 meter. De verbeelding voor Grotestraat 180 wordt zodanig aangepast, dat er in het juridisch bindende bouwvlak voor Grotestraat 180 te Nijverdal rekening wordt gehouden met de realisatie van deze deels transparante voorgevel boven de inrit/onderdoorgang op de begane grond.
4.1 Het voorgenomen bestemmingsplan is financieel uitvoerbaar Voorliggend plan betreft een 'bouwplan' als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening, waarvoor het kostenverhaal met een exploitatieplan of anderszins moet zijn
verzekerd. Voorgenomen ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De kosten die verband houden met de bestemmingsplanherziening, alsmede de uitvoering van het plan, komen voor rekening van initiatiefnemer. Deze gemeentelijke kosten worden op basis van de Legesverordening op initiatiefnemer verhaald. Verder is er geen gemeentegrond bij deze ontwikkeling betrokken waarover met een anterieure overeenkomst over de grondexploitatie afspraken moeten worden gemaakt. Met initiatiefnemer is wel een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. Op basis daarvan kunnen eventuele kosten als gevolg van verzoeken om tegemoetkoming in planschade op initiatiefnemer worden verhaald. Dit brengt met zich mee dat het verhaal van kosten anderszins verzekerd is. Vaststelling van een exploitatieplan kan daardoor achterwege blijven.
KANTTEKENINGEN Na vaststelling van het bestemmingsplan door uw raad, moet de ABRS moet de thans voorgestelde wijziging opnieuw beoordelen. Het blijft rechtspraak, waardoor op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de hiervoor uiteengezette wijziging van het bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” door de ABRS als onvoldoende wordt beoordeeld, waardoor het aldus gewijzigde bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” mogelijk wordt vernietigd.
FINANCIËN Zie het hiervoor uiteengezette argument 1.4. De kosten van de voorgestelde herziening zijn in rekening gebracht bij de initiatiefnemers conform de gemeentelijke Legesverordening
VERVOLG Na vaststelling van het (aldus aangepaste) bestemmingsplan “Grotestraat 180 te Nijverdal” wordt het bestemmingsplan op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend gemaakt (immers in artikel 3:40 en verder is vastgelegd, dat een besluit niet geldt vóórdat het bekend is gemaakt). Conform de tussenuitspraak van de ABRS, wordt een afschrift van het raadsbesluit gezonden aan: - de adviseur van appellant; - de ABRS. Het bestemmingsplan treedt zes weken na bekendmaking in werking. Gedurende die termijn kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen het raadsbesluit tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking, tenzij er tijdens de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, houdende schorsing van het bestemmingsplan wordt ingediend bij de Voorzieningenrechter van de ABRS. In dat geval treedt het bestemmingsplan niet eerder in werking dan na een beslissing op dat verzoek.
COMMUNICATIE Er heeft voorafgaand aan de totstandkoming van deze nota overleg/afstemming plaatsgevonden tussen: - Initiatiefnemers en hun architect. - De gemeentelijk stedenbouwkundig adviseur. - De huisadvocaat van de gemeente Hellendoorn. - Een ambtelijk vertegenwoordiger van de gemeente Hellendoorn. Het besluit van de raad wordt volgens de wettelijk voorgeschreven wijze bekend gemaakt op de landelijke voorziening Omgevingsrecht, in het Gemeenteblad, op de gemeentelijke website en in het huis-aan-huisblad.
BIJLAGEN
1. Tussenuitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d.29 mei 2024, nummer ECLI:RVS:2024:2235 2. Aangepaste zienswijzennota 3. Bijlage bij raadsvoorstel tussenuitspraak ABRS