CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Adviesrol van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en verplichte participatie

Debatronde 8 februari 2022, gemeente HellendoornBij agendapunt: Adviesrol van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en verplichte participatie2.274 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de Raad Zaaknummer 2021-030451 Raadsvoorstel Adviesrol van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en verplichte participatie Samenvatting Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ons college bevoegd om te beslissen over het al dan niet vergunnen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Uw raad kán buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen, waarover u ons college wilt adviseren, vóórdat over het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning wordt besloten. Evenzo kán uw raad omgevingsplanactiviteiten aanwijzen, waarover verplicht participatie moet plaatsvinden vóórdat een initiatiefnemer een verzoek om een omgevingsvergunning indient. Een dergelijk besluit dient u nemen vóórdat de Omgevingswet in werking treedt. Aanleiding In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, dienen tal van beleidsstukken daarop aangepast te worden. Uitgangspunt daarbij is, om dit zo veel mogelijk beleidsneutraal te doen (dus zoveel mogelijk een continuering van de huidige werkwijze). Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ons college bevoegd om te beslissen over het al dan niet vergunnen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Daardoor kan er - ondanks strijd met het omgevingsplan - tóch een omgevingsvergunning worden verleend door ons college.

Uw raad kán buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen, waarover u ons college wilt adviseren, vóórdat over het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning wordt besloten. Dat advies is voor ons college juridisch bindend. Toelichting In de meeste gevallen is de gemeente het bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente toetst of het initiatief past in het omgevingsplan. Daarbij zijn er drie mogelijkheden: 1. Het initiatief past binnen de regels van het omgevingsplan. Ons college verleent de vergunning, want het past binnen de kaders. 2. Het initiatief past met een binnenplanse afwijking in het omgevingsplan. Ons college verleent de vergunning, want het past binnen de kaders. Een dergelijke afwijking kennen we nu ook in onze bestemmingsplannen. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (= binnenplanse opa). 3. Het initiatief past niet binnen het omgevingsplan. Als de gemeente wil meewerken aan het initiatief met oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, moet de gemeente een vergunning gaan verlenen in

afwijking van het omgevingsplan. Zo’n initiatief heet dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (= buitenplanse opa). Uw raad kán ook activiteiten aanwijzen waarover participatie dient plaats te vinden. Toelichting Onder participatie wordt verstaan, het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van besluitvorming over een project of activiteit. Een dergelijk besluit (als hiervoor verwoord achter de "bullets"), dient uw raad te nemen vóórdat de Omgevingswet in werking treedt. Relevante eerdere besluiten 2 februari 2016 (nr. 15INT04209): Voorstel aan de raad inzake artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (zie bijlage). Doelstelling Een werkbare en juridisch houdbare lijst met buitenplanse omgevingsactiviteiten aanwijzen waarover uw raad ons college wil adviseren, vóórdat door ons college over het verlenen van een omgevingsvergunning wordt besloten en waarover verplicht participatie moet plaatsvinden. Oplossing De Omgevingswet: rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W. In essentie blijft de rolverdeling tussen uw raad en ons college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. In de huidige situatie stelt uw raad kaders vast, geeft ons college uitvoering aan deze kaders en toetst ons college of initiatieven passen binnen de door uw raad vastgestelde kaders.

Daarnaast houdt uw raad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces een vinger aan de pols en stuurt op de door hem gewenste doelen. Deze rolverdeling wordt met de komst van de Omgevingswet niet anders. Ook in de nieuwe situatie is ons college van B&W het bevoegd gezag voor het besluiten over de omgevingsvergunning. De huidige situatie: vvgb (= verklaring van geen bedenkingen). Onder het huidige wettelijk regime van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), is het mogelijk een ruimtelijke ontwikkeling toe te staan die strijdig is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Er zijn dan diverse mogelijkheden: 1. Eerst wordt gekeken of via een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning kan worden verleend. 2. Als stap 1 niet mogelijk is, wordt bezien of het mogelijk is om buitenplans van het bestemmingsplan af te wijken via bij AMvB aangewezen gevallen (de zogenaamde planologische kruimelregeling). 3. Als stap 2 geen soelaas biedt, heeft een initiatiefnemer een keuzemogelijkheid. Er moet ofwel een procedure worden doorlopen tot een - door uw raad vast te stellen - herziening van het bestemmingsplan. Dit is de meest toegepaste werkwijze binnen de gemeente Hellendoorn. 4.

Dan wel is er een mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan op basis van een Wabo-projectafwijkingsbesluit. Daarvoor moet uw raad raad een vvgb (= verklaring van geen bedenkingen) afgeven. Dit is relatief beperkt toegepast, bijvoorbeeld bij de aanleg van het zonnepark Daarle. Voor deze laatste mogelijkheid, heeft uw raad bij besluit van 16 februari 2016 (onder nummer 15INT04209) categorieën van gevallen aangewezen waarvoor geen vvgb van uw raad is vereist

Pagina

2 van 6

(zie bijlage bij deze nota). Voor álle overige gevallen, is voor het nemen van een projectafwijkingsbesluit door ons college een vvgb van uw raad vereist. Nieuwe situatie: het adviesrecht. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Uw raad kán activiteiten aanwijzen waarvoor een bindend advies nodig is van uw raad om af te wijken van het omgevingsplan. Voor de niet aangewezen activiteiten vervalt het adviesrecht van uw raad en beslist ons college zelf (dan wel via een mandaat, de aangewezen ambtelijk medewerkers). De lijst met activiteiten waarover uw raad advies wil uitbrengen, betreffen voornamelijk onderwerpen en activiteiten van enige omvang, welke strategisch van belang zijn en die een relatief grote impact op de omgeving hebben. Om die reden adviseren wij u om de hieronder staande lijst met activiteiten vast te stellen die gaan gelden als activiteiten waarvoor ons college - in geval van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit uw raad om een juridisch bindend advies dient te vragen. Tevens geldt deze lijst als activiteiten waarover door een initiatiefnemer verplicht participatie dient plaats te vinden Voorgestelde lijst met activiteiten waarvoor uw raad om advies moet worden gevraagd en waarvoor participatie verplicht wordt gesteld. 1.

Voor projecten die zijn gelegen binnen de grenzen van de bebouwde kom: in geval van wonen: het toevoegen van meer dan 5 woningen; in het geval van bedrijven, detailhandel, horeca, kantoren of maatschappelijke voorzieningen: nieuwvestiging met een oppervlak groter dan 500 m2 bvo (=bruto vloer oppervlak), tenzij het gaat om een ander gebruik van een bestaand pand. N.B. Volgens jurisprudentie van de ABRS (LJN BQ5896, Voerendaal, 25 mei 2011) wordt de grens van de bebouwde kom bepaald door de feitelijke situatie en de aard van de omgeving. Daarbij is volgens de ABRS onder meer van belang waar de bebouwing feitelijk (nagenoeg) ophoudt en behoeft de gemeente in het kader van de ruimtelijke ordening geen doorslaggevende betekenis toe te kennen aan de verkeerstechnische regeling uit de Wegenverkeerswet. 2. Voor projecten die zijn gelegen buiten de grenzen van de bebouwde kom: in geval van woningen: het toevoegen van meer dan 2 woningen; bij nieuwvestiging van bedrijven, detailhandel, horeca, kantoren of maatschappelijke voorzieningen met een oppervlak groter dan 300 m2 bvo (=bruto vloer oppervlak), tenzij het gaat om een ander gebruik van een bestaand pand. 3. Voorzieningen voor grootschalige opwekking van (duurzame) energie, zoals windturbines, zonnevelden en/of biomassacentrales (grootschalig = als de energieopbrengst meer is dan voor eigen gebruik). 4. (Nuts)voorzieningen:

Pagina

3 van 6

(bouw)projecten voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer, voor zover sprake is van hoofdleidingen of hoofdvoorzieningen; het oprichten, bouwen van antennemasten hoger dan 40 m. 5. Infrastructuur: (bouw)projecten voor aanleg van grootschalige nieuwe en /of ingrijpende reconstructie van weg- en waterinfrastructuur met bijbehorende weg-, water-, parkeer- en groenvoorzieningen, indien deze niet samenhangen met een planmatige infrastructurele, stads- en/of dorpsuitbreiding. Alle 5 hierboven genoemde activiteiten zijn niet van toepassing als er reeds een stedenbouwkundige visie, een gebiedsvisie, een projectplan, een exploitatieopzet door uw raad is vastgesteld, waarbij ruimtelijke kaders zijn aangegeven. De status van het raadsadvies. Zoals hiervoor aangehaald: het adviesrecht van uw raad is een juridisch bindend advies. Ons college van B&W mag daar niet van afwijken! Eenvoudigere en snellere procedures. Uw raad moet bij het bepalen van de activiteiten waarin advies van uw raad vereist is, meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Ook bij afwijkingen van het omgevingsplan is de reguliere procedure van toepassing (d.w.z. in principe binnen 8 weken beslissen. In het geval uw raad moet adviseren wordt de termijn met 4 weken verlengd).

Het is daarom zinvol dat uw raad vóóraf bepaalt waar hij een rol voor zich ziet weggelegd. Lijst Participatieplicht Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig past in het omgevingsplan of past binnen de afwijkingsmogelijkheden van het omgevingsplan, is participatie niet verplicht en kan ook niet verplicht worden gesteld. Reden hiervoor is dat bij het vaststellen van het omgevingsplan zelf al participatie heeft plaatsgevonden. Participatie door de initiatiefnemer wordt wél gestimuleerd. Daarom moet de aanvrager bij het indienen van een aanvraag aangeven óf de omgeving betrokken is. Ook kán uw raad besluiten om participatie verplicht te stellen bij door uw raad aan te wijzen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hiervoor geldt dat de aanvrager bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien hoe belanghebbenden bij de aanvraag zijn betrokken en wat vervolgens met de resultaten is gedaan. De manier waarop participatie wordt toegepast, is vormvrij. Wel wordt als voorwaarde gesteld dat er een minimaal niveau van participatie gehanteerd moet worden. De beoordeling of de initiatiefnemer voldoende aan participatie heeft gedaan, is aan ons college. Bij die beoordeling wordt gebruik gemaakt van de uitgangspunten die zullen worden vastgelegd in het gemeentelijk participatiebeleid.

Vanuit de gemeente Hellendoorn vinden wij dat de participatie-inspanningen in verhouding moeten staan tot het effect dat/de impact die het initiatief op de omgeving kan hebben. In het algemeen geldt: hoe groter en veelomvattender het betreffende initiatief is, hoe belangrijker participatie is. Zolang dat gemeentelijk participatiebeleid niet is vastgesteld door uw raad, dient er een minimaal niveau van participatie plaats te vinden; hiervoor wordt verwezen naar de als bijlage bij deze nota gevoegde "Leidraad Participatie & Omgevingsvergunning". Deze leidraad dient te worden gezien als een handreiking voor de wijze waarop de participatie-inspanning dient te worden uitgevoerd. Bij indiening van de aanvraag, moet expliciet worden aangegeven wat het resultaat is van de participatie. De gemeente betrekt dit participatieverslag vervolgens bij de belangenafweging.

Pagina

4 van 6

Heeft de aanvrager niet of niet voldoende aan participatie gedaan, dan kán de aanvraag om een omgevingsvergunning buiten behandeling worden gelaten. De aanvrager wordt dan niet ontvankelijk verklaard in zijn aanvraag. Bindend raadsadvies en verplichte participatie in één lijst. Bij de lijst voor bindend raadsadvies die voorligt, is er van uitgegaan dat het adviesrecht van toepassing is op activiteiten waarvoor u als raad echt "aan het stuur wilt blijven", zoals ontwikkelingen met een grote maatschappelijke impact en/ of activiteiten die niet overeenkomstig de bestaande beleidskaders zijn. Het uitgangspunt bij het samenstellen van de lijst is geweest om grotendeels beleidsneutraal over te gaan, waarbij de activiteiten waarvoor advies aan uw raad dient te worden gevraagd, nagenoeg gelijk is aan de lijst met categorieën van gevallen waarvoor in de huidige situatie aan uw raad een vvgb dient te worden gevraagd. Daarnaast hebben wij er voor gekozen om voor álle activiteiten waarvoor - in geval van een buitenplanse opa - bindend advies aan de raad moet worden gevraagd, participatie verplicht te stellen. Vervolg. Vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, worden initiatieven waarbij buitenplans wordt afgeweken van het omgevingsplan, en die voorkomen op de "lijst van activiteiten", voor advies aan uw raad voorgelegd.

In het geval ze voorkomen op de "lijst van activiteiten" voor participatieplicht, zal worden bekeken of participatie op een goede manier is uitgevoerd. Effect Uw raad behoudt invloed op de afgifte van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor onderwerpen en activiteiten van enige omvang, welke strategisch van belang zijn en die een relatief grote impact op de omgeving hebben. Global goals Global Goal 11 - duurzame steden en gemeenschappen Global Goal 14 - leven in het water Global Goal 15 - leven op het land Planning De gemeenteraad dient een besluit te nemen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het besluit treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Financiële consequenties Niet als gevolg van deze nota. Personele consequenties Niet als gevolg van deze nota. Juridische consequenties Uw raad behoud juridisch gezien invloed op vergunnen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en op participatie voor onderwerpen en activiteiten van enige omvang welke van strategisch belang zijn en die een relatief grote impact op de omgeving hebben. Informatisering Niet als gevolg van deze nota. Burger- en overheidsparticipatie Dit betreft interne besluitvorming over bevoegdheden van het college en de raad.

Pagina

5 van 6

Communicatie Volgens artikel 3:40 en verder van de Algemene wet bestuursrecht, geldt een (intern)besluit niet voordat het bekend is gemaakt. Er zal dus te zijner tijd - na besluitvorming door ons college en uw raad - een bekendmaking worden geplaatst in het huis-aan-huisblad en in het Gemeenteblad. Overige consequenties Niet van toepassing. Nijverdal, 18 januari 2022 Burgemeester en Wethouders van Hellendoorn, De secretaris,

de burgemeester,

drs. R.J.P. Willemsen

J.J. Eibersen, MBA

Concept besluit De raad van Hellendoorn besluit: a. De in dit besluit opgenomen "Lijst van activiteiten" aan te wijzen als activiteiten waarvoor ons college - in geval zij voornemens is om daarvoor al dan niet een buitenplanse omgevingsvergunning te verlenen - vooraf juridisch bindend advies aan uw raad dient te vragen. b. De in dit besluit vervatte "Lijst van activiteiten" vast te stellen waarbij een participatieplicht geldt bij activiteiten die niet in het omgevingsplan passen. c. Het onder a. en b. genoemde besluit in werking te laten treden op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Pagina

6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14991606/1