Raadsmededeling uitkomsten participatie en nagekomen correspondentie Ninaberlaan 9 en 11 Hellendoorn
Tekst van het document
RAADSMEDEDELING Aan: Gemeenteraad Van: College van burgemeester en wethouders Zaaknummer: Z2023-00001513 Datum collegebesluit: Afdeling: Fysiek domein Portefeuillehouder: Annemarie Dubbink Onderwerp
Uitkomsten participatie bestemmingsplan Ninaberlaan 9 en 11.
INHOUD Participatie Tijdens de behandeling in de debatronde van 26 maart 2024 van het bestemmingsplan ‘Ninaberlaan 9 en 11’ is aangegeven dat er participatie met het bestuur van de manege dient plaats te vinden op initiatief van de gemeente. Hier is gevolg aan gegeven. De resultaten zijn weergegeven in bijgevoegd beknopt gespreksverslag. Tijdens de debatronde is tevens gesproken over een hekwerk welke ter plaatste van de nieuwe uitweg geplaatst kan worden om zodoende de bezwaren ten aanzien van veiligheid van de manege zoveel mogelijk weg te nemen. Initiatiefnemer heeft het hek inmiddels geplaatst en de plaatsing hiervan schriftelijk toegezegd. Deze schriftelijke toezegging is bijgevoegd. Nagekomen mailcorrespondentie over een mandelig pad Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 1 december 2023 tot en met vrijdag 12 januari 2024. Het plan is op de gebruikelijke wijze gepubliceerd in het weekblad, op de website van de gemeente, in het digitale Gemeenteblad en op ruimtelijkeplannen.nl. Bij het college en de raad zijn ruim na het verstrijken van deze termijn stukken ingediend door (erven van) eigenaren van omliggende gronden en initiatiefnemer welke betrekking hebben op privaatrechtelijke aspecten. In dit geval gaat het om een mandelig pad (perceel 4469) welke toegang geeft tot aanliggende percelen.
Privaatrechtelijke belemmeringen kunnen in de weg staan aan de vaststelling en uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Deze belemmeringen moeten dan wel van een evident karakter zijn. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt standaard het volgende als er privaatrechtelijke aspecten aan de orde komen bij een beroep tegen vaststelling van een bestemmingsplan: De Afdeling stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 14 juli 2010, (ECLI:NL:RVS:2010:BN1099) 6 november 2019, (ECLI:NL:RVS:2019:3721) en 13 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1044) voor het oordeel van de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de vaststelling en de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in de weg staat, slechts aanleiding is indien deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerstaangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit.
Het is niet zo dat alle privaatrechtelijke belemmeringen aan de vaststelling van een bestemmingsplan of aan vergunningverlening in de weg kunnen staan.
Wanneer is sprake van een evident karakter? Een privaatrechtelijke belemmering is bijvoorbeeld evident indien zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat een bouwplan is voorzien op grond die in eigendom aan een ander toebehoort en die ander daar niet in hoeft te berusten. Een privaatrechtelijke belemmering kan ook evident zijn wanneer de burgerlijke rechter eerder heeft bepaald dat een plan of handeling onrechtmatig is en hinder oplevert. De na het verstrijken van de zienswijzentermijn ingekomen stukken ten aanzien van het mandelige pad hebben betrekking op privaatrechtelijke aspecten. Daarom is onderzocht of deze een evident karakter hebben en deze in de weg zouden kunnen staan aan de vaststelling en uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Hierbij moet wel worden aangegeven dat het, zoals hierboven aangegeven, het aan de burgerlijke rechter is om hier een definitief oordeel over te geven. Evidente privaatrechtelijke belemmering? De woningen worden gebouwd op eigen terrein, volledig eigendom van initiatiefnemers, zie onderstaand plaatje. Ook het weilandje aan de Pastoor Rientjesstraat waar de uitweg komt (perceel 4463) is volledig eigendom van één van initiatiefnemers. Een klein stukje grond binnen het plangebied (perceel 4469, aangegeven met de rode lijn) is eigendom van meerdere eigenaren, waaronder initiatiefnemers.
Omdat er sprake is van onverdeeld mandelig eigendom hebben initiatiefnemers net als andere eigenaren het recht om dit niet-openbare pad te gebruiken om bij hun percelen te komen. Er moet worden geparkeerd op de betreffende eigen percelen en de mandelige weg mag niet belemmerd worden door bijvoorbeeld plaatsing van bouwwerken. De bestemmingsvlakken zijn niet toegekend ter plaatse van de mandelige weg en ook anderszins, bijvoorbeeld via het landschapsplan, wordt het mandelige pad niet belemmerd als gevolg van deze ruimtelijke ontwikkeling. Omdat er sprake is van onverdeeld mandelig eigendom voor onder andere initiatiefnemers kan in dit geval niet worden gesproken van een evidente privaatrechtelijke belemmering die de uitvoerbaarheid van dit bestemming in de weg zal staan. Uiteindelijk is het aan de civiele rechter om te oordelen of dit daadwerkelijk zo is.
BIJLAGEN -
Schriftelijke toezegging hekwerk; Beknopt gespreksverslag participatiebijeenkomst bestemmingsplan Ninaberlaan 9 en 11.
Patrick Drent Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
Patrick Drent woensdag 24 april 2024 12:00 Patrick Drent FW: Hekwerk t.p.v.uitrit manege
Van: Carel Röben Verzonden: dinsdag 16 april 2024 18:59 Aan: Patrick Drent <p.drent@hellendoorn.nl> CC: Martin Giezen Onderwerp: Hekwerk t.p.v.uitrit manege Dag heer Drent, Naar aanleiding van de raadsvergadering van dinsdag 9 april 2024 is door de raad verzocht om de mondelinge toezegging ten aanzien van het ter plaatste van de nieuwe uitweg aan de Pastoor Rientjesstraat schriftelijk te bevestigen. Bij deze de schriftelijke bevestiging. Het hek is inmiddels geplaatst, zie bijgevoegde foto’s. Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geïnformeerd, met vriendelijke groeten Carel Röben en mede initiatief neer dhr M.Giezen.
1
2
Verstuurd vanaf mijn iPad
3
Beknopt gespreksverslag participatiebijeenkomst bestemmingsplan Ninaberlaan 9 en 11 Tijd en plaats: 18 april om 11:00 uur in de kantine van Stichting hippisch centrum ’t Oale Spoor in Hellendoorn Aanwezig: Johan Coes (manege), P. Westendorp (manege), Patrick Drent (gemeente), Carel Röben (namens beide initiatiefnemers). De heer Coes heet de aanwezigen welkom. De heer Röben biedt zijn excuses aan voor de gang van zaken, het was zeker niet de bedoeling de manege niet mee te nemen in de plannen. Hij geeft aan te streven naar een verbetering van de contacten in de toekomst. De heer Coes geeft aan dat de totstandkoming van dit gesprek enige moeite heeft gekost en dat er mogelijk een verkeerd beeld is ontstaan van de welwillendheid van de manege bij behandeling in de raadsvergadering van het bestemmingsplan. Hij was hier graag bij aanwezig geweest en had verwacht, nu de opdracht van de raad niet voltooid was, dat het bestemmingsplan aangehouden werd tot de volgende raadsvergadering. Daarnaast was het een opdracht van de raad om met 3 partijen om de tafel te gaan op initiatief van de gemeente. Daarbij past niet uitsluitend telefonisch contact tussen twee partijen. De heer Drent geeft aan dat dit in verband met de agenda’s lastig in te passen was. Vandaar dat is gepoogd om een vertegenwoordiging van initiatiefnemers en de manege telefonisch met elkaar in contact te brengen.
Wellicht was dat agenda technisch makkelijker in te passen. De heer Coes geeft aan dat de voorgestelde plek van de uitrit voor de manege nog steeds problematisch is. De gemeente heeft geëist dat deze naar de Pastoor Rientjesstraat komt terwijl de Ninaberlaan ook een optie is. Is de gemeente bereid dit te heroverwegen? De heer Drent geeft aan dat een hoofdontsluiting naar de Ninaberlaan in dit geval planologisch niet wenselijk is omdat het gaat om het bouwen van 2 woningen die een zelfstandige uitweg nodig hebben voor de ruimtelijke herkenbaarheid. Het bouwen van zelfstandige functies, zoals woningen, op achterterreinen is in dit geval niet wenselijk. De uitweg aan de Pastoor Rientjesstraat voldoet verkeerskundig aan de eisen voor ontsluiting van deze functie met beperkte verkeersaantrekkende werking. De heer Röben geeft aan dat het wat initiatiefnemers betreft niet veel uitmaakt, maar dat ze zich uiteraard moeten houden aan de wensen van de gemeente welke ze ook begrijpen. De heren Coes en Westendorp benadrukken dat de sportveiligheid en verkeersveiligheid tijdens evenementen belangrijk zijn. Naast dat het gehele terrein van het Hippisch Centrum in de afrastering staat, worden tijdens de evenementen alle toegangshekken gesloten en staan verkeersregelaars op de Pastoor Rientjesstraat/Reestweg. Een extra uitgang en intensivering verkeer doet daaraan afbreuk en is niet wenselijk.
De heer Drent geeft aan dat de gemeente sport- en verkeersveiligheid ook belangrijk vindt. Uit de totale belangenafweging blijkt volgens de gemeente dat het plan hier geen onevenredige afbreuk aan gaat doen. De heer Coes en Westendorp vragen of de twee parkeerplaatsen gecompenseerd worden nu niet meer voldaan wordt aan het gestelde van 137 parkeerplaatsen en wie er verantwoordelijk is voor eventuele schade aan de weg als gevolg van bouwverkeer. De heer Drent geeft aan dat de door de nieuwe uitweg vervallen parkeermogelijkheden niet gecompenseerd hoeven te worden en dat de manege geen problemen krijgt nu ze als gevolg
van deze planologische ontwikkeling niet meer kunnen voldoen aan de in het bestemmingsplan voor de manege aangegeven parkeerplaatsen ter plaatse van de nieuwe uitweg. Daarnaast is dit een ontwikkeling met beperkte planologische impact voor de manege. De gemeente doet als eigenaar het beheer en onderhoud van de weg. Schade als gevolg van bouwverkeer lijkt niet voor de hand te liggen, maar daar zal naar moeten worden gekeken als daar sprake van is. De heer Coes vraagt naar aanleiding van de toezegging van de heer Röben om een hek te plaatsen of er afspraken kunnen worden gemaakt over sluiting van en het parkeren voor het hek bij grote evenementen. Dit zal om ongeveer 20-25 dagen op jaarbasis zijn. De heer Röben geeft aan dat het hek indien nodig bij grote evenementen dicht kan en er voor het hek indien nodig geparkeerd kan worden. Incidenteel kan er dan gebruik worden gemaakt van de uitweg naar de Ninaberlaan. De heer Coes vraag hoe dit praktisch kan worden gemaakt. De evenementen worden op de website van de manege gepubliceerd. Neemt de heer Röben hier actief nota van? De heer Röben geeft aan hiernaar te zullen kijken, maar dat men indien nodig het hek ook zelf dicht mag doen, bijvoorbeeld bij afwezigheid.
De heer Coes en Westendorp geven aan het belangrijk te vinden dat de manege geen hinder ondervindt van de nieuwe uitweg richting de Pastoor Rientjesstraat, ook gelet de bepalingen in het bestemmingsplan voor de manege. De heer Drent geeft aan dat in het bestemmingsplan voor de beide woningen een volledig nieuwe belangenafweging is gemaakt, ook t.a.v. verkeersaspecten en veiligheid. Hierbij is gebleken dat er door de komst van de woningen voor de manege geen extra planologische belemmeringen zullen ontstaan. Evenementen worden getoetst aan de APV. De heer Coes geeft aan het belangrijk te vinden dat de plaatsing van het hek juridisch wordt geregeld. Ook t.a.v. de sluiting van en het parkeren voor het hek bij grote evenementen mag geen misverstand bestaan. De heer Drent geeft aan dat de plaatsing van het hek inmiddels schriftelijk is bevestigd door initiatiefnemers. Dit zal ook naar het college en de raad worden doorgestuurd. In het landschapsplan behorende bij het bestemmingsplan is het hekwerk ook in te passen. Plaatsing is dan verankerd via een voorwaardelijke verplichting. Het gedrag van mensen is lastig planologisch te sturen. Voor sluiting van het hekwerk en het parkeren voor het hekwerk bij grote evenementen heeft het de sterke voorkeur om hier in onderling overleg uit te komen. Hij geeft aan te zullen kijken of hier planologisch toch wat valt te regelen op dit punt.
De heer Coes sluit het overleg en bedankt de aanwezigen. P.L. Drent 24-4-2024