Raadsmededeling privaatrechtelijke aspecten bestemmingsplan Kerkstraat 40-42 d.d. 14-05-2024
Tekst van het document
RAADSMEDEDELING Aan: Gemeenteraad Van: College van burgermeester en wethouders Zaaknummer: Z2023-00001445 Datum collegebesluit: Afdeling: Fysiek domein Portefeuillehouder: Annemarie Dubbink Onderwerp
Privaatrechtelijke aspecten bestemmingsplan Kerkstraat 40-42 Nijverdal
INHOUD Tijdens de debatronde op 23 april 2024 zijn vragen gesteld over de juridische aspecten van het bestemmingsplan Kerkstraat 40-42 Nijverdal en dan met name de privaatrechtelijke aspecten over het recht van overpad richting de Wilhelminastraat. Via deze raadsmededeling worden de betreffende vragen beantwoord. Privaatrechtelijke belemmeringen kunnen in de weg staan aan de vaststelling en uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Deze belemmeringen moeten dan wel van een evident karakter zijn. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt standaard het volgende als er privaatrechtelijke aspecten aan de orde komen bij een beroep tegen vaststelling van een bestemmingsplan: De Afdeling stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 14 juli 2010, (ECLI:NL:RVS:2010:BN1099) 6 november 2019, (ECLI:NL:RVS:2019:3721) en 13 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1044) voor het oordeel van de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de vaststelling en de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in de weg staat, slechts aanleiding is indien deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit.
Het is dus niet zo dat alle privaatrechtelijke belemmeringen aan de vaststelling van een bestemmingsplan of aan vergunningverlening in de weg kunnen staan. Wanneer is sprake van een evident karakter? Een privaatrechtelijke belemmering is bijvoorbeeld evident indien zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat een bouwplan is voorzien op grond die in eigendom aan een ander toebehoort en die ander daar niet in hoeft te berusten. Een privaatrechtelijke belemmering kan ook evident zijn wanneer de burgerlijke rechter eerder heeft bepaald dat een plan of handeling onrechtmatig is en hinder oplevert. De ingediende zienswijzen hebben betrekking op privaatrechtelijke aspecten. Daarom is onderzocht of deze een evident karakter hebben en deze in de weg zouden kunnen staan aan de vaststelling en uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Hierbij moet wel worden aangegeven dat het, zoals hierboven aangegeven, het aan de burgerlijke rechter is om hier een definitief oordeel over te geven. In de nota zienswijzen van dit bestemmingsplan is het volgende aangegeven: De initiatiefnemer van het plan is eigenaar van de in het plan betrokken percelen. Twee van deze kadastrale percelen zijn gelet op de ingediende zienswijzen heersende erven. Op de twee heersende
erven worden door initiatiefnemer parkeerplaatsen, garageboxen en algemene buitenruimte gerealiseerd, mede ten behoeve van de toekomstige bewoners van de 6 woningen. Het recht van overpad komt in de eerste plaats toe aan eigenaren van heersende erven. Daar bovenop geldt dat de rechten en verplichtingen die volgens de wet voor de eigenaar van het heersende erf uit de erfdienstbaarheid voortvloeien, in beginsel ook gelden ten behoeve van een gebruiker, niet-eigenaar. Aangezien de toekomstige bewoners (naast eigenaar/gebruiker van de woningen) ook eigenaar/huurder/gebruiker van de parkeerplaatsen en/of garageboxen en/of buitenruimte gelegen op de heersende erven worden, kunnen zij in ook aanspraak maken op het recht van overpad. De toekomstige bewoners kunnen in hun hoedanigheid van eigenaar/huurder/gebruiker van (een deel van) de heersende erven dus gebruik maken van de geldende erfdienstbaarheden. De eigenaren van een zogeheten ‘dienend erf’, in dit geval diverse percelen die als ontsluitingsweg richting de Wilhelminastraat functioneren, hebben dus te dulden dat de eigenaar en gebruikers van het zogeheten ‘heersend erf’ daar gebruik van maken. In dit geval kan er dan ook op voorhand niet worden gesproken van evident privaatrechtelijke belemmeringen welke in de weg kunnen staan aan de vaststelling en uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Uiteindelijk is het aan de civiele rechter om te oordelen of dit daadwerkelijk zo is. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Patrick Drent, beleidsmedewerker ruimtelijke ontwikkeling.
BIJLAGEN Geen