Raadsbesluit Vierde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hellendoorn 2020
Tekst van het document
Besluit Datum:
9 maart 2021
Nummer
2020-024103
De raad van de gemeente Hellendoorn;
gelet op het bepaalde in de artikelen 149, 154 en 156 van de Gemeentewet;
gezien het advies debatronde 2 maart om het voorstel te agenderen voor de raad van 9 maart 2021; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 24 november 2020 met kenmerk 2020-024103;> ,<>ddfasdfg
gezgezasfdasdf Besluit I. vast te stellen de: Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hellendoorn 2020 (vierde wijziging) Artikel 1 De definitie van het begrip voertuig onder artikel 1:1 komt als volgt te luiden: voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; Artikel 2 1. Artikel 2:10, vierde lid, onder c komt te luiden: het plaatsen van objecten met een maximale oppervlakte van 15 m2 voor een periode van maximaal 14 dagen, met uitzondering van driehoeksborden, sandwichborden en spandoeken; 2. De aanhef van artikel 2:10, vijfde lid komt als volgt te luiden: Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen, mits wordt voldaan aan de door het college gestelde algemene regels voor de betreffende categorie: 3. Artikel 2:10, zesde lid komt te luiden: Het verbod is voorts niet van toepassing op het ophangen van spandoeken voor evenementen als bedoeld in artikel 2:24, mits wordt voldaan aan de door het college gestelde algemene regels en ten minste vier weken voor het plaatsen van de objecten hiervan melding is gedaan. 4.
Artikel 2:10, tiende lid komt als volgt te luiden: Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 3 Artikel 2:11, vijfde lid komt als volgt te luiden: Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4 1. Artikel 2:24, eerste lid, onder b komt als volgt te luiden: markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; 2. Artikel 2:24, vierde lid, onder b komt als volgt te luiden: meldingsplichtig evenement: vergunningvrij evenement waarvoor een (tijdelijke) meldingsplicht geldt, omdat het evenement plaatsvindt op een door het college
aangewezen locatie of ten tijde van een door het college aangewezen periode of waarbij een door het college te bepalen aantal personen aanwezig is; Artikel 5 1. Artikel 2:25, derde lid komt als volgt te luiden: In afwijking van het bepaalde in het tweede lid moet een melding worden gedaan voor vergunningvrije evenementen welke plaatsvinden op een door het college aangewezen locatie of ten tijde van een door het college aangewezen tijdelijke periode. Ook kan het college tijdelijk een meldingsplicht instellen voor vergunningvrije evenementen waarbij een door het college te bepalen aantal personen aanwezig is. 2. Artikel 2:25, zesde lid komt als volgt te luiden: Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement of -gala als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Artikel 6 In artikel 2:28a wordt 'De burgemeester' vervangen door 'Het college'. Artikel 7 In artikel 2:57 wordt 'de weg' vervangen door 'een openbare plaats'. Artikel 8 Artikel 2:67, derde lid komt te luiden: Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 9 1.
De aanhef van artikel 3:7, eerste lid komt te luiden: Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als: 2. Artikel 3:7, eerste lid, onder b wordt verwijderd. 3. Artikel 3:7, eerste lid, c tot en met k wordt vernummerd tot artikel 3:7, eerste lid b tot en met j. 4. In de aanhef van artikel 3:7, tweede lid wordt 'h' vervangen door 'g'. 5. In artikel 3:7, derde lid en vierde lid worden 'h en i' vervangen door 'g en h'. Artikel 10 In artikel 3:9, eerste lid, onder e wordt 'i' vervangen door 'h'. Artikel 11 Artikel 5:6, vierde lid komt te luiden: Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 12 Artikel 5:7, derde lid komt te luiden: Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 13 Artikel 5:8, zesde lid komt te luiden: Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 14 Artikel 5:13, zesde lid komt te luiden: Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Pagina 2 van 3
Artikel 15 In artikel 5:17, tweede lid, onder a wordt 'h' vervangen door 'g'. Artikel 16 Er wordt een nieuw artikel ingevoegd dat komt te luiden: Artikel 5:30a Klimmen op kunstwerken en springen of duiken in openbaar water 1. Het is verboden op bruggen, fonteinen en andere kunstwerken te klimmen, hierop te springen of hiervan af te springen of te duiken in openbaar water. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien in het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet en de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 17 Artikel 5:36, zesde lid komt te luiden: Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 18 Artikel 6:1, tweede lid komt te luiden: In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit en artikel 2:12, eerste lid. Artikel 19 De toelichting bij de APV wordt vastgesteld conform de bijgevoegde bijlage. II. te bepalen dat deze verordening in werking treedt op de dag volgende op die van haar bekendmaking. De raad voornoemd,
de griffier
Pagina 3 van 3
de voorzitter