Raadsbesluit Vaststellen verordening Kunst in de openbare ruimte Hellendoorn 2025
Tekst van het document
BESLUIT Datum: 23 september 2025 Zaaknummer: 2025-005365
De raad van de gemeente Hellendoorn; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; Overwegende dat: • •
• •
•
• •
kunst in de openbare ruimte een belangrijke bijdrage levert aan de identiteit, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Hellendoorn; de raad op 9 november 2021, tijdens de behandeling van de begroting 2022, de motie “Ruimte voor Kunst” heeft aangenomen, waarin is verzocht om bij een positief jaarrekeningresultaat 1% toe te voegen aan de bestemmingsreserve Kunst; deze motie is vertaald naar financieel beleid in de Nota reserves en voorzieningen 2022, door jaarlijks – bij een positief rekeningresultaat – 1% toe te voegen aan de kunstreserve; de raad op 8 juli 2025 de motie “Kunst of geen Kunst” heeft aangenomen, waarin is verzocht om aanvullend een tijdelijk bedrag van €50.220 te reserveren voor kunst in de openbare ruimte via een begrotingspost ten laste van de Vrij Aanwendbare Reserve; het gewenst is om beleidsmatige en procedurele kaders vast te stellen voor de besteding van middelen uit de kunstreserve én aanvullende tijdelijke middelen die beschikbaar worden gesteld voor kunst in de openbare ruimte; De raad daarom een regeling wenst vast te stellen; Met deze verordening beleidsmatige en procedurele kaders worden vastgesteld voor de besteding van middelen uit de kunstreserve;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2025;
Besluit: 1. De “Verordening Kunst in de openbare ruimte Hellendoorn 2025” vast te stellen. 2. Een bedrag van € 50.220 over te hevelen van de Vrij Aanwendbare Reserve naar de Reserve Gelabelde Middelen conform de aangenomen motie “Kunst of geen Kunst” van 8 juli 2025. 3. Voor de “Verordening Kunst in de openbare ruimte Hellendoorn 2025” een subsidieplafond voor het tijdvak 2025-2026 vast te stellen van €125.000,--. 4. Te bepalen dat het subsidieplafond wordt bekostigd uit, in volgorde: a. Maximaal € 50.220,-- ten laste van de Reserve Gelabelde Middelen en b. Het overige deel van maximaal € 74.780,-- uit de bestemmingsreserve “Kunst in de openbare ruimte”.
5. Te bepalen dat uitsluitend daadwerkelijk toegekende subsidies uit de bestemmingsreserve worden onttrokken, en dat het niet-benutte deel na afloop van de subsidieperiode terugvloeit naar deze bestemmingsreserve. 6. De bijbehorende begrotingswijziging 2025-26 vast te stellen.
De raad voornoemd, de griffier
de voorzitter
A.T. van der Wulp
J. Eijbersen