CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Principeverzoek Daarlerveen Brugstraat 25 - Hellendoorn Reefhuisweg 1 - Hellendoorn Hammerweg 16B (12-3-2021)

Debatronde 29 juni 2021, gemeente HellendoornBij agendapunt: Principeverzoek wijziging bestemmingsplan Brugstraat naast 25 te Daarlerveen, Reefhuisweg 1 en Hammerweg 16b te Hellendoorn4.345 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderbouwing principeverzoek

Brugstraat naast 25, Daarle – Reefhuisweg 1 & Hammerweg 16B, Hellendoorn

Maart 2021

Definitief

Onderbouwing principeverzoek

Brugstraat naast 25, Daarle – Reefhuisweg 1 & Hammerweg 16B, Hellendoorn

Projectgegevens Naam project: Brugstraat 25, Daarle – Reefhuisweg 1 & Hammerweg 16B, Hellendoorn Document: Principeverzoek Datum: Maart 2021 Projectleider: Dhr. T. Zomerdijk

Inhoud 1.

2.

3.

Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 5

1.2

Ligging plangebied ................................................................................................................... 5

1.3

Leeswijzer ................................................................................................................................ 6

Huidige situatie................................................................................................................................ 7 2.1

Brugstraat naast nummer 25 .................................................................................................. 7

2.2

Reefhuisweg 1 ......................................................................................................................... 7

2.3

Hammerweg 16B ..................................................................................................................... 8

Het initiatief ................................................................................................................................... 10 3.1

Brugstraat naast nummer 25 ................................................................................................ 10

De voorgenomen ontwikkeling ..................................................................................................... 10 Gebiedskenmerken ....................................................................................................................... 10 Erfinrichting ................................................................................................................................... 10 3.2

Reefhuisweg 1 ....................................................................................................................... 11

3.3

Hammerweg 16B ................................................................................................................... 14

De voorgenomen ontwikkeling ..................................................................................................... 14 Gebiedskenmerken ....................................................................................................................... 15 Erfinrichting ................................................................................................................................... 15 4.

Vigerend beleid ............................................................................................................................. 17 4.1

Bestemmingsplan .................................................................................................................. 17

Brugstraat naast nummer 25 ........................................................................................................ 17 Reefhuisweg 1 ............................................................................................................................... 18 Hammerweg 16B ........................................................................................................................... 18 Strijdigheid..................................................................................................................................... 19 4.2 5.

6.

Beleid ‘Nieuw Buitengebied’ ................................................................................................. 20

Milieu- en omgevingsaspecten...................................................................................................... 23 5.1

Algemeen............................................................................................................................... 23

5.2

Geluid .................................................................................................................................... 23

5.3

Bodem ................................................................................................................................... 23

5.4

Ecologie ................................................................................................................................. 23

5.5

Verkeer & parkeren ............................................................................................................... 23

5.6

Waterhuishouding ................................................................................................................. 24

Conclusie ....................................................................................................................................... 25

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Voorliggend voornemen heeft betrekking op één perceel in/ direct aansluitend aan de kern Daarlerveen, te weten Brugstraat naast nummer 25, en twee percelen in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn, te weten de Reefhuisweg 1 en Hammerweg 16B, beiden in Hellendoorn. Aan de Brugstraat naast nummer 25 bevindt zich een onbebouwd perceel aansluitend aan de lintbebouwing aan de Brugstraat. Het voornemen bestaat hier een woning te realiseren in het kader van het recent door de gemeenteraad vastgestelde beleid ‘Nieuw Buitengebied’. Ter compensatie hiervan zal circa 450 m2 aan landschapontsierende bebouwing aan de Reefhuisweg 1 en circa 670 m2 aan landschapontsierende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied bestaat uit drie deelgebieden. Deelgebied Brugstraat naast nummer 25 ligt in/ direct aansluitend aan de kern Daarlerveen. Deelgebied Reefhuisweg 1 ligt circa 4,4 kilometer ten noorden van de kern Hellendoorn. Deelgebied Hammerweg 16B ligt circa 4 kilometer ten noordoosten van Hellendoorn. De ligging van de deelgebieden zijn weergegeven in afbeelding 1. Deelgebied Brugstraat naast nummer 25 is met rode cirkel weergegeven. Deelgebied Reefhuisweg 1 is met blauwe cirkel en deelgebied Hammerweg 16B met groene cirkel.

Afbeelding 1: Ligging deelgebieden (Bron: Atlas van Overijssel)

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie. Het initiatief wordt in hoofdstuk 3 toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt het relevante vigerende beleid behandeld, waarna in hoofdstuk 5 op de milieu- en omgevingsaspecten wordt ingegaan. Uiteindelijk wordt er in hoofdstuk 6 afgesloten met een conclusie.

6

2.

Huidige situatie

2.1

Brugstraat naast nummer 25

Het deelgebied Brugstraat naast nummer 25 betreft een onbebouwd perceel op de grens van de kern Daarlerveen met het buitengebied. Het deelgebied is in de huidige situatie in gebruik als gazon bij de woning en grasland. De ruimtelijk functionele structuur van de omgeving kenmerkt zich door woonbebouwing in een lint, agrarische cultuurgronden en twee kanalen. Aan de noordzijde wordt het deelgebied door woonpercelen en agrarische cultuurgrond begrensd. Ten oosten bevinden zich eveneens agrarische cultuurgronden. De Brugstraat en het Vriezenveensche Veenkanaal begrenst het deelgebied aan de zuidzijde. Aan de westzijde wordt het deelgebied door woonpercelen begrensd. In afbeelding 2 is deelgebied Brugstraat naast nummer 25 indicatief met rode lijn op een luchtfoto weergegeven.

Afbeelding 2: Luchtfoto Brugstraat naast nummer 25 (Bron: Atlas van Overijssel)

2.2

Reefhuisweg 1

Deelgebied Reefhuisweg 1 betreft een agrarisch bedrijfsperceel. Ter plaatse wordt een veehouderij met een intensieve tak en een grondgebonden tak geëxploiteerd. De ruimtelijk functionele structuur van de omgeving kenmerkt zich door verspreid liggende woon- en agrarische bedrijfspercelen, agrarische cultuurgronden en groenpercelen. Het deelgebied wordt aan noord-, west- en zuidzijde door agrarische cultuurgronden begrensd. Aan de oostzijde wordt het deelgebied door de Reefhuisweg begrensd. Het deelgebied bestaat qua bebouwing uit een bedrijfswoning en drie agrarische opstallen. Verder bestaat het deelgebied uit erfverharding, tuin bij de bedrijfswoning en grasland. In afbeelding 3 is deelgebied Reefhuisweg 1 indicatief met rode lijn op een luchtfoto weergegeven.

7

Afbeelding 3: Luchtfoto Reefhuisweg 1 (Bron: Atlas van Overijssel)

2.3

Hammerweg 16B

Deelgebied Hammerweg 16B betreft een agrarisch bedrijfsperceel waar een grondgebonden veehouderij wordt geëxploiteerd. De ruimtelijk functionele structuur van de omgeving kenmerkt zich door (agrarische) bedrijfspercelen, woonpercelen, een sportperceel, agrarische cultuurgronden en groenpercelen. Het deelgebied wordt aan noord-, oost- en zuidzijde door agrarische cultuurgronden begrensd. Ten westen grenst het deelgebied aan de Hammerweg. Het deelgebied bestaat qua bebouwing uit twee bedrijfswoningen met een bijgebouw en twee agrarische opstallen. Verder bestaat het deelgebied uit erfverharding, tuin bij de bedrijfswoning en grasland. In afbeelding 4 is deelgebied Hammerweg 16B indicatief met rode lijn op een luchtfoto weergegeven.

8

Afbeelding 4: Luchtfoto Hammerweg 16B (Bron: Atlas van Overijssel)

9

3.

Het initiatief

3.1

Brugstraat naast nummer 25

De voorgenomen ontwikkeling Het voornemen bestaat een vrijstaande woning met bijgebouw aan de Brugstraat naast nummer 25 te realiseren op basis van het beleid ‘Nieuw Buitengebied’. Ter compensatie hiervoor wordt circa 1.120 m2 aan landschapontsierende bebouwing aan de Reefhuisweg 1 en Hammerweg 16B gesloopt (zie hiervoor paragraaf 3.2 en 3.3). Het nieuwe woonerf wordt landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken.

Gebiedskenmerken Het deelgebied bevindt zich in het veenontginningslandschap. De belangrijkste kenmerken voor dit landschap zijn de openheid, wijkenstructuur, rechtlijnige verkaveling en de bebouwing langs ontginningsassen. In het verleden stonden er nog elzensingels langs de kavelgrenzen. Deze zijn echter in de loop der tijd grotendeels verdwenen. De veengebieden zijn in het verleden op een zo efficiënt mogelijke manier ontgonnen. Dit heeft tot een rationele, rechthoekige verkaveling geleid. Het kanaal is een oude ontginningsas. Kenmerkend voor deze ontginningsas zijn de doorzichten naar het open achterland. Haaks op de ontginningsas zijn de woningen gepositioneerd en in sommige gevallen langs de wijken die haaks op het kanaal zijn gegraven. De erven hebben een vrij open karakter aan de achterzijde met zichtlijnen naar het landschap. Aan de zijkanten zijn meestal singels of bomenrijen aangeplant. Hagen of bermsloten worden vaak als erfscheiding aan de voorzijde gebruikt. De voortuin vormt de siertuin met elementen van de Engelse landschapsstijl zoals grasvlakken, struikgroepen en solitaire bomen.

Erfinrichting De gewenste compensatiewoning zal worden gerealiseerd aan de rand van het bebouwingslint van Daarlerveen. Het lint van Daarlerveen zal hierdoor een extra kwaliteitsimpuls krijgen. Het erf wordt op traditionele wijze ingericht. Het voorerf zal worden ingericht als siertuin met het karakter van een Engelse landschapstuin bestaande uit grote grasoppervlakken met daarin een solitaire walnootboom en zilverlinde en een boomgaard met hoogstam fruitbomen. In dit landschapstype zijn boomgaarden een waardevolle aanvulling. De erfafscheiding aan de voorzijde van het perceel wordt gerealiseerd middels een haagbeuk. Het achtererf blijft, afgezien van de aanplant van een solitaire zilverlinde, open waardoor er zichtlijnen naar het open landschap en het kanaal ontstaan. Ten behoeve van het voornemen is een erfinrichtingstekening gemaakt. Afbeelding 5 betreft een uitsnede van de erfinrichtingstekening.

10

Afbeelding 5: Uitsnede erfinrichtingstekening Brugstraat naast nummer 25 (Bron: BJZ.nu)

3.2

Reefhuisweg 1

Aan de Reefhuisweg 1 wordt de intensieve agrarische bedrijfstak beëindigd, waardoor er geen geschikte vervolgfunctie meer is voor een van de agrarische bedrijfsgebouwen. Het betreft een gebouw met een oppervlakte van circa 450 m2. Dit agrarische bedrijfsgebouw zal worden gesloopt. De overige bebouwing blijft behouden en zal gebruikt worden als bijgebouw bij de bestaande woningen en als bedrijfsgebouwen bij de te handhaven grondgebonden tak en als caravanstalling. Gezien de omvang van de activiteiten is een (agrarische) bedrijfsbestemming het meest passend. De plek van de te slopen schuur wordt met gras ingezaaid. In het noordwesten van het erf wordt een houtsingel (met nummer 8 aangeduid in afbeelding 7) aangeplant. Het met nummer 3 in afbeelding 7 aangeduide bos betreft de kruinen van de bestaande bomenrij met daaronder grasland. De omliggende gronden gaan worden gebruikt ten behoeve van een landgoed. In totaal wordt circa 1,25 hectare als natuurgrasland (kruiden en faunarijk grasland beheerspakket N12.02 subsidie natuur en landschapsbeheer) ingericht. De eerste circa 2 à 3 jaren zal dit echter nog agrarisch in gebruik blijven. De resterende 5 hectare wordt ten behoeve van de landbouw gebruikt. Met het aanplanten van de houtsingels rondom het erf en rondom de landbouwgronden worden dragende structuren in het landschap versterkt.

Dit sluit aan bij de kenmerken van het oude hoevenlandschap, waar deelgebied Reefhuisweg 1 in ligt. In afbeelding 6 is het te slopen agrarische bedrijfsgebouw met rode lijn aangeduid. Afbeelding 7 bevat een uitsnede van de gewenste inrichting. Afbeelding 8 geeft indicatief weer welk deel van het te behouden bedrijfsgebouw in gebruik zal zijn als caravanstalling en welk deel gebruikt wordt ten behoeve van de te handhaven grondgebonden tak en als bijgebouw bij de te behouden woning.

11

Afbeelding 6: Luchtfoto te slopen agrarisch bedrijfsgebouw Reefhuisweg 1 (Bron: Atlas van Overijssel)

12

Afbeelding 7: Inrichting erf en omliggende gronden (Bron: dhr. Wilps)

13

Afbeelding 8: Te behouden schuur (Bron: Provincie Overijssel, bewerking BJZ.nu)

3.3

Hammerweg 16B

De voorgenomen ontwikkeling Aan de Hammerweg 16B wordt de agrarische bedrijfsvoering beëindigd. Er is daardoor geen geschikte vervolgfunctie voor een deel van de agrarische bedrijfsbebouwing meer is. Het voornemen is het agrarische bedrijfsgebouw zonder vervolgfunctie met een oppervlakte van circa 670 m2 te slopen. De overige bebouwing blijft behouden. Deze bebouwing zal ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden, de opslag van materiaal en materieel voor het beheer en onderhoud van omliggende gronden en als bijgebouw bij de woning behouden blijven (circa 400 m2). Daarnaast is de wens een inpandige rijbak van 20 bij 40 meter te realiseren. Hiermee is en een geschikte vervolgfunctie voor de te behouden bebouwing. De wens is beide woningen een reguliere woonbestemming te geven. De plek van de te slopen schuur wordt bij de tuin aangetrokken. In afbeelding 9 is het te slopen agrarische bedrijfsgebouw met rode lijn aangeduid.

14

Afbeelding 9: Luchtfoto te slopen agrarisch bedrijfsgebouw Hammerweg 16B (Bron: Atlas van Overijssel)

Gebiedskenmerken Het perceel aan de Hammerweg 16b in het buitengebied van Hellendoorn is gelegen in een Kampontginningslandschap met plaatselijke essen. Dit is een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Het gebied waarin het deelgebied ligt is al lang in agrarisch gebruik. Hoge, droge koppen –in de buurt van erven- zijn in gebruik genomen als akkerbouwgronden. De laagste gronden fungeerden als hooiland, op hogere gronden werd gewoond en werden gewassen verbouwd. De diversiteit van hoge en lage gronden werden door bewoners benut middels het potstalsysteem. De hoge droge gronden werden opgehoogd met mest uit de potstallen, waardoor de gronden als een bolling in het landschap te herkennen waren. De kleinschalige essen werden omzoomd met dichte heesterranden of houtsingels, solitaire bomen en erven met erfbeplanting.

Het kampenlandschap leverde een kleinschalig en afwisselend landschapsbeeld op, bestaande uit vele verschillende groenstructuren (ervenbosjes, lanen, singels en hagen), organische wegenpatronen, gestrooide erven en hoogteverschillen. Relicten van het kleinschalig agrarisch gebruik zijn in het landschap nog steeds zichtbaar en terug te zien als bomenlanen, singels en houtwallen. De gronden rondom het plangebied biedt van nature een goede basis voor de volgende beplanting: beuk, wintereik, zomereik, ruwe berk, winterlinde, haagbeuk. Dit wordt ook wel de potentiële natuurlijke vegetatie genoemd. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen. Ook wordt met natuurlijke vegetatie een grotere bijdrage geleverd aan de biodiversiteit.

Erfinrichting Het voorerf kent van oorsprong een representatief karakter, het achtererf daarentegen was functioneel en sober ingericht. Deze kenmerken zijn aan de Hammerweg 16b ook duidelijk zichtbaar. Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing en zijn er andersom vanuit de woning zichtlijnen naar het omliggende landschap. Een lage haagbeuk wordt aangeplant om het ‘voor’ erf op een passende wijze af te schermen en om eenheid te creëren. Het voorerf zal bestaan uit een sier- en nutstuin wat bijvoorbeeld kan bestaan uit grote grasoppervlakten met enkele borders met sierplanten. In de voortuin wordt een fruitboomgaard aangeplant. Deze zal bestaan uit verschillende soorten hoogstamfruitbomen.

15

Om de percelen aan de Hammerweg 16b beter op het Kampontginningslandschap aan te laten sluiten zal de groenstructuur worden versterkt. Het erf krijgt daarmee een kleinschalige opzet. Dit wordt deels gerealiseerd door het erf niet helemaal dicht te planten met hagen en singels. Vanaf het erf en vanuit de woningen blijft zicht op het fraaie landschap behouden. De structuur van het halfopen landschap sluit hierdoor goed aan op de grenzen van het erf. Ter plaatse van de te slopen schuur wordt een houtsingel aangeplant. Hiermee wordt een oude historische singel van het besloten landschap behouden en versterkt. Deze houtsingels wordt doorgetrokken naar het noordoosten. Ten noorden van de bestaande schuur is de houtsingel deels verdwenen in de loop van de jaren. De houtsingel wordt hier weer in ere hersteld en sluit hiermee aan op de bestaande houtsingel die de kleinschalige es omringd. Ten noordoosten van de te behouden schuur wordt een robuuste houtsingel aangeplant waarmee de te behouden schuur wordt ingepast. Het contrast van de open eenman es en groene krans daarom heen wordt hierdoor versterkt. Verder zijn er op en rondom het perceel Hammerweg 16b al veel kenmerkende landschappelijke structuren zoals houtsingels aanwezig. Deze blijven behouden. Daarnaast wordt er een aanzienlijk deel van de aanwezige erfverharding gesaneerd.

Voor de locatie Hammerweg 16b is een erfinrichtingstekening opgesteld. In afbeelding 10 is hier een uitsnede van weergegeven.

Afbeelding 10: Uitsnede erfinrichtingstekening Hammerweg 16b (Bron: BJZ.nu)

16

4.

Vigerend beleid

4.1

Bestemmingsplan

Brugstraat naast nummer 25 Bestemmingen en aanduidingen Het deelgebied Brugstraat naast nummer 25 ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen ”‘Daarlerveen 2017” en “Buitengebied 2009” die op respectievelijk 31 oktober 2017 en 15 juni 2011 door de gemeenteraad van Hellendoorn zijn vastgesteld. De gronden hebben de enkelbestemmingen ‘Wonen – 1’, ‘Agrarisch’ en ‘Verkeer – verblijf. In afbeelding 11 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.

Afbeelding 11: Uitsnede verbeelding bestemmingsplannen deelgebied Brugstraat naast nummer 25 (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Gronden met de bestemming ‘Wonen – 1‘ zijn onder meer bestemd wonen, aan huis verbonden beroepen en water. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan, waarbij geldt dat het aantal woningen niet meer dan het bestaande aantal mag bedragen. Gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn onder meer bestemd voor agrarische bedrijvigheid, niet-agrarische nevenactiviteiten en de instandhouding van landschapselementen. Agrarische bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan. Gronden met de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ zijn onder meer bestemd voor wegen, fiets- en voetpaden, verblijfsgebied en parkeervoorzieningen. Op deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

17

Reefhuisweg 1 Bestemmingen en aanduidingen Deelgebied Reefhuisweg ligt binnen de begrenzing van bestemmingsplan “Buitengebied”. De gronden hebben de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met een bouwvlak en de aanduidingen ‘intensieve veehouderij’, ‘specifieke vorm van waarde - kleinschalig landschap’, ‘specifieke vorm van waarde - kwelgevoelige slootkantvegetatie’ en ‘specifieke vorm van waarde – reliëf’. Daarnaast is het deelgebied voorzien van de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Landbouwontwikkelingsgebied’. In afbeelding 12 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.

Afbeelding 12: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan deelgebied Reefhuisweg 1 (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn onder meer bestemd voor agrarische bedrijvigheid, met dien verstande dat intensieve veehouderij uitsluitend is toegestaan binnen bouwvlakken ter plaatse van de aanduiding ‘reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied’ of ‘intensieve veehouderij’, niet-agrarische nevenactiviteiten en de instandhouding van landschapselementen. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor de instandhouding van de aldaar voorkomende landschaps- en natuurwaarden, waaronder in ieder geval wordt begrepen de landschaps- en natuurwaarden zoals in onderstaande tabel is weergegeven. Landschaps- en natuurwaarden Kleinschalig landschap Kwelafhankelijke slootvegetatie Reliëf

Ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van waarde - kleinschalig landschap specifieke vorm van waarde - kwelgevoelige slootkantvegetatie specifieke vorm van waarde - reliëf

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Landbouwontwikkelingsgebied’ zijn burgemeester en wethouders bevoegd het bouwvlak te wijzigen, waarbij het bouwvlak niet tot meer dan 1,5 hectare wordt vergroot.

Hammerweg 16B Deelgebied Hammerweg 16B ligt eveneens binnen de begrenzing van bestemmingsplan “Buitengebied”. De gronden hebben de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met een bouwvlak en de aanduiding ‘bedrijfswoning – 2 bedrijfswoningen’. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’ en de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Landbouwontwikkelingsgebied’. In afbeelding 13 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.

18

Afbeelding 13: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan deelgebied Hammerweg 16B (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn onder meer bestemd voor agrarische bedrijvigheid, met dien verstande dat intensieve veehouderijen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied’, niet agrarische nevenactiviteiten, de instandhouding van landschapselementen en daarbij behorende voorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning – 2 bedrijfswoningen’ zijn twee bedrijfswoningen toegestaan. De voor ‘Waarde - Archeologische verwachtingswaarde’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor onderzoek naar en bescherming van naar verwachting aanwezige archeologische waarden.

Strijdigheid Op basis van het geldende bestemmingsplan is het niet mogelijk een woning aan de Brugstraat naast nummer 25 te realiseren, aangezien de benodigde bouw- en gebruiksregels ter plaatse ontbreken. De voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk gemaakt worden door middel van een bestemmingsplanherziening, waarbij de slooplocaties eveneens mee worden genomen om de sloop van de bebouwing, het inperken van de agrarische bedrijfsbestemmingen en de landschappelijke inpassing juridisch-planologisch te verankeren.

19

4.2

Beleid ‘Nieuw Buitengebied’

Algemeen De gemeenteraad van Hellendoorn heeft op 2 juni 2020 het beleid ‘Nieuw Buitengebied’ vastgesteld. Het doel van het beleid is richting aan toekomstige ontwikkelingen in het buitengebied te geven, maar ook een doorkijk te bieden naar een werkwijze die past in de geest van de Omgevingswet. Stappenplan De basis van het beleid is het stappenplan, waarmee initiatiefnemers op weg worden geholpen bij het vormgeven van nieuwe ontwikkelingen. In afbeelding 14 is het stappenplan kort weergegeven.

Afbeelding 14: Stappenplan beleid Nieuw Buitengebied (Bron: Gemeente Hellendoorn)

20

Rood voor rood regeling Onderdeel van het beleid is de rood voor rood regeling, waarbij in ruil voor de sloop van landschapontsierende bedrijfsgebouwen en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit de mogelijkheid wordt geboden voor het realiseren van één of meerdere woningen. Voor een compensatiewoning dient minimaal 1.000 m2 aan voormalige (agrarische) bedrijfsbebouwing gesloopt te worden. Voor elke extra woning dient 1.500 m2 per woning gesloopt te worden. Een sloopoppervlakte groter dan 300 m2 komt in aanmerking voor deelname aan de regeling. De te slopen gebouwen dienen minimaal vijf jaar bedrijfsmatig in gebruik te zijn geweest. Uitgangspunt voor de slooplocatie is de sloop van het gehele complex met voormalige bedrijfsbebouwing, dus inclusief sleufsilo’s, mestkelders en overtollige erfverharding. Een inkrimpend agrarisch bedrijf kan echter ook van de regeling gebruik maken. De niet meer in gebruik zijnde gebouwen dienen dan te worden gesloopt. De achterblijvende gebouwen zullen ten behoeve van het agrarische bedrijf in gebruik blijven, waarbij het gebruik wordt beperkt tot de tak en omvang die ter plaatse aanwezig blijft. Het heeft de voorkeur dat de kavel(s) op (één van) de slooplocatie(s) worden gerealiseerd.

Onder voorwaarde dat wordt voldaan aan het stappenplan, kan er worden gebouwd aan de rand van één van de kernen of buurtschappen, op een bestaand woonerf of als onderdeel van een bebouwingscluster. De ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van de bebouwing, maar ook door de landschappelijke inpassing. Toetsing van het initiatief aan het beleid ‘Nieuw Buitengebied’ Stappenplan Stap 1: Zoals uit hoofdstuk 3 blijkt worden de deelgebieden landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Stap 2: deelgebied Brugstraat naast nummer 25 ligt binnen de identiteit ‘activiteiten om de as’. Het gebied bestaat uit het landschapstype ‘hoogveenontginningen’. Hoe het landschap eruit ziet hangt sterk samen met de wijze waarop het gebied ontgonnen is. Vanuit de linten werd het omliggende hoogveengebied ontgonnen. Het landschap wordt daarom ook gekenmerkt door de opstrekkende verkaveling (langgerekte rechthoekige kavels), de rechte wegen en kanalen. Om deze identiteit te behouden, zullen activiteiten moeten plaatsvinden aan de ‘assen’ (de linten, de kanalen, het spoor), bij voorkeur op vrijkomende erven. Daarmee blijven de tussenliggende gebieden open. In voorliggend geval wordt de compensatiewoning aan een bebouwingslint gesitueerd. De kenmerkende rechthoekige verkaveling wordt versterkt. Onder meer door de aanplant van de haagbeuk.

Stap 3: de voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Dit heeft een positieve impact op het landschap. Hiervoor in de plaats wordt een woning aan de rand van de kern Daarlerveen gerealiseerd. De locatie van de compensatiewoning wordt landschappelijk ingepast, waarbij de van oudsher kenmerkende rechthoekige verkaveling beter zichtbaar wordt. Door de sloop van de bebouwing wordt het verharde oppervlakte in het buitengebied minder, wat een positief effect heeft op de waterhuishouding. Stap 4: Initiatiefnemer heeft de directe buren geïnformeerd over het voornemen een woning aan de Brugstraat naast nummer 25 te realiseren. Hier zijn geen bezwaren uit naar voren gekomen. Na een positief principebesluit, zal initiatiefnemer wederom met de buren in gesprek gaan voor de verdere uitwerking van de plannen. Stap 5: de bovenstaande vier stappen hebben geresulteerd in voorliggend plan. Stap 6: zoals uit voorliggend principeverzoek blijkt, draagt voorliggend initiatief bij aan een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering in het buitengebied door onder meer de sloop van een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing en de landschappelijke inpassing van alle deelgebieden. Het plan is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening en draagt bij aan de geldende gebiedsopgaven.

21

Rood voor rood regeling In voorliggend geval wordt circa 1.140 m2 aan landschapontsierende bebouwing in het buitengebied van Hellendoorn gesloopt. Dit is voldoende om één compensatiewoning te kunnen realiseren. De locatie van de compensatiewoning aan de rand van Daarlerveen voldoet aan de voorwaarden die daaraan gesteld worden. Er is een erfinrichtingsplan gemaakt voor de landschappelijke inpassing. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het beleid ‘Nieuw Buitengebied’.

22

5.

Milieu- en omgevingsaspecten

5.1

Algemeen

Bij het beoordelen van milieu- en omgevingsaspecten zijn de volgende thema’s van belang: geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geurhinder, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage. Daarnaast dient in te worden gegaan op de thema’s verkeer & parkeren en de waterhuishouding. Opgemerkt wordt dat, met uitzondering van het aspect ecologie en cultuurhistorie, uitsluitend is gekeken naar de locatie van de compensatiewoning. De overige aspecten zijn namelijk niet relevant voor de slooplocaties In voorliggend geval zijn de thema’s luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geurhinder, archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage niet relevant. Dit vanwege het feit dat: • • •

• • •

er sprake is van ontwikkeling die ‘Niet in betekende mate’ aan luchtverontreiniging en er geen sprake is van het oprichten van gevoelige bestemmingen in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’ (luchtkwaliteit); er geen sprake is van gevaarlijke inrichtingen of transportleidingen voor gevaarlijke stoffen in de directe omgeving van de compensatiewoning (externe veiligheid); er geen sprake is van het oprichten van milieubelastende functies, het verplaatsen van milieubelastende functies en er zich geen milieubelastende functies in de directe nabijheid van de compensatiewoning bevinden (milieuzonering); er geen sprake is van het oprichten of verplaatsen van veehouderijen of geurgevoelige objecten nabij veehouderijen (geurhinder); er geen sprake is van een archeologische verwachtingswaarde en er zich geen rijks- of gemeentelijke monumenten in het plangebied en omgeving bevinden (archeologie & cultuurhistorie); er geen sprake is van een activiteit genoemd in de onderdelen c en d van de bijlage bij Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) waarbij de drempelwaarde wordt benaderd dan wel overschreden;

De thema’s geluid, bodem, ecologie, verkeer & parkeren en waterhuishouding zijn in voorliggend geval wel van belang. Hierna wordt kort op de desbetreffende thema’s ingegaan.

5.2

Geluid

In voorliggend geval wordt er een nieuw geluidsgevoelig object binnen de wettelijke geluidszone van de Brugstraat en de Gerhard Nijlandstraat gerealiseerd. Bij een positief principebesluit zal worden bepaald of een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai benodigd is. Ten aanzien van railverkeerslawaai en industrielawaai worden geen belemmeringen verwacht, aangezien beide locaties niet binnen een geluidszone van een spoorweg en gezoneerd industrieterrein liggen. De Wet geluidhinder vormt op voorhand geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Bodem

Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Bij een positief principebesluit zal nader worden bepaald of een verkennend bodemonderzoek benodigd is.

5.4

Ecologie

Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of een gebied aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gelet op de aard en omvang zijn geen negatieve effecten op beschermende natuurgebieden te verwachten. Ten behoeve van soortenbescherming wordt bij een positief besluit een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de slooplocaties. De locatie Brugstraat is intensief beheerd en heeft daardoor een lage ecologische waarde. Een quickscan ecologie ter plaatse is dan ook niet benodigd. Op voorhand worden er geen belemmeringen verwacht wat betreft het aspect ecologie.

5.5

Verkeer & parkeren

De voorgenomen ontwikkeling zorgt ter plaatse van de slooplocaties voor een afname van het aantal verkeersbewegingen door het inperken van de agrarische bestemmingen ter plaatse. Ter plaatse van de Brugstraat naast nummer 25 zal sprake zijn van een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen over de Brugstraat.

23

Deze weg heeft voldoende capaciteit om de beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen veilig en vlot af te wikkelen. Ten aanzien van parkeren kan uit afbeelding 5 worden afgeleid dat er sprake is van voldoende ruimte op de compensatiekavel om in de parkeerbehoefte te voorzien. Voor de slooplocaties geldt dat de mogelijkheden voor het uitoefenen van de agrarische bedrijven worden ingeperkt. Een dergelijke ontwikkeling gaat niet gepaard met een toename van de parkeerbehoefte. Op voorhand zijn er geen verkeerskundige belemmeringen te verwachten.

5.6

Waterhuishouding

Gelet op het feit dat het gaat om een fysieke ontwikkeling dient gekeken te worden naar het aspect waterhuishouding. Het plangebied ligt niet binnen waterwin-, intrek- of grondwaterbeschermingsgebied. Het bebouwde en verharde oppervlak neemt flink af met de gewenste ontwikkeling, wat positief is voor de afvoer van hemelwater. Op voorhand worden er daarom geen belemmeringen verwacht. Bij een positief besluit zal er een watertoets worden uitgevoerd.

24

6.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de geldende beleidskaders. Vanuit milieu- en omgevingsaspecten zijn er bovendien op voorhand geen belemmeringen. Een bestemmingsplanherziening is benodigd om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14993666/1