CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van aanpak Hellendoorn in 2040

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente HellendoornBij agendapunt: Startnotitie Hellendoorn 2040 'Naar een brede omgevingsvisie'4.464 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

PLAN VAN AANPAK (PvA) Projectmatig werken 1

Administratie

1.1 Algemeen Projectnaam

Hellendoorn 2040

Ambtelijk opdrachtgever (AOG)

Dick Schipper

Bestuurlijk opdrachtgever (BOG)

Jan van den Bosch

Projectleider

Mirelle Kolnaar

Startdatum project

1 oktober 2024

Einddatum project

31 december 2025

1

Inleiding

In de periode april – juni 2024 hebben we samen met het Kompas de startnotitie ‘Hellendoorn 2040: naar een brede omgevingsvisie’ opgesteld. In de startnotitie staan de kaders waarbinnen de brede omgevingsvisie vorm moet krijgen. De startnotitie leggen we ter besluitvorming voor aan de raad. Omdat het onze ambitie is om de brede omgevingsvisie in een kort tijdsbestek voor te bereiden, hebben we de hoofdlijn van de startnotitie parallel uitgewerkt in dit meer uitgebreide plan van aanpak. Hierin concretiseren we voor zover mogelijk de te doorlopen stappen en gaan we in op de randvoorwaarden waarbinnen het project moet worden uitgevoerd. Voor de inhoudelijke kaders verwijzen we gemakshalve naar de startnotitie.

2

Projectdefinitie

Het resultaat van het project bestaat uit twee onderdelen. 1. Brede omgevingsvisie Allereerst is dat een brede omgevingsvisie. De inhoudelijke kaders daarvoor zijn vastgelegd in de startnotitie. 2. Samenhangend beleidshuis Hellendoorn Volgens de spelregels van de Omgevingswet moeten al het onderliggende sectorale beleid, het gebiedsgerichte beleid en de juridische spelregels een afgeleide zijn van de omgevingsvisie. Het beleidshuis uit de Omgevingswet bestaat uit de omgevingsvisie en omgevingswetprogramma's voor thema's en gebieden. Maar voor gemeenten is het beleidshuis veel meer dan dat: het omvat alle gemeentelijke beleidsdocumenten. Dus ook beleid dat formeel geen programma is. En beleid dat niet over de fysieke leefomgeving gaat. Via het project Hellendoorn 2040 zorgen we ervoor dat er een samenhangend beleidshuis voor Hellendoorn wordt ingericht. In de figuur is aangegeven hoe we dat beleidshuis opbouwen. Bij de opbouw van het beleidshuis worden alle afdelingen en beleidsmedewerkers betrokken.

1

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

Figuur 1: Beleidshuis Hellendoorn

2.1 Projectfasering We voeren het project uit in 6 stappen (zie figuur 1). In de onderstaande toelichting zijn de stappen nader uitgewerkt. Stap 1 (startnotitie) is voorafgaand aan de voorbereiding van dit plan van aanpak uitgevoerd. Met stap 2 starten we officieel op 1 oktober 2024 en officieus op 20 augustus 2024. Zo kunnen we gebruik maken van een relatief rustige periode om de kerngegevens van Hellendoorn en de nationale trends en ontwikkelingen in beeld te brengen.

Figuur 2: Stappenplan

2

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

2.1.1 Stap 1: Startnotitie Samen met de raad en het college bereiden we in stap 1 een startnotitie voor. Deze fase loopt van april tot en met juli 2024. De raad stelt de startnotitie vast in september 2024. In de startnotitie staan de kwalitatieve eisen die de raad van de brede omgevingsvisie stelt en de randvoorwaarden waaraan het proces van voorbereiding van de startnotitie moet voldoen. De startnotitie wordt opgesteld in samenwerking met het Kompas, waarin raadsleden, collegeleden en adviseurs gezamenlijk de hoofdkoers voor het project uitzetten. De startnotitie is het inhoudelijk kader voor dit plan van aanpak. Het college adviseert de raad over de startnotitie. De raad stelt de startnotitie vast.

Figuur 2: Op weg naar een startnotitie

2.1.2 Stap 2: Analyse Om te weten waar we naar toe willen gaan moeten we in beeld brengen waar we nu staan. In de analysefase, gaan we de huidige situatie omschrijven. Dat doen we door een aantal feiten op een rij te zetten, ons huidige beleid te analyseren en de trends en ontwikkelingen in beeld te brengen die van invloed zijn op het Hellendoorn en het Hellendoorn van de toekomst. 2.1.2.1 Gebiedsgericht en doelgroepgericht de feiten op een rij We beginnen met het samenbrengen van een aantal objectieve gegevens over Hellendoorn. Daarbij maken we alleen gebruik van bestaand materiaal. Zo ontstaat een beeld van Hellendoorn in cijfers. 2.1.2.2 Analyse van bestaand beleid Bij het analyseren van ons beleid maken we onder andere gebruik van de beleidsanalyse die is opgesteld voor de nieuwe raadsleden die in 2022 werden geïnstalleerd. We maken onderscheid tussen strategisch beleid (dat een plek zou moeten krijgen in de brede Omgevingsvisie), beleidsregels/beleid dat gericht is op uitvoering en juridische regels 3

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

(onze verordeningen). Op die manier ontstaat een basis om ons in de brede omgevingsvisie te beperken tot de hoofdlijnen, en die tegelijkertijd zo concreet mogelijk te houden. We vullen de analyse van ons eigen beleid vervolgens aan met de strategische kaders die de provincie en het rijk voor ons hebben bepaald en de strategische onderdelen van regionale kaders zoals de Regionale Energie Strategie (RES) en de in ontwikkeling zijn Regionale Ontwikkelingsstrategie (ROS). 2.1.2.3 Overzicht van trends en ontwikkelingen Informatie over belangrijke trends en ontwikkelingen halen we allereerst op uit nationale analyses en onderzoeken, zoals CBS-analyses. We kijken vervolgen ook meer specifiek naar ontwikkelingen in Hellendoorn. We beschikken ook hierover al over veel informatie. Om een goed beeld van alle trends te krijgen, organiseren we allereerst een interne dialoog (raad-college-ambtenaren). Vervolgens gaan we in gesprek met een beperkt aantal (maatschappelijke) organisaties om ons beeld te toetsen. Denk daarbij aan de provincie, omliggende gemeenten, zorginstellingen, de Kamer van Koophandel en corporaties. 2.1.2.4 Wiki van Hellendoorn Het resultaat van de eerste stap is een Wiki van Hellendoorn, waarin we alle informatie over het Hellendoorn van nu bij elkaar brengen. De informatie vormt belangrijke input voor de derde stap op weg naar een brede omgevingsvisie voor Hellendoorn.

De Wiki wordt voor alle belanghebbenden en belangstellenden digitaal ontsloten. In een interne sessie worden college en raad betrokken bij de voorbereiding van de Wiki van Hellendoorn. Het college stemt in met de Wiki van Hellendoorn. Het college informeert de raad over de Wiki. 2.1.3 Stap 3: Het verhaal van Hellendoorn Stap 2 van het stappenplan kenmerkt zich door het zo objectief mogelijk beschrijven van de verschillende opgaven en thema’s die een plek moeten krijgen in de brede omgevingsvisie. In stap 3 gaan we, samen met inwoners en ondernemers, meer beschouwend te werk. We willen in deze fase ontdekken wie we zijn en aan welke maatschappelijke waarden we hechten. Wat zijn onze kernwaarden die we op weg naar de toekomst willen koesteren, versterken en benutten. Wat is de eigen identiteit van Hellendoorn en de reden om er te willen te blijven, er te willen investeren of er terug te keren? Wat maakt Hellendoorn Hellendoorn? En wat maakt onze inwoners gelukkig? 2.1.3.1 De identiteit van Hellendoorn Samen met alle belanghebbenden gaan we op zoek naar wie we zijn. Wat maakt Hellendoorn Hellendoorn? We willen daarbij bij zoveel mogelijk inwoners input ophalen over de identiteit van Hellendoorn.

Op verschillende manieren (denk aan een prijsvraag, enquêtes, gesprekken op straat, activiteiten op scholen) halen we bij onze inwoners, ondernemers, medeoverheden, verbonden partijen, uitvoerders en organisaties input op om het antwoord te vinden op deze vraag. 2.1.3.2 Sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen Met de kennis over wie we zijn beschouwen we vervolgens de sterke en zwakke punten van onze gemeenten en kansen en bedreigingen richting te toekomst. 2.1.3.3 Het verhaal van Hellendoorn Het resultaat van fase drie is het verhaal van Hellendoorn. In dit document brengen we 4

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

uiteindelijk bijeen wie we zijn en wat ons onderscheid, bijvoorbeeld van andere gemeenten in de regio of in Nederland. Met als doel onze kracht zo goed mogelijk te benutten voor het Hellendoorn van de toekomst. Wat willen we voortzetten? Wat willen we verbeteren? Wat willen we veranderen? En wat willen we verlaten? Het college en de raad dragen inhoudelijk bij aan ‘Het verhaal van Hellendoorn’. Het college bepaalt of ‘Het verhaal van Hellendoorn’ voldoende basis biedt voor het uitvoeren van stap 4. Het college informeert de raad over ‘Het verhaal van Hellendoorn’ als tussenstap op weg naar de brede omgevingsvisie. 2.1.4 Stap 4 Toekomstbeelden Op basis van de stappen 2 en 3 weten we wat we hebben, wie we zijn en wat we willen behouden. In stap 4 gaan we verkennen wat we kunnen en moeten op weg naar de toekomst. Dat willen we doen aan de hand van het opstellen van 3 toekomstbeelden. Deze toekomstbeelden informeren, inspireren en confronteren. Ze leren ons nieuwe dingen en zetten aan het denken. Op die manier helpen ze om de toekomst vorm te geven. In het kort zijn de toekomstbeelden mogelijke ontwikkelingsrichtingen waarbij we ook met elkaar doordenken wat we kunnen en zouden moeten doen om dat toekomstbeeld te bereiken. Wat zijn de kansen en risico’s in dat scenario.

Wat is er bijvoorbeeld voor nodig om in 2040 als gemeente energieneutraal te zijn? Wat gebeurt er als we op de huidige voet verder gaan? En wat zou het betekenen als we in 2040 een gemeente met 50.000 inwoners zouden willen zijn. Bij de bepaling en invulling van de toekomstbeelden zoeken we de extremen op om tot nieuwe perspectieven en ideeën te komen voor het Hellendoorn van de toekomst. We bepalen aan de hand van het resultaat uit stap 2 en 3 welke toekomstbeelden we zouden moeten uitwerken. Als de tijd dat toelaat werken we de toekomstbeelden ook Samen met de samenleving uit. Dat willen we doen door middelen van verhaal, moodboards en referentiebeelden en kaartbeelden. Het college en de raad dragen inhoudelijk bij aan het Dialoogdocument. Het college bepaalt of het Dialoogdocument voldoende basis biedt voor het bepalen van de koers voor de brede omgevingsvisie. De raad wordt over het Dialoogdocument geïnformeerd. 2.1.5 Stap 5: Koers bepalen Nadat we aan de hand van toekomstbeelden hebben verkend wat we kunnen, hebben we alle ingrediënten verzameld om te gaan kiezen en koers te bepalen voor de komende jaren. Het kan zijn dat één van de uitgewerkte toekomstbeelden het voorkeursscenario wordt. Het kan ook zijn dat de koers gaat bestaan uit een combinatie van twee of meer toekomstbeelden.

Uitgangspunt is dat de koers focus geeft, voldoende onderscheidend is en zo de basis kan vormen voor onze toekomst en onze brede omgevingsvisie. We starten het gesprek over de koers met een breed gesprek met de samenleving. We onderzoeken hoe we dit gesprek het beste kunnen organiseren (open uitnodiging, gesprekken in de kernen, gelote groep). Het college stelt op basis van de input uit de samenleving een advies aan de raad op. De koers bepalen is bij uitstek een taak van de raad. In de omgevingsvisie werken we de gekozen koers vervolgens in zijn geheel uit. Het college voert het gesprek met de samenleving. Het college adviseert de raad over de koersbepaling en maakt daarbij gebruik van de input die de samenleving heeft ingebracht. De raad stelt het Koersdocument vast. 2.1.6 Stap 6: Opstellen brede omgevingsvisie

5

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

In de laatste stap stellen we de brede omgevingsvisie definitief op. We richten ons daarbij op Hellendoorn 2040. Waar mogelijk werken we de prioritaire thema’s ook uit in een uitvoeringsprogramma. De uitvoeringstermijn bedraagt 5 á 10 jaar. Op die manier voldoen we ook aan de eisen die de omgevingswet aan een gemeentelijke omgevingsvisie stelt. 2.1.6.1 Invullen MER plicht (milieu-effect-rapportage) In Nederland is het verplicht om voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een MER-procedure te doorlopen en een MER op te stellen. De procedure van een milieueffectrapportage is bedoeld om het milieubelang en de belangen vanuit onder meer gezondheid, duurzaamheid en veiligheid volwaardig en vroegtijdig in de planen besluitvorming in te brengen. De MER is onder andere gekoppeld aan het instrument omgevingsvisie. Het is echter afhankelijk van de keuzes die de gemeente maakt in haar omgevingsvisie of er daadwerkelijk een MER-plicht geldt. Vooruitlopend op het opstellen van de omgevingsvisie bepalen we hoe we met de MER-plicht omgaan (zie ook bijlage 1). 2.1.6.2 Opstellen brede omgevingsvisie Vervolgens stelt het kernteam de omgevingsvisie op. 2.1.6.3 Bestuurlijke besluitvorming en zienswijzeprocedure In deze fase vindt het formele besluitvormingstraject plaats.

Het college legt, na consultatie van de raad, de ontwerp- brede Omgevingsvisie zes weken voor eenieder ter inzage. De inspraakreacties worden verwerkt in een nota van zienswijzen en reacties. Die wordt, met een al dan niet aangepaste versie van de brede omgevingsvisie, door het college aangeboden aan de gemeenteraad. De raad stelt uiteindelijk de brede Omgevingsvisie vast. Bezwaar en beroep tegen de omgevingsvisie is wettelijk niet mogelijk. Het college adviseert de raad over de brede omgevingsvisie. De raad stelt de brede omgevingsvisie vast. 2.1.6.4 Aanbieden aan de landelijke voorziening Het kernteam zorgt ervoor dat de Omgevingsvisie wordt gepubliceerd en wordt aangeboden aan de landelijke voorziening Omgevingswet zodat deze voor iedereen digitaal raadpleegbaar is. Aanvullend maken we een publieksversie van de brede omgevingsvisie voor onze inwoners. 2.1.6.5 Procesevaluatie Ten slotte evalueren we samen met het Kompas en het college het proces om te komen tot de brede omgevingsvisie.

2.2 Beslismomenten De startnotitie (stap 1), de koers (stap 5) en de brede omgevingsvisie (stap 6) worden door de raad vastgesteld. In overleg met het Kompas besluiten we voor de overige fasen per fase, of het resultaat door het college moet worden vastgesteld. Stap 1. Startnotitie

Interne verbinding

2. Analyse

Oktober 2024: Raad, college en ambtenaren gaan in gesprek over de analyse Oktober 2024: In dezelfde sessie gaan we intern op zoek naar de identiteit van Hellendoorn Januari 2024:

3. Het verhaal van Hellendoorn

6

Bestuurlijke besluitvorming September 2024: De raad stelt de kaders voor proces en inhoud Het college bepaalt of de analyse voldoende basis geeft voor de volgende stap.

Het college bepaalt of ‘Het verhaal

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

4.Toekomstbeelden

5. Koers bepalen

Versie 1.1

Rond Nieuwjaarsspeech informeren we raad en samenleving over het verhaal van Hellendoorn Feb 2025: Raad, college en ambtenaren gaan in gesprek over toekomstbeelden Het gesprek over de koers voeren we met de samenleving, wordt gevoerd in het college en vervolgens in de raad

6. Opstellen brede omgevingsvisie

van Hellendoorn’ voldoende basis geeft voor het opstellen van de toekomstbeelden Het college bepaalt of de toekomstbeelden voldoende basis geven voor het bepalen van de koers Juni-sept 2025: Bestuurlijke besluitvorming: Raad bepaalt de koers, college adviseert Dec 25/jan 26: Bestuurlijke besluitvorming: Raad besluit over de brede omgevingsvisie, college adviseert

Tabel: Overzicht besluitvorming over tussenproducten

2.3 Overdracht en beheer In de brede omgevingsvisie formuleren we niet alleen de stip op de horizon/het perspectief voor Hellendoorn in 2040, maar ook concrete stappen op weg naar omgevingswetprogramma’s (sectoraal beleid) en uitvoeringsprogramma’s. Deze stappen bereiden we samen met de inhoudelijk medewerkers voor. Onderdeel van de besluitvorming zijn ook afspraken over het beheer van de omgevingsvisie, de rol van de gemeente etc. In stap 6 worden deze afspraken voorbereid. Op dat moment worden ook afspraken over overdracht en beheer vastgelegd.

3

Projectbeheersing (GRoTick) 1

3.1 Geld (kostenraming) De projectbegroting bestaat uit de volgende kosten: Inhuur projectmanager/penvoerder Personele bijdragen leden kernteam Personele bijdragen beleidsadviseurs en uitvoerders Productiekosten participatiemateriaal Productiekosten Omgevingsvisie Invulling Milieueffectrapportageplicht Totaal

160.000 pm pm 10.000 15.000 pm 185.000

In de begroting is de reserve invoeringskosten Omgevingswet opgenomen voor de invoering van de Omgevingswet. In deze reserve is een bedrag van € 200.000 opgenomen voor de voorbereiding van de omgevingsvisie. Dit bedrag zetten we in om een externe projectmanager in te huren, het participatieproces te organiseren en uiteindelijk een goede verbeelding van de brede omgevingsvisie te maken.

3.2 Risico’s

1

Bij projectmatig werken gebruiken we van GROTICK in ieder geval Geld (G), Risico’s (R), Tijd (T). De onderdelen Organisatie (O), Informatie (I), Communicatie (C), Kwaliteit (K) zijn optioneel en afhankelijk van jouw project. Als dit meerwaarde geeft in jouw project, maak hier dan een apart ‘blokje’ van in dit format!

7

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

De voorbereiding van de brede omgevingsvisie kent een aantal risico’s: 1. De planning is krap Het voorbereiden van een brede omgevingsvisie is een grote beleidsopgave waarbij we de samenleving zo goed mogelijk willen betrekken. Dat vraagt veel van alle betrokkenen. De projectmanager, de ambtelijke stuurgroep, de portefeuillehouder en het Kompas stellen gezamenlijk de detailplanning op. De projectmanager escaleert zodra vertraging dreigt. Daar waar mogelijk laten we in de uitvoering stappen overlappen. We beginnen bijvoorbeeld met het organiseren van het participatieproces voor stap 3 terwijl we de analyse van de bestaande situatie opstellen. 2. De ‘usual suspects’ vormen de meerderheid in het participatieproces Dat proberen we te voorkomen door het participatieproces zowel gebiedsgericht als doelgroepengericht te organiseren en instrumenten te gebruiken die daar goed bij aanhaken. 3. Keuzes maken is moeilijk We weten allemaal dat het nodig is, maar daarmee is het nog niet makkelijk. We houden er bij de detailplanning rekening mee dat er meerdere discussies in de raad nodig zijn om de planning te halen. 4. Er is onvoldoende capaciteit binnen de organisatie beschikbaar Inhoudelijke kaders voorbereiden is een reguliere opgave. We sturen erop dat dit niet ten koste gaat van de uitvoering.

De ambtelijke stuurgroep is het escalatiemechanisme waarin noodzakelijke stappen gezet kunnen worden om, indien nodig, extra capaciteit te organiseren.

3.3 Tijd (incl. capaciteit) In figuur 2, het stappenplan (pagina 2), is een planning op hoofdlijnen opgenomen. Deze planning volgt het kritische pad, waarbij de raad voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 een besluit neemt over de brede omgevingsvisie. 3.3.1 Tijdsbesteding Het is lastig een inschatting te maken van de personele capaciteit die nodig is om de brede omgevingsvisie op te stellen. De inzet is namelijk ook afhankelijk van de keuzen die tijdens het proces gemaakt worden. Daarom is in onderstaande tabel alleen een indicatie gegeven. Projectmanager/penvoerder (extern) Kernteamleden Inhoudelijke medewerkers

24 uur per week 8-16 uur per week 8 uur per maand

3.3.2 Rollen Bestuurlijk opdrachtgever

Bestuurlijk verantwoordelijk voor de voorbereiding van de brede omgevingsvisie. Maakt de brede omgevingsvisie, adviseert de raad Verbinder van raad en college Heeft een actieve rol bij de inhoudelijke sessies en de gesprekken met de samenleving. Vertegenwoordigt het bestuurlijk het belang van zijn of haar portefeuille Projectleider, meewerkend voorman, organisator, planner, bestuurlijk adviseur,

College Burgemeester Portefeuillehouder/wethouder

Projectmanager/penvoerder

8

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

penvoerder Vervanger projectmanager, inhoudelijk verbinder, organisator, penvoerder Opsteller participatieplan, voorbereiden participatie Opsteller communicatieplan, communicatieboodschappen en verzorgen communicatie. Inhoudelijk expert en verbinder, organisator kennis vanuit de afdeling Verbinder naar de raad Inhoudelijk adviseur, levert concrete inbreng tijdens werktafels, sessies en naar aanleiding van concepten Inhoudelijk adviseur, levert concrete inbreng tijdens werktafels, sessies en naar aanleiding van concepten

Strategisch adviseur Participatieadviseur Communicatieadviseur Beleidsadviseur kernteam Raadsadviseur Beleidsadviseurs Uitvoerders

3.4 Organisatie – Informatie – Communicatie – Kwaliteit (optioneel) 3.4.1 Organisatie Voor de uitvoering van het project worden drie tijdelijke teams in het leven geroepen. 1. Het kernteam is verantwoordelijk voor de organisatie van alle stappen in het projecten, de inhoudelijke werktafels, het participatieproces en het communicatieproces. Het kernteam komt wekelijks bij elkaar. Wanneer nodig via een dagstart. Het kernteam levert uiteindelijk ook de brede omgevingsvisie op. De projectmanager is de penvoerder. 2. De ambtelijke stuurgroep organiseert de randvoorwaarden die nodig zijn om het project te kunnen uitvoeren. De stuurgroep komt bijeen wanneer daar aanleiding voor is. 3. Het Kompas houdt de vinger aan de pols ten aanzien van de kwaliteit van het proces en de planning. Het Kompas denkt bovendien actief mee over het vormgeven van de participatie. 4. Adviseurs leveren de inhoudelijk input voor verschillende tussenproducten om het gesprek met den samenleving en met college en raad goed te kunnen voeren. 5. Het college Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de brede omgevingsvisie. Dat doet het college straks binnen de kaders zoals die in de startnotitie worden geschetst.

Om die rol goed te kunnen vervullen voorziet het plan van aanpak op verschillende manieren in betrokkenheid van het college:  De wethouder voor ruimtelijke ordening en wonen is portefeuillehouder en bestuurlijk opdrachtgever voor de brede omgevingsvisie.  De wethouder voor ruimtelijke ordening en wonen en de burgemeester vertegenwoordigen het college in het Kompas.  Alle collegeleden hebben een actieve rol bij de inhoudelijke voorbereiding van de brede omgevingsvisie. Bij de interne sessies nemen ze deel aan het gesprek. Bij het gesprek met de samenleving zijn ze het gezicht van de 9

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

 

Versie 1.1

gemeente, gaan ze in gesprek met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en andere overheden. En in het college voeren ze samen het inhoudelijk gesprek. De portefeuillehouder participatie adviseert over het betrekken van de samenleving bij de voorbereiding van het goede gesprek met de samenleving. Het college stelt het resultaat van iedere fase vast. Het college informeert en adviseert de raad over de tussenresultaten en het eindresultaat van het project.

6. De raad bepaalt in de startnotitie de kaders voor het proces en het resultaat van het project, bepaalt de koers en stelt de brede omgevingsvisie vast.

Figuur 3: Organisatiestructuur

3.4.1.1 Werktafels en -sessies Het kernteam levert niet de inhoud van de brede Omgevingsvisie. De inhoud wordt opgehaald door het organiseren van werktafels (ambtelijk) en werksessies (raadsleden, collegeleden en ambtenaren). Aan de deelnemende ambtenaren (beleid en uitvoering) zal voorafgaand aan tafels en sessies aangegeven worden welke input er nodig is om de tafels en sessies te laten slagen. Bijvoorbeeld door een verzoek om een format in te vullen, een pitch voor te bereiden of het gesprek te voeren.

3.4.1.2 Samenstelling kernteam Het kernteam bestaat uit: Projectmanager Strategisch adviseur Adviseur sociaal domein Adviseur fysiek domein Communicatieadviseur Participatieadviseur

Mirelle Kolnaar Tamara Groot Zwaaftink Sylvia van den Berg Marcel Reinders Marion Weinberg Babs van Hunnik-Kamp 10

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

Raadsadviseur

Dianne Baan

3.4.1.3 Samenstelling ambtelijke stuurgroep De ambtelijke stuurgroep bestaat uit: Gemeentesecretaris Manager Fysiek Domein Manager Sociaal Domein Projectmanager

Adrie Ouwehand Dick Schipper Frank Terpstra Mirelle Kolnaar

3.4.1.3 Samenstelling Kompas Het kompas bestaat uit: Vertegenwoordigers van de raadsfracties Vertegenwoordigers namens het college Leden ambtelijke stuurgroep Namens het kernteam

Definitieve invulling volgt Jan van den Bosch, portefeuillehouder Jorrit Eijbersen Adrie Ouwehand Dick Schipper Frank Terpstra Mirelle Kolnaar Tamara Groot Zwaaftink Dianne Baan

Afhankelijk van de fase waarin het project verkeert zullen ook de communicatie- en participatieadviseurs aansluiten.

3.4.2 Informatie We onderzoeken of we voor het project een pagina kunnen toevoegen aan de website van de gemeente. Intern worden alle stukken digitaal gestald op een plek die voor alle medewerkers toegankelijk is.

3.4.3 Communicatie Communicatie en participatie zijn heel belangrijk voor het welslagen van dit project. In het kernteam zijn daarom specialisten op dit gebied vertegenwoordigd. Voor iedere stap wordt een participatieplan opgesteld. De noodzakelijke communicatie wordt daarvan afgeleid.

3.4.4 Kwaliteit In de startnotitie zijn de kwaliteitseisen waaraan de brede omgevingsvisie moet voldoen beschreven.

11

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

Bijlage 1 bij Plan van aanpak Hellendoorn 2040: Milieueffectrapportage (MER)

De milieueffectrapportage In Nederland is het verplicht om voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een MER-procedure te doorlopen en een MER op te stellen. De procedure is bedoeld om het milieubelang en de belangen vanuit onder meer gezondheid, duurzaamheid en veiligheid volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen.

De MER-plicht Of een MER procedure en een MER verplicht zijn, hangt af van twee vereisten: 1. Het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma Daarvan is sprake als de vaststelling van het plan of programma is geregeld in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen. De Omgevingswet bepaalt dat de volgende omgevingswetinstrumenten aan dit vereiste voldoen: a. De omgevingsvisie b. Het programma (zowel de verplichte als vrijwillige programma’s c. Het omgevingsplan d. De voorkeursbeslissing (als onderdeel van het Projectbesluit). Het projectbesluit is geen gemeentelijk instrument. 2.

Het plan of programma moet een kader vormen a. Of het plan of programma vormt een kader voor te nemen besluiten voor MER(beoordelings)plichtige projecten. b. Of voor het plan of programma een passende beoordeling in het kader van natuur moet worden gemaakt

Een 'kader' moet concreet genoeg zijn en bindend voor een later MER-plichtig of MERbeoordelingsplichtig besluit. Van 'een kader vormen' is bijvoorbeeld sprake als een locatie- of tracékeuze in het plan is opgenomen. Maar het kan ook gaan om andere keuzes, zoals de capaciteit van een afvalverwerkingsinstallatie. De inhoud van een plan of programma bepaalt dus mede de eventuele MER-plicht. Vaak voldoen een omgevingsvisie, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing aan dit vereiste. De inhoud van een programma kan heel divers zijn. Voor een programma is het minder vanzelfsprekend dat het een kader vormt voor te nemen besluiten voor MER-(beoordelings)plichtige projecten.

Plan-MER-beoordeling In een aantal gevallen is het mogelijk om eerst een plan-MER-beoordeling te doen. Of dit kan moet u beoordelen aan de hand van een aantal criteria. Hieruit blijkt of het plan of programma aanzienlijke

12

1.2 Projectmatig werken - Plan van Aanpak

Versie 1.1

milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-MER-beoordeling is mogelijk als:   

het om een kleine wijziging van een plan of programma gaat het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau het plan het kader vormt voor projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn opgenomen maar die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben.

Afweging Met de vraag: óf een Omgevingsvisie MER moet ondergaan - gaan gemeenten verschillend om. Op basis van de adviezen die de Commissie MER over gemeentelijke Omgevingsvisies gaf gebeurt dit waarschijnlijk vaker niet dan wel. Dat kan mede te maken hebben met het abstractieniveau van de Omgevingsvisie waarvoor gemeenten kiezen en daarbij de interpretatie of de Omgevingsvisie al dan niet:  

kaderstellend is voor te nemen besluiten voor MER-plichtige of MER- beoordelingsplichtige projecten, en/of voor een passende beoordeling die in het kader van natuur moet worden gemaakt.

Bij de afweging over de vraag of een MER opgesteld moet worden is het van belang na te gaan in hoeverre de Omgevingsvisie kaderstellende, dan wel concrete uitspraken doet over de categorieën van MER-plichtige activiteiten die op de C- en D-lijst staan van de bijlage bij het Besluit MER. Deze categorieën gaan onder andere over de aanleg of wijziging van nieuwe wegen (C1.3 en D1.2), de wijziging of uitbreiding van industrieterreinen (D11.3) en de aanleg, wijziging of uitbreiding van stedelijke ontwikkelingsprojecten, waaronder woningbouwlocaties (D11.2). De categorieën op de Cen D-lijst kennen ondergrenzen. Zo is bij woningbouw pas sprake van een formele MERbeoordelingsplicht vanaf 2.000 woningen per locatie en geldt voor de wijziging van industrieterreinen een ondergrens van 75 hectare.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14429445/2