CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerptoelichting omgevingsplan Hellendoor Veldhuizenweg 4

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HellendoornBij agendapunt: Vaststellen wijziging omgevingsplan Veldhuizenweg 4 Hellendoorn16.294 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4

Status: Ontwerp

Maart 2025

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hellendoorn, Veldhuizenweg 4

Plannaam:

Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hellendoorn, Veldhuizenweg 4

Plantype:

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1

INLEIDING.............................................................4

1.1 AANLEIDING .............................................................................................................. 4 1.2 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................... 4 1.3 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 4 1.3.1 ALGEMEEN............................................................................................................. 5 1.3.2 BESCHRIJVING BESTEMMINGEN EN AANDUIDINGEN ............................................................... 6 1.4 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................7

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING .................................................8

3.1 3.2

VOORGENOMEN ONTWIKKELING ........................................................................................ 8 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE ............................................................................ 10

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

ALGEMEEN .............................................................................................................. 12 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 12 LANDSCHAPPELIJKE EN/OF STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ..................................................... 13

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 12

BELEIDSKADERS.................................................... 14

RIJKSBELEID ........................................................................................................... 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 21

HOOFDSTUK 6

OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 26

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 27

7.1 VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 27 7.2 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 29 7.3 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PLANGEBIED ...................................................... 29 7.3.1 WATERTOETS ....................................................................................................... 29 7.3.2 WATERPARAGRAAF ................................................................................................. 29 7.4 CONCLUSIE ............................................................................................................. 30

HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 31 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 33 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 34 GEUR ................................................................................................................... 35 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 36 GEZONDHEID .......................................................................................................... 37

HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 40

WETTELIJK KADER .................................................................................................. 40 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 40 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 40 CONCLUSIE .......................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 11 11.1

BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................38

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 38 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 39 CONCLUSIE ............................................................................................................. 39

HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU ................. 31

M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 42

ALGEMEEN........................................................................................................... 42

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp 11.2 11.3

SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 42 CONCLUSIE .......................................................................................................... 42

HOOFDSTUK 12 12.1 12.2 12.3

ALGEMEEN........................................................................................................... 43 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 43 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 43

HOOFDSTUK 13 13.1 13.2 13.3

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 43

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 44

PARTICIPATIE ....................................................................................................... 44 AFSTEMMING OVERLEGPARTNERS ................................................................................. 44 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................... 44

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................45 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

ERFINRICHTINGSTEKENING VELDHUIZENWEG 4 ........................................................... 45 BEELDKWALITEITSPLAN ...................................................................................... 46 WATERTOETS ................................................................................................. 47 VERKENNEND BODEMONDERZOEK VELDHUIZENWEG 4 ................................................... 48 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................... 49 AERIUS-BEREKENING ...................................................................................... 50

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

HOOFDSTUK 1

1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende toelichting van het omgevingsplan Nijverdal heeft betrekking op een perceel in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn, te weten de Veldhuizenweg 4 te Hellendoorn. Aan de Veldhuizenweg 4 bevinden zich planologische mogelijkheden voor het realiseren van in totaal vier woningen, twee direct aan de Veldhuizenweg en twee woningen in de tweede lijn. Hiervan is er één woning aanwezig. Initiatiefnemer wenst een bouwrecht aan de Veldhuizenweg 4 te verplaatsen naar de overzijde van de weg. Daarnaast wenst initiatiefnemer een bouwrecht vast te leggen in een sloopvoucher, zodat op een andere locatie in het buitengebied een woning gerealiseerd kan worden. Voor het realiseren van deze woning zal een afzonderlijke planologische procedure doorlopen worden. De nieuwe woonpercelen worden landschappelijk ingepast. Het voornemen is strijdig met het geldende omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggend wijzigingsbesluit voorziet in de gewenste juridisch-planologische kader en toont aan de het voornemen in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.

1.2

Ligging van het plangebied

De Veldhuizenweg 4 ligt in het buitengebied, circa 1,3 ten noorden van de kern Hellendoorn. De locatie is met rood weergegeven op de topografische kaart in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied (bron: PDOK)

Het omgevingsplan

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Hellendoorn. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: •

Omgevingsplan gemeente Hellendoorn met AKN-nummer /akn/nl/act/gm0163/2020/omgevingsplan (vastgesteld op 22 januari 2024); Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ (vastgesteld op 20 april 2009).

•

Specifiek ter plaatse van Veldhuizenweg 4: •

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Olthofsweg – Veldhuizenweg’ (28-0120214)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp Het omgevingsplan bevat in de geldende situatie uitsluitend de regels van de bruidsschat.

1.3.1 Algemeen De gronden binnen bestemmingsplan “Buitengebied” zijn voorzien van de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden’ (met de lettertekenaanduiding ‘specifieke vorm van waarde - kleinschalig landschap’), ‘Natuur’ en ‘Wonen’. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Leiding – Gas’ en ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’ en de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Verwervingsgebied’. De gronden binnen bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Olthofsweg-Veldhuizenweg” zijn voorzien van de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden’ (met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van waarde - kleinschalig landschap’ en ‘erf’) en ‘Wonen’. Daarnaast gelden ook hier de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’ en de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Verwervingsgebied’. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is indicatief aangegeven middels de rode omlijning. Aansluitend wordt beknopt ingegaan op de ter plaatse geldende bestemmingen en aanduidingen.

Afbeelding 1.3

Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

1.3.2 Beschrijving bestemmingen en aanduidingen De gronden binnen bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Olthofsweg-Veldhuizenweg” zijn voorzien van de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden’ (met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van waarde - kleinschalig landschap’ en ‘erf’) en ‘Wonen’. Daarnaast gelden ook hier de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’ en de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Verwervingsgebied’. De bestemmingen uit bestemmingsplan “Buitengebied” komen qua bouw- en gebruiksregels grotendeels overeen met de gelijknamige bestemmingen uit bestemmingsplan “Buitengebied, herziening Olthofsweg-Veldhuizenweg”. Onderstaande omschrijving van de geldende bestemmingen en aanduidingen gelden dan ook voor beide bestemmingsplannen, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven.

De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor agrarische bedrijvigheid, de instandhouding van het kleinschalig landschap ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - kleinschalig landschap’, tuinen en erven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'erf' en overeenkomstig de bestaande situatie en bijbehorende voorzieningen De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor bosbouw, instandhouding en ontwikkeling van bos ten behoeve van aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, zoals geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarde en instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden met heide en met natte en droge natuur. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wonen, beroep aan huis en tuinen en erven. Per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan (binnen het plangebied zijn vier bestemmingsvlakken ‘Wonen’ aanwezig, dus 4 woningen toegestaan). De voor ‘Leiding – Gas’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aardgastransportleiding en daarbij behorende voorzieningen.

De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor onderzoek naar en bescherming van naar verwachting aanwezige archeologische waarden. De gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Verwervingsgebied’ heeft in voorliggend geval geen specifieke werking. 1.3.3

Strijdigheid

Op basis van het geldende tijdelijke omgevingsplan, waar de bestemmingsplannen onderdeel vanuit maken, is het niet mogelijk een woning aan de overzijde van de Veldhuizenweg 4 te realiseren, omdat ter plaatse geen woonbestemming geldt. Daarnaast dienen twee bouwvlakmogelijkheden ten noorden van de Veldhuizenweg 4 te worden wegbestemd. De voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk gemaakt worden door middel van een wijziging van het omgevingsplan waarbij de landschappelijke inpassing juridisch-planologisch ook wordt verankerd.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het plangebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

De Veldhuizenweg 4 betreft een woonperceel en agrarische gronden. De ruimtelijk functionele structuur van de omgeving kenmerkt zich door agrarische cultuurgronden, woonpercelen in een lint, een bedrijfsperceel en bos-/ natuurpercelen. Het noordelijke deel van het plangebied wordt aan west-, noord- en oostzijde door agrarische cultuurgronden begrensd. Ten zuiden bevindt zich de Veldhuizenweg. Het zuidelijke deel van het plangebied wordt aan de noordzijde door de Veldhuizenweg begrensd. Aan de overige zijden bevinden zich bospercelen. Het noordelijke deel is grotendeels onverhard. De bebouwing bestaat uit een woning met bijgebouwen in het zuiden van het deelgebied. Daarnaast staan er in het noorden nog twee bijgebouwen. In het noordoosten van het deelgebied is een rijbak aanwezig en in het westen bevindt zich een waterpartij. Het zuidelijke deel betreft een onbebouwd weideperceel. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de Veldhuizenweg 4 opgenomen. De begrenzing is indicatief met rode lijn aangeduid.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto Veldhuizenweg 4 (Bron: Atlas van Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

HOOFDSTUK 3

3.1

PLANBESCHRIJVING

Voorgenomen ontwikkeling

Ter plaatse van de Veldhuizenweg zijn bouwmogelijkheden aanwezig voor het realiseren van drie extra woningen, naast de bestaande woning. Het eerste noordelijke woonperceel zal worden verplaatst naar het nu onbebouwde perceel aan de overzijde van de Veldhuizenweg. Het tweede noordelijke woonperceel wordt wegbestemd en vastgelegd in een sloopvoucher, zodat er op een andere locatie in het buitengebied een woning gerealiseerd kan worden. Als gevolg hiervan wordt voorkomen dat er tweedelijns bebouwing ontstaat. Daarnaast wordt voorzien in een stuk natuurontwikkeling door het realiseren van circa 3.000 m2 bos. Ten behoeve van de nieuwe situatie is een erfinrichtingstekening opgesteld. In afbeeldingen 3.1 en 3.2 zijn hier uitsneden van opgenomen. In afbeelding 3.3 is weergegeven waar de natuurontwikkeling is voorzien. De erfinrichtingstekeningen zijn eveneens als bijlage 1 bijgevoegd.

Afbeelding 3.1

Uitsnede erfinrichtingstekening uitgezoomd (Bron: De Erfontwikkelaar)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

Afbeelding 3.2

Uitsnede erfinrichtingstekening ingezoomd (Bron: De Erfontwikkelaar)

Afbeelding 3.3

Natuurontwikkeling (Bron: De Erfontwikkelaar)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp De landschappelijke inpassing voorziet onder meer in de aanplant van een bomenrij zwarte elsen op de noordelijke perceelsgrens (zie nummer 5). Daarnaast wordt het woonerf van de woning naast de Veldhuizenweg 4 aan de noordzijde door een bomenrij begrensd, waarbij lindes worden aanplant (zie nummer 7). Aan de westzijde van deze woning wordt een houtsingel gerealiseerd ter afscheiding van het naastgelegen woonperceel Veldhuizenweg 4d (zie nummer 4). Ter plaatse van de te realiseren woning wordt voorzien in een bomenrij langs de Veldhuizenweg (zie nummer 5). De te verplaatsen woning aan de Veldhuizenweg ligt in een gebied dat door de provincie Overijssel is aangemerkt als ‘Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)’. Vanuit landschappelijk oogpunt is het wenselijk de woning naar deze plek te verplaatsen, omdat hierdoor de tweedelijns bebouwing die nu is toegestaan wordt opgeheven. Daarnaast wordt ter compensatie van het bouwen binnen de ‘Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)’ voorzien in het realiseren van circa 3.000 m2 bos (zie afbeelding 7). Hiermee is sprake van een aanvullende investering in de ruimtelijke kwaliteit, die in het kader van KGO benodigd is.

3.2

Infrastructuur en openbare ruimte

3.2.1

Algemeen

Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het plangebied. 3.2.2

Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 744 (augustus 2024)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke Nota Parkeernormen – herziene uitgave 2021 (vastgesteld d.d. 21 september). De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Hellendoorn. 1. De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningbouwverenigingen, makelaars, enzovoort). 2. De nota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke plannen en bouw- en verbouwprojecten in de gemeente Hellendoorn en niet voor bestaande parkeersituaties. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • •

Verstedelijkingsgraad: Niet stedelijk Stedelijke zone: Buitengebied Type functie: koop (vrijstaand)

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. Parkeerbehoefte Op basis van vorenstaande gegevens is ter plaatse van de woningen sprake van een parkeerbehoefte van afgerond 3 parkeerplaatsen. Zoals uit de erfinrichtingstekening in afbeelding 3.1 en 3.2 blijkt, is er ruim voldoende ruimte om op eigen terrein in de parkeerbehoefte te voorzien.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp Verkeersgeneratie en ontsluiting De voorgenomen ontwikkeling zorgt niet voor een toename van de verkeersgeneratie. Aan de Veldhuizenweg mogen in de huidige situatie in totaal vier woningen aanwezig zijn. De nieuwe planologische situatie voorziet nog in maximaal drie woningen aan de Veldhuizenweg. De verkeersgeneratie neemt hier dan ook af. 3.2.4

Conclusie

Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

HOOFDSTUK 4

4.1

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN

Algemeen

In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.

Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Algemeen

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp 4.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Wanneer een plan voorziet in woningen niet meer dan 11 woningen dan kan dit niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’. Gelet op vorenstaande is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

4.3

Landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden

Het plan wordt in zijn geheel landschappelijk ingepast. Voornamelijk aan de Veldhuizenweg 4 waar twee woningbouwrechten verwijderd of verplaatst worden, veranderd het een en ander aan landschappelijke inpassing. Ter plaatse van Veldhuizenweg 4 wordt er voorkomen dat er tweedelijnsverbouwing ontstaat, wat niet passend is in het gebied. Daarnaast wordt er voorzien in een stuk natuurontwikkeling door het realiseren van circa 3.000 m 2 bos. In hoofdstuk 3 en bijlage 1 wordt hier verder op ingegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

HOOFDSTUK 5

BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 5.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb’s)

Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o

o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

5.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 5.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •

Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: •

• •

•

5.2.2

door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 5.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2.

Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.

Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

Afbeelding 5.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

5.2.4 Toetsing aan het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 5.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name de artikelen 4.5, 4.8 en 4.11 lid 1 van belang. Op de betreffende artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 4.5: Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: • •

dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 4.5 van de Omgevingsverordening Overijssel In geval van voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving. Er worden namelijk één woning aansluitend aan de kern Daarlerveen teruggebouwd ter compensatie van de sloop van circa 1.080 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Per saldo neemt de hoeveelheid bebouwing in de groene omgeving fors af ten gevolge van voorliggende ontwikkeling. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 4.8: Ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp Artikel 4.11, lid 1: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving 1. Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. Daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. Het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit c. In het geval de nieuwvestiging of grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met natuur en Water, de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.8 en 4.11, lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hellendoorn. Deze meerwaarde vertaalt zich in: • • •

het verwijderen van de planologische mogelijkheden voor de tweedelijns bebouwing aan de Veldhuizenweg; het versterken van de landschappelijke kwaliteit (zie ook paragraaf 3.2), door het plangebied conform de gebiedskenmerken landschappelijk in te passen; het realiseren van 3.000 m2 bos ter compensatie van het realiseren van een woning binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Water er Natuur.

De investeringen in de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden.

kwaliteit

staan

in

verhouding

met

de

geboden

5.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt in de ontwikkelingsperspectieven ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’, ‘Natuurnetwerk Nederland’ en ‘Zone ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland’. “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap” Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. “Natuurnetwerk Nederland” Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan in Overijssel de kwaliteitsambities Natuur als ruggengraat en Continu en Beleefbaar watersysteem voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk.

Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Daarbij hanteren we zogenaamde NNN-spelregels. Binnen de gebieden waar de komende jaren natuurrealisatie plaatsvindt, is medegebruik mogelijk. Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. “Zone ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland” Het ontwikkelingsperspectief Zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) richt zich op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken, bieden wordt ruimte geboden aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp Binnen de Zone ONW buiten het natuurnetwerk is ruimte voor economische dragers die in harmonie met de natuur-, water- en landschappelijke kwaliteiten plaats kunnen vinden. Er zijn kansen voor bijzondere functiecombinaties zoals landbouw en natuur, specifieke vormen van verblijfsrecreatie, nieuwe landgoederen en wonen en werken met versterking van natuur- en/of waterkwaliteit. Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Met het verplaatsen van een woonrecht achter de Veldhuizenweg 4 naar de overkant van de weg en het vastleggen van een woonrecht in een sloopvoucher wordt toekomstige tweedelijns bebouwing aan de Veldhuizenweg voorkomen. De landschappelijke kwaliteit wordt hierbij verbeterd doordat de bestaande woonerven worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing. Daarnaast wordt het bestaande bos dat tot het NNN behoort als ‘Natuur’ bestemd, waarmee het behoud hiervan juridisch beter geborgd wordt. Ter compensatie van het bouwen in de Zone Ondernemen met Natuur en Water wordt 3.000 m2 bos gerealiseerd op een locatie aansluitend aan NNN gebied. Het NNN gebied wordt hierdoor dan ook versterkt. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ter plekke geldende ontwikkelingsperspectieven.

5.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De ‘Stedelijke laag’ wordt in dit geval voor de locaties Reefhuisweg 1 en Hammerweg 16B buiten beschouwing gelaten, aangezien voor het plangebied geen specifieke eigenschappen vanuit deze lagen gelden. De ‘Laag van beleving’ wordt voor alle deelgebieden buiten beschouwing gelaten, omdat er geen specifieke eigenschappen gelden voor deze laag. 1.

De “Natuurlijke laag“

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Dekzandvlakte en ruggen”. “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De gronden in het plangebied zijn grotendeels in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw.

De van oorsprong voorkomende ‘natuurlijke laag’ is daarom niet of nauwelijks meer aanwezig. Wel worden landschapsmaatregelen getroffen met ‘natuurlijke’ soorten, waarmee wordt verwezen naar de oorspronkelijke ‘Natuurlijke laag’. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. 2.

De ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangeduid met de gebiedstypen “Oude Hoevenlandschap” en “Jonge heideen broekontginngingslandschap”. “Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen.

“Jonge heide- en ontginningslandschap” De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Het verplaatsen van de tweedelijns bebouwing, het verminderen van het totaal aantal woningen en de uit te voeren landschapsmaatregelen zijn gericht op de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Voor een nadere beschrijving op de landschappelijke inpassingen wordt verwezen naar paragraaf 3.2 en bijlage 1 bij deze toelichting. De ontwikkeling is in overeenstemming met de gebiedskenmerken van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 5.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

5.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeente beleid is verwoord in tal van beleidsplannen het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp 5.3.1

Omgevingsvisie gemeente Hellendoorn Natuurlijk Avontuurlijk

5.3.1.1 Algemeen De ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’ (vastgesteld d.d. 12 februari 2014) bevat een brede visie op de toekomst en vormt het kader van alle ruimtelijke ontwikkelingen. De visie is opgebouwd in 3 lagen, namelijk identiteit, context en kernvisie: • • •

Identiteit: gericht op versterken en kwaliteit van een gebied: deze geeft deze geeft niet aan welke ontwikkelingen waar mogelijk zijn maar meer binnen welke identiteit een bepaalde ontwikkeling moet worden uitgewerkt/vormgegeven. Context: gericht op de functionele opgave: Dit vanuit het huidige programma; wonen, werken natuur en verkeer. Kernvisie: In de kernvisie zijn de prioriteiten vanuit de workshops gedestilleerd en wordt aangegeven op welke ontwikkeling/wisselwerking de focus ligt.

5.3.1.2 Identiteit, Context en kernvisie 5.3.1.2.1

Identiteit: ‘Beleef de Regge’

De Veldhuizenweg 4 ligt in het identiteitsgebied ‘Beleef de Regge’. De rivier de Regge scheidt twee werelden: het gebied ten westen van de rivier waar de natuur domineert tegenover het gebied ten oosten van de rivier waar de agrarische functie domineert. Het gebied langs de Regge is een overgangsgebied, waar ontwikkelingen worden gestimuleerd als daarbij de identiteit van dit gebied ‘de Regge’ wordt geïntegreerd. De rivier vormt de identiteitsdrager van dit gebied. De Regge is in de loop der jaren voor een groot deel genormaliseerd (rechtgetrokken) en gekanaliseerd (rechthoekig profiel). Hierdoor heeft het Reggedal een groot deel van zijn natuurlijke veerkracht verloren. Samen met het waterschap, landschap Overijssel en de provincie werkt de gemeente aan projecten waarin voor delen van het Reggedal op basis van een blauw-groene (water en natuurontwikkeling) inrichtingsvisie het oude meanderen wordt teruggebracht. Ook bij nieuwe ontwikkelingen kan deze meandering nog meer worden versterkt of beleefbaar worden gemaakt. Menselijke activiteiten vonden lang geleden al langs de rivier de Regge plaats. De Schuilenburg (uit 1339) was een machtige havezate direct aan de Regge bij de verbindingsweg van Zwolle naar Almelo (de Twentsche Weg). Dit terrein is hersteld en heeft nu een recreatieve bestemming.

En uiteraard is de textielindustrie op de kruising van de Regge en de Rijksweg 35 ontstaan. De aanwezigheid van de textielindustrie in Nijverdal heeft een belangrijke stempel gedrukt op het dorp en de omgeving ervan. (Spoor)wegen zijn mede vanwege de textielindustrie aangelegd. Op het Ten Cate-terrein in Nijverdal staan nog gebouwen waarvan een aantal als cultuurhistorisch erfgoed zijn aangewezen. Het project ‘Nijverdal aan de Regge’, waarbij het Ten Cate-terrein aan de PC Stamstraat wordt herontwikkeld, heeft als uitgangspunt de Regge weer beleefbaar te maken vanuit het dorp. Dit project moet nog worden uitgewerkt en vormt de laatste, nog ontbrekende, schakel van de Reggeherstelprojecten. Ontwikkelingen worden in dit gebied, waar van oorsprong al tal van activiteiten plaatsvonden, gestimuleerd. Beleefbaarheid van de Regge kan op verschillende manieren tot stand komen (denk aan avontuurlijke waterrecreatie, avontuurlijke verblijven langs de Regge). Daarbij zal naast de beleefbaarheid van de Regge, ook oog moeten zijn voor het cultuurhistorisch erfgoed. Het cultuurhistorisch erfgoed kan worden benut voor versterking van het imago en de identiteit. 5.3.1.2.2

Context

Buitengebied Het buitengebied is het gebied buiten de dorpen en kernen. In het buitengebied vindt agrarische bedrijvigheid plaats, er wordt gerecreëerd en gewoond en het bevat belangrijke ecologische waarden. In het buitengebied liggen enkele buurtschappen, met een hechte sociale structuur. Vanwege de verwevenheid met het landschap maken deze buurtschappen onderdeel uit van het buitengebied. Het beleid met betrekking tot de hoofdfunctie van het buitengebied, de agrarische bedrijvigheid is vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied. Daarbij kan gedacht worden aan de ontwikkelingsruimte (afhankelijk van de zogenoemde reconstructiezonering), het VAB-beleid, beleid

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp voor niet agrarische bedrijvigheid in het buitengebied, rood voor rood en de kwaliteitsimpuls groene omgeving. 5.3.1.2.3

Kernvisie

Binnen de kernvisie liggen tien concrete opgaven, waarvan zes ruimtelijke en vier procesmatige. De in deze wijziging van het omgevingsplan besloten ontwikkeling maakt geen onderdeel uit van een concrete opgave. 5.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Voorliggende ontwikkeling zal niet direct bijdragen aan het ontwikkelen van de landbouw, maar zal bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Hellendoorn en behoud van de leefbaarheid in het buitengebied. De beoogde woningen wordt gebouwd voor lokale behoefte en vormen daarmee geen belemmering voor de woningbouwprogrammering. Hiermee is de in deze wijziging van het omgevingsplan besloten ontwikkeling als passend aan te merken en is de ontwikkeling in overeenstemming met de beleidsdoelen zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Overigens worden als gevolg van het plan omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragrafen 8.1 en 8.4. 5.3.2

Beleid ‘Nieuw Buitengebied’

5.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad van Hellendoorn heeft op 2 juni 2020 het beleid ‘Nieuw Buitengebied’ vastgesteld. Het doel van het beleid is richting aan toekomstige ontwikkelingen in het buitengebied te geven, maar ook een doorkijk te bieden naar een werkwijze die past in de geest van de Omgevingswet. 5.3.2.2 Stappenplan De basis van het beleid is het stappenplan, waarmee initiatiefnemers op weg worden geholpen bij het vormgeven van nieuwe ontwikkelingen. In afbeelding 4.6 is het stappenplan kort weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Omgevingsplan Hellendoorn, Veldhuizenweg 4 Ontwerp

Afbeelding 5.6

Stappenplan beleid Nieuw Buitengebied (Bron: Gemeente Hellendoorn)

5.3.2.3 Rood voor rood regeling Onderdeel van het beleid is de rood voor rood regeling, waarbij in ruil voor de sloop van landschapontsierende bedrijfsgebouwen en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit de mogelijkheid wordt geboden voor het realiseren van één of meerdere woningen. In ruil voor de sloop van minimaal 1000 m² sloop aan landschapsontsierende voormalige agrarische bedrijfsgebouwen kan een compensatiewoning gebouwd worden. Er kan in plaats van een extra woning onder voorwaarden ook gekozen worden om de eigen woning te vergroten tot een dubbele inhoud van maximaal 1.500 m³. Randvoorwaarde daarbij is wel dat de locatie zich leent voor een dergelijke grote woning en de grote woning dient ook ingepast te kunnen worden binnen het erfinrichtingsplan. Een nadere beoordeling van een dergelijke wens vindt plaats op basis van het stappenplan Nieuw Buitengebied. 5.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het beleid ‘Nieuw Buitengebied’ Stappenplan Stap 1: Zoals uit hoofdstuk 3 blijkt worden de deelgebieden landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16843861/1