Ontwerp bestemmingsplan Raalterdijk 1a te Haarle
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Raalterdijk 1a, Haarle
Juli 2022
Status: Ontwerp
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a”
Bestemmingsplan:
“Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a”
IDN:
NL.IMRO.0163.BPHARAALTERDYK1A-ON01
Status:
Ontwerp
Datum:
Juli 2022
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.6
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 8 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 23
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 26 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
GELUID .................................................................................................................................................... 26 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 33 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 34 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 35
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 37 6.1 6.2
ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 37 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 40
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 42 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 42 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 42 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 43
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 45 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 46 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 46 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 46 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 46
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 47 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
INRICHTINGSPLAN .............................................................................................................................. 48 ADVIES VEILIGHEIDSREGIO TWENTE ....................................................................................................... 49 NOTA PARKEERNORMEN – HERZIENING UITGAVE 2021 ............................................................................. 50 WATERTOETS .................................................................................................................................... 51 ‘SAMEN LEVEN MET WATER 2021-2025, GEMEENTE HELLENDOORN’......................................................... 52
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van een familie erf aan de Raalterdijk 1a te Haarle (hierna: plangebied). Concreet gaat het over een functiewijziging waarbij de huidige recreatiefunctie wordt opgeheven ten behoeve van een reguliere woonbestemming. Planologisch worden er twee woningen toegevoegd zodat de kinderen van de initiatiefnemers op het familie-erf kunnen komen wonen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “Haarle 2017”, omdat op basis van het geldende bestemmingsplan regulier wonen ter plaatse van het plangebied niet is toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Raalterdijk 1a, in het noordwesten van de kern Haarle (gemeente Hellendoorn). Het plangebied bestaat uit de percelen die bij kadaster bekend staan onder de gemeentecode HLD01, sectie S, nummers 886, 888 , 890, 1527, 1528, 1529, 1530. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Haarle (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven (rode omlijning). Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij voorliggend bestemmingsplan.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0163.BPHARAALTERDYK1A-ON01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Haarle 2017” en de “Eerste herziening van het Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Hellendoorn”. Deze bestemmingsplannen zijn op respectievelijk 31 oktober 2017 en 12 oktober 2021 door de gemeenteraad van Hellendoorn vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan voorziet enkel in een juridisch planologische doorvertaling van het gemeentelijk parkeerbeleid. Ter duiding van het geldend planologisch regime is dan ook met name het bestemmingsplan “Haarle 2017” relevant. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan “Haarle 2017” opgenomen. Het plangebied is indicatief aangegeven door middel van de rode lijn.
Afbeelding 1.2
1.5.2
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen
Op basis van het bestemmingsplan “Haarle 2017” zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemming ‘Recreatie’. Binnen de bestemming ‘Recreatie’ zijn drie bouwvlakken opgenomen. Het noordwestelijke bouwvlak beschikt over de functieaanduiding ‘kampeerboerderij’ en heeft de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum bouwhoogte: 9 m, maximum dakhelling: 60 graden, maximum goothoogte: 3,5 m, minimum bouwhoogte: 0 m, minimum dakhelling: 35 graden, en minimum goothoogte 2,5 m’. Verder heeft het noordoostelijk bouwvlak de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum bouwhoogte: 9 m, maximum dakhelling: 60 graden, maximum goothoogte: 3,5 m, minimum bouwhoogte: 0 m, minimum dakhelling: 35 graden, en minimum goothoogte 2,5 m’. Het zuidoostelijke bouwvlak betreft de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum bouwhoogte: 10 m, maximum dakhelling: 55 graden, maximum goothoogte: 6 m, minimum bouwhoogte: 7 m, minimum dakhelling: 30 graden, en minimum goothoogte 2,5 m’. ‘Recreatie’ De voor ‘recreatie’ aangewezen gronden zijn met name bestemd voor recreatieve voorzieningen. Tevens is ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie-kampeerboerderij’ een kampeerboerderij toegestaan. Tot slot is bestaande dienstwoning en water (-huishoudkundige voorzieningen) toegestaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp In de bouwregels is onder andere bepaald dat gebouwen en/of overkappingen uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd mogen worden en dat de ter plaatse aangeduide maatvoering in acht genomen dient te worden. 1.5.3
Strijdigheid
Het voornemen om het perceel in gebruik te nemen ten behoeve van een reguliere woonfunctie is niet in overeenstemming met de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de huidige bestemming ‘Recreatie’. Het geldende bestemmingsplan “Haarle 2017” bevat naast hierboven genoemde strijdigheden geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid om het voornemen mogelijk te maken. Een herziening van het bestemmingsplan is nodig om het voornemen mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Daarbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming met ‘een goede ruimtelijke ordening’ is.
1.6
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de vooroverleg en inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
HOOFDSTUK 2
DE HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied ligt in het noordwesten van de kern Haarle. Het plangebied wordt ontsloten door de Raalterdijk. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een mix van functies zoals wonen, bedrijvigheid, sport en horeca. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een kampeerboerderij, B&B en (dienst)woning. De gebouwen zijn geclusterd in het oosten van het plangebied. Tussen de bebouwing is veelal sprake van erfverharding. Voor het overige deel is het plangebied onbebouwd en ingericht als tuin of grasland. In afbeeldingen 2.1 en 2.2 zijn met respectievelijk een luchtfoto en een impressie van het straatbeeld ter plaatse van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto ligging plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
Afbeelding 2.2
Straatbeeld plangebied (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.
3.1
Gewenste ontwikkeling
Het voornemen bestaat om het huidige recreatie situatie en de ter plaatse aanwezige bebouwing te transformeren naar een woonperceel met drie woningen. De binnen het plangebied aanwezige bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. In de aangrenzende gebouwen worden twee woningen gerealiseerd. Het concrete voornemen bestaat tevens uit de volgende onderdelen: • • • • • •
de perceelsgrenzen worden gewijzigd; twee extra woningen worden gerealiseerd in de voormalige kampeerboerderij, waarvan één levensloopbestendig; het bestaande bijgebouw wordt gehandhaafd als bijgebouw bij een van de extra woningen (woning 2); de bestaande B&B-accommodatie (5 kamers) met bijgebouw inclusief stalmogelijkheid voor de twee ezels blijft; een deel van de opstallen (schutting) wordt gesloopt; er (informele) toegangswegen naar de woningen en de B&B worden gerealiseerd.
In afbeelding 3.1 is de gewenste situatie geschetst.
Afbeelding 3.1
Gewenste situatie Raalterdijk 1a (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke ‘Nota Parkeernormen - herziene uitgave 2021’, vastgesteld d.d. 12 oktober 2021 (zie bijlage 2 van deze toelichting). De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Hellendoorn. 1. 2.
3.2.2
De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningbouwverenigingen, makelaars, enzovoort); De nota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke plannen en bouw- en verbouwprojecten in de gemeente Hellendoorn en niet voor bestaande parkeersituaties. Uitwerking
Op basis van de Nota Parkeernormen - herziene uitgave 2021 gelden de volgende uitgangspunten: • • •
Ligging: rest bebouwde kom Functie: wonen (‘koop, huis, tussenwoning en ‘1* hotel’) Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk
3.2.2.1 Berekening parkeerbehoefte Gewenste situatie Functie en aantal 1* Hotel (5 kamers)
Parkeernorm uitgegaan van het gemiddelde 2,4
Totaal per woningsoort
Koop, huis, tussenwoning (3 woningen) Totaal (afgerond)
2,3
6,9
12
18,9 (19)
In totaal is er in de gewenste situatie sprake van een parkeerbehoefte van (afgerond) 19 parkeerplaatsen. Gelet op de omvang van het plangebied en de ruimte rondom de bebouwing is er ruim voldoende ruimte om het parkeren op eigen terrein op te lossen. 3.2.2.2 Berekening verkeersgeneratie De Nota Parkeernormen - herziene uitgave 2021 van de gemeente Hellendoorn laat zich niet specifiek uit over de verkeersgeneratie die ontwikkelingen met zich meebrengen. Op basis van de CROW-uitgave ‘Toekomstbestendig parkeren’ publicatie 381 (december 2018) is de volgende verkeersgeneratie berekend. Bestaande situatie Functie en aantal 1* Hotel (5 kamers in de B&B)
Gemiddelde verkeersgeneratie uitgegaan van het gemiddelde 6,8
Totaal per woningsoort
1* Hotel (10 kamers in de groepsaccomodatie) Koop, huis, vrijstaand (1 woning)
6,8
68
8,2
8,6
Totaal (afgerond)
34
110,6 (111)
Gewenste situatie Functie en aantal 1* Hotel (5 kamers)
Gemiddelde verkeersgeneratie uitgegaan van het gemiddelde 6,8
Totaal per woningsoort
Koop, huis, tussenwoning (3 woningen) Totaal (afgerond)
7,4
22,2
34
56,2 (57)
Per saldo resulteert de voorgenomen ontwikkeling in een afname van afgerond 54 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De verkeersdruk ten opzichte van de huidige situatie zal geen belemmering vormen voor de ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp 3.2.2.3 Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen vanuit het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar is.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. . 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over kleinschalige woningbouwontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie.
Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op het planologisch toevoegen van twee woningen. Gelet op het vorenstaande is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is in dit geval niet van toepassing. 4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het Rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.
Of - generieke beleidskeuzes Waar - ontwikkelingsperspectieven Hoe - gebiedskenmerken
Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 4.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Hierna worden de lagen nader toegelicht. Of – generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld.
De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1.
2.
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het transformeren van bestaande gebouwen aan de Raalterdijk 1a in de kern Haarle. Wel is het de wens om in beperkte mate nieuwe gebouwen te bouwen in de vorm van bijgebouwen bij de woning(en). Hiervan wordt opgemerkt dat binnen het plangebied reeds stedelijke functies zijn toegestaan (recreatie). Gelet op het vorenstaande is van extra ruimtebeslag op de groene omgeving geen sprake. De gewenste ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.1.3 ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’ uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2
Realisatie nieuwe woningen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp 1.
2.
Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het toevoegen van twee woningen binnen het plangebied. Ten aanzien van de bestaande bedrijfswoning wordt opgemerkt dat deze behouden blijft en wordt herbestemd teneinde deze woning in gebruik te kunnen nemen als ‘reguliere’ woning. Zoals in paragraaf 4.3.2 wordt geconcludeerd is er sprake van een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte naar de beoogde woningen. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel de ontwikkelingsperspectieven “Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” en “Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap”. In afbeelding 4.2 en 4.3 zijn uitsneden van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied zich binnen de rode omlijning bevindt.
Afbeelding 4.2
Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
“Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).
Afbeelding 4.3
Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
“Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap” Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel. Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Het planologisch wijzigen van de recreatiebestemming naar een woonbestemming ten behoeve van drie woningen en een B&B is passend binnen de ontwikkelingsperspectieven. Het voorgenomen initiatief levert geen belemmeringen voor omliggende functies. Voor nadere toelichting hierop wordt verwezen naar het volgende hoofdstuk, waar nader wordt ingegaan op diverse milieu- en omgevingsaspecten.
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkelingsperspectieven zich niet verzet tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Laag van de beleving” wordt buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied of de directe omgeving van toepassing zijn. Voor de stedelijke laag geldt het gebiedskenmerk “Woonwijken 1955 – nu” en “Verspreide bebouwing”. Vanuit de natuurlijke laag geldt het gebiedskenmerk “Dekzandvlakte en ruggen”. Voor de laag van het agrarisch cultuurlandschap betreft dit het gebiedskenmerk “Essenlandschap”. “De Stedelijke laag” De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: a. b.
brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken door het infrastructuurnetwerk
Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Woonwijken 1955 - nu', zoals in afbeelding 4.4 is te zien. Het plangebied is met rode omlijning weergegeven.
Afbeelding 4.4
De “Stedelijke Laag” (Bron: Provincie Overijssel)
'Woonwijken 1955 - nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” Het voornemen betreft het planologisch wijzigen van de recreatiebestemming naar een woonbestemming ten behoeve van drie woningen en een B&B. Hierbij wordt rekening gehouden met de omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Stedelijke laag”. De “Natuurlijke laag” De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan vaneen afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon.
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen', zoals in afbeelding 4.5 is te zien.
Afbeelding 4.5
De “Natuurlijke Laag” (Bron: Provincie Overijssel)
“Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden worden gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandgebieden zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heide-ontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar maken en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij de inrichting. De strekkingsrichting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, dient uitgangspunt te zijn. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijke laag” Voorliggende ontwikkeling betreft het planologisch wijzigen van de recreatiebestemming naar een woonbestemming ten behoeve van drie woningen en een B&B. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is door de bestaande bebouwing niet of nauwelijks meer aanwezig. Met voorliggend plan wordt rekening gehouden met de gebiedskenmerken van omliggend landschap. Geconcludeerd wordt dat de “Natuurlijke laag” geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd.
De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype ‘Essenlandschap’. In afbeelding 4.6 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 4.6
De “Agrarische Laag” (Bron: Provincie Overijssel)
‘Essenlandschap’ Het essenlandschap is een landschap met verspreide erven. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. Ordening vanuit de erven, die de ‘organische’ vormen van landschap volgt. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Ontwikkelingen vergroten de toegankelijkheid van erven en erfroutes. Toetsing van het initiatief aan de “Agrarische laag” De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het planologisch toevoegen van twee woningen binnen het plangebied. Ten aanzien van de bestaande bedrijfswoning wordt opgemerkt dat deze behouden blijft en wordt herbestemd teneinde deze woning in gebruik te kunnen nemen als ‘reguliere’ woning. Met voorliggend plan wordt rekening gehouden met de landschapselementen van het essenlandschap. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Agrarische laag“. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken van toepassing. 4.3.1
‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’
4.3.1.1 Algemeen De ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’ (vastgesteld d.d. 12 februari 2014) bevat een brede visie op de toekomst en vormt het kader van alle ruimtelijke ontwikkelingen. De visie is opgebouwd in 3 lagen, namelijk identiteit, context en kernvisie: •
• •
Identiteit: gericht op versterken en kwaliteit van een gebied: deze geeft deze geeft niet aan welke ontwikkelingen waar mogelijk zijn maar meer binnen welke identiteit een bepaalde ontwikkeling moet worden uitgewerkt/vormgegeven. Context: gericht op de functionele opgave: Dit vanuit het huidige programma; wonen, werken natuur en verkeer. Kernvisie: In de kernvisie zijn de prioriteiten vanuit de workshops gedestilleerd en wordt aangegeven op welke ontwikkeling/wisselwerking de focus ligt.
4.3.1.2 Identiteit, Context en Kernvisie 4.3.1.2.1
Identiteit: ‘Sterke kernen’
De leefbaarheid van de dorpen (Nijverdal en Hellendoorn), de kernen (Daarle, Daarlerveen, Hulsen en Haarle) en de buurtschappen (Egede, Eelen en Raahn, Marle en Hancate) is goed. De lichte daling van het aantal inwoners, ontgroening en vergrijzing zullen ook in de gemeente Hellendoorn hun impact hebben op wonen, zorg, werkgelegenheid en economie. Ondanks deze demografische veranderingen spannen we ons in om in alle dorpen, kleine kernen en buurtschappen een duurzaam samengestelde samenleving in stand te houden, met een voorzieningenniveau dat daarbij hoort. Passende woon-, leef- en zorgmogelijkheden voor alle leeftijdscategorieën vormen daarbij het uitgangspunt. Dat betekent dat we kiezen voor vraaggerichte nieuwbouw voor speciale doelgroepen met de nadruk op combinaties van wonen, welzijn en zorg. Het gaat erom mensen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen en zelfredzaam te blijven. Creatieve initiatieven van alle mogelijke marktpartijen en particulieren op dit gebied zullen we nadrukkelijk faciliteren. Daarbij kiezen we bij voorkeur voor inbreiding in plaats van uitbreiding. Voorgaande vertaalt zich in de volgende ‘plan-ingrediënten’: • •
in de kleine kernen (Daarle, Haarle, Daarlerveen) staat verwevenheid met het buitengebied centraal; In de buurtschappen staat verwevenheid met het landschap centraal;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp • •
Indien mogelijk rekening houden met de omschreven identiteit; Rekening houden met de context laag en de kernvisie laag.
4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’ Voorliggend ontwikkeling voorziet in het toestaan van een functiewijziging van ‘Recreatie’ naar ‘Wonen’, waarbij twee extra woningen worden toegevoegd. Eén van deze woningen wordt een levensloopbestendige woning. Aan de voormalige functie van het perceel wordt een passende vervolgfunctie gegeven, hiermee draagt voorliggend ontwikkeling bij aan de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Verder toont bijlage 1 van deze toelichting dat er wordt bijgedragen aan de verwevenheid met het landschap door de landelijke inpassing van de gewenste ontwikkeling. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat de activiteiten ter plaatse van het plangebied in overeenstemming zijn met de ‘Omgevingsvisie Hellendoorn Natuurlijk Avontuurlijk’. 4.3.2
Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025
4.3.2.1 Algemeen De Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025 is op 17 december 2019 door de gemeenteraad van Hellendoorn vastgesteld. Deze woonvisie is tot stand gekomen samen met woningcorporaties, zorgpartijen, marktpartijen, dorpsraden en inwoners. In deze woonvisie wordt het beleid vanaf 2012 geëvalueerd en is de woningmarktsituatie in kaart gebracht en doorvertaald naar een visie tot 2025. 4.3.2.2 Beleid in hoofdlijnen Het thema van de Woonvisie 2020-2025 is ‘van kwantitatieve opgave naar kwalitatieve kans’. De rode draad hierin is het op peil brengen en houden van een hoog kwaliteitsniveau in de bestaande woningvoorraad. Deze bestaande voorraad is het vertrekpunt van de Woonvisie. Nieuwbouw dient te worden ingezet als kwalitatieve toevoeging op de bestaande woningvoorraad. Woningen worden niet toegevoegd voor korte termijn vraag, maar voor lange termijn behoefte. Woningen die nu gebouwd worden staan er immers voor een lange tijd. Een andere belangrijk uitgangspunt is ‘inbreiding gaat voor uitbreiding’. Woningbouw dient in principe binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd te worden. Daarnaast dragen centrumlocaties meer bij aan structuurversterking van een kern (of gemeente) dan locaties aan de rand. Voor de gemeente Hellendoorn is voor de structuurversterking wenselijk aanvullend gebruik te maken van transformatielocaties en aanpakken van ‘rotte kiezen’.
4.3.2.3 Behoefte De basis voor de onderbouwing van de kwalitatieve behoefte is opgenomen in de woonvisie en de woningmarktanalyse die hieraan ten grondslag ligt (bijlage van de Woonvisie). Uit de gemeentelijke Woonvisie blijkt dat er de komende jaren sprake is van een toename van circa 340 tot 420 huishoudens. Onderliggend speelt echter huishoudensverdunning (meer één- en tweepersoonshuishoudens) en vergrijzing. Het aantal 75-plussers neemt sterk toe, terwijl andere doelgroepen in omvang gelijk blijven of afnemen. In tabel 1 is dit weergegeven. De grootste kwalitatieve woningmarktopgave op de middellange termijn is daarom het passend huisvesten van deze toenemende groep oudere huishoudens. De woningvoorraad in de gemeente Hellendoorn bestaat namelijk grotendeels uit grondgebonden (koop)woningen. Levensloopbestendige woningen voor ouderen (waar ook andere doelgroepen in kunnen wonen) zijn nog beperkt beschikbaar.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
Tabel 1
Ontwikkeling van huishoudens op basis van leeftijd en huishoudenssamenstelling (Bron: Woonvisie 2020-2025, gemeente Hellendoorn (2019))
De woningmarktanalyse laat daarnaast zien dat er voor netto uitbreiding van de woningvoorraad behoefte is aan nultredenwoningen, zowel in het koop als (midden)huursegment. Levensloopbestendige grondgebonden woningen zijn idealiter nultreden. Brede deurposten, geen drempels en gemakkelijk toe te voegen ruimtes, zoals een slaapkamer en badkamer op de begane grond maken de woning geschikt voor ouderen. 4.3.2.4 Woningbouwprogramma en afwegingskader Het woningbouwprogramma van de gemeente Hellendoorn is dynamisch en bestaat uit initiatieven vanuit de gemeente, woningstichting, particulieren en ontwikkelaars/bouwers. Het college kan besluiten om in specifieke gevallen en onder voorwaarden af te wijken van het woningbouwprogramma en nieuwe initiatieven toe te staan. Voorwaarde vanuit de provincie Overijssel is echter dat wanneer nieuwe initiatieven worden toegestaan andere plannen uit het woningbouwprogramma moeten worden geschrapt. Om te helpen bij het maken van bewuste keuzes over welke woningtypen worden toegestaan en op welke (structuurversterkende) plekken in de gemeente, is in de Woonvisie 2020-2025 een afwegingskader opgesteld. Door de stappen in het afwegingskader te doorlopen ontstaat een gesprek over de toegevoegde waarde van een nieuwbouwplan.
Essentieel is dat kiezen voor een bepaald plan altijd gevolgen heeft voor de bestaande voorraad en ook voor andere nieuwbouwplannen. Het afwegingskader helpt bij het beoordelen en beargumenteren (van de gevolgen) van een plan. De eerste twee criteria van het afwegingskader zijn dwingend: er moet voorzien worden in een kwalitatieve behoefte en het plan moet op een inbreidingsplek liggen. 4.3.2.5 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025 In voorliggend geval is sprake van het transformeren van de voormalige kampeerboerderij naar een locatie met drie woningen. Omdat er reeds een bedrijfswoning aanwezig is, is er sprake van het toevoegen van twee woningen. Door de ontwikkeling wordt bijgedragen aan de leefbaarheid van de gemeente Hellendoorn, aangezien zo een lokaal initiatief wordt bediend en er een passende huisvesting wordt gerealiseerd voor de inwoners, namelijk de kinderen van de initiatiefnemers die op het familie-erf zullen komen te wonen. De ontwikkeling sluit daarnaast goed aan bij de gemeentelijke ambitie om zoveel mogelijk in te zetten op ‘inbreiding’ in plaats van ‘uitbreiding’. Verder wordt één van de woningen levensloopbestending en voorziet hiermee in de behoefte aan woningen voor ouderen, waar eventueel ook andere doelgroepen in kunnen wonen.
Geconcludeerd wordt dat het initiatief goed aansluit bij de beleidsambities zoals beschreven in de Woonvisie. 4.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de voorgenoemde beleidsstukken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
De geplande woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelige objecten. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. Industrielawaai Het plangebied ligt niet in of nabij een zone van een gezoneerd bedrijventerrein. Daarom wordt niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet in de nabijheid van spoorwegen. Er wordt dan ook niet nader op het aspect railverkeerslawaai ingegaan. Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a” Ontwerp De bestaande (bedrijfs)woning aan de Raalterdijk 1a betreft een bestaande woning en kan daarom buiten beschouwing worden gelaten. In artikel 76 van de Wgh is namelijk bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het herbestemmen van de bestaande (bedrijfs)woning aan de Raalterdijk 1a. Hierna wordt uitsluitend ingegaan op de beoogde twee nieuwe woningen. In de directe omgeving van het plangebied zijn primair 30 km/uur wegen aanwezig. Volgens jurisprudentie blijkt een 30 km/uur weg echter in de beoordeling te moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB). De wegen gelegen rondom het plangebied zijn hoofdzakelijk bedoeld voor bestemmingsverkeer, voornamelijk in de vorm van personenwagens. Van zwaar verkeer is niet of nauwelijks sprake. De wegen worden gebruikt ter ontsluiting van de aangelegen woningen / nabij gelegen woonwijken en overige functies waarbij sprake is van een geringe verkeersintensiteit. Gelet op het vorenstaande wordt het uitvoeren van een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Opgemerkt wordt dat het plangebied wel binnen de wettelijke geluidszone van de Raalterdijk ligt.
Op een afstand van circa 125 meter van de dichtstbijzijnde beoogde woning geldt voor de Raalterdijk een snelheidsregiem van 50 km/uur. Hiervoor geldt een wettelijke geluidszone van 200 meter. Omdat het hier gaat om een weg met een lage verkeersintensiteit kan er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat de voorkeurswaarde van 48 dB op de gevels van de nieuwe woningen niet zal worden overschreden. Gelet op het vorenstaande wordt het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk geacht. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.1.3