Ontheffing Wet natuurbesherming Terhoeksweg 1 Haarle
Tekst van het document
BESCHIKKING Wet Natuurbescherming - ontheffing soorten ruimtelijke ontwikkeling
Aanvrager
Ter Steege Holding B.V., B. Hallink
Aangevraagde activiteiten :
Het slopen van gebouwen en het nieuwbouwen van een woning
Datum ontvangst aanvraag :
24.03.2023
Locatie :
Terhoeksweg 1 - 1A, 7448RX Haarle
Datum beschikking :
29.01.2024
Kenmerk :
D2023-00022391
Zaaknummer :
2023-009034
Deze beschikking is als volgt opgebouwd: A.
BESLUIT ONTHEFFING SOORTEN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING .................................... 4
A.1
Aanvraag ....................................................................................................................... 4
A.2
Besluit ........................................................................................................................... 4
A.3
Ondertekening en verzending ........................................................................................ 4
A.4
Niet mee eens? .............................................................................................................. 6
B.
VOORSCHRIFTEN BIJ HET BESLUIT ................................................................................ 7
B.1
Informatie die van belang is bij melden of contact met bevoegd gezag .......................... 7
B.2
Algemeen ...................................................................................................................... 7
B.3
Soortspecifiek ................................................................................................................ 8
B.4
Overige zaken .............................................................................................................. 10
C.
OVERWEGINGEN BIJ HET BESLUIT ............................................................................... 11
C.1
BEVOEGDHEID, PROCEDURE EN TOETSINGSKADER ...................................................... 11
C.2
C.3
D.
C.1.1
Bevoegdheid .............................................................................................. 11
C.1.2
Procedure .................................................................................................. 11
C.1.2.1
Overeenstemming andere provincie ........................................................... 11
C.1.2.2
Adviesverzoek aan gemeente..................................................................... 11
C.1.2.3
Relevante overige besluiten ....................................................................... 11
C.1.3
Toetsingskader soorten ............................................................................. 11
C.1.3.1
Wettelijke regels ....................................................................................... 11
C.1.3.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 12
C.1.3.3
Jaarrond beschermde vogelnesten ............................................................. 12
WEERGAVE VAN DE FEITEN .......................................................................................... 13 C.2.1
Aanvraag ontheffing beschermde soorten .................................................. 13
C.2.1.1
Omschrijving van het project / activiteiten ................................................ 13
C.2.2
Doel van het project .................................................................................. 14
C.2.3
Soorten waarvoor ontheffing wordt gevraagd ............................................ 14
C.2.4
Periode ...................................................................................................... 14
C.2.5
Onderliggende documenten ....................................................................... 14
C.2.6
Aanvullende gegevens ............................................................................... 14
TOETSING AANVRAAG ONTHEFFING SOORTEN ............................................................. 15 C.3.1
Inhoudelijke beoordeling ........................................................................... 15
C.3.1.1
Onderzoeksmethode en resultaten onderzoek ............................................ 15
C.3.1.2
Effectbeoordeling, mitigatie en staat van instandhouding .......................... 15
C.3.1.3
Beschrijving noodzaak ontheffing .............................................................. 17
C.3.1.4
Geen andere bevredigende oplossing / alternatievenafweging................... 17
C.3.1.5
Wettelijk belang van het project ................................................................ 17
C.3.1.6
Toetsing aan overige vereisten .................................................................. 18
C.3.1.7
Zorgplicht blijft altijd gelden ...................................................................... 18
SLOTCONCLUSIE .......................................................................................................... 19
Pagina 2 van 21
E.
BIJLAGE ....................................................................................................................... 20
Pagina 3 van 21
A.
BESLUIT ONTHEFFING SOORTEN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
A.1
Aanvraag
De heer Wiegel van het adviesbureau Ecofect B.V. heeft, namens uw organisatie, een aanvraag om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming – onderdeel soorten1 (verder Wnb - soorten) bij ons ingediend. Deze hebben wij op 24 maart 2023 ontvangen en geregistreerd onder zaaknummer 2023009034. De aanvraag heeft u tussentijds gewijzigd2. Deze gewijzigde aanvraag is het uitgangspunt voor deze ontheffing. Op 15 augustus 2023 en op 12 oktober 2023 hebben wij aanvullende gegevens ontvangen. De aanvraag is gedaan vanwege het slopen van gebouwen en het nieuwbouwen van een woning. In dit document geven wij ons besluit weer. A.2
Besluit
Wij besluiten u een ontheffing3 te verlenen van verbodsbepalingen voor soorten van de Vogelrichtlijn en nationaal beschermde soorten. In het bijzonder gaat het om het verbod om nesten, rustplaatsen en eieren van de huismus en de boerenzwaluw opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van de huismus en de boerenzwaluw weg te nemen4 en om het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de egel en de steenmarter opzettelijk te beschadigen of te vernielen5. Deze ontheffing heeft betrekking op het slopen van gebouwen en het nieuwbouwen van een woning voor de locatie Terhoeksweg 1 - 1A te Haarle. Deze ontheffing treedt in werking een dag na de verzenddatum van dit besluit en is geldig tot en met 24 juli 2026. Verder besluiten wij dat de volgende stukken/delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de ontheffing, voor zover niet in strijd met de voorschriften zoals weergegeven in B. Voorschriften bij het besluit. ▪ Ecofect B.V., 20 december 2023, Projectplan; ▪ Odin Landschapsontwerpers, 1 maart 2023, Berghoeve Erfinrichting, beplanting en beheer. De motivering voor ons besluit is in C. Overwegingen bij het besluit weergegeven. Voorschriften Aan ons besluit verbinden wij voorschriften. Deze zijn in B. Voorschriften bij het besluit weergegeven. A.3
Ondertekening en verzending
Een afschrift van dit besluit is tevens verzonden aan: a. Burgemeester en wethouders van gemeente Hellendoorn; b. Ecofect B.V., P. Wiegel. Zwolle, maandag 29 januari 2024
Met vriendelijke groet,
1 2 3 4 5
In het kader van art. 3.3, eerste lid Wnb en art. 3.10, tweede lid, in samenhang met art. 3.8, eerste lid Wnb Kenmerk provincie D2023-00027749 Op basis van art. 3.3, eerste lid Wnb en art. 3.10, tweede lid, in samenhang met art. 3.8 Wnb Art. 3.1, tweede lid Wnb Art. 3.10, eerste lid, sub b Wnb
Pagina 4 van 21
namens Gedeputeerde Staten van Overijssel, [Naam teamleider] teamleider [Naam team]
Deze brief is voorzien van een elektronische ondertekening.
Pagina 5 van 21
A.4
Niet mee eens?
Als u het niet eens bent met dit besluit kunt u bezwaar maken Stuurt u dan een bezwaarschrift aan ons. Wij controleren dan of wij een juist besluit hebben genomen. Uw bezwaarschrift is een brief die aan een aantal eisen moet voldoen. De wet stelt eisen aan uw bezwaarschrift. Die eisen zijn: ▪ U zegt met welk besluit u het niet eens bent. Dit doet u door in uw bezwaarschrift het kenmerk te vermelden dat in onze brief staat. ▪ U zegt waarom u het niet eens bent met dit besluit. ▪ U zet uw naam, adres, handtekening en de datum op uw bezwaarschrift. ▪ U verstuurt het bezwaarschrift op tijd. Op onze brief staat een verzenddatum. U stuurt ons binnen zes weken na die datum uw bezwaarschrift. Uw bezwaarschrift kunt u op 3 manieren aan ons versturen. ▪ Met de post naar: Gedeputeerde Staten van Overijssel, team Juridische Zaken, Postbus 10078, 8000 GB Zwolle. ▪ Via ons digitale bezwaarformulier. U vindt het formulier via: https://regelen.overijssel.nl/Producten_en_diensten/Bezwaar_klacht_informatie_schade/Bezwaar_t egen_beslissing_provincie_Overijssel. ▪ Via een e-mail naar klachtenenbezwaar@overijssel.nl. Wat als u niet kunt wachten tot er een nieuw besluit is genomen? Ook als u bezwaar maakt treedt dit besluit gewoon in werking. Dat kan vervelende gevolgen voor u hebben.
U kunt de rechtbank dan vragen een voorlopige beslissing te nemen, door een zogeheten ‘voorlopige voorziening’ aan te vragen. Dit is een aparte procedure die loopt naast de door u gestarte bezwaarprocedure. Voor de behandeling van uw verzoek om een voorlopige voorziening betaalt u een bedrag. De rechter kan beslissen dat wij dat bedrag aan u moeten vergoeden. Voor informatie over het indienen van een verzoek belt u met de rechtbank Overijssel: 088 - 361 55 55.
Pagina 6 van 21
B.
VOORSCHRIFTEN BIJ HET BESLUIT
Het besluit, de voorschriften en de overwegingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. B.1
Informatie die van belang is bij melden of contact met bevoegd gezag
Geeft u in de e-mail (overijsselloket@overijssel.nl) naar ons of in een telefoongesprek (038 499 88 99) altijd aan dat het gaat om de Wet natuurbescherming - soortenbescherming, de naam van het project en ons kenmerk van dit besluit (D2023-00022391). Daarmee is direct duidelijk voor welk deel van de organisatie de melding of uw verzoek tot contact bestemd is. B.2
Algemeen
1.
Deze ontheffing is alleen geldig voor (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing.
2.
Minimaal zeven werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden informeert u ons over de startdatum door een e-mail te sturen naar overijsselloket@overijssel.nl. Geeft u bij de melding aan: ▪ de contactpersoon ter plaatse, inclusief het mobiele telefoonnummer van de contactpersoon; ▪ de naam van de begeleidend ecologisch deskundige6, inclusief het mobiele telefoonnummer van deze persoon; ▪ het adres waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Wanneer contactgegevens wijzigen, informeert u ons hierover.
3.
De ontheffinghouder neemt direct contact op met het Overijssel Loket, telefoonnummer 038 499 88 99 als bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen. Als het voorkomen van overtreding van verbodsbepalingen niet mogelijk is moet u de activiteiten direct staken. De effecten van de activiteiten voor de aangetroffen soort moet de ontheffinghouder in beeld brengen en doorgeven. Daarbij moeten ook de maatregelen worden meegenomen die nodig zijn om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Alleen na toestemming van de provincie mag het werk worden hervat.
4.
Als de ontheffinghouder het voornemen heeft af te wijken van de uitvoeringsperiode, de voorgeschreven middelen of van de voorgenomen handelingen als weergegeven in de aanvraag, dan dient hij dit - voorafgaand aan de voorgenomen wijzigingen - ter goedkeuring voor te leggen aan de provincie. Dit is nodig omdat voor deze wijzigingen opnieuw de effecten op de betrokken soorten beoordeeld moet worden. Alleen na schriftelijke toestemming van de provincie is de voorgenomen afwijking toegestaan. Neem hiervoor contact op met het bevoegd gezag via een email naar overijsselloket@overijssel.nl.
6
De provincie Overijssel verstaat onder een ecologisch deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ Minimaal 3 jaar ervaring heeft met het uitvoeren van soortgericht onderzoek, eventueel onder begeleiding van een ervaren ecoloog; én ▪ Soort specifieke kennis heeft opgedaan door middel van veldwerk, onderzoek, studie of opleiding; én ▪ op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie en/of ▪ op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soorten herkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aan gesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming én is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, EIS Nederland, FLORON, SOVON).
Pagina 7 van 21
B.3 5.
Soortspecifiek Het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen van de huismus, boerenzwaluw, egel en steenmarter voert u uit buiten de kwetsbare periodes van deze soorten (Figuur 1). De kwetsbare broedperiode van de huismus loopt van 1 maart tot 1 oktober. Verder is de winterperiode (1 december tot 1 maart) voor de huismus kwetsbaar wanneer de temperatuur overdag niet boven de 0°C uitkomt. Voor de boerenzwaluw is de broedperiode (1 mei tot 1 september) kwetsbaar. De kwetsbare voortplantingsperiode van de steenmarter loopt van 15 maart tot en met 31 juli. De kwetsbare voortplantingsperiode van de egel loopt van 1 maart tot en met 31 augustus. Daarnaast is voor de egel de overwinteringsperiode (1 november tot 1 maart) kwetsbaar. jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Huismus Boerenzwaluw Steenmarter Egel Figuur 1: Kwetsbare (rood) en mogelijk kwetsbare (oranje) periodes van de huismus, boerenzwaluw, steenmarter en egel en periodes waarin ongeschikt maken mogelijk is (groen). Huismus 6.
Afhankelijk van de weersomstandigheden beginnen de kwetsbare perioden eerder of eindigen later dan weergegeven in de tabel in voorschrift 5. De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van het ontoegankelijk maken van de nestplaatsen, in de periode vanaf 1 september tot 15 maart beoordeelt een ecologisch deskundige op het gebied van de huismus. Afwijkingen in de uitvoering van de weergegeven standaard in voorschrift 5 onderbouwt de ecologisch deskundige in het logboek.
7.
Minimaal drie maanden voorafgaand aan het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen worden minimaal 50 tijdelijke vervangende verblijfplaatsen voor huismussen beschikbaar gesteld. Om dit te realiseren worden 25 huismussenkasten van het type HMT2 (Unitura) of vergelijkbaar opgehangen. Dit type kast bevat twee nestplaatsen per kast. De vervangende nestplaatsen voldoen aan de eisen weergegeven in de Bijlage voorwaarden bij vervangende nestplaatsen huismus (hoofdstuk E – Bijlage). De locaties van de tijdelijke verblijfplaatsen worden door de ecologisch deskundige weergegeven in het logboek.
8.
De tijdelijke nestkasten blijven tenminste drie maanden hangen nadat de permanente vervangende verblijfplaatsen zijn gerealiseerd. Het verwijderen van de tijdelijke huismuskasten mag binnen de looptijd van de ontheffing, zolang dit gebeurt buiten de kwetsbare periode van de huismus (zie voorschrift 5). Voorafgaand aan het verwijderen van de tijdelijke kasten voor de huismus moet een ecologisch deskundige vaststellen of de betreffende kasten op dat moment niet gebruikt worden. Als is vastgesteld dat er geen huismussen of andere vogelsoorten aanwezig zijn verwijdert u de nestkasten direct of maakt u de kast ontoegankelijk.
9.
Voorafgaand aan het ongeschikt maken van de nesten controleert een ecologisch deskundige of de huismussen de nesten hebben verlaten. Als nesten nog in gebruik zijn, worden de werkzaamheden uitgesteld tot alle huismussen de nesten hebben verlaten. Dat geldt ook als andere vogelsoorten broeden in een oud nest van de huismus.
10.
Het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen van huismus vindt plaats minimaal drie tot vijf dagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Het ongeschikt maken gebeurt door het afsluiten van dakgoten en invliegopeningen middels roosters, borstels en/of rugvulling.
Pagina 8 van 21
11.
In de toekomstige situatie worden minimaal vijftig permanente vervangende verblijfplaatsen voor de huismus gerealiseerd. Deze worden gerealiseerd in de vorm van zes huismuskasten van het type HMP2 (Unitura) of vergelijkbaar. Daarnaast worden de eerste drie rijen dakpannen in de nieuwbouw geschikt gemaakt voor huismus door vogelschroot vanaf de derde panlat te leggen. De permanente verblijfplaatsen voldoen aan de eisen weergegeven in de Bijlage voorwaarden bij vervangende nestplaatsen huismus (hoofdstuk E – Bijlage). De ecologisch deskundige noteert de locaties van de permanente vervangende verblijfplaatsen in het logboek.
Boerenzwaluw 12.
Het ongeschikt maken van de nestplaatsen van de boerenzwaluw vindt plaats buiten de kwetsbare periode van de boerenzwaluw en nadat de ecologisch deskundige heeft vastgesteld dat de zwaluwen geen gebruik meer maken van de nesten. Indien de zwaluwen zich nog wel op of rond het nest bevinden dat wordt gewacht met de uitvoering van het ongeschikt maken tot met zekerheid vastgesteld wordt door de ecologisch deskundige dat de zwaluwen zijn vertrokken.
13.
Het ongeschikt maken van de zwaluwnesten vindt plaats door de schuur waar de zwaluwen in nestelen af te sluiten en de nesten te verwijderen.
14.
Er worden minimaal vier vervangende nestplaatsen voor de boerenzwaluw gerealiseerd door kunstnesten van het type KN BZ 02 (Vivara Pro) of vergelijkbaar op te hangen. De kunstnesten worden in een nieuw te bouwen kapschuur binnen de grenzen van het projectgebied (locatie weergegeven in Figuur 3, hoofdstuk E – Bijlage) en voldoen aan de volgende eisen: ▪ De nesten hangen op minimaal 2 meter afstand van elkaar OF buiten de zichtlijn van een ander nest; ▪ De bovenzijde van het nest hangt minimaal 5 centimeter onder de zoldering; ▪ De nesten hangen op een plek die droog, tochtvrij en ontoegankelijk voor roofdieren is; ▪ Toegang tot de nesten is te allen tijde gegarandeerd, doordat bijvoorbeeld de deur van de schuur met daarin de nesten altijd geopend is; ▪ Er is in de directe omgeving (<300 meter) van de nesten altijd voldoende voedsel in de vorm van insecten aanwezig door aanwezigheid van vee of doordat er insect-aantrekkende beplanting (in de vorm van inheemse bloemen of kruiden en/of bloeiende struiken/bomen) aanwezig is.
Steenmarter en egel 15.
Voorafgaand aan het verwijderen van het leefgebied wordt een controle uitgevoerd door de ecologisch deskundige om na te gaan of er verblijfplaatsen van egel aanwezig zijn. Deze controle bestaat uit een visuele inspectie waarbij gebruik gemaakt wordt van visuele hulpmiddelen als een warmtebeeldcamera, een endoscoop en een zaklamp. Als er geen verblijfplaatsen worden vastgesteld kan het leefgebied ongeschikt worden gemaakt.
16.
Indien er bij de inspectie door de ecologisch deskundige wel verblijfplaatsen worden vastgesteld, dan worden deze verblijfplaatsen gemarkeerd en wordt een straal van twee meter rondom de verblijfplaatsen intact gehouden tot de egel de verblijfplaats uit eigen beweging heeft verlaten.
17.
Het ongeschikt maken van het leefgebied van egel en steenmarter vindt plaats door het, in langzaam tempo en van binnen naar buiten werkend, kort (<15 cm) maaien van de aanwezige begroeiing en het maaisel af te voeren.
18.
Het ongeschikt gemaakte leefgebied wordt ongeschikt gehouden als leefgebied voor steenmarter en egel door de begroeiing onder de 15 cm hoogte te houden door regelmatig te maaien.
19.
Minimaal vijf dagen voorafgaand aan het ongeschikt maken van het leefgebied worden minimaal drie alternatieve verblijfplaatsen voor de steenmarter gerealiseerd. Deze worden gerealiseerd door zogenaamde ‘marterbunkers’ te bouwen. Een marterbunker is 2 meter breed, 3 meter lang en 2
Pagina 9 van 21
meter hoog en opgebouwd uit strobalen. De vloer van de marterbunker bestaat uit bakstenen. Tussen de strobalen wordt een spleetvormige opening gelaten om toegang te bieden tot de binnenzijde van de marterbunker. Het dak van de bunker bestaat uit vochtwerend zeil of folie. Binnenin de marterbunker wordt een marterkast van het type MRTT1 (Unitura) of vergelijkbaar geplaatst. De marterbunkers worden geplaatst op de locaties weergegeven in Figuur 4 (hoofdstuk E – Bijlage) 20.
B.4
Het erf wordt ingericht conform het erfinrichtingsplan7. In hoofdlijnen komen de maatregelen op het volgende neer: ▪ Het erf wordt ingericht met de volgende elementen: bomen, bos en singel aan de rand, struweel, hagen en kruidenrijk grasland. ▪ De aan te planten bomen zullen voornamelijk inheemse soorten zijn, zoals Hollandse linde, zomereik en fladderiep. Daarnaast zal een fruitboomgaard aangelegd worden met appels en pruimen. ▪ Er wordt een oppervlakte van 3.925 m2 aan bos en singel gerealiseerd. De verhouding bomen en heesters in dit landschapselement zal 20/80 zijn. De te planten soorten zullen inheemse soorten zoals zwarte els, meidoorn, sleedoorn en hazelaar zijn. ▪ Er wordt een oppervlakte van 490 m2 aan struweel gerealiseerd. Dit zal bestaan uit soorten als eenstijlige meidoorn, hazelaar, sleedoorn en vuilboom. ▪ Er wordt in totaal 255 strekkende meter aan hagen aangeplant. Dit zullen beuken-, haagbeuken- en meidoornhagen zijn. ▪ Er wordt 2.200 m2 aan kruidenrijk grasland aangeplant. Dit wordt ingezaaid met het zadenmengsel Weidevogelgeluk van CruydtHoeck. Overige zaken
21.
De werkzaamheden voert u uit in overeenstemming met bovengenoemde voorschriften en door of onder begeleiding van een ecologisch deskundige op het gebied van de huismus, boerenzwaluw, egel en steenmarter.
22.
U houdt een ecologisch logboek bij of laat dit bijhouden door bijvoorbeeld de ecologisch deskundige. Uit dit logboek blijkt aantoonbaar op welke wijze, waar en wanneer uitvoering is gegeven aan de bovengenoemde voorschriften. Het gaat er daarbij vooral om het registreren van uitvoering, keuzes, afwegingen bij het handelen volgens de voorschriften en hoe wordt omgegaan met onverwachte soorten of situaties. Het ecologisch logboek is op de werklocatie aanwezig en wordt op verzoek van de toezichthouder aan hem/haar getoond.
7
Odin Landschapsontwerpers, 1 maart 2023, Berghoeve Erfinrichting, beplanting en beheer
Pagina 10 van 21
C.
OVERWEGINGEN BIJ HET BESLUIT
Het besluit, de voorschriften en de overwegingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. C.1
BEVOEGDHEID, PROCEDURE EN TOETSINGSKADER
C.1.1
Bevoegdheid
De aangevraagde activiteiten vinden plaats op het grondgebied van Overijssel. De activiteiten vallen niet onder de uitzonderingen van de bevoegdheid, zoals weergegeven in het Besluit natuurbescherming8. In dat geval zijn Gedeputeerde Staten van provincie Overijssel bevoegd tot het nemen van besluiten9. Als de activiteiten ook gevolgen heeft voor populaties van soorten op het grondgebied van de aangrenzende provincie stemmen wij ons besluit af met gedeputeerde staten van die provincie10. C.1.2 Procedure De procedure voor het verlenen van de ontheffing is uitgevoerd in overeenstemming met hoofdstuk 5 van de Wnb. Daarbij zijn de relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. C.1.2.1 Overeenstemming andere provincie De aangevraagde activiteiten vinden plaats op ons grondgebied. De effecten van het project op beschermde soorten zijn beperkt tot ons grondgebied. Overeenstemming met een andere provincie is niet nodig. C.1.2.2 Adviesverzoek aan gemeente Wij hebben de aanvraag naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn gestuurd met het verzoek om advies. De gemeente is vier weken de gelegenheid geboden om te reageren. Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. C.1.2.3 Relevante overige besluiten Wij wijzen u erop, dat er ook andere besluiten nodig zijn voordat u de voorgenomen activiteiten uitvoert.
Voor zover ons bekend gaat het om de volgende besluiten: Naam wet en van toepassing zijnde artikel
Bevoegd bestuursorgaan en adres
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art.
Gemeente Hellendoorn
2.1 en/of art. 2.2 Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000gebieden
Provincie Overijssel contactadres: Postbus 10078, 8000 GB Zwolle E-Mail: overijsselloket@overijssel.nl
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ruime afstand van het projectgebied. Op deze afstand kunnen directe effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Eventueel kan er echter sprake zijn van indirecte effecten door stikstofdepositie. Op basis van de voorliggende aanvraag om ontheffing kunnen wij hierover geen besluit nemen. Als u zekerheid wilt over het wel of niet vergunningplichtig zijn, kunt u hiervoor een separate aanvraag bij ons indienen. Voor vragen over deze vergunning Wnb kunt u contact met ons opnemen (Overijssel Loket 038 499 88 99). C.1.3 Toetsingskader soorten Een ontheffing kan worden verleend als aan verschillende kaders is voldaan. In deze paragraaf beschrijven we kort aan welke kaders wordt getoetst. C.1.3.1 8 9 10
Wettelijke regels
Art. 1.3, eerste lid Besluit natuurbescherming Art. 1.3, eerste lid van de Wnb. Art 1.3, derde lid van de Wnb
Pagina 11 van 21
Een verzoek tot ontheffing wordt beoordeeld op basis van de regels uit de Wnb11. Bij ons oordeel houden we tevens rekening met het derde lid van artikel 1.10 Wnb. Ook het Besluit natuurbescherming12 en (soms) de Regeling natuurbescherming13 zijn voor de toetsing relevant. C.1.3.2 Provinciaal beleid Naast de wettelijke regels hebben wij beleid opgesteld in onze Omgevingsvisie. De regels, die daaruit voortkomen, zijn vastgelegd in onze Omgevingsverordening Overijssel 2017 (hoofdstuk 7 Natuur). Hierin zijn onder andere regels met betrekking tot een vrijstelling van bepaalde soorten weergegeven. In onze Beleidsregel Natuur Overijssel 201714 is vastgesteld dat wij kennisdocumenten soorten15 betrekken bij de afweging tot het verlenen van een ontheffing op basis van de artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wnb. C.1.3.3 Jaarrond beschermde vogelnesten Onder invloed van jurisprudentie heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in 2009 lijsten opgesteld van de vogelsoorten, waarvan het nest jaarrond beschermd moet worden. Wij hebben deze lijsten van jaarrond beschermde nesten van vogels in 2017 beleidsarm overgenomen. Inmiddels is gebleken dat deze landelijke lijsten niet volledig op onze provincie zijn toegespitst. Daarom hebben wij deze lijsten aangepast.
Deze nieuwe lijsten zijn tot stand gekomen aan de hand van de meest recente trends en aantallen van broedvogels in Nederland en in Overijssel. Vervolgens is beoordeeld of de soorten in de juiste categorie waren ingedeeld om de soort aan te merken als soort met vast nest respectievelijk soort met jaarrond beschermd functioneel leefgebied. Wij hebben 2 lijsten vastgesteld, namelijk: ▪ Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Overijssel. ▪ Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel. De nesten c.q. het ecologisch functionele leefgebied van de soorten op de lijsten zijn beschermd. Bescherming nesten algemeen Het nest van een vogel is de plaats of ruimte die een vogel gebruikt voor het leggen en het uitbroeden van de eieren en voor het grootbrengen van de jongen. Indien de soort nest-indicerend gedrag vertoont, zoals het baltsgedrag en het aanslepen van nestmateriaal tot het moment dat de jongen zelfstandig zijn, is het niet toegestaan het nest te verwijderen of de broedlocatie ongeschikt te maken. Het nestindicerend gedrag is al onderdeel van het broeden. Als het gaat om vogelsoorten, waarbij de jongen direct het nest verlaten (nestvlieders), is ook de ruime omgeving van het nest belangrijk. In de context van de Wnb valt onder nest zowel de inhoud als de ecologisch functionele omgeving onder het begrip nest.
De omvang van de ecologisch functionele omgeving verschilt per vogelsoort. Het betreft de omgeving die nodig is om het broedsucces van de betreffende vogelsoort te garanderen. Onder de verbodsbepaling vallen alle activiteiten die het broedsucces negatief beïnvloeden of teniet doen. Ook situaties, die het nest op zich niet fysiek aantasten, kunnen onder de verbodsbepalingen vallen. Als er bijvoorbeeld sprake is van aantasting van de ecologisch functionele omgeving, waardoor de broedvogel zijn nestplek permanent verlaat.
11
Art. 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wnb Art. 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wnb 13 Art. 3.22 Regeling natuurbescherming i.s.m. art. 3.25 Besluit natuurbescherming 14 Art. 4.2.1 Beleidsregel Natuur Overijssel 2017 15 Te raadplegen via: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingenwet-natuurbescherming/ 12
Pagina 12 van 21
De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat een nieuw nest te maken. Die vogels gebruiken hun nest niet als een vaste rust of verblijfplaats. De meeste nesten voor eenmalig gebruik genieten buiten het broedseizoen16 niet de bescherming van artikel 3.1 van de Wnb. Jaarrond beschermd nest of leefgebied Nesten – en/of – het ecologisch functioneel leefgebied van de huismus en boerenzwaluw zijn jaarrond beschermd. Voor deze soorten geldt dat de specifieke voorwaarden voor het broeden en grootbrengen van de jongen niet overal aanwezig zijn. De broedplekken met het ecologisch functionele leefgebied van deze soorten genieten daarom ook buiten het broedseizoen bescherming. Op basis daarvan is bij het verwijderen van (oude) nesten van deze soorten altijd een ontheffing nodig. Zonder ontheffing is er sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen.
C.2
WEERGAVE VAN DE FEITEN
C.2.1
Aanvraag ontheffing beschermde soorten
C.2.1.1 Omschrijving van het project / activiteiten Het project omvat de herontwikkeling van een voormalig agrarisch erf aan de Terhoeksweg 1/1A te Haarle (Figuur 2). Daarvoor worden oude stallen gesloopt en wordt een nieuwe woning teruggebouwd. Daarnaast wordt het terrein heringericht met veel groen. Werkzaamheden omvatten het slopen van de oude opstallen, het bouwrijp maken van het terrein, het bouwen van de nieuwe woning en het aanleggen van de nieuwe erfinrichting. De planning is dat de sloop plaats vindt voor de start van het broedseizoen in 2024 en dat het project opgeleverd wordt in het begin van 2025.
Figuur 2: Het projectgebied aan de Terhoeksweg 1/1A in Haarle (blauw omkaderd), met rood omkaderd de te slopen gebouwen.
16
Het broedseizoen start met nest-indicerend gedrag en eindigt als de jongen geen ouderzorg meer nodig hebben. De duur en periode van het broedseizoen verschilt per soort.
Pagina 13 van 21
C.2.2 Doel van het project Het doel van het project is het herinrichten van een voormalig agrarisch erf. C.2.3 Soorten waarvoor ontheffing wordt gevraagd U vraagt ontheffing aan van de verbodsbepalingen en soorten, zoals opgenomen in tabel 1.
Huismus Boerenzwaluw Egel Steenmarter
beschadigen of te vernielen 18
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te
beschadigen17
Nesten en rustplaatsen opzettelijk vernielen of
Soort
verbodsbepaling
Tabel 1: soorten en verbodsbepalingen
X X X X
C.2.4 Periode De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 24 juli 2026. C.2.5 Onderliggende documenten Voor de beoordeling van de aanvraag zijn de volgende documenten toegezonden: ▪ Ecofect B.V., 19 februari 2023, Ecologisch werkprotocol V1; ▪ Ecofect B.V., 28 november 2023, Ecologisch werkprotocol V2; ▪ Ecofect B.V., 20 december 2023, Ecologisch werkprotocol V3; ▪ BJZ.nu, 25 februari 2022, Natuurtoets; ▪ EcoNatura, 7 juni 2022, Nader onderzoek huismus en boerenzwaluw; ▪ EcoNatura, 23 september 2022, Nader onderzoek vleermuizen; ▪ EcoNatura, 23 september 2022, Nader onderzoek marterachtigen; ▪ Odin Landschapsontwerpers, 1 maart 2023, Berghoeve Erfinrichting, beplanting en beheer; ▪ Ecofect B.V., 15 augustus 2023, Aanvullende gegevens V1; ▪ Ecofect B.V., 20 oktober 2023, Aanvullende gegevens V2; ▪ Ondertekende machtiging d.d. 2 februari 2023. C.2.6 Aanvullende gegevens Wij hebben uw aanvraag op 24 maart 2023 ontvangen. Op 11 juli 2023 zijn aanvullende gegevens gevraagd. Op 15 augustus 2023 zijn aanvullende gegevens aangeleverd. Vervolgens is op 26 september 2023 een voornemen tot weigeren verzonden. Hier is op 20 oktober 2023 op gereageerd. Aangezien de aangeleverde gegevens toen nog niet voldoende waren, heeft op 28 november 2023 een gesprek plaatsgevonden op het Provinciehuis te Zwolle tussen Provincie Overijssel, Ecofect B.V.
en Ter Steege Vastgoed B.V. Naar aanleiding hiervan is op 30 november 2023 een nieuwe versie van het ecologisch 17 18
Art. 3.1, tweede lid Wnb Art. 3.10, eerste lid, sub b Wnb
Pagina 14 van 21
werkprotocol aangeleverd. Vervolgens is naar aanleiding van een vraag van de provincie met betrekking tot mitigatie voor de boerenzwaluw op 20 december 2023 een derde versie van het ecologisch werkprotocol aangeleverd. C.3
TOETSING AANVRAAG ONTHEFFING SOORTEN
C.3.1 Inhoudelijke beoordeling Onze Omgevingsverordening geeft voor uw handeling en betrokken soorten geen vrijstelling. We betrekken wel de handreiking soortenbescherming19 en het kennisdocument van de huismus bij onze toetsing. C.3.1.1 Onderzoeksmethode en resultaten onderzoek Middels bureau- en veldonderzoek is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten. In het rapport Ecologisch werkprotocol20 wordt beschreven hoe dit onderzoek is uitgevoerd. Op hoofdlijnen komt dit neer op: ▪ Een verkennend natuuronderzoek, inclusief veldbezoek uitgevoerd op 23 maart 2022; ▪ Nader onderzoek naar aanwezigheid van huismus, boerenzwaluw, vleermuizen en marterachtigen. Het nader onderzoek naar huismussen is uitgevoerd door op 22 mei 2022 en op 30 juni 2022 bezoeken aan het projectgebied te brengen. Deze bezoeken vallen buiten de optimale periode voor huismussenonderzoek uit het Kennisdocument huismus. Desondanks kon een broedkolonie huismussen aangetoond worden. Deze bestaat uit 25 nesten. Het nader onderzoek naar boerenzwaluw is gelijktijdig met het huismussenonderzoek uitgevoerd door te letten op nesten en in- en uitvliegende vogels. Tijdens deze bezoeken zijn twee nesten van de boerenzwaluw in één van de te slopen schuren aangetroffen. Het nader onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021.
Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Tijdens het vleermuisonderzoek is wel een steenmarter met jongen op één van de te slopen schuren aangetroffen. Naar aanleiding hiervan is nog een marteronderzoek met cameravallen uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek zijn geen marters aangetroffen. Naar aanleiding van de waarneming van de steenmarter met jongen op het dak van één van de te slopen schuren wordt er vanuit gegaan dat deze schuur een vaste rust- en voortplantingsplaats van de steenmarter bevat. Op basis van een habitatgeschiktheidsanalyse is bepaald dat het erf geschikt leefgebied voor de egel bevat. Wij zijn van oordeel dat het uitgevoerde onderzoek afdoende is geweest om de aanwezigheid en functie van verblijfplaatsen van de onderzochte soorten vast te kunnen stellen. De soorten komen overeen met soorten die te verwachten zijn in het buitengebied van Haarle. C.3.1.2 Effectbeoordeling, mitigatie en staat van instandhouding Door de werkzaamheden gaan 25 vaste nest- en verblijfplaatsen van de huismus en twee vast nest- en verblijfplaatsen van de boerenzwaluw verloren. Daarnaast gaat een vaste rust- en verblijfplaats van de steenmarter en functioneel leefgebied van de egel verloren. De voorgestelde mitigerende maatregelen, zoals beschreven in de bijlage bij de aanvraag21, zijn voldoende.
Ze komen overeen met bestaande methoden zoals beschreven in het kennisdocument van de huismus en de Handreiking soortenbescherming. Met deze maatregelen worden negatieve effecten op de
19
Scholten-Huizendveld, H.T. (2023) Handreiking voor het aanvragen van een ontheffing soortenbescherming, Provincie Overijssel 20 Hoofdstuk 4 pagina 11 tot en met 16 21 Hoofdstuk 5 pagina 17 tot en met 21
Pagina 15 van 21
huismus, boerenzwaluw, steenmarter en egel zoveel mogelijk geminimaliseerd. In B. Voorschriften bij het besluit zijn de voorgestelde maatregelen vastgelegd. In hoofdlijnen komen deze neer op: ▪ Het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen buiten de kwetsbare periodes van de betrokken soorten (voorschrift 5); ▪ Het voorafgaand aan het ongeschikt maken realiseren van minimaal 50 vervangende nestplaatsen voor de huismus door 25 nestkasten van het type HMT2 (Unitura) te plaatsen (voorschrift 7); ▪ Het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen door het afsluiten van dakgoten en invliegopeningen middels roosters, borstels en/of rugvulling (voorschrift 10); ▪ Het realiseren van minimaal 50 permanente vervangende nestplaatsen voor de huismus door zes nestkasten van het type HMP2 te plaatsen en in de nieuwbouw vogelschroot vanaf de derde panlat te leggen (voorschrift 11); ▪ Het ongeschikt maken van de zwaluwnesten door de schuur waar de nesten zich in bevinden af te sluiten en de zwaluwnesten te verwijderen (voorschrift 13); ▪ Het plaatsen van minimaal vier vervangende zwaluwnesten van het type KN BZ 02 (Vivara Pro) of vergelijkbaar (voorschrift 14); ▪ Het ongeschikt maken van het leefgebied van de egel en de steenmarter vindt plaats door het in langzaam tempo van binnen naar buiten kort (<15 cm) maaien van de aanwezige begroeiing.
Gedurende de werkzaamheden moet de vegetatie kort gehouden worden door regelmatig te maaien (voorschriften 17 en 18); ▪ Het realiseren van minimaal drie alternatieve verblijfplaatsen voor de steenmarter. Deze worden gerealiseerd door zogenaamde ‘marterbunkers’ te bouwen. Een marterbunker is 2 meter breed, 3 meter lang en 2 meter hoog en opgebouwd uit strobalen. De vloer van de marterbunker bestaat uit bakstenen. Tussen de strobalen wordt een spleetvormige opening gelaten om toegang te bieden tot de binnenzijde van de marterbunker. Het dak van de bunker bestaat uit vochtwerend zeil of folie. Binnenin de marterbunker wordt een marterkast van het type MRTT1 (Unitura) of vergelijkbaar geplaatst (voorschrift 19); ▪ Het op een voor egel en steenmarter geschikte wijze inrichten van het projectgebied conform het erfinrichtingsplan (voorschrift 20). De staat van instandhouding van de huismus wordt beoordeeld als ‘zeer ongunstig’22. Redenen hiervoor zijn het verdwijnen van nestgelegenheid en bijbehorend leefgebied. De lokale staat van instandhouding van de huismus als gevolg van het voorliggende project wordt niet aangetast, doordat voldoende mitigerende maatregelen genomen worden. De staat van instandhouding van de boerenzwaluw wordt beoordeeld als ‘zeer ongunstig’23.
De aantallen boerenzwaluwen zijn in het laatste kwart van de twintigste eeuw afgenomen, onder andere door scherpere hygiënemaatregelen op veehouderijen, waardoor zwaluwen niet meer in stallen kunnen komen, en door vermindering van het voedselaanbod in het landelijk gebied door intensivering van het grondgebruik. De huidige ontwikkelingen leiden door het nemen van voldoende mitigerende maatregelen en het aanwezig zijn van voldoende alternatief foerageergebied in de directe omgeving niet tot een verslechtering van de staat van instandhouding van de boerenzwaluw. De staat van instandhouding van de egel wordt vanwege het ontbreken van gegevens ingeschat als ‘onbekend’24. De huidige ontwikkelingen leiden door het nemen van voldoende mitigerende maatregelen niet tot een verslechtering van de staat van instandhouding van de egel. De landelijke staat van instandhouding van de steenmarter wordt wegens een toenemende populatie als gunstig ingeschat25. De voorgenomen werkzaamheden hebben door het nemen van voldoende mitigerende maatregelen geen negatieve effecten op de lokale staat van instandhouding van de steenmarter.
22 23 24 25
SOVON, 2022, Huismus SOVON, 2022, Boerenzwaluw NDFF Verspreidingsatlas, geraadpleegd in december 2023, Egel NDFF Verspreidingsatlas, geraadpleegd in december 2023, Steenmarter
Pagina 16 van 21
Door het nemen van voldoende mitigerende maatregelen komt de functionaliteit van de leefomgeving van de huismus, boerenzwaluw, steenmarter en egel niet in het geding. Afbreuk aan de staat van instandhouding van de betrokken soorten is niet aan de orde, omdat te allen tijde voldoende verblijfplaatsen en leefgebied aanwezig is. C.3.1.3 Beschrijving noodzaak ontheffing De voorgenomen werkzaamheden ten behoeve van het slopen van gebouwen en het nieuwbouwen van een woning leiden tot het vernielen of wegnemen van nest- en rustplaatsen van de huismus en de boerenzwaluw en tot het beschadigen of vernielen van rust- of voortplantingsplaatsen van de egel en de steenmarter. Dit is een overtreding van de verbodsartikelen genoemd in artikel 3.1, tweede lid en artikel 3.10, eerste lid, sub b van de Wnb. Voor de overtreding van deze verboden heeft u een ontheffing nodig. C.3.1.4 Geen andere bevredigende oplossing / alternatievenafweging Wij zijn van oordeel dat andere bevredigende oplossingen ontbreken26. Er zijn geen geschikte alternatieven voor uitvoering van het project. Een alternatieve locatie is niet aan de orde, aangezien het project locatie specifiek is. Een alternatieve inrichting van het projectgebied, bijvoorbeeld door de bestaande gebouwen om te vormen tot woningen, is geen optie.
Dit zou niet het gewenste resultaat met betrekking tot duurzaamheid opleveren en daarnaast zouden de aanwezige verblijfplaatsen in dat geval ook verloren gaan. De huidige werkwijze en planning zijn niet aan de orde, omdat bij de huidige werkwijze en planning voldoende rekening is gehouden met de functies van het projectgebied voor de betrokken soorten. C.3.1.5 Wettelijk belang van het project De voorgenomen activiteiten zijn volgens de aanvraag nodig in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid27; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten28 en in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde29. De opstallen zijn nu (zeer) slecht geïsoleerd. Vanuit het Klimaatakkoord heeft de rijksoverheid haarzelf en anderen verplichtingen opgelegd om de uitstoot van broeikasgassen sterk terug te dringen en daarmee een bijdrage te leveren aan het beperken van negatieve gevolgen van klimaatverandering, die een gevaar zijn voor de volksgezondheid en openbare veiligheid.
Tevens zal de gewijzigde bestemming een bijdrage aan de klimaatopgave leveren doordat er andere activiteiten plaatsvinden dan de huidige bedrijfsvoering. De te slopen bebouwing is in de loop van de jaren samengesteld uit verschillende uitbreidingen en aanbouwen en qua energiehuishouding zeer gedateerd. De nieuwe woning op de locatie wordt gebouwd volgens de huidige BENG eisen, is optimaal geïsoleerd en voorzien van een gasloze installatie. Hiermee levert ze een bijdrage aan het vertragen van de klimaatverandering. Ook draagt de bouw van de woning bij aan het oplossen van het woningtekort. Onder de huidige bestemming is er een manege met meerdere paarden toegestaan. De stikstofdepositie die deze bedrijfsvoering oplevert is significant hoger dan de depositie in de nieuwe situatie. Hoewel er geen stikstofberekening is uitgevoerd, is het alleszins aannemelijk te maken dat er een verwaarloosbaar deel stikstofdepositie overblijft in de nieuwe gebruiksfase vanwege de manegefunctie ten opzichte van 1 woning. Direct of indirect heeft dit positieve gevolgen voor de omliggende natuurgebieden (Sallandse heuvelrug op 1.4 km). De realisatie van deze geplande ruimtelijke ingreep heeft an sich geen dwingende reden om klimaatverandering te beperken, maar het is wel een klein onderdeel daarvan om het grote doel te behalen.
Behalen van de klimaatdoelen kan alleen als iedereen een bijdrage levert en als er snel 26 27 28 29
Op basis van art. 3.3, lid 4a en art. 3.8 lid 5a Wnb Op basis van art. 3.3 lid 4b van de Wnb Op basis van art. 3.8 lid 5b van de Wnb Op basis van art. 3.10 lid 2 van de Wnb
Pagina 17 van 21
gehandeld wordt. Het slopen van een gedateerd gebouw, qua milieueisen, en het hiervoor in de plaats realiseren van een BENG is hier een voorbeeld van. Derhalve is in dit geval sprake van een dwingende reden van groot openbaar belang, vanwege voor het milieu wezenlijke, gunstige effecten. Wij zijn van oordeel dat het wettelijk belang, zoals weergegeven in de aanvraag, voldoende is aangetoond. C.3.1.6 Toetsing aan overige vereisten Op basis van de Wnb30 houden wij bij onze besluiten rekening met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied. Ook nemen we regionale en lokale bijzonderheden mee in de overweging. Wij zien geen aanleiding om op basis hiervan aan de gevraagde ontheffing extra voorschriften te verbinden of een ontheffing te weigeren. C.3.1.7 Zorgplicht blijft altijd gelden Ongeacht wat in het besluit is weergegeven geldt altijd de zorgplicht, zoals deze is weergegeven in de Wnb31. De zorgplicht geldt voor alle in het wild levende dieren, planten en hun directe leefomgeving.
30 31
Art. 1.10, derde lid Wnb Art. 1.11, eerste en tweede lid Wnb
Pagina 18 van 21
D.
SLOTCONCLUSIE
De ontheffing van de verbodsbepalingen om het vernielen of wegnemen van nest- en rustplaatsen van de huismus en de boerenzwaluw en het beschadigen of vernielen van rust- of voortplantingsplaatsen van de egel en de steenmarter kan op basis van de wettelijke en beleidsmatige regels worden verleend. De gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten wordt niet aangetast. Wij zijn van oordeel dat voor het doel van het project geen andere bevredigende oplossing is waarbij minder negatieve effecten op de beschermde soorten optreden. Daarnaast zijn wij van oordeel dat er een wettelijk belang is om de negatieve effecten op de betrokken soorten te rechtvaardigen. We verbinden wel voorschriften aan de ontheffing.
Pagina 19 van 21
E.
Bijlage
Bijlage voorwaarden bij vervangende nestplaatsen huismus: Voor de vervangende nestplaatsen geldt: ▪ dat ze minimaal drie maanden voor het ongeschikt maken van de oorspronkelijke nestplaats aanwezig zijn, om de vogels te laten wennen aan de nieuwe voorzieningen; ▪ dat er meerdere nestplekken bij elkaar aangeboden moeten worden. Zorg dat de openingen minimaal 50 centimeter uit elkaar liggen; dit kan dichter bijeen, maar zorg er dan voor dat de nestingang niet zichtbaar is voor de huismus die in de andere nestingang zit; ▪ dat ze zo dicht mogelijk bij de locatie van de oorspronkelijke verblijfplaats worden geplaatst en als dat niet mogelijk is, dan in de directe omgeving (in de regel binnen 200 meter) van de oorspronkelijke nestplaats en buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden liggen; ▪ dat ze op minimaal 3 meter hoogte gerealiseerd worden; ▪ dat er een passende broedruimte aangeboden wordt. Een kunstmatige nestruimte (binnenmaten) moet voldoen aan de volgende eisen: ▪
een hoogte van circa 14 cm en een invliegopening met meer breedte dan hoogte (diameter max. 3.5 cm); dat ze op een voor de huismus geschikte wijze en plek worden aangebracht. Zo mogen ze niet te heet worden in de middagzon, maar zich ook niet op een te koude locatie bevinden: voorkeur heeft een noord of oost expositie of een ligging in de schaduw van een dakgoot, dakoverstek of iets dergelijks. Temperatuurverloop in nestplaatsen van huismus wordt bepaald door de oriëntatie van deze nestplaatsen; dat binnen 50 m van de nieuwe nestplaats continu voldoende dekking aanwezig is. Het gaat dan om struiken met een hoogte van 2 á 3 meter hoog. Die zorgen voor voldoende effectiviteit. De effectiviteit wordt verhoogd als het om altijdgroene struiken, dicht vertakte struiken of stekelige struiken gaat; dat er altijd (zo mogelijk binnen 100 meter, bij voorkeur binnen 50 meter) voldoende geschikt voedsel en potentiële slaapplaatsen beschikbaar zijn. Met name inheemse planten/struiken en enkele inheemse grote bomen zijn leverancier van eiwitrijk voedsel (kleine zachte insecten, larven, rupsen) voor de jongen.
Altijd groenblijvende struiken/bomen, dichtvertakte hagen, gevelbegroeiing of plekken onder daken zijn geschikt als collectieve slaapplek (en tevens voor dekking) voor mannetjes, ongepaarde vrouwtjes en jonge vogels; dat er altijd plekken voor stofbaden zijn (zo mogelijk binnen 100 meter, bij voorkeur binnen 50 meter); dat er water om te drinken en om in te baden aanwezig is. Daarbij moet er binnen 1 á 2 meter hogere struiken aanwezig zijn als dekking om op te drogen; dat er voldoende veiligheid is tegen predatoren. Dit geldt voor de nestplaats zelf, als ook dat er voldoende opgaand groen in de directe omgeving aanwezig is als dekking voor volwassen vogels of (net uitvliegende) jonge vogels; dat ze van voldoende duurzaam materiaal zijn en op een voldoende duurzame wijze worden geïntegreerd, bevestigd of ingemetseld.
Of de duurzaamheid voldoende is hangt van meerdere factoren af, bijvoorbeeld van het type materiaal (hout, houtbeton, aardewerk, en dergelijke), van de houtsoort (ceder en robinia zijn duurzamer dan vuren of grenen), de wijze van ophanging, de aangebrachte plek (bijvoorbeeld onder een dakgoot of een andere vorm van overhang of vol in zon en wind), het te verwachten gebouwbeheer (bij schilderwerk verdwijnen regelmatig aangebrachte voorzieningen) en of het beheer en onderhoud van de voorziening (herstel bij gebreken) geregeld is; dat het materiaal waarvan ze zijn gemaakt niet behandeld is met chemische middelen; dat het beheer van het gebouw (en de ecologisch functionele omgeving) duurzaam geregeld is. Het gaat om een duurzame maatregel voor de lange termijn. Dit beheer moet gebeuren in een periode dat verstoring niet of minimaal optreedt. ▪ ▪
▪
▪
▪
▪ ▪ ▪
▪
▪ ▪
een bodemmaat van circa 13 B x25 L cm,
Pagina 20 van 21
Figuur 3: Tekening van de locatie van de nieuw te bouwen kapschuur (rood omcirkeld) met daarin de vervangende nesten voor de boerenzwaluw.
Figuur 4: Tekening van de toekomstige inrichting van het projectgebied met de locaties van de vervangende marterbunkers (blauwe sterren).
Pagina 21 van 21