Nota investeren waarderen en afschrijven 2024
Tekst van het document
NOTA INVESTEREN, WAARDEREN EN AFSCHRIJVEN 2024
Inhoud 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1
Wettelijk kader ........................................................................................................................ 4
1.2
Begrippen ................................................................................................................................ 4
2
Investeringen ................................................................................................................................... 5 2.1
Definitie investeringen ............................................................................................................ 5
2.2
Componentenbenadering ....................................................................................................... 5
2.3
Onderscheid nieuwe investeringen versus vervangingsinvesteringen ................................... 5
2.4
(Vervangings)investering of (groot) onderhoud ..................................................................... 6
2.5
Beschikbaar stellen krediet ..................................................................................................... 6
2.6
Voorbereidingskredieten......................................................................................................... 7
2.7
Rapporteren over de investeringskredieten ........................................................................... 7
2.8
Over-/ onderschrijding van kredieten ..................................................................................... 7
2.9
Afwikkelen/afsluiten van investeringskredieten ..................................................................... 7
3
Activeren ......................................................................................................................................... 9 3.1
Criteria voor het activeren van activa ..................................................................................... 9
3.2
Soorten activa.......................................................................................................................... 9
4
3.2.1
Immateriële vaste activa ................................................................................................. 9
3.2.2
Materiële vaste activa ................................................................................................... 10
3.2.3
Financiële vaste activa ................................................................................................... 10
Waarderen..................................................................................................................................... 12 4.1
Waarderingsgrondslag .......................................................................................................... 12
4.2
Desinvesteren activa ............................................................................................................. 12
4.3
Waardevermindering van vastgoed ...................................................................................... 13
5
Afschrijven en rentetoerekening ................................................................................................... 14 5.1
Methode van afschrijving ...................................................................................................... 14
5.2
Afschrijvingstermijn ............................................................................................................... 14
5.3
Ingangsmoment van afschrijving........................................................................................... 15
5.4
Rentetoerekening .................................................................................................................. 15
6 Budgettaire gevolgen van wijziging investeringsgrens en afschrijvingstermijnen . Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 7
Bestemmingreserve kapitaallasten ............................................................................................... 16
8
Investeringsplafond ....................................................................................................................... 18
9
Financiële effecten en voorstellen ................................................................................................ 20
10
Conclusie en besluit................................................................................................................... 23
10.1
Wijzigingen in deze nota ....................................................................................................... 23
2
10.2
Inwerkingtreding ................................................................................................................... 23
3
1
Inleiding
Zoals bepaald in artikel 14 van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2023 biedt het college de raad ten minste één maal per vier jaar een (bijgestelde) nota investeren, waarderen en afschrijven aan. Deze nota legt de werkwijze voor het bepalen van afschrijvingstermijnen en de waardering van activa uit. Daarnaast worden voorstellen gedaan voor het actualiseren van afschrijvingstermijnen en het ophogen van het minimumbedrag waarbij investeringen worden geactiveerd. Ook wordt nadere uitleg gegeven aan de nieuwe bestemmingsreserve kapitaallasten. Tot slot worden enkele voorstellen gedaan die structurele ruimte in de meerjarenbegroting opleveren, zodat de financiële effecten van de te verwachten boeggolf1 aan (vervangings)investeringen voor de komende decennia, enigszins opgevangen kunnen worden. Deze nota vervangt de versie uit 2018. Er zijn wijzigingen aangebracht ten opzichte van de nota uit 2018, gebaseerd op de meest recente “Notitie materiële vaste activa” die in 2020 gepubliceerd is door de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Deze notitie geeft een aantal stellige uitspraken waar alle gemeenten en provincies zich aan moeten houden. Daarnaast zijn aanpassingen gedaan op basis van nieuwe inzichten. De nota is een instrument om gemeentelijke investeringen op een eenduidige manier te behandelen.
Voor zowel het bestuur als de ambtelijke organisatie is het belangrijk om een duidelijk en adequaat activabeleid op basis van objectieve grondslagen vast te stellen. Zo'n beleid vormt een van de pijlers voor het bepalen van de financiële positie en het vermogen van de gemeente. Deze nota behandelt de investeringen gemeentebreed, met uitzondering van de investeringen binnen de grondexploitatie vanwege het specifieke karakter hiervan.2
1.1
Wettelijk kader
Bij het actualiseren van de regeling zijn de volgende kaders van belang: • • •
1.2
De “Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Hellendoorn 2023”. De regelgeving op basis van Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) van december 2019: notitie materiële vaste activa 2020 De vraag en antwoordrubriek en gepubliceerde notities met richtlijnen door de commissie Besluit Begroting en Verantwoording. De antwoorden zijn niet vrijblijvend maar worden gezien als een stellige uitspraak, waar we uitsluitend op basis van gegronde redenen mogen afwijken.
Begrippen
Duidelijke definities zijn belangrijk bij toepassing van richtlijnen. In bijlage I zijn daarom de definities opgenomen van de begrippen die horen bij activeren, waarderen en afschrijven.
1
Zie hoofdstuk 6 De voorschriften voor grondexploitaties zijn vastgelegd in de BBV-notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken 2019” en worden via de gemeentelijke nota grondbeleid vastgesteld. In het verlengde hiervan zijn voor de aangifte Vennootschapsbelasting specifieke fiscale voorschriften voor waarderen, afschrijven en rentetoerekening. Deze behandelen we niet in deze nota. 2
4
2
Investeringen
In dit hoofdstuk gaan we in op enkele begrippen in relatie tot investeringen. Wat wordt er verstaan onder een investering? Wat is de componentenbenadering? Wanneer is er sprake van een nieuwe investering en wanneer betreft het een vervangingsinvestering? Verder gaan we in op de beoordeling van het vervangen van (onderdelen) van een investering. Hierbij speelt de afweging of er sprake is van (groot)onderhoud of een vervangingsinvestering.
2.1
Definitie investeringen
Gemeenten kennen twee soorten uitgaven: exploitatie-uitgaven en investeringen. Exploitatieuitgaven zijn jaarlijks terugkerende lasten om te zorgen voor de reguliere taken en het voorzieningenniveau in stand te houden. Investeringen zijn uitgaven voor zaken die over meerdere jaren opbrengsten en/of nut opleveren. Deze investeringskosten worden over de periode van opbrengst/nut afgeschreven, zodat de kosten verspreid worden over jaren dat dat er gebruik van wordt gemaakt . Investeringen leggen door de jaarlijkse afschrijvingen beslag op de begrotingen van meerdere jaren en worden op de balans verantwoord. De jaarlijkse lasten voortkomend uit investeringen, zoals onderhoud, afschrijvingen, rente, verzekeringen, vallen onder de exploitatielasten. In paragraaf 2.4 gaan we nader in op de afwegingen die gemaakt worden om te beoordelen of er sprake is van een (vervangings)investering of van (groot) onderhoud.
2.2
Componentenbenadering
De meer complexe investeringen kunnen uit meerdere componenten bestaan met een verschillende levensduur. Voorkeur gaat uit naar een afzonderlijke afschrijving van deze componenten. Dit wordt de componentenbenadering genoemd. Dit houdt in dat er afschrijving plaats vindt op de afzonderlijke onderdelen op basis van hun eigen technische of economische levensduur. In de gemeente Hellendoorn gaan we voor nieuwe, complexere investeringen uit van de componentenbenadering. Bij de recentere investeringsprojecten is onderscheid gemaakt tussen de diverse onderdelen die verschillende levensduren hebben, zoals grond, gebouw, installaties en inrichtingen zoals keukens en sanitaire voorzieningen. Vervanging van deze componenten zijn daarmee vervangingsinvesteringen.
2.3
Onderscheid nieuwe investeringen versus vervangingsinvesteringen
Investeringen verdelen we onder in nieuwe investeringen en vervangingsinvesteringen. Nieuwe investeringen leiden doorgaans tot een uitbreiding van de bedrijfsmiddelen of activa. Vervangingsinvesteringen, aan de andere kant, vinden plaats wanneer bestaande bedrijfsmiddelen het einde van hun afschrijvingstermijn hebben bereikt en vervanging noodzakelijk is om de huidige bedrijfsprocessen in stand te houden. Te denken valt aan zaken als meubilair, inventaris, automatiseringsapparatuur, software, mobiele telefonie, voertuigen zoals (vracht)auto's, andere vervoersmiddelen en zwaar materieel, gereedschap en instrumenten. Zelfs de vervanging van een wegsegment door een geheel nieuwe weg en riolering valt onder vervangingsinvesteringen. Deze vervangingsinvesteringen worden opgenomen in de meerjarenbegroting. Het onderscheid tussen nieuwe investeringen en vervangingsinvesteringen is zowel van beleidsmatig als financieel belang. Nieuwe investeringen zijn meestal gebaseerd op beleidswijzigingen, terwijl vervangingsinvesteringen gericht zijn op de voortzetting van het
5
bestaande beleid. Vanuit financieel oogpunt is het onderscheid eveneens van belang. Voor vervangingsinvesteringen is in principe dekking beschikbaar binnen de begroting. Nieuwe investeringen vereisen daarentegen extra budgettaire ruimte, waardoor nog meer wordt gelet op nut en noodzaak van deze investering.
2.4
(Vervangings)investering of (groot) onderhoud
Kosten die worden gemaakt voor een bestaand actief beoordelen we en worden of beschouwd als investering of als (groot) onderhoud. Bij een bestaand actief is sprake van een investering als de uitgaven: • • •
leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; en/of leiden tot een levensduurverlenging; en/of aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijv. investeringen in een gebouw om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften).
Als de uitgaven aan een van deze criteria voldoen, worden ze beschouwd als een investering. In dat geval worden ze geactiveerd op de balans als een aanwinst en over een aantal jaren afgeschreven. Een voorbeeld hiervan is een renovatie van een schoolgebouw. Door een flinke renovatie-investering kan het gebouw nog 20 jaar langer gebruikt worden. Renovatie kan een goed alternatief zijn voor een totale vervanging of nieuwbouw. Wanneer uitgaven worden gedaan ten behoeve van de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur van een actief, dan is er sprake van (groot) onderhoud. Klein en groot onderhoud houdt of brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is dus niet van invloed op de vooraf bepaalde gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het object. Kosten van onderhoud mogen daarom niet worden geactiveerd, maar moeten in de jaarlijkse exploitatiekosten worden opgenomen of komen ten laste van een onderhoudsvoorziening.
2.5
Beschikbaar stellen krediet
De gemeenteraad stelt op grond van het budgetrecht de kredieten voor de investeringen beschikbaar. De beschikbaarstelling vindt plaats bij de begroting en geldt alleen voor de investeringen van het betreffende begrotingsjaar. Ook kan een budget via een separaat raadsvoorstel met een begrotingswijziging beschikbaar worden gesteld. Het krediet is het maximumbedrag dat de gemeenteraad voor een investering beschikbaar stelt. Bij investeringen waarbij de uitgaven over meerdere jaren worden uitgespreid, wordt het volledige krediet beschikbaar gesteld, ongeacht de periode waarin de uitgaven plaatsvinden. Bij de meerjarenbegroting worden voor de gehele planperiode de beoogde investeringen gepresenteerd. De jaarlijkse kapitaallasten nemen we mee in de gehele planperiode van de meerjarenbegroting. De beschikbaarstelling van de investeringskredieten geldt alleen voor de investeringen in het begrotingsjaar. Bij investeringsprojecten waarbij de uitgaven over meerdere jaren worden uitgespreid, wordt het volledige krediet beschikbaar gesteld, ongeacht de periode waarin de uitgaven plaatsvinden. De investeringen die zijn opgenomen in de daarop volgende jaren van de meerjarenraming zijn indicatief en worden pas in deze latere jaren door de raad beschikbaar gesteld.
6
2.6
Voorbereidingskredieten
Vooral de grotere investeringsprojecten (zoals ontwikkeling nieuw vastgoed, infrastructurele projecten) hebben een lange doorlooptijd. Vaak zijn hierbij vele stakeholders betrokken met uiteenlopende eisen en wensen. Als gevolg hiervan zijn de uitgaven in de startfase hoog door o.a. apparaatskosten en ontwerpkosten. Deze uitgaven maken onderdeel uit van de totale investering en kunnen niet worden opgevangen in de exploitatiebegroting. Vooruitlopend op de hoofdsom van de investering die met de verwerving of aanleg zelf te maken hebben, moet er een voorbereidingskrediet worden aangevraagd. Dit voorbereidingskrediet kan bij een raadsvoorstel of bij de begroting worden aangevraagd. De voorbereidingskosten maken onderdeel uit van de totale investeringskosten en worden als één investering geactiveerd. Het is mogelijk het krediet voor de aanleg of vervaardiging gelijktijdig met het voorbereidingskrediet aan te vragen, maar dat kan ook op een later tijdstip, als de benodigde middelen beter in te schatten zijn. Er wordt aandacht besteed aan de fasering van de uitgaven voor deze grotere projecten, zodat ook de financiering hier op kan worden afgestemd. Budgetten die worden aangevraagd om een onderzoek te doen naar de haalbaarheid van een mogelijk investeringsproject worden meteen in de exploitatiebegroting opgenomen of in maximaal 5 jaar afgeschreven.
De voorbereidingskosten maken onderdeel uit van de totale investeringskosten en worden als één investering geactiveerd. Onderzoekskosten naar de haalbaarheid van een investeringsproject worden meteen in de exploitatiebegroting opgenomen of in maximaal 5 jaar afgeschreven.
2.7
Rapporteren over de investeringskredieten
In de meerjarenbegroting wordt op hoofdlijnen een doorkijk gegeven naar de investeringen die in de planperiode van de komende 4 jaar op de rol staan. In het lopende begrotingsjaar informeren we de raad meerdere malen per jaar over de voortgang van de lopende investeringen. Dit gebeurt als een vast onderdeel in de reguliere P&C documenten. In de bestuursrapportage en de najaarsrapportage zijn bijlagen opgenomen waar per project de vorderingen zijn opgenomen. In de jaarrekening wordt in de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ verantwoording afgelegd over de investeringen in kapitaalgoederen van dat jaar. En in de toelichting op de balans nogmaals over de belangrijkste investeringen in dat jaar. Restantbudgetten van investeringen die nog niet geheel zijn afgerond schuiven door naar het daarop volgende begrotingsjaar.
2.8
Over-/ onderschrijding van kredieten
Overschrijdingen van kredieten met minimaal 10% met een ondergrens van € 10.000,-- of overschrijdingen groter dan € 50.000,-- worden aan de raad gerapporteerd in de reguliere P&C documenten. Daarbij geven we aan hoe we het tekort opvangen. Bij politiek en/of bestuurlijk gevoelige overschrijdingen wordt de raad actief geïnformeerd.
2.9
Afwikkelen/afsluiten van investeringskredieten
Investeringskredieten sluiten we af op het moment dat het actief in gebruik wordt genomen. Daarvoor hoeft niet een formeel rapportagemoment te worden afgewacht. Indien er een restant bedrag is van een krediet, dan ramen we dit bedrag af. Dit leidt dan tot lagere kapitaallasten.
7
Kredieten voor investeringen waarvan de realisatie twee jaar na het beschikbaar stellen nog niet zijn gestart, komen te vervallen. Indien een investeringskrediet, in afwijking van deze regel in stand dient te worden gehouden, legt het college hiervoor een onderbouwd voorstel aan de raad voor bij de jaarrekening.
8
3
Activeren
In dit hoofdstuk gaan we in op de door de gemeente zelf vastgestelde criteria voor activering en de bij BBV vastgestelde criteria. Daarnaast lichten we de soorten activa die het BBV onderscheidt toe.
3.1
Criteria voor het activeren van activa
Alle investeringen, met een minimum bedrag van € 25.000,--, worden geactiveerd en op de balans opgenomen, omdat ze een waarde vertegenwoordigen. Investeringen beneden het grensbedrag van € 25.000,-- brengen we in één keer ten laste van de exploitatie. Hierbij kijken we naar de omvang van de totale aanschaf en niet naar de afzonderlijke onderdelen. Denk hierbij aan de aanschaf van meubilair: dit zien we als één geheel en niet als afzonderlijke stoelen en bureaus. We maken hierop drie uitzonderingen: • Mocht in de regel de investering boven de € 25.000,-- grens liggen, maar toevallig in enig jaar onder deze grens uitkomen, dan wordt de investering toch geactiveerd. Dit om het totaal van dit type investering in beeld te houden. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor auto’s of andere gemotoriseerde vervoermiddelen. • Ook indien een onlosmakelijk onderdeel van een investering wordt vervangen voor een bedrag dat (in geringe mate) onder de investeringsgrens ligt, wordt dit toch geactiveerd. Een voorbeeld is de vervanging van de mast van een verkeersregelinstallatie: deze is onlosmakelijk verbonden met het geheel. • Gronden en terreinen activeren we altijd, ongeacht hun waarde.
In (de toelichting op) het BBV is een aantal posten expliciet vermeld waarvan het niet (meer) is toegestaan om deze te activeren: • Tekorten • Reguliere bijstelling van bestemmingsplannen • Hertaxatie WOZ • Bodemsanering • Software as a service (Saas; jaarlijkse licentiekosten in plaats van eigendom software) • Kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde De investeringsgrens voor activering wordt verhoogd van € 10.000,-- naar € 25.000,--. Investeringen beneden dit bedrag brengen we in één keer ten laste van de exploitatie. Hierop zijn bovengenoemde drie type uitzonderingen.
3.2
Soorten activa
Het BBV onderscheidt 3 soorten vaste activa, die hierna worden beschreven: 3.2.1 Immateriële vaste activa Dit zijn niet-tastbare activa die wel een waarde vertegenwoordigen, maar geen fysieke vorm hebben. We kunnen hierbij de volgende type kosten onderscheiden: • Kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio • Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief • Bijdrage aan activa in eigendom van derden Deze immateriële vaste activa mag worden geactiveerd en afgeschreven. Een nieuwe ontwikkeling in de bijdragen aan activa in eigendom van derden is dat het BBV een aanvullend voorschrift introduceert. Dit voorschrift bepaalt dat bijdragen in een activum van derden maximaal mogen worden afgeschreven over de afschrijvingstermijn die de derde partij
9
hanteert. Met andere woorden, als een derde partij zoals de Rijksoverheid werkt op kasbasis en niet afschrijft, moeten bijdragen aan activa van deze derde partij niet langer worden afgeschreven, maar in één keer ten laste van de exploitatie worden gebracht. Bijdragen in activa in eigendom van derden mogen maximaal worden afgeschreven over de afschrijvingstermijn die de derde partij hanteert. Daarmee worden bijdragen aan het Rijk niet langer afgeschreven. 3.2.2 Materiële vaste activa Deze investeringen moeten worden onderverdeeld in de volgende categorieën • Investeringen met een economisch nut • Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven • Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Materiële vaste activa (MVA) zijn de bezittingen van de gemeente, die zij langdurig gebruikt voor haar bedrijfsvoering. De gemeente heeft het economisch eigendom. Voorbeelden zijn het gemeentehuis, bedrijfsauto’s, computers, maar ook riolering en sportvelden/-gebouwen in het bezit van de gemeente. Dit geldt ook voor softwarelicenties voor onbepaalde duur, die in één keer worden betaald, maar meerdere jaren gebruikt worden. MVA hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) of als ze kunnen bijdragen aan het genereren van inkomsten.
Indien dit genereren van inkomsten gebeurt door het vragen van rechten of heffingen, dan wordt dit type MVA aangeduid als “MVA met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven”. Voorbeelden hiervan zijn de afvalinzameling en rioleringen. Daarnaast zijn er “MVA in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut”. Deze activa genereren geen middelen, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Deze investeringen, zoals wegen, pleinen en groenvoorzieningen, moeten worden geactiveerd en herkenbaar zijn op de balans van de gemeente. Het BBV schrijft “netto activeren” voor, wat betekent dat eventuele bijdragen van derden in mindering moeten worden gebracht op de investering. Deze aanpak zorgt voor uniformiteit, transparantie en vergelijkbaarheid tussen gemeenten. Bijdragen uit reserves mogen niet direct van de waarde van een activum worden afgetrokken. Als er geld voor een investering is gereserveerd, dan kan dit in de bestemmingsreserve kapitaallasten worden gestort. Uit deze reserve wordt (een percentage) van de kapitaallasten gedekt die voortkomen uit de volledige investering. Deze bestemmingsreserve moet voldoende omvang hebben om gedurende de gehele afschrijvingsperiode (een vastgesteld percentage van) de afschrijvingslasten te kunnen dekken. De reserve kapitaallasten is gekoppeld aan de investeringen.
Hierbij een voorbeeld: de gemeente spaart gedurende een aantal jaren om een nieuwe sporthal te kunnen bouwen. Het is gelukt om € 1,2 miljoen bij elkaar te sparen. Dit bedrag is in een reserve gestort. De nieuwe sporthal kost € 4 miljoen en wordt in 40 jaar afgeschreven. Van de afschrijvingslasten (€ 100.000,-- per jaar) wordt 30% (1,2 mln/4 mln) uit de reserve kapitaallasten sportvoorziening gedekt. Vanaf 2024 wordt de nieuwe Reserve Kapitaallasten in gebruik genomen.
3.2.3 Financiële vaste activa Op de balans moeten de financiële vaste activa afzonderlijk worden opgenomen: • Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen, overige verbonden partijen
10
• • •
Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen, overige verbonden partijen Overige verstrekte langlopende leningen Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Over leningen wordt normaliter niet afgeschreven, want ze moeten worden afgelost. Pas als ze oninbaar zijn, worden ze afgewaardeerd. Op een participatie in het aandelenkapitaal van de genoemde partijen wordt ook niet afgeschreven: zij worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde.
11
4
Waarderen
In dit hoofdstuk gaan we in op de grondslagen waarop activa gewaardeerd moeten worden. Dit ligt vast in het BBV, maar op enkele onderdelen mogen we aanvullend eigen uitgangspunten formuleren. Naast de reguliere waardevermindering van een activum door technische of economische slijtage via afschrijvingen, kunnen er ook waardeverminderingen optreden door externe factoren, zoals de ontwikkelingen in de markt.
4.1
Waarderingsgrondslag
Activa moeten we waarderen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs betreft de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs bevat de aanschafkosten en overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Hier kan ook een redelijk deel van de indirecte kosten – de overhead - aan worden toegerekend. De gemeente Hellendoorn kiest er voor om naast de verplicht direct toe te rekenen gemeentelijke salariskosten ook de daarbij behorende overhead toe te rekenen. We maken daarmee geen onderscheid tussen de inzet van eigen personeel en de inzet van derden. Of we voor begeleiding en onderzoek een externe projectleider of adviseur inschakelen of dat een van onze eigen mensen onderzoek doet of een project leidt, maakt hierbij niet uit. In tegenstelling tot de begeleiding van eigen projecten, worden interne (salaris)kosten van begeleiding van rijksprojecten niet geactiveerd indien deze niet door het rijk vergoed worden. Gronden onder gemeentelijke gebouwen die opnieuw worden gebruikt door de gemeente, mogen niet opnieuw worden gewaardeerd. De kosten van sloop kunnen worden toegerekend aan de nieuwbouw of opstal, op voorwaarde dat de waarde van de boekwaarde van de grond niet hoger wordt dan de waarde in het economisch verkeer.
Als de grond een verkoopbestemming krijgt, zoals in het geval van grondexploitaties, worden deze kosten wél aan de grond toegewezen en opgenomen. De rentekosten die tijdens de vervaardigingsperiode optreden, worden binnen onze gemeente alleen bij grondexploitaties als onderdeel van de vervaardigingsprijs opgenomen. Bijdragen van derden, die in directe relatie staan tot het actief, brengen we in mindering op de investering. Dit conform de voorschriften van het BBV. BTW activeren we niet voor zover deze compensabel of verrekenbaar is. Niet compensabele /verrekenbare BTW verhoogt de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en daarmee ook de waardering van het actief. In de waarderingsgrondslag houden we geen rekening met een mogelijke restwaarde van het actief, tenzij de gemeenteraad hiertoe expliciet besluit.
4.2
Desinvesteren activa
Wanneer er een desinvestering plaatsvindt, zoals de verkoop of buitengebruikstelling van een actief, wordt de boekwinst of het boekverlies verwerkt in het resultaat van het betreffende jaar. Het is niet toegestaan dit te verrekenen met de verkrijgingsprijs van een nieuw actief.
12
4.3
Waardevermindering van vastgoed
Hierbij maken we onderscheid tussen vastgoed met een maatschappelijke functie en vastgoed met een commerciële functie. Vastgoed met een maatschappelijke functie, het overgrote deel van ons vastgoed, is bedoeld om duurzaam te exploiteren. Waardevermindering door daling van de economische (markt)waarde speelt daarbij geen rol. Vastgoed met een commerciële functie kenmerkt zich door de bestuurlijke intentie om bewust winst en/of waardestijgingen te realiseren. In deze situatie worden panden aangehouden en verhuurd en/of staan in de verkoop. Als een vastgoedobject zijn maatschappelijke functie verliest, kan worden besloten het vastgoedobject te verkopen. Voorafgaand aan de verkoop bepalen we de directe opbrengstwaarde van het vastgoed door middel van een onafhankelijke taxatie3. Als er sprake is van een duurzame waardevermindering wordt deze direct verwerkt op de balanswaarde. Zolang een vastgoedobject nog niet is verkocht, kan een tijdelijke voorziening voor de waardevermindering worden getroffen. Als de marktwaarde weer stijgt, is waardeherstel mogelijk. Dit in tegenstelling tot het afboeken van de boekwaarde, waar de waardevermindering definitief als verlies genomen wordt: hierbij is bij een later waardeherstel geen mogelijkheid meer om de boekwaarde te vermeerderen.
Onze bezittingen taxeren we alleen indien dit noodzakelijk is, bijvoorbeeld als er sprake is van verkoop of inbreng in een grondexploitatie. Een algemene regelmatige taxatie heeft geen toegevoegde waarde en brengt alleen kosten met zich mee. 3
13
5
Afschrijven en rentetoerekening
In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan de berekeningswijze van kapitaallasten over een investering. De kapitaallasten bestaan uit afschrijving en rente. Deze jaarlijkse kapitaallasten komen tot uiting in de producten in de programmabegroting. Zo vindt u de rente en afschrijvingslasten van de parkeergarage terug onder “Product Parkeren” binnen programma “Mobiliteit en bereikbaarheid”(Programma 4).
5.1
Methode van afschrijving
Er bestaan verschillende methoden voor het bepalen van het bedrag aan afschrijving. De gemeente Hellendoorn hanteert momenteel alleen nog de lineaire afschrijvingsmethode. Bij de lineaire afschrijvingsmethode schrijven we jaarlijks een vast percentage af van het verschil tussen de aanschafkosten en de eventuele restwaarde. We hanteren niet meer de annuïtaire afschrijvingsmethode, waarbij de jaarlijkse kapitaallast (= afschrijving + rente) gelijk. Gedurende de levensduur nemen de rentekosten af en stijgen de afschrijvingskosten. Bij de lineaire afschrijvingsmethode worden, door de afnemende rentekosten, minder kosten doorgeschoven naar de toekomstig, waardoor dit wat meer ruimte en flexibiliteit in de meerjarenbegroting geeft. Dit heeft onze voorkeur.
5.2
Afschrijvingstermijn
De afschrijvingstermijn moet overeen komen met de verwachte technische en/of economische levensduur. Op grond mag niet worden afgeschreven. De afschrijvingstermijnen moeten consistent worden toegepast en mogen alleen bij gegronde reden worden aangepast. In bijlage II zijn voorgestelde afschrijvingstermijnen opgenomen zoals die vanaf 1 januari 2024 gaan gelden. Enkele afschrijvingstermijnen zijn bijgesteld op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen in de economische en technische levensduur. Als de afschrijvingstabel niet voorziet in een bepaalde activasoort kan het college daarin een beslissing nemen en de afschrijvingstabel hierop aanpassen. Bij de eerstvolgende financiële rapportage informeren we de raad hierover. Aan grote projecten met veel interne en externe ontwerp- en begeleidingskosten worden deze kosten afgeschreven conform het hoofdproject. In de begroting zijn enkele investeringen opgenomen die bestaan uit diverse componenten, of waarvan de nadere invulling nog niet bekend is. Hiervoor wordt op begrotingsbasis uitgegaan van een verwachte gemiddelde afschrijvingstermijn. Denk hierbij aan het budget voor wegen, riolering of calamiteiten. Pas op een later tijdstip wordt bekend waarvoor het budget werkelijk wordt ingezet.
Bij zowel infrastructurele projecten als bij calamiteiten wordt de stelpost (gedeeltelijk) afgeraamd en een nieuw (vervangings)krediet opgenomen met de bijpassende afschrijvingstermijn. Deze wijzigingen leiden tot een beperkte wijziging in kapitaallasten. We stellen u voor om de beperkte afwijkingen niet te hoeven melden. Indien de wijziging in jaarlijkse kapitaallasten groter is dan € 10.000,-- wordt u hierover wél geïnformeerd via de reguliere P&C-cyclus. Op het investeringsbudget voor calamiteiten mogen géén tegenvallers uit de exploitatie worden bekostigd. De afschrijvingstermijnen van geactiveerde investeringen worden bijgesteld conform bijlage II.
14
5.3
Ingangsmoment van afschrijving
De afschrijving start op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het actief gereed komt of aangeschaft is. We schrijven af in maandelijkse termijnen. Er zijn enkele grote projecten, die al wel in gebruik zijn genomen en waar is begonnen met afschrijven en rentetoerekening. Er worden echter nog nakomende kosten gemaakt of inkomsten verwacht. Deze latere uitgaven en ontvangsten schrijven we af over de resterende looptijd.
5.4
Rentetoerekening
Aan de activa rekenen we rente toe. Dit zijn de lasten die voortkomen uit financiering van de investering. Het totaal van de gemeentelijke netto rentelasten (na aftrek van rentebaten) wordt toegerekend aan de gemeentelijke investeringen. Deze netto rentelasten worden gelijkelijk verdeeld over alle investeringen, naar rato van de boekwaarden van de investeringen. Zoals ook in de financiële verordening is genoemd, berekenen we jaarlijks bij het opstellen van de begroting de aan activa toegerekende rente op basis van de renteomslag. De rentetoerekening start op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het actief gereed komt of aangeschaft is. Het komt voor dat de rentekosten en -opbrengsten substantieel wijzigen zodat ook tijdens het begrotingsjaar de renteomslag moet worden herzien. Het BBV schrijft voor dat de rente-omslag maximaal 25% mag afwijken van het percentage dat het – achteraf – werkelijk had moeten zijn. Bij de bestuursrapportage of de jaarrekening kan een herrekening nodig zijn. Voor de rentetoerekening aan grondexploitaties gelden momenteel nog scherpere eisen. Grondexploitaties vallen niet onder de noemer “Activa”, maar onder de “Voorraden”. Vanaf 2025 zal ook voor de grondexploitaties de algemene rente-omslag gaan gelden.
15
6
Bestemmingreserve kapitaallasten
In het verleden mochten reserves in mindering gebracht worden op investeringen. Sinds enkele jaren is dit niet meer toegestaan. Wel mogen de kapitaallasten van een investering uit een kapitaallastenreserve gedekt worden. Hiermee kunnen incidenteel beschikbare middelen zorgen voor structurele ruimte in de (meerjaren)begroting. Er spelen momenteel een aantal zaken die aanleiding geven voor het instellen van een dergelijke reserve: •
•
•
Het kabinet Rutte IV heeft besloten tot het doen van grote uitgaven, waaronder het intensiveren van hun investeringen in onder andere verduurzaming. Omdat gemeenten vanuit het gemeentefonds hier tot 2025 ook hun graantje van meepikken (de trap-optrap-af -methode) krijgen we in de jaren 2023 t/m 2025 extra middelen tot onze beschikking. Omdat het Rijk op kasbasis werkt (ze schrijven niet af maar nemen de kosten in één keer) en gemeenten op basis van baten en lasten, krijgen we slechts gedurende een korte periode extra middelen. Daar kunnen we niet de structurele lasten van investeringen uit bekostigen. We zien de komende decennia extra vervangingsinvesteringen op ons afkomen. Veel naoorlogse investeringen zijn aan vervanging toe: groot onderhoud en renovatie is niet meer toereikend. Dit geldt vooral voor de vervanging van wegen, bruggen en riolering. Maar ook voor schoolgebouwen, de gemeentewerf en sporthallen/zalen. Ook de taakstelling die gemeente heeft in het kader van verduurzaming van haar eigendommen zullen tot extra investeringen leiden, die al dan niet terugverdiend kunnen worden door lagere energielasten.
Bovenstaande zaken leiden tot incidentele ruimte, maar structurele tekorten. Welke investeringen zijn het meest geschikt om uit een bestemmingsreserve kapitaallasten te bekostigen? Bij voorkeur dienen ze te voldoen aan één of meerdere van de volgende criteria. De investeringen: - Zijn eenmalig of aanvullend; - Hoeven niet vervangen te worden; - Behoren niet tot de kerntaken van de gemeente Hierdoor blijven de kapitaallasten van activa die tot de kerntaken van de gemeente behoren wél structureel op de (meerjaren) begroting drukken. Er moet altijd voldoende ruimte zijn om de kosten van de gemeentelijke kerntaken te kunnen dragen. Er zijn echter ook situaties die niet voldoen aan de voorkeurscriteria, maar waarbij gespaard is voor een investering of waar incidentele eigen middelen beschikbaar zijn voor investeringen. Een voorbeeld is de reserve Salomonsongelden, die ingezet gaat worden voor investeringen in speelvoorzieningen. De middelen uit deze reserve worden overgezet naar de nieuwe Reserve Kapitaallasten, waar jaarlijks een deel van de middelen vrijvalt om de afschrijvingslasten te dekken. Onder de huidige activa is een aantal oude investeringen opgenomen die voldoen aan de drie voorkeurscriteria. Het zijn de bijdragen in de stationsomgeving en de Rijksweg 35 die onze gemeente gedaan heeft.
De bijdragen zijn eenmalig, hoeven niet vervangen te worden en behoren niet tot de kerntaken van de gemeente. De boekwaarde bedraagt bijna € 3,6 miljoen. Door eenzelfde bedrag uit de Vrij Aanwendbare Reserve over te hevelen naar de Reserve kapitaallasten kunnen de kapitaallasten van € 179.000,-- per jaar uit deze reserve gedekt worden. Dit geeft dan dezelfde structurele ruimte in de meerjarenbegroting.
16
In het verleden schreven we hierop vervroegd af. Dit zorgde echter voor een verslechterde solvabiliteit. Door het gebruiken van de Reserve Kapitaallasten blijft onze solvabiliteit gehandhaafd. De Reserve Kapitaallasten wordt bij voorkeur gebruikt voor de bekostiging van kapitaallasten van investeringen die voldoen aan de criteria: - Zijn eenmalig of aanvullend; - Hoeven niet vervangen te worden; - Behoren niet tot de kerntaken van de gemeente
17
7
Afschaffen investeringsplafond
Eind 2011 is een investeringsplafond ingesteld om de financieringspositie van onze gemeente te verbeteren. Dit plafond is in 2020 bijgesteld naar een gemiddeld maximum van € 6,35 miljoen per jaar. Doelstelling was om de langlopende schuldpositie die door de strategische projecten fors was opgelopen te verlagen naar een niveau van een netto schuldquote van 90%. De afgelopen jaren is de netto schuldquote gedaald van 187% in 2013 naar nog geen 60% in de jaarrekening 2022. We hebben daarmee het doel ruim binnen de termijn van 2030 behaald en daarmee is nut en noodzaak van een investeringsplafond momenteel niet meer aanwezig. Daarnaast zien we een forse investeringsopgave ontstaan. Deels door investeringen die we moeten doen in klimaatmaatregelen en ontwikkelingen zoals het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) en het investeringsprogramma wegen. In de begroting 2024 is het meerjarig investeringsniveau al zodanig dat we het investeringsplafond overschrijden. Maar, de boekwaarde van onze activa neemt af, wat betekent dat we onvoldoende investeren voor het behoud van ons huidige voorzieningenniveau en dat is niet wenselijk. Ook in vergelijking met de landelijke investeringen blijven we achter met onze investeringsquote.
Deze ontwikkelingen leiden tot een voorstel voor afschaffing van het investeringsplafond. We stellen voor dat we door middel van de landelijk verplichte kengetallen in de toekomst de vinger aan de pols houden. Op deze manier houden we zicht op een gezonde financiële positie. Dit betreft: • Weerstandscapaciteit om risico’s op te vangen • Netto schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen) • Solvabiliteitsratio • Kengetal grondexploitatie • Structurele exploitatieruimte • Belastingcapaciteit
18
Er zijn landelijk vastgestelde normeringen die voor elke van deze kengetallen aangeven in hoeverre er risico’s gelopen worden. Kengetallen Netto s chul dquote Netto s chul dquote gecorri geerd voor al l e vers trekte l eni ngen Sol vabi l i tei ts rati o Grondexpl oi tati e Structurel e expl oi tati erui mte Gemeentel i jke bel as ti ngcapaci tei t
Rekening 2021 77,6% 73,6% 15,8% 0,0% 3,2% 103,8%
Actuele Begroting 67,5% 63,6% 20,1% -1,2% 0,4% 91,9%
Rekening 2022 59,7% 56,0% 22,7% -0,7% 2,5% 91,9%
In het verleden hebben we jaarlijks een meerjarig investeringsplan opgesteld dat aan de raad werd voorgelegd ter informatie. Vanaf 2024 is het meerjarig investeringsplan een ambtelijk document. Dit plan heeft een langetermijn focus, met een horizon van minimaal 15 jaar. Het doel is om toekomstige investeringsbehoeften en prioriteiten te identificeren. Rapportage aan de raad over het investeringsplan vindt niet langer plaats, tenzij toekomstige ontwikkelingen dit noodzakelijk maken. De noodzaak voor rapportage aan de raad kan voortkomen uit verschillende factoren, waaronder veranderingen in de meerjarige ontwikkeling van de financiële ruimte of financieringsbehoeften. Deze nieuwe aanpak biedt meer flexibiliteit en reageert beter op veranderende omstandigheden, terwijl nog steeds transparantie en verantwoording wordt gewaarborgd. Het stelt ons in staat om proactief in te spelen op toekomstige behoeften en prioriteiten zonder beperkingen door vaste rapportagecycli. Om te voorkomen dat de langlopende schuld onverhoopt opnieuw oploopt, houden we vinger aan de pols door de kengetallen zo veel als mogelijk in de groene waarden te houden. Ontwikkelingen die een groot effect hebben op een of meerdere kengetallen worden aan u voorgelegd. Indien er geen nieuwe ontwikkelingen zijn, volstaat het reguliere planning en control instrumentarium.
We blijven u informeren via de reguliere P&C documenten over de investeringen die vallen binnen de begrotingsscope van 4 jaren. Het investeringsplafond komt te vervallen en het MIP wordt niet meer jaarlijks verstrekt aan de raad. In de reguliere P&C cyclus worden de landelijke kengetallen en bijbehorende signaleringswaarden gebruikt om de financiële positie en de ontwikkelingen in de meerjarenbalans te monitoren.
19
8
Financiële effecten en voorstellen
In voorgaande hoofdstukken zijn voorstellen gedaan voor wijzigingen in het beleid rondom investeren, waarderen en afschrijven. In dit hoofdstuk worden de financiële consequenties hiervan uiteengezet. Leeswijzer tabellen: de bedragen zijn bezien vanuit de lastendruk: een + is een hogere lastendruk, een – een lagere lastendruk.
8.1 Verhoging investeringsgrens In paragraaf 3.1 is voorgesteld de investeringsgrens te verhogen van € 10.000,-- naar € 25.000,--. Hierdoor worden bepaalde uitgaven niet meer geactiveerd. Er moet in de exploitatiebegroting een hoger budget beschikbaar worden gesteld om de noodzakelijke (vervangings)uitgaven te blijven uitvoeren (a). Daar tegenover staat dat er minder geactiveerd wordt, waardoor de kapitaallasten lager uit vallen (b). We stellen voor dat we deze investeringsgrens ook toepassen op eerder gedane investeringen: door de (resterende) boekwaarde in 1x af te schrijven, vallen hier ook de kapitaallasten van vrij (c). Een deel van de versnelde afschrijvingen worden eenmalig gedekt vanuit de voorziening riolering of reserve omgevingswet of reserve duurzaamheid (d). De structurele kapitaallasten worden niet meer ten laste van de voorziening riolering gebracht (e). bedra gen x € 1 1
Maatregel - Ophogen van minimale omvang investeringskrediet
Eenmalig
van € 10.000,-- naar € 25.000,--
per 1-1-2024
a
Ophogen budget i n expl oi ta ti e
b
Vri jva l a fs chri jvi ngs l a s t ni euwe i nves teri ngen
c d
La ten verva l l en oude i nves teri ngen < 25k (i n 1x a fs chri jven en vri jva l ka pi ta a l l a s ten) Vers nel de a fs chri jvi ng t.l .v. res erves en voorzi eni ng
e
Vri jva l ka pi ta a l a s ten t.g.v. voorzi eni ng ri ol eri ng Subtotaal 1. Effect verhogen minimale omvang investeringskrediet incl. afboeking
8.2
Structureel 2024
2025
2026
2027
2028
89.000
85.000
75.000
90.000
75.000
-
-
-14.750
-30.500
-44.250
-61.750
607.000
-74.000
-63.000
-60.000
-56.000
-52.000
-
-237.000
-
-
-
-
-
-
8.800
7.700
7.700
7.700
7.400
370.000
23.800
14.950
- 7.800
- 2.550
- 31.350
Wijziging afschrijvingstermijnen
In paragraaf 5.2 is voorgesteld om afschrijvingstermijnen aan te passen. In bijlage II staan de voorgestelde herziene afschrijvingstermijnen. De wijzigingen hebben tot gevolg dat : • een aantal activa nu in één keer afgeschreven moeten worden omdat de termijn verstreken is. Dit vraagt eenmalig budgettaire ruimte, maar levert structurele ruimte in de begroting op. • De afschrijvingstermijnen korter of langer worden waardoor de druk op de begroting/rekening wijzigt. bedragen x € 1 2
Herzien van de afschrijvingstermijnen
a
Vers nel de a fs chri jvi ng eenma l i g en vri jva l ka pi ta a l l a s ten
b
a a npa s s i ng ka pi ta a l l a s ten door wi jzi gi ng l oopti jd (verkorten of verl engen) deel oude i nves teri ngen a a npa s s i ng ka pi ta a l l a s ten door wi jzi gi ng l oopti jd (verkorten of verl engen) deel ni euwe i nves teri ngen Subtotaal 2. Herzien afschrijvingstermijnen
c
8.3
Eenmalig
Structureel
per 1-1-2024
2024
2025
2026
2027
2028
388.127
-42.041
-42.041
-42.041
-39.048
-39.048
-
-78.000
-73.000
-81.000
-81.000
-254.000
-
-
-19.600
-22.100
-23.300
-24.800
388.127
- 120.041
- 134.641
- 145.141
- 143.348
- 317.848
Opschonen activa
In de huidige MVA zijn een aantal geactiveerde zaken die niet aan de voorwaarden voldoen, omdat er sprake is geweest van onderhoud in plaats van renovatie. Daarnaast zijn er enkele
20
‘vreemde eenden in de bijt’, zoals gekapitaliseerde opbrengsten van grondexploitaties vanuit strategische projecten. Het eenmalig afschrijven geeft onderstaande budgettaire effecten. bedragen x € 1 3
Opschonen activa
a
Onderhoud opgenomen al s acti va --> i n 1x afboeken en vri jval kapi taal l as ten
b
Eenmalig
Structureel
per 1-1-2024
2024
2025
2026
2027
2028
41.672
-13.123
-9.365
-6.951
-4.939
-3.399
Gekapi tal i s eerde opbrengs t grex en vri jval kapi taal l as ten
-255.483
20.000
20.000
20.000
20.000
20.000
Subtotaal 3. Opschonen activa
- 213.811
6.877
10.635
13.049
15.061
16.601
8.4 Totaaloverzicht In onderstaand overzicht is het totale budgettaire effect van de voorgaande voorstellen weergegeven (1, 2, 3). Bij het raadsvoorstel ‘Evaluatie financieringspositie’ uit 2020 4 is een aantal maatregelen getroffen om de financieringspositie te verbeteren en is een structurele bedrag gereserveerd om de gevolgen van de wijzigingen in afschrijvingscriteria op te vangen. In de meerjarenbegroting is hiervoor € 170.000,-- gereserveerd (4). Dit wordt nu ingezet om de budgettaire nadelen op te vangen. Voorgesteld wordt het eenmalige tekort van € 544.316,-- voor 2024 dat ontstaat door de eenmalige (versnelde) afschrijvingen te dekken uit de Vrij Aanwendbare Reserve (5).
Voorgesteld wordt om de incidentele overschotten in de jaren 2024 – 2026 te storten in de reserve gelabelde middelen. Op deze manier reserveren we vast budget voor eventuele investeringen die vanuit de kapitaalreserve gedekt kunnen worden. Passend binnen de voorwaarden die zijn gesteld. (6). Structureel blijft komt door deze voorstellen ruimte in de begroting van circa € 500.000,-- vanaf 2028. Deze cijfers zijn gebaseerd op investeringen uit het verleden en de investeringen in de meerjarenraming 2024-2027 zijn opgenomen. De ruimte van € 500.000,-- is daarmee niet structureel, omdat (vervangings)investeringen zich blijven aandienen. We stellen daarom voor deze budgettaire ruimte te reserveren voor de grote (investerings)opgaven die nog onvoldoende in de begroting 2024 zijn opgenomen, denk daarbij aan het IHP, de klimaatmaatregelen en investeringsprogramma wegen. bedra gen x € 1 Totaal overzicht
Eenmalig
Structureel
per 1-1-2024
2024
2025
2026
2027
2028
370.000
23.800
14.950
-7.800
-2.550
-31.350
Herzi eni ng a fs chri jvi ngs termi jnen
388.127
-120.041
-134.641
-145.141
-143.348
-317.848
Ops chonen a cti va
-213.811
6.877
10.635
13.049
15.061
16.601
Subtotaal budgettair effect
544.316
-89.364
-109.056
-139.892
-130.837
-332.597
-170.775
-170.775
-170.775
-170.775
-170.775
260.139
279.831
310.667
-
-
-
- 301.612
- 503.372
1
Verhogi ng mi ni ma l e opva ng i nves teri ngs kredi et
2 3
4
Bes chi kba a r i n begroti ng
5
Eenma l i ge dekki ng VAR
6
Storti ng i n res erve gel a bel de mi ddel en Structureel overschot begroting
-544.316 -
4
Bij het raadsvoorstel Evaluatie financieringspositie uit 2020 zijn de langlopende geldleningen omgezet en zijn enkele aanpassingen gedaan ter verbetering van de financieringspositie.
21
Aanvullend voorstel: gebruik reserve kapitaallasten voor oude investeringsbijdragen aan derden
8.5
In paragraaf 3.2.1 wordt het nieuwe voorgeschrift genoemd dat bijdragen in activa in eigendom van derden maximaal mogen worden afgeschreven over de afschrijvingstermijn die de derde partij hanteert. Daarmee worden bijdragen aan het Rijk niet langer afgeschreven. Hoewel de nieuwe voorschriften niet met terugwerkende kracht hoeven te worden uitgevoerd,
stellen we u voor om de kapitaallasten die voortkomen uit de bijdragen in de verplaatsing van het station en de Rijksweg 35 via de nieuwe reserve kapitaallasten te laten lopen. De betreffende bijdragen aan derden die hier gedaan zijn : -
Zijn eenmalig; Hoeven niet vervangen te worden; Behoren niet tot de kerntaken van de gemeente
Voorgesteld wordt een bedrag van € 3,6 miljoen uit de VAR hiervoor in te zetten. De budgettaire ruimte hiervan wordt eveneens gereserveerd voor de investeringsopgave. Dat houdt in dat de middelen in de laatste jaren van de meerjarenraming als stelpost voor kapitaallasten van de investeringsopgaven worden gereserveerd en in de tussenliggende jaren worden gestort in de reserve gelabelde middelen. bedra gen x € 1 Oude investeringsbijdragen derden dekken via reserve kapitaallasten
Eenmalig
Structureel
per 1-1-2024
2024
2025
2026
2027
2028
Dekki ng ka pi ta a l l a s ten oude i nves teri ngen s tra tegi s che projecten ui t ka pi ta a l res ere Storti ng i n res erve gel a bel de mi ddel en
3.593.764
-179.127
-179.127
-179.127
-179.127
-179.127
179.127
179.127
179.127
Storti ng va nui t VAR na a r res erve ka pi ta a l l a s ten
-3.593.764 -
-
-
- 179.127
- 179.127
Structureel voordeel reserveren voor investeringsopgaven
-
22
9
Conclusie en besluit
9.1 Wijzigingen in deze nota In deze nota stellen we de onderstaande wijzigingen voor ten opzichte van de kadernota investeren en afschrijven uit 2018. 1. De minimale omvang van de activeren investeringen wordt bijgesteld van € 10.000,-naar € 25.000.--. Een aantal voormalige investeringskredieten komt daarmee rechtstreeks in de exploitatiebegroting: de budgetten worden naar rato opgehoogd. 2. Op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen in de economische en technische levensduur stellen we enkele afschrijvingstermijnen bij. 3. De nieuw ingestelde bestemmingsreserve kapitaallasten wordt gebruikt om de lastendruk in de begroting te egaliseren. De activa waarvan de kapitaallasten via deze reserve worden bekostigd, zullen zoveel mogelijk de (incidentele) investeringen betreffen, die niet vervangen hoeven worden om het reguliere gemeentelijke beleid te kunnen uitvoeren. De reserve is toereikend om de afschrijvingslasten van de hiervoor aangewezen activa voor de gehele afschrijvingstermijn (naar rato) af te dekken. 4. Voor bijdragen in investeringen van derden geldt een afschrijvingstermijn die maximaal gelijk is aan die de termijn die de derde hanteert voor de afschrijving van deze activa. 5. Gronden onder gemeentelijke gebouwen die opnieuw door de gemeente worden gebruikt, mogen niet worden geherwaardeerd. De kosten van sloop worden toegerekend aan de nieuwbouw/opstal.
Indien de grond een verkoopbestemming krijgt mogen deze kosten wél aan de grond worden toegerekend. 6. Herverdeling van de stelposten voor wegen, riolering en calamiteiten hoeven niet opnieuw aan de raad te worden voorgelegd, ook al wijkt de afschrijvingstermijn (gering) af. 7. In tegenstelling tot de begeleiding van eigen projecten, worden interne (salaris)kosten van begeleiding van rijksprojecten niet geactiveerd indien deze niet door het rijk vergoed worden. 8. Overschrijdingen van kredieten met minimaal 10% met een ondergrens van € 10.000,-of overschrijdingen met meer dan € 50.000,-- rapporteren we aan de raad via de reguliere P&C cyclus. 9. Het investeringsplafond komt te vervallen en het MeerjarenInvesteringsPlan (MIP) wordt niet meer jaarlijks ter informatie verstrekt aan de raad. 10. De financiële effecten van het omzetten van afschrijvingstermijnen, het opschonen van oude investeringen die van origine < € 25.000,-- waren en het instellen van een kapitaallastenreserve worden verwerkt in de begrotingswijziging. 9.2
Inwerkingtreding
De in voorliggende nota voorgestelde regels treden per 1 januari 2024 in werking.
23
Bijlagen Bijlage I: Begrippen Actief/activum/activa Activa zijn bezittingen die opgenomen zijn op de balans Activeren Activering is een term voor de verwerking van een aankoop als een bezitting op de balans. Hierbij wordt de uitgave gezien als investering beschouwd, in plaats van als kosten. Afschrijven Afschrijven is de administratieve verwerking van de waardevermindering van een actief. De waardevermindering wordt veroorzaakt door technische slijtage en/of economische veroudering. De gebruiksduur bepaalt de afschrijvingstermijn en dus ook de hoogte van de afschrijvingslasten. De richtlijnen voor afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in bijlage II Afschrijvingstabel. Annuïtaire afschrijving Een berekeningsmethodiek waarbij bereikt wordt dat de kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn. Per jaar verschillen echter de hoogte van de rente- en afschrijvingscomponent. Boekwaarde Het totaal van de aanschafwaarde minus het reeds afgeschreven bedrag. BBV BBV staat voor Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Het betreft de wettelijke regelgeving waaraan de gemeenten en provincies moeten voldoen bij het opstellen van de jaarlijkse begrotings- en verantwoordingsstukken.
Componentenbenadering materiële vaste activa De componentenbenadering houdt in dat de verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van de individuele waardevermindering van die delen. Per deel kan de technische of economische levensduur namelijk verschillen. De opsplitsing in componenten wordt bepaald aan de hand van de economische of technische levensduur. De componentenbenadering resulteert in verschillende afschrijvingstermijnen voor ieder onderdeel. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Hiervan is sprake indien er geen baten in bedrijfseconomische zin worden gegenereerd. Voorbeelden zijn onder andere wegen, bruggen en andere investeringen waarvoor geen markt is in het private verkeer. Investeringen met een economisch nut Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen.
24
Kapitaallasten Kapitaallasten zijn de gedurende de levensduur van het actief jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met investeringen. De kapitaallasten bestaan uit afschrijving en rente. Krediet Een door de raad beschikbaar gesteld bedrag voor het doen van een concrete investering. Lineaire afschrijving Het afschrijvingsbedrag dat wordt berekend door de aanschaf- of vervaardigingsprijs na aftrek van restwaarde te delen door de looptijd. De jaarlijkse afschrijving voor het actief is ieder jaar gelijk. Looptijd Afschrijvingstermijn, gebaseerd op de verwachte economische of technische levensduur. Netto investeringsquote Vergelijkingsgetal waarbij de boekwaarden van materiële en immateriële activa vergeleken wordt met die van 4 jaar daarvoor. De netto investeringsquote is geschikt om te beoordelen of een gemeente voldoende investeert voor het behoud van een aanvaardbaar voorzieningenniveau. Netto schuldquote Vergelijkingsgetal waarbij de netto schulden worden afgezet tegen de omvang van de exploitatie (baten en lasten) in enig jaar. Onderhoud Uitvoering van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in een goede staat te houden of te brengen. Restwaarde De vermoedelijke opbrengst na verkoop van een afgeschreven actief, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van het actief.
Vaste activa Vaste activa zijn bezittingen waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. Het zijn de bezittingen die worden gebruikt voor de bedrijfsvoering en niet om te verhandelen. Waarderen Het vaststellen van de waarde van een actief waarvoor het op de balans wordt opgenomen.
25