CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0163.BPBUSCHANSHEKWEG12-ON01

Debatronde 18 januari 2022, gemeente HellendoornBij agendapunt: Bestemmingsplan Schanshekweg 12, Nijverdal25.104 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.6.2

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Situatie plangebied

In de omgeving van het plangebied bevindt zich een aantal grondgebonden veehouderijen. Met dit plan worden nieuwe geurgevoelig functies (verblijfsrecreatieve functies) toegestaan. Op basis van art. 14 lid 3 Wgv

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp geldt een vaste afstand van 50 meter tussen veehouderijen (zowel intensief als grondgebonden) en geurgevoelige objecten. In dit geval bevindt de dichtstbijzijnde veehouderij zich op circa 150 meter van het plangebied. Er wordt daarmee ruim aan de wettelijke afstand van 50 meter voldaan. 5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor dit plan.

5.7

Ecologie

5.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.2

Gebiedsbescherming

5.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Het plangebied ligt op circa 400 meter van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Wierdense Veld. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv.

geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitatypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is er een zogenaamde AERIUS-berekening uitgevoerd voor de gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. In dit onderzoek is uitgegaan van een toename van 30 verkeersbewegingen per dag, wat gezien de kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkeling een worst-case benadering is. De uitgevoerde stikstofberekening is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Uit de stikstofberekening volgt dat er geen sprake is van depositieresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar. Gelet op het vorenstaande is hiermee dan ook geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 220 meter afstand van het plangebied. Gezien de afstand van de locatie tot het NNN en de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 5.7.3

Soortenbescherming

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toestaan van niet-agrarische nevenactiviteiten in bestaande bebouwing op een bestaand erf, waardoor er sprake is van intensief beheer. Het voornemen voorziet niet in de sloop van bebouwing, dempen van watergangen en rooien van beplanting. De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen negatieve effecten op aanwezige natuurwaarden. 5.7.4

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van soorten- of gebiedsbescherming. Er is geen nader onderzoek nodig en er hoeft geen ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden.

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied De voorgenomen ontwikkeling gaat niet gepaard met bodemingrepen. Van enige aantasting van archeologische waarden is dan ook geen sprake. Archeologisch onderzoek is dus niet benodigd. 5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich in het plangebied zelf en de directe omgeving geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden. Bovendien gaat voorliggende ontwikkeling uitsluitend uit van het toestaan van nieuwe functies in bestaande bebouwing. Er wordt dan ook gesteld dat cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderliggend plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

•

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2

Situatie plangebied

5.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het toestaan van niet agrarische nevenactiviteiten op een bestaand agrarisch bedrijf. Het bedrijf beschikt over een Wet natuurbescherming die aan de regels van het bestemmingsplan is gekoppeld. Voor het extra toestaan van de niet agrarische nevenactiviteiten geldt dat, zoals ook in paragraaf 5.7.2.1 en bijlage 1 (stikstofonderzoek) van deze toelichting is beschreven is, er geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden, niet vergunningsplichtig. Een passende beoordeling is dan ook niet nodig. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldend bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.(beoordelings)-plichtig. 5.9.3

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.(beoordelings)-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp

HOOFDSTUK 6 6.1

WATERASPECTEN

Algemeen

Op grond van een afspraak uit de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw, dienen decentrale overheden in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf op te nemen. In die paragraaf dient te worden uiteengezet wat voor gevolgen het plan in kwestie heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. 6.1.1

Beleidskader

Het kader voor de watertoets is het vigerend beleid (Vierde Nota waterhuishouding, Waterbeleid 21 e eeuw, Europese Kaderrichtlijn water en de beleidslijn Ruimte voor de Rivier). De watertoets wordt uitgevoerd binnen de bestaande wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en water, op basis van het commitment van de betrokken partijen blijkend uit de Startovereenkomst Waterbeleid 21 e eeuw. Een aantal relevante beleidsdocumenten wordt in het navolgende kort besproken. Rijksbeleid NWP, Nationaal Waterplan 2016-2021 Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes: •

Integraal waterbeheer. Het kabinet houdt vast aan een integrale aanpak van de wateropgaven, door opgaven op het gebied van waterkwantiteit (waterveiligheid en wateroverlast), waterkwaliteit en gebruik van (zoet)water in natte en droge situaties in samenhang te beschouwen.

•

Afwenteling voorkomen. Het kabinet wil voorkomen dat waterkwantiteits- en waterkwaliteitsproblemen worden afgewenteld in de ruimte en de tijd, zoals het afwentelen van bovenstrooms veroorzaakte waterkwaliteitsproblemen op benedenstrooms gelegen wateren. Om afwenteling te voorkomen gelden ook de volgende tritsen: o

Vasthouden-bergen-afvoeren. Op basis van deze trits wordt water zo lang mogelijk vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater, om wateroverlast en overstromingen te voorkomen en in droge periodes zo lang mogelijk te beschikken over gebiedseigen water. Zo nodig wordt water tijdelijk geborgen. Als vasthouden en bergen niet meer mogelijk zijn, wordt het water afgevoerd naar elders.

o

Schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Bij deze trits gaat het er in de eerste plaats om het water zo schoon mogelijk te houden. In de tweede plaats blijven schoon en vuil water zo veel mogelijk gescheiden. Als laatste, wanneer schoon houden en scheiden niet meer mogelijk zijn, kan het schoonmaken van verontreinigd water aan de orde zijn.

•

Ruimte en water verbinden. Bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied.

•

Adaptieve aanpak. De waterpartners anticiperen met een adaptieve aanpak op toekomstige ontwikkelingen: gefaseerde besluitvorming, flexibele strategieën en een integrale benadering. Daarmee minimaliseren zij de kans op over- of onderinvesteren.

Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van de wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van gronden oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. Beleid waterschap Vechtstromen Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: • • •

voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Gemeentelijk beleid Op 15 december 2020 is de beleidsnota “Samen leven met water 2021-2025 gemeente Hellendoorn vastgesteld. Het waterbeheer in Hellendoorn is verdeeld over vier waterpartners: de gemeente Hellendoorn, het waterschap Vechtstromen en waterschap Drents Overijsselse Delta en de provincie Overijssel. Bij het operationele waterbeheer worden ook particulieren en ondernemers betrokken. De activiteiten van de vier waterpartners kennen een grote onderlinge afhankelijkheid. Een goede samenwerking is dus essentieel. De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, grondwater en hemelwater hebben zowel betrekking op de (afval)waterketen als op het watersysteem. In de samenwerking met waterbeheerders en omliggende gemeenten speelt Twents Waternet een belangrijke rol. Twents Waternet is een netwerkorganisatie waarin (beleids)medewerkers van de Twentse gemeenten en waterschap Vechtstromen kennis en ervaring delen op het gebied van riolering, waterbeheer en klimaatadaptatie. Het Twents Waternet heeft een aantal bouwstenen opgesteld voor regelgeving op watergebied. De bouwstenen bieden mogelijkheden om onderwerpen op verschillende wijze te regelen. De bouwstenen gaan over: •

aansluiten op de riolering met regels over de aansluitingen op de riolering;

•

lozen van afvalwater met regels over de lozingsroute, zuiveringsvoorzieningen en bij dit laatste regels voor aan te leveren gegevens en bescheiden;

•

bedrijfsafvalwater in het buitengebied met regels om zorg te dragen dat alleen huishoudelijk wordt geloosd en aanvullende regels in geval van lozing van bedrijfsafvalwater;

•

vloerpeilen en maximaal percentage verharding met regels om zorg te dragen dat zo weinig mogelijk hemelwater via het riool wordt afgevoerd;

•

waterberging inclusief afkoopregeling met regels om hemelwater langer op het eigen terrein kunnen vasthouden en indien nodig vertraagd afvoeren. Ook bevat deze regels voor particulieren over het aanleggen van een waterberging met voorwaarden. Via een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de waterbergingseis;

•

afkoppelen en infiltreren in aangewezen afkoppelgebieden om daarmee het hemelwater vast te houden in de gebieden;

•

bodemenergiesystemen in intrekgebieden dienen zorg te dragen dat de drinkwaterwinning wordt veiliggesteld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp Afvalwaterzorgplicht De gemeentelijke zorgplicht voor inzameling van stedelijk afvalwater beperkt zich overwegend tot huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat qua samenstelling daarmee overeen komt. Dit houdt in dat bedrijfsafvalwater, waarbij geen sprake is van bovengenoemde herkomst, in beginsel niet door de gemeente ingezameld en getransporteerd behoeft te worden. In de praktijk zal de gemeente overigens het bedrijfsafvalwater dat al is aangesloten op een openbaar vuilwaterriool blijven inzamelen en transporteren, mist de samenstelling van dit afvalwater voldoet aan wettelijke eisen en de goede werking van het rioolstelsel en rioolwaterzuivering niet belemmert. Hemelwaterzorgplicht De gemeente Hellendoorn streeft naar een zo duurzaam mogelijke en doelmatige inzameling en afvoer van hemelwater waarbij hemelwater op een zo natuurlijk mogelijke manier wordt verwerkt. Gestreefd wordt dit te doen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Bij infrastructuurprojecten in bestaand stedelijk gebied en bij nieuwe in- en uitbreidingen van woongebied is in de afgelopen 20 jaar veel aandacht gegeven aan het scheiden van hemel- en afvalwater.

De gemeente tracht, conform de opzet van de wetgeving, het initiatief voor de verwerking van hemelwater dat afkomstig is van particuliere terreinen zoveel mogelijk bij de burgers neer te leggen binnen de grenzen van redelijkheid en doelmatigheid. Grondwaterzorgplicht De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van de particulier, het waterschap of de provincie behoren.

6.2

Watertoets

De watertoets is het proces van vroegtijdig beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een bestemmingsplan. De watertoets wordt via een waterparagraaf opgenomen in het bestemmingsplan. Doel van de watertoets is “te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding”.

6.3

Waterparagraaf

De waterparagraaf beschrijft de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie en de wijzigingen die optreden en hoe hiermee wordt omgegaan. De toetsing van de waterparagraaf ligt bij het Waterschap. Het wateradvies van het waterschap moet daarin zijn meegenomen. Bij het opstellen van de waterparagraaf zijn ruimtelijk relevante criteria te onderscheiden in: • • • • • • • • • • • •

Veiligheid, waarborgen veiligheidsniveau; Wateroverlast, voorkomen en/of reduceren van wateroverlast. Vergroten veerkracht watersysteem; Verwerking hemelwater, vasthouden, bergen, afvoeren en schoon houden; Riolering, voorkomen van het ontstaan van afvalwater. Afvalwater afvoeren naar de rioolwaterzuivering; Watervoorziening, afstemmen op de toegekende functie; Volksgezondheid, minimaliseren risico op water gerelateerde ziekten en plagen; Bodemdaling (veengebieden),tegengaan bodemdaling en reductie functiegeschiktheid; Grondwateroverlast, voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast; Oppervlaktewaterkwaliteit, behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur en afstemming KRW; Grondwaterkwaliteit, behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur; Verdroging, bescherming karakteristieke grondwaterafhankelijke ecologische waarden; Natte natuur, ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp De huidige situatie wordt daarbij vergeleken met de nieuwe situatie aan de hand van de volgende punten: • • • • • • • •

6.4

Verdeling verhard oppervlak; Bodemopbouw: mate van doorlatendheid/infiltratie gebied; Grondwatersituatie: kwel/infiltratiegebied. Bepalen specifieke gebiedsafvoer (l/sec/ ha) door het waterschap; Oppervlaktewatersituatie; Inzameling en afvoer van afvalwater; Inzameling en afvoer van hemelwater Beheersing grondwaterstanden in relatie tot de functie van het gebied; Uitgangspunten stedelijk water vastleggen. In de concept-waterparagraaf worden principiële keuzes gemaakt voor de duurzame omgang met water, ophoging terrein versus ontwatering, type rioolsysteem, omvang van aan te leggen oppervlaktewater, etc.

Watertoetsproces

Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl/). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de ‘paragraaf geen waterbelang’ van toepassing is. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 2 van deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp

HOOFDSTUK 7 7.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden mag worden afgeweken van de opgenomen bouwregels; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp • • •

•

Specifieke gebruiksregels: (indien opgenomen) welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval toegestaan dan wel strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: (indien opgenomen) onder welke voorwaarden mag worden afgeweken van de opgenomen gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden: omgevingsvergunningstelsel (voormalige aanlegvergunningstelsel) die bepaalt wanneer een omgevingsvergunning benodigd is voor bepaalde werken en/of werkzaamheden. Wijzigingsbevoegdheid: (indien opgenomen) onder welke voorwaarden mag het plan worden gewijzigd.

In paragraaf 7.3 wordt de bestemming nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

Anti-dubbeltelregel (Artikel 5) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.

•

Algemene bouwregels (Artikel 6) In dit artikel worden algemene bouwregels omtrent bestaande afmetingen en afstanden en afstand tot wegen beschreven.

•

Algemene gebruiksregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn.

•

Algemene afwijkingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

•

Algemene wijzigingsregels (Artikel 9) In dit artikel wordt aangeven op welke punten en onder welke voorwaarden het bestemmingsplan gewijzigd kan worden.

•

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (Artikel 10) In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden opgenomen. Tevens zijn in dit artikel de parkeerregels opgenomen

•

Overige regels (Artikel 11) In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden opgenomen. Tevens zijn in dit artikel de parkeerregels opgenomen.

7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. “Agrarisch met waarden” (Artikel 3) De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ met een bouwvlak, functieaanduidingen ‘bedrijfswoning’, ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – voeropslag’ en ‘specifieke vorm van waarde – kleinschalig landschap’ en de maatvoeringsaanduidingen ‘aantal bedrijfswoningen: 2’ en ‘maximum goothoogte 4m, maximum bouwhoogte 8m’. Qua bestemmingsregels is aangesloten bij de gelijknamige bestemming uit bestemmingsplan “Buitengebied 2009 herziening regels 22012” en beheersverordening “Deprogrammering woningbouw Hellendoorn” .

De gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd voor agrarische bedrijvigheid, uitgezonderd tuinbouw, met dien verstande dat intensieve veehouderij niet is toegestaan. Daarnaast zijn niet-agrarische nevenactiviteiten tot een gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 300 m² binnen bestaande gebouwen toegestaan. De bouw- en gebruiksregels uit bestemmingsplan “Buitengebied 2009 herziening regels 2-2012” en “Deprogrammering woningbouw Hellendoorn” zijn eveneens overgenomen. Hetzelfde geldt voor de afwijkingsbevoegdheden. “Groen – Landschapselement” (Artikel 4) De westelijke strook van het plangebied is, conform de geldende beheersverordening, voorzien van de bestemming ‘Groen – Landshapselement’. Ter plaatse zijn uitsluitend andere bouwwerken tot 2 meter hoogte toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De voorgenomen ontwikkeling betreft een verzoek van de eigenaren van het betreffende perceel. Gelet op de geschiedenis heeft de gemeenteraad van Hellendoorn besloten om hen tegemoet te komen. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en de leges worden gedragen door de gemeente Hellendoorn. Eventuele planschade komt voor rekening van de gemeente. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp

HOOFDSTUK 9 9.1

Vooroverleg

9.1.1

Rijk

INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en er sprake is van een ontwikkeling dat in overeenstemming is met het provinciaal beleid, wordt vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk geacht. 9.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben ertoe geleid dat de ‘paragraaf geen waterschapsbelang’ van toepassing is. Daarom is in het kader van vooroverleg geen overleg noodzakelijk met het waterschap.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Bij dit plan is afgezien van het ter inzage leggen van een voorontwerpbestemmingsplan.

9.3

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt na de inzage termijn van het ontwerpbestemmingsplan ingevuld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp

Bijlage 1

Stikstofberekening

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan ‘Schanshekweg 12 Nijverdal’ Ontwerp

Bijlage 2

Waterparagraaf geen waterschapsbelang

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan

Schanshekweg 12 Nijverdal

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan "Schanshekweg 12 Nijverdal"

Bestemmingsplan:

Schanshekweg 12 Nijverdal

IDN:

NL.IMRO.0163.BPBUSCHANSHEKWEG12-ON01

Status:

Ontwerp

Datum:

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Stikstofberekening

6

Bijlage 2

Watertoetsresultaat

12

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp

Bijlagen bij de toelichting

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp

Bijlage 1

Stikstofberekening

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RX9WhXC6nZ3o (27 november 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Hellendoorn

Schanshekweg 12, 7443 PB Nijverdal

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Nevenactiviteiten locatie Reimink

RX9WhXC6nZ3o

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

27 november 2020, 08:28

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

3,93 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Uitbreiding nevenactiviteiten in de vorm van verkoop aan huis en realiseren recreatief nachtverblijf.

Situatie 1

RX9WhXC6nZ3o (27 november 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,72 kg/j

Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

2,21 kg/j

RX9WhXC6nZ3o (27 november 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

20,0 / etmaal NOx NH3

1,72 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 1 229920, 487044 1,72 kg/j < 1 kg/j

Bron 2 229623, 487549 2,21 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

10,0 / etmaal NOx NH3

2,21 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RX9WhXC6nZ3o (27 november 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RX9WhXC6nZ3o (27 november 2020) pagina 5/5

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp

Bijlage 2

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

datum 25-1-2021 dossiercode 20210125-63-25366 Geachte heer/mevrouw T Zomerdijk, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets wordt in uw plan geen waterschapsbelangen geraakt. U volgt de procedure geen waterschapsbelang. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan en onderstaande tekst kunt opnemen in het plan. Paragraaf geen waterschapsbelang Deze paragraaf geen waterschapsbelang heeft betrekking op het plan Schanshekweg 12. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.

_____________________________________________________________________________________________________________________

Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl

datum 25-1-2021 dossiercode 20210125-63-25366

Samenvatting van de watertoets(geen waterschapsbelang) In dit document vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens op de website www.dewatertoets.nl. De toets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van waterschap Vechtstromen. Voor algemene informatie over de watertoets van Vechtstromen kunt u ook terecht op de website van het waterschap www.vechtstromen.nlMocht u specifieke vragen hebben naar aanleiding van deze toets dan kunt u ons bereiken via telefoonnummer 088- 220 3333. U kunt ook een email sturen naar info@vechtstromen.nl. Uit deze toets komt de procedure geen waterschapsbelang. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens.

_____________________________________________________________________________________________________________________ Gegevens aanvrager: Naam: T Zomerdijk Adres: Dokter van Deenweg 13 Postcode: 8025 BP Plaats: Zwolle E-mail: twan@bjz.nu Telefoon: 0657832283

_____________________________________________________________________________________________________________________ Gegevens gemeente: Naam: Hellendoorn E-mail: g.fikken@hellendoorn.nl Telefoon: 0548-630510

_____________________________________________________________________________________________________________________ Plan gegevens: Naam plan: Schanshekweg 12

Omschrijving van het plan: Toestaan niet agrarische nevenfuncties in bestaande bebouwing

Plan adresgegevens: Adres: Schanshekweg 12 Postcode: 7443 PB Plaats: Nijverdal Kadastraal:

_____________________________________________________________________________________________________________________ Ingevoerde plan gegevens:

_____________________________________________________________________________________________________________________ Geraakte kaartlagen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? nee

Het grootste deel van het door u ingetekende plangebied ligt in de gemeente Hellendoorn.

_____________________________________________________________________________________________________________________ Toets vragen: 1) Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? ja 2) Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? nee 3) Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee

_____________________________________________________________________________________________________________________

_____________________________________________________________________________________________________________________

Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl

Bestemmingsplan

Schanshekweg 12 Nijverdal

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan "Schanshekweg 12 Nijverdal"

Bestemmingsplan:

Schanshekweg 12 Nijverdal

IDN:

NL.IMRO.0163.BPBUSCHANSHEKWEG12-ON01

Status:

Ontwerp

Datum:

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp

Inhoudsopgave Regels

4

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Inleidende regels

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden Groen - Landschapselement

Hoofdstuk 3

Algemene regels

5 5 11

13 13 19

21

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Artikel 10 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Artikel 11 Overige regels

21 22 23 25 26

Hoofdstuk 4

35

Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels

31 33

Overgangsrecht Slotregel

35 36

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp Regels

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In het plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Schanshekweg 12 Nijverdal' met identificatienummer NL.IMRO.0163.BPBUSCHANSHEKWEG12-ON01 van de gemeente Hellendoorn. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 bestemmingsplan ''Buitengebied 2009 herziening regels 2-2012'' het bestemmingsplan "Buitengebied 2009 herziening regels 2-2012" met identificatienummer NL.IMRO.0163.BPBUHERZREGELS-VG01 van de gemeente Hellendoorn; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 agrarische bedrijvigheid: bedrijvigheid, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten door het telen van gewassen en het houden van dieren, waaronder begrepen paardenfokkerij en intensieve kwekerij; uitgezonderd zijn: paardenhouderij en manege; 1.7 agrarisch loonwerkbedrijf: een bedrijf, dat is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven en het verrichten van cultuurtechnische werkzaamheden met behulp van werktuigen; 1.8 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.9 bebouwing: een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage: de oppervlakte van de bebouwing binnen het bouwvlak of het bestemmingsvlak indien daarin geen bouwvlak voorkomt, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat bouwvlak respectievelijk bestemmingsvlak; 1.11 bedrijfsgebouw: een niet voor bewoning bestemd gebouw ten dienste van een bedrijf, instelling of voorziening;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp 1.12 bedrijfsmatige exploitatie: het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer of exploitatie, dat in de recreatieverblijven -recreatiewoningen en kampeermiddelen- daadwerkelijk recreatief verblijf plaatsvindt; van bedrijfsmatige exploitatie is sprake als het recreatieverblijf voor ten minste 140 dagen per jaar beschikbaar is voor verhuur; 1.13 bedrijfswoning of dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, die hoort bij en functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein; 1.14 beroep aan huis: een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, dat in een woning en daarbij behorende bijgebouwen en bestaande voormalige bedrijfsgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.15 bestaande afmetingen en vorm: de hoogte, afstand en vorm van het bouwwerk of het aantal dat op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan bestaat, wordt gebouwd, dan wel nadien krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend, kan worden gebouwd;

1.16 bestaande bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object: bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object, zoals dat of die rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan; 1.17 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.18 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.19 bijgebouw: een gebouw dat of een overkapping die in bouwkundig opzicht ondergeschikt is, en voor zover aan het hoofdgebouw gebouwd in de kap zichtbaar en feitelijk gescheiden is, van het op hetzelfde perceel gelegen bijbehorende hoofdgebouw; 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergoten van een bouwwerk; 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag: een voor mensen toegankelijk deel van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen wordt begrensd, zulks met uitzondering van onderbouwen, kelders en kappen; de eerste bouwlaag is de bouwlaag op de begane grond; 1.23 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp 1.24 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan; 1.25 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26 brutovloeroppervlakte: de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw; 1.27 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.28 extensieve openluchtrecreatie: vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruime, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen; 1.29 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30 glastuinbouwbedrijf: een agrarisch bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van produkten door middel van het telen van gewassen onder glas of daarmee gelijk te stellen

materialen; 1.31 grondgebonden agrarische bedrijvigheid: veehouderij-, akkerbouw- of tuinbouwbedrijf, dat functioneel geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van de ter plaatse bij het bedrijf behorende grond als agrarisch productiemiddel; 1.32 hoofdgebouw: een gebouw, dat binnen een bouwperceel door constructie of afmetingen als hét of één van de belangrijkste valt aan te merken; 1.33 horeca: hotel, pension, restaurant, café, cafetaria of daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, een en ander -tenzij uitdrukkelijk anders vermeld- met uitzondering van nachtclubs, discotheken, dancings of soortgelijke inrichtingen; onder horeca is in ieder geval niet begrepen een seksinrichting; 1.34 intensieve kwekerij: een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het telen van gewassen of het kweken van dieren, niet zijnde vee, waarbij nagenoeg geen gebruik wordt gemaakt van daglicht, zoals een kwekerij van paddenstoelen, witlof, vis, wormen of maden;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp 1.35 intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf of deel daarvan met een brutovloeroppervlakte van ten minste 250 m², dat wordt gebruikt voor veehouderij volgens de Wet milieubeheer; onder veehouderij wordt hier niet verstaan: het houden van melkrundvee, schapen en paarden, het "biologisch" houden van dieren en het houden van dieren uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer; 1.36 kampeerboerderij: voorzieningen binnen al of niet voormalige agrarische bebouwing, bedoeld voor recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; 1.37 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan; 1.38 kampeerterrein: een terrein ingericht voor recreatief verblijf in kampeermiddelen en trekkershutten; 1.39 kas: een gebouw met overwegend transparante, lichtdoorlatende afdekking en wanden, bedoeld voor het kweken en telen van gewassen; 1.40 manege: bedrijvigheid geheel of overwegend gericht op het houden, stallen, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's, het ter zake lesgeven en de exploitatie van daarbij behorende voorzieningen, waaronder begrepen een

kantine of soortgelijke horecavoorziening; 1.41 niet-agrarische nevenactiviteiten: a. ambachtelijke landbouwproducten verwerkende bedrijven, zoals een wijnmakerij, zuivelmakerij, slachterij, imkerij; b. aan agrarische functies verwante bedrijven, zoals een paardenpension, paardenopleidingscentrum, agrarisch loonwerkbedrijf, fouragehandel, hoefsmederij en hoveniers- en boomverzorgingsbedrijven; c. ambachtelijke bedrijven, zoals een dakdekker, rietdekker, schildersbedrijf, meubelmaker, installatiebedrijf; d. opslag- en stallingsbedrijven; e. zakelijke dienstverlening, zoals een adviesbureau of een computerservicebureau; f. bezoekers- en cursuscentrum; g. atelier, museum, galerie en kunsthandel; h. detailhandel overwegend in ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten; i. horeca, zoals een theetuin, een ijs-/snackverkooppunt, een terras; j. dagrecreatieve voorzieningen, zoals een speeltuin en verhuur van fietsen; k. verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van plattelandskamers, plattelandsappartementen en kampeerboerderij en in de vorm van standplaatsen voor kampeermiddelen, met uitzondering van stacaravans; l. sociale en medische dienstverlening, zoals een kinderdagverblijf, verpleeghuis, zorgboerderij, dierenkliniek, artsenpraktijk, kuuroord; m.

andere niet-agrarische bedrijfs- en andere activiteiten, die in ruimtelijk en functioneel opzicht met de hiervoor genoemde gelijk kunnen worden gesteld; 1.42 onderkomen: een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp 1.43 paardenbak: een niet overdekt, omheind terrein met een andere ondergrond dan gras, ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.44 paardenfokkerij: het bedrijfsmatig, op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony's, met als hoofdactiviteit het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's; 1.45 paardenhouderij: het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony's, met als ondergeschikte nevenactiviteit het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's; 1.46 peil: a. voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.

in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein;

1.47 permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdwoonverblijf, waarbij door betrokkene(n) niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt; 1.48 plattelandsappartement: (een deel van) een (voorheen) agrarisch gebruikt gebouw dat blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in een zelfstandige eenheid, met eigen keuken en sanitair -al dan niet in combinatie met een dagverblijf; 1.49 plattelandskamer: (een deel van) een (voorheen) agrarisch gebruikt gebouw dat blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf in een kamer -al dan niet in combinatie met een dagverblijf- met keuken en sanitair in een gemeenschappelijke ruimte; 1.50 recreatiewoning: een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief verblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief verblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; 1.51 rijhal: een gebouw uitsluitend bestemd voor het africhten van paarden en pony's, ten dienste van en behorende bij een paardenfokkerij of paardenhouderij; 1.52 seksinrichting: een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare

wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel en parenclub al of niet in combinatie met elkaar;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp 1.53 stacaravan: een als een gebouw aan te merken kampeermiddel, voorzien van een as-/wielstelsel, bestaande uit één bouwlaag met een totaal oppervlak van maximaal 60 m², met een bouwhoogte van 3,75 m en een breedte van maximaal 4,5 m, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief woonverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief woonverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; het kampeermiddel of de afzonderlijke delen zijn op het terrein voort te bewegen; 1.54 teeltondersteunende voorzieningen: een verplaatsbare constructie, overtrokken met transparant materiaal anders dan glas, voor het kweken of beschermen van gewassen; 1.55 trekkershut: een gebouw met een oppervlakte van maximaal 30 m² en een bouwhoogte van maximaal 4 m en dat dient als periodiek verblijf voor wisselende groepen van recreanten, die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.56 tuinbouw: het bedrijfsmatig telen en kweken van groenten, bomen, heesters, struiken, planten en bloemen of tuinbouwzaden, in de volle grond, al dan niet gecombineerd met, als ondergeschikte nevenactiviteit, de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; 1.57 verkoopvloeroppervlakte: de vloeroppervlakte van alle voor

mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw ten behoeve van detailhandel, onder welke ruimten niet zijn begrepen opslag-, personeels-, sanitaire en andere dienstruimten, garderobes en keukens; 1.58 voorgevel: de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.59 voorgevelrooilijn: de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen. 1.60 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

bestemmingsplan Schanshekweg 12 Nijverdal ontwerp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14995310/1