Grondstoffenbeleidsplan 2022-2025 definitieve versie
Tekst van het document
Dure zak / tariefzak
Het afval moet in een speciale (dure) vuilniszak worden aangeboden die de gemeente aanbiedt. Het variabele tarief is afhankelijk van het aantal zakken per huishouden. ➢
Gewicht
Het variabele tarief is afhankelijk van het aantal kilogram dat huishoudens aan de straat zetten. ➢
Combinaties Gemeenten hanteren (vooral) een combinatie van bovengenoemde systemen.
Van de zes verschillende methoden om de afvalstoffenheffing te bepalen (vast tarief, huishoudengrootte, volume, frequentie, dure zak en gewicht) worden er vaak drie als diftarsystemen aangemerkt (de literatuur is niet eenduidig als het gaat om het aantal verschillende type diftar systemen). Een vast tarief, volume (containergrootte) en een tarief gebaseerd op het aantal personen per huishouden worden niet als diftar systemen gekenmerkt, omdat het geen gegeven is dat de afvalstoffenheffing stijgt wanneer een huishouden meer restafval aanbiedt. Het Hellendoornse systeem (volume – containergrootte) wordt ook wel ‘diftar-light’ genoemd. Deze vorm kent lage invoeringskosten, maar zet het minst aan tot scheiding in vergelijking met diftar. De meeste diftar gemeenten hanteren een volume/frequentie systeem. Dit systeem blijkt het meest effectief in het verlagen van de milieudruk en het verlagen van de afvalstoffenheffing. De voordelen hiervan (ten opzichte van diftar op basis van gewicht zijn divers: ➢ Dit systeem is eenvoudig en minder storingsgevoelig dan een weegsysteem. Het systeem is zowel in aanschaf als beheer voordeliger dan een weegsysteem; ➢ Kan worden toegepast op alle typen inzamelvoorzieningen voor restafval (minicontainers en ondergrondse verzamelcontainers).
Dit in tegenstelling tot het weegsysteem (gewicht) dat hoofdzakelijk bij minicontainers kan worden toegepast; ➢ Bij een systeem op basis van gewicht kunnen inwoners afval bij elkaar in de container deponeren. Bij een volume/frequentiesysteem worden alleen volle containers aan de openbare weg gezet. Mocht er nog wel ruimte in de container zijn, dan wordt de aanbieder niet afgerekend op extra afval (gewicht) van buurtbewoners. De ‘dure zak’ wordt voornamelijk toegepast in stedelijke gemeenten en is minder interessant voor gemeenten met veel laagbouw. De ‘dure zak’ gaat uit van een ‘stoepinzameling’. De zak maakt plaats voor de container voor restafval. De implementatie van diftar richt zicht op basis van bovenstaande analyse op een volume/frequentiesysteem. 23
2. Voorwaarden en actiepunten bij de invoering van diftar Er zijn een aantal strikte voorwaarden gekoppeld aan de invoering van diftar (volume/frequentiesysteem). Deze voorwaarden worden beschreven, waarbij ook wordt aangegeven of Hellendoorn hieraan al voldoet (V) of nog niet voldoet (X). Daarnaast kunnen al dan niet maatregelen getroffen worden die invloed hebben op het succes van diftar (kosten, milieurendement, service). Hierin moeten keuzes gemaakt worden (~). 2.1 Containermanagementsysteem en ondergrondse containers (CMS) De invoering van diftar gaat gepaard met de invoering van een containermanagementsysteem (CMS). Minicontainers aan huis moeten worden voorzien van een chip en worden gekoppeld aan het betreffende huisadres. Door middel van een chip kan het aantal ledigingen op huishoudniveau worden geregistreerd. De geregistreerde ledigingen moeten worden geïmporteerd in de belastingapplicatie en kunnen vervolgens gekoppeld worden aan het geldende variabele tarief. Het aantal ledigingen bepaalt de hoogte van de afvalstoffenheffing. Alle minicontainers (laagbouw) zijn voorzien van een chip. Het softwarepakket (AfvalRis) moet worden uitgebreid met de module diftar. Huishoudens die niet beschikken over een minicontainer (hoogbouw), moeten daarnaast ook toegang krijgen tot een registratiesysteem.
Hiervoor zijn ondergrondse containers vereist, gerealiseerd op loopafstand (200-250 meter) en voorzien van een registratiesysteem met toegangscontrole in de vorm van een toegangspasje per huishouden. De toegangspas geeft toegang tot verzamelcontainers. De toegangscontrole zorgt ervoor dat de ledigingen per huishouden worden geregistreerd en zodoende kan het variabele tarief worden toegepast op deze huishoudens. De gemeente Hellendoorn zamelt nog geen restafval in via ondergrondse containers met een registratiesysteem. Alleen glas- en textielcontainers zijn ondergronds. Inwoners beschikken over milieupassen (voor het Afvalbrengpunt), waardoor registratie mogelijk is. ~ De inzameldienst van Hellendoorn beschikt niet over een vrachtwagen met laadkraan dat ondergrondse containers kan ledigen. Hiervoor zal een gepaste oplossing moeten worden gevonden (investeren of inhuren). Dit beperkt zich tot de inzameling in de hoogbouw. Het gebruik van ondergrondse containers kent voor- en nadelen. De nadelen zijn noodzakelijke investeringen en stijgende exploitatielasten. Ondergrondse containers vragen daarnaast om intensieve trajecten (aanwijzingsbesluiten). De voordelen zijn uiteenlopend.
Het plaatsen van ondergrondse containers in de openbare ruimte zal vaak leiden tot een verbeterde ruimtelijke kwaliteit en werkt ruimtebesparend (rolcontainers verdwijnen inpandig en uit het straatbeeld). Vanuit de samenleving is vraag naar ondergrondse verzamelcontainers. Bijvoorbeeld bij nieuwbouwprojecten en recreatieparken. Ook zijn ondergrondse containers hygiënischer (geen stank overlast en ongedierte). Een ander voordeel is dat bewoners de rolcontainers niet meer iedere week of iedere twee weken aan de straat hoeven te zetten. Dit gebeurt door bewoners zelf, maar op sommige locaties ook door medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voordeel: voor appartementen in de sociale huursector worden deze kosten doorberekend in de huur. Nadeel: het takenpakket van deze medewerkers verminderd. 2.2 Hanteren van een gesloten systeem zonder ontwijkroutes Bij het toepassen van prijsprikkels op restafval moeten gratis ontwijkroutes voorkomen en beheerst worden. Er moet sprake zijn van een gesloten betaalsysteem voor restafval. Op het Afvalbrengpunt moet betaald worden voor elke kilogram restafval. Voor het ophalen van grof restafval aan huis worden voorrij- en verwerkingskosten betaald.
24
2.3 Balans tussen het ontmoedigen van ongewenst en het bemoedigen van gewenst gedrag Gedifferentieerde tarieven geven inwoners een financiële prikkel om hun restafval verder te verminderen en grondstoffen beter te scheiden. De aanwezigheid van toereikende inzamelvoorzieningen voor de herbruikbare grondstofstromen is daarbij een belangrijke voorwaarde. Waar het aanbieden van restafval (ook financieel) wordt ontmoedigd wordt het gescheiden aanbieden van grondstoffen vaak gestimuleerd en gemakkelijk gemaakt. Dit betekent dat er mogelijk extra service moet worden verleend op een aantal gebieden. Dit is echter niet vereist en gebeurt niet in elke gemeente: ~ ~ ~
De gemeente kan de inzameling van incontinentiemateriaal en luiers faciliteren. De gemeente kan de inzamelfrequentie van PMD en OPK verhogen. De hoogbouw moet de mogelijkheid hebben om GFT apart aan te bieden.
2.4 Invoering van diftar raakt andere domeinen De invoering van diftar vergt aanpassingen in andere delen van de organisatie. Diftar vraagt om extra capaciteit (administratieve functie) voor het opleggen van gedifferentieerde aanslagen en mogelijk voor het eventueel verstrekken van (niet financiële) monitoringsgegevens aan huishoudens. In de huidige situatie wordt er aan het begin van het jaar één aanslag opgelegd voor dat belastingjaar. Als we ervoor kiezen alle huishoudens tweemaal een aanslag toe sturen (vooraf en achteraf), is dat uiteraard ook duurder. Hiervoor zijn oplossingen bekend, bijvoorbeeld door het vastrecht vooraf in rekening te brengen en het variabele deel achteraf in combinatie met het vastrecht van het nieuwe belastingjaar te innen. De gemeente heeft onvoldoende administratieve capaciteit bij subteam ‘Belastingen’. Daarnaast raakt diftar de afdelingen ‘Toezicht’ (correct gebruik, voorkomen van ontwijkgedrag, preventief en repressief) en ‘Communicatie’ (voorlichting, bewustwording en ‘verleiding’ richting inwoners). Bij de invoering van prijsprikkels moet aandacht zijn voor ontwijkgedrag zoals illegale bijplaatsingen (afvaldump). Om te voorkomen dat er na de invoering van prijsprikkels een toename ontstaat van het aantal bijplaatsingen, moet er extra gehandhaafd worden.
Hiervoor dient een adequaat handhavingsplan opgesteld te worden met preventieve en repressieve maatregelen. Extra toezicht op kwaliteit is van belang om vervuiling in de gratis stromen te voorkomen (bijvoorbeeld het uitvoeren van structurele controles op de inhoud van containers). Ook moet een passende communicatiestrategie worden ontwikkeld en uitgerold, waarmee inwoners uiteraard worden geïnformeerd over de werking van het systeem, maar waarmee ook bewustwording wordt gevoed en inwoners worden verleid tot meer en betere scheiding van grondstoffen. De gemeente heeft onvoldoende handhavende capaciteit bij subteam ‘Toezicht’. De extra communicatietaken kunnen naar verwachting worden ondergebracht binnen de bestaande formatie (beleidsmedewerker, beheerder en communicatie). De lasten (extra fte’s) voor belastingen en handhaving kunnen worden opgevangen binnen de afvalstoffenheffing. 2.5 Nulmeting In een recent onderzoek is aangegeven dat de negatieve effecten van diftar beperkt zijn (de kwaliteit van grondstoffen wijkt niet of nauwelijks af van gemeenten zonder diftar en het aantal bijplaatsingen stijgt niet of beperkt). Het advies is om een nulmeting zwerfafval / avaldump op te starten om vragen in de toekomst te beantwoorden. De gemeente heeft nog geen nulmeting (bijplaatsingen) uitgevoerd.
Hoewel Nederland Schoon de hoeveelheid zwerfafval in onze gemeente monitort op basis van vaste meetpunten (25 stuks), zegt dit niets over het aantal bijplaatsingen bij containers.
25
2.6 Kwijtschelding Lage inkomens ontvangen kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen (armoede instrument). Bij het toepassen van prijsprikkels moet een nieuwe regeling worden opgesteld, om te voorkomen dat degenen die geen afvalstoffenheffing betalen onbeperkt restafval kunnen aanbieden. Het advies is dat de container voor restafval niet vaker dan een vooraf vastgesteld aantal keren aan de weg gezet mag worden. Bijvoorbeeld niet meer dan het gemiddelde aantal keren van een huishouden binnen de gemeente Hellendoorn. De gemeente Hellendoorn moet een nieuwe kwijtscheldingsregeling opstellen 2.7 Globale financiële aspecten Hieronder volgen puntsgewijs de globale financiële consequenties, waarbij het de verwachting is dat de invoering van gedifferentieerde tarieven zal leiden tot een financieel voordeel (de opbrengsten en verminderde kosten zijn hoger dan de kosten). ➢
➢
➢ ➢ ➢
Inzamelkosten. De jaarlasten voor inzamelvoorzieningen (rente, afschrijving en onderhoud) stijgen als gevolg van de extra investering in ondergrondse containers en het containermanagementsysteem. Uitvoeringskosten. Als gevolg van het volume/frequentiesysteem daalt (halveert) het aanbiedpercentage van restafvalcontainers. Dit heeft een positief effect op de logistieke efficiëntie van het inzamelen. Dit voordeel wordt deels weer opgeheven, omdat de containers voor grondstoffen voller raken. Verwerkingskosten. De verwerkingskosten dalen fors als gevolg van de reductie van het huishoudelijk restafval. Inkomsten. Er worden extra inkomsten gegenereerd door een stijging van de hoeveelheid ingezamelde recyclebare grondstoffen (vooral OPK en PMD). Overige kosten. De overige kosten stijgen als gevolg van extra flankerend beleid op het gebied. Dit is afhankelijk van de keuzes die nog gemaakt moeten worden (~).
2.8 Diftar-paradox Bij het bepalen van de verhouding tussen het basistarief en het variabele tarief moet een goede afweging worden gemaakt: de prijselasticiteit. Het tarief per lediging moet niet dermate hoog worden, dat het ontwijkgedrag in de hand werkt. Een variabele heffing maakt het ‘begroten’ lastiger, omdat het aantal aanbiedingen jaarlijks kan fluctueren. Naar verwachting zullen huishoudens het restafval vier tot vijf keer per jaar aan de weg zetten (in plaats van nu dertien keer). Wanneer inwoners nóg beter scheiden (minder aanbiedingen) dan vooraf is begroot, is sprake van een ‘diftar-paradox’. Dit leidt tot een gat in de begroting. Op basis van ervaringen van andere gemeenten in Nederland en regio Twente zijn goede kengetallen aanwezig. 2.9 Praktijkvoorbeeld diftar op basis van een volume/frequentiesysteem Huishouden ‘A’ heeft een bovenmodaal inkomen en minicontainers aan huis voor restafval, OPK en GFT. De extra minicontainer voor PMD is geweigerd. Een vierde container was onwenselijk. De grijze container zit iedere maand vol, doordat dit huishouden minder dan gemiddeld scheidingsbewust is en kiest voor ‘gemak dient de mens’. Bij de buren, huishouden ‘B’ met een modaal inkomen, gaat het er anders aan toe. Ze hebben vier minicontainers aan huis en vinden dit erg handig. Ook zij bieden hun grijze container momenteel elke inzamelronde aan voor lediging.
Ze betalen immers een vast bedrag aan afvalstoffenheffing en het maakt niet uit of de container vol is of niet. Na de invoering van diftar maakt huishouden ‘A’ zich niet druk. Indien de kosten voor het aanbieden van een 140-liter restcontainer € 7,-- bedragen, betaalt dit huishouden na dertien aanbiedingen een variabel tarief van € 91,--. Ze hebben een goed inkomen en het maakt niet uit hoeveel afvalkosten zij hebben of veroorzaken. Gemak blijft de drijfveer van hun handelen. De buren daarentegen gaan bewuster inkopen, nog beter scheiden en bieden de container voor restafval alleen aan als deze vol is. Dit blijkt slechts zo’n vier tot vijf keer per jaar te zijn met een totaal variabel tarief van € 28,-- tot € 35,--. Dit verlaagt de milieudruk. Als beloning daarvoor houdt het huishouden geld over. 26
Bijlage II: bestuurlijke samenvatting (twee A4’tjes) 1. Inleiding, doelstelling en probleemstelling Afvalbeleid is noodzakelijk. Afval tast ecosystemen op grote schaal aan en grondstoffen zijn beperkt voorradig. Wereldwijd is een sterk stijgende vraag naar grondstoffen en tekorten dreigen te ontstaan. Deze realiteit vertaalt zich in grondstoffenschaarste en stijgende prijzen. De rijksoverheid erkend deze noodzaak en streeft door middel van vijf transitieagenda's naar een ‘circulaire economie’ in 2050. Een circulaire economie is een economisch systeem waarin zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt en waarin afval niet bestaat. Onderdeel van deze vijf transitieagenda’s is het uitvoeringsprogramma ‘Van Afval Naar Grondstof’ (VANG). Hierin legt de rijksoverheid de gemeenten ten eerste de doelstelling op om de hoeveelheid (verbrand) restafval fors te verminderen. Gemeenten moeten grondstoffen maximaal gescheiden inzamelen, zodat ze kunnen terugkeren in de productieketen als grondstof. De VANG-doelstelling is kwantitatief geconcretiseerd in een scheidingspercentage en in de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar. Conform dit uitvoeringsprogramma heeft Hellendoorn doelstellingen vastgesteld (zie tabel). De focus van het uitvoeringsprogramma VANG ligt ten tweede op de inzameling van kwalitatief hoogwaardige grondstoffen.
De kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen (geen vervuiling) bepaalt immers de mate van recycling.
Ambitie VANG-doelstelling Afvalloos Twente Nederland Circulair
Jaar 2020 2030 2050
Restafval per inwoner (kg) 100 50 0 / zo laag mogelijk
Scheidingspercentage (%) 75 90 100 / zo hoog mogelijk
Afgelopen decennium zijn er goede stappen gezet in het verlagen van de hoeveelheid restafval. De hoeveelheid restafval in de gemeente Hellendoorn bedraagt 130 kg per inwoner per jaar (dit was circa 220 kg), maar de VANG-doelstelling van 100 kg restafval per inwoner uit 2020 is niet gehaald. Het restafval bevat volgens sorteerproeven nog ca. 100 kg aan grondstoffen. Er is dus nog veel ruimte voor verbetering in het scheiden van ons huishoudelijk afval en het afvalbeheer is toe aan een volgende stap. Hierbij zijn aanvaardbare afvalbeheerkosten en een goede voorlichting en dienstverlening voor inwoners ook van essentieel belang. 2. Coalitieakkoord In het coalitieakkoord ‘Helder(s) akkoord’ is actualisatie van het afvalbeleid benoemd bij het thema ‘openbare ruimte’ en beschreven via het volgende citaat: “ van ons afval maken we
grondstof, zoveel dat kan. We blijven streven naar vermindering van afval. We proberen dit voor onze inwoners zo gemakkelijk mogelijk te maken, door optimale voorzieningen en stimulerende maatregelen te bieden. De wijze van afvalinzameling gaan we actualiseren in het grondstoffenbeleidsplan.” 3. Oplossing De focus van dit beleidsplan ligt op (1) verschillende milieudoelstellingen, zoals het met vertraging halen van de VANG-doelstelling, afvalpreventie en de inzameling van kwalitatief hoogwaardige grondstoffen, (2) aanvaardbare afvalbeheerkosten en (3) een hoogwaardige dienstverlening. Om de doelstellingen te bereiken zijn vier kaders opgesteld en zes toekomstscenario’s uitgewerkt:
Kader 1: maximale focus op de scheiding van grondstoffen. Kader 2: maximale focus op de kwaliteit van grondstoffen. Kader 3: kiezen voor bewezen beleidsinstrumenten met een gunstig effect op de afvalbeheerkosten. Kader 4: aandacht voor afvalpreventie en de communicatie met onze inwoners. 27
Hierbinnen zijn zes toekomstscenario’s uitgewerkt, te weten: ➢ (1) het niets doen of nul-scenario; ➢ (2) het overstappen naar nascheiding; ➢ (3) het optimaliseren van bestaande bedrijfsprocessen; ➢ (4) de invoering van diftar (op basis van een volume/frequentiesysteem); ➢ (5) de invoering van omgekeerd inzamelen (gebaseerd op serviceprikkels) en ➢ (6) de invoering van diftar in combinatie met omgekeerd inzamelen. De invoering van diftar op basis van een volume/frequentiesysteem heeft (veruit) de meest positieve invloed op onze milieudoelstellingen, onze afvalstoffenheffing en onze dienstverlening. Diftar staat voor gedifferentieerde tarieven. Bij diftar wordt, net als bij water en energie, afgerekend op basis van een vastrecht en het werkelijke gebruik van een huishouden. Dit systeem is gebaseerd op het (eerlijke) ‘vervuiler betaalt principe’. Huishoudens die minder vaak restafval aanbieden, hebben een lagere afvalstoffenheffing. De grondslag ‘volume/frequentie’ is het meest succesvol en is gebaseerd op het volume (containergrootte) en de frequentie waarin het restafval wordt aangeboden voor inzameling. Dit systeem stimuleert afvalscheiding en bewustwording. De afvalbeheerkosten in gemeenten met diftar zijn gemiddeld 20% lager, inwoners hebben grip op eigen afvalstoffenheffing en de hoeveelheid restafval is gemiddeld 48% minder.
De overige vijf scenario's zijn niet effectief op twee van de drie aspecten uit de afvaldriehoek (milieu - kosten - dienstverlening). Middelen egalisatiereserve afvalstoffenheffing De afgelopen en huidige marktsituatie (2021 en 2022) kan beschreven worden als een periode van grondstoffenschaarste en een grote vraag naar herbruikbare grondstoffen. Dit heeft geleid tot hogere opbrengsten voor de gemeente uit de ingezamelde grondstoffen. Daarnaast is de PMD vervuiling verminderd, waardoor er geen vrachten meer worden afgekeurd. De verwachte stand van de voorziening bedraagt € 1.015.000.--. Financieel gezien is er ruimte om te innoveren. 4. Politieke keuzes, planning en besluitvorming De raad wordt geadviseerd het beleidsplan en de daarin genoemde kaders vast te stellen. De raad wordt daarnaast geadviseerd om kennis te nemen van de zes toekomstscenario’s en op basis daarvan over te gaan tot (principe)besluitvorming over (het enige effectieve scenario): de invoering van diftar op basis van een volume/frequentiesysteem. Binnen diftar zijn nog diverse (politieke) keuzes te maken en kanttekeningen zijn er ook. Er zijn een aantal strikte voorwaarden gekoppeld aan de invoering van diftar, zoals de plaatsing van ondergrondse containers voor de hoogbouw en het ledigen daarvan.
Diftar vereist ook een interne aanpassing in het systeem van facturatie evenals een goede communicatie- en handhavingsstrategie. In navolging van het principebesluit wordt het implementatieplan diftar uitgewerkt en komt het college bij de raad terug. Het advies is om het implementatieplan in een volgende raadsvergadering (Q1-2023) te behandelen met als doel een definitief besluit te nemen over de invoering van diftar en het vaststellen van de uitgangspunten (binnen diftar zijn op een aantal onderwerpen nog keuzes te maken). Gevraagd besluit gemeenteraad 1. Het ‘Grondstoffenbeleidsplan Hellendoorn 2022-2025’ vast te stellen; 2. Het principebesluit te nemen voor de invoering van gedifferentieerde tarieven (diftar) op basis van een volume/frequentiesysteem per 1-1-2024 (streven) of 1-1-2025. 3. Het college opdracht te geven voor de invoering van diftar een implementatieplan op te stellen, waarbij op een aantal onderwerpen nog keuzes gemaakt kunnen worden. 4. Het implementatieplan in een volgende raadsvergadering te behandelen met als doel een definitief besluit te nemen over de invoering van diftar, de financiële consequenties daarvan en het vaststellen van de uitgangspunten.
28