Dekkingsplan Brandweer Twente 2026-2029 0 (5)
Tekst van het document
Dekkingsplan Brandweer
Inleiding Het dekkingsplan brandweer beschrijft hoe de brandweerzorg in Twente is georganiseerd en
laat zien hoe snel en effectief de brandweer kan optreden bij branden en incidenten. De wette-
lijke basis van het dekkingsplan ligt in de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s. Daarin is onder meer vastgelegd dat uitvoering wordt gegeven aan de volgende taken:
• Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en alles wat daarmee verband houdt.
• Het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. In het Besluit veiligheidsregio’s wordt dit verder uitgewerkt en staan nadere eisen aan onder andere de opkomsttijden en paraatheid.
In lijn met de Wet veiligheidsregio’s stelt het bestuur elke vier jaar een dekkingsplan brandweer
vast. Voor de inhoud en opmaak gelden verschillende vereisten, zoals beschreven in de Handreiking Gebiedsgerichte Opkomsttijden (GGO). Het dekkingsplan is opgesteld volgens deze systematiek. Ten opzichte van het vorige dekkingsplan (2021-2024) zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd.
Deze wijzigingen zijn gevolgen van de actualisatie van de landelijke handreiking Gebiedsgerichte
Opkomsttijden (GGO) en wijzigingen die zijn doorgevoerd in CBS wijk/buurten1.De organisatie van de brandweerzorg is ongewijzigd gebleven en ook de opkomsttijden zijn niet significant veranderd. Wel zien we een aantal ontwikkelingen op ons afkomen die van invloed zijn op de brandweerorganisatie
en de brandweerzorg. Om ook in de toekomst goede brandweerzorg te kunnen blijven bieden, vraagt dit om aanpassingsvermogen en flexibiliteit.
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 worden de ontwikkelingen beschreven die, in meer of mindere mate, van invloed zijn op de brandweerorganisatie. Hoofdstuk 2 geeft inzicht in de inrichting van incidentbestrijding. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3, toegelicht welke repressieve dekking verwacht kan worden.
Hoofdstuk 4 beschrijft de prestaties van Brandweer Twente, en hoofdstuk 5 gaat in op de doelen die
Brandweer Twente zich de komende jaren stelt. In de bijlage zijn de afkortingen- en begrippenlijst en de ondersteunende documenten opgenomen.
Brandweerzorg omvat het voorkomen, beperken en bestrijden van branden en incidenten. Wanneer in dit dekkingsplan wordt gesproken over brandweerzorg, bedoelen we hiermee de repressieve kant van onze organisatie (incidentbestrijding).
1 De CBS buurten en wijken zijn verder verfijnd, waardoor wat eerder één buurt was is opgesplitst in meerdere buurten
Dekkingsplan 2026 - 2029
Inhoudsopgave Infographic dekkingsplan
4
1 Ontwikkelingen
6
2 Inrichting Incidentbestrijding
14
3 Dekking Brandweer Twente
22
5 Doelen Brandweer Twente 2026-2029
32
Bijlagen
38
4 Prestaties Brandweer Twente
28
ONS DEKKINGSPLAN IN BEELD ALTIJD PARAAT BIJ BRANDEN EN ANDERE INCIDENTEN OVERAL IN TWENTE. MET ONZE 29 KAZERNES STAAN WE DAG EN NACHT KLAAR VOOR SNELLE EN BETROUWBARE BRANDWEERZORG. MAAR HOE ZORGEN WE ERVOOR DAT IEDERE INWONER OP DIE INZET KAN REKENEN? DAT LATEN WE IN DEZE INFOGRAPHIC ZIEN.
Twente in beeld
Onze inzet is afgestemd op de regio waarin we werken.
29 kazernes
14 gemeenten
643.000 inwoners
Ons materieel
Elke kazerne levert basisbrandweerzorg en beschikt over een tankautospuit met bemanning, die de meest voorkomende incidenten kan bestrijden.
Daarnaast staan op strategische plekken in Twente ondersteunende en
specialistische eenheden klaar. Zo kunnen we snel en effectief inspelen op de risico’s in onze regio. basis
ondersteuning
Onze kerntaken • Brandbestrijding
• Technische hulpverlening
• Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen
• Hulp bij waterongevallen
Onze mensen
Achter elke inzet staat een team van 1.012 toegewijde betrokken mensen klaar. 182 ambtelijk
120 beroepsmedewerkers 710 vrijwilligers
4
Dekkingsplan 2026 - 2029
Opkomsttijden
In Twente werken we met gebiedsgerichte opkomsttijden. Per gebied
18
kijken we naar de aanwezige risico’s: hoe hoger het risico, hoe korter
de gewenste opkomsttijd. Op basis van deze risico's worden
gebieden ingedeeld in drie categorieën gebieden, elk met een
eigen bandbreedte aan opkomsttijden. De maximale wettelijke opkomsttijd is 18 minuten en daar voldoen we in Twente aan.
25
28
Specialismen en ondersteuning Voor complexe of grootschalige
incidenten staan gespecialiseerde teams klaar die onze basiszorg
versterken. • Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen • Waterongevallen
• Natuurbrandbestrijding
• Team Digitale Verkenning • Bluswater
• Leiding & Coördinatie • SGBO-brandweer
• Interregionale en internationale samenwerking
Doelen brandweer 2026-2029
Met heldere doelen bouwen we stap voor stap aan een toekomstbestendige brandweer. Paraatheid
Organisatie
• Robuuste brandweer
• Inzet van nieuwe technologie
• Leveren capaciteit voor bovenregionale incidenten
Vakbekwaamheid
Mensen
• Versterken vakbekwaamheidsprogramma
• Voldoen aan Europese wet- en regelgeving omtrent vrijwilligers • Eén beroepsbezetting voor Twente
• Monitoren van de gezondheid van onze brandweermensen
• Onderzoek naar nieuwe roostervormen
• Leiding & coördinatie
• Voorbereiden op nieuwe risico’s
• Mentale gezondheid
• Diversiteit binnen de brandweer
• Vrijwilligers vinden en behouden 5
1
Ontwikkelingen DE SAMENLEVING IS VOORTDUREND IN BEWEGING EN TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELINGEN VOLGEN ELKAAR SNEL OP. ALS BRANDWEER ZIJN WIJ ONDERDEEL VAN DIE SAMENLEVING, EN DAT HEEFT OOK INVLOED OP ONS WERK. IN DIT DEKKINGSPLAN WORDEN DE ONTWIKKELINGEN BESCHREVEN DIE DE BRANDWEERORGANISATIE DIRECT RAKEN. HET BELEIDSPLAN VEILIGHEIDSREGIO TWENTE (VRT) GAAT IN BREDERE ZIN IN OP DE TRENDS EN VERANDERINGEN DIE VOOR DE GEHELE VEILIGHEIDSREGIO VAN BELANG ZIJN. DEZE ONTWIKKELINGEN VRAGEN VAN ZOWEL BRANDWEER TWENTE ALS VRT FLEXIBILITEIT EN AANPASSINGSVERMOGEN.
6
Dekkingsplan 2026 - 2029
In dit hoofdstuk lichten we een aantal belangrijke ontwikkelingen toe. Daarbij maken we
onderscheid tussen algemene ontwikkelingen, vakinhoudelijke ontwikkelingen en organisatie-
ontwikkelingen. Ook onderzoeken we op basis van data of er trends en patronen te herkennen zijn. Het risicoprofiel brandweerzorg en de daarin benoemde focusthema’s (bijlage 5) hebben als
input gediend voor de selectie en de onderbouwing van de ontwikkelingen in dit hoofdstuk. Het risicoprofiel gaat bovendien dieper in op enkele van deze thema’s.
1.1 Algemene ontwikkelingen Weerbare samenleving en continuïteit
De veranderende wereld leidt tot nieuwe risico’s en complexere crises. Niet alleen de klassieke
‘flitscrisis’, maar ook grootschalige crises die ons niet alleen regionaal, maar zelfs nationaal of internationaal kunnen raken. We ervaren daarnaast nieuwe dreigingen, zoals hybride aanvallen of
oorlogsdreiging. Deze ontwikkelingen maken een situatie van grootschalige en/of langdurige maatschappelijke ontwrichting steeds realistischer. Als samenleving moeten we ons hierop voorbereiden, en dat vraagt iets van de brandweer. Naast de inzet bij crisis, is mogelijk ook een rol weggelegd voor de brandweerkazernes binnen het noodsteunnetwerk. Vanuit dit netwerk worden inwoners onder-
steund voor bijvoorbeeld eerste hulp, informatie en essentiële goederen in geval van een grote crisis. Het is essentieel dat de brandweer ook in tijden van crisis, bijvoorbeeld bij langdurige stroomuitval,
haar werk kan blijven uitvoeren. De brandweer is om die reden recent aangemerkt als vitale aanbieder en daarmee onderdeel geworden van de vitale infrastructuur van Nederland. Dit onderstreept het cruciale belang van de continuïteit van de brandweer voor de veiligheid en stabiliteit van de samenleving.
Veranderingen weer & klimaat
Als gevolg van klimaatverandering krijgen we vaker te maken met extreem weer. Door langere
periodes van droogte neemt de kans op natuurbranden toe, en de verwachting is dat de impact van deze branden groter zal zijn. Grote natuurbranden zijn lastig te bestrijden, vaak langdurig van aard
en vragen veel capaciteit van de brandweerorganisatie. Doordat droge en warme periodes in het hele land voorkomen, bestaat ook de kans op gelijktijdige natuurbranden. De reguliere brandweerzorg komt in zulke situaties onder druk te staan.
Klimaatverandering zorgt daarnaast voor meer periodes van extreme regenval en een toename
van het aantal stormen. Dit levert op veel plekken overlast en schade op waar vaak veel inzet van
de brandweer nodig is. Door het grote aantal meldingen dat hiermee gepaard gaat, heeft dit grote impact op het werk van de brandweer.
Wonen en innovatief bouwen
Nederland heeft te maken met een grote uitdaging op het gebied van wonen: er is een tekort
aan woningen. De noodzaak is daarom groot om snel en veel nieuwe woningen te bouwen. Dit is
vanwege verschillende factoren complex. Om woningbouw toch te realiseren, wordt gezocht naar
creatieve en innovatieve oplossingen, zoals houtbouw en containerwoningen. Deze bouwmethoden
zijn vaak lichter en flexibeler, maar ook potentieel brandgevaarlijker dan traditionele bouw en kunnen van invloed zijn op de branduitbreiding.
Daarnaast is de huidige wet- en regelgeving voornamelijk gericht op traditionele bouw en sluit deze
niet altijd goed aan bij nieuwe bouwmethoden. In stedelijke gebieden speelt bovendien ruimtegebrek, wat leidt tot verdichting door het stapelen van functies: wonen, werken en techniek worden steeds
vaker gecombineerd binnen één gebouw. Ook zien we dat woningen steeds vaker worden gerealiseerd op locaties met verhoogde externe risico’s, zoals nabij spoorzones waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
7
Al deze ontwikkelingen brengen bepaalde veiligheidsrisico’s met zich mee en vragen in sommige gevallen een andere inzet bij de bestrijding van brand. Informatie en technologie
Technologie en informatie zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. De ontwikkelingen op dit gebied gaan razendsnel en veranderen hoe we leven en werken. Ook voor de brandweer is
technologie onmisbaar om effectief en veilig ons werk uit te kunnen voeren. Deze ontwikkelingen
bieden kansen om ons werk slimmer en veiliger te doen. Waar mogelijk, en waar het een meerwaarde heeft, passen we het toe. Denk aan drones die snel een beeld geven van een incident, blusrobots die ondersteunen bij gevaarlijke situaties en de inzet van kunstmatige intelligentie (AI).
Technologische veranderingen brengen soms ook veiligheidsrisico’s met zich mee die van invloed kunnen
zijn op het werk van de brandweer. Hierdoor ontstaan nieuwe risico’s of nemen bestaande risico’s toe. Denk bijvoorbeeld aan het falen van systemen die van cruciaal belang zijn voor de uitoefening van
ons werk. Daarnaast is het belangrijk om mensen mee te nemen in deze veranderingen. Technologie is geen vervanging van mensen, maar een aanvulling op hun werk. Het is daarom van belang dat de organisatie digitaal vaardig en flexibel is om op alle veranderingen te kunnen inspelen.
Verduurzaming
De maatschappij wordt steeds duurzamer: het aantal zonnepanelen, warmtepompen en elektrische
auto’s, (thuis-) accu’s en het gebruik van waterstof blijft toenemen. De ontwikkelingen op dit gebied
gaan dan ook snel en brengen voordelen en kansen met zich mee, maar ook risico’s. Dit betekent dat
we te maken krijgen met andersoortige incidenten en een ander brandverloop. Brand in een elektrische auto vraagt bijvoorbeeld om een andere aanpak dan brand in een benzineauto.
De ontwikkelingen gaan soms zo snel dat nog niet altijd duidelijk is wat de risico’s zijn of hoe veilig en effectief kan worden opgetreden, omdat de ervaring en kennis van dit soort incidenten nog beperkt is. Het vraagt van de brandweer flexibiliteit en het vermogen om continu te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, om veilig te kunnen optreden bij dit soort incidenten.
Veranderende samenleving
Er zijn verschillende veranderingen merkbaar in de samenleving. Nederland vergrijst, het aantal
65-plussers stijgt snel. Deze groep is kwetsbaar en vaak minder zelfredzaam. Daardoor lopen zij
meer kans betrokken te raken bij brand en raken ze eerder gewond. Bovendien hebben 65-plussers
vaker zorg nodig. Doordat zij langer thuis blijven wonen, wordt de brandweer vanuit de ambulance
8
Dekkingsplan 2026 - 2029
regelmatig gevraagd voor ondersteuning, bijvoorbeeld bij tilassistentie en afhijsingen van patiënten.
Daarnaast is er een toename van incidenten met personen met verward gedrag. Het takenpakket van de brandweer wordt hierdoor steeds breder. De rol van de brandweer ontwikkelt zich van klassieke brandbestrijding naar een bredere maatschappelijke functie als allround hulpverlener.
1.2 Vakinhoudelijke ontwikkelingen Europese regelgeving omtrent vrijwilligheid
Het huidige brandweerstelsel is op een aantal onderdelen in strijd met Europese wet- en regelgeving. Dit geldt met name in situaties waarbij vrijwilligers structureel verplicht worden om op te komen bij
een melding (via structurele consignatie of een rooster). In die situaties lijken de functies van vrijwilligers
en beroepsmedewerkers dusdanig veel op elkaar dat het principe gelijk werk, gelijk betalen van toepassing is. Er is onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de verschillen tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers zo te vergroten dat er geen juridische spanning meer bestaat. Dit heeft geleid tot een denkrichting
(bouwsteen ‘verplichtend karakter’). De essentie hiervan is dat het onderscheid ligt in de mate van verplichting bij het uitvoeren van taken of aanwezigheid op bepaalde momenten: beroepsmedewerkers kunnen
verplicht worden terwijl voor vrijwilligers deze verplichting niet geldt. In de praktijk betekent dit dat structurele consignatie van vrijwilligers (‘piket’) en inroostering van vrijwilligers (‘kazernering’) niet langer mogelijk is. In Twente hebben we inmiddels alle piketten van vrijwilligers afgebouwd. Alle kazernes zijn qua bemensing dusdanig op peil dat uitruk op basis van vrije instroom voldoende geborgd is. Om uitvoering te geven aan deze denkrichting is op landelijk niveau een implementatieplan opgesteld, dat in december 2022 is vastgesteld door het Veiligheidsberaad. Daarbij is als voorwaarde gesteld dat de financiële consequenties worden gedragen door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Sindsdien ligt het dossier stil.
Wiej bint der altied Vrijwilligheid
Vrijwilligers zijn al decennia essentieel voor de brandweerzorg. Het merendeel van de kazernes in Nederland is aan te merken als vrije instroomkazerne. Door veranderingen in de samenleving en
andere ontwikkelingen staat de beschikbaarheid van vrijwilligers onder druk. Mensen zijn drukker, meer op zichzelf gericht en verbinden zich minder langdurig aan vrijwilligerswerk of organisaties. Wij merken dit ook: vrijwilligers blijven tegenwoordig korter in dienst dan twintig jaar geleden.
Daarbij komt dat het brandweervak steeds professioneler is geworden en de functie van brandweermedewerker zich heeft ontwikkeld tot die van een allround hulpverlener. Dit vraagt het nodige van vrijwilligers qua opleiding en het behouden van vakbekwaamheid. Het brandweervak is niet altijd
goed te combineren met een reguliere baan en het privéleven. Daarnaast werken vrijwilligers soms
verder van huis, waardoor zij vooral overdag minder beschikbaar zijn om uit te rukken bij incidenten. Ondanks deze uitdagingen vinden we altijd mensen die iets voor de maatschappij willen betekenen.
Herziening brandweeronderwijs
Brandweermensen werken onder grote druk, in risicovolle situaties en moeten snel en doeltreffend kunnen handelen. Het is daarom belangrijk dat zij goed opgeleid en getraind zijn. Het huidige
onderwijsstelsel is echter niet langer passend voor deze tijd. Het brandweervak is veranderd en wordt
steeds complexer. Het takenpakket is breed: niet alleen het blussen van brand, maar ook het optreden bij ongevallen of een incident met gevaarlijke stoffen. Daarbij komt dat door technologische
ontwikkelingen nieuwe risico’s ontstaan (denk aan de zonnepanelen of elektrische auto’s). Het
vraagt andere kennis en vaardigheden om deze incidenten te bestrijden. Het onderwijs moet hierop
9
aansluiten en flexibel kunnen inspelen op veranderingen. Dit is nu niet het geval: het onderwijsstelsel
mist flexibiliteit, sluit niet altijd aan bij de praktijk en kent vele betrokken partijen met een onduidelijke rolverdeling. Een goed onderwijsstelsel is essentieel om effectief en veilig te kunnen optreden.
Het onderwijsstelsel wordt daarom herzien. Hiervoor is landelijk een koers bepaald. Passend bij de
veranderende samenleving is hierin onder andere bepaald dat er gedifferentieerd wordt in kennis, vaardigheden en competenties van manschappen.
Duurzame inzetbaarheid
Het brandweervak is zowel fysiek als mentaal belastend. Er zijn risico’s verbonden aan het uitvoeren
van de brandweertaken. Daarom is veel aandacht voor de fysieke en mentale gezondheid van brandweermedewerkers. Ook is geïnvesteerd in een landelijke regeling PTSS, waarmee PTSS erkend wordt als beroepsziekte. Dit heeft als doel het professionaliseren van het proces en de schadeafhandeling
wanneer een medewerker of vrijwilliger zich met PTSS-gerelateerde klachten meldt. Daarnaast loopt
ook een langdurig en grootschalig onderzoek naar wat de belemmerende en bevorderende factoren zijn voor brandweermedewerkers om duurzaam inzetbaar te zijn en te blijven. Thema’s als ‘schoon
werken’ blijven continu onder de aandacht. Er zijn veel factoren van belang om de duurzame inzetbaarheid van brandweermensen te borgen.
Interregionale en landelijke samenwerking
De brandweer is regionaal georganiseerd. Het merendeel van de branden en incidenten speelt zich
ook op regionaal niveau af. Bij grote incidenten of specialistische inzet leveren we bijstand aan naastgelegen regio’s (en vice versa). Op landelijk niveau wordt op meerdere gebieden samengewerkt.
Dit gebeurt op onderwerpen waar het een meerwaarde heeft om dit in gezamenlijkheid op te pakken. Voorbeelden hiervan zijn het waarborgfonds voor dienstongevallen en de landelijke regeling PTSS. Interregionale en landelijke samenwerking wordt echter ook wettelijk verankerd. In de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s is geconstateerd dat de organisatie van de brandweerzorg op
bovenregionaal en landelijk niveau niet voldoende is geborgd. Dit wordt via wijziging van de Wet
veiligheidsregio’s aangepast, onder meer door inzicht te krijgen in de landelijke bezetting en slagkracht: wat kan en moet elke veiligheidsregio leveren aan bijstand. Dit wordt uitgewerkt in een
landelijk dekkingsplan brandweer. Landelijke samenwerking krijgt hierdoor de komende jaren een steeds minder vrijblijvend karakter.
Snelheidsverlaging en milieuzonering
Landelijk speelt de discussie om de snelheid binnen de bebouwde kom te verlagen naar 30 km/uur. Daarnaast is er de wens om het aantal 60 km/uur-wegen buiten de bebouwde kom uit te breiden.
Dit om de verkeersveiligheid te vergroten en het aantal verkeersdoden en gewonden te verminderen. Veel steden en gemeenten ondernemen al stappen om wegen aan te passen naar 30 km-zones.
Vanwege de benodigde aanpassingen aan de infrastructuur en wetgeving zal het nog geruime tijd duren voordat dit overal is ingevoerd. Deze ontwikkeling is voor de brandweer relevant, omdat het
van invloed is op de opkomsttijden. Wanneer wegen naar 30 c.q. 60 km/uur gaan, betekent dit dat de brandweer minder snel kan rijden om naar een incident te gaan. Daarbij komt dat ook onze vrijwilligers
(die vanaf huis komen) er langer over doen om bij de kazerne te komen. Dit betekent dat de opkomsttijd van de brandweer langer wordt. Wat de precieze gevolgen zijn voor de opkomsttijden in Twente, is op dit moment niet duidelijk. Wat daarnaast speelt zijn de landelijke en gemeentelijke ontwik-
kelingen rondom milieuzonering van binnensteden. Milieuzones zijn gebieden waar vervuilende
voertuigen geweerd worden. De consequenties hiervan voor de brandweerorganisatie en het gebruik van brandweervoertuigen zijn nog niet volledig inzichtelijk.
10
Dekkingsplan 2026 - 2029
1.3 Organisatie ontwikkelingen Sinds de oplevering van het dekkingsplan brandweer 2021-2024 hebben zich een aantal
wijzigingen voorgedaan in de organisatie van de brandweerzorg. Deze wijzigingen staan hieronder kort weergegeven.
Kazernes
In de looptijd van het dekkingsplan brandweer 2021-2024 is er één wijziging in de locatie van onze
kazernes doorgevoerd: de kazerne Hellendoorn is verplaatst. Dit kwam doordat het pand gedateerd
was en niet meer voldeed aan de eisen van deze tijd. De verplaatsing heeft niet geleid tot significante wijzigingen in de opkomsttijden van de brandweer.
Voertuigen
Op het gebied van voertuigen heeft er een wijziging plaatsgevonden. Het aantal specialistische
natuurbrandvoertuigen in Twente is uitgebreid van zes naar dertien. Hiermee komt het totaal op drie natuurbrandpelotons die paraat staan om incidenten in de natuur te bestrijden. Verder is het aantal schuimblusvoertuigen opgehoogd naar vijf, waarmee de schuimcontainer is vervangen.
Bluswatervisie
De Twentse bluswatervisie is geactualiseerd. De visie is toekomstbestendig, waarbij voertuigen en
watertransportsystemen zijn afgestemd op de regionale risico’s. Er zijn nieuwe grootschalige systemen aangeschaft en er is een uniforme werkwijze ontwikkeld. De uitgangspunten van de visie zijn ook verwerkt in brandveiligheidsadvies.
Meldkamer Oost-Nederland
Sinds maart 2023 is de Meldkamer Oost-Nederland in Apeldoorn operationeel. De meldkamers van vijf veiligheidsregio’s zijn hierin samen gegaan. De meldkamer is verantwoordelijk voor alle
112-meldingen in de regio Oost-Nederland. Bij de overgang is de afspraak gemaakt dat de kwaliteit en prestaties van de meldkamer gelijk zouden blijven. Ook is afgesproken dat na drie jaar een evaluatie zal plaatsvinden.
Informatie en Operationeel Centrum (IOC) – VIK
Het Informatie en Operationeel Centrum (IOC) in de brandweerkazerne Hengelo is een centrale plek
waar informatiespecialisten samenwerken aan actuele veiligheidsbeelden. In dezelfde ruimte bevindt zich het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK), dat informatie uit verschillende bronnen bundelt,
analyseert en duidt voor crisissituaties. Het VIK is gekoppeld aan het landelijke KCR22 en ondersteunt
de besluitvorming en handelingsperspectieven van hulpdiensten en bestuurders. Sinds januari 2025
zijn het IOC en het VIK samen ondergebracht in de vernieuwde kazerne Hengelo Centrum. Deze integratie versterkt de informatiepositie en samenwerking binnen de regio.
Convenant Ambulance Oost over afhijsingen
In de vorige beleidsperiode is, vanwege de toename van het aantal inzetten, een convenant gesloten met Ambulance Oost. Hierin zijn afspraken gemaakt over tilassistenties en afhijsingen bij incidenten
die buiten de wettelijke brandweertaak vallen. In het convenant zijn de voorwaarden voor brandweerondersteuning, de werkwijze en de vergoeding vastgelegd.
2 KCR2 staat voor Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk en heeft als doel om bij een bovenregionale crisis of ramp alle betrokken crisispartners te voorzien van dezelfde actuele informatie.
11
1.4 Trends & ontwikkeling incidenten Aan de hand van data is gekeken of en welke trends en ontwikkelingen er zichtbaar zijn voor
Twente. Dit is gedaan op basis van gegevens van de afgelopen tien jaar (periode 2015 t/m 2024).
In de volgende grafiek is dit weergegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende typen incidenten:
• Brand: inzetten bij brand in bijvoorbeeld woningen, containers en industrie. Ook natuurbranden vallen hieronder.
• Leefmilieu: inzet van de brandweer bij meldingen die het gevolg zijn van o.a. stormschade. • Dienstverlening: hulp van de brandweer aan o.a. de ambulance bij afhijsingen van patiënten, liftopsluitingen en hulp aan dieren.
• Ongeval: inzet van de brandweer bij auto-ongevallen en gaslekkages.
• Alarm: meldingen waarbij de brandweer automatisch wordt gealarmeerd.
Kijkend naar de data in figuur 1, is te zien dat de inzet van de brandweer breed is en niet toegespitst is op één type incident. Over het algemeen ligt het aantal incidenten jaarlijks rond de 4.000, met hier en daar een uitschieter. Wanneer we dit uitsplitsen naar incidenttype, zijn de volgende trends en ontwik-
kelingen zichtbaar:
Brand
Bij brand is sinds 2018 een lichte daling te zien in het aantal meldingen, maar het blijft relatief stabiel. Opvallend is het jaar 2022, waarin het aantal branden een piek liet zien. De oorzaak lijkt te liggen in het grote aantal buitenbranden (voornamelijk afval) én natuurbranden. 2022 was een uitzonderlijk
warm, droog en zonnig jaar. Natuurbranden zijn sterk afhankelijk van het weer; in periodes van langdurige droogte neemt het aantal natuurbranden toe.
Leefmilieu
Het aantal meldingen met de classificatie leefmilieu varieert per jaar. Het aantal is sterk afhankelijk
van het aantal stormen of periodes met extreem weer, zoals hevige regenval. Storm of zware regenval vragen veel brandweerinzet en zorgen voor een piek in het aantal meldingen. Hoewel het aantal meldingen van leefmilieu per jaar sterk wisselt is er een stijgende lijn zichtbaar.
Dienstverlening
Het aantal meldingen voor dienstverlening blijft stabiel over de jaren, met een lichte stijging tijdens de coronajaren (2020-2022). Na deze periode is dit weer afgevlakt, maar ligt het nog steeds iets boven
het niveau van vóór de coronajaren. De stijging komt doordat vanuit de ambulancedienst vaker een beroep wordt gedaan op de brandweer voor (til)assistentie bij afhijsingen van patiënten. Voor de
overige soorten (zoals liftopsluiting of hulp aan dieren) zijn geen significante verschillen te zien en blijft het aantal meldingen stabiel.
Ongeval
Het aantal meldingen met de classificatie ongeval is de laatste jaren stabiel. In 2017 is een kleine stijging zichtbaar, omdat gaslekkages sinds dat jaar onderdeel uitmaken van deze classificatie.
12
Dekkingsplan 2026 - 2029
Alarm
Het aantal meldingen met de classificatie alarm is jarenlang afgenomen. Dit zijn brandmeldingen
afkomstig van alarminstallaties in gebouwen. De afname begon rond 2014/2015, toen een scherpe
daling optrad als direct gevolg van beleidsmatige keuzes. Het aantal gebouwen met een automatische doormelding nam af door aanpassingen in de wetgeving. Daarnaast worden automatische brand-
meldingen tegenwoordig (voor zover dat mogelijk is) eerst geverifieerd voordat er wordt uitgerukt. Hierdoor worden veel onterechte meldingen afgevangen. Ook het beëindigen van niet-wettelijk
verplichte aansluitingen droeg bij aan een verdere daling. De laatste jaren lijkt het aantal meldingen stabiel en ligt het rond de 400 à 500 per jaar.
Incidenten 2015-2024 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0
2015
2016
Brand
2017
2018
Leefmilieu
2019
2020
2021
2022
Dienstverlening
Ongeval
2019
2022
2023
2024 Alarm
Totaal aantal incidenten 5000 4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0
2015
2016
2017
2018
2020
2021
2023
2024
Figuur 1 Overzicht incidenten afgelopen 10 jaar Twente
13
27
7
26
15
29 1
21
Veiligheidsregio IJsselland
(VRIJ)
25
24
11
18
3 4
20
17
16
13
2
8
Veiligheidsregio Noord- & Oost Nederland (VNOG)
OVERZICHT KAZERNES & MATERIEEL IN TWENTE Peildatum 1-1-2026
14
Dekkingsplan 2026 - 2029
14
Nedersaksen
Type kazerne Basiskazerne
Aanwezig per kazerne
Basis + kazerne
1
Basis ++ kazerne
2 3 4 5 6 7
23
8 9
6
10 11 12 13 14
28
15 16 17
5
22
18 19 20 21 22 23
19
24
10
25
12
26
Duitsland
27 28
9
29
Almelo
Boekelo Borne
Delden
De Lutte
Denekamp Den Ham
Diepenheim
Enschede Hoofdpost Enschede Noord Enter
Glanerbrug Goor
Haaksbergen Hellendoorn
Hengelo Centrum Hengelo Noord Holten Losser
Markelo
Nijverdal
Oldenzaal
Ootmarsum Rijssen
Tubbergen
Vriezenveen
Vroomshoop Weerselo Wierden
Brandweerzorg NoordrijnWestfalen
Basis 29x
Tankautospuit
Ondersteuning
3x
Hulpverleningsvoertuig met kraan
5x
Schuimblusvoertuig
4x 1x 1x
13x
Watertransportsystemen 9x 2x 2x
Watertankwagen
Specialismen
Waterongevallen voertuig
2x
Waterongevallen vaartuig Natuurbrandvoertuig
5x
Verkenningseenheid
1x
Snel inzetbaar gaspakkenteam
4x
Redvoertuigen
Container
3x
1x
3x
Hoogwerker Autoladder
Team digitale verkenning Veetakelinstallatie
1x
Handcrewhaakarmbak
1x
Verzorgingshaakarmbak
1x
Basis ontsmettingseenheid Commandohaakarmbak
15
2
Inrichting Incidentbestrijding DE BRANDWEERZORG IN TWENTE IS VOLGENS EEN RISICOGERICHTE BENADERING INGERICHT. DE RISICO’S OP BRAND EN ONGEVALLEN VORMEN HET UITGANGSPUNT VOOR DE ORGANISATIE EN HET HANDELEN VAN DE BRANDWEER. DE SCHAAL VAN TWENTE IS DAARBIJ HET VERTREKPUNT. DE KAZERNES EN VOERTUIGEN ZIJN ZO EFFICIËNT MOGELIJK VERDEELD OVER DE REGIO. DE ORGANISATIE VAN DE BRANDWEER WORDT IN DIT HOOFDSTUK VERDER TOEGELICHT.
16
Dekkingsplan 2026 - 2029
2.1 Basisbrandweerzorg De brandweerzorg wordt geleverd vanuit 29 brandweerkazernes in Twente en is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van deze kazernes. De basisbrandweerzorg omvat de volgende hulpverleningstaken:
• Het bestrijden van brand
• Hulpverlening bij ongevallen
• Het leveren van een bijdrage bij incidenten met gevaarlijke stoffen • Het optreden bij waterongevallen.
Elke kazerne in Twente beschikt in ieder geval over een basiseenheid (één tankautospuit) waarmee
de basisbrandweerzorg geleverd kan worden. Niet alle incidenten zijn echter met één basiseenheid te bestrijden. Er zijn situaties waar meer dan één tankautospuit nodig is en/of het noodzakelijk is
aanvullende voertuigen in te zetten. Naast de tankautospuit zijn er ondersteunende en specialistische
voertuigen, waaronder redvoertuigen, hulpverleningsvoertuigen en tankwagens. Deze voertuigen zijn strategisch over de kazernes verdeeld om de risico’s in Twente zo goed mogelijk af te dekken.
Soms zijn er bijzondere omstandigheden waardoor de basisbrandweerzorg onder druk komt te
staan. Voorbeelden hiervan zijn extreem weer, waardoor het lastiger is voor vrijwilligers om (snel) op de kazerne te komen, personele schaarste door ziekte, of meerdere en/of langdurige inzetten. Om
in deze situaties te kunnen voldoen aan de wettelijke maximale opkomsttijd van 18 minuten, wordt
repressieve borging georganiseerd via de procedure ‘repressieve fallback’. In deze procedure worden
tien kazernes (of een deel daarvan) bezet om zo een dekking binnen 18 minuten te organiseren voor heel Twente. Deze kazernes zijn aangewezen op basis van hun strategische ligging en beschikbare huisvesting, zodat de risico’s in bijzondere situaties zo goed mogelijk kunnen worden afgedekt.
2.2 Organisatie van de brandweerzorg Organisatievorm
Binnen Brandweer Twente kennen we verschillende vormen om de paraatheid van de kazerne te organiseren: vrijwillige instroom, beroeps en een combinatie van beide. Vrijwilligers
Het merendeel van de kazernes is aan te merken als vrije-instroomkazerne. De personele bezetting
van deze kazernes bestaat volledig uit vrijwilligers die werken volgens het vrije-instroomprincipe. Dit
houdt in dat vrijwilligers worden gealarmeerd en vanaf hun locatie, zoals thuis of op het werk, naar de brandweerkazerne komen. Vanuit de kazerne wordt vervolgens uitgerukt naar het incident. Doordat
vrijwilligers niet verplicht zijn op te komen, is een uitruk niet gegarandeerd. Om de paraatheid zo goed mogelijk te borgen, worden standaard meer vrijwilligers opgeroepen dan strikt nodig is. Concreet
betekent dit dat per kazerne een basisformatie van minimaal 18 vrijwilligers geldt. Dat komt neer op drie keer het aantal dat nodig is om uit te rukken met één basiseenheid). Wanneer er aanvullende
voertuigen staan, is de minimale benodigde formatie hoger. In dit model kan het voorkomen dat er
te weinig vrijwilligers beschikbaar zijn om uit te rukken. In dat geval wordt een nabijgelegen kazerne gealarmeerd.
17
Beroeps
In Twente kennen we twee volledige beroepskazernes: de kazernes Enschede hoofdpost en Enschede Noord. Deze kazernes hebben een 24/7 beroepsbezetting. Gezien het risicobeeld van de stad, met veel inwoners, bebouwing en een hoog aantal incidenten, is een snelle uitruktijd noodzakelijk.
De beroepsmedewerkers werken in diensten (24-uursdiensten en repressieve dagdiensten). Overdag voeren zij beheersmatige werkzaamheden uit; bij een incident leggen zij dit werk neer en rukken uit om hulp te verlenen.
Combinatie beroeps en vrijwilligers
De kazernes Almelo en Hengelo Centrum zijn eveneens 24/7 bezet. Ook hier geldt dat het risicobeeld
en het aantal incidenten vragen om een snelle uitruk. Dit wordt gerealiseerd door een combinatie van
beroepsmedewerkers en vrijwilligers. Overdag is er een volledige beroepsbezetting, en in de avonden,
nachten en weekenden wordt de bezetting gevormd door zowel beroepsmedewerkers als vrijwilligers. Vrijwilligers hebben eens in de acht dagen dienst en verblijven dan op de kazerne, zodat direct kan worden uitgerukt en de uitruk altijd gegarandeerd is.
Onderstaande tabel vat de kenmerken per organisatievorm samen: Organisatievorm
Uitruktijd
Uitrukgarantie
Opmerking
Vrije-instroom
Ca. 4 a 5
Niet 100% gegarandeerd
In de praktijk rukken
minuten
kazernes met vrije-instroom
vrijwel altijd uit. Niet kunnen uitrukken komt enkele keren per jaar voor.
Beroeps 24/7
1,5 minuut
100%
Combinatie
1,5 minuut
100%
beroeps / vrijwillig (kazernering)
Op basis van de Europese
deeltijdrichtlijn is kazernering van vrijwilligers niet
houdbaar en vraagt om een andere organisatievorm.
18
Dekkingsplan 2026 - 2029
Brandweerkazernes
In Twente wordt de brandweerzorg geleverd vanuit 29 kazernes. Vanuit dit netwerk staan we 24/7
paraat om hulp te verlenen. Elke kazerne kan zelfstandig een klein incident afhandelen, waarbij één
voertuig volstaat. Bij grotere of complexere incidenten komt ondersteuning vanuit andere kazernes. Het netwerk van kazernes is essentieel om onze paraatheid te borgen, te voldoen aan de maximale
opkomsttijd en te beschikken over voldoende slagkracht bij grote of langdurige incidenten. Door onze risicogerichte benadering is het niet nodig dat alle kazernes over dezelfde faciliteiten beschikken. In Twente onderscheiden we drie typen kazernes: Type Kazerne
Beschrijving
Aantal
Basis Kazerne
Heeft uitrukgelegenheid voor één basiseenheid (1 TS) en kan aanvul-
18
Basis+ Kazerne
Heeft uitrukgelegenheid voor één basiseenheid (1 TS) met aanvullende
7
lende voorzieningen voor ondersteunende taak of specialisme hebben. voorzieningen voor ondersteunende taak, specialisme en/of niet-repressieve functies.
Basis++
Kazerne
Heeft dezelfde voorzieningen als een Basis+ Kazerne, maar met een
steunpuntfunctie (bijvoorbeeld werkplaats) en slaapvoorziening voor
4
24/7 bezetting.
Spreiding kazernes en materieel
De 29 kazernes vormen samen een netwerk waarmee de brandweerzorg in heel Twente goed is
geborgd. De kazernes zijn strategisch geplaatst: dicht bij bebouwing en infrastructuur, en op locaties waar voldoende vrijwilligers beschikbaar zijn. Ze bieden elkaar ondersteuning bij opschaling en als restdekking, en vullen elkaar aan wanneer een voertuig niet kan uitrukken. De paraatheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
2.3 Specialismen en ondersteuning Niet elk incident is hetzelfde. Voor sommige incidenten zijn specifieke kennis en vaardigheden
nodig om deze effectief en veilig te kunnen bestrijden. Ons risicoprofiel brandweerzorg laat ook een aantal risico’s zien waarbij specialistische kennis of materieel nodig is. In Twente hebben we de volgende specialismen:
Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen
Brandweer Twente is toegerust om incidenten met gevaarlijke stoffen te bestrijden. Elke basiseenheid
voert taken uit op het gebied van verkenning, redding, stabilisatie/effectbestrijding en (nood)ontsmetting. In Twente is daarnaast een gaspakkenteam dat 24/7 inzetbaar is. Dit specialistische team bestaat uit een bevelvoerder, chauffeur/plotter en vier gaspakdragers. Bij grotere incidenten wordt een
tweede gaspakkenteam interregionaal opgeroepen. Het gaspakkenteam wordt ondersteund door
de Basis Ontsmettingseenheid (BOE) voor een goede ontsmetting van hulpverleners en slachtoffers. Bij grootschalige ontsmetting wordt een beroep gedaan op de Grootschalige Ontsmettingseenheid (GOE), deze komt uit de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Verkenningseenheden (VE)
Daarnaast beschikt Brandweer Twente over vijf verkenningsgeenheden, strategisch verspreid over Twente. Deze eenheden worden onder andere ingezet bij branden of incidenten met gevaarlijke
19
stoffen om de mate van giftigheid, het explosiegevaar of de aanwezigheid van radioactiviteit in het
effectgebied te meten. De verkenningseenheden opereren onder leiding van een Adviseur Gevaarlijke
Stoffen (AGS). De AGS brengt advies uit over mogelijke gevaren en de benodigde acties bij de bestrijding en afhandeling van het ongeval. Daarnaast kunnen deze eenheden worden ingezet bij extreme weersomstandigheden of instortingen. Schuim
Bij incidenten met gevaarlijke stoffen wordt ook gebruik gemaakt van schuim. Schuim is veelzijdig en heeft een breed toepassingsgebied. Het kan niet alleen ingezet worden voor het blussen van brand,
maar ook voor het preventief afdekken van een uitdampende vloeistof. In Twente maken we gebruik van fluorvrij (PFASvrij) blusschuim. We beschikken momenteel over vijf schuimblusvoertuigen, die
kunnen worden ingezet bij grootschalige incidenten. Deze voertuigen zijn strategisch verdeeld over
Twente. Hiermee is het mogelijk om in de grootste risicogebieden binnen twintig minuten aanwezig te zijn, en voor heel Twente binnen 30 minuten.
Waterongevallen
Brandweer Twente kan bij een waterongeval op twee manieren hulp verlenen: via de grijpredding en
het brandweerduiken. De grijpredding behoort tot de taken van de basiseenheid en wordt uitgevoerd vanuit alle 29 kazernes. Het brandweerduiken is een zwaar specialistische taak, met daarbij horende
strenge eisen aan vakbekwaamheid en fysieke geschiktheid. De eisen die aan duikers worden gesteld,
zijn wettelijk vastgelegd. Het specialisme duiken wordt voor heel Twente uitgevoerd vanuit de kazerne Almelo. Op basis van de risico’s op waterongevallen beschikt Twente over een duikteam.
Allenig bi’w niks Natuurbrandbestrijding
Uit het risicoprofiel blijkt dat natuurbranden een reëel risico vormen. Twente kent een aantal natuurgebieden die niet altijd goed bereikbaar zijn en vaak een beperkte bluswatervoorziening hebben. Natuurbranden zijn daarnaast vaak complex om te bestrijden en verschillen sterk door variatie in
vegetatie. Een (kleine) natuurbrand kan al snel een groot effect hebben op de omgeving. Zo kan een natuurbrand leiden tot evacuaties of invloed hebben op de omliggende infrastructuur, zoals het afsluiten van snel- of spoorwegen of verstoringen in de stroom- of watervoorziening.
Gezien de complexiteit en de mogelijke gevolgen vraagt het bestrijden van natuurbranden om snelle opschaling en veel slagkracht. Brandweermensen worden speciaal getraind in het beheersen en
bestrijden van natuurbranden. Voor de bestrijding beschikt Brandweer Twente over natuurbrandvoertuigen en een handcrew.
Natuurbrandvoertuigen
Brandweer Twente beschikt over dertien natuurbrandvoertuigen, verdeeld over drie pelotons. Deze
voertuigen zijn speciaal gebouwd voor offroadgebruik en uitgerust met een watertank van 4.000 liter.
De natuurbrandvoertuigen zijn strategisch geplaatst rond natuurgebieden met een verhoogd risico op snel uitbreidende natuurbranden. Handcrew
In samenwerking met Brandweer IJsselland beschikt Brandweer Twente over een natuurbrandenspecialistenteam: de Handcrew. Dit team bestrijdt natuurbranden te voet, uitgerust met handgereedschap en waterrugzakken. Hierdoor kan het team plaatsen bereiken die voor voertuigen niet toegankelijk
20
Dekkingsplan 2026 - 2029
zijn. De brandweermensen voor dit specialistische team worden geleverd door vier kazernes uit zowel Twente als IJsselland. De Handcrew is landelijk inzetbaar.
Team digitale verkenning
Brandweer Twente maakt deel uit van het landelijke specialisme Team Digitale Verkenning. Dit team beschikt over technologische hulpmiddelen, zoals drones, die de operationele beeldvorming ondersteunen op de plaats van het incident. Op afstand kan het team verkenningen uitvoeren op locaties
waar sprake is van een hoog risico voor hulpverleners. Het team bestaat uit een operator/teamleider, assistent-operator en een veiligheidsfunctionaris.
Een bijzonder technologisch hulpmiddel is de autonome drone. Deze drone is gestationeerd op het dak van de kazerne Glanerbrug. Na alarmering vertrekt de drone zelfstandig naar de opgegeven incidentlocatie om real-time beeldmateriaal van de situatie te verzamelen. De drone speelt een
belangrijke rol bij de incidentbestrijding door snel inzicht te bieden in de situatie en de besluitvorming te ondersteunen.
Bluswater
Het is van belang dat er altijd voldoende bluswater is om incidenten te bestrijden. Brandweer Twente hanteert bij incidenten waarbij bluswater nodig is het basisprincipe dat in het eerste uur minimaal 1.000 liter water per minuut moet kunnen worden geleverd. Dit kan via een brandkraan of door
gebruik te maken van de eigen watervoorraad. Deze 1.000 liter per minuut moet vanaf het begin van de inzet beschikbaar zijn gedurende het eerste uur.
Na dit eerste uur wordt het bluswater geleverd via het grootschalig watertransportsysteem, dat water
haalt uit open bronnen in de omgeving. De bluswatervoorziening kent een gebiedsgerichte benadering, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen ‘binnen de bebouwde kom’ en ‘buiten de bebouwde kom’.
21
Binnen de bebouwde kom
In deze gebieden zijn bluswatervoorzieningen, in de vorm van brandkranen, ruim beschikbaar.
De brandkraan is dan ook de primaire bluswatervoorziening. Met behulp van brandkranen kunnen branden worden bestreden met een bluswaterprofiel van 500 tot 1.000 liter per minuut. Een blus-
waterprofiel geeft aan hoeveel bluswater nodig is om een brand adequaat te bestrijden. Wanneer er meer bluswater nodig is, wordt gebruikgemaakt van het grootschalig watertransport. De tijd tussen de start van het blussen en het operationeel zijn van dit grootschalig watertransport (circa zestig minuten) wordt overbrugd met behulp van tankwagens. Buiten de bebouwde kom
In de buitengebieden zijn minder brandkranen aanwezig, en deze hebben bovendien niet altijd
voldoende capaciteit. Daarom wordt buiten de bebouwde kom hoofdzakelijk gebruikgemaakt van eigen watervoorzieningen in de vorm van grootschalig watertransport. Om de tijd te overbruggen
totdat dit transport gereed is, beschikt Brandweer Twente over een sluitend netwerk van tankwagens. Eventueel aanwezige brandkranen vormen hierbij een aanvullende voorziening.
In Twente beschikken we over negen tankwagens, waarmee ten minste 1.000 liter per minuut in het
eerste uur kan worden geleverd. Deze voertuigen zijn zo gepositioneerd dat het volledige buitengebied van Twente is gedekt. Voor het transport van bluswater over grotere afstanden beschikken we over verschillende watertransportsystemen met een lengte van 200 tot 3.000 meter. De systemen zijn
strategisch geplaatst, zodat alle locaties in Twente snel en betrouwbaar van voldoende bluswater kunnen worden voorzien.
Leiding & Coördinatie
Brandweer Twente staat niet alleen klaar met gespecialiseerde eenheden en innovatieve middelen,
maar ook met een goed georganiseerde en daadkrachtige operationele leiding tijdens (grootschalige)
incidenten en crises. We zorgen ervoor dat deze functionarissen altijd bereikbaar, beschikbaar en goed geoefend zijn.
In de notitie Leiding & Coördinatie brandweer (bijlage 3) is beschreven hoe we de operationele leiding hebben ingericht. Dit doen we voor de volgende rollen: 1. Kernrollen binnen de brandweerleiding 2. Ondersteunende rollen
3. Multidisciplinaire rollen
4. Ondersteunende rollen bij vrije instroom
Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO)
Het merendeel van de incidenten waarmee Brandweer Twente te maken krijgt, is lokaal van aard en
kan worden afgehandeld met de inzet van één of enkele eenheden. Regelmatig doen zich echter ook middelgrote tot grote incidenten voor die een uitgebreidere aanpak vragen. Een enkele keer per jaar
zijn incidenten zó groot of complex dat de reguliere werkwijze en coördinatie niet meer volstaan. Voor deze uitzonderlijke situaties wordt een SGBO- brandweer ingericht. Het SGBO zorgt voor de leiding,
coördinatie en/of ondersteuning van de brandweerinzet tijdens het incident. Hoe Brandweer Twente hier uitvoering aan geeft staat beschreven in de regeling SGBO (zie bijlage 4).
Bij grote incidenten en crises treedt Brandweer Twente vaak op in een multidisciplinaire context,
waarbij meerdere hulpverleningsorganisaties samenwerken. Het is daarbij cruciaal dat de samenwerking en operationele processen met andere hulpdiensten effectief én goed op elkaar afgestemd zijn. De
22
Dekkingsplan 2026 - 2029
wijze waarop deze samenwerking is georganiseerd, staat beschreven in het Regionaal Crisisplan van Veiligheidsregio Twente. De regeling SGBO brandweer vormt hierin het brandweerdeel.
Interregionale en internationale samenwerking
De inrichting van de brandweerzorg en de spreiding van de eenheden binnen Twente zijn afgestemd op het risicoprofiel en de geografische grenzen van de regio. Veiligheidsregio Twente grenst aan de
Nederlandse veiligheidsregio’s Noord- en Oost-Gelderland en IJsselland, en aan de Duitse deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen.
Om in de grensgebieden ook snel en effectief hulp te kunnen bieden, zijn interregionale en inter-
nationale afspraken gemaakt over de samenwerking in de brandweerzorg. Een overzicht van deze afspraken is te vinden in bijlage 2.
Het uitgangspunt is altijd dat het dichtstbijzijnde voertuig wordt gealarmeerd, ongeacht uit welke regio of uit welk land dit voertuig afkomstig is. Daarnaast biedt Brandweer Twente bijstand en ondersteuning bij grootschalige incidenten en specialistische inzetten buiten de eigen regio.
23
3
Dekking Brandweer Twente DE MANIER WAAROP DE BRANDWEERZORG IS INGERICHT, BEPAALT WAT BRANDWEER TWENTE KAN LEVEREN OP HET GEBIED VAN BRANDWEERZORG. OM EEN ZORGVULDIG BEELD TE GEVEN VAN DE REPRESSIEVE DEKKING, ZIJN VERSCHILLENDE FACTOREN VAN BELANG. HET GAAT NIET ALLEEN OM DE SNELHEID WAARMEE DE BRANDWEER TER PLAATSE KAN ZIJN, MAAR OOK OM WAT DE BRANDWEER KAN LEVEREN. WAT KAN ER BIJVOORBEELD VERWACHT WORDEN BIJ EEN GROOTSCHALIG INCIDENT? HOE SNEL EN MET HOEVEEL EENHEDEN KUNNEN WE BINNEN EEN BEPAALDE TER PLAATSE ZIJN. EN IN HOEVERRE IS DE BRANDWEER ALTIJD IN STAAT OM UIT TE RUKKEN, GEGEVEN DE BESCHIKBARE PERSONELE BEZETTING. OM HIER EEN GOED BEELD VAN TE VORMEN, WORDEN IN DIT HOOFDSTUK EEN AANTAL FACTOREN BESCHREVEN: SNELHEID, CAPACITEIT, PARAATHEID EN WERKDRUK.
24
Dekkingsplan 2026 - 2029
3.1 Snelheid Snelheid gaat over hoe snel de brandweer ter plaatse is bij een incident. Uit onderzoek3 blijkt dat er een duidelijke relatie is tussen de van de brandweer en de omvang van de schade aan gebouwen na een brand: hoe sneller de brandweer ter plaatse is, hoe beperkter de schade.
Snelheid wordt bepaald aan de hand van de opkomsttijd. Onder opkomsttijd verstaan we de periode tussen de melding van een incident bij de meldkamer en het moment dat de brandweereenheid ter plaatse is. De opkomsttijd bestaat uit drie onderdelen (zie ook figuur 2):
• Verwerkingstijd: de tijd tussen de melding van het incident bij de meldkamer en het moment waarop de brandweereenheid wordt gealarmeerd.
• Uitruktijd: de tijd tussen het alarmeren van de brandweer door de meldkamer en het moment waarop de eenheid de kazerne verlaat op weg naar het incident.
• Rijtijd: de tijd die nodig is om van de kazerne naar het incident te rijden. Dit is afhankelijk van
factoren, zoals verkeersdrukte, verkeersveiligheid, de ligging van de kazerne ten opzichte van het incident en de beschikbaarheid van actuele informatie over infrastructuur.
Tijd >
1: ontstaan van incident
2: ontdekking
3: melding
4: aanname en verwerking door Meldkamer 5: reactietijd
6: rijtijd (naar kazerne) 7: kleedtijd
< Uitruktijd >
8: aanrijdtijd
< Opkomsttijd >
Figuur 2 Overzicht brandweerreactietijden
3.2 Capaciteit Capaciteit gaat over slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Naast snel ter plaatse zijn, is
het van belang dat er voldoende personeel en materieel beschikbaar is om op te schalen wanneer de situatie daarom vraagt. Dit kan nodig zijn omdat voor de bestrijding van een incident meerdere eenheden vereist zijn, of omdat een incident langdurig is en aflossing nodig heeft. Capaciteit
onderstreept het belang van een robuust netwerk van kazernes, zodat overal in Twente voldoende capaciteit beschikbaar is bij grotere incidenten.
3 G. Montagna et al, Effect of fire department response time on fire damage in the Netherlands, Fire Safety Journal (2025)
25
In de volgende kaart is weergeven wat de opkomsttijd is in Twente van de eerste tankautospuit (TS).
Figuur 3 Opkomst eerste tankautospuit Twente
Slagkracht
Slagkracht gaat over het vermogen om meerdere eenheden op de plaats van het incident te krijgen.
Het is onderdeel van de basisbrandweerzorg. Voor de bestrijding van sommige incidenten is de inzet van meerdere eenheden noodzakelijk, en het is belangrijk dat deze eenheden ook snel ter plaatse
zijn. Slagkracht heeft betrekking op de inzet van maximaal drie eenheden. De inzet van meer dan drie eenheden valt onder grootschalig brandweeroptreden. In de volgende kaart is weergegeven hoeveel tankautospuiten binnen vijftien minuten ter plaatse kunnen zijn in Twente.
Figuur 4 Slagkracht Twente (aantal tankautospuiten) binnen 15 minuten
26
Dekkingsplan 2026 - 2029
Grootschalig Brandweeroptreden (GBO)
Het merendeel van de incidenten kan worden opgevangen door de basisbrandweerzorg (inzet van
maximaal drie eenheden). Sommige incidenten zijn echter zo groot, complex of langdurig dat deze inzet niet volstaat. Ook bij dit soort situaties moet Brandweer Twente effectief kunnen optreden. In deze situaties wordt gewerkt volgens een pelotonsstructuur, een samenstelling van meerdere
eenheden die gezamenlijk optreden. Vaak is het daarbij noodzakelijk om samen te werken met andere regio’s om expertise en slagkracht te bundelen.
In de landelijke visie over Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) zijn hiervoor kaders en uitgangs-
punten vastgelegd. In Twente is deze visie vertaald naar het document ‘GBO- Twente 2026’ (zie bijlage 6). Hierin is per peloton of eenheid beschreven welke inzet geleverd wordt en wat verwacht kan worden. Dit is beschreven voor de volgende pelotons en eenheden:
• Peloton basisbrandweerzorg
• Peloton natuurbrandbestrijding
• Peloton grootschalige watervoorziening
• Peloton redding en technische hulpverlening • Peloton specialistische blussing
• Peloton logistiek en ondersteuning
De bovengenoemde pelotons en eenheden zijn beschikbaar, maar kunnen niet allemaal gelijktijdig
worden ingezet. Bij de inrichting van het grootschalig brandweeroptreden gaan we uit van één gelijktijdig grootschalig incident binnen de regio.
We houden als norm aan dat minimaal 50% van onze 29 tankautospuiten beschikbaar blijft voor
Twente. In uitzonderlijke situaties, wanneer zich gelijktijdig meerdere grootschalige incidenten voordoen, wordt het improvisatievermogen van de brandweerorganisatie op de proef gesteld. In zulke
gevallen kan de gebruikelijke kwaliteit van de (basis)brandweerzorg onder druk komen te staan, wat kan leiden tot langere opkomsttijden doordat eenheden van verder weg moeten komen.
Landelijk zijn afspraken gemaakt over bijstand die een veiligheidsregio moet leveren. Vanuit Twente kunnen we hieraan voldoen.
27
3.3 Paraatheid Paraatheid gaat over de mate waarin de brandweer daadwerkelijk in staat is uit te rukken bij incidenten. Op papier zijn we 24/7 inzetbaar en kunnen we altijd uitrukken. In de praktijk komt het echter voor dat een kazerne tijdelijk niet operationeel is, bijvoorbeeld door technische of personele omstandigheden.
Beschikbaarheid
In Twente is het merendeel van de kazernes aan te merken als vrije-instroom kazerne. Dit betekent
dat vrijwilligers niet verplicht zijn om op te komen bij een incident. Daarom worden bij een alarmering altijd meer vrijwilligers opgeroepen dan noodzakelijk. Ook maken we gebruik van technologische hulpmiddelen om de beschikbaarheid en opkomst van onze kazernes te monitoren.
Ondanks deze maatregelen komt het incidenteel voor dat er onvoldoende vrijwilligers beschikbaar zijn om uit te rukken. Dankzij ons netwerk van kazernes wordt in zulke gevallen altijd een andere kazerne gealarmeerd.
Soms is vooraf bekend dat een kazerne (tijdelijk) niet beschikbaar is, bijvoorbeeld door een storing aan een tankautospuit of een tekort aan vrijwilligers. In dat geval wordt via een risicogerichte benadering beoordeeld wat de gevolgen zijn van het tijdelijk buiten dienst zijn van een kazerne. Daarbij wordt gekeken naar de opkomsttijden, de slagkracht, eventuele evenementen en het tijdstip van de dag.
28
Dekkingsplan 2026 - 2029
Afhankelijk van deze beoordeling wordt bepaald of aanvullende maatregelen nodig zijn, en zo ja, welke. Mogelijke acties zijn:
• Inzet vanuit de invalpoule (repressieve medewerkers die flexibel inzetbaar zijn in heel Twente).
• Verplaatsen van voertuigen naar een andere locatie.
• Inzetten van beroepsmedewerkers of vrijwilligers tegen vergoeding. • Tijdelijk buiten dienst stellen van voertuigen.
Uit cijfers blijkt dat onze vrije-instroomkazernes in 97% van de tijd operationeel zijn.
Gelijktijdigheid
In basis wordt altijd de eenheid gealarmeerd die het snelst ter plaatse kan zijn. Het kan voorkomen dat een eenheid al is ingezet bij een incident, terwijl gelijktijdig een ander incident plaatsvindt in hetzelfde verzorgingsgebied. Ook dan wordt gebruik gemaakt van het netwerk van kazernes en wordt een andere beschikbare eenheid gealarmeerd. In Twente komt dit gemiddeld 80 keer per jaar voor.
Restdekking
Bij grootschalige of langdurige incidenten worden vaak meerdere eenheden ingezet. Dit heeft
gevolgen voor de beschikbaarheid van andere eenheden in de regio. Daarom wordt de inzet van
eenheden gemonitord. Indien nodig worden aanvullende maatregelen genomen, zoals het tijdelijk
bemensen van een kazerne. In uitzonderlijke situaties wordt teruggegrepen op de ‘repressieve fallback’ zoals beschreven in hoofdstuk 2.1. Op deze manier wordt de wettelijke maximale opkomsttijd van achttien minuten zo goed mogelijk geborgd.
3.4 Werkdruk Naast de factoren snelheid, capaciteit en paraatheid speelt ook de factor werkdruk een rol bij de
repressieve dekking. Het merendeel van de kazernes is een vrije-instroomkazerne. Het brandweervak vraagt veel van onze vrijwilligers. Naast een relatief lange opleidingsperiode moeten zij regelmatig
oefenen en bijscholen om vakbekwaam te blijven. Daarbij komen de uitrukken bovenop deze verplichtingen. Vrijwilligers voelen zich verantwoordelijk om zoveel mogelijk beschikbaar te zijn, vaak naast hun reguliere werk. Het is daarom belangrijk om te blijven monitoren of de tijdsbesteding nog behapbaar is voor vrijwilligers.
29
4
Prestaties Brandweer Twente IN DE VORIGE HOOFDSTUKKEN IS INZICHTELIJK GEMAAKT HOE DE BRANDWEERZORG IN TWENTE IS INGERICHT EN WAT DE BRANDWEER KAN LEVEREN AAN BRANDWEERZORG. VANUIT WETGEVING WORDEN OOK EISEN GESTELD AAN DE PRESTATIES VAN DE BRANDWEER. DIT GEBEURT AAN DE HAND VAN DE SYSTEMATIEK VAN GEBIEDSGERICHTE OPKOMSTTIJDEN. SINDS 2024 MOETEN ALLE VEILIGHEIDSREGIO’S EEN DEKKINGSPLAN OPSTELLEN VOLGENS DEZE SYSTEMATIEK. HET PROCES LOOPT MOMENTEEL OM DEZE SYSTEMATIEK OOK WETTELIJK TE VERANKEREN IN HET BESLUIT VEILIGHEIDSREGIO’S. IN DE HANDREIKING GGO IS DE SYSTEMATIEK NADER UITGEWERKT.
30
Dekkingsplan 2026 - 2029
Hoewel de brandweerzorg meer omvat, zijn er alleen wettelijke normen voor de factor snelheid vastgesteld. Deze worden hieronder toegelicht. Aanvullend hierop hanteert Brandweer Twente professionele richtlijnen waaraan onze prestaties moeten voldoen. Deze richtlijnen hebben uitsluitend betrekking op de factor snelheid.
4.1 Gebiedsgerichte opkomsttijden Het dekkingsplan gaat uit van een gebiedsgerichte benadering van opkomsttijden. Bij gebiedsgerichte opkomsttijden wordt gewerkt met opkomsttijden per gebied4. De risico’s vormen hierbij het uitgangspunt: hoe hoger het risico in een gebied, hoe slagvaardiger de brandweerzorg, en dit vertaalt zich in een kortere opkomsttijd.
De gebieden worden ingedeeld in drie verschillende categorieën, elk met een eigen opkomsttijd. Om te bepalen in welke categorie een gebied valt, wordt gekeken naar het overheersende karakter van
het gebied. Elk gebied heeft zijn eigen opkomsttijd; dit is geen exacte tijd, maar een bandbreedte voor hoe snel de brandweer ter plaatse moet zijn. De wettelijke maximale opkomsttijd is altijd achttien
minuten. In de volgende tabel staan de verschillende categorieën met bijbehorende opkomsttijden weergeven.
Categorie
Overheersend karakter van het gebied
Referentie-
Band-
minuten)
(in minuten)
7
4-10
10
7-13
15
12-18
waarde (in = 1e TS
I
• Oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame personen zoals hotels, kantoren,
breedte5
= 1e TS
winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen)
• Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen)
• Portiekwoningen
• Woongebouwen hoger dan 20 meter II
• Woningen
• Gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
III
• Verspreid liggende woningen
• Verspreid liggende woningen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
Tabel 1 Overzicht wijk/buurt categorieën + opkomsttijden Wanneer de gebieden in Twente worden ingedeeld op basis van het overheersende karakter, ontstaat het volgende beeld. Het merendeel van de gebieden is aan te merken als categorie III, voornamelijk buitengebied. Daarnaast heeft Twente een groot aantal categorie II-gebieden.
4 Een gebied wordt bepaald aan de hand van de CBS buurten. 5 De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller.
31
1 2 3 Figuur 5 Overzicht wijk/buurt indeling Twente
Dit zijn de steden, dorpen en woonkernen. Slechts een paar gebieden vallen onder categorie I. Ten
aanzien van het vorige dekkingsplan zijn er enkele wijzigingen in de gebieden. Een aantal gebieden
valt nu in een andere categorie. Deze wijzigingen komen voort uit de aanpassingen van de CBS wijk/ buurten, deze zijn verder verfijnd, waardoor wat eerder één buurt was is opgesplitst in meerdere buurten. Ook is de handreiking GGO geactualiseerd.
4.2 Snelheid Door de opkomsttijd per gebied te vergelijken met de bijbehorende normen en bandbreedte vanuit de gebiedsgerichte aanpak, kan de opkomsttijd worden beoordeeld. Dit levert het onderstaande
beeld op. Hieruit blijkt dat de brandweer in vrijwel alle gebieden voldoet aan de gestelde opkomst-
tijd. In slechts twee gebieden in Twente voldoen we niet aan de gestelde opkomsttijden. Dit betreft
Goed
Onvoldoende Voldoende
Figuur 6 Beoordeling opkomsttijden brandweer in Twente
32
Dekkingsplan 2026 - 2029
de woonkernen Buurse in de gemeente Haaksbergen en Langeveen in de gemeente Tubbergen. Bij
de actualisatie van het vorige dekkingsplan bleek de opkomsttijd in Buurse niet te voldoen. Hier is nu
Langeveen bijgekomen. Dit heeft te maken met aanpassingen van de CBS wijk/buurten. De opkomsttijden in beide gebieden zijn niet veranderd. Het gaat om een opkomsttijd van respectievelijk 13.22 minuten (Buurse) en 13.41 minuten (Langeveen). Opkomsttijden voor deze gebieden boven de 13
minuten worden als onvoldoende aangemerkt. In beide gebieden is de brandweer ruim binnen de maximale wettelijke opkomsttijd van 18 minuten ter plaatse. Ook in het vorige dekkingsplan was
bekend dat de opkomsttijden in beide gebieden relatief hoog zijn. Deze zijn destijds aangemerkt als
aandachtsgebied en zijn uitgebreid geanalyseerd. Hieruit is gebleken dat de brandweerzorg op orde
is. Om de brandveiligheid te vergroten zijn er aanvullende maatregelen (op het gebied van brandveiligheid en vakbekwaamheid) genomen (zie ook 5.4).
Wettelijk gezien gelden de normen voor opkomsttijden, zoals eerder genoemd, alleen voor de eerste tankautospuit ter plaatse die met PRIO 1 wordt gealarmeerd voor een brand- of alarmmelding. Het
takenpakket van Brandweer Twente is echter veel breder dan alleen brandbestrijding. Ook bij andere spoedinzetten vinden wij het belangrijk om snel ter plaatse te zijn. Daarom heeft Brandweer Twente ervoor gekozen om ook voor andere type incidenten en voertuigen opkomsttijden vast te leggen. Deze hanteren wij als onze eigen professionele norm. Type incident
Soort norm
Uitrukgarantie6
Brand/alarm
Wettelijke eis
Categorie I: 4-10 minuten Categorie II: 7-13 minuten
Categorie III: 12-18 minuten Hulpverlening
Inspanningsverplichting
Overeenkomstig brand/alarm
Leefmilieu
Inspanningsverplichting
15 minuten heel Twente
Natuurbrand
Inspanningsverplichting
15 minuten heel Twente
Duiken
Inspanningsverplichting
30 minuten heel Twente
Ondersteunende voertuigen
Inspanningsverplichting7
• Redvoertuig
• Hulpverleningsvoertuig • Tankwagen