DEF Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning 2025
Tekst van het document
Beleidsplan maatschappelijke ondersteuning 2025-2030
Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt het beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning 2025–2030. Met dit plan zetten we de koers uit voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning in onze gemeente. We kiezen voor een mensgerichte benadering: niet de regels, maar de inwoner staat centraal. We staan voor grote uitdagingen. Zowel de complexiteit van de ondersteuningsvragen neemt toe als de ondersteuningsvragen zelf, terwijl personeelstekorten en stijgende kosten de uitvoerbaarheid onder druk zetten. Juist daarom zetten we de komende jaren extra in op preventie en het versterken van algemene voorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan het breed toegankelijk maken van ontmoetingspunten in de hele gemeente. Zo zorgen we ervoor dat inwoners eerder en laagdrempeliger de ondersteuning vinden die zij nodig hebben. Belangrijke pijlers in onze aanpak zijn preventie, stevige algemene voorzieningen, maatwerk en de kracht van inwoners en hun netwerken. Mantelzorgers en vrijwilligers verdienen daarbij onze structurele aandacht en steun, want zonder hen is goede zorg en participatie in onze gemeente niet denkbaar. Tegelijkertijd houden we de individuele Wmo-ondersteuning beschikbaar voor wie daar écht op aangewezen is. Goede ondersteuning kunnen we alleen samen organiseren. Dat vraagt dat we elkaar actief opzoeken en de verbinding versterken.
We sturen op het versterken van sociale netwerken, zodat inwoners, vrijwilligers, mantelzorgers en professionals elkaar weten te vinden en zich samen verantwoordelijk voelen voor het geheel. Alleen door echt samen te werken en verantwoordelijkheid te nemen, zorgen we ervoor dat Hellendoorn een gemeente blijft waar iedereen mee kan doen.
Lia de Waard-Oudesluijs Wethouder
2
Inhoudsopgave 1. Voorwoord 2 2. Inleiding 4 2.1 Gezondheid, nu en later 4 2.2 Totstandkoming van dit beleidsplan 4 2.3 Leeswijzer 4
3.
Landelijke ontwikkelingen en lokaal beleid
4
3.1 Landelijke ontwikkelingen in de Wmo 4 3.2 Regionale kaders en samenwerking 5 3.3 Lokale kaders 6
4. Waar staan we nu 6 4.1 4.2
Huidige ondersteuning en sterke punten Huidige uitdagingen en ontwikkelingen
6 7
5.
Waar willen we naartoe?
8
6.
Wat gaan we daarvoor doen?
10
6.1 Wettelijke opgaven 10 6.2 Versterken van preventie en algemene voorzieningen 10 6.3 Sturen op gepaste ondersteuning 11 6.4 Ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers 12 6.5 Verbeteren van samenwerking en integraliteit 12 6.6 Verminderen van bureaucratie en verbeteren van dienstverlening 13
7.
Monitoring en verantwoording
14
7.1 Monitoring van doelen en acties 14 7.2 Verantwoording en bijsturing 14
Bijlage 1 Uitvoeringsagenda 16
3
2.
Inleiding
2.1
Gezondheid, nu en later
Vervolgens formuleren we waar we naartoe willen: onze doelen en ambities. In het hoofdstuk “wat gaan we daarvoor doen” leggen we uit welke acties en maatregelen we nemen om die
Iedereen in de gemeente Hellendoorn moet volwaardig kun-
doelen te bereiken. Ten slotte beschrijven we hoe we de uitvoe-
nen meedoen in de samenleving. Wanneer inwoners moeite
ring monitoren en verantwoorden. Als bijlage is een voorlopige
hebben om zelfredzaam te blijven of te participeren, kunnen zij
uitvoeringsagenda toegevoegd. De snelle lezer verwijzen we
een beroep doen op ondersteuning vanuit de Wet maatschap-
graag naar deze bijlage.
pelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo). Met dit uitgangspunt voor ogen presenteren we het Beleidsplan Maatschap-
3.
Landelijke ontwikkelingen en lokaal beleid
2024–2030 ‘Samen bouwen aan een kansrijke, gezonde en
3.1.
Landelijke ontwikkelingen in de Wmo
leefbare toekomst’ en andere lokale beleidskaders.
Op landelijk niveau spelen er meerdere ontwikkelingen die
pelijke Ondersteuning 2025–2030. Dit plan is een actualisatie van ons eerder gevoerde Wmo-beleid en sluit aan op de nieuwe Strategische Visie Maatschappelijk en Sociaal Domein
richting geven aan ons Wmo-beleid. De Rijksoverheid heeft De vorige Kadernota Wmo 2015–2019 is destijds ongewijzigd
ambities uitgesproken voor de toekomst van de Wmo. In een
verlengd, maar sluit niet meer aan bij de werkelijkheid van
hoofdlijnenbrief van 20 december 2024 schetst de staatsse-
2025. Sindsdien zijn er belangrijke ontwikkelingen geweest. Zo
cretaris een aantal belangrijke punten:
is in 2024 de strategische visie voor het maatschappelijk en •
sociaal domein vastgesteld, met nieuwe ambities en principes.
Grote uitdagingen in zorg en ondersteuning. Door de
Daarnaast hebben we in 2023 onze lokale Wmo-verordening
vergrijzing van de bevolking en personeelstekorten
en beleidsregels vernieuwd om aan te sluiten bij actuele wet-
staat de zorg onder druk. Er is een toenemende groep
geving en lokale behoeften. Dit beleidsplan vormt de volgende
ouderen die langer thuis woont en ondersteuning nodig
stap: het schetst waar we nu staan, waar we naartoe willen en
heeft, terwijl er minder zorgverleners en mantelzorgers
wat we de komende jaren gaan doen op het gebied van maat-
beschikbaar zijn. Dit vraagt om een nieuwe aanpak om
schappelijke ondersteuning.
de Wmo toekomstbestendig te houden. •
Met het Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning 2025–
Focus op preventie en welzijn. Er komt meer nadruk
2030 zetten we in op een moderne, mensgerichte invulling van
op preventie, vroegsignalering en het versterken van de
de Wmo. We combineren hart voor de inwoners – niemand
sociale basis. Het kabinet wil dat gemeenten inwoners
laten vallen die hulp nodig heeft – met oog voor de toekomst.
eerder bereiken om zwaardere zorg te voorkomen.
We zorgen dat het stelsel houdbaar en efficiënt blijft door te
Hierbij hoort ook een betere samenwerking tussen het
investeren in preventie en samenwerking. We hebben vertrou-
sociale en medische domein – denk aan afspraken tus-
wen dat we met de inzet van onze professionals, partners,
sen gemeenten, huisartsen en andere zorgaanbieders
mantelzorgers, vrijwilligers én de kracht van onze inwoners
om mensen tijdig de juiste ondersteuning te bieden. In
zelf deze ambities kunnen waarmaken. Zo bouwen we samen
landelijke akkoorden zoals het Integraal Zorgakkoord
aan een sociale gemeente Hellendoorn waarin iedereen mee-
(IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zijn
telt.
hier al afspraken over gemaakt om de sociale basis te versterken.
2.2
Totstandkoming van dit beleidsplan •
Bij het opstellen van dit plan is gebruikgemaakt van verschil-
Ondersteuning van mantelzorgers. Gemeenten moeten
lende bronnen en inbreng. We hebben geput uit de analyse van
mantelzorgers (inwoners die langdurig voor een naaste
de huidige situatie (op basis van trends en cijfers) en uit input
zorgen) beter ondersteunen en de sociale basis in
van Wmo-consulenten die dagelijks met inwoners werken. Ook
wijken versterken. Werk en mantelzorg moeten beter te
sluiten we aan bij signalen uit onze samenleving en andere
combineren zijn, onder andere via meer begrip en onder-
beleidsdocumenten uit het maatschappelijk domein. Hierdoor
steuning vanuit werkgevers.
is dit plan gebaseerd op feiten en ervaringen, én afgestemd op •
de bredere visie voor onze gemeente.
Eigen bijdrage op inkomen aanpassen. Er is al eerder besloten de huidige vaste eigen bijdrage (het abonne-
2.3
mentstarief van €21 per maand in 2025) te vervangen
Leeswijzer
In de volgende hoofdstukken leest u eerst over de relevante
door een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen
landelijke ontwikkelingen en ons lokale beleid. Daarna beschrij-
bijdrage. Door het lage vaste abonnementstarief zijn
ven we waar we nu staan, de huidige situatie en uitdagingen.
veel meer mensen gebruik gaan maken van Wmo-voor-
4
zieningen – ook inwoners met hogere inkomens.
Daarom moet ouderenzorg zich vooral richten op het
Dit leidde tot langere wachtlijsten (bijvoorbeeld voor
behouden van vaardigheden. Dit wordt reablement ge-
huishoudelijke hulp) en hogere kosten voor gemeenten.
noemd: ondersteuning van ouderen om zo lang mogelijk
Met de herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen
zelfstandig te functioneren in het dagelijks leven. Tech-
bijdrage wil het Rijk de druk op de voorzieningen ver-
nologie kan hier een grote rol in gaan spelen.
minderen. Inmiddels zijn we door de val van het kabinet ingehaald door de actualiteit. De herinvoering van deze
•
Wlz-zorg zonder verblijf wordt de norm
eigen bijdrage zou per 1 januari 2027 plaatsvinden. Het
Het uitgangspunt in de Wlz-ouderenzorg moet zijn: “Zo
is onduidelijk of en wanneer dit nu gaat gebeuren.
gewoon mogelijk”, of “thuis als het kan”, en niet “verblijf als vertrekpunt”. Voor ondersteuning en zorg thuis heeft
•
Minder bureaucratie, meer kwaliteit. Een ander landelijk
de cliënt nu de keuze uit een Volledig Pakket Thuis
speerpunt is het verminderen van administratieve lasten
(VPT), een Modulair Pakket Thuis (MPT) of een per-
voor gemeenten en zorgaanbieders. Door de invoering
soonsgebonden budget (pgb). Er ligt een wetsvoorstel
van landelijke standaardisaties moet de regeldruk
om het VPT en MPT samen te voegen tot één. Zo nodig
afnemen. Ook wordt het toezicht op de Wmo aange-
kan het pakket of budget hierna worden aangevuld met
scherpt om kwaliteit te borgen en naleving van regels te
voorzieningen vanuit de Wmo en de Zvw. Er zal een
verbeteren. De gemeente heeft een specifieke uitkering
afwegingskader – een soort opnametoets – worden
aangevraagd en gekregen om cliëntondersteuning beter
ingevoerd in de Wlz om de groep mensen in verpleeg-
vindbaar en bekend te maken.
huizen terug te dringen tot enkel de zeer kwetsbaren met een complexe zorgvraag. De vraag naar Wmo-voor-
•
Wonen en zorg. Landelijk wordt gekeken naar betere
zieningen voor wonen en vervoer zal toenemen, omdat
huisvesting voor kwetsbare groepen en het tegengaan
steeds meer ouderen met een Wlz-indicatie in hun eigen
van dakloosheid. Gemeenten en Rijk werken samen om
huis (moeten) blijven wonen.
te zorgen dat er voldoende geschikte woonvormen zijn voor mensen die ondersteuning of zorg nodig hebben,
•
Versterken en uniformeren van
bijvoorbeeld ouderen en mensen met een beperking.
mantelzorgondersteuning
Ook in gemeente Hellendoorn gaan we dit thema terug-
Meer zelfredzaamheid, zorg thuis – dat zal een (nog ho-
zien in het nog op te stellen Volkshuisvestingsprogram-
gere) druk op mensen uit de omgeving van een oudere
ma.
leggen. Mantelzorg wordt nog belangrijker, zelfs onmisbaar. Het nieuwe HLO zet in op betere ondersteuning
•
Toekomstbestendige Wmo. Tot slot loopt er een lande-
van mantelzorgers. Het Rijk gaat sturen op een uniform
lijke houdbaarheidsstudie Wmo onder leiding van het
aanbod van mantelzorgondersteuning in elke gemeente.
Centraal Planbureau (CPB). Begin 2024 heeft het CPB
Daarnaast wordt meer ingezet op respijtzorg en logeer-
een historische analyse gepubliceerd die onderstreept
zorg om de mantelzorgers tijdelijk te ontlasten.
dat bij de start van de Wmo ambitieuze doelen zijn gesteld. De Wmo was bedoeld om een transformatie te-
•
Cliëntondersteuning
weeg te brengen: minder claimcultuur, meer innovatieve
Het is belangrijk dat ouderen –eigenlijk alle hulpbe-
voorzieningen en integrale ondersteuning voor inwo-
hoevenden – eenvoudig de weg vinden naar passende
ners. Vanwege onder andere forse bezuinigingen bij de
ondersteuning. Nu is dat vaak niet het geval, vooral
invoering en latere juridische inperkingen van gemeen-
omdat mensen niet weten wat er allemaal mogelijk is
telijke ruimte, zijn deze bedoelingen echter onvoldoende
via de Wmo, Zvw en Wlz. Daarom gaan verschillende
uit de verf gekomen. Eind 2025 wordt de afronding van
landelijke cliëntenorganisaties in kaart brengen waar
het CPB-onderzoek verwacht, met aanbevelingen om het
de grootste onduidelijkheden zitten en hoe die kunnen
Wmo-stelsel toekomstbestendig te houden. We volgen
worden weggenomen.
deze ontwikkelingen op de voet. Als daaruit beleidswijzigingen voortkomen die onze lokale aanpak raken, zullen
3.2
we ons beleid daarop aanpassen.
Gemeente Hellendoorn staat niet op zichzelf. We maken deel
Regionale kaders en samenwerking
uit van regio Twente en werken samen met omliggende ge3.1.1 Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg
meenten. De maatwerkvoorzieningen voor de Wmo zijn geza-
De voor de Wmo meest relevante punten uit het medio 2025
menlijk ingekocht met (een deel van) de Twentse gemeenten.
vastgestelde Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg zijn:
Daarnaast nemen we ook deel aan projecten vanuit de Twent-
•
Van overnemen naar ondersteunen/Reablement
se Koers; een strategische samenwerking tussen 14 Twentse
Zelfstandigheid draagt bij aan de kwaliteit van bestaan.
gemeenten, Menzis, GGD Twente en provincie Overijssel.
5
4.
De thema’s die vanuit de Twentse Koers worden opgepakt,
Waar staan we nu
dragen bij aan een versterking van de samenwerking tussen het publieke-, medische- en sociale domein. Een noodzakelij-
Om te bepalen waar we naartoe moeten, is het belangrijk om
ke samenwerking die in paragraaf 2.1 ook al werd benoemd.
te kijken naar de huidige situatie. Wat gaat er goed in gemeen-
Daarnaast haken wij vanuit Wmo perspectief aan bij relevante
te Hellendoorn op het gebied van maatschappelijke onder-
regioprojecten.
steuning, en welke knelpunten zien we? Hier beschrijven we de belangrijkste bevindingen.
3.3.
Lokale kaders 4.1
3.3.1. Strategische Visie Maatschappelijk en
Huidige ondersteuning en sterke punten
In gemeente Hellendoorn zetten we ons dagelijks in om
Sociaal Domein 2024-2030 De lokale koers wordt voor ons in belangrijke mate bepaald
inwoners te ondersteunen die dat nodig hebben. Ons loket
door de Strategische Visie Maatschappelijk en Sociaal Domein
Sociaal Domein is een eerste vraagbaak voor onze inwoners
2024–2030 ‘Samen bouwen aan een kansrijke, gezonde
en wijst hen de weg in het landschap van zorg en welzijn. Onze
en leefbare toekomst’, die de gemeenteraad in 2024 heeft
Wmo-consulenten hanteren een persoonsgerichte aanpak.
vastgesteld. Deze visie schetst een toekomstbeeld voor een
Dat betekent dat we verder kijken dan de eerste hulpvraag:
kansrijke, gezonde en leefbare samenleving in gemeente Hel-
tijdens het huisbezoek wordt breed in kaart gebracht wat nodig
lendoorn. Vier leidende principes staan hierin centraal:
is en welke oplossingen binnen en buiten de Wmo passend zijn. Deze ‘zorg op maat’ – ondersteund door de mogelijkheid
•
De kracht van de inwoner en samenleving
van de omgekeerde toets (eerst kijken wat een inwoner nodig
•
Focus op preventie en vroegsignalering
heeft, daarna pas naar de regels) – is een sterke kant van
•
Dichtbij en laagdrempelig
onze uitvoeringspraktijk. Ook staan onze consulenten via de
•
Verbonden en integraal
huisbezoeken dicht bij de inwoners. Aan de achterkant van het proces zijn onze juridische en financieel-administratieve me-
Deze principes vormen de basis voor dit beleidsplan en komen
dewerkers altijd op zoek naar de beste oplossingen voor zowel
in alle hoofdstukken terug. Ze markeren ook een cultuurveran-
inwoner als gemeente.
dering ten opzichte van ons vorige Wmo-beleid. Waar de oude kadernota (2015–2019) vooral gericht was op het regelen van
Inwoners kunnen ook altijd kosteloos gebruik maken van
voorzieningen en kostenbeheersing, leggen we nu veel meer
onafhankelijke cliëntondersteuning. De Wmo-consulenten
nadruk op preventie, inclusiviteit en integrale samenwerking.
verwijzen inwoners regelmatig hiernaartoe. Inwoners kunnen
Met dit plan willen we de Wmo positioneren als meer dan een
uiteraard ook zelf direct een beroep doen op de onafhankelijke
vangnet: het is een middel om de participatie, gezondheid en
cliëntondersteuners.
welzijn van inwoners structureel te bevorderen. 4.1.1. Zelfredzaamheid waar het kan 3.3.2. Overige lokale kaders.
Ons uitgangspunt is dat inwoners zoveel mogelijk op eigen
Dit Wmo-beleidsplan staat niet op zichzelf, maar haakt in op
kracht of met hulp van hun netwerk meedoen. De verwachting
ander lokaal beleid in het brede sociaal domein. Zo hebben we
is dat inwoners in de toekomst meer zelf moeten opvangen.
ook beleidsplannen (in wording) op het gebied van financiële
Veel inwoners kunnen en willen ook zelf veel doen, en we on-
bestaanszekerheid, kansrijk opgroeien, publieke gezondheid
dersteunen hen om zelfstandig te blijven waar dat haalbaar is.
en sociale basis. De ambities en acties in dit Wmo-plan zijn
Tegelijkertijd beseffen we dat maatwerk altijd mogelijk moet
daarmee afgestemd.
zijn: wanneer een standaardoplossing niet volstaat, kijken we naar individuele omstandigheden en bieden we passende
Samengevat: landelijk groeit de druk op de Wmo en wordt van
ondersteuning. De opgave zal zijn om toe te werken naar een
gemeenten verwacht dat zij vernieuwend, preventief en inte-
nieuwe balans tussen het stimuleren van zelfredzaamheid en
graal te werk gaan. Lokale en regionale visies geven richting
samenredzaamheid en het leveren van maatwerk.
aan hoe we dat in gemeente Hellendoorn invullen. In de volgende hoofdstukken zoomen we in op gemeente Hellendoorn:
4.1.2. Samenwerking en integrale blik
waar staan we nu en hoe bouwen we voort op deze kaders?
We werken al in toenemende mate samen met andere afdelingen en partners. Een voorbeeld is de verbinding met de Participatiewet – omdat armoede of werkloosheid van invloed kan zijn op iemands ondersteuningsbehoefte en vice versa. Ook met Jeugdhulp is er afstemming waar gezinnen te maken hebben met zowel jeugd- als Wmo-ondersteuning. Onze consulenten kijken breder dan hun eigen vakgebied; ze zoeken waar
6
nodig de expertise van collega’s op en schakelen met partners
•
Wachttijden en toegankelijkheid: Door vergrijzing en
(zoals huisartsen, wijkverpleegkundigen, welzijnsorganisaties).
de huidige lage vaste eigen bijdrage hebben we, net als
Deze integrale manier van werken is nog in ontwikkeling, maar
elders in het land, te maken met een toenemend beroep
de basishouding is denken vanuit de inwoner in plaats van
op de Wmo. Tot nu toe zijn er bij ons nog nauwelijks
vanuit de systemen.
wachttijden, maar dit kan snel gaan veranderen. Vooral bij de huishoudelijke ondersteuning verwachten we een
4.2
Huidige uitdagingen en ontwikkelingen
groeiende vraag en tegelijkertijd steeds meer personele
Ondanks de sterke kanten zien we ook diverse uitdagingen in
krapte. We zijn met onze huishoudelijke ondersteuning
de huidige situatie:
(HO) aanbieders geregeld in overleg over te nemen
•
maatregelen.
Vergrijzing en toenemende vraag: Het aantal inwoners dat een beroep doet op Wmo-voorzieningen is gegroeid en zal verder groeien door de vergrijzing. Tussen 2015
•
Administratieve druk: Onze medewerkers in de uitvoe-
en 2024 steeg het aantal Wmo-cliënten in gemeente
ring ervaren geregeld een hoge administratieve last.
Hellendoorn met ongeveer 16,6%. We zien vooral een
Procedures, indicatiebeschikkingen en verantwoording
toename van ouderen die langer zelfstandig blijven
kosten veel tijd. Soms ontstaat er angst voor bezwaar
wonen en ondersteuning vragen (bijvoorbeeld hulp in
en beroep: men voelt zich gedwongen alles juridisch
het huishouden en hulpmiddelen). Deze trend zet naar
dicht te timmeren, wat ten koste kan gaan van de ruimte
verwachting door.
voor maatwerk. Dit is niet uniek voor gemeente Hellendoorn, maar landelijk een bekend issue. De oproep
•
Stijgende kosten: De uitgaven voor Wmo-ondersteu-
vanuit het Rijk om te ont-bureaucratiseren ondersteunen
ning zijn sterker gestegen dan het aantal cliënten.
we dan ook. Intern zoeken we al naar manieren om het
Tussen 2015 en 2024 steeg het totale indicatiebedrag
systeem meer ondersteunend te laten zijn in plaats van
(de geraamde kosten) met 47,3%. Ook per cliënt geven
leidend – bijvoorbeeld door onze systemen gebruiks-
we gemiddeld meer uit (+26% tussen 2015–2024). Dit
vriendelijk in te richten en dubbel werk te verminderen.
komt voornamelijk door hogere tarieven. Met name bij huishoudelijke ondersteuning zijn de tarieven flink om-
•
Personeelskrapte: Op dit moment kunnen we ons Wmo-
hooggegaan de afgelopen jaren, wat direct doorwerkt
team goed bezet houden, maar het vinden van gekwalifi-
in de kosten. Hoewel we niemand ondersteuning willen
ceerde medewerkers kan lastiger gaan worden. Lande-
onthouden die het nodig heeft, is dit een punt van zorg:
lijk is er schaarste aan zorg- en welzijnsprofessionals.
het financiële plaatje moet houdbaar blijven.
Lokaal merken we dit nog beperkt, maar deze schaarste zal ongetwijfeld gaan toenemen. Daarbij vragen nieuwe
•
Gebruik van voorzieningen: Uit vergelijkende cijfers
werkwijzen (zoals een actieve benadering en integraal
blijkt dat gemeente Hellendoorn relatief veel inwoners
werken) ook om ontwikkeling van medewerkers. We in-
heeft die gebruikmaken van Wmo-ondersteuning, verge-
vesteren in onze consulenten door scholing en intervisie,
leken met het landelijk gemiddelde. Tegelijk liggen onze
zodat ze toegerust blijven voor hun taken.
uitgaven per inwoner juist lager dan het landelijk gemiddelde. Concreet: in gemeente Hellendoorn werd in het
•
Trends in gezondheid en welzijn: Breder in de samenle-
eerste halfjaar van 2024 voor ongeveer 69 op de 10.000
ving spelen er trends die van invloed zijn op de Wmo-
inwoners een Wmo-maatwerkvoorziening verstrekt,
vraag. Mensen leven langer, maar niet altijd in goede
terwijl dit landelijk ca. 64 per 10.000 was. De Wmo-uit-
gezondheid. We zien landelijk een toename van het
gaven bedragen bij ons ongeveer €242 per inwoner,
aantal inwoners met chronische ziekten en ook mentale
versus €308 landelijk (en €383 in Oost-Nederland). Dit
gezondheidsproblemen (zoals eenzaamheid en depres-
laat zien dat we met relatief lage kosten veel mensen
sie) komen voor in alle leeftijdsgroepen. Er zijn steeds
ondersteunen. De Wmo is een belangrijk vangnet in
meer aanwijzingen dat sociaal isolement gezondheids-
onze gemeente. Een sterke sociale basis, preventie en
problemen veroorzaakt. Al deze ontwikkelingen leiden
samenwerken in de keten van zorg en welzijn is cruciaal
mogelijk tot extra ondersteuningsvragen, bijvoorbeeld
om dit vangnet te behouden.
behoefte aan dagbesteding voor mensen met dementie of begeleiding voor mensen met psychiatrische problematiek. Tegelijk groeit ook het besef dat welzijn en gezondheid meer aandacht moeten krijgen voordat er een Wmo-vraag ontstaat – wat weer pleit voor investeringen in preventie en een sterke sociale basis.
7
•
5.
Bevindingen uit de recent uitgekomen Twentse
Waar willen we naartoe
Gezondheidsverkenningen 2024: 83% van de volwassenen en ouderen in onze gemeente is bekend met
Gegeven de ontwikkelingen en huidige situatie, schetsen we
de Wmo. Dit percentage ligt iets boven het Twentse
hier onze visie en doelen voor de periode 2025–2030. Waar
gemiddelde. Van alle ouderen (65-plussers) in Hellen-
willen we staan over een paar jaar op het gebied van maat-
doorn kan 16% één of meer huishoudelijke activiteiten
schappelijke ondersteuning?
niet zelfstandig uitvoeren (Twente: 20%). Het zijn vooral zware huishoudelijke activiteiten, zoals dweilen, ramen
Kort samengevat willen we een inclusieve, vitale gemeen-
lappen, stofzuigen en bedden verschonen waar men
schap waarin inwoners zo lang mogelijk zelfstandig en prettig
moeite mee heeft. Deze beperkingen nemen toe met
kunnen leven, en waarbij ondersteuning snel in beeld komt als
de leeftijd. Kwetsbaarheid is gemeten met de Frailty
dat nodig is. We sluiten hiermee aan op de eerdergenoemde
Index, een vragenlijst die bestaat uit vragen over onder
strategische visie: gemeente Hellendoorn als een gemeente
meer mobiliteit, voeding en het sociale netwerk. Van alle
waarin iedereen kansrijk, gezond en veilig kan meedoen. Voor
65-plussers in Hellendoorn heeft 23% een broze gezond-
de uitvoering van de Wmo betekent dit concreet:
heid op onderdelen van het sociaal domein (Twente: •
26%). De kwetsbaarheid neemt toe met de leeftijd. Van
Meer preventie, minder zware zorg. In 2030 moet
de ondervraagden zegt 96% redelijke tot goede sociale
preventie verankerd zijn in onze aanpak. We streven
steun te ontvangen (Twente 95%). Het percentage inwo-
ernaar dat inwoners vroegtijdig de juiste hulp krijgen,
ners in Hellendoorn dat vrijwilligerswerk doet is met 37%
zodat zwaardere (duurdere) zorg wordt voorkomen.
relatief zeer hoog te noemen. In Twente is dit gemiddeld
Problemen vóór zijn is het motto – of het nu gaat om
31%, en in Nederland 26%. Over het geheel genomen
eenzaamheid, overbelasting van mantelzorgers, of het
scoort gemeente Hellendoorn ten opzichte van heel
verergeren van huishoudelijke problemen. We willen dat
Twente relatief goed.
het normaal is om hulp te vragen voordat iets een crisis wordt, en dat er voldoende laagdrempelige ondersteuning is om dat mogelijk te maken.
De Twentse Gezondheidsverkenningen 2024 bevat ook gegevens over mantelzorg. 10% van de ondervraagde •
65-plussers in onze gemeente geeft aan mantelzorg te
Zelfredzaamheid én continuïteit. We blijven uitgaan
ontvangen. Van de ondervraagden zegt 15% mantel-
van wat mensen zelf kunnen, ondersteund door hun
zorger te zijn. Dit is gelijk aan het Twentse gemiddelde.
netwerk. Tegelijk erkennen we dat niet iedereen een
Het percentage mantelzorgers, dat aangeeft redelijk
sterk netwerk heeft of alle tegenslagen aankan. Eigen
zwaar tot overbelast te zijn, ligt met 22% hoger dan het
verantwoordelijkheid mag nooit ten koste gaan van
Twentse gemiddelde van 19%. Van de ondervraagden is
continuïteit van zorg. In de komende jaren willen we dat
78% bekend met mantelzorgondersteuning. De Twent-
inwoners die langdurig ondersteuning nodig hebben
se mantelzorgers zeggen vooral behoefte te hebben
(bijvoorbeeld door dementie of een beperking) niet tus-
logeerzorg, technische hulpmiddelen en toegankelijke
sen wal en schip vallen. Door tijdig op- en af te schalen,
sociale kaart informatie. Mantelzorgondersteuning is
passende voorzieningen te bieden en goede informatie-
een belangrijk aandachtspunt en deze gesignaleerde
voorziening zorgen we dat de zorg doorgaat zolang dat
behoeften worden in actiepunten vertaald.
nodig is. Continuïteit van ondersteuning staat bovenaan, juist voor de meest kwetsbaren.
Samengevat: gemeente Hellendoorn heeft een betrokken •
uitvoeringspraktijk met oog voor maatwerk en samenwerking.
Toegankelijke en nabije ondersteuning. In 2030 moet
Maar we staan ook voor forse uitdagingen zoals stijgende
onze ondersteuning nog laagdrempeliger en dichter-
vraag en kosten, en de noodzaak om bureaucratie te verminde-
bij zijn. Inwoners weten waar ze terechtkunnen met
ren en de ondersteuning van kwetsbare thuiswonende ouderen
vragen over welzijn of hulp, zonder drempelvrees. We
en hun mantelzorgers nog verder uit te bouwen. De tijd is rijp
streven naar herkenbare voorzieningen in de wijken en
voor een nieuwe koers die deze uitdagingen het hoofd biedt en
dorpen – zoals inlooppunten, ontmoetingsplekken of
voortbouwt op wat goed gaat.
spreekuren – zodat ondersteuning onderdeel is van de gemeenschap. Digitale toegang is eveneens van belang: informatie online moet duidelijk en actueel zijn, en aanvragen kunnen makkelijk digitaal (maar ook offline voor wie dat wil). Niemand mag afhaken omdat men de weg niet vindt. Samenhangend hiermee willen we ook de bekendheid van de Wmo onder inwoners vergroten:
8
mensen moeten weten waarvoor de Wmo bedoeld is
Samengevat willen we toewerken naar een situatie waarin
en wat ze van ons mogen verwachten. Dit helpt om
iedere inwoner meetelt, ondersteuning op maat en op tijd is, en
de juiste verwachtingen te zetten en misverstanden te
we als gemeente regie voeren op een samenhangend netwerk
voorkomen.
van hulp en zorg. Deze stip op de horizon – een inclusieve en veerkrachtige gemeenschap – geeft richting aan de acties die
•
Versterkte sociale basis. We willen een sterk netwerk
we de komende jaren ondernemen.
van algemene voorzieningen en vrijwilligersinitiatieven die lichte ondersteuning bieden. Dit omvat bijvoorbeeld laagdrempelige ontmoetingsplekken, welzijnsactiviteiten, mantelzorgondersteuning en informele hulpdiensten. In 2030 is deze sociale basis verder versterkt, zodat inwoners met een hulpvraag eerst daar oplossingen kunnen vinden (voor zover passend), voordat zij een beroep op individuele Wmo-voorzieningen doen. Dit vergroot de eigen kracht van de samenleving en verlicht de druk op maatwerkvoorzieningen. •
Integraliteit en samenwerking als de norm. Ons streven is dat versnipperde hulpverlening plaatsmaakt voor integrale ondersteuning. In de toekomst werken onze consulenten Wmo, Jeugd en Participatie nog soepeler samen, óók met externe partners (zorgaanbieders, huisartsen, woningcorporaties, etc.). Inwoners ervaren één loket of één plan van aanpak, ook als meerdere disciplines betrokken zijn. Externe professionals zien we als volwaardige en nauwe samenwerkingspartners: we delen informatie binnen de privacy-kaders, stemmen hulp af en ondersteunen gezamenlijk inwoners. Hierbij hoort ook dat professionals elkaars mogelijkheden en beperkingen kennen – bijvoorbeeld dat huisartsen goed op de hoogte zijn van wat de Wmo kan bieden, en onze consulenten weten wat in de eerstelijnszorg of via welzijn beschikbaar is.
•
Innovatie en flexibiliteit. We omarmen innovatie om onze doelen te bereiken. Denk aan technologische hulpmiddelen die mensen langer zelfstandig laten wonen (domotica, e-health toepassingen), of vormen van dienstverlening zoals “welzijn op recept” (waarbij huisartsen kunnen doorverwijzen naar welzijnsactiviteiten in plaats van medicatie voor te schrijven). In 2030 willen we dat dit soort innovaties standaard onderdeel zijn van ons palet. Daarnaast houden we ruimte om flexibel in te spelen op veranderingen. Mocht bijvoorbeeld uit de landelijke houdbaarheidsstudie ingrijpende wetswijziging komen, dan passen we onze koers aan. Onze visie blijft: een duurzaam ondersteuningsstelsel dat klaar is voor de toekomst.
9
6.
Wat gaan we daarvoor doen
6.1.3. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang De volgende wettelijke opgaven worden verwacht:
We benoemen hieronder wat we de komende jaren gaan doen
•
Vaststelling Centrumgemeenteregeling Beschermd
om de ondersteuning voor de meest kwetsbare inwoners te
Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Almelo voor
behouden en zo goed mogelijk in te richten. We kiezen voor
de periode 2026-2034.
een brede aanpak, met focus op investeren in preventie en
•
algemene voorzieningen, effectievere en efficiëntere indice-
Vaststelling Dienstverleningsovereenkomst horend bij de Centrumgemeenteregeling.
ring, intensivering van de ondersteuning van mantelzorgers,
•
Vaststelling Urgentieverordening.
versterking van samenwerking in de keten, en vermindering van bureaucratie. Daarbij kijken we waar nu al winst te behalen
Toelichting Urgentieverordening
valt, onderzoeken we mogelijkheden om meer van individuele
Voor mensen, die uitstromen uit beschermd wonen of maat-
naar collectieve voorzieningen te bewegen, en zoeken we naar
schappelijke opvang, is het van groot belang dat zij tijdig kun-
manieren om de toenemende zorgvraag op een duurzame
nen doorstromen naar een passende woning. Daarom wordt in
manier op te vangen. De richtingen zijn duidelijk en nu komt
de verplicht te ontwikkelen Urgentieverordening geregeld dat
het aan op doen.
deze doelgroep in aanmerking kan komen voor urgentie bij het zoeken naar een sociale huurwoning. Op deze manier wordt
6.1.
Wettelijke opgaven
voorkomen dat mensen onnodig lang in een opvangvoorzie-
We beginnen eerst met de opgaven waarvan we weten dat die
ning blijven of opnieuw dakloos raken. Momenteel werken
op ons afkomen.
de Twentse gemeenten aan regionale afspraken over deze verordening.
6.1.1. Herinvoering eigen bijdrage Wmo Vanaf 1 januari 2027 zou landelijk opnieuw een inkomens- en
6.2.
vermogensafhankelijke eigen bijdrage individuele onder-
6.2.1. Uitbreiding van algemene voorzieningen
steuning vanuit de Wmo worden ingevoerd. Dit betekent dat
Een belangrijk speerpunt is het voorkomen of uitstellen van
inwoners die gebruikmaken van Wmo-maatwerkvoorzienin-
maatwerkvoorzieningen door meer in te zetten op algemene
gen een maandelijks bedrag gaan betalen dat is afgestemd
(voorliggende) voorzieningen. Concreet gaan we nieuwe initia-
op hun inkomen en vermogen. Het Centraal Administratie
tieven onderzoeken, ontwikkelen en/of stimuleren, zoals:
Versterken van preventie en algemene voorzieningen
Kantoor (CAK) berekent en int de eigen bijdrage. Na de val van het kabinet is het wetsvoorstel voor de herinvoering van de
•
Een algemene wasvoorziening onderzoeken en bij
inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage controver-
voldoende bestuurlijk draagvlak opzetten. In plaats van
sieel verklaard en is het niet duidelijk of en wanneer de wet van
dat iedere inwoner met beperkingen een individuele
kracht zal worden.
Wmo-voorziening voor wasverzorging moet aanvragen, willen we een collectieve voorziening opzetten. Dit
6.1.2. Transformatieplan ‘Mentaal Gezond Twente’
vergroot de zelfredzaamheid van inwoners op een effici-
De mentale gezondheidszorg staat onder druk door een
ënte manier en kan de vraag naar dure individuele hulp
groeiende zorgvraag, arbeidsmarkttekorten en knelpunten in
verkleinen.
samenwerking. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) bevat bindende afspraken die gemeenten verplichten om samen met
•
Een reablement-programma voor ouderen onderzoe-
partners te werken aan het versterken van mentale gezondheid
ken en bij voldoende bestuurlijk draagvlak invoeren. Dit
en preventie. Hiervoor is een fundamentele verandering nodig,
houdt in dat mensen die ondersteuning nodig hebben
met meer aandacht voor gezondheid, gedrag, eigen regie
eerst een periode training/begeleiding krijgen om vaar-
en samenwerking in netwerken. In de regio Twente is onder
digheden te herwinnen en zo zelfstandig mogelijk te blij-
andere samen met gemeenten een transformatieplan ‘Mentaal
ven. Denk aan hulp bij het (opnieuw) leren omgaan met
Gezond Twente’ geschreven, gericht op volwassenen, dat zich
hulpmiddelen of het oefenen van dagelijkse handelingen
focust op het versterken van de sociale basis, integrale net-
na bijvoorbeeld een ziekenhuisopname. Het doel is dat
werkondersteuning en het gebruik van digitale hulpmiddelen.
inwoners niet, minder lang of minder intensief afhanke-
Het doel is om te bouwen aan een toekomstbestendig mentaal
lijk zijn van Wmo-ondersteuning. Dit actiepunt sluit aan
gezondheidsnetwerk. Zodra het regionale transformatieplan
bij het landelijke Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg.
definitief is vastgesteld, wordt van alle Twentse gemeenten verwacht dat ze een lokaal plan van aanpak opstellen.
•
Welzijns- en ontmoetingsvoorzieningen uitbreiden. Het doel is dat ondersteuning zo aangeboden wordt, dat verschillende doelgroepen zich welkom voelen. Geschikte locaties zijn er in principe nu al voldoende. Uitbreiding
10
gaat meer over toegankelijkheid, functionaliteiten en
via loketten en huis-aan-huis bladen) verbeteren zodat er een
met name goede toeleiding. Hier zit een belangrijke
overzicht is van alle algemene voorzieningen en activiteiten.
verbinding met wijkgericht werken en wijkontwikkelings-
Ook professionals (huisartsen, wijkverpleegkundigen, buurt-
plannen. Dit actiepunt moet goed afgestemd worden
sportcoaches, etc.) voorzien we van deze informatie, zodat zij
met de ontwikkelingen rondom het regionale trans-
mensen beter kunnen doorverwijzen.
formatieplan mentale gezondheid en het beleidsplan
•
sociale basis. Laagdrempelige ontmoetingsplekken in
6.3.
wijken en dorpen bieden gezelligheid en activiteiten, en
Het loket Sociaal Domein en het team Wmo van de gemeente
fungeren als voorliggend op Wmo-ondersteuning. Sig-
Hellendoorn spelen een belangrijke rol in de uitvoering van dit
nalen van eenzame of kwetsbare inwoners kunnen hier
beleidsplan. Om van beleidsvoornemens naar een realistische
vroeg opgemerkt worden en lichte ondersteuning kan al
en haalbare uitvoeringspraktijk te komen, is een nauw samen-
geboden worden voordat zwaardere Wmo-zorg nodig is.
spel noodzakelijk.
Welzijn op recept borgen en versterken na afloop van
6.3.1. Uitwerking ondersteuning aan meest kwetsbare
de GALA rijksregeling. Dit houdt in dat huisartsen bij
Sturen op gepaste ondersteuning
inwoners
klachten die (mede) voortkomen uit sociale problemen
Om de Wmo betaalbaar en toegankelijk te houden voor wie het
– zoals eenzaamheid, somberheid of overbelasting –
écht nodig heeft, zijn we scherp bij de toegangspoort. We gaan
niet alleen medische oplossingen bekijken maar ook
de triage door het loket intensiever faciliteren: kan iemand
kunnen “voorschrijven” dat iemand contact opneemt
met gebruikelijke hulp (bijvoorbeeld van partner of kinderen)
met welzijnsaanbod. We faciliteren de koppeling tussen
of collectieve voorzieningen vooruit, dan kiezen we daarvoor.
huisartsenzorg en ons welzijnswerk, zodat inwoners via
Dit helpt ook bij het verkorten van de wachttijd voor een
meerdere wegen bij algemene ondersteuning kunnen
huisbezoek door een consulent. Wanneer er nieuwe algemene
komen.
of voorliggende voorzieningen beschikbaar komen (zie 5.2) worden eerste screening en indicatiestelling hierop afgestemd
Door deze en eventueel ook andere algemene voorzieningen
en aangescherpt. Alleen als een maatwerkvoorziening daad-
uit te breiden, hopen we dat inwoners in een vroeg stadium ge-
werkelijk nodig is, wordt deze toegekend. We herbevestigen
holpen worden en de noodzaak voor maatwerkvoorzieningen
hiermee het uitgangspunt “ondersteuning waar nodig, regie
afneemt of wordt uitgesteld. We verwachten dat dit bijdraagt
daar waar het kan”.
aan zowel het welzijn van inwoners als aan het afremmen van de kostengroei op de langere termijn.
Uiteraard blijft maatwerk mogelijk; we gaan indicatiestelling niet beperken tot een vaste lijst van criteria. Consulenten
6.2.2. Bepalen vervolg communicatie en informatievoorziening
hebben de ruimte om in complexe situaties out-of-the-box te
Een tweede onderdeel van preventie is het vergroten van de
denken (zoals nu ook gebeurt). We geven prioriteit aan de uit-
bekendheid van de Wmo en het voorliggende veld. We gaan
werking van de volgende vragen: Wie zijn de meest kwetsbare
actief communiceren over de bedoeling van de Wmo: namelijk
inwoners? Wat hebben ze nodig? En wat kan en moet de Wmo
ondersteuning voor wie dat echt nodig heeft, en hoe iedereen
voor hen betekenen?
kan bijdragen aan zijn eigen oplossing waar mogelijk. We creëren continu bewustwording bij inwoners dat voorzieningen
6.3.2. Zo nodig wachtlijstbeheer invoeren
vanuit de Wmo geen automatisch recht voor iedereen zijn,
Wachtlijsten zijn nu nog niet aan de orde. Samen met de zorg-
maar een samenwerkingsvoorziening: we doen het samen met
aanbieders houden we continu vinger aan de pols en sturen
inwoner en omgeving. Op dit moment geven we samen met
we bij waar mogelijk. Bij voorzieningen waar toch wachtlijsten
Twentse Koers invulling aan de regionale bewustwordings-
gaan ontstaan, willen we transparant wachtlijstbeheer en prio-
campagne ‘Praat samen over later’ met onderwerpen als “Hoe
ritering invoeren. We maken bij voorkeur in regionaal verband
kan ik fijn en gezond ouder worden” en “Hoe behoud ik mijn
en afgestemd met onze cliënten en lokale uitvoering criteria
zelfstandigheid?”, Hiermee sturen we ook de verwachtingen bij
voor wie het meest urgent hulp nodig heeft, als niet iedereen
– inwoners met een hulpvraag weten beter wat ze zelf kunnen
tegelijk bediend kan worden.
doen of regelen, en wanneer de gemeente bijspringt. Daarnaast onderzoekt de werkgroep procesoptimalisatie de Daarnaast is er behoefte aan duidelijke informatie over het
mogelijkheid om bij het loket een triage- en adviesteam in
aanbod in het voorliggend veld. Vaak bestaan er al veel
te richten. Dit team beoordeelt meldingen en adviseert over
voorzieningen (denk aan vrijwilligers die klusjes doen, maal-
passende routes, zoals voorliggende voorzieningen. Hiermee
tijdservices, activiteitenclubs), maar weet men niet van het
wordt onnodig onderzoek voorkomen en de druk op de wacht-
bestaan af. We gaan ons informatieportaal (zowel online als
lijst bij consulenten verlicht. Het loket speelt hierin nu al een
11
belangrijke rol, die in de toekomst verder wordt uitgebreid. De
6.4.2 Draagkracht versus draaglast van vrijwilligers en
huidige nauwe samenwerking en afstemming tussen ons loket
mantelzorgers
en het voorliggend welzijnsveld in het zogenoemde Sociaal
Tot hoever kunnen mantelzorgers en vrijwilligers gaan?
Plein wordt daarbij betrokken.
Wanneer wordt vanwege complexiteit en zorgzwaarte toch professionele zorg en ondersteuning noodzakelijk? Dit vraag-
6.4.
Ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers
stuk is een belangrijk thema bij mantelzorg en dringt zich nu ook steeds vaker op bij vrijwilligerswerk. Op initiatief van het
6.4.1. Mantelzorgondersteuning versterken
voorliggend welzijnswerk willen we dit verder onderzoeken. Dit
Mantelzorgers zijn vaak de allereerste hulpverleners voor inwo-
actiepunt heeft raakvlakken met actiepunt 5.3.1. Uitwerking
ners met beperkingen. Hun inzet is van onschatbare waarde
ondersteuning aan meest kwetsbare inwoners.
en voorkomt veel formele zorg. Tegelijk riskeren mantelzorgers overbelast te raken. We onderzoeken in lijn met het landelijke
6.5.
Verbeteren van samenwerking en integraliteit
beleid waar we de ondersteuning voor mantelzorgers nog kunnen intensiveren. Concreet zetten we in op:
6.5.1. Visie op interne samenwerking in het sociaal domein We gaan verder met het afbreken van muren tussen verschil-
•
Respijtzorg: we willen vervangende zorg meer beschik-
lende loketten. Concreet onderzoeken we de mogelijkheid van
baar maken, zodat mantelzorgers af en toe vrijaf kunnen
een meer integrale benadering van onze inwoners. Dit zou
nemen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van (logeer)
de achterkant (de specialistische afdelingen) niet vervangen,
opvang voor degene die verzorgd wordt, of de inzet van
maar voor de inwoner wel één ingang betekenen. We besef-
vrijwilligers die tijdelijk de zorg overnemen.
fen ook dat er grenzen aan integraliteit zijn: elke professional heeft zijn eigen expertise. We willen de kracht van specialisatie
•
Mantelzorgwaardering en ondersteuning: we blijven
behouden. Daarom kiezen we voor samenwerking waarbij
jaarlijks onze mantelzorgers in het zonnetje zetten met
iedereen doet waar hij goed in is, maar wel elkaars werk on-
de mantelzorgwaardering (een blijk van dank in geld en
dersteunt. Bijvoorbeeld: een Wmo-consulent hoeft niet zelf de
natura) en we bieden waar nodig individuele ondersteu-
volledige schuldhulpverlening te doen als dat bij Participatie
ning, zoals gesprekken met een mantelzorgconsulent of
hoort, maar moet wel snel kunnen schakelen met die collega
cursussen om hun taken vol te houden. We willen alert
en samen de inwoner helpen. Zo houden we expertise hoog én
zijn en blijven op het actief doorverwijzen vanuit ons
bieden we integrale service.
loket sociaal domein naar mantelzorgondersteuning. In 2026 werken we aan de implementatie van AVE (Aanpak ter •
Werk & mantelzorg combineren: we zoeken samen met
Voorkoming van Escalatie). Het is een methodiek die ontwik-
lokale werkgevers naar manieren om werknemers met
keld is om escalatie van problemen bij huishoudens met oplo-
mantelzorgtaken tegemoet te komen (flexibele werktij-
pende problematiek te voorkomen, te beperken of te beëindi-
den, verlofregelingen bekend maken). Dit is deels een
gen. AVE is een integrale aanpak die duidelijkheid schept over
landelijk thema, maar lokaal kunnen we bijvoorbeeld via
regie en verantwoordelijkheden van betrokken partijen, zowel
onze werkgeversnetwerken en het bedrijfsleven aan-
op casus-, proces-, management- als bestuurlijk niveau.
dacht vragen voor mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid.
6.5.2 Samenwerking met externe professionals We werken al nauw samen met externe professionals en dit
•
Jonge mantelzorgers: ongeveer één op de vier kinde-
willen we de komende periode intensiveren.
ren en jongeren zorgt voor een langdurig zieke ouder
•
Binnen onze gemeente is aan iedere huisartsenpraktijk
of broer of zus. Het wordt steeds meer bekend dat een
een vaste medewerker van het loket sociaal domein
deel van de jonge mantelzorgers op volwassen leeftijd
gekoppeld. Deze medewerker is bereikbaar voor overleg
kans loopt om psychische klachten te ontwikkelen. Een
en ondersteuning, en kan – afhankelijk van de afspraken
goede ondersteuning van deze jongeren is daarom erg
met de praktijk – ook op locatie aanwezig zijn. Dit zorgt
belangrijk. We willen met name intensiever inzetten op
voor korte lijnen en versterkt de samenwerking tussen
bewustwording bij ouders, scholen en zorgprofessio-
de huisartsenzorg (het medische domein) en het sociaal
nals, zodat zij oog hebben voor de positie en behoeften
domein. De sociaal makelaar monitort deze samen-
van jonge mantelzorgers.
werking samen met de coöperatiemanager, en ook de huisartsen zelf houden zicht op hoe het loopt. We zien dat huisartsen en praktijkondersteuners regelmatig te maken krijgen met vragen die niet primair
12
medisch van aard zijn, zoals over eenzaamheid, hulp
lappende domeinen. Bijvoorbeeld in samenwerking met de
in huis of financiële zorgen. Daarom willen we deze
zorgverzekering of Wlz (Wet Langdurige Zorg) – een inwoner
samenwerking verder verdiepen door structureel met
moet niet door allerlei loketten apart onderzocht worden. We
elkaar in gesprek te gaan over wederzijdse verwachtin-
verkennen of we met zorgverzekeraars afspraken kunnen
gen. We zorgen ervoor dat huisartsen goed weten wat
maken over een gecombineerde aanpak voor hulpmiddelen of
de gemeente kan betekenen en hoe zij effectief kunnen
wijkverpleging versus Wmo-ondersteuning, zodat dubbele be-
doorverwijzen. Ook willen we dat onze Wmo-consu-
oordelingen voorkomen worden. Dit is complexe materie, maar
lenten inzicht hebben in wat zij van de eerstelijnszorg
we volgen pilots elders en staan open om aan te haken als de
mogen verwachten. Bijvoorbeeld als iemand zowel
gelegenheid zich voordoet.
medische zorg als Wmo-ondersteuning nodig heeft: wie doet dan wat? Heldere afstemming helpt om de inwoner
6.5.4. Verkennen technologische toepassingen in de Wmo
beter te ondersteunen.
Met aanbieders van zorgtechnologie willen we actief de samenwerking opzoeken. We zien technologische hulpmiddelen
•
Met zorgaanbieders (zoals thuiszorgorganisaties, aan-
als een waardevolle aanvulling binnen de maatschappelijke
bieders van begeleiding en dagbesteding) intensiveren
ondersteuning, met potentie om de zelfredzaamheid en kwa-
we de dialoog over kwaliteit en passend aanbod. We wil-
liteit van leven van inwoners te vergroten én de werkdruk van
len contractafspraken niet alleen op output (uurtje-fac-
professionals te verlichten. We zetten in op het verkennen van
tuurtje) sturen, maar ook op innovatie en preventie. Ook
technologische toepassingen binnen de Wmo, met oog voor
werken we samen aan flexibele inzet van zorg: bij krapte
juridische en financiële kaders. We willen met aanbieders in
bekijken we of een aanbieder tijdelijk meer kan leveren
gesprek over hoe deze innovaties verantwoord en toeganke-
en een andere minder, zonder nieuwe aanbestedingen –
lijk kunnen worden ingezet, zoveel mogelijk in aansluiting op
uiteraard binnen de juridische mogelijkheden. Zo streven
bestaande lokale en regionale initiatieven. Ook kijken we hoe
we ernaar dat inwoners continuïteit ervaren, ook als
zorgtechnologie slim kan worden verweven met ingekochte
bijvoorbeeld hun vaste hulpverlener uitvalt.
maatwerkvoorzieningen, zodat inwoners passende ondersteuning ervaren die aansluit op hun situatie.
•
Met woningcorporaties en woonconsulenten werken we samen om woningen geschikt te maken voor langer
6.6
Verminderen van bureaucratie en verbeteren
zelfstandig wonen. We hebben al een Woonzorgvisie die
van dienstverlening
hierop ingaat. In dit Wmo-plan focussen we op prakti-
6.6.1. Menselijke maat in regels
sche samenwerking: bij aanvragen voor woningaanpas-
We willen dat inwoners de menselijke maat ervaren in onze
singen betrekken we voortaan bouwconsulenten van
dienstverlening. Dit betekent dat regels en procedures in dienst
de gemeente direct in het proces, in plaats van altijd
staan van mensen, niet andersom. Concreet zullen we intern
externe adviseurs in te huren. Dit bespaart kosten en
een cultuur blijven stimuleren waar medewerkers niet bang
tijd. We ontwikkelen hiervoor een interne werkinstructie.
hoeven te zijn voor elke fout of bezwaar, maar vertrouwen op professioneel inzicht. We zorgen voor duidelijke kaders, maar
•
Met welzijnsorganisaties en buurtnetwerken intensi-
geven ook ruimte voor afwijking als dat nodig is om tot een
veren we de uitwisseling. Zij zijn onze ogen en oren in
passende oplossing te komen. De zogenoemde “omgekeer-
de wijk en kunnen signalen vroeg oppikken. We maken
de toets” (eerst kijken wat nodig is, dan pas of de regels dat
duidelijke afspraken over wie wat doet in het voor-
toestaan) blijft leidend in lastige situaties. Dit vraagt ook iets
liggend veld en wanneer iets wordt opgeschaald. Dit
van ons juridische team: zij denken mee in mogelijkheden in
voorkomt dat zaken blijven liggen omdat iedereen denkt
plaats van alleen op risicomijding. We organiseren sessies
dat iemand anders het oppakt.
tussen juristen en consulenten om elkaar goed te begrijpen en gezamenlijk oplossingen te vinden waar maatwerk nodig is. Zo
6.5.3. Samen indiceren en ketensamenwerking
vinden we een betere balans tussen maatwerk en rechtsgelijk-
In 2024 zijn we met de casemanagers dementie gestart met
heid.
Samen Indiceren. Deze werkwijze draagt bij aan een tijdige ondersteuning voor inwoners met dementie en hun mantelzor-
6.6.2. ICT en administratieve processen vereenvoudigen
gers. Het draagt positief bij aan de samenwerking en effici-
We gaan onze interne systemen verder optimaliseren. Daar-
ëntie in de zorgketen. We onderzoeken of we de werkwijze
naast kijken we kritisch naar ons proces bij het op- en afscha-
kunnen uitbreiden naar andere doelgroepen en professionals
len van indicaties. Zoals eerder genoemd bij het indiceren, wil-
binnen de zorg en binnen het Sociaal Plein.
len we het makkelijker maken om bijvoorbeeld het aantal uren aan te passen. Voor situaties waarin duidelijk is dat minder
Waar mogelijk gaan we ook integraal beoordelen bij over-
ondersteuning volstaat (of juist tijdelijk meer nodig is), streven
13
we naar een vereenvoudigde werkwijze bij nieuwe meldingen.
•
Preventie-activiteiten en bereik: we houden bij hoeveel
Denk aan een verkorte procedure of een vereenvoudigd besluit,
inwoners deelnemen aan preventieve en algemene
passend binnen de juridische kaders. Daarbij handelen we in
voorzieningen. Ook meten we het bereik van voorlich-
de geest van de wet: gericht op ontzorgen en het bieden van
ting (aantal website-bezoeken info Wmo, opkomst bij
passende ondersteuning, zonder onnodige administratieve
bijeenkomsten). Dit geeft inzicht of onze investeringen
belasting.
in preventie effect hebben op bekendheid en gebruik.
6.6.3 Cliëntervaringen gebruiken voor verbetering
•
Mantelzorgers: we monitoren het aantal mantelzorgers
Het verplichte jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek Wmo blijven
dat ondersteuning ontvangt (respijt, waardering uitge-
we uitvoeren en benutten. We kijken niet alleen naar de cijfers,
reikt) en of er ontwikkelingen zijn in mantelzorgbelasting
maar vooral naar de concrete feedback van inwoners. Klachten
(bv. via een vragenlijst).
en bezwaarschriften analyseren we op patronen: als bepaalde regels steeds tot onbegrip leiden, dan moeten we daar moge-
•
Cliënttevredenheid: de resultaten van het jaarlijkse
lijk iets aan veranderen in communicatie of uitvoering. Verder
cliëntervaringsonderzoek Wmo vormen een belangrijke
willen we de dialoog met cliënten versterken buiten de formele
graadmeter. We letten op de overall tevredenheid en
onderzoeken. Bijvoorbeeld via een periodieke cliëntenraadple-
specifiek op vragen over toegankelijkheid, bejegening
ging of panel. Dit in afstemming met de participatievisie en bij
en effect van ondersteuning. We streven naar een hoge
voorkeur in samenwerking met de Adviesraad Maatschappelijk
mate van tevredenheid en kijken vooral of er verbete-
Welzijn. We willen breder horen hoe inwoners de ondersteu-
ring zichtbaar is op aspecten waar we maatregelen op
ning ervaren. Dit kan via online peilingen of bijeenkomsten met
nemen (bv. betere informatie).
ervaringsdeskundigen. Zo houden we feeling met de dagelijkse praktijk en kunnen we sneller bijsturen.
•
Kwaliteit en rechtmatigheid: via ons contractmanagement bij aanbieders volgen we kwaliteitsindicatoren (zo-
7.
als tijdige levering, klachten over aanbieders, resultaten
Monitoring en verantwoording
van ondersteuning). Intern houden we bij of we binnen begroting blijven en of onze besluiten standhouden bij
Het is belangrijk om te weten of we met dit beleidsplan op
eventuele bezwaren/beroepszaken (als barometer voor
de goede weg zijn. Daarom beschrijven we hier hoe we de
juridisch goed handelen met menselijke maat).
voortgang monitoren en hoe we verantwoording afleggen over de resultaten.
Deze data verzamelen we halfjaarlijks en jaarlijks. Halverwege de planperiode (midden 2028) maken we de balans op met
7.1.
Monitoring van doelen en acties
een tussentijdse evaluatie. Als blijkt dat bepaalde doelen niet
We stellen bij de start van dit beleidsplan een monitoringska-
gehaald dreigen te worden of de omstandigheden zijn gewij-
der op met concrete indicatoren. Enkele indicatoren die we
zigd (bijv. nieuwe landelijke regelgeving), kunnen we bijsturen
zullen volgen zijn:
en een aangepast uitvoeringsplan voorstellen.
•
Gebruik en kosten van Wmo-voorzieningen: aantal
7.2.
cliënten per jaar, verdeling over soorten voorzieningen
7.2.1. Interne verantwoording
(huishoudelijk hulp, begeleiding, hulpmiddelen etc.)
De resultaten van bovengenoemde monitoring rapporteren we
en de totale kosten. We letten daarbij met name op de
jaarlijks in de factsheet sociaal domein aan de gemeenteraad.
ontwikkeling van het aandeel algemene voorzieningen
Hierin leggen we verantwoording af over de uitvoering van dit
versus maatwerk. Doel is dat (relatief) meer mensen
beleidsplan: welke acties zijn ondernomen en wat de effecten
geholpen worden via algemene voorzieningen, en dat de
daarvan zijn. De raad kan op basis hiervan het gesprek met
stijging van maatwerkvoorzieningen afvlakt.
ons aangaan en zo nodig bijsturen op beleidsprioriteiten of
Verantwoording en bijsturing
uitvoering. Daarnaast bespreken we de voortgang intern en •
Wachttijden en doorlooptijden: we registreren de ge-
sturen we operationeel bij waar nodig (bijvoorbeeld als een
middelde wachttijd voor populaire voorzieningen (zoals
bepaalde actie achterloopt, of extra aandacht vergt).
huishoudelijke hulp) en de doorlooptijd van melding tot besluit. Streefnorm bijvoorbeeld: X% van de aanvragen
7.2.2. Inwoners en partners betrekken
is binnen Y weken afgehandeld. Als wachttijden oplo-
Verantwoording betekent ook dat we naar de gemeenschap
pen, onderzoeken we de oorzaak en oplossingen.
laten zien wat er gebeurt. We publiceren jaarlijks een publieksvriendelijke samenvatting van de belangrijkste resultaten en ontwikkelingen in de lokale uitvoering van de Wmo. Hierin be-
14
nadrukken we ook wat we samen met partners en vrijwilligers hebben bereikt. Bovendien blijven we in gesprek met adviesorganen en klankbordgroepen. Hoewel dit beleidsplan tot stand is gekomen met input van diverse kanten, stopt die participatie niet bij vaststelling. We zullen bijvoorbeeld de Adviesraad Maatschappelijk Welzijn blijven betrekken bij evaluaties en nieuwe ontwikkelingen – op een wijze die past bij hun rol als onafhankelijke adviseur. Ook inwoners zelf krijgen gelegenheid feedback te geven, bijvoorbeeld via het cliëntervaringsonderzoek zoals eerder genoemd. Op die manier leggen we verantwoording niet alleen achteraf af, maar continu in dialoog met de samenleving. 7.2.3. Transparantie en leren Tot slot hechten we waarde aan transparantie: als dingen niet lopen zoals gehoopt, communiceren we daar eerlijk over en gaan we op zoek naar oplossingen. Dit beleidsplan is geen statisch document; het is een koers die we volgen, maar met de mogelijkheid om lerend te verbeteren. Jaarlijks kijken we: “Doen we de juiste dingen? Doen we ze goed?” De antwoorden hierop gebruiken we om waar nodig nieuwe acties toe te voegen of accenten te verleggen. En positieve resultaten delen we natuurlijk, om het vertrouwen te versterken dat we samen op weg zijn naar een sterke maatschappelijke ondersteuning in de gemeente Hellendoorn.
15
Bijlage 1
Planning en evaluatie Uitgangspunt is een flexibele en dynamische planning, waar-
Uitvoeringsagenda
mee we zo goed mogelijk aansluiten bij actuele ontwikkelingen, landelijke nieuwe voorschriften en beleidswijzigingen.
Inleiding
De verwachte wettelijk verplichte actiepunten zijn uiteraard
We leven in een tijd van voortdurende maatschappelijke en
opgenomen. Voor sommige actiepunten zijn eerst bestuurlijke
beleidsmatige veranderingen. Op dit moment is nog niet te
keuzes en opdrachten nodig, voordat deze daadwerkelijk tot
voorzien wat een nieuw kabinet van plan is met de Wmo. Daar-
uitvoering kunnen komen.
naast weten we nog niet welke gevolgen het nieuwe kabinet verbindt aan de uitkomsten van het landelijke houdbaarheids-
De volgend evaluatiemomenten staan gepland:
onderzoek Wmo, waarvan de afronding is voorzien eind 2025.
•
Jaarlijkse voortgangsrapportage in de factsheet Sociaal
Bovendien vinden in maart 2026 de gemeenteraadsverkiezin-
Domein bij de bestuursrapportage en de najaarsrappor-
gen plaats. Een nieuw gemeentebestuur kan ervoor kiezen
tage.
om andere accenten te leggen of andere prioriteiten te stellen
•
binnen de Wmo. De uitvoeringsagenda is daarom bedoeld als
Eind 2027: evaluatie van de voortgang en vaststelling van een vervolg op de uitvoeringsagenda.
richtinggevend kader. Hij kan waar nodig worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen.
Financiën
De uitvoeringsagenda is gebaseerd op hoofdstuk 6 van het
Uitvoering vindt plaats binnen de bestaande Wmo-begroting
beleidsplan. Daarin wordt uitgebreider beschreven wat we
en waar mogelijk met inzet van regionale of landelijke subsi-
gaan doen.
dies (zoals SPUK-GALA, IZA/AZWA en eventueel middelen via Twentse Koers). Voor acties waar nog geen budget voor is,
De uitvoeringsagenda laat zien hoe de gemeente Hellendoorn
wordt dit tijdig aangevraagd via de begroting.
in de eerste jaren van de looptijd van dit beleidsplan uitvoering kan geven aan het Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteu-
Speerpunten en mogelijke actiepunten 2026 en 2027
ning 2025–2030. In afstemming met de uitvoeringsplannen
Speerpunt 1: Wettelijke opgaven
voor sociale basis en publieke gezondheid willen we nadrukke-
De volgende wettelijke en daarmee verplichte opgaven worden
lijk een beweging maken richting preventie. Dit is noodzakelijk
verwacht:
om de Wmo toekomstbestendig te maken. We geven deze beweging handen en voeten door de nadruk te leggen op het
•
Transformatieplan ‘Mentaal gezond Twente’.
versterken van preventie en zelfredzaamheid (paragraaf 6.2),
•
Herinvoering eigen bijdrage Wmo.
de juiste ondersteuning van onze inwoners (paragraaf 6.3), het
•
Vaststelling nieuwe Centrumgemeenteregeling Be-
ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers (paragraaf
schermd wonen en maatschappelijke opvang 2026-
6.4) en het verbeteren van samenwerking binnen het interne
2034. (Inclusief Dienstverleningsovereenkomst)
sociaal domein en met andere domeinen (paragraaf 6.5). De onderstaande actiepunten sluiten aan bij deze inhoudelijke
Speerpunt 2: Versterken van preventie en
speerpunten.
algemene voorzieningen
In de interne uitvoering van de Wmo streven we, zoals uitge-
We zetten in op een sterke sociale basis met laagdrempelige
werkt in paragraaf 6.6, continu naar kwaliteit, de menselijke
voorzieningen die zwaardere zorg voorkomen. Door te investe-
maat en het terugdringen van bureaucratie.
ren in preventie, ontmoeten en vroegsignalering vergroten we
De eerstgenoemde actiepunten betreffen wettelijk verplichte
de zelfredzaamheid van inwoners en verlichten we de druk op
opgaven (paragraaf 6.1).
maatwerkvoorzieningen. •
Onderzoek en besluitvorming over een algemene wasvoorziening.
•
Onderzoek en besluitvorming over een Reablement-programma
•
Welzijn op Recept borgen en versterken na afloop van de GALA-rijksregeling.
•
Actualiseren van informatievoorziening over Wmo en algemene voorzieningen;
•
Versterken van ontmoetings- en welzijnsvoorzieningen door gerichte toeleiding en ketensamenwerking.
16
Speerpunt 3: Sturen op gepaste ondersteuning We streven ernaar dat inwoners de juiste ondersteuning krijgen, op het juiste moment en met zo min mogelijk bureaucratie. •
Herijken van het toegangsproces via het Loket Sociaal Domein: triage en adviesteam versterken. Dit met inachtneming van de goede samenwerking met andere partners, zoals de huisartspraktijken en in het Sociaal Plein.
•
Uitwerken van aanpak voor de meest kwetsbare inwoners.
•
Indien nodig wachtlijstbeheer voorbereiden en criteria vaststellen met aanbieders.
•
Verbeteren samenwerking tussen loket en voorliggend veld.
Speerpunt 4: Ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers Voor het welzijn en de ondersteuning van kwetsbare inwoners zijn mantelzorgers en vrijwilligers onmisbaar. We zorgen dat zij zich gesteund en gewaardeerd voelen en hun inzet kunnen volhouden. De bestaande mantelzorgondersteuning wordt uiteraard voortgezet. We leggen samen met de betrokken organisaties de komende jaren het accent op de volgende punten. •